Tagarchief: dansen

Gokje (4)

De zon piept door het gordijn in de slaapkamer van ouwe Gerrit. In zijn dromen danst hij een hartstochtelijke tango met buurvrouw Sylvia. Ze hangt aanhalig in zijn armen en kijkt hem bij tijd en wijle zo doordringend aan dat hij bijna uit de maat gaat. Maar hij stapt en springt, recht zijn rug en strekt zijn benen, draait staccato zijn hoofd en stampt met zijn hakken. Vanaf een tafeltje trekt hij een roos uit een vaasje die hij tussen zijn tanden klemt. Sylvia pakt de roos af en kriebelt hem ermee tegen zijn neus. En kriebelt en kriebelt. Als hij de roos wil wegslaan wordt Gerrit wakker en kijkt razendsnel opzij. Au, daar verdraait hij zijn nek toch bijna. Hij ziet op de wekker dat het al even na negen uur is. Hij springt uit bed, even later zit hij aangekleed en wel achter zijn eerste kopje koffie. Hij wrijft zijn grote knuist nog eens over zijn ogen. Die Sylvia, die kon er wat van hoor. Hij schudt zijn hoofd, wat een onzin vannacht.

Op deze waarschijnlijk laatste mooie dag van het seizoen moet hij maar gebruik maken van de situatie want het is de hoogste tijd de goten van de schuur schoon te maken. Gerrit zet de ladder zo stevig mogelijk tegen de muur. Een beetje wiebelig klimt hij naar boven. Bergen vol bladeren en kleine takjes veegt hij met zijn handen over de rand naar beneden. Dat veegt hij straks wel bij elkaar. Nu gebruikt hij de bezem om het deel van de goot schoon te maken dat buiten het bereik van zijn handen ligt. Opeens hoort hij een zacht gepiep. Nee hè, is het weer zover? Die eigenwijze kleine vogeltjes die veel te vroeg het nest verlaten en dan in zijn goot belanden. Daarvan ligt er vast weer eentje bij dat hoopje bladeren. Voorzichtig trekt Gerrit het piepende hoopje naar zich toe en pakt het met één hand vast. Met zijn andere hand aan de ladder klimt hij naar beneden. In de keuken staat nog een doos van zijn nieuwe laarzen en daar legt hij het vogeltje en de bladeren in. Nu eerst de rommel buiten opruimen.

Gerrit staat te vegen als hij zijn naam hoort noemen.’Gerrit! Hé hoor je me niet?’ Als hij verstrooid opkijkt ziet hij buurvrouw Sylvia aankomen. Hij verschiet van kleur en roept: ‘Ik wil niet met je dansen hoor!’ Sylvia schudt haar hoofd: ‘Malle man, ik ga toch zeker niet dansen. Ik vraag alleen maar of je ook een ijsje lust, het is best warm en je bent de hele morgen al zo druk.’ Dan ziet Gerrit dat ze hem een ijshoorntje toesteekt. Hij neemt het aarzelend aan. Vlug herpakt hij zich en vertelt van het vogeltje  in de goot. ‘Een klein vogeltje? Nu? In oktober? Wat raar!’, reageert Sylvia. Gerrit nodigt haar uit in zijn keuken.’Kijk zelf maar!’ Sylvia buigt zich over de doos en port wat in de bladerenhoop. Met een gilletje trekt ze haar hand snel terug. ‘Jij gemenerd! Kun je wel, een weerloze vrouw zo aan het schrikken maken. Ik zal jou nog es een ijsje komen brengen!’ Gerrit begrijpt even niet wat er aan de hand is. ‘Misschien moet jij je bril eens opzetten!’ Gerrit doet het en ziet dan dat er geen vogeltje in de doos zit maar een muis. Hij schaterlacht en pakt Sylvia bij haar middel. ‘Nu zie ik ook wat een mooie buurvrouw ik heb, zullen zij eens samen dansen?’ De muis kijkt over de rand en waagt de sprong. De dansende voeten ontwijkend vlucht hij naar buiten.

 

Koning worden

(Voor de voorleesapp Storytime heb ik twee jaar geleden een kinderverhaal ingestuurd. Ouders, grootouders en andere verzorgers hebben via deze app razendsnel, op ieder moment  en elke plaats een verhaaltje bij de hand om het kroost zoet te houden. Laat het duidelijk zijn dat mijn voorkeur uitgaat naar grote prentenboeken met mooie inspirerende platen, maar voorlezen is sowieso altijd een goed idee. Mijn verhaaltje is destijds goedgekeurd en op de app geplaatst. Afgelopen week kreeg ik een mailtje dat het weer bovenaan geplaatst is. Het verhaaltje wordt niet eens zo gek veel gelezen maar wel hoog gewaardeerd. Daarom wil ik het hier ook nog eens plaatsen. #bestweltrots)

Olivier wil koning worden

Olivier hangt op de bank, hij verveelt zich. Hij heeft geen zin om te bouwen, geen zin om met zijn  dinosaurussen te spelen, geen zin om te knutselen en zelfs geen zin om te dansen. En dansen is toch wel wat hij het liefste doet. Opeens verschijnt op tv de Koning van het land. Het is een oude koning met heel veel rimpels, met witte haren en dunne kromme beentjes. Zijn hoofd lijkt wel te groot want zijn kroon past er maar net op. Hij kijkt een beetje sip. Moe leunt hij op zijn gouden rollator terwijl hij vertelt geen koning meer te willen zijn. “Ik heb er geen zin meer in, ik wil met pensioen! Wie mij wil opvolgen moet me een brief sturen  en dan kom ik bij je langs om te kijken of je geschikt bent om de nieuwe koning te worden.”

Opeens zit Olivier rechtop. Koning worden? Dat lijkt hem wel wat! Maar hoe doe je dat? Simpel, je moet eerst alles hebben wat een koning ook heeft. Om te beginnen; een paleis. Olivier rent naar buiten en bekijkt de boomhut. Hm, dit kan beter. Na een half uurtje heeft hij er een prachtige toren opgebouwd en uit de toren steekt een kartonnen vlag. Op de vlag staat de letter O van Olivier en binnen in de O is een dinosaurus te zien, een echt koningsvlag. Van mama heeft hij plastic borden gekregen die hij goud gaat verven. Deftig hoor. Eigenlijk zou hij nog een mooi paard moeten hebben maar Loebas laat zich niet overhalen mee te doen. Wat hij wel nog kan maken zijn postzegels en papiergeld met zijn foto’s er op.

Wat moet een koning nu allemaal doen? Op de schatkist passen natuurlijk.  Daarom staat er in het midden van de boomhut, eh pardon, van het kasteel een doos,  gevuld met Oliviers mooiste dinosaurussen en zijn spaarpot. Hij moet natuurlijk ook nog trouwen met een koningin. Olivier gaat zijn buurmeisje Reina vragen maar zij wil alleen maar prinses  worden. “Mam wil jij mijn koningin zijn?”, “Ja hoor, maar vergeet je niet iets? Als jij koning bent moet je wel een kroon dragen.” O ja! Snel gaat Olivier van glanzend goud papier een kroon maken. Meteen oefent hij nog even het linten doorknippen en daarna maakt hij nog wat nieuwe wetten. Wet 1 –  overal gratis drinken en snoep. Wet 2 –  alle kinderen hebben afwisselend  een week school en  een week vakantie. Wet 3 – iedereen is verplicht elke dag te dansen. En dan, dan heeft hij eindelijk tijd om de Koningsdans te maken.

Na een week komt de oude koning langs bij Olivier. Hij bekijkt alles op zijn gemakje; het kasteel met de toren en de vlag, de gouden borden, de schatkist en de wetten. Mama heeft  snel ook een gouden kroontje opgezet  en maakt een keurig kniksje. “En nu Majesteit de Koning, ga ik u mijn Koningsdans laten zien”, zegt Olivier met zijn deftigste stem. En dan gebeurt er wat. Als Olivier de dans drie keer heeft gedaan staat de Koning op en gaat heel voorzichtig mee doen. En al snel wiebelt het oude mannetjes op zijn dunne beentjes enthousiast door de kamer. Steeds wilder gaat het. De lakeien kijken angstig toe. Na een tijdje laat de Koning zich hijgend in een stoel vallen, de kroon scheef op zijn hoofd. Maar zijn ogen glinsteren weer, hij klapt in zijn handen van blijdschap en roept: “Ik weet het, ik ga niet stoppen, er moet meer gedanst worden! Zo hou ik het nog wel even vol. Dankjewel Olivier, ik heb er weer helemaal zin in, ik stel mijn pensioen gewoon nog een poosje uit. Maar tot die tijd ben jij officieel de Minister van Dansende Zaken!” Olivier glimt van trots en van vreugde maakt hij spontaan een nieuw dansje.