Tagarchief: buurvrouw

Verhalenslang 9/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste zin van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken)

“Ik ga nu de dokter bellen!” Hij schudt zijn hoofd over zoveel hysterie van zijn zus. Ze staan ieder aan een andere kant van het grote bed waarin hun moeder steeds kleiner lijkt. Ze ligt opgerold op haar rechterzij. Het oude mensje ziet er beroerd uit en kreunt zachtjes. Maar wie heeft er op dit moment geen griep? Het heerst overal! Maar nee, zijn zus gelooft er niets van. Ze belde hem, net op het moment dat hij met een collega naar een cliënt zou gaan. Deed het voorkomen alsof moeder nog maar een paar minuten te leven had. En tja, wat doe je dan?

“Waarom probeer je niet eerst wat paracetamol?” oppert hij. Ze kijkt hem vernietigend aan maar gaat toch een glas water halen. Ze schudt twee tabletten op haar hand en laat die in het water vallen. Dan probeert ze haar moeders hoofd wat op te tillen. Hij schiet haar te hulp en houdt zijn moeder zo goed als het kan rechtop. Ze kreunt harder, houdt haar ogen gesloten maar slikt toch gretig het water door. Langzaam laten ze haar weer in de kussens zakken. Ze lijkt wat rustiger. Dit is echter van korte duur want opeens schiet ze overeind en spuugt al het water en nog veel meer over het dekbed. Hij springt verschrikt achteruit: “Getver!”

Later ligt moeder fris gewassen in het verschoonde bed. De wasmachine draait. Op haar verzoek zijn de gordijnen gesloten. Hij kijkt nogmaals naar zijn geruïneerde schoenen. Zijn zus probeerde nog wat weg te poetsen, de vlekken lijken nu groter. Hij weet niet goed wat te doen. Moet hij zich zorgen maken, laat hij zich opjagen door de wilde fantasieën van zijn zus of gaat hij sussend tegen haar in met het risico dat hij iets over het hoofd ziet. Koorts heeft moeder niet maar het emmertje naast haar bed moest tot drie keer toe geleegd worden. Hij heeft frisse lucht nodig en loopt het kleine maar keurig verzorgde achtertuintje in.

Al snel heeft hij daar spijt van. De buurvrouw van links komt op hem af. ‘Hoe gaat het met Grietje?’ vraagt ze. Even flitst door zijn hoofd: hoe weet zij dat Grietje in bed ligt? Hij besluit dit over te slaan en vertelt hoe zijn moeder erbij ligt. Van het spugen en de hoofdpijn. Dat zijn zus en hij zich toch wel zorgen maken. De buurvrouw knikt zwijgend. Ze kucht wat. Draait haar hoofd van hem af en bijt op haar lip. Hij voelt iets. Er klopt iets niet. De buurvrouw die altijd meelevend is en als eerste hulp aanbiedt blijft nu angstvallig stil. “Is er iets wat ik moet weten?” vraagt hij. Ze kijkt hem schichtig aan. Peilt hem. En zegt dan: “Je hebt het niet van mij hoor! Maar je moeder had gisteravond visite van mevrouw de Koning. Nou dan weet je het wel!” Ze perst haar lippen afkeurend op elkaar en draait zich om. Hem verbluft achterlatend.

“Mevrouw de Koning???” Zijn zus haalt vertwijfeld haar schouders op. Dan loopt ze vastberaden naar de woonkamer. Daar rommelt ze wat in het laatje van het kleine kastje en houdt dan triomfantelijk een rood boekje omhoog. Ze bladert er in en slaat dan een hand voor haar mond. Zonder woorden laat ze het boekje aan mij zien. Ik ken het wel, heb het zelf voor haar gekocht. Het idee was dat moeder daar namen in kon schrijven van vriendinnen en meteen wat achtergrondinformatie omdat ze de laatste tijd wat vergeetachtig begon te worden. Het leek mij een goed idee. Nu lees ik: ‘Antoinet de Koning, man is slijter, drie kinderen, twee kleinkinderen, één kind in Nieuw Zeeland, altijd dezelfde fles wijn cadeau, komt elke derde donderdag van de maand’. Ik kijk op mijn horloge. Het is vrijdag.

Schrijfhandje 3/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht)

schrijfhandje-1

 

Je kent ze wel. Die zeurauto’s. Strategisch opgesteld bij de in/uitgang van een winkel. Alle kinderen moeten er wel langs. En alle kinderen willen er in. Alle kinderen zeuren er om. Alle moeders zuchten er van. Alleen grootouders stinken er nog wel eens in. Smekende kleinkinderen zijn niet te weerstaan. Totdat het te vaak gebeurt. Dan stoppen ze twee kindjes tegelijk in zo’n ding. Dat willen de kindjes niet. Zeuren ze alsnog. Dan toch maar weer alleen, één voor één er in. Totdat er een ‘vreemd’ kindje bij in klimt! Dan zeurt iedereen. Wat zijn de (groot)ouders blij als er een papiertje ‘Defect’ ophangt! Maar die kleinen kunnen niet lezen. Zeuren ‘wat staat daar?’ , ‘Wat betekent dat’ , ‘Waarom dan?’ , ‘Maar waaròhom!’.

defecte-autos

Deze foto maakte ik laatst toen ik ’s morgens boodschappen deed. Ik was (natuurlijk, grrrr!) iets vergeten en snelde nogmaals naar de winkel. Weg waren de briefjes! Was er in de tussentijd een supersnelle zeurautomonteur geweest? Of was er een moeder die haar buurvrouw vooruit gestuurd had met de briefjes en een stukje plakband…?