Tagarchief: bundel

Letterlijk

(Dit verhaal heb ik ingeleverd bij de schrijfwedstrijd van uitgeverij Keytree en het leverde me een plek in de bundel op! Het moest een thrillerverhaal zijn van 1500 à 2500 woorden. Het is mijn eerste thrillerverhaal in een bundel…een thriller op zich, haha. De bundel heeft de meest Nederlandse titel ‘The End’.  Alleen lezen als je durft…)

Manouk wordt wakker van een geluid maar als ze probeert haar ogen te openen is het doodstil. Haar oogleden zijn zwaar, loodzwaar. Een diepe zucht ontsnapt tussen haar droge lippen. Ze heeft zeker weer op haar rechterarm gelegen vannacht, want het steekt ontzettend. Ze draait zich om en wil haar arm bovenop het dekbed leggen. Dan ziet ze het dikke verband om haar onderarm en daaronder helemaal niets. Wat?! Haar hand is weg! Als door een wesp gestoken schiet Manouk overeind en kijkt ontsteld naar de stomp. Pijn. Opeens is er overal pijn. En misselijk voelt ze zich ook. Een helse hoofdpijn overvalt haar als ze zich probeert te herinneren wat er gebeurd is. Flarden ziet ze. Lichtflitsen en iemand met een zonnebril. Grote meekleurende glazen gevat in een dun goud randje. De rest is streperig alsof ze in een te snel draaiende draaimolen zit. Duizelig is ze. Als de kamer weer stil staat kijkt ze verwonderd om zich heen. Dit is helemaal niet haar eigen slaapkamer. Er zijn geen ramen maar er is wel een deur. Langzaam stapt ze uit bed en loopt voorzichtig naar de deur.

Gisteravond was er geen stoel onbezet op het terras van café Boathouse. De warme dag ging naadloos over in een zwoele avond. De ligging aan het water zorgde voor enige verkoeling. Tevens was het uitzicht geweldig daar. Zeilboten, met gebruinde mensen, kwamen terug in de haven. Plezierjachten, voor geïnteresseerden op zoek naar romantisch vertier op het water, maakten zich klaar om te vertrekken. Vier jongedames sloten zich lachend aan in de rij en liepen, wiebelend op hun hoge hakken, de loopplank over. Ze wisten een tafeltje op het achterdek te bemachtigen en zelfs voordat de trossen los waren proostten zij al met de eerste cocktail.

De vier waren op een opmerkelijke manier bij elkaar gekomen. Los van elkaar hadden ze gereageerd op een flyer die ze in hun brievenbus vonden. Op een gifgroene ondergrond stond de bijzondere tekst: ‘Verlaten en besodemieterde vrouwen verenigt u! Kom dinsdagavond om vijf uur naar café Boathouse. Op vertoon van deze flyer gratis drank.’ Niet eens de drank maar de oproep sprak hen zo aan dat ze het als een persoonlijke uitnodiging opvatten. De groene flyer bracht hen aan hetzelfde tafeltje. In eerste instantie waren ze wat terughoudend naar elkaar toe maar als snel bleek de nieuwsgierigheid  een bindende factor. Ze hadden geen van allen een idee door wie de oproep geplaatst was. Twee van hen aarzelden en vroegen zich de bedoeling van dit samenkomen af. Ze werden direct overgehaald door de andere twee. Hadden ze niet genoeg te verstouwen gehad de laatste tijd en waren ze niet toe aan een nieuw avontuur? Ze keken wat vreemd op toen de ober hen naast een drankje ook een briefje gaf. Hierin stond de volgende uitnodiging: ‘Welkom dames, op de rondvaart van jullie leven. We vertrekken om 21.00 uur.’ Ze werden er wat giechelig van. Het was vast een onschuldige grap van iemand. Ze spraken af er alle vier voor te gaan en wat er ook gebeurde vooral samen te blijven.

Het zonlicht prikt op de neus van Karlijn. Haar tong plakt aan haar verhemelte en ze hoort een drumband in haar hoofd. Moeizaam knippert ze met haar ogen en realiseert dan dat de omgeving haar niet bekend voor komt. Langzaam gaat ze rechtop zitten en slingert haar benen over de rand. Waar ben ik? En vooral waar is het toilet? Een golf van misselijkheid verrast haar en ze laat zich haastig achterovervallen. Maar haar volle blaas wint het, ze komt weer overeind. Zodra haar benen over de rand bungelen voelt ze een duizeligmakende pijn in haar linkervoet. Karlijn reikt met gesloten ogen naar haar voet en grijpt mis. Met geopende ogen grijpt ze ook mis. Op de plaats waar eerst haar linkervoet zat ziet ze haar onderbeen dik ingezwachteld. Haar been pulseert van de pijn en ze trekt hem weer op het bed. Ze wordt naar beneden gezogen in steeds kleinere cirkels, als in een draaikolk. Net voordat ze dreigt flauw te vallen komt ze weer langzaam overeind. Ze kijkt om zich heen en herkent nog steeds niets. Er zijn geen ramen maar er is wel een deur. Dan ziet ze naast het bed twee krukken staan. Ze pakt ze en doet onhandige pogingen hiermee te hinken. De pijn verbijtend beweegt ze zich richting de deur.

Manouk probeerde een mop te vertellen maar had vòòr de clou al de slappe lach. De andere drie schudden van de lach.

‘Neehee, toen kwam die blauwe…’, probeerde Manouk nog.

‘Het waren toch rooie?!’ verbeterde Karlijn.

‘O jaaaaa!’, reageerde Manouk verbaasd, ‘Nou, weet ik veel. Proost dan maar! Oepsie, alweer op!’

Ze hield haar glas teleurgesteld ondersteboven. Haar inmiddels vriendinnen klapten dubbel van de lach. Direct verscheen er een ober, hij schonk  met een grote glimlach de glazen weer vol.

‘Oehhhh lekker!’, riep Manouk.

‘Bedoel je de wijn?’, grinnikte Karlijn.

Ze brulden door elkaar heen dat zowel de wijn als de ober niet te versmaden waren. Ze vormden een vrolijk gezelschap. Diverse mannen keken met plezier naar het groepje. Maar steeds als er iemand contact probeerde te leggen werd hij hardnekkig genegeerd. Een groepje van vier goed uitziende mannen ondernam nog een moedige poging en ging bij de dames zitten. De mannen trokken alles uit de kast wat betreft charme. Ze deelden grif complimentjes uit, die de dames schamper in ontvangst namen. Ze boden tevergeefs een drankje aan. Ten slotte probeerden ze de dames over te halen tot dansen. De mannen bewogen hun slanke lichamen soepel en uitdagend op de zwoele muziek van het aanwezige combo. De dames gingen alleen maar harder lachen en zwaaiden de mannen weg als lastige insecten.

‘Wel leuk geprobeerd’, riep Manouk nog.

Jessica ontwaakt met een bijna dierlijk gekreun. Wat een hoofdpijn. Wanneer leert ze het nou eens niet zoveel te drinken. Haar ogen branden in haar hoofd. Ze heeft toch geen gekke dingen gedaan gisteravond? Eerst maar eens kijken hoe laat het is. Met haar rechterhand tast ze naar haar telefoon. Tevergeefs. Dan moet ze haar pijnlijke ogen toch maar opendoen om te zoeken. Het lukt niet echt. Ze vraagt zich af waarom het in haar kamer zo aardedonker is. Zodra ze gaat zitten maakt haar maag een buiteling en met moeite houdt ze een golf gal binnen. Opeens wordt ze bang. Ze krijgt haar ogen niet open en als ze haar handen naar haar gezicht brengt voelt ze een groot verband ter hoogte van haar ogen. Een blinde paniek overvalt haar. Wat is er aan de hand? Waarom branden haar ogen en waarom voelt ze zich zo ziek? Dit is geen gewone kater. Ze laat zich uit bed glijden en tast met haar handen het nachtkastje af naar haar telefoon. Maar er staat geen nachtkastje. Waar is ze dan? Met haar handen langs de muur gaat ze op zoek naar een deur.

De vier vrouwen deden zich tegoed aan hapjes die geserveerd werden. De drank had de tongen aardig losgemaakt en ze vertelden elkaar zonder enige gêne over hun exen. En vooral hoe dom, slecht, overspelig, gemeen, egoïstisch, eigenwijs, niet romantisch, slordig en lui mannen in het algemeen zijn en hun exen in het bijzonder. Ze beloofden met z’n vieren te gaan samenwonen en mannen  voor altijd af te zweren.

‘O wacht even!’, riep Manouk, ‘Kijk es wat daar aankomt!’

Uit vier kelen klonk een waarderend geloei toen de kapitein van de boot hun kant op kwam. Jessica begon, maar al snel zongen ze alle vier luidkeels ‘Loveboat, exciting and new, we’re expecting you-hou-hou!’ De kapitein lachte en nam zijn pet af. Hij maakte een buiging, schraapte zijn keel en zei: ‘Gefeliciteerd dames! Mag ik u verzoeken gebruik te maken van mijn privéhut. U bent vanavond uitgekozen voor dit speciale arrangement.’ Karlijn en Margriet keken elkaar even vragend aan maar Manouk en Jessica stonden al op.

‘Kom op, wat kan er gebeuren,  dit is toch gaaf!’, zei Manouk.

Even later zaten ze in grote zachte luie stoelen in de kapiteinshut. Ze bewonderden de luxe omgeving en Karlijn zwoer plechtig ook kapitein te worden als ze groot was. De kapitein reikt hen een gevuld glas aan en ze proostten op het geweldige idee van Karlijn. Hij verontschuldigde zich toen met de woorden: ‘Ik ga even wat hapjes halen, ben zo terug.’ De dames joelden en gaven de fles door.

Voorzichtig opent Manouk de deur. De kamer waar ze wakker geworden was sluit aan op een andere kamer. Een ronde kamer met vijf deuren. Als een duizeling haar overvalt klampt ze zich vast aan de deurpost. Aarzelend zet ze een stap in de kamer. Haar rechterarm steekt. Dan hoort ze gestommel achter de deur naast die van haar. Ze trekt zich snel terug en volgt door een kiertje wat er gaat gebeuren. Ze hoort iemand vloeken, een vrouwenstem. Opeens ziet ze Karlijn met veel gebonk in de ronde kamer hinken. Ze haast zich naar buiten. Ze vallen elkaar huilend in de armen.

‘Wat is er gebeurd?’, roept Karlijn snikkend.

Ze verstijven van schrik als er nog een deur opengaat.

‘Jessica!’, roepen ze gelijktijdig.

Jessica draait haar hoofd richting de stemmen en strekt haar armen naar voren.

‘Help me toch, ik kan niets meer zien, waarom hebben jullie mij alleen gelaten?’, huilt Jessica.

Manouk loopt naar Jessica toe en leidt haar naar Karlijn. Ze vertellen Jessica wat hen is overkomen. Als ze elkaar vasthouden vraagt Jessica opeens: ’Waar is Margriet?’

De laatste deur gaat open. De vrouwen houden hun adem in. Als ze zien dat niet Margriet maar buiten komt, maar een man, knijpen ze elkaar angstig.

‘Wat? Wat gebeurt er? Is Margriet daar?’, roept Jessica.

‘’t Is een rare vent’, sist Karlijn.

De man draagt een opzichtig Hawaïhemd boven een driekwart broek, een te klein rieten hoedje op zijn donkere haar en een zonnebril met een dun gouden randje en grote meekleurende glazen.

‘Zo dames, zijn we wakker? Dat mag ook wel na drie dagen.’

Manouk en Karlijn kijken elkaar even snel aan, Jessica draait haar hoofd richting de stem. Manouk herpakt zich als eerste.

‘Wat moet je van ons? Wie ben je? Waarom zijn wij hier?’, snauwt ze.

‘Ho, ho, ho, niet zoveel vragen tegelijk! Ik ga alles uitleggen en dan zullen jullie me dankbaar zijn. Heel dankbaar zelfs. Ik heb uiteindelijk alleen maar gedaan wat jullie zelf wilden.’

‘Wie ben jij?’, schreeuwt Karlijn gefrustreerd.

‘Zo jammer vind ik dit. Jullie kennen mij al lang. Alle vier!’

‘Waar is Margriet dan?’, bibbert Jessica.

‘Alles op z’n tijd. Ik ga het uitleggen, maar eerst dit.’ De man pakt het hoedje van zijn hoofd en daaraan zit een zwarte pruik vast. Als hij ook zijn bril afzet slaken Manouk en Karlijn een gil.

‘Wat? Wat gebeurt er!’, gilt Jessica in paniek.

‘Het is Rob. Rob Verkerke, mijn psycholoog, waar ik kwam na mijn scheiding.’, vertelt Manouk.

‘Maar ik kwam ook bij Rob!’, roept Karlijn.

‘Ik ook’, fluistert Jessica.

‘Juist dames. Alle vier zijn jullie bij mij in behandeling geweest. Alle vier hebben jullie mij de kop gek zitten zeuren over die vreselijke echtgenoten van jullie. Afgeschilderd als hersenloze figuren die het vertikten naar jullie te luisteren. Jullie hadden alle vier zoveel haat in jullie lijf ten opzichte van de andere sekse dat je bijna zou denken dat jullie de man voor altijd afgezworen zouden hebben. Maar nee, zover ging het nou ook weer niet. Jullie wilden wel een man, maar dan wel eentje die in jullie straatje past! Jullie hadden er zelfs nogal wat voor over.’

De drie vrouwen staan verbijsterd te luisteren. Zo kennen zij hun psycholoog helemaal niet. Was hij niet altijd een baken van rust, een houvast, een steunpunt van vertrouwen.

‘Daarom bedacht ik een plan. Een masterplan al zeg ik het zelf. De kapitein van deze boot was zo vriendelijk zijn schuit aan mij te verhuren voor een week, meer tijd heb ik niet nodig om jullie te helpen.’

‘Man zemel niet zo, kom op met je plan en wat heeft dit er mee te maken?’, geïrriteerd steekt Manouk haar verbonden arm omhoog.

De man loopt naar een kast en opent met een sleutel de deuren. Hij pakt er een grote doos uit en zet die op tafel. Hij opent de doos maar de vrouwen kunnen niet zien wat er in zit.

‘Let op! Kijk naar mij! Want ik ben de ideale man voor jullie! Ik kan jullie de liefde geven die jullie zoeken! En om te bewijzen dat ik echt naar jullie luister… Manouk weet je nog wat je eens beweerd hebt tijdens een sessie bij mij, toen ik vroeg wat je zou overhebben voor een nieuwe liefde?’

‘Hè, wat bedoel je?!’, roept Manouk gefrustreerd.

De man haalt uit de doos een glazen pot met vloeistof en daarin een hand. ‘Mijn rechterhand, zei je,’ met een hand op zijn hart declameert hij op overdreven toon: ‘ Ik zou mijn rechterhand geven voor echte liefde.’

Manouk snakt naar adem, het zweet breekt haar uit. De man haalt een tweede fles uit de doos.

‘Karlijn, wat heb jij er voor over om nog eens echte liefde te beleven?’

Een linkervoet is duidelijk zichtbaar in de fles. Karlijn valt bijna flauw. De man haalt de derde fles tevoorschijn. Manouk en Karlijn slaken een oerkreet als ze daarin twee ogen zien drijven.

‘Wat? Wat gebeurt er!’, schreeuwt Jessica.

Manouk legt het kokhalzend uit. Jessica smoort een gil in haar handen en valt op haar knieën.

‘En Margriet dan? Waar is Margriet?’, huilt Karlijn.

De man tilt een vierde fles uit de doos. Daarin zweeft een hart.

 

 

55 woorden

Schrijverspunt heeft weer een schrijfwedstrijd georganiseerd: schrijf een verhaal van 55 woorden. Van 14 t/m 21 februari werd de Week van het Korte Verhaal hiermee gevierd. Makkie, denk je dan. Lekker weinig woorden, snel klaar. Je hoeft je ook maar aan twee spelregels te houden:

  1. Alleen fictie komt in aanmerking, dus echte afgeronde prozaverhalen, met een begin, een midden en het liefst een verrassend eind. Gedichten, filosofische overpeinzingen en beschouwingen van natuur en persoonlijk leed, hoe mooi ook opgeschreven, worden onverbiddelijk en meedogenloos terzijde gelegd en doen niet mee aan de wedstrijd.

Oké, denk ik dan, dat klinkt een stuk strenger. Hogere eisen dan ik aanvankelijk dacht. Weinig woorden voor een afgerond verhaal. Wat kun je vertellen? Het moet wel ergens over gaan.

  1. Het verhaal moet in precies 55 woorden, inclusief de titel worden verteld!

Wat?! Inclusief de titel? Tjonge, dat wordt een errug kort verhaaltje. Ik heb toch een idee en begin gewoon enthousiast te schrijven. Klaar. Even tellen: oeps, 257 woorden… Ik heb ooit eens een boekje gelezen: ‘Schrijven en schrappen’ en dat breng ik nu maar al te graag in de praktijk. Dan ga ik van 257 naar 163 naar 53. Dit zijn er te weinig! Dan heb ik er eindelijk precies 55! Maar o jee, de titel vergeten. Opnieuw schuiven en schrappen totdat er een heel verhaal inclusief titel van 55 woorden staat. Snel insturen en dat deden 699(!) mensen met mij. Na een best wel korte tijd (het waren natuurlijk ook maar korte verhaaltjes…) kwam de uitslag al en konden  55 schrijvers zich verheugen op een plek in de bundel en ik zit daarbij. Jippie!

Eén verhaal wordt als winnend verhaal uitgekozen en vooraan in de bundel gezet. Deze keer is het van Lilian Steenvoorden en het gaat zo:

Overstekend groot wild

‘Weet je het zeker, er is zoveel lawaai hier en ik zie almaar van die lichten.’ De groep herten kwam behoedzaam uit het kreupelhout tevoorschijn. ‘Ja, kijk maar.’ Het oudste hert knikte in de richting van de rood-witte driehoek op een dunne paal. ‘Dat zijn wij toch? We mogen hier zelfs springen.’

Ik vind ‘m grappig en leuk gevonden.  Mijn verhaal gaat zo:

Verrassing

Op Jacqueline’s Nieuwjaarsfeestje in augustus kijk ik zoekend rond. Ik heb haar twee jaar niet gezien. Ik zie een man, in zijn gezicht trekken van Jacqueline. Nooit geweten dat zij een broer had. Hij kust me en zegt met de stem van Jacqueline: ‘Proost op mijn nieuwe jaar lieverd. Het nieuwe jaar van Jacques.’

Wil je de andere 53 verhaaltjes ook lezen moet je de bundel maar kopen. Het is de vierde keer op rij dat deze jaarlijkse wedstrijd georganiseerd wordt met als vaste sponsor Stichting Biblionef. Deze stichting stelt zich ten doel om kinderen overal ter wereld de kans te geven om te lezen. Hoe mooi is dat! Zo kun je lekker lezen en tegelijkertijd kinderen helpen! 👍😍

 

Droomvakantie

(Dit verhaal heb ik ingezonden voor de schrijfwedstrijd van Uitgeverij Adoremi en heb hiermee een plaats in de bundel verworven! Hoera! Er staan nog veel meer mooie verhalen in die allemaal aan het thema ‘Dromen’ voldoen. De bundel ‘Geen droom te ver’ is te koop bij http://www.adoremi-moments.nl/winkel, bij de boekhandel en bij bol.com. Laat je meevoeren in de variatie van emoties: een lach, een traan, een verrassend plot of een verborgen boodschap)

Zeg nou niet dat jij er nog nooit van gedroomd hebt! Iedereen droomt toch van een langdurig verblijf op een tropisch eiland? Met palmbomen, witte stranden, lekker zonnetje en een hele leuke meneer die je rug insmeert en je drankjes brengt. Oppervlakkig? Dacht ik eigenlijk diep van binnen ook wel eens. Maar hé, nu heb ik het nergens meer over want ik heb namelijk zo’n vakantie gewonnen! Het reisbureau in ons dorp organiseerde een vakantieverhalenwedstrijd om hun 15 jarig bestaan te vieren en daarmee heb ik gewoon de hoofdprijs binnengesleept.

Zo hard als Anton me uitlachte toen hij mijn inzending las, zo hard lach ik nu. Het is een reis voor twee personen maar hij stond er op dat ik met mijn beste vriendin Bets zou gaan. Het enige nadeel was dat zij niet eerder vrij kon krijgen, dus ze komt een dag later. Nu lig ik hier in mijn eentje gelukzalig te genieten van die palmbomen, het witte strand en -echt waar- een prachtige meneer die me drankjes brengt. Straks even vragen of hij m’n rug wil insmeren. Soms komen dromen echt uit, dat zie je maar weer.

Ik sluit mijn ogen, laat de zon mijn lichaam ongegeneerd strelen en slaak een diepe zucht van tevredenheid. Loom veeg ik een kriebelend beestje van mijn been. Van mijn buik. Van mijn gezicht. Ik voel de zon verdwijnen en open verbaasd mijn ogen. De prachtige meneer zit geknield naast mijn ligstoel en kietelt me plagend met het vlaggetje uit mijn cocktail. Hij staat op en strekt zijn hand naar me uit. Ik grijp hem en laat me gewillig meevoeren. We zeggen allebei geen woord. Is niet nodig. Ik weet wat hij wil. En ik wil het ook. Hij voert me naar een boot. Een luxe jacht eigenlijk. Ik kijk nog vragend naar hem om als hij me voor laat gaan het trapje af naar beneden maar hij knikt geruststellend en veelbelovend.

Benedendeks is het niet helemaal wat je van een jacht zou verwachten. De wanden zijn bedekt met donkere kleden. In het midden zit aan een kleine ronde tafel een dame gehuld in een donker gewaad. Ze wenkt me naderbij te komen en wijst naar een stoeltje bij de tafel. Ik ga zitten. Als ik omkijk is mijn begeleider verdwenen. Maar zodra ik op wil staan dwingt de vrouw me met haar ogen te blijven zitten. Wat is dit? De vrouw schudt een stel kaarten en houdt ze uitnodigend voor me. Ik denk dat ik er eentje moet pakken en dat doe ik ook. Het is een kaart met een groot rood hart. De vrouw glimlacht ondeugend. Ja, die snap ik wel. Denk ik. Ze houdt me nog een stapel voor en ik pak er nog eentje uit. Hierop staan een zwarte spin. Ze schrikt en deinst achteruit. Ze gilt en haar handen gebaren dat ik weg moet. Eerlijk gezegd doe ik niets liever. Het begint me allemaal een beetje te onheilspellend  te worden. Ik ren naar buiten en sluit direct mijn ogen voor het felle zonlicht. Dan hoor ik een aanhoudend gezoem. Ik open mijn ogen. En constateer dat ik nog op mijn ligbed lig en mijn  telefoon overgaat.

Bets stuurt me het bericht binnen een halve dag hier te zijn. Het is haar zeker toch gelukt zich eerder vrij te maken. Ik sta op en ga naar mijn kamer. Ik neem een verfrissende douche en ga beneden alvast een dinertafel voor twee reserveren. In de bar dood ik de tijd. Net als ik een vierde (of was het een vijfde) drankje aan wil pakken tikt er iemand op mijn schouder. “Hoi hoi, verrassing! Hier ben ik al! Meid wat een reis, maar wat is het hier mooi! Ik vind het echt zo tof van je dat ik met je mee mocht! Weet je zeker dat Anton niet pissig was? Nou ja, daar is het nu te laat voor want ik ben hier! Wat gaan we doen? Eerst drinken, eten of kunnen we nog naar het strand. Ik heb zo’n beeldige bikini gekocht! Ja, op Schiphol nog hoor want thuis had ik er geen tijd voor en die van vorig jaar kon echt niet meer. Hé, wat is er? Wat kijk je raar?” Ik kijk, ik luister, maar ik herken haar niet. Wie is deze dame?

‘Bets?’, stamel ik nog. Ik doe een halfslachtige poging elegant van de barkruk te stappen maar dat valt niet mee. Ik laat me omhelzen en probeer uit alle macht te bedenken wat ik zeggen moet. En omdat ik zwijg en omdat Bets van ons tweeën altijd het meest voortvarend is, bevinden we ons al snel op onze kamer. De vrouw ratelt aan één stuk door terwijl ze haar koffer uitpakt. Ik moet even alleen zijn en weet me te verschansen op het toilet. Wat gebeurt hier? Ik schud mijn  hoofd heen en weer om een helder beeld te krijgen. Ik kijk in de spiegel of ik mezelf nog wel herken. Een harde klap op de deur doet me opveren. “Alles goed meid? Kom je? Ik heb dorst en trek in een leuke barman, hahaha. Kom!” Als ik uit de badkamer kom drukt ze me een glas in de hand. “In één keer hè!”, roept ze. Ik doe wat ze zegt en word direct overvallen door een intens gevoel van moeheid. Ik wil alleen maar liggen. Met mijn ogen dicht.

Wat een gebonk! Wie is er zo aan het timmeren? Als ik onder de deken vandaan kruip realiseer ik me dat er iemand op de deur klopt. Mijn horloge geeft dat het al bijna lunchtijd is. Daarna kijk ik snel om mij heen naar mijn kamergenote. Het tweede bed is echter onaangeroerd. En als ik goed kijk zie ik ook geen koffer of andere spullen meer. Het gebonk op de deur houdt aan en ik besluit toch maar open te doen. En dan vliegt Bets me in de armen! De echte Bets welteverstaan. “Wacht even!”, roep ik en doe twee stappen achteruit. “Waar kom jij vandaan? Hoe kom je hier? Heb je een bikini bij je? Was jij hier gisteren ook?” Ik struikel bijna over mijn eigen woorden en de ogen van Bets lijken groter te worden. “Gaat het wel goed met je?”, vraagt Bets bezorgd. Ik weet het niet, niet zeker in ieder geval.

Later zitten we samen in de eetzaal, als de leuke drankjesman recht op ons af komt. Onze stemming is enigszins bedrukt door wat mij overkomen is en we prikken doelloos in onze salade. “Hé, heb je nu weer een andere vriendin bij je? Maakt niet uit hoor. Maar Juan van het zwembad en ik vroegen ons af of jullie zin hebben met ons iets te drinken vanavond bij de Copacobana-bar hier verderop in de straat.” “Nou…eh….”, stamel ik. Bets schopt me onder tafel en roept enthousiast: “Graag wij kunnen wel wat afleiding gebruiken!” “Fijn!”, zegt hij, “Dan zie ik jullie rond negen uur!” Bets springt op en trekt me mee van tafel. Ze loodst me langs allerlei winkeltjes in het hotel, die gelukkig tot middernacht geopend zijn, om even later met twee volle tassen op de kamer aan te komen. Intussen heb ik ook de smaak te pakken, hijs me in een nauwsluitend jurkje en ga me uitgebreid opmaken. Weg met die muizenissen. Leven zullen we!

De mannen fluiten goedkeurend en Bets en ik doen hetzelfde. Wat een hunks hebben we bij ons. Het belooft een geweldige avond te worden. We kletsen, lachen, flirten en drinken.  Eerst met z’n vieren maar al snel geeft Juan Bets meer aandacht. De drankjesman, die bij nadere kennismaking -hoe voorspelbaar wil je het hebben- Romeo blijkt te heten, blijft in mijn buurt. Het is vol en warm. Ik zie Bets met Juan dansen, ze zwaait. Ik steek mijn duim omhoog en omhels Romeo veelbelovend. We dansen steeds wilder en later ook intiemer.  Anton is ver weg, heel ver weg.  Het bedienend personeel zwiert regelmatig door de zaal met bladen vol gekleurde cocktails die gretig aftrek vinden. Romeo overhandigt me een glas met zachtgele inhoud. Hmmm, lekker zoet. Waar smaakt dit naar? O nee, nee, toch niet naar… Mijn lippen zwellen op maar ook mijn keel! Ik krijg het vreselijk benauwd! Ik denk nog: ‘Wat een genante vertoning!’, voordat ik op de grond val. Romeo schreeuwt. Bets duwt iedereen opzij die in de weg staat en knielt naast me neer. Het enig wat ik nog kan uitbrengen voordat alles zwart wordt is: “A-na-nas…”

Anton staat al te zwaaien bij de aankomsthal. Even later drukt hij me tegen zich aan. “En, heb je het leuk gehad?”  Wat zal ik zeggen. Hoe leg ik uit dat ik in tijd van een paar dagen bij een enge waarzegster ben geweest, dat ik een nep-Bets op bezoek heb gehad, dat ik wel dood had kunnen zijn als de echte Bets mij niet op het nippertje had gered van de ananasallergie door de EpiPen uit mijn tas te vissen en te gebruiken, dat ik nog een dag in een vreemd ziekenhuis moest blijven en dat ik van Romeo een ring heb gekregen met een zwarte spin om het kwaad te bezweren.  Ik antwoord: “Ja hoor schat, het was meer dan leuk, echt wat je noemt een droomvakantie!”

 

 

Schrijven en lezen

Al eerder heb ik eens vermeld dat er een wereld van verschil is tussen schrijven en lezen. De schrijver schrijft en de lezer leest. De schrijver schrijft een verhaal met een bedoeling, intentie, probeert sfeer en indruk over te brengen. Als de lezer leest wat de schrijver geschreven heeft kan de lezer het toch heel anders interpreteren dan de schrijver bedoeld heeft. De lezer leest er iets anders in.

Zo heb ik meegedaan aan een gedichtenwedstrijd. Voor de verandering. Meestal kom ik niet verder dan een fikse 5 decemberrijm maar om dat nou onder de categorie gedichten te plaatsen gaat wat ver (veel te ver). Waarom nu wel dan…omdat de opdracht mij aansprak. Het moest namelijk een beeldspraak zijn, een gedicht over een ding. Dus niet over duistere sferen, zweverige gevoelens, onduidelijke metaforen of andere vage dingen. Gewoon over een ding.

Ik deed mijn best, perste er twee uit mijn letterkast en stuurde ze beiden in. Eentje heeft er gewonnen en komt in een bundel. Welke denk jij?

Deze:

Elke dag, als ’t even kan

(soms zelfs vaker, dat ligt er maar net an)

houd ik je liefdevol vast.

Terwijl ik je gepast betast

raak ik bijna buiten zinnen,

wil meteen met je beginnen.

Samen nieuwe verhalen maken.

Voelen, doen, niet verzaken.

Ik stuur je gretig waarheen ik wil,

jij volgt volgzaam elke gril.

Dan weer grijp jij de macht,

handelt onverwacht.

Wie stuurt wie, ’t is om het even

zolang we allebei maar alles geven.

Op de top van de wereld beland

staan we gelukzalig hand in hand.

Elkaar gevonden.

Samen zen.

Ik

en mijn schrijvende pen.

Of deze:

Twee pootjes

Twee vleugels

En een brug.

Zonder jou

Bots ik gauw

Geef mijn bril terug!