Tagarchief: boodschappen

Trage pakkerd

Heb ik weer! Een trage pakkerd voor me in de rij bij de supermarkt. Ik kwam haar al in bijna alle gangen tegen en zag de inhoud van de wagen groeien. Ik ga dan toch direct denken: ‘Heb je dat allemaal nodig?’ Om vervolgens te schrikken van mijn snelle oordeel. Misschien heeft ze gewoon een groot gezin. Wellicht een samengesteld gezin. Drie kinderen van hem, twee van haar en eentje van hen samen. Dan loopt het op. En misschien zijn ze dit weekend allemaal tegelijk bij elkaar. Gezellig. Of niet natuurlijk, dat weet je nooit. Maar eten zullen ze. Dus volladen die kar.

Staat ze ook nog voor me in de rij. Eén voor één legt ze de vele artikelen op de lopende band. Tot het een grote berg is waar die zakken chips echt niet bovenop blijven liggen. Giechelend raapt zij ze tot zes keer(!) toe op van de grond. Na het scannen doet ze alles één voor één terug in de inmiddels lege kar. Ze probeert nog iets in een tas te proppen; eerst de eieren, dan de blikken soep… Dit allemaal in een tempo waar een schildpad een hartverzakking van zou krijgen. De band na de kassa is nog steeds vol als ik aan de beurt ben. Dus stop ik alles direct in mijn tas. Eerst de soep en dan de eieren want  in die volgorde heb ik het op de band gezet.

Ik doe nog een paar andere winkels aan en zie haar even later weer op het parkeerterrein. Eén voor één legt ze de boodschappen in de achterbak van haar auto! Ik zie al voor me hoe ze de boodschappen straks weer één voor één uit de auto haalt en dan één voor één naar binnen draagt. Waarschijnlijk hebben de  thuisblijvers intussen zo’n honger dat de meeste boodschappen de kastjes niet eens halen. Wat een gebrek aan efficiëntie van die trage pakkerd.

Gruwel ik van alle trage pakkerds? Ja, behalve van een trage, kwijlerige, warme, schattige, onweerstaanbare, pakkerd van mijn kleindochter…

Advertenties

Vragen

vraagteken

Soms denk ik dat ik een dusdanige leeftijd heb bereikt dat ik alles al weet. Maar steeds vaker heb ik het idee dat ik helemaal niet zoveel weet, vrij weinig zelfs. Zoveel vragen als ik nog heb. Neem nou vanmorgen; even een boodschapje doen.

Twee opgeschoten jongemannen laden hun karretje giechelend als een stel jongemeiden afgeladen vol. Veel vlees (hamlappen) veel potten (spaghettisaus), veel flessen (cola), veel zakken (pasta). Ik gok iets gezelligs op school? Of zijn er ouders met vakantie? Of  de ultieme pubertrek? Vragen…

Een deftige mevrouw op torenhoge hakken, keurig opgemaakt, een zwierige knalrode jas die haar beeldig staat. Ananas, mie, vlees, kruiden, rode paprika en een zakje kroepoek legt ze op de lopende band. Hmm, lekker nasi eten vanavond! Maar waarom ligt er een bolletje touw bij? Ik begrijp het niet. Om de kat op het spek te binden? Cadeautje inpakken? Vragen…

Terug naar huis zie ik een kogelrondje vrouwtje zwabberend over het spekglad bevroren voetpad zwalken. Ikzelf loop op het droge fietspad. Ik verwacht ieder moment dat ze omrolt.  Als ik haar inhaal wenk ik haar naar het fietspad. Ze schrikt en roept ‘Nee niet fietsjpad ja?’. Ik verzeker haar dat het goed is en vandaag wel mag. Ingeburgerd of niet? Leer ik haar nu iets verkeerds aan? Vragen…

Nog iets verder zie ik vogels op het ijs. Wat zijn het er veel! O nee, de helft is weerspiegeld en niet echt… Willen zij zichzelf graag zien? Waarom gaan ze samen op zo’n dun laagje zitten? Weten vogels van wakken?

weerspiegeling-ijs

Vragen, vragen, vragen…

Pakkans

Even een boodschap doen duurt soms langer dan even…

Dan kom je een boodschap tegen waar je langer over na wilt denken.

Zoals deze:

IMG_20160316_122411

Zo’n simpel bordje roept bij mij subiet diverse gedachtes op:

Oké! Dan doe ik dat niet?!

Waarom mag dit niet?

Wie wil dit eigenlijk wel doen dan?

Wat gebeurt er als ik het toch doe?

Waarom heet dit een inpaktafel?

Waar moet ik dan uitpakken?

Of alleen maar wat ompakken?

Als ik aanpak krijg ik dan een pakkerd?

Of moet ik nog meer doorpakken?

Niet alleen ver- maar ook herenpakken?

Of mooie heren pakken?

Wie pakt mijn gedachtes op?

Ik vind het een pakkende boodschap!

Vertalen

vertalen

Je hebt het vast ook wel eens meegemaakt, dat je een winkel binnenstapt tegelijk met iemand anders. En omdat je de winkelroute aanhoudt kom je die persoon steeds tegen. Je haalt hem in en vervolgens passeert hij jou weer. Als het dan ook nog eens meerdere personen zijn, een stel of een gezin, krijg je gratis een inkijkje in hun leven. ‘Niet te zwaar eten want we moeten nog sporten’. ‘ Iets extra’s voor bij de koffie want oma komt morgen’. ‘ Neem je nu alweer wijn?’.

Van de week liep ik gelijk op met een ouder echtpaar. Meneer was een statige verschijning, oogde een beetje moe maar duwde dapper de rolstoel van zijn vrouw. Een allerliefst dametje met glimmende oogjes en haar sjaaltje een beetje scheef. Plots sprong zij uit de rolstoel en pakte gretig het eerste artikel binnen haar bereik. Ze bekeek het van alle kanten, legde het terug, pakte het volgende artikel, draaide het om en zette het weer terug. Zo schuifelde zij het hele gangpad door. Eén gangpad lang hield hij zijn mond en volgde gedwee met de rolstoel. Toen hield hij het niet meer uit.

  • Kom je weer zitten?
  • Nee!
  • Kom nou?!
  • Nee, zeg ik toch!
  • Kom zitten!
  • Nee, even kijken hier.
  • Je weet niet eens wat je moet hebben…
  • Als ik het zie weet ik het!
  • Kom nou zitten dan rijd ik je erlangs.
  • Nee!!
  • Kom zitten! Nu!!
  • Nou zeg, blaf niet zo.
  • O, wil je het op een clash laten aankomen?!
  • Op een wat? Praat toch gewoon man.
  • Kom zitten! Wil je weer naar de cardioloog?!
  • Hij ziet het toch niet…ik ben bijna klaar!

Zo ging het nog wel even door. Na het afrekenen bij de kassa zag ik hen weer. Zij zat weer in de stoel. Met een verbeten trekje om haar mond hield ze het tasje tegen zich aangeklampt. Hij sjokte er achter. Nog vermoeider dan eerst. Ze zeiden niets meer. Hopelijk kunnen ze elkaar vertalen. Naar ‘Ik word de hele dag geleefd mag ik alsjeblieft even zelf een boodschapje uitzoeken?!’ en naar ‘Kom nou zitten lieverd, want ik ben zo bang dat je weer ziek wordt en ik kan je niet missen!’.

 

Taalpraatje 3

winkelen

We zijn aan een nieuw projectje begonnen. Ik merk dat het makkelijker werkt als je een paar weken een thema hanteert. Nu praten we over boodschappen doen. De dagelijkse boodschappen. Lekker eenvoudig. Dacht ik. Niet dus….

Om het aanschouwelijk te maken had ik voor iedereen een fleurige folder gescoord bij de Jumbo waar een plattegrond van de pas geopende winkel op stond. Het begon al moeilijk met het woord ‘afdeling’. Delen oké, het zijn verschillende delen van de winkel. Maar af?  Wat te denken van de term ‘flesseninname’? Na mijn uitleg, een klein half uur later, want waarom zou je flessen in een kast met een gat stoppen, begreep ik dat sommigen dit nog nooit gebruikt hadden. Aan de andere kant: de gratis-koffie-hoek kenden ze wel. Iemand beweerde zelfs een bankje te zien waar je kunt zitten en koffie drinken maar… dat bleek achteraf de toonbank van de verse bakker. Misschien toch een goed idee! En nee, pindakaas vind je niet op de kaasafdeling en nee, de kaasafdeling is niet hetzelfde als de kassa.

Vandaag op het whiteboard een serie winkels geschreven, bakker, slager, groenteman, enz. Op mijn vraag ‘Waar koop je een half brood?’ was het antwoord ‘Bij de Digros!’ niet fout te rekenen. Toch maar weer aanschouwelijk maken en een stapel kaarten met afbeeldingen van boodschappen erbij gehaald. ‘Sperziebonen’ worden vooral door de vrouwen herkend. Een zakje met gebroken sperziebonen noem je dan al snel ‘bonetjes’ die je bij de ‘groentemand’ koopt.

Een stukje cultuur aanleren hoort er ook bij natuurlijk. Bij de vraag ‘Wat is typisch Nederlands eten?’ merk je weer hoe moeilijk de taal toch is. Ze weten het antwoord wel maar soms komt het wat vreemd uit. Typisch Nederlands zijn ‘hakkeballen’, ‘onderbijtkoek’, ‘stroepkoekie’ en natuurlijk het onnavolgbare ‘drop’. Eén van de negen kende drop, de anderen hadden het nog nooit gegeten. Mijn meegebrachte zak ging rond. Heel voorzichtig werd er door iedereen eentje uitgenomen gevolgd door negenvoudig ‘dankjewel’. De dropjes werden om en om gedraaid, er werd aan geroken, voorzichtig aan gelikt en toen de eerste durfde en ‘lekker!’ riep volgde de rest. De smaken zout en zoet zaten door elkaar in het zakje, ik zag precies wie welke smaak had. Die gezichten…geen taal nodig!

Zorgwekkend

(Dit verhaal heb ik ingestuurd voor een schrijfwedstrijd over de zorg. Hoewel ik meestal wat zout door mijn inkt roer zijn deze verhalen authentiek en autobiografisch. Het leverde een plaatsing in een nog uit te geven bundel op ! Maar het zou fijner zijn als het extra vrijwilligers in de ouderenzorg op zou leveren …)

ouderenzorg

 

‘Goedemorgen, wilt u een kopje koffie?’. Met deze woorden stap ik de kamer van mevrouw Muis binnen. Dit is niet haar echte naam maar ze doet me altijd aan dat kleine grijze schichtige diertje denken. Zoals elke dag neemt ze het bloemetjeskopje dankbaar glimlachend aan. ‘Dank je lieve kind. Heerlijk hoor.’ Zwaaiend verlaat ik haar kamer en rol het wagentje met de koffiekannen naar de volgende deur.

‘Goedemorgen meneer Groen, wilt u een kopje koffie?’. Waterige oogjes kijken me onderzoekend aan. Ik reik hem zijn bril aan. ‘O ja, ben jij het. Heb je koffie?’ Ik schenk in en kijk vervolgens even in de koelkast. Een zielig kuipje boter op de bovenste plank en een half potje jam er onder. ‘Heeft u nog boodschappen nodig?’, ‘Nee hoor, ik heb voldoende van alles.’ Op de hoogte van zijn niet zo rooskleurige financiële situatie dring ik niet verder aan. ‘Fijne dag verder!’, ‘U ook zuster!’.

Lang geleden ben ik al opgehouden met uitleggen dat ik geen zuster ben maar een gewone mevrouw die op vrijwillige basis een kopje koffie komt inschenken bij mensen die niet naar de recreatiezaal van het verzorgingshuis kunnen of willen. De echte zusters hebben het te druk en daardoor geen tijd. Deze één op één ontmoetingen zijn waardevol. Voor de bewoners: even onverdeelde aandacht. Voor het verplegend personeel: kleine werkjes worden uit handen genomen. Voor de vrijwilliger: de dankbaarheid is bijna tastbaar.

Als iedereen voorzien is van koffie ga naar mevrouw Klok om samen met haar een maaltijdlijst in te vullen. ‘Dag mevrouw Klok’, ‘Hoe laat is het?’, ‘Half 11, ik kom met u de lijst invullen.’, ‘Welke lijst’, ‘De maaltijdlijst waarop u mag aankruisen wat u wilt eten volgende week’, ‘Dat weet ik nu toch nog niet?’, ‘Nee, maar u mag kiezen uit de lijst.’, ‘Welke lijst en hoe laat is het?’, ‘Kwart voor elf en hier heb ik de lijst. Wilt u maandag bloemkool of broccoli?’, ‘Wat is broccoli?’, ‘Heeft u liever bloemkool dan?’, ‘Wat is bloemkool ook alweer?’, ‘…..’, ’Hoe laat is het?’ Intussen is het half twaalf en de lijst zo goed en zo kwaad als het gaat ingevuld. Vreselijk iemand zo in de mist te zien leven.

Toch nog maar even bij mevrouw (sorry) Zeur kijken. Ze is te zwaar, te rood, te hoge bloeddruk, te stijf gepermanent en te chagrijnig.’Wat kan ik voor u doen?’, ‘Wat ben je laat!’, ‘Ik moest nog even…’, ‘Ik moet boodschappen doen. Nu!’, ‘Oké ik rijd u even naar het winkeltje’, ‘Vergeet mijn tas niet!’, ‘Ik heb hem hier bij me’. In het redelijk goed uitgeruste supermarktje moppert ze er stevig op los. De verkeerde vleeswaren, te kleine koekjes, te grote stukken kaas, te weinig keus, te krappe doorgangen, te slome meneer voor haar bij de kassa. Ze checkt de bon drie keer en bromt dan boos dat alles veel te duur is. Ik breng haar weer terug naar haar kamer waar zij mij commandeert hoe en waar ik alles moet opbergen, alsof ik dit voor het eerst doe. Soms zucht ik eens en denk aan de koelkast van meneer Groen. Maar dan denk ik ook aan de zeven kinderen van mevrouw Zeur die het stuk voor stuk te druk hebben om eens naar hun moeder om te kijken. Een moeder die bang is, zich regelmatig eenzaam voelt, teleurgesteld is in deze laatste fase van haar leven en daarom maar boos is.

loesje en ouderen

Vele jaren terug dacht ik dat oude mensen gezellig bij elkaar woonden in een oord waar alles voor hen gedaan werd en waar zij niets anders deden dan bingo en kinderliedjes zingen. Hoe anders is de realiteit. Nergens ben ik zoveel eenzaamheid tegengekomen als daar. En dat ligt niet aan het huis, zeker niet aan het verplegend personeel maar aan het beleid door de regering opgelegd. Ik stel voor dat iedereen die deel uit maakt van de maatschappij zich een periode beschikbaar stelt als vrijwilliger. Niet alleen op NL doet-dag maar gewoon één keer in de week of één keer in de twee weken een dagdeel even wat extra doen voor een ander. Stel je toch eens voor dat iedereen dat een jaar of vijf zou doen…. Want wie zorgt er voor jou als je oud bent?

 

Zij bestaat

Vandaag ben ik weer eens ernstig de klos. Ik sta in de ‘verkeerde’ rij bij de kassa, oeps… Vanzelfsprekend op een moment dat ik erge haast heb.

Een oud mannetje, al een poosje aan de beurt, legt omstandig uit waarom hij vandaag de boodschappen doet in plaats van zijn vrouw, die nu, als we de oude baas kunnen geloven, met dikke voeten thuis op de bank zit, nadat hij haar helemaal had moeten helpen met aankleden en nadat hij de dokter had gebeld omdat hij zich toch wel zorgen maakte. ‘Zegels?’, snauwt de caissière ongeïnteresseerd. ‘Eh, waarvoor?’ De rij zucht gelaten. Natuurlijk bevindt er zich iemand in die rij die de groenten niet heeft afgewogen en de mevrouw voor me heeft niet goed begrepen dat zij producten heeft uit de actie ‘twee plus een gratis’ en zij dus tegen de stroom in moet worstelen om het gratis artikel te halen. Tijdens het wachten kauwt het kassameisje verwoed ergens op en inspecteert op haar gemak haar glitternagels, roept dan iets onverstaanbaars naar een collegaatje zonder zich om te draaien. Het identieke meisje spreekt klaarblijkelijk dezelfde taal want samen schieten ze in een hikkende lach. Ik ga maar eens op mijn andere been staan.

Als ik eindelijk aan de beurt ben sta ik met open tassen klaar, stellig van plan het opzwepende ritme van de bliepmiep bij te houden. Bijna gelukt. Ze rolt met haar ogen als ik èn de bon èn de zegeltjes wil. Die propt ze met tegenzin in mijn hand en tegelijkertijd het wisselgeld. Wie is hier nou geïrriteerd? Dan zwiept ze mijn laatste boodschappen met een ferme zwaai opzij zodat de zorgvuldig tot het laatst bewaarde eieren toch nog onder de bloemkool komen, grrr.

Maar er is hoop! Ik weet dat er een kassadame is die het anders doet, die me elke keer vriendelijk gedag zegt, alsof ze het enig vindt mij weer eens te zien. Die zonder morren geduldig wacht tot ik het allerlaatste muntje heb uitgeteld en neergelegd. Die attent het bonnetje voor me opvouwt en me op een warme manier waarschuwt ‘denk aan uw eitjes hoor!’. Ze bestaat echt!

Wie? Waar? Dat hou ik liever voor mezelf anders sta ik alsnog in een lange rij.

 winkelwagentje