Tagarchief: blozen

Op straat (2)

Dit vond ik:

En dit ging er aan vooraf:

‘Je moet ook eens op Tinder gaan joh!’, giert mijn vriendin. ‘O nee!’, weer ik beslist af, ‘Dat is niks voor mij!’ Ik omhels haar nog een keer stevig en spring de wachtende trein in. We zwaaien tot we elkaar niet meer zien. Opgelucht zak ik wat achterover, voor zover dat kan in een trein. Een beste meid die Annelies, een vriendin uit duizenden maar soms heeft ze wel erg wilde ideeën hoor. Net terug van een schildersvakantie in de Provence heeft ze meer verhalen over Jean-Pierre, dan over het schilderen. Ik hoor alles maar glimlachend aan, ze brengt wat leven in mijn kleurloze bestaan. Ze geeft me vaak wel het idee dat ik de saaiste persoon op aarde ben maar ik ben nou eenmaal zo. Wonderlijk dat wij zo goed met elkaar kunnen opschieten. Maar wat ze nu zei over dat Tinderen is toch een stap te ver hoor. Ik pak mijn  telefoon en kijk eerst om me heen. Ervan overtuigd dat ik alleen in deze coupé zit, zoek ik schoorvoetend de betreffende app op. Voor ik het weet heb ik een profiel aangemaakt en zit ik te swipen als een malle. Wat een leuke mannen  komen hier voorbij zeg! Zomaar voor het grijpen, hoef ik ook geen enge kroegen in. Ojee! Wat doe ik nu! In mijn argeloosheid heb ik contact gemaakt met ene Bernd. Keurig type zo te zien en hij vindt me leuk. Ik bloos ervan! Gelukkig moet ik uitstappen en stop de telefoon diep weg.

’s Avonds laat Bernd weer van zich horen en wil een ontmoeting met me. Met rode wangen en een verhoogde hartslag spreek ik af vrijdagavond met hem iets te gaan eten bij de Blauwe Markies. Een doorsnee restaurant, echt iets voor mij dus. Op de afgesproken tijd sta ik aan de overkant van het restaurant. Ik heb besloten dat ik eerst wil zien of hij wel komt. Straks zit ik daar voor gek binnen te wachten. Ik controleer nog even of mijn kousen niet gedraaid zitten, dan mijn telefoon of hij niet afgezegd heeft en dan in mijn spiegeltje of mijn mascara niet is uitgelopen. Huh?! Er zit iets heel smerigs tussen mijn meest linkse tand en hoektand! Snel peuter ik met mijn pinknagel. Het zit er nog! Waarom heb ik uitgerekend nu mijn allerkleinste handtas mee? Met de telefoon onder mijn kin geklemd, in mijn linkerhand een pakje zakdoekjes, lipgloss, het spiegeltje, een pakje kauwgom en de sleutelbos, wurm ik met mijn rechterhand in het steeds kleiner wordende tasje. Intussen houd ik de ingang van het restaurant nauwlettend in de gaten. Ja, hebbes! Een flosdingetje! Ik klem het tussen mijn lippen. Zo snel als het kan prop ik alles weer in het tasje en net als ik de rits gesloten heb voel ik een hand op mijn arm: ‘Ben jij het, Michelle? Had jij ook het idee eerst aan de overkant te wachten?’ Van schrik open ik mijn mond en het flosdingetje valt op de grond.

 

Blozen of blazen

Er zijn van die situaties waarin je liever niet verzeilt. Maar soms gebeurt het buiten je om. Overmacht. Het lot. Speling van de planeten. Je staat er middenin en weet niet hoe snel je uit moet. Ik geef een aantal voorbeelden.

  1. Dat je zo’n leuke waterkan, die je gezellig op je tuintafel kunt zetten en dan altijd lekker koud water (of iets anders…) hebt, waar je al maanden om gezeurd hebt, eindelijk van je vriendin voor je verjaardag krijgt. En dat het reuze knusse onding dan niet in je koelkast past.
  2. Dat de stagiaire van de kapper je ouderdomsvlekken voor verfresten aan ziet en het vel van je hoofd probeert te poetsen en je met brandblaren het pand verlaat.
  3. Dat je nonchalant met een glas in je hand over een feestje paradeert en dat je schoudertas dan met een klap naar beneden zakt zodat de inhoud van je glas daar komt waar je het niet hebben wilt.
  4. Dat je zo gewend bent aan je heerlijke hoge toiletzitting thuis dat je elders bijna een doodsmak maakt als je plaats wilt nemen.
  5. Dat je diep ademhaalt en je voluit enthousiast de ‘SALE’ instort, en het enige leuke kledingstuk blijkt ‘net nieuw binnen’ en dus vier keer zo duur.
  6. Dat je denkt ‘Wat liggen daar voor leuke frutseltjes in de etalage?’, en dat je dan met je neus tegen een sexshop blijkt te staan.

Zomaar wat voorbeelden. Als ze mij kunnen overkomen kunnen ze jou ook overkomen, toch? De vraag is nu hoe te reageren?

1. Ga je blozen van pure gêne en schutter je je een slingerende weg door deze problematiek.

2. Of blaas je de problemen van de hand, doe je alsof dit alles er bij hoort.

3. Of blaas je hoog van de toren en weet je manipulatief de schuld bij een ander te leggen?

4. Anders.

Ik begin meestal met 2 maar al snel haalt 1 mij in en omdat blozend iemand de schuld geven echt niet te doen is, valt 3 af. Ik hoop dat iemand een goeie 4 voor mij heeft?