Tagarchief: beveiliging

Verhalenslang 24/25

(de eerste zin van dit verhaal is de laatste zin van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

Ze zwicht, natuurlijk. Daar kon hij haar om haten. Altijd dat meegaande, nooit eens van zich afbijten, nooit eens een eigen menig geven. Aan de andere kant komt het hem wel prima uit. Geen gezeur, gewoon doen wat hij wil, zonder dat truttige overleg. En hij moet toegeven, ze is verdraaid goed in wat ze doet. Hij kan haar maar beter te vriend houden want vervanging zoeken zal niet meevallen. Ze is pijnlijk snel tevreden. Als hij haar een kleinigheid toeschuift kijkt ze hem zo intens dankbaar aan dat hij zich tegelijk een schoft voelt. Ze is zo klein en tenger, breekbaar bijna, dat het ook een behoefte bij hem oproept haar te willen beschermen. Misschien moet hij haar eens meenemen op een leuk tripje.

Ze maken zich klaar voor de klus. Zij doet haar oudste kleren aan en trekt een pet met een grote klep over haar hoofd zodat haar gezicht in de schaduw is. Afgetrapte sneakers en een zelfgebreide tas maakt het sjofele geheel af. Hij hijst zich in een mooi pak dat hem net ietsje te krap is. Een echt lederen tas voor een groot formaat laptop slingert hij over zijn schouder. ‘Ik heb niet zo’n zin meer hoor’, jammert ze, ‘je wilde gisteren ook al.’ ‘Ach schatje, doe het voor mij. Nog  één keertje. Ik heb je zo nodig. Alsjeblieft?’, fleemt hij. Ze drukt zich even tegen hem aan en hij drukt vluchtig een kus op haar kruin. Dan gaat ze naar buiten. Tien minuten later gaat hij ook.

In de winkel is het weer net zo spannend als de eerste keer. Zij loopt wat heen en weer te drentelen, pakt van alles op, bekijkt het van alle kanten om het vervolgens een schap verderop weer neer te  zetten. Ze doet dit zo opvallend dat de twee dames van het winkelpersoneel haar strak in de gaten houden. Zo strak dat ze niet in de gaten hebben dat een keurige heer in een mooi pak clandestien het een en ander zijn tas laat verdwijnen. Op een bepaald moment houdt ze een dure sjaal vast en loopt ermee naar de uitgang. Zodra ze tussen de beveiligingshekjes naar buiten wil lopen, loopt de meneer met het mooie pak ook naar buiten. Het alarm gaat luid piepend af. Hij kijkt nog vragend om maar de beide winkeldames staan al bij haar. ‘Loopt u maar hoor meneer, we zien het al.’ Ze grissen de sjaal uit haar handen. ‘Ik wilde alleen de kleur bij daglicht zien hoor’, verdedigt zij zich nog. Na een verplichte en zo bleek overbodige controle van haar tas, loopt ze even later schouderophalend naar buiten. Hij is al drie straten verder.