Jouster voutjes

Tja, dat Friese taaltje, ik moet er toch even wat mee…

Wij zijn best gewend woorden uit een andere taal over te nemen en er dan een Nederlands tintje aan te geven. Neem het franse woord ‘garage’. De fransen spreken de eerste g uit zoals wij dat nog doen bij guillotine, en de tweede g als zju. Vernederlandst spreken wij de eerste g uit met een harde g. Tenzij je uit Brabant of Limburg komt, dan weer niet. Dat zju houden we erin. Qua uitspraak dan hè. De friezen maken het nog bonter en schrijven het bijna fonetisch op ‘garaazje’. Waardoor een woord als entourage verbasterd wordt tot entoeraazje! Snap je het nog?

    

Dit vond ik ook een vreemd bordje: hier hangen de laatste maatjes met 20% korting. Maar je koopt toch geen maatjes? Mag een maatje geel van u? Heeft u dit maatje ook in het roze? Ik zoek een maatje zonder rits? Wat is het allerlaatste maatje? En wat waren de eerste maatjes dan? Ik associeer het woord maatjes veel meer met het woord vrienden. Maar ja, om nou je laatste vrienden in de uitverkoop te gooien… Snap je het nog?

Reclameborden in Joure zijn ook niet voor de poes. De leuke Producten zijn extra goedkoop? De minder leuke Producten zijn een stuk duurder? En voor wie precies? Voor jou en je huisdier? Of voor jouW huisdier?

Maar laat ik niet teveel mopperen op het taalgebruik in Joure, in Apeldoorn kunnen ze er ook wat van. Dit bord kwam ik tegen op zoek naar een bepaalde winkel. De foto is wat licht en daardoor moeilijk te lezen maar er staat echt:

Wij zijn

verhuist naar

De overkant

numer 19

Maar ja, Nederlands is ook geen studie meer hè… 😉 Snap je het nog?

Advertenties

Toerist

Af en toe is het heerlijk om toerist in eigen land te zijn! Als je dan ook de inlandse taal niet verstaat waan je je direct heel ver weg. Eerst dacht ik steeds Doutzen Kroes gemengd met Piet Paulusma te horen maar gelukkig zijn de meeste Friezen bilinguaal. Een dûmke en een Fryske sûkerbôle begrijp ik overigens zelfs zonder vertaling.

Ik had me aangemeld voor de workshop Fierljeppen in het immer pittoreske Joure maar bij gebrek aan voldoende belangstelling ging dit jammer genoeg niet door. Dan maar een Jouster kuierke maken in het dorp. Midden in het dorp kom ik dit standbeeld tegen, genaamd De Drie Toeristen, en wat doe ik dan…?

 

Juist, dan kijk ik ook omhoog om te zien wat zij zien. Toen was ik dubbelop toerist… Ik zag namelijk, net als die drie, de toren van de Hobbe van Baerdt Tserke. Die meneer Hobbe was vroeger een soort burgemeester en mocht de eerste steen leggen van deze Jouster Toer. Dan praten we wel over 1628, een eindje terug dus. Iemand zag in dit beeld ook de familie van Rossem…

Maar natuurlijk wil/moet je in Joure naar het Douwe Egbertsmuseum. Wat zouden we zijn zonder die voorvader? Geen koffie, geen thee: help! Maar hoe kom ik binnen als ik de deuren moet sluiten….

 

Ik ben burgerlijk ongehoorzaam geweest en heb de deuren uiteindelijk brutaal geopend. Eventjes dan. En zo kon ik toch het geboortehuis van deze held bewonderen. Moest wel op m’n knieën naar binnen, want zijn daden benne wel groot maar zijn voordeur niet hoor.

Om bezoekers wat langer te entertainen is het koffie/theemuseum uitgebreid met van alles en nog wat. Van een huisje volgestouwd met onnoemelijk veel Friese staartklokken, waar ik lichtelijk getikt vandaan kwam. Tot een oude drukkerij waar ik natuurlijk stond te kwijlen bij de prachtige letterkasten. Er is ook een oude metaalwarenfabriek waar ik kon zien hoe koper vroeger gegoten werd. Voor ieder probleem was een oplossing/mal bedacht. Ook hoe je de mallen van de verschillende onderdelen het best kan bewaren. Heel erg leerzaam…

   

Ik bedoel, je zult maar verlegen zitten om een paar vaste nekogen, een setje stuurhutkopvastzetters of een zakje schuifdeurovervalletjes. Ik kan het niet gekker bedenken…het is geruststellend daar!

En gelukkig is er een gezellig museumcafé waar de rozekleurige oranjekoek vriendelijk doch verplicht geserveerd wordt bij de Douwe Egberts koffie en thee. Ik klaag niet, ik ben toerist.

Brons!!!

Men (wie dan ook) vraagt mij wel eens: ‘Hoe werkt zo’n schrijfwedstrijd dan?’ Ik geef je graag een kijkje.

Op 23 maart verscheen deze oproep op facebook bij uitgeverij Ambilicious.

En dan vraag ik mezelf af: vind ik dit leuk? Is het een uitdaging? Kan ik dit? Zal ik meedoen? En als ik minstens drie keer ‘ja’ denk, ga ik broeden. Er verschijnt vervolgens een idee in mijn hoofd. Ik schrijf dit op. Tenzij mijn hoofd opeens een andere kant uitgaat dan schrijf ik iets anders op… Als ik tevreden ben stuur ik het in en wacht duimendraaiend op de uitslag. Als deze op zich laat wachten ga ik enorm twijfelen. Had ik niet beter zus of zo? Snappen ze het wel? Is het niet een heel erg stom verhaal? Te kinderachtig? Te moeilijk? Zal ik eens mailen hoever ze zijn met de jurering?

Op 17 mei verscheen de shortlist.

En dan heb ik al een feestje! Hoezee, ik sta op de shortlist! Maar tevreden ho maar, nu wil ik winnen ook! Nog wachten tot de 25ste… Aangezien ik verhinderd ben de uitslag bij te wonen moet ik ook nog eens tot de volgende dag wachten: vandaag. En dan zie ik op facebook:

Ambilicious

4 uur · 

Tijdens de feestelijke lancering van ‘Toen was je weg’ van Anya Schrijfthebben we de winnaars bekendgemaakt.

  1. Sam Janssen met ‘Zijwieltjes’
    2. Aaltje van Wieringen met ‘Toen was je weg’
    3. Carla van Vliet met ‘einde verslaving’

Van harte gefeliciteerd.

Met de winnaars wordt contact opgenomen.
De overige inzendingen ontvangen feedback op de ingezonden verhalen.

Dit kan nog even duren, gezien de drukte aan deze zijde.

Liefs
Ambi

En dan heb ik weer feest! Het winnende verhaal mag ik nog niet publiceren, dat wil de uitgever liever eerst zelf doen. Dus dat krijg je een andere keer te lezen. Maar zo werkt een schrijfwedstrijd ongeveer… 🙂

 

Slingers (7)

Als kind dacht ik dat een bejaardenhuis het toppunt van gezelligheid was. Altijd wel iemand om mee te kletsen en of gezellige dingen mee te doen. Lekker naar de bingo, je eten wordt gebracht en je was wordt gedaan. Je bent nooit alleen, maar altijd wel samen met iemand. Nu weet ik beter, dat ‘samen’ is niet altijd vanzelfsprekend.

‘Samen’ betekent volgens van Dale ‘bij of met elkaar’. Het gaat er niet om bij of met wie je dan bent als je maar bij of met iemand bent?

Ik zit in het Grand Café te knutselen en hoor twee dames met elkaar praten.

Mevrouw A – Ga jij nog naar die lezing?

Mevrouw B – Wat? Ik ben mijn gehoorapparaatje vergeten.

Vanaf hier praat mevrouw A. flink wat harder zodat iedereen kan meegenieten.

  • Of je nog naar die lezing gaat!
  • Van wie?
  • Van meneer X, over Israël!
  • Wat is Israël?
  • Een land uit de Bijbel en waar het steeds oorlog is!
  • Ik wil geen oorlog!
  • Maar ga je mee?
  • Waarheen?
  • Naar die lezing.
  • O ja, wanneer is dat?
  • Op 2 mei!
  • Ik schrijf het in mijn agenda hoor anders vergeet ik het.
  • Goed van je, 2 mei dus!
  • Wat is er op 2 mei?

Op dit punt kan ik mevrouw A wel knuffelen om haar eindeloos geduld. Na een poosje staat mevrouw B op met de mededeling:

  • Ik ga eerst mijn gehoorapparaatje eens zoeken.
  • Is goed! Fijn dat wij zo goed samen kunnen praten hè?

Aandoenlijk toch. Die kunnen het goed vinden samen. Toch ben je geneigd bij ‘samen’ te denken aan een echtpaar. Hoe vaak hoor je niet ‘gelukkig hebben we elkaar nog’. Of dit altijd beter is…? Mevrouw C loopt langs mijn tafel, knikt me vriendelijk gedag en begint tegen me te praten.

  • Hoe vind je mijn rollator?
  • Prachtig!
  • Grappig hè met die gekleurde bolletjes eraan. Ik weet alleen niet precies hoe die eraan gekomen zijn.
  • Staat gezellig hoor.
  • Heeft u mijn man gezien?
  • Volgens mij zit hij daar.
  • Waar?
  • Daar bij de ronde tafel in het midden.
  • O ja, ik zie het. Wat doet hij daar?
  • Het is etenstijd dus ik denk dat u samen gaat eten.
  • Werkelijk?
  • Ja, ik weet het zeker.
  • Zal ik dan maar bij hem gaan zitten? Of is dat raar?
  • Nee, dat is niet raar. Leuk juist. En eet smakelijk.

Ze rolt naar hem toe en schuift bij hem aan tafel. Hij kijkt haar met lege ogen aan en knikt haar dan vriendelijk gedag. Ze reikt hem de boter, hij haar de kaas. Ze eten samen. Woordeloos. Maar wel samen.

 

 

 

Duwers, pitjes en smijters

Gewoontedieren zijn we met z’n allen. Elke vrijdagmorgen boodschappen doen. En dan mopperen dat het zo druk is. Toch ga ik ook op vrijdagmorgen een weekendvoorraadje halen. Lijstje staat al op de tas.

Nu wil ik niet zeggen dat ik smetvrees heb maar die wagentjes hè…  Ik stop het muntje erin en voel de handwarme duwstang. Wiens warmte is dit en wat heeft hij of zij het laatst aangeraakt? Zijn ze naar de winkel gesneld omdat de zakdoekjes op waren, of de handzeep? Bij de broodafdeling mag ik zelf broodjes scheppen met een enorme tang. Dit alles vanuit hygiënisch oogpunt. Ik doe mijn best de tang als het verlengde van mijn arm te gebruiken, met daarbij het gevoel dat ik op de kermis sta en probeer een pluchen beer te vangen. Het lukt! Dan staat er een mevrouw naast me die gewoon haar handen door de broodjes heen woelt en er drie in een zakje propt.

Omdat zaterdagavond lang zal duren mag er iets mee voor bij de borrel. Even zoeken.

Gevonden! Heerlijke nootjes van de firma Pittjes. Hoe bedenken ze het! Als je de firma belt wordt je direct doorverbonden met hun voicemail: ‘Goedendag, dit is de firma Pittjes.  Dat wil zeggen ik ben Piet Pittjes maar ik ben momenteel aan het pinda’s pellen en mijn vrouw Petronella Pittjes is even aan het pitten dus we kunnen niet aan de telefoon komen. Laat uw nummer maar niet achter hoor! De firma Pittjes wenst u een puike dag!’

Uiteindelijk heb ik alles en begeef me naar de kassa. Ik kan direct beginnen met uitladen. Een vrolijke kennis zwaait gezellig naar me en staat zo goed als achter me. Maar dat gaat zo maar niet! Er kwam een duwer van links! Een ferme duwer ook nog. De kennis moest kiezen tussen opzij springen of een heftige aanrijding. Ze koos scharreleieren voor haar geld en sprong. Ternauwernood ontsnapt. De duwer leunde eerst nadrukkelijk hijgend aan mijn kar. Hygiëne waar ben je? Dan wordt er een lading sucadelappen op de band gemikt. Achter mijn Pittjes. En dan is de band vol want mijn voorganger staat af te rekenen, contant, met veel kleingeld, heel veel kleingeld. Intussen ben ik ook duwer want mijn achterliggers dringen zich op. Ik houd ze op afstand door tegenduwer te worden. Grrr. Dan zie ik tot mijn ontzetting dat ik in de verkeerde rij sta qua caissière, het is een smijter. De anderhalve literflessen pletten genadeloos de brosse koekjes. De Pittjes zitten gelukkig in blik, maar passen net niet in mijn tas. Ze niest ook nog eens flink voordat ze mijn schone voordeelkaart aanpakt. Ik ga naar huis. En snel ook. Want volgens mij komt er een bui?

Tot volgende week vrijdag maar weer…

Even dan

Snel een nieuw blogje, heb er nog even tijd voor. Raar woord dat even . Het betekent hier een kort momentje.  Maar het kan ook gebruikt worden als moeiteloos, zoals in ‘dat doe ik wel even’. Maar is ook het tegenovergestelde van oneven. Interessant vind ik dat, als je één woord hebt dat zoveel kan betekenen. Wat me nog meer  intrigeert is dat er soms wel een begrip of ding is maar dat daar niet eens een woord voor bestaat! Een vrouw die haar man verliest noemen we weduwe maar als diezelfde vrouw een kind verliest is er opeens geen woord beschikbaar. Geen woorden voor is dan opeens letterlijk.

Is het je wel eens opgevallen dat mensen op tv zeggen: ‘Ik ben er stil van’ sowieso nog steevast een kwartier lang blijven kakelen. Of : ‘Ik weet niet wat ik moet zeggen.’, gevolgd door een uiteenzetting van minstens vijfendertig minuten. Dan blijken er toch ruim voldoende woorden binnen mondbereik te zijn. Of ze allemaal op de juiste wijze gebruikt worden is een geheel ander verhaal.

Hoe heet bijvoorbeeld dit?

Ja, die rechtse weet ik wel, dat is een sluitclip om je boterhamzakje mee te dichten. Maar de linker? Geen idee. Ik noem het van ellende maar een lummeltje… maar dat kan dan ook weer een kleine domme irritante man zijn. En geloof me, daarmee is het slecht zakkendichten. Hoe het wel heet? Vertel het me alsjeblieft!

Wat ik me nooit afvroeg is hoe je een blad papier noemt, meestal geplastificeerd door een overijverige vrijwilliger, dat je kunt pakken in een zaal van een museum. Daar staat dan genummerd en wel, de juiste volgorde van kijken op en wat achtergrondinformatie. Ben je uiteindelijk helemaal rond geweest dan zet je dat papier weer in de daarvoor bestemde bak. Zetten ja en niet leggen want het is zo hard door dat geplastificeer, dat het rechtop in kan staan. Nu kreeg ik zomaar een antwoord op een vraag die ik niet eens stelde.

Want dit, lieve lezers, noem je nou een zaalpapier…hoe simpel kan het leven zijn. Je moet er alleen maar even opkomen.

Een volgende keer wil ik het graag eens over deze levensvraag hebben: waarom bestaat er wel een enkelsok en geen kniesok of andersom wel een kniekous maar geen enkelkous.

Fijn weekend…

 

 

Slingers (6)

Als je omroep MAX moet geloven is het Koningshuis echt iets voor oudere mensen. Kijkerspubliek van het  programma Blauw Bloed heeft een gemiddelde leeftijd van 73,4. Dus leek Koningsdag mij een makkelijk en dankbaar thema in het woon-zorgcentrum. Vooral veel rood, wit, blauw en oranje. Ik maakte een tafelstuk dat aan twee zijden te bekijken was. Aan de ene kant een deftig staatsieportret van onze Koning, en een oranje kroon aan de andere kant. Lekker neutraal dacht ik. Mis! De reacties waren behoorlijk uiteenlopend en niet allemaal even koningsgezind.

‘Zet ‘m maar achterstevoren hoor, ik hoef dat hoofd niet te zien!’

‘Wat doet-ie het goed hè.’

‘Liever een foto van de Koningin.’

‘Heeft-ie die medailles allemaal zelf gehaald? Ik geloof er niets van.’

‘Ach, wat een lieve foto.’

‘Weet je wat dat kost dat Koningshuis!’

‘Zijn er al tompoucen?’

‘Nou ja, Rutte is ook niks…’

‘Is het nou alweer Koninginnedag?’, ‘Koningsdag!’, ‘Wat?!’, ‘Het heet Koningsdag.’, ‘Maar we hebben toch ook een Koningin?’. ‘…!?’

Welke kant heeft jouw voorkeur?

 

Gezichtsbedrog

Als je me een beetje kent weet je dat ik er niets aan kan doen. Echt niet. Dat ik er vaak last van heb. Vaker dan me lief is zelfs. Dat mijn omgeving er wel eens suf van wordt. En lichtelijk geïrriteerd. Dat ik het ook wel eens anders zou willen. Alhoewel… 😉

Het lijkt een beetje op ‘ik zie, ik zie, wat jij niet ziet!’ Misschien heb jij het ook wel eens, dat je ergens langsloopt, iets ziet, doorloopt en drie meter later afvraagt:  ‘Wàt zag ik daar nou??!!!’  Vier voorbeeldjes die ik tegenkwam…

Wat een grappig…eh…ding! Mooi van hout ook. Lijkt wel een stoel. Gaaf! Maar…eh… ‘graag met 2 Handen’??? Wat moet ik doen met 2 Handen? Zitten? Handjeklap? Ik stond zo verbaasd te kijken dat de verkoper mij graag verloste van mijn vraagstuk. Hij demonstreerde hoe je met 2 Handen de stoel kon omflippen tot een tafeltje. Dus het wordt zitten met je glas in je hand of staan met je koffie op tafel. En waarom precies met 2 Handen? Anders valt het uit elkaar? Goed systeem…denk ik.

Steeds als ik hier langsfietste dacht ik dat er ‘Boxart’ stond en dacht dat is leuk: een uitvaartonderneming die kisten tot kunst verheft? Gaat het dan om het kisten of de kisten? Of mag je die kisten dan zelf beschilderen? Of iets anders kunstzinnigs mee doen? Toen ik eindelijk eens zo slim was een fototoestel mee te nemen  zag ik dat er nog een t tussen box en art stond en het gewoon een bedrijfsnaam was…

Natuurlijk heb ik thuis ook een aparte papierafvalstapel (mooi woord!). En omdat ik het er vaak zelf neerleg weet ik heus wel wat ik weggooi als de stapel naar de container verhuist. Totdat ik dit piepklein kaartje tegenkwam. Het mat 2 bij 2 cm. Er stonden serieus 20 verschillende talen op. Twintig!!! Op de ene kant staan woorden van ‘Croquisdukke’, tot ‘Mannequim de madeira’, tot ‘Drevená figurina’. Alleen om aan te duiden dat het om een houten tekenpop gaat. Alsof je dat niet kunt zien als je zo’n ding koopt. Op de andere kant kun je van ‘Detta ar inte en leksak’, tot ‘Neskirts zaisti’ tot ‘This is not a toy’ lezen… Wel goed voor je talen! 🙂

Ten slotte deze. Wat denken Marcel en zijn zoon nou echt? Dat er iemand zo gek is om een vrachtwagen voor een taxi aan te zien? En heeft Marcel geen vrouw of schoondochter die zegt: ‘Kap es met die rare ideeën!’ Dan zeggen ze wel eens dat IK rare ideeën heb…

 

 

Op straat (6)

Dit vond ik…

En dit ging er aan vooraf…

‘Ik wil scheiden’, sprak ze op een avond. Ik zat voetbal te kijken, luisterde liever naar de presentator. ‘We scheiden toch al voldoende schat!’, gokte ik. Want ik ben wel degene die met al die losse troep naar de verschillende bakken loop elke week. ‘Dit bedoel ik dus’, zuchtte ze. Ik zag een gevaarlijk één-tweetje aankomen, hield de adem in, mis! Poeh, gelukkig, daar kwamen ze goed mee weg. Ik keek opzij en vroeg: ‘Wat zei je?’ ‘Ik wil scheiden, van jou!’ Ze zei het zo rustig alsof ze meedeelde dat ze alvast naar boven ging. Hetgeen me reuze goed zou uitkomen want dat geklets tijdens een wedstrijd is meer dan hinderlijk. Automatisch antwoordde ik : ‘Is goed schat’. Toen stond ze op en vroeg: ’Luister je eigenlijk wel? Ik wil van je scheiden. Ik wil dat jij weggaat. Ik kan er niet meer tegen. Ik blijf hier met de kinderen. Hoor je me?’ Ik hoorde haar wel maar kon het niet geloven. Naarstig bedacht ik wat er gebeurd kon zijn vandaag dat deze reactie uitgelokt had. Is ze moe, was er iets op haar werk, gaven de jongens problemen, was ze ziek? Uit alle macht probeerde ik me te herinneren wat ze tijdens het eten allemaal verteld had. Ik wist eigenlijk niets meer. Niet dat ik dat ging toegeven natuurlijk. De blik in haar ogen was wel bloedserieus. Wel verdraaide lastig nu net met deze wedstrijd. Ik stond ook op en sloeg mijn armen om haar heen. Tenminste…dat probeerde ik. Ze weerde me af en deed een stap naar achter.’Het is te laat Arthur, veel te laat. Ik heb alles al geregeld met een advocaat, volgende week ben jij hier weg. O ja, en vannacht slaap je op de logeerkamer.’

Overdonderd was ik. En eigenlijk nog steeds. Ik heb een kleine etage gevonden in een buurt waar ik helemaal niet wil wonen maar het kan niet anders. Ik betaal braaf alimentatie en heb een uitgebreid abonnement genomen op een sportkanaal. Natuurlijk mis ik de kinderen alhoewel ik het idee heb dat het andersom een stuk minder is. Laatst vroeg ik de oudste wat hij nou van de hele situatie vond en of zijn moeder het een beetje redden kon. Hij antwoordde doodleuk: ‘Mama is geweldig! En wat bedoel je precies met redden? Ze deed toch altijd al alles?’ Ik wilde mijn wekelijkse gang naar de afvalcontainers ter sprake brengen maar hield toch maar wijselijk mijn mond. Ja, nu ik er eens goed over nadenk deed ze inderdaad altijd alles. Het huishouden, haar baan, de jongens, de financiën, de sociale contacten, de zorg voor wederzijdse ouders. En dan overvalt me opeens een gevoel van schaamte. Maar ook van gemis. Verdorie, ik mis haar! Als ik haar terug wil zal ik het anders moeten aanpakken. Weet je wat? Ik ga mijn leven beteren en meer aandacht geven aan haar en de jongens. Dat ga ik doen! Mijn telefoon gaat: ‘Bedankt hoor, dat je de verjaardag van je eigen zoon gemist hebt! We zijn de boel al aan het opruimen dus je hoeft niet meer te komen.’

 

Bewust Berlijn

Het schijnt dat niemand had verwacht dat Berlijn zou uitgroeien tot een modestad. Maar als je er een poosje rondloopt kun je dit niet negeren. Ik zag een meisje in een geruit broekpak, waarvan de broek net over de knie kwam en de kniekousen kleurden prachtig bij heur haar: beide knalgeel. Ik zag een jongeman  die moeite had de keuze te maken tussen broek en jurk: het werd een broekachtig iets met zwierige lappen aan de zijkanten. Een brurk denk ik? Ik zag een mevrouw helemaal in het zwart gekleed maar heur haar was aan de linkerkant geel en aan de rechterkant rood, met een keurige scheiding in het midden. In elk geval mensen die een modestatement willen maken. De winkels haken daar lekker op in natuurlijk.

Natuurlijk wil je met Pasen zulke sokken dragen. Origineel van Christian Berg! Voor €19,95 ben je zowel Eerste als Tweede Paasdag het heertje, of het haasje…

Je hebt etalages die maar 1 item tonen. Een zonnebril. Zonder prijskaartje. Lekker veel keus. Toch durf ik daar niet naar binnen. Stel dat ik hem moet passen van zo’n paspopfiguur van een verkoopster en dat ik hem heel goed vind staan maar dat ik niet over zoiets banaals als geld durf te beginnen en dat ik hem uiteindelijk  niet kan betalen en dat ik dan het ding wil terugleggen en per ongeluk één pootje een heel klein beetje verbuig.

En je hebt etalages die iets teveel tonen. Dat je niet meer weet waar je kijken moet. Dat je niet eens naar binnen durft maar om een heel andere reden: wedden dat ik hier struikel en dat dan als dominostenen alles over elkaar heen klettert en dat ik dan voor tien glascontainers moet betalen om alles op te ruimen.

Natuurlijk is niet iedereen even modebewust in Berlijn… Toen ik deze meneer zag vroeg ik me serieus af wat hij dacht toen hij dit shirt kocht. Had hij zijn kin in zijn hand, draaide hij drie maal om zijn as en zei: ‘Ja, dit is het, zoiets zoek ik, het staat me geweldig, ik kan het hebben!’ en verliet hij het pand in zijn nopjes. Of heeft hij het zelf gemaakt, dat kan ook nog. Misschien wel tijdens een leuk vrijgezellenfeest gehad, of tijdens een workshop met de zaak, of was het een praktische oefening van zijn therapeut, of heeft hij het gekregen van een creatieve schoonmoeder. Wie zal het zeggen. Het is soms, vaak, ook wel een kwestie van dragen. Weten hoe ermee om te gaan. Wat ik in elk geval geleerd heb is dit: de beste, nieuwste, meest comfortabele manier om een tas te dragen!

Nog even bewust oefenen…