Categorie archief: Uncategorized

Bloedlink

(Dit verhaal heb ik geschreven voor de schrijfwedstrijd van uitgeverij LetterRijn, een jaarlijks terugkerende uitdaging waarbij ik twee jaar achtereen een plekje op de longlist wist te bemachtigen. Dit jaar is dit helaas niet gelukt. Het thema was ‘Blind vertrouwen’ en het moest een spannend verhaal worden van 3000 à 4000 woorden. Lees hieronder wat ik er van maakte.)

Bloedlink

Ze staat wijdbeens voor hem. Het verpleegstersuniform kruipt wat omhoog. Haar donkere stem vult de ruimte. ‘Doktertje spelen hè?’ Hij likt zijn droge lippen en verschuift op zijn stoel. Meer bewegen is onmogelijk. Zijn enkels en polsen zijn met drukverband aan de stoel gebonden. Zodra hij aanstalten maakt iets te zeggen grijpt ze hem bij de keel. ‘Geen woord. Dat was de afspraak.’ Snel knikt hij geluidloos. Het spel van vastbinden verdroeg hij amper, nu wil hij meer. Ze komt dichterbij, haar adem raakt zijn gezicht. ‘Ik tel tot 10 en dan … ’ Tergend langzaam begint ze te tellen. Bij 4 begint hij heftig met zijn ogen te knipperen, bij 6 maakt hij schokkende bewegingen met zijn schouders en bij 8 hangt zijn hoofd ontspannen naar voren. Bij 10 duwt ze zijn hoofd naar achter, waar het met een doffe dreun tegen de muur bonst.

***

Ilse opent haar ogen en weet direct dat er iets leuks is vandaag. Ze is jarig. Snel glijdt ze haar bed uit. Zal ze haar mooiste jurk aantrekken? Zal mama daar blij van worden? Gisteren heeft ze zelf van een roze lint, dat ze zomaar op straat gevonden had, een strik gemaakt en met een veiligheidsspeld op de voorkant van haar jurk vastgemaakt. Opeens was het een feestjurk geworden. Even trekt er een schaduw over haar gezichtje. Als mama het maar niet overdreven vindt en boos wordt. Ze schudt haar hoofd. Nee, het is haar verjaardag vandaag en mama zal blij verrast zijn en haar knuffelen omdat ze al zo’n grote meid is geworden. Misschien heeft ze wel aan een cadeautje gedacht en is ze vandaag niet zo moe dat ze de hele dag in bed moet blijven liggen. De enige beweging die mama de laatste tijd maakt is een loopje naar de schuur. Daar bewaart ze haar voorraad medicijndrankjes. Ilse hoeft echt geen groot cadeau maar haar schetsboek van vorig jaar is vol en haar potloden zijn zo kort dat ze bijna niet meer te slijpen zijn. Ze trekt de jurk aan en borstelt haar haren tot ze glanzen. Als ze de trap afhuppelt neuriet ze zachtjes ‘Lang zal ze leven’. In de keuken is het stil. Ilse loopt naar het aanrecht om ontbijt klaar te maken. Ze struikelt bijna over iets dat naast de tafel ligt. Als ze verstoord omkijkt herkent ze de konijnenpantoffel van mama. Ze raapt de pantoffel op en wil hem naar de gang brengen als opeens de buitendeur met een enorme zwaai openvliegt. Ilse doet van schrik een stap naar achter en botst tegen het aanrecht aan waardoor een grote stapel pannen op de grond klettert.

‘Ben je helemaal gek geworden! Wat is dit voor een klereherrie en een puinzooi!’

‘Mama! Ik schrik gewoon. Wat deed jij nou buiten?’

‘Ik hoef jou niks uit te leggen toch zeker!’

‘Nee mama.’

‘Wat zie je er belachelijk uit met die strik!’

‘Maar mama, ik … ’

‘Ik , ik, niet alles draait om jou hè!’

‘Hier is je pantoffel.’

’s Avonds brengt Ilse een stukje zelf gebakken appeltaart bij haar moeder boven op bed.

‘Kijk es mama, voor jou.’

‘Heb ik hierom gevraagd?’

‘Nee, maar ik dacht … eh … omdat ik … eh …’

‘Kind, stotter niet zo irritant en geef hier die taart. Wegwezen jij!’

‘Ja mama.’

***

Rechercheur Koen Verhage weet ternauwernood de tegemoetkomende vuilniswagen te ontwijken. Scheldend draait hij zich om en ziet nog net hoe een vrouw in het zwart, zwaaiend met haar rechterhand en in haar linker een grijze plastic zak, tevergeefs haar best doet om aandacht te trekken van de vuilnismannen. Bij nummer 47 stopt hij en zet de auto langs de kant van het smalle trottoir. Hier is het adres dat hij doorgekregen heeft van het bureau. Zijn collega Philip Hoekstra is vast al aanwezig en hij gaat er vanuit dat de hulptroepen verdekt staan opgesteld. De begane grond van het huis is aan het zicht onttrokken door een hoge haag. Koen duwt het piepende hekje open en loopt naar de voordeur. Zijn hand gaat naar de bel maar dan ziet hij dat de deur op een kier staat. Met zijn knie duwt hij de deur verder open en behoedzaam loopt hij naar binnen. De gang is nogal donker. Er hangen zowel heren-  als damesjassen aan de kapstok. Het ruikt vaag naar kaneel. De donker houten trap is bekleed met een beige loper. Drie deuren komen uit op de gang. Rechts waarschijnlijk het toilet, recht vooruit de keuken en links zal dan de woonkamer zijn. Hij kiest voor de woonkamer. Even schrikt hij van een bewegende gedaante naast hem maar het blijkt zijn eigen spiegelbeeld. Zachtjes opent hij de deur en kijkt onderzoekend rond. Geen verdachte aanwijzingen te zien. Plotseling valt de voordeur met een harde klap in het slot en gebeuren er drie dingen tegelijkertijd. Koen draait zich vliegensvlug om, de in het zwart geklede vrouw die hij buiten zag kijkt hem met grote ogen verschrikt  aan en Philip springt uit de keuken te voorschijn gewapend met een gebakvorkje.

***

Ilse opent haar ogen en weet direct dat er iets is vandaag. Ze is jarig. Meteen voelt ze ook weer de knoop in haar maag die er zit sinds haar moeder opgenomen is. Natuurlijk had ze best door dat haar moeder een alcoholprobleem had maar wat kon ze er aan doen. Ze deed alles wat haar moeder van haar vroeg. Het huishouden en de boodschappen waren het ergste niet, maar het legen van de kotsemmer en het in voortdurende onzekerheid leven kostten haar veel meer energie. Ze werd bedreven in de schijn ophouden voor de buren, ze kende alle supermarkten die haar de drank zonder problemen meegaven, talloze malen tilde ze haar moeder van de grond op de bank. Maar elke keer als ze de sleutel in het slot van de buitendeur stopte huiverde ze even. Hoe zou ze haar moeder aantreffen? Wat als ze een keer te laat was? Een haf jaar geleden gebeurde het onvermijdelijke. Ilse stond hulpeloos naast het bed van haar moeder.

‘Mama, wordt nou wakker.’

‘Laat me met rust!’

‘Het gaat niet goed met je.’

‘Sodemieter op.’

‘Ik ga de dokter bellen.’

‘Nee!!!’

‘Mama, ik wil je alleen maar helpen. Niet gooien, nee niet doen! Kijk uit, je valt! Mama!’

Alert als ze was belde Ilse direct de huisarts en voor ze het wist zat haar moeder in een kliniek en kwam oma voor haar zorgen. Aangezien Ilse al zolang gewend was alles zelf te doen en oma ook niet overliep van zorgkwaliteiten, bestond de zorg de laatste drie maanden uit een dagelijks telefoontje. Met een driftig gebaar veegt de Ilse de opkomende tranen uit haar ogen. Ze moet iets doen om te voorkomen dat ze stikt in haar gevoelens. Ze stapt uit bed en gaat aan haar bureau zitten. Ze pakt een mes en zet de punt op de binnenkant van haar onderarm. Dan haalt ze diep adem en maakt langzaam een streep met het mes. Het rode bloed druppelt op haar witte schetsboek. Snel pakt ze een tissue en probeert de druppels weg te vegen, ze laten een fascinerend patroon achter. Nog een aantal tissues drukt ze tegen de snee. Dan gaat haar telefoon.

‘Oma? … Ja, dank je wel hoor … Veertien … Nee, ik huil niet, niks aan de hand … Ik ga zo met vriendinnen naar de bios … Morgen weer naar mama … Natuurlijk wordt ze beter! … Dag oma.’

Ilse gaat naar beneden en zet in de keuken alle ingrediënten klaar om een heerlijk appeltaart te bakken. Morgen zal ze een stuk meenemen naar haar moeder.

***

 Koen kijkt de dame in het zwart vorsend aan. Hij heeft moeite zich een mening over haar te vormen. Ze ziet er een beetje verdwaasd uit en absoluut niet schuldbewust. Ze glimlacht.

‘Wilt u ook eerst een stukje appeltaart? Ik heb hem vanmorgen gebakken.’

‘Nee dank u wel. Ik wil wel iets anders.’

‘Ik begrijp het, liever koffie zeker?’

‘Nee, ook dat niet. Ik zou graag even in uw huis rond willen kijken.’

‘ Waarom? Wat heeft dat ermee te maken? En kan dat zomaar? Wat zoekt u dan?’

‘Tja, ziet u, dat is een beetje het probleem, maar zodra ik het zie weet ik het.’

‘Wat een raar verhaal, maar vooruit, ga uw gang. Als u maar niets meeneemt hè. Daarna een stukje appeltaart?’

Koen laat het zich geen twee keer zeggen. Hij knikt naar Philip en samen ze doorzoeken ze het huis grondig. Ze zoeken aanwijzingen maar weten absoluut niet hoe die er uit zien. De kamer, de keuken en de voorraadkast leveren niets op. Boven onderwerpen ze de badkamer aan een minutieus onderzoek, zonder enig resultaat. Vervolgens zijn de slaapkamers aan de beurt. Koen neemt de kamer aan de voorkant van het huis. Hij gokt dat dit de kamer van de vrouw beneden is. In de kledingkast is niets bijzonders te zien. Ook in de tassen die onderin de kast staan, vindt hij niets van betekenis. Voor het raam staat een tafeltje. Daarop een zielig plantje in een oranje pot, een doos tissues, drie blikken met potloden, talloze vellen papier met kleine zwart wit tekeningetjes, een fotolijstje met een korrelige foto van een man. Koen trekt het enige laatje open en ziet drie puntenslijpers, een verzameling briefjes met wijze spreuken, paperclips en een rolletje drukverband. Er ligt een sleutel met daaraan een label met een muizentekeningetje. ‘Koen!’, hoort hij Philip opeens roepen. Aan de toon merkt Koen dat het menens is, hij laat de sleutel in zijn jaszak glijden en snelt naar de slaapkamer waar Philip zich bevindt. Op de drempel blijft hij staan. Hij ziet het ook. In het grote bed ligt een oude vrouw. Een dode vrouw.

***

Ilse doet opent haar ogen en wil ze het liefst zo vlug mogelijk weer sluiten. Ze is jarig vandaag maar ook zo oneindig moe. Ze vraagt te veel van zichzelf de laatste tijd. Maar ze moet schilderen anders wordt ze helemaal gek. Zuchtend staat ze op en sloft naar de slaapkamer van haar moeder.

‘Je bent laat! En slof niet zo!’

‘Goedemorgen mama, het spijt me.’

‘Je kunt toch wel klokkijken? Ik moet op tijd mijn medicijnen!’

‘Ja mama, ik haal ze direct.’

‘Neem gelijk die halve fles van gister mee.’

‘Mama!’

‘Zeik niet zo! Van wie jij die stijve burgerlijkheid toch hebt. Niet van mij hoor. En ook niet van je vader trouwens. Dat was nog es een lollige vent.’

‘Zo lollig dat hij ons liet zitten?’

Een klinkende klap op haar wang is de enige reactie.

‘Sorry mama.’

Ilse verlaat de kamer en pakt in de keuken de nodige medicatie. En de half lege fles van gister. In de gang hangt onder haar jas een tas. Snel pakt ze daaruit een elastische band, een spuit met een holle naald en een paar glazen buisjes. Ilse haalt diep adem en laat het zachtjes ontsnappen.

‘Ilse waar blijf je. Wil je me dood hebben?’

‘Nee mama, hier is alles. De dokter heeft trouwens weer gebeld en wil een nieuw  bloedonderzoek doen.’

Voordat haar moeder kan protesteren heeft Ilse de elastische band al om haar bovenarm gedaan en de naald in de holte van haar elleboog gezet. Twee buisjes, meer niet. Snel ruimt ze de spullen op. Haar moeder is al afgeleid door de halve fles.

‘Zal ik je vandaag eens lekker douchen?’

‘Sodemieter op met je douchen. Wat ben je toch een stom wurm. Zet de tv aan en breng me iets lekkers. En koffie. Of liever nog een fles. En kijk niet zo!’

‘Dan moet ik eerst boodschappen doen. Ook voor de appeltaart. Red je het een poosje zonder me?’

‘Ga weg!’

Ilse haast zich naar beneden. De twee buisjes zitten in haar vestzak. Ze pakt een boodschappentas, haar jas, haar sleutels en gooit de deur hard achter zich dicht. Eenmaal buiten loopt ze snel om het huis heen en verdwijnt in de garage. Deze plek heeft ze een aantal jaar geleden zelf omgedoopt tot atelier waarvan zij de enige sleutel heeft. Het is haar domein. Eén wand hangt vol met kleine schilderwerkjes. Stuk voor stuk staan er kinderen op. Jonge vrolijke en aandoenlijke kindjes lijken van het doek af te springen. Tegen de andere muren staan grote doeken met abstracte voorstellingen. Opvallend is het identieke kleurgebruik bij alle schilderijen, het lijkt wat op sepia, roodbruinachtig.  Heel wat anders dan de kleine grijze muisjes die ze vroeger als kind tekende.  Ilse opent een tweedeurskastje en haalt er een potje uit. Ze schroeft de deksel eraf en leegt de twee buisjes in het potje. Dan schroeft ze de deksel er weer op en wrijft over het etiket. ‘Mama’ staat erop. Ze zet het potje tussen de twee andere. Op de linker staat ‘Ilse’ en op de rechter staat ‘Rob’. Het potje van Rob is leeg.

***

Koen buigt zich voor de zekerheid nog over de vrouw maar schudt zijn hoofd naar Philip. Dan snerpt opeens het geluid van de voordeurbel door het huis. Al snel volgen er voetstappen op de trap en staan er twee mannen in het zwart met een brancard op de drempel van de kamer. De vier mannen kijken elkaar verbaasd aan. De vrouw in het zwart dringt zich naar voren. Ze gaat naast het bed staan en plant haar handen stevig in haar zij.

‘En nu graag wat duidelijkheid! Wie zijn jullie?’ Ze wijst naar Koen en Philip.

‘Wij zijn van de politie. Dat weet u toch?’

‘Nee, dat weet ik niet! Hij daar zei zijn naam en dat hij op zijn collega wachtte en u trof ik in mijn woonkamer.’

‘Het spijt me vreselijk voor het misverstand. Maar ik begrijp dat deze heren voor deze mevrouw komen?’

‘Ja, mijn moeder is vanmorgen overleden, of vannacht in haar slaap, dat wist de huisarts niet precies.’

‘Gecondoleerd. Was ze ziek?’

‘Zoiets. Misschien kunnen we deze heren hun werk laten doen en dat u mij in de keuken de werkelijke reden van uw komst uitlegt?’

Koen en Philip knikken tegelijk en gaan met de vrouw naar beneden.

***

Ilse opent haar ogen en weet meteen dat het vandaag weer gaat gebeuren. Gisteren was ze in de zevende hemel toen ze een telefoontje kreeg van Rob. Nadat hij vorig jaar succesvol een aantrekkelijk boek van haar kinderschilderijen had uitgegeven, bleven ze contact houden. Rob was meer in haar geïnteresseerd dan andersom, maar hij hielp haar op weg met werk. Dat ze er leuk aan verdiende speelde misschien ook mee. Geld waarmee ze een mooie warme duster voor haar moeder kon kopen. En zijdezachte lakens, en luxe dikke badhanddoeken. Eén keer nam ze hem mee naar huis, maar meer omdat hij zo aandrong.

‘Mama, dit is Rob.’

‘En Rob is … ?’

‘Rob de Winter, je weet wel, mijn uitgever. Van het kinderboek.’

‘O, dat kinderachtige gepruts!’

‘Mama, hij helpt me toch!’

‘Wat moet hij daarvoor terug? Leer mij ze kenen die mannen die alleen maar willen helpen.’

‘Mama!’

‘Trouwens, daar heb je helemaal geen tijd voor, je moet voor mij zorgen.’

‘Dat doe ik toch?’

‘Ga dan eerst maar eens een fles voor me pakken.’

Ook na deze onbevredigende kennismaking liet Rob haar niet vallen. Vaak spoorde hij haar aan eens wat groter en andersoortig werk te proberen. Op een dag waagde ze zich er gewoon aan. Ze kocht een groot doek, voorzag het van een lichte ondergrond door de verf heel erg te verdunnen. Ze legde het doek plat op de grond en daarna smeet ze met een kwast nieuwe donkere verf op het doek. Het werd een boog van dikke druppels. Toen pakte ze het doek op en hield het verticaal. De druppels leefden een eigen leven en gleden grillig naar beneden. Vlak voor ze over de rand zouden glijden draaide Ilse het doek een kwartslag en de druppels rolden kronkelend de andere kant uit. Het resultaat was verbluffend. Ze probeerde het nog een keer. De ronde bogen en de hoekige lijnen vormden een abstractie waarvan zij niet wist dat ze het in zich had. Aarzelend liet ze het Rob zien. Hij was geraakt door de rauwheid, door de gevarieerdheid binnen zo’n beperkt kleurschema. Hij gebruikte zijn contacten en regelde een serieuze expositie voor haar. Het hield in dat ze minstens veertien werken af moet hebben binnen een half jaar. Veertien! Dat zou wel heel veel verf kosten. Gisteravond belde hij om te vertellen dat er al één doek ongezien verkocht was. Voor een duizelingwekkend bedrag ook nog. Ze zou alles voor mama kunnen kopen. Eigenlijk had ze Rob niet meer nodig. Vanavond zou ze hem verrassen, als traktatie voor haar verjaardag.

***

Zodra ze zeker weet dat hij buitenbewustzijn is doet ze een elastische band om zijn linker bovenarm en speurt zijn armholte af naar een goede ader. Dan zet ze een holle naald in zijn ader. Al snel loopt het bloed door een slangetje naar een zak. De zak ligt op een weegschaal zodat ze de hoeveelheid in de gaten kan houden. Na 12 minuten heeft ze een halve liter. Ze kijkt en denkt na. Het is te weinig, besluit ze, en legt een nieuwe zak aan. Opeens slaat hij zijn ogen open en kijkt haar doordringend aan. Even blijven haar ogen in die van hem haken. Als hij mompelt: ‘Wat doe je?’ duwt ze hem snel een in chloroform gedrenkte doek onder de neus. Zijn hoofd bonst weer tegen de muur en zijn bloed stroomt gestaag in de tweede zak.

***

Ilse doet haar ogen verschrikt open zodra ze haar moeder hoort gillen. Ze haast zich naar de andere slaapkamer. Haar moeder zit rechtop in bed en staart met afschuw naar de tv. Met trillende vinger  wijst ze naar het beeld.

‘Alweer één!’

‘Wat bedoel je mama?’

‘Alweer een dooie! Kijk nou Ilse!’

‘Ik zal de tv uit doen mam, het is hartstikke laat en dan ga je lekker weer slapen.’

‘Kijk nou Ilse, dat is toch die Rob van jou?’

Ilse staart verwilderd naar het beeld en zet de tv snel uit.

‘Ga nou maar lekker slapen, je bent moe en dan zie je dingen die er niet zijn.’

‘Ga jij nou zeggen dat ik gek ben? Ik ken Rob toch zeker wel!’

‘Ja mama, maar…’

‘ En nou is hij ook dood. Net als al die andere kerels die de laatste tijd de pijp uit zijn gegaan.’

‘Wat hebben die er nou mee te maken?’

‘Weet ik veel, zeg jij het maar!’

‘Maar mama, ik doe toch alles voor jou, dat weet je toch?’

 

***

De vrouw in het zwart neemt plaats tegenover Koen. Van haar kordate optreden daarnet boven is opeens niets meer over, het lijkt wel of ze leeggelopen en gekrompen is. Philip leunt tegen het aanrecht en laat Koen het woord doen.

‘Even voor de goede orde, u bent mevrouw Ilse Verduijn?’

‘Dat klopt, maar ik begrijp nog steeds niet wat u hier komt doen.’

‘Het spijt me verschrikkelijk van uw moeder en dat we nu uitgerekend op deze dag langskomen, maar we moeten u het een en ander vragen. Kunt u het aan?’

‘Ze is dood. Het heeft allemaal geen zin meer.’

Ilse pulkt aan een velletje naast haar duimnagel en ziet er totaal verloren uit. Philip haalt achter haar zijn schouders en maakt met zijn hand een wegwerpgebaar. Koen schudt bijna onzichtbaar zijn hoofd. Er klinkt een begripvolle toon in zijn stem.

‘Had u een goede relatie met haar?’

‘Ze is … eh … was niet gemakkelijk, maar het was mijn moeder begrijpt u?’

‘U deed uw best haar te plezieren?’

‘Jazeker!’

‘En dat waardeerde ze ook?’

‘Eh … niet altijd, maar ik heb er altijd het volste vertrouwen in gehad dat er een dag zou komen dat ze me op de juiste waarde zou schatten!’

‘En kwam die dag?’

‘Te laat. Ze is dood.’

‘Het volste vertrouwen hè? U was er zo zeker van, dat het waardeoordeel van uw moeder invloed had op uw leven?’

‘Ja natuurlijk. Maar iedereen wil toch graag de goedkeuring van zijn moeder?’

‘U zou alles voor haar overhebben?’

‘Wat bedoelt u?’

Koen legt iets op tafel. Het is de sleutel met het muizenlabel die hij boven gevonden had.’

‘Herkent u dit?’

‘Ja, die is van mij! Hoe komt u hier aan!’

‘Waar past deze sleutel op?’

‘Die is van mijn atelier. Maar … ’

‘Hoe komt u aan die bijzondere verf die u gebruikt?’

‘Geheim recept.’

‘Dan willen we graag nu even in het atelier kijken.’

‘Waarom? Wat heeft dat met mijn moeder te maken? Ik snap trouwens nog steeds niet wat u hier nou precies doet?’

De telefoon van Philip jengelt ‘We are the Champions’. Hij neemt snel op, luistert en sluit weer af.  Schuift vervolgens wat heen en weer op zijn scherm en laat Koen een foto zien van een verpleegstersuniform, een elastische band, injectienaalden en glazen buisjes. Hij fluistert: ’Vuilniszak.’

Op zijn beurt laat Koen de foto aan Ilse zien.

‘Herkent u dit?’

‘Dat heb ik net allemaal weggegooid.’

‘Mag ik vragen waarom?’

‘Niet meer nodig. Mijn moeder is dood, weet u nog. Het heeft allemaal geen zin meer.’

Koen geeft de telefoon terug aan Philip, speelt wat met de sleutel en schraapt dan zijn keel.

‘Juist ja. Mevrouw Verduijn, we hebben duidelijke aanwijzingen dat u iets te maken heeft met de zes vermoorde mannen van de laatste tijd en met de poging tot moord op Rob de Winter.’

‘Poging? Hij is toch dood?’

‘Nee, hij heeft het op het nippertje overleefd en omdat hij ons veel bruikbare informatie heeft verstrekt, hebben we zijn dood geënsceneerd.’

Even later staat Ilse met de twee politiemensen in haar atelier. Ze heeft haar armen strak om zich heen geslagen alsof ze het ijskoud heeft. Haar gezicht toont geen enkele emotie. Koen bekijkt de indrukwekkende hoeveelheid schilderijen. Ze zijn oplopend in grootte waarbij de verf ook steeds dikker is aangebracht, soms met meerdere lagen zelfs. Hij heeft geen verstand van schilderen maar hij meent er opgekropte woede in te zien. Philip open de houten kast. Hij seint zijn meerdere en samen kijken ze naar de gestickerde potten. Ilse. Mama. Rob. Henk. Martin. Dries. Wim. Joris. Ronald.

‘Nog een laatste vraag: als uw moeder vanmorgen al overleden was waarom bakt u dan een appeltaart?’

‘Ik ben jarig vandaag.’

 

 

 

Ruilhandel

Men is geneigd te denken dat ruilhandel een ouderwets gegeven is maar niets is minder waar. We ruilen nog steeds. Vanmorgen bij de boodschappen. Groenten en fruit geruild tegen een briefje. Een briefje dat weliswaar vijf euro waard is maar het blijft ruilen. Voor niets gaat de zon op, dat dan weer wel.

Na de boodschappen even shoppen in de stad. Kijken of er nog iets te ruilen valt. Het eerste wat ik tegenkom is dit…

Ik bekijk ‘het’ aan alle kanten. Meet een hakhoogte van 11 centimeter. Ontdek een prijsstickertje op de zool. Ga op zoek naar een winkelmedewerker en vraag hem om uitleg. Maar hij garandeert me dat de prijs klopt en vraagt me welke maat hij voor me mag halen. Ik bespaar hem de moeite. Ik ga toch geen €140,- ruilen tegen een hernia door wat stukjes versleten spijkerbroek?! ‘Ik kijk nog even verder.’ is mijn laf excuus. Misschien een leuke tas, daarvan heb je er nooit te veel.

Mooi strak van vorm en gemaakt van prachtig leer. Zacht leer ook… denk ik. De tassen staan achter slot en grendel dus ik kan het niet daadwerkelijk voelen. De prijs is ook niet te zien maar het kleintje ernaast, die niet groter is dan een kwart van deze, kost €99,95. Je hebt dan wel een echte Matt & Nat in handen. Ik vraag me af hoe die twee elkaar gevonden hebben Matt en Nat. Hebben ze hetzelfde afstudeerproject op de kunstacademie gedaan? Vormen ze Beauty en the Brains? Zorgt de een voor de creativiteit en is ander handig met ruilen? Gelukkig heette Matt niet Droog… Nee, ik ruil geen briefjes of munten voor deze tas. Dan maar gewoon even lekker kleren kijken en passen.

Toppunt van optimisme vind ik dit. In eerste instantie stonk ik er in ook nog. Ik hing alle te passen kledingstukken enthousiast op yes en yes. Uiteindelijk waren de yessen leeg en brak de no bijna af… Geen geruil hier. Hier word ik no vrolijk van en ga ik maar yes snel naar huis. Lekker op de bank , krantje lezen. En wat denk je?

Ik denk dat John de Mol dit geplaatst heeft, op zoek naar wat aanspraak, onder het mom van een nieuwe hobby. Ik zie hem zo zitten met allemaal keurig geordende stapeltjes op zijn bureau. Diepe frons op het voorhoofd: welk format zit hierin? En dan brandt er opeens een lampje boven zijn  hoofd: Ik heb het: ik ga ze ruilen! In verband met de privacy heeft hij zijn naam en mailadres doorgestreept, die ruilt hij niet graag in.

 

Echte moeders

Op de allerlaatste mooi warme dag van het jaar zag ik het gebeuren. Zo recht voor mijn ogen. Een vader, een zoontje en een dochtertje. Moeder was er niet bij. Gescheiden? Wilde ze even alleen in de winkel kijken? Waren de kinderen niet te genieten en stuurde ze hen, inclusief verwekker, naar buiten.

Wat doet een vader die niet weet wat hij met zijn kinderen aan moet? Juist: omkopen met lekkers! Hij kocht drie ijsjes. Bolletje gevaarlijk hoog opgestapeld op een hoorntje. Zelf ging hij in de zon op een muurtje zitten en genoot zijn hele ijsje lang.

De kinderen hadden ook een muurtje ontdekt. Eentje waar je best op kon lopen. En likken tegelijk. Eentje waar je ook wel op kon rennen. En vergeten te likken. Een muurtje met hoogteverschillen. Waar je over kon struikelen als je niet oplette. Als je bijvoorbeeld aan je ijsje likte.

Met meisje ontsprong de dans. Ze viel niet van het muurtje en haar ijsje ook niet. Het jongetje was de klos. Het ijsje ook. Zijn linkerbroekpijp van zijn  spijkerbroek  was opeens aardbeienroze. Zijn witte sneakers hadden chocoladevlekken. Aan zijn handen kleefde verse aarde.

Zul je net zien dat moeder er aan komt. Ze vist haar nazaat van de grond, schud hem scheldend door elkaar, stevent dan op vader af om haar ongenoegen op hem bot te vieren. Ik hoorde het niet maar gok dat kreten als ‘jij altijd’ en ‘ik nooit’ hem om de oren kletsten. Opeens moest ik aan die reclame denken waarin een moeder tegen een knoeiend kind steeds maar lieflijk beweert ‘Geeft niet’, ervan uitgaand dat zij het perfect wasmiddel heeft.

Wie is nu de echte moeder?

Schrijfhandje 41/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht.)

Soms weet je van tevoren al dat je een winkel niet in hoeft te gaan. Je werpt een blik in de etalage en je weet het al. Je ziet een reclame/advertentie op de ruit geplakt en je weet niet hoe snel je moet doorlopen. Dat dacht ik eerst ook maar omdat ik deze serie aan het maken ben stopte ik natuurlijk direct om er een foto van te nemen. Kijk nou toch!

Normaal gesproken ben ik best geïnteresseerd bij het woord ‘Koopje!’. Kom maar op denk ik dan. De vanafprijs is alleen niet erg duidelijk, kostte de babykamer nou eerst € 895,- , € 595,- of € 395,-? Dat gerommel vind ik al uiterst onbetrouwbaar overkomen. Maar goed het gaat wel om een ‘Complete Babykamer’. Wat hoort daar allemaal bij?

Ten eerste: de ‘Komode’, er staat tussen haakjes iets in het roze achter wat niemand kan lezen. Bij 10 x inzoomen zie ik ‘gratis kussen’ en vlak daarboven weer in zwart ‘nieuw’. Van origine Franse woorden blijven lastig, en inclusief nieuwe zoenen blijf ik verdacht vinden.

Ten tweede: een ‘Ledikantje voor prinsje of prinsesje’. Ik denk toch niet dat er bij Willem en Maxima nog eentje bijkomt hoor.

Ten derde: een ‘Kinderstoel’. Altijd handig in de babykamer. Er achter staat ‘massief-hout-gewis’. Dit zou er op kunnen duiden dat de verkoper er zeker van is dat de stoel van hout is en dat het massief is. Of dat er iets te wisselen valt…

Ten vierde: een ‘Hemeltje’. Ik zie dan meteen wolken geschulpt kant voor me met hier en daar een snoezig strikje om het lief klein wondertje nog wat te beschermen tegen de grote boze buitenwereld. Maar hierachter staat ‘klamboe’. Dat associeer ik toch altijd eerder met zwarte bromvliegen en akelige muggen.

Maar goed, al deze artikelen bij elkaar zijn nu verkrijgbaar voor ‘slechts €175,-‘. Dit klinkt mij toch wel bizar goedkoop in de oren. Volgende keer toch eens binnenkijken… of zal het snel verkocht zijn???

Toptip!

Eerst wilde ik boven dit stukje ‘Vakantie tip!’ zetten maar dat dekt de lading niet. Het gaat namelijk om een boek, mijn boek…

Natuurlijk is het hartstikke leuk voor de vakantie, als je in je luie stoel zit en iets te lezen wilt hebben. Niet te langdradig, je kunt het even wegleggen om er later ongehinderd weer in verder te gaan. Het is om te lachen, soms om te huilen, vaak vertederend en soms confronterend. Wie houdt er nu niet van grappige prietpraatjes! Ik heb ze allemaal zelf verzameld in de tijd dat ik bijles-juf was en vond ze uiteindelijk te leuk om voor mezelf te houden.

Maar waarom moet je hier vakantie voor hebben? Dat hoeft dus helemaal niet! Je kunt het ook  cadeau doen. Gelegenheden te over. Aan je juf of meester als bedankje voor het hele jaar. Aan je tante die zo gek is op kinderen. Aan je oom die wel van taalgrapjes houdt.  Aan je dochter die juf is. Aan je neef die op de PABO zit. Aan je ouders om ze te vertellen dat je zwanger bent. Aan je buurvrouw die kinderen op de basisschool heeft en dit zeker zal herkennen.  Aan je opa en oma omdat ze zo vaak op jou passen. Het is een leuk verjaardagscadeautje voor allerlei mensen. Voor iedereen die van kinderen houdt, voor iedereen die van taal houdt en zeker voor iedereen die van beiden houdt. Of geef het gewoon zomaar aan iemand die je zomaar aardig vind. Kan dus ook aan jezelf… 😉

Je vraagt je natuurlijk hoe je hier aan kunt komen? Bekijk deze link:

https://www.boekscout.nl/shop2/boek.php?bid=7668

Werp een blik binnen in het boek:

Lees de aanmoedigende reviews (5 sterren inmiddels!) en bestel het makkelijk. Het wordt snel en gratis thuisbezorgd.

Goeie tip toch? En goeie tips moet je delen dus zegt het voort! 🙂

 

Vers sinds 1957

Toen ik 50 jaar geleden 10 werd wilde ik dolgraag een prinsje of een prinsesje als verjaardagscadeau. Ik leek mijn zin te krijgen maar de huidige koning kwam een dag later. Toch fideel van hem, zo kunnen we ieder jaar op elkaars feestje komen.

Toen ik 10 jaar geleden 50 werd wilde ik dolgraag de zekerheid hebben dat ik pas op de helft was. Die kreeg ik uiteraard niet. En Sara? Nooit gezien die meid!

Nu ik vandaag 10 jaar na mijn 50ste ben, wil ik dolgraag dat de tijd niet zo snel gaat.

Bons, bons,  bons! Op de badkamerdeur. “Ben je nu nog niet klaar?” Neehee, ik ben nog niet klahaar! Steeds meer tijd breng ik door in deze ruimte. Drukker dan ooit met hydrateren, moisterizen, verven, camoufleren, corrigeren, ophalen en vastzetten. Ik moet steeds meer mijn best doen dikke vriendin te blijven met mijn spiegelbeeld. Nou ja, dat dikke lukt nog wel… Lijdzaam zie ik de onherroepelijke trek naar het zuiden, hoe vaak ik ook “Stop daar es mee!” roep. Mijn lijf doet maar wat. Het rotzooit maar wat aan. Het zet uit waar ik het niet wil en krimpt waar ik het helemaal niet hebben kan. Het verkleurt ook, langzaam maar meedogenloos. Woorden met een oe-klank vermijd ik: een Engelse plooirok is er niets bij! Dat is nog best moei… eh…lastig hoor.

Wat ik ook niet kan uitstaan is als mensen roe…eh…schreeuwen: “60 is het nieuwe 40!”. Wat?! Moe…eh…ben ik verplicht  dan weer 20 stappen achteruit te zetten en de boe..eh…mijn leven weer over te doe…eh…nog eens te beleven? Op mijn veertigste stonden mijn kinderen aan de vooravond van de pubertijd met alle geneugten van dien. Terwijl het nu zelfstandige volwassenen zijn om trots op te wezen. Inclusief het schattigste kleinkind van de hele wereld. Van haar hoe…eh… zit ik alleen maar te genieten. Niks verantwoorde opvoe…eh…educatie, alleen maar onverantwoord verwennen! Of wat dacht je van deze: “het leven begint bij 60!”. Nee toch?! Het zal toch niet? Zijn al die voorgaande jaren dan voor niets geweest?! Niets meegemaakt, niets geleerd? Als een soort opmaat naar…wat dan?

Er passeerde mij laatst een vrachtauto van een slagerij die beweerde ‘vers vlees sinds 1806’ te leveren. Ik dacht dat dat vlees intussen niet al te fris meer zou zijn. Totdat ik hem snapte: ze leveren elke dag vers vlees, een goede gewoonte die in 1806 al werd toegepast. Kijk, dit is een uitspraak waar ik me in kan vinden.

Ik ben niet oud maar vers sinds 1957!

Elke dag komen er immers verse dingen bij. Nieuwe verse mensen. Nieuwe verse ideeën. Nieuwe verse plannen. Nieuwe verse toneelstukken. Nieuwe verse capaciteiten. Nieuwe verse foto’s van mijn kleindochter. Nieuwe verse blogjes. Binnenkort een nieuwe vers eigen boe…eh…paperback. Nieuwe verse geluksmomentjes. Misschien nog wel een nieuwe carrière. Redenen genoe…eh..zat  voor een nieuw taartje met verse slagroom en een nieuw vers feest! Zo kan ik het nieuwe verse jaar wel aan J

Hieperdepiep hoe…eh..ja ja!!! Hartelijke groe…eh…doe…eh…later!

Schrijfhandje 22/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht)

schrijfhandje-1

Ik weet niet hoe het met jou zit maar ik vind voordeuren fascinerend. Hoe zien ze er uit?Strak in de lak of wat gebladderd. Met twee helften van glas of helemaal dicht met een klein spiekoogje. Hangt er een krans aan of een rieten hart of een belerend-bordje-voor-dummies met ‘Home’ of helemaal niets. En dan die soorten brievenbussen. Wat mij het meest verrast zijn deurbellen. Ken je de lichte paniek als je ergens voor het eerst komt en je kunt de bel niet vinden?! En als je hem dan gevonden hebt en het knopje licht beroert, je vervolgens het halve Wilhelmus door de straat hoort schallen. Of een snerpende sirene. Of een chique dingdong. Of een moeizaam astmatisch brommertje. Of dat je de sierklopper gebruikt en de leeuwenpoot met zo’n smak laat vallend dat je zelf het meeste schrikt. Wat zegt dit allemaal wel niet over de bewoners?

Soms is een enkel briefje voldoende. Of brengt het je juist in de war?

via-tuindeur

Een simpel geeltje op het raam naast de deur. Je hoeft dus niet te bellen. Niet te kloppen. Je mag gewoon achterom. Nee je moet! En als je niet weet waar de tuin is: volg de pijl, niet naar rechts gaan dus. Want? De echte voordeur is op slot en de sleutel is verdwenen? De bewoner is net terug van de wintersport, met de gipsvlucht en kan niet bij de voordeur?Hier woont een luiaard? Er komt steeds een stalker aan de deur en in de tuin ligt een grote bouvier? Ik had misschien gewoon moeten gaan kijken, nu zal ik het nooit weten…

Vragen

vraagteken

Soms denk ik dat ik een dusdanige leeftijd heb bereikt dat ik alles al weet. Maar steeds vaker heb ik het idee dat ik helemaal niet zoveel weet, vrij weinig zelfs. Zoveel vragen als ik nog heb. Neem nou vanmorgen; even een boodschapje doen.

Twee opgeschoten jongemannen laden hun karretje giechelend als een stel jongemeiden afgeladen vol. Veel vlees (hamlappen) veel potten (spaghettisaus), veel flessen (cola), veel zakken (pasta). Ik gok iets gezelligs op school? Of zijn er ouders met vakantie? Of  de ultieme pubertrek? Vragen…

Een deftige mevrouw op torenhoge hakken, keurig opgemaakt, een zwierige knalrode jas die haar beeldig staat. Ananas, mie, vlees, kruiden, rode paprika en een zakje kroepoek legt ze op de lopende band. Hmm, lekker nasi eten vanavond! Maar waarom ligt er een bolletje touw bij? Ik begrijp het niet. Om de kat op het spek te binden? Cadeautje inpakken? Vragen…

Terug naar huis zie ik een kogelrondje vrouwtje zwabberend over het spekglad bevroren voetpad zwalken. Ikzelf loop op het droge fietspad. Ik verwacht ieder moment dat ze omrolt.  Als ik haar inhaal wenk ik haar naar het fietspad. Ze schrikt en roept ‘Nee niet fietsjpad ja?’. Ik verzeker haar dat het goed is en vandaag wel mag. Ingeburgerd of niet? Leer ik haar nu iets verkeerds aan? Vragen…

Nog iets verder zie ik vogels op het ijs. Wat zijn het er veel! O nee, de helft is weerspiegeld en niet echt… Willen zij zichzelf graag zien? Waarom gaan ze samen op zo’n dun laagje zitten? Weten vogels van wakken?

weerspiegeling-ijs

Vragen, vragen, vragen…

Schrijfhandje 21/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht)

schrijfhandje-1

Het breien is de laatste jaren weer helemaal hip, zo ook het haken. Lekker retro. Nog even en we zitten met z’n allen weer te kantklossen. Hier tussenin zit naar mijn gevoel nog de techniek van het borduren.

Ook oeroud. Schellenkoorden, wie kent ze niet, om het meisje te schellen dat ze thee kan brengen. Maar ja, geen dienstmaagden geen schellenkoorden meer. Sierlijke monogrammen op een zakdoek die dan werd ingezet bij een duel met degens. Maar ja, geen degens (duels zat!) geen geborduurde snotlapjes meer. Merklappen met stambomen, prachtige voorstellingen over het leven van degenen die het borduurwerk als huwelijksgeschenk mochten ontvangen.  Maar ja, huwelijksgeschenken zijn zo passé.  Wat te denken van  mooie randen borduren op de lakens van de bruidsschat. Haardschermen. Hele stoelen zelfs! Maar ja, nu is er Ikea.

En dat alles zonder telpatroon. Dat kwam later pas. Nog veel later verscheen het zelfs als variatie van ‘schilderen op nummer’; voorgedrukte kleuren op de stof. Het vraagt geduld, veel geduld. Hetgeen ik niet altijd bezat. Ik kwam er ook altijd te laat achter dat het garen wel moest passen bij het stramien, qua dikte dan hè. Ik had daardoor een aardige verzameling halfaffe werkjes…

dscn5013

Ik kan hier wel heel lang op voortborduren maar kijk eens op dit bord: ik kan het natuurlijk ook uitbesteden!!! Dat ik dat niet eerder bedacht heb! Ik laat die Nachtwacht gewoon even borduren en intussen ga ik heéééél lang winkelen?

Bindingsangst

zorg

Als je gaat verhuizen van Zoetermeer naar Apeldoorn moet je ook een nieuwe specialist in het ziekenhuis. In overleg met mijn vorige specialist wordt er heel bewust gekozen voor een bepaalde arts. Na een eerste bezoek blijkt het een nieuwsgierig type te zijn die van alles en nog wat wil weten. Alle onderzoeksmethodes worden uit de kast getrokken. Nou ja, wat hij wil. Voor een volgend bezoek mag ik een uur van te voren bloed laten prikken. Voor de zekerheid ga ik nog een kwartiertje eerder. Als ik aankom zit de wachtruimte afgeladen vol. Veertien wachtenden voor me! En nog meer mensen komen binnen en trekken een nummertje. Intussen wordt er mondjesmaat uitgenodigd naar de prikkamers te gaan. De op het digitale bord aangegeven wachttijd  loopt bemoedigend op en op. Na 50 minuten ben ik eindelijk aan de beurt. Ik ben hiervoor niet zenuwachtig maar…de prikzuster wel! Ze beeft en bibbert en van haar blauwe handschoenen ontbrak de rechter wijsvinger. Het verwondert mij dat ze in één keer raak prikt. Dat ik knap allergische ben voor de in de haast aangebrachte pleister kan zij ook niet weten…

Snel naar een andere afdeling voor de specialist. Volgens diverse routes, liften en nog meer routes, waardoor ik denk dat ik het complex minstens drie keer rond loop, kom ik toch bij de juiste afdeling. Ik zie vier loketten. Bij het eerste een bordje ‘Hier melden’. Ik ga er op af en zeg guitig: ‘Ik meld me hier!’. Ze verwijst me streng naar loket drie. Oké. ‘Ik kom me melden’. De toegesproken dame haalt haar ogen niet van haar scherm, zucht en mompelt ‘U moet bij mijn collega zijn’. Ik onderdruk iets en stap naar loket twee. ‘Sorry dat ik u lastig val maar mag ik me alstublieft hier melden?!?!?!’. Het mocht. Via een route mocht ik plaats nemen in de wachtkamer. Niet de gele, de oranje of de groene maar in de rode! Wat zegt dat? Lang hoefde ik daar niet te zitten want door alle toestanden was ik te laat boven. Gelijk met de uitgelopen specialist dus. Nog geen vijf minuten later stond ik weer buiten, alles goed.

Nou…alles goed. Behalve de steken in de zij van het snelwandelen langs alle routes evenals de hartkloppingen van het onderdrukt gefoeter. O ja, op de valreep deelde de zorgvuldig uitgezochte specialist nog even mee dat hij gaat emigreren en ik dus de volgende keer bij een andere arts ben. Opeens heb ik last van een déjà vu.

Eerder al zocht ik met zorg een nieuwe huisarts uit. Na een fijn kennismakingsgesprek liet ik me inschrijven. Twee weken later lag er een brief op de mat met de mededeling dat mevrouw de dokter elders ging werken en ik het maar met de opvolgster moest doen.

Wat is dit? Hebben de artsen hier bindingsangst? Ik zit onderhand wel een hechtingsstoornis te ontwikkelen hoor. Of wacht eens…ligt het aan mij? Schrik ik hen af? Had ik andere routes moeten bewandelen? Nou ja, hoe het ook zit; in het geval van routes, loketten en wachtkamers lijken Apeldoorn en Zoetermeer uiteindelijk best op elkaar.