Categorie archief: Column

Op straat (6)

Dit vond ik…

En dit ging er aan vooraf…

‘Ik wil scheiden’, sprak ze op een avond. Ik zat voetbal te kijken, luisterde liever naar de presentator. ‘We scheiden toch al voldoende schat!’, gokte ik. Want ik ben wel degene die met al die losse troep naar de verschillende bakken loop elke week. ‘Dit bedoel ik dus’, zuchtte ze. Ik zag een gevaarlijk één-tweetje aankomen, hield de adem in, mis! Poeh, gelukkig, daar kwamen ze goed mee weg. Ik keek opzij en vroeg: ‘Wat zei je?’ ‘Ik wil scheiden, van jou!’ Ze zei het zo rustig alsof ze meedeelde dat ze alvast naar boven ging. Hetgeen me reuze goed zou uitkomen want dat geklets tijdens een wedstrijd is meer dan hinderlijk. Automatisch antwoordde ik : ‘Is goed schat’. Toen stond ze op en vroeg: ’Luister je eigenlijk wel? Ik wil van je scheiden. Ik wil dat jij weggaat. Ik kan er niet meer tegen. Ik blijf hier met de kinderen. Hoor je me?’ Ik hoorde haar wel maar kon het niet geloven. Naarstig bedacht ik wat er gebeurd kon zijn vandaag dat deze reactie uitgelokt had. Is ze moe, was er iets op haar werk, gaven de jongens problemen, was ze ziek? Uit alle macht probeerde ik me te herinneren wat ze tijdens het eten allemaal verteld had. Ik wist eigenlijk niets meer. Niet dat ik dat ging toegeven natuurlijk. De blik in haar ogen was wel bloedserieus. Wel verdraaide lastig nu net met deze wedstrijd. Ik stond ook op en sloeg mijn armen om haar heen. Tenminste…dat probeerde ik. Ze weerde me af en deed een stap naar achter.’Het is te laat Arthur, veel te laat. Ik heb alles al geregeld met een advocaat, volgende week ben jij hier weg. O ja, en vannacht slaap je op de logeerkamer.’

Overdonderd was ik. En eigenlijk nog steeds. Ik heb een kleine etage gevonden in een buurt waar ik helemaal niet wil wonen maar het kan niet anders. Ik betaal braaf alimentatie en heb een uitgebreid abonnement genomen op een sportkanaal. Natuurlijk mis ik de kinderen alhoewel ik het idee heb dat het andersom een stuk minder is. Laatst vroeg ik de oudste wat hij nou van de hele situatie vond en of zijn moeder het een beetje redden kon. Hij antwoordde doodleuk: ‘Mama is geweldig! En wat bedoel je precies met redden? Ze deed toch altijd al alles?’ Ik wilde mijn wekelijkse gang naar de afvalcontainers ter sprake brengen maar hield toch maar wijselijk mijn mond. Ja, nu ik er eens goed over nadenk deed ze inderdaad altijd alles. Het huishouden, haar baan, de jongens, de financiën, de sociale contacten, de zorg voor wederzijdse ouders. En dan overvalt me opeens een gevoel van schaamte. Maar ook van gemis. Verdorie, ik mis haar! Als ik haar terug wil zal ik het anders moeten aanpakken. Weet je wat? Ik ga mijn leven beteren en meer aandacht geven aan haar en de jongens. Dat ga ik doen! Mijn telefoon gaat: ‘Bedankt hoor, dat je de verjaardag van je eigen zoon gemist hebt! We zijn de boel al aan het opruimen dus je hoeft niet meer te komen.’

 

Advertenties

Bewust Berlijn

Het schijnt dat niemand had verwacht dat Berlijn zou uitgroeien tot een modestad. Maar als je er een poosje rondloopt kun je dit niet negeren. Ik zag een meisje in een geruit broekpak, waarvan de broek net over de knie kwam en de kniekousen kleurden prachtig bij heur haar: beide knalgeel. Ik zag een jongeman  die moeite had de keuze te maken tussen broek en jurk: het werd een broekachtig iets met zwierige lappen aan de zijkanten. Een brurk denk ik? Ik zag een mevrouw helemaal in het zwart gekleed maar heur haar was aan de linkerkant geel en aan de rechterkant rood, met een keurige scheiding in het midden. In elk geval mensen die een modestatement willen maken. De winkels haken daar lekker op in natuurlijk.

Natuurlijk wil je met Pasen zulke sokken dragen. Origineel van Christian Berg! Voor €19,95 ben je zowel Eerste als Tweede Paasdag het heertje, of het haasje…

Je hebt etalages die maar 1 item tonen. Een zonnebril. Zonder prijskaartje. Lekker veel keus. Toch durf ik daar niet naar binnen. Stel dat ik hem moet passen van zo’n paspopfiguur van een verkoopster en dat ik hem heel goed vind staan maar dat ik niet over zoiets banaals als geld durf te beginnen en dat ik hem uiteindelijk  niet kan betalen en dat ik dan het ding wil terugleggen en per ongeluk één pootje een heel klein beetje verbuig.

En je hebt etalages die iets teveel tonen. Dat je niet meer weet waar je kijken moet. Dat je niet eens naar binnen durft maar om een heel andere reden: wedden dat ik hier struikel en dat dan als dominostenen alles over elkaar heen klettert en dat ik dan voor tien glascontainers moet betalen om alles op te ruimen.

Natuurlijk is niet iedereen even modebewust in Berlijn… Toen ik deze meneer zag vroeg ik me serieus af wat hij dacht toen hij dit shirt kocht. Had hij zijn kin in zijn hand, draaide hij drie maal om zijn as en zei: ‘Ja, dit is het, zoiets zoek ik, het staat me geweldig, ik kan het hebben!’ en verliet hij het pand in zijn nopjes. Of heeft hij het zelf gemaakt, dat kan ook nog. Misschien wel tijdens een leuk vrijgezellenfeest gehad, of tijdens een workshop met de zaak, of was het een praktische oefening van zijn therapeut, of heeft hij het gekregen van een creatieve schoonmoeder. Wie zal het zeggen. Het is soms, vaak, ook wel een kwestie van dragen. Weten hoe ermee om te gaan. Wat ik in elk geval geleerd heb is dit: de beste, nieuwste, meest comfortabele manier om een tas te dragen!

Nog even bewust oefenen…

 

 

Beeldig Berlijn

Net terug van een paar dagen op bezoek in Berlijn. Het was er koud, nat en druk maar ook  indrukwekkend mooi, hyper modern en tegelijk vol historie. Een of andere audiotour vertelt dat Berlijn een stad is met een doorsnede van 17 kilometer. Een stad waar 3,4 miljoen mensen wonen op een oppervlakte van bijna 900 vierkante kilometer. Af te toe niet te bevatten. Natuurlijk kan ik je nu trakteren op foto’s van de Brandenburger Tor, de Reichstag en alle andere bezienswaardigheden maar die ken je vast wel, daarom onthaal ik je graag op een paar beelden die je misschien niet zag.

Allereerst kwam ik deze Goldjunge tegen. Hij was helemaal van goud. Bijna helemaal dan… Waarom nou net daar niet ontging me even. Dat kapsel vind ik ook niet om over naar huis te schrijven maar is wel weer van goud, een soort goudlokje dus. Je ziet direct dat het een pocherig type is. Al dat schreeuwerige goud en kijk eens naar zijn handen. Hij geeft daarmee de maat aan: “Ja serieus mensen, het was zoóóó groot!”. Zijn eigen mond valt er van open. Waar denk jij dat het over gaat?

Het groepje dames, dat letterlijk aan de overkant van de straat staat, dacht er het hare van. Je ziet ze geringschattend kijken en de lichaamstaal geeft overduidelijk aan: “Ja ja…geloof je het zelf?!”

Een paar straten verder hangt een elegante man aan de gevel. Hij is net naar de sportschool geweest en naar de barbier. Zijn vrouw valt hem de hele tijd lastig met: “Wat zullen we eten vanavond?”, “Laat jij de hond nou es uit!”, “Bel je moeder ff terug!” Daarom kruipt hij met een plaidje en een boek naar buiten en gaat heel comfortabel vrijwillig op een stenen randje zitten lezen. Lekker verdrinken in een andere werkelijkheid.

Ook weer letterlijk aan de overkant zit een stelletje helemaal niet vrijwillig buiten op een stenen pilaartje. Maar ja, dat is dan ook hun eigen schuld. Hannelore (rechts), dochter des huizes, was al een tijdje verliefd op Dieter, de tuinman. Ze bespeelde hem dagelijks met haar charmes en hij deed zijn uiterste best haar zo lang mogelijk te negeren zonder onbeleefd te zijn. Op een dag bezweek hij en liet zich meesleuren in de muziekkamer. Hannelore overtuigde hem ervan dat ze echt helemaal alleen thuis waren. Totdat! Op de gang hoorden ze de eerste huishoudster de dienstmeid opdragen de muziekkamer eens goed te ragebollen nu er toch niemand thuis was. Zo vlug ze konden sprongen Hannelore en Dieter op van de canapé, gristen hun kleding bij elkaar en verlieten de kamer door de openslaande ramen aan de straatkant. Volgens overlevering is niet bekend hoelang ze daar gezeten hebben. Het lijkt er op dat  Hannelore de grootste verwijten richting Dieter smeet terwijl hij naarstig naar een oplossing zocht in het ‘Handboek van tuinmannen’ dat hij altijd bij zich droeg.  Tevergeefs. Ik denk dat ze ter plekke versteend zijn van spijt. Echter allebei om heel andere redenen…

Heerlijk Berlijn! 😉

Slingers (5)

Ik zit aan een tafel bij het raam. Omdat ik vaker hier zit is het intussen ‘mijn’ tafel geworden. Van hieruit heb ik goed overzicht. Op de bar, op de mensen die aan tafeltjes zitten en zeker ook op de ingang. Ik zie bewoners rollend of schuifelend voorbij komen. Steevast elke keer houdt er een dame in een scootmobiel, en dan bedoel ik een echte dame met keurig gekapt haar en mooie kleding, halt ter hoogte van mijn tafel om me vertellen dat ze wel 40 jaar handwerkjuf is geweest, daarvoor een echte akte heeft gehaald en dat ik haar niets hoef te vertellen. Ik had niet eens te intentie haar iets te vertellen… 🙂

Vandaag komt er een klein vrouwtje bij mij zitten nadat ze daar eerst vriendelijk en ietwat onzeker toestemming voor vroeg. Ze legt haar foeilelijke keycord met daaraan de huissleutel en haar postvaksleutel voor zich op tafel. Er ontstaat een ogenschijnlijk genoeglijke conversatie.

Mevrouw: (verontschuldigend)De pedicure komt zo en als ik hier bij het raam ga zitten kan ik zien wanneer ze komt.

Ik: Goed idee. (ik kijk op mijn horloge en zie dat het 10 voor 11 is…) Hoe laat heeft u afgesproken?

Mevrouw: Ze zou om 11 uur komen. Ik hoop niet dat ze het vergeet. Nou vergeet ik het eens een keertje niet, hahaha!

Ik: Dan bent u ruim op tijd hoor.

Mevrouw: (monter) Ach ja, ik wacht wel, heb toch niets beters te doen.

Ik: Woont u hier al lang?

Mevrouw: Nee, pas een jaar woon ik hier.

Ik: (hopend op een positief antwoord) En naar tevredenheid neem ik aan?

Mevrouw: (schuchter met een vergoelijkend glimlachje) Nou, dat valt niet mee hoor. Ik heb wel last van lastige acceptatie hier. Ze kennen mekaar allemaal. Ik blijf maar een nieuwe, begrijpt u? Terwijl ik al 92 ben.

Ik: Tja, dat lijkt me lastig. (ik slik iets weg.) Maar bent u wel tevreden over de zorg? (krampachtig iets positiefs willen horen)

Mevrouw: (fier!)Die heb ik niet nodig, ik ben hartstikke zelfstandig.

Ik: (opgelucht maar met lichte twijfel) Dat is fijn!

Mevrouw: (verheugd) Ah, daar komt ze! Nou mevrouw, dank u wel hoor, ik ga maar snel.

Ik wens haar nog een fijne dag en kijk haar na. Het ‘snel’ is relatief natuurlijk. Het ‘hartstikke zelfstandig’ ook. Haar vest kleurt net niet bij haar rok en haar pruik staat een tikkeltje scheef. Maar ze doet zo haar best en dat is te prijzen.

 

Meedenkers

Nu ik dit blog al een aantal jaren met plezier vol schrijf zie ik af en toe zeer verheugd progressie bij mijn volgers. Met mijn bijdragen wil ik lezers graag wijzen het ongewone van het gewone. Dingen die alledaags lijken maar bij nadere inspectie toch net even anders zijn dan je dacht. Het is een manier van kijken, denken, en omzetten in woorden. En ik merk dat het te leren is! Twee trouwe volgers stuurden mij, onafhankelijk van elkaar, allebei twee foto’s. Foto’s waarvan je denkt…huh?

Deze, van Aad Baak, laat een overvolle etalage zien met in het midden een bordje met het woordje ‘Nieuw!’ Wat er nu precies nieuw is…is niet duidelijk. Die kam misschien? Of dat luchtje dat al minstens 50 jaar geleden uit de handel is genomen. De geopende oogschaduwdoosjes, met een joekel van een poederkwast ernaast, beslist niet en de halfvolle nivea-deo ook niet…  Nieuw! Betekent het dan dat alle andere producten best wel oud zijn? Wat is oud? Een stuk zeep dat over de datum is? Was er een kleinkind op bezoek of misschien een snuffelstagière  die voorstelde eens iets nieuws in de etalage te zetten? Leuke winkel! Deze kreeg ik ook van Aad doorgestuurd:

Als je het snel uitspreekt hoor je het niet eens…de schreeuw om ijs. Een nieuwe manier van bestellen wellicht?

Annie de Wijs moest aan mij denken toen ze dit bord zag. ‘Drooggeslachte kipfilet’. Een kipfilet dat geslacht is? Moet je deze kip nemen als je droge kip wilt?

De laatste is wel de beste hoor Annie!

Hmmm, een heerlijke kroket gevuld met ouderwetsch draadjesvleesch! Dat is nog eens een vegetarische hap van de maand…!? Het blijkt een grapje van Cora van Mora 😉 Eronder een ouderwetsch lekkere milkshake of een milkshake met een ouderwetsch lekkere smaak. Nu werd de milkshake pas rond 1900 geïntroduceerd dus heeft nog helemaal geen  ouderwetsche smaak. Of bedoelen ze de smaak van ouderwetsche appeltaart? Dat klopt beter, want wist je dat het oudste Nederlandse recept voor appeltaart uit 1514 stamt?! Ten tijde van de VOC groeide de opkomst van de kruiden- en specerijenhandel werd het de gewoonte om ook maar verschillende kruiden en specerijen toe te voegen aan appeltaart. Dit is een recept uit het midden van de 17de eeuw:

Om een appeltaerte te maecken

Maeckt u Deech, capt u Appelen cleijne, doetse in een schotel, strooijter wel Suijcker, Caneel, ende Ghijnebeer op, met wat Rooswaters, mengelet wel tsamen onder de Appelen, legtg dese spijse in u Deech, steeckt hier ende daer, tusschen u spijse een stucxken versche Boters, leght het scheel daer op, ende backet in de panne als een Spenage-taerte, als sij nu ghenoech ghebacken is, soo stroijter Suijcker, ende Caneel op. Ghij meucht oock Venckelzaet, ende Corinten in des Taerte doen.

Het lijkt mij een pittig taartje! De zin ‘als sij nu ghenoegh ghebacken is’ vind ik veel leuker klinken dan het omslachtige gedoe van de juiste temperatuur, de juiste tijd en het ter controle prikken met een satéstokje. Zo’n taart is gewoon klaar als het genoeg gebakken is.

Heerlijk als een simpele foto weer tot een heel verhaal leidt! Bedankt Annie en Aad! 🙂

 

Op straat (5)

Dit vond ik,

en dit ging er aan vooraf.

Sinds de buurman van drie huizen verder de voetbal van onze Bram zachtjes heeft laten leeglopen botert het niet zo goed meer tussen hem en mij. Bram had die voetbal zelf gekocht van zelf gespaard geld. Van mij kreeg hij ze niet meer want ik kon wel aan de gang blijven. Dan lag er weer eentje op het dak van de schuur, dan weer in de sloot, dan kwam er een per omgeluk onder een vachtwagen of een ander kind ging er mee vandoor. Mijn vrouw en ik hebben nog meer kinderen die ook elke week wel iets nieuws willen. In overleg besloten we daarom dat Bram voortaan best zelfvoorzienend kon zijn wat betreft de voetballen. We vonden dit ook opvoedkundig verantwoord want wat bleek de jongen trots en blij en voorzichtig met zijn nieuwe voetbal. Hij haalde er zelfs een doekje over voordat de bal ’s avonds in de schuur verdween. Het maakte ons ook trots dat ons kind opeens een stuk bewuster met zijn speelgoed omging. Des te groter was de teleurstelling dat een volwassen man een voetbal van een kind afpakt en dan met een grijns op zijn gezicht die bal lek gaat steken. Dit is voor mij een stap te ver. Samen met Bram ging ik verhaal halen maar kwam niet verder dan moeten aanhoren dat ‘die rotjongens altijd zijn dure plantjes knakten met die rotvoetballen!’ Hij was niet voor rede vatbaar, wilde van geen excuus van Bram horen en, eerlijk is eerlijk, daarbij nog eens twee koppen groter dan ik. We keerden onverrichter zaken huiswaarts. We besloten dat we ons best gedaan hadden en het hierbij te laten.

Maar dan had ik buiten het geweten van Bram om gerekend. Het was altijd al een kind dat doordacht, een kind dat onrecht slecht kon behappen. Zeker een maand na het ongelukkige voorval kwam hij naar me toe met de vraag of ik met hem naar het tuincentrum wilde. Hij zou van zijn eigen geld een plantje kopen voor de buurman om hem in een beter humeur te krijgen. Ik vond niet dat de buurman dit verdiende maar wilde de vredespoging van Bram ook niet in de weg staan. Een dag later stonden we weer in de tuin van de buurman. Bram, met een in doorzichtige folie ingepakt plantje. Hoe vaak we ook op de bel drukten, de deur werd niet geopend. Wel zag ik een stukje vitrage bewegen. Bram stond even in tweestrijd. Uiteindelijk zette hij het plantje bij de voordeur en liep beteuterd het tuinpad af naar ons eigen huis. Ik wist even niets te doen en volgde Bram. Nog één keer keek ik om en meende beweging achter de vitrage te zien.

De volgende dag sprong ik op uit mijn stoel toen ik een schreeuw hoorde. Bram kwam opgewonden de kamer binnen rennen met in zijn handen een pakje. Het pakje was kogelrond en was ingepakt met herkenbaar papier van de speelgoedwinkel. Pas ’s middags zag hij het kaartje liggen. Hierop de woorden ‘Voor’ en ‘Van’ …

Moeders

(De moeder, de vrouw is het thema van de Boekenweek die gisteren begonnen is. Er zijn tal van boeken, verhalen en gedichten geschreven over moeders. Iedereen heeft er tenslotte eentje. Soms is dat heerlijk, soms pakt dat minder goed uit. Er zijn ook zoveel soorten moeders. Lieve moeders, ontaarde moeders, toegewijde en egoïstische moeders, carrière gerichte en luizenmoeders, bonus- en stiefmoeders, pleeg- en knuffelmoeders, noem maar op. De afdeling Schrijven van De VAK, centrum voor kunsten in Delft, heeft een schrijfwedstrijd uitgeschreven: schrijf een tekst in maximaal 250 woorden waarin een moeder het onderwerp is. Dit is mijn, overigens niet autobiografische en niet gewonnen, bijdrage.)

Moeder 2.0

Vandaag ben je nog in elke vezel bij me. Ik kijk naar je zoals je daar ligt. Naar je weerbarstige krullen. Je hebt mijn kind er ook mee opgezadeld. Soms vind ik dat fijn maar meestal verwens ik het onderhoud.  Ik kijk naar je licht gebogen neus. Jouw fijne neus voor stemmingen, maar wat stak je diezelfde neus toch dikwijls en ongevraagd in mijn zaken. Ik kijk naar je oren, altijd luisterend, maar te vaak Oost-Indisch doof. Ik kijk naar je ogen, nu gesloten, maar ik weet hoe liefdevol ze kunnen kijken. Ook hoe doordringend of verwijtend ze kunnen staan. Ik kijk naar je mond, die zowel kan spreken als zwijgen. Je stem die regelmatig grote wijsheden en liefdesuitingen verkondigde maar misschien nog wel vaker met flinke verheffing klonk. Ik kijk naar je handen, wat hebben ze hard gewerkt. Gestreeld, maar ook geslagen. Teder toegedekt en ingestopt maar ook hardhandig wakker geschud. Ik kijk naar je voeten, die me de weg zijn voorgegaan maar die me dikwijls op hinderlijke wijze in de weg liepen. Ik kijk naar je lijf, vaak gestrekt in afweer, niet om tegen aan te schurken, niet  om je geborgen bij te voelen. Je wist niet hoe dat moest. Toch een lichaam waar ik van houd omdat het (van) jou is.

Morgen zul je slechts een herinnering zijn. Hoewel ik ‘de kouwe kant’ ben zul je voor mij een warme herinnering zijn, zeker weten. Want jij was mijn schoonmoeder. Mijn warme schoonmoeder.

Opruiming

Al een tijdje niet naar de stad geweest. Met dit mooie weer geen strafwandeling dus hup naar buiten! Het tempo is nog niet wat ik zou willen maar hè, zo kan ik wel op het gemak van alles bekijken.

Drie jaar geleden liep ik langs een appartementje waar de bewoonster kennelijk net jarig was geweest. Ze had zelf een klein plekje op de bank ingenomen en de rest van de kamer stond vol met prachtige donkerrode rozen, helgele zonnebloemen en uitbundig bloeiende planten. Ik dacht toen nog wel…wat een onderhoud! Nu ik er vandaag weer langsliep en heel toevallig eens naar binnen keek, bleken de rozen een aantal tinten lichter, de zonnebloemen waren zachtgeel en de planten bloeiden nog net zo uitbundig maar dan onder een laag stof. Hier valt wel iets op te ruimen. Het vrouwtje zat nog net zo op het hoekje van de bank. Zij is toch wel echt???

Twee jaar geleden liep er een wit verfspoor door de stad. Een stel jonge mannen waren een piepklein pandje aan het opknappen met witte verf, maar kennelijk was de verfpot lek… Na een paar weken was de verf weggeregend en zag het zaakje er keurig uit: twee grote spiegels, twee stoelen, één tondeuse en een supergrote televisie en een knus bankje. Meer was er niet nodig voor een kapperszaakje. Elke bezoeker gaat met hetzelfde kapsel naar buiten want er is immers alleen één tondeuse. Van boven krijgt iedereen standje cavia en de rest standje super kort. De enige variatie is de geschoren scheiding. Bij het opruimen treft de baas uitsluitend zwart krulhaar. Maar het is er altijd druk. Als de kapper er is…

Een jaar geleden had een kennisje van me een ernstige vorm van opruimwoede. Gehoorgevend aan de slogan ‘Heel Apeldoorn Rein’ ging ze bij de gemeente een zak en een grijper halen en zorgde ervoor dat Apeldoorn een stukje reiner werd. Anderen werden door haar aangestoken, vooral kinderen waren erg dol op de grijper, en je zag steeds meer mensen in de bermen, struiken en bosschages slepen met volle zakken. Niet jofel dat het nodig is maar de actie werkte wel. Vandaag vond ik nog een enthousiasteling…

…die het niet helemaal begrepen heeft.

 

Theaterbezoek

Vorig weekend weer eens het theater bezocht, een lekker avondje uit. Lachen en genieten van de voorstelling. Me helemaal thuisvoelen op het rode pluche. En met mij nog vele andere mensen. Jonge mensen, iets oudere mensen, veel oudere mensen. Ja, het was duidelijk een voorstelling geschikt voor alle leeftijden. En in de pauze wilden ze allemaal koffie of thee. Ik zal je even aan een paar mensen voorstellen:

Joyce was er ook. Zij dacht ‘Ik doe mijn bont gestreepte vest aan en dan kan ik mijn rode laarsjes ook weer eens dragen, want daar komt niets van op mijn werk als verpleegkundige’. Haar vriendin Marjan, op de hoogte van de vaak uitbundige smaak van Joyce, koos voor zekerheid met een zwart jurkje.  Ze was maar wat blij dat je tegenwoordig sneakers onder je zwarte jurkje aan kan want de hele dag in de apotheek staan voel je ’s avonds echt wel in je voeten. Het was leuk weer eens met z’n vieren af te spreken. Hun mannen moesten nog wat aan elkaar wennen maar hadden meer overeenkomsten dan ze zelf dachten.

Hoe lang zou het geleden zijn dat je deftig aangekleed naar het theater ging? Nu gaat Rob met zijn beste vrienden gewoon in spijkerbroek, Tim zelfs in joggingbroek, en sportschoenen. En waarom ook niet, draag wat je prettig vindt. Netty en Trudy zijn van een andere generatie en hebben voor de gelegenheid de zwarte lakschoenen gepoetst. Niet zo’n hoge hak want dat gaat niet meer met de rug van Trudy. Netty vindt een hakje nu eenmaal wat vrouwelijker staan.

José heeft het super naar haar zin. Thuis heeft ze momenteel veel problemen, net de scheiding achter de rug, gezeur met John over alimentatie en de kinderen die ronduit lastig zijn. Ze geniet  ervan dat ze dit weekend bij hun vader zijn en zij lekker alleen kan uitgaan op haar tijgerprintlaarsjes. Nou ja, alleen… Ze is omringd door drie mannen. Vetermannen en geen sneakermannen, dat is een heel verschil. Opvallend is dat de mannen er allemaal even nonchalant bij staan, net zo nonchalant als José zelf.

Ten slotte was Hans er ook. Een beetje zonderling type die Hans. Vroeger op school was hij al het pispaaltje en tegenwoordig op kantoor is het niet veel beter. Hij zoekt zijn heil vaak in het theater, waar hij zich kan verliezen in een andere wereld, waar niemand hem kent, waar niemand hem lastig valt en waar niemand iets zegt over het feit dat hij sandalen draagt in maart.

Ja, het was weer een heerlijk avondje theater.

Slingers (4)

Intussen ben ik er achter gekomen dat ik er in het woon-zorg-centrum niet alleen en uitsluitend voor het versieren ben.  Thuis bereid ik doorgaans het e.e.a. voor maar zet ter plekke alles in elkaar. Denk hierbij aan hele sterke lijm die ik gebruik, zo wil ik voorkomen dat de week erop de tafelstukjes geplunderd zijn of boven op de ’eigen kamers’ zijn terug te vinden…

Ik kan de klok er op gelijk zetten, binnen 10 minuten staat de eerste dame al bij mijn tafel. “Wat moet het worden?” Een tweede dame volgt:“ Wat stelt dit nu weer voor?” Dame 3 voegt zich erbij: “Hoe doet u dat?” Ik leg graag uit en krijg dan wisselend commentaar van ietwat schamper: “O, maar dat heb ik vroeger ook gedaan!”, tot berustend: “Ik wou dat ik dat ook nog kon…”,  tot het bemoedigende: “Knap hoor van u, dat heeft u leuk bedacht!”

Voor het winterthema had ik sneeuwpoppen gemaakt van piepschuimballen met zelf gebreide mutsjes en sjaaltjes. Als grapje had ik er een bordje met de tekst ‘Koud hè!’ bij gezet.

Mevrouw 1 duwde haar gezicht dichtbij het bordje en schoot toen in de lach: “Koud hè!”.      Mevrouw 2 : “Wat zeg je? Het is hier helemaal niet koud!”                                                                      Mevrouw 1: “Dat staat daar!”                                                                                                              Mevrouw 1 en 3: “Hahaha, koud hè!”                                                                                                         Meneer 1: “Koud? Vroeger was het pas koud!”

Er ontspon zich een geanimeerd gesprek over kou en over sneeuw en ijs, over schaatsen, natuurlijk de Elfstedentocht, over doorlopers, tot kussens onder je billen binden, en heerlijke koek en zopie. De verhalen vlogen over tafel. Dit alles naar aanleiding van een bordje…

Een week later kwam ik een ouderwets grijs-gewolkt-emaille pannetje brengen, ik had er een gezellig sjaaltje bij gebreid en twee sneeuwpoppen bij gezet.

Bewoners vroegen zich verwonderd af wat het voorstelde. Ik opperde dat het gewoon een pannetje warme soep was. Ik werd wantrouwend bekeken. “Zeker erwtensoep.”, grijnsde mevrouw A. “Misschien moet u er even inkijken”, zei ik. Voorzichtig tilde meneer B. het deksel op, keek er in en trok de wenkbrauwen zo mogelijk nog verder op. Toen wilde iedereen kijken! Sommigen voelden zich een beetje bij de neus genomen en wisten niet goed te reageren, anderen moesten er direct hardop om lachen. Hoe dan ook, het hield hen de rest van de ochtend bezig. Telkens als er een nieuwe bewoner binnenkwam riepen ze om het hardst: “Wil je ook soep? Moet je in de pan kijken!” Ze hadden er reuze schik om, alsof ze het zelf bedacht hadden… 😉

Grappig hè, dat een paar simpele versieringen stof tot uitgebreide en vooral spontane communicatie kunnen leiden.