Categorie archief: Apeldoorn direct

Vakantie = taalkwesties

(Deel 5 van de serie Vakantieherinneringen op Apeldoorn Direct.)

Door Carla van Vliet

De coronasituatie zorgt ervoor dat veel vakantieplannen niet doorgaan. We blijven dichter bij huis of zelfs helemaal thuis. Je leest erover in onze serie ‘Coronazomer’. Daarnaast is er alle tijd om terug te denken aan voorgaande jaren. Gelukkig hebben we de foto’s en de verhalen nog. Hiervan een verzameling, geschreven door Carla van Vliet. 

De Franse taal maakt wel heel vrolijk. Door de nadruk steeds op de laatste lettergreep te leggen klinkt alles een stuk positiever. Probeer maar eens met ‘bonjour’, ‘café’, ‘velo’, ‘piqué’, ‘par la moustique’, ‘croissant’, ‘au revoir’. Zelfs ‘cent euro’ lijkt opeens een kleinigheid. Daarmee moet je dan wel weer oppassen bij zo’n authentieke brocantemarkt. Ik zag iets van onze gading, het kleinood was uiteraard niet geprijsd maar ik wilde er per se niet meer dan 10 euro voor betalen. We zetten onszelf schrap, bepaalden een strakke onderhandelingsstrategie, zouden ons niet de fromage van het brood laten eten, hadden pen en papier paraat om misverstanden te voorkomen. Toen mompelde de besnorde verkoper: “Deuzzeuroomezjeudaam”…”Eh, oké dan, hartstikke merci!”

In Tsjechië ging het niet veel beter. Vreemde binnensmondse klanken hoorde ik. Ik trok mijn wenkbrauwen op. Nog meer drzrgtsj-klanken. Ik haalde nu ook de schouders op. Nee, van de Tsjechische taal is niets te volgen. Deze rijke taal kent drie geslachten, mannelijk, vrouwelijk en onzijdig (tot zo ver helder!) maar kent ook zeven naamvallen, geen lidwoorden en natuurlijk ook nog eens dialect. Een simpel biertje kun je tegenkomen als pivo, piva, pivu, pivem, piv, pivum of pivy. Het hangt allemaal af van de zin, de omstandigheden en het aantal pivo’tjes. Met behulp van het handige ‘Wat&hoe-in-het-Tsjechisch-boekje’ had ik braaf ‘nazdar’ (hallo) uit het hoofd geleerd, maar de standaard openingszin bleek steeds  ‘Briedèn’ te zijn! Wat ik dan weer niet in mijn boekje kon vinden omdat het een afkorting was van ‘Dobry den’ (dag). Nou ja, zinnen als ‘Hoe synchroniseer ik mijn telefoon via bluetooth’ of ‘Is het hier altijd zo nat?’ heb ik gevoeglijk overgeslagen. Maar twee vingers in de lucht steken een hard pivo bestellen dat kon ik dan weer wel.

Zelf pakken

Nog even over dat Frans. Kijk, de super- en hypermarché geven geen problemen, gewoon zelf pakken wat je nodig hebt. Bij de apotheek iets vragen ‘tegen de jeuk van een akelige muggenbeet van drie dagen geleden’ wordt een stuk lastiger. Maar soms is taal echter overbodig. Gezeten op een terrasje deed een windvlaag onze fietsen neersmakken met een bungelende voorlamp tot gevolg. Een fransoos, ook klant op het terras bemoeide zich er omslachtig en luidkeels mee en stuurde een andere fransoos met een rol tape op ons af, die al even onverstaanbaar maar in hetzelfde tempo ratelend het euvel verhielp. Woorden onzerzijds waren overbodig, een drie werf ‘Merci’ bleek ruim voldoende.

En soms zijn de Fransen gewoon slimmer. De donkerogige Française vuurt een vijftal Franse volzinnen op ons af. We hebben toch net alleen maar keurig om twee toegangskaartjes gevraagd? Deux tickets silvousplait. Ze leest in onze vragende ogen een flink portie onbegrip en volgt een andere aanpak. ‘Parlez vous francais?’ vraagt ze nog hoopvol. ‘Non’, zeggen wij. Wat eigenlijk niet klopt want ‘non’ is Frans zat. Daarbij kennen wij ook ‘une glace, deux boules’ en ‘chaud hè!’ en ‘piscine! vite!’. Maar daar komen we hier niet ver mee. ‘Un petit peu’ proberen we haar nog tegemoet te komen. Ze zucht dramatisch en wuift al onze opmerkingen, in welke taal dan ook, weg. ‘Anglais?’ We knikken enthousiast en roepen ter bevestiging luidkeels ‘Yes!’ Ze rolt nog eens met haar ogen en vervolgt met dat charmante Franse accent ‘Oké, ziz is fog you’. Ze schuift ons een papiertje toe ‘Ziz give you korting.’ Wij verloochenen onze afkomst niet en veren op bij het laatste woordje. De elegante dame heeft vaker met dit bijltje gehakt en roept concluderend ‘Aha, you kom fgom ze Nezerlands!’

 

 

Vakantie = cultuur snuiven

(Deel 4 van de serie Vakantieherinneringen op Apeldoorn Direct.)

Door Carla van Vliet

De coronasituatie zorgt ervoor dat veel vakantieplannen niet doorgaan. We blijven dichter bij huis of zelfs helemaal thuis. Je leest erover in onze serie ‘Coronazomer’. Daarnaast is er alle tijd om terug te denken aan voorgaande jaren. Gelukkig hebben we de foto’s en de verhalen nog. Hiervan een verzameling, geschreven door Carla van Vliet. 

Een uitstapje naar Duitsland. Naast kerken, ingedommelde dorpjes, terrassen en Konditoreien vind ik ook musea leuk om te bezoeken in mijn vakantie. Bij voorkeur niet de schilderijen-en-beelden-musea maar de net-iets-anders-dan-anders-musea. Zo troffen wij een heus houtmuseum in Morbach. En aangezien ik erg van hout houd leek dit een schot in de roos.

De folder gaf het juiste adres aan en we kwamen in een buitenwijk van een toch al ver uitgestrekt dorpje aan. Na een lichte aarzeling verstoorden wij het keurig aangeharkte grint om de auto toch maar ergens te laten. Nog voor het uitstappen ging de voordeur van het museum al open en een morsige Duitser riep ons van verre herzlich welkom. Hij knikte dat we goed zaten en gebaarde dat we de auto daar mochten parkeren. Hij dirigeerde ons naar binnen en wees ons de weg naar de Kasse. Zonder hem hadden we nooit geweten welke deur we hadden moeten nemen, de ene die openstond met een bordje ‘Kasse” of de ene die dichtgetimmerd was.  Achter de Kasse zat een morsige norse Duitser die de intelligente vraag stelde: “Sie wünsche?”. Mijn fantasie antwoordde: “Een miljoen euro! Een jaar lang gratis taart! Een paar schoenen die ook met deze hitte lekker zitten! Een open raam want het ruikt niet zo fris!”. Mijn verstand vroeg om twee toegangskaartjes, Bitte. Ik wachtte op het belletje van de antieke verzilverde kassa die indrukwekkend stond te glimmen. Maar het geld verdween in een Tupperwarebakje dat er naast stond. Na betalen likt de norse morsige aan een potloodstompje en turfde twee streepje op een maagdelijk blank blaadje. Toen overhandigde hij ons de felbegeerde papiertjes.

Er bleek een duidelijke taakverdeling te bestaan tussen de uiteindelijk drie morsige Duitse mannen. Nummer 1 deed het welkomstwoord, de ontvangst en de catering, nummer 2 de financiën en nummer 3 was verantwoordelijk voor de rondleiding. Het was een morsige maar vriendelijke Duitser, die zijn uiterste best deed een keihard keelsnoepje weg te kauwen. Dit viel waarachtig niet mee met anderhalve tand. Nog wat nasmakkend en gehuld in een wolk van menthol begon hij enthousiast te vertellen. Maar aangezien hij uitsluitend vloeiend Morbachs sprak en wij uitsluitend glazig keken, gaf hij het al snel op. Even begon hij nog hoopvol de bordjes voor te lezen. Maar ja, dat konden wij zelf ook wel. Hij droop af met een mompelend “Jahjah!”

We leerden dat we hout kunnen ruiken, voelen, zien, proeven maar ook horen. Er stond een reuze grote xylofoon en toen ik alleen maar een piepklein hoortestje deed verscheen de anderhalve tand weer en zuchtte: “Jaja!”. De vrijwilligers van het museum hadden zoveel houten voorwerpen verzameld dat ze de bovenverdieping van het pand ook bij het museum betrokken hadden. Je kon daar echter niet rechtop staan, dus met een scheve nek kwamen wij een uurtje later weer naar beneden. In het laatste kamertje beneden was kinderspeelgoed, van hout uiteraard. Een reuze grote knikkerbaan met houten knikkers groter dan biljartballen. En dat gaf me toch een heerlijke herrie! “Jahjah!”, klonk het.

De nummer 1 had intussen koffie gezet. Waarschijnlijk had hij een extra schepje toegevoegd, of de koffie van gisteren opgewarmd, want het rook zo sterk dat de lucht alleen al voldoende was om vriendelijk doch beslist te bedanken. Het feit dat hij nog snel een lading ondefinieerbare  kruimels van het meer dan morsige tafelkleedje veegde deed ons definitief naar de uitgang snellen. “Wiedersehen!”

Makkelijk hoor zo’n mopperverhaaltje schrijven over een stel hardwerkende vrijwilligers. Ik denk dat zij in hun werkzame leven landarbeiders waren met hun knoestige handen en verweerde koppen. Met een versleten knie, een nieuwe heup en ver versleten gebit hadden zij het toch maar prima naar hun zin, deden zij nog iets nuttigs met hun leven. Hulde voor deze vrijwilligers die zo trots zijn op hun werk en ons in staat stellen mee te genieten van al die mooie dingen. Tenslotte zijn zij degenen die zo’n klein museum in stand houden!

Ik wed dat ze elkaar een ferme high five gaven toen wij vertrokken. Of ein höhes Fünf!

 

 

Vakantie = (geen) les

Door Carla van Vliet

De coronasituatie zorgt ervoor dat veel vakantieplannen niet doorgaan. We blijven dichter bij huis of zelfs helemaal thuis. Je leest erover in onze serie ‘Coronazomer’. Daarnaast is er alle tijd om terug te denken aan voorgaande jaren. Gelukkig hebben we de foto’s en de verhalen nog. Hiervan een verzameling, geschreven door Carla van Vliet. 

In de vakantie hoeven kinderen lekker niets te leren. Zou je zeggen. Volwassenen ook niet. Zou je zeggen. Wat ik vanaf mijn Franse balkon zag…

Op een bosachtig stukje grond, met drie reuze dennenbomen, komen de vakantiekinderen aan het eind van de dag samen. Toevallig allemaal Franse kinderen, dus geen taalbarrière. Behalve voor mij: ik versta er niets van. En toch begrijp ik veel. Er is een jongetje van ongeveer 9 jaar en een meisje van ongeveer 10 jaar, duidelijk broer en zus. Er is nog een jongetje, van ik schat 8 jaar en een kleine dreumes van 2 jaar, de laatste luistert naar de melodieuze naam Elodie.

Net als in de grote-mensen-maatschappij werpt (dringt) één persoon zich vrijwillig (nadrukkelijk) op als aanvoerder. Het jongetje van 8 schreeuwt het hardst dus is hij de leider. Als broer en zus iets voorstellen om te gaan spelen houdt hij één hand afwerend op en met zijn andere een stuk hout tegen zijn oor. Ik versta iets van ‘telephoné’. Hij trekt een ernstig snuit en roept te pas en te onpas ‘oui’ en ‘bien sur’ alsof hij aandachtig aan het luisteren is. Dan zegt hij resoluut: ‘Mais non!!!’ en volgt er een Franstalige waterval die duidelijk intimiderend bedoeld is.  Met een ferme ‘Bonjour!’ drukt hij zijn gesprekspartner weg op zijn houten telefoon. Broer en zus lijken onder de indruk van zoveel overwicht. Maar als ik ze stiekem naar elkaar zie lachen merk ik dat zij de act ook nogal overtrokken vinden. Le Patron heeft intussen een plan bedacht: ze gaan een pad aanleggen. Een pad van zand, bedekt met dennennaalden en de kanten worden afgezet met een sierlijke rij dennenappels. Broer en zus zijn blij eindelijk iets om handen te hebben en verzamelen naarstig de benodigde materialen. Ze werken langs de door de baas uitgezette lijnen. Het wordt wel wat!

Maar dan komt Elodie in beeld. Het is een schatje met prachtige blonde krullen, haar kromme beentjes in een parmantige legging gestoken en een shirt dat vast bij een andere combi hoort, maar in de vakantie letten zelfs de Fransen niet op stijl. Ze heeft altijd een  lach op haar gezicht, die alle omstanders ook doet lachen. Maar niet monsieur le Patron! La petite Princesse vindt de dennenappels zo aantrekkelijk dat ze er af en toe eentje uit de keurige rij vist, een actie die overduidelijk tegen het oorspronkelijke plan indruist. De baas gebruikt al zijn tact en neemt haar lief bij het plakkerige handje en leidt haar zeven meter verderop. Hij biedt haar ook nog een mooie stok aan ter compensatie. Ze neemt het dankbaar aan en schenkt hem haar liefste lach. Tevreden draait hij zich om en stuurt zijn personeel verder aan. Wat hij even niet ziet is dat de kleine dame zich ook omdraait en achter hem aan drentelt. Zodra hij het wel in de gaten heeft brengt hij haar gedecideerd terug.

Tot vijf x toe herhaalt Elodie deze actie en de manager wordt steeds ongeduldiger. Hij voelt zijn gezag ondermijnd worden. Uiteindelijk smijt hij haar zijn ‘telefoon’ toe en verdwijnt mokkend naar huis. Broer en zus halen de kleine dreumes erbij en gedrieën spelen ze nog uren lief met elkaar.

Welk een levensles zie ik hier onder mijn ogen uitgespeeld worden: de grootste schreeuwlelijk wordt de baas maar dat wil niet zeggen dat de kleinste partij geen stem heeft…

Waar lijkt dit toch op?

 

Vakantie = avontuur

(Deel 2 van de vakantieherinneringen op Apeldoorn Direct.)

Door Carla van Vliet

De coronasituatie zorgt ervoor dat veel vakantieplannen niet doorgaan. We blijven dichter bij huis of zelfs helemaal thuis. Je leest erover in onze serie ‘Coronazomer’. Daarnaast is er alle tijd om terug te denken aan voorgaande jaren. Gelukkig hebben we de foto’s en de verhalen nog. Hiervan een verzameling, geschreven door Carla van Vliet. 

Eigenlijk stel ik helemaal geen hoge eisen aan een vakantie. Ik ben tevreden met lekker weer (20 à 25 graden), een mooie omgeving en gezellige mensen. Ik hoef niet zo nodig te jumpen, te hiken, te sailen of te seilen. Uit mijn dak ga ik van een goede stoel, een goed gevuld glas en een goede pot scrabble. Ja, dat klinkt saai en veilig en weinig avontuurlijk. Maar toch…

Op een avond, naarstig op zoek naar wat afkoeling na weer een dag van 39 graden, zetten we de ramen en tuindeur van ons tijdelijke Franse huisje lekker tegen elkaar open. Ik ben aan de winnende hand met scrabble als opeens de tuindeur dichtklapt door het enige zuchtje wind dat die avond langs kwam. Eh… en nu? In de tuindeur zat geen beweging meer. De sleutel hadden we voor de zekerheid aan de binnenkant van de voordeur gestoken. Opdat die niet kwijt zou raken. En opdat we die in geval van nood niet midden in de nacht moesten gaan zoeken. Het keukenraampje was ook dichtgeklapt. Het andere assortiment raampjes, van die schattige kleintjes om de warmte buiten te houden maar ook een tikkie gezette Nederlanders, was te hoog en dus onbereikbaar…

Eh…en nu? In geval van nood mag je altijd de bazin van het park bellen. Het nummer ligt binnen. Zo ook de telefoon. Een stoel door het raam gooien dan maar? Daar gaat onze borg. Heel hard “Help!’ roepen, desnoods ‘Au secours!”? Dan hoogstwaarschijnlijk ruzie met de jonge ouders waarvan de kleine dreiners eindelijk stil zijn. Hulp vragen bij de Franse buren? Het wat-en-hoe-boekje ligt binnen. Dan maar met onze mains et pieds, je moet wat. De buurman snapt eindelijk ons problême, belt de bazin die ‘pas du problême’ binnen tien minuten ter plaatse was met een loper. Die niet werkte omdat onze sleutel het slot blokkeerde. Een ladder had zij nèt niet meegenomen dus naar binnen klimmen zat er ook niet in. De handy-garcon die als redder zou kunnen fungeren woonde 30 kilometer verderop en intussen was het al ver na middernacht.

Et maintenant? Het enige alternatief dat de dame ons te bieden had was in het naastgelegen en nog onbezette huisje de nacht door te brengen! We kregen verse lakens en een wc-rol. Daar zaten we dan. Met de lakens, voldoende wc-papier, in onze niet al te frisse kleren, zonder tandenborstel of zeepje. Met uitzicht op ons huisje waar we niet meer in konden, maar waar wel ons hele hebben en houwen lag. En o ja, met ons lege glaasje en ons fijne scrabblebord. Ik leg ‘dom’ aan ‘nogal’.

Hoe het avontuur afliep? De volgende morgen klom er in alle vroegte de fris en fruitige handygarcon met zwierige elegantie door ons badkamerraampje en opende binnen twee tellen onze voordeur met onze sleutel. Op deze manier waren we ongewild toch behoorlijk avontuurlijk bezig geweest.

 

Vakantie = inpakken en wegwezen

(Een eigen serie van 7  met vakantieherinneringen op Apeldoorn Direct , elke zondag een deel)

Door Carla van Vliet

 

De coronasituatie zorgt ervoor dat veel vakantieplannen niet doorgaan. We blijven dichter bij huis of zelfs helemaal thuis. Je leest erover in onze serie ‘Coronazomer’. Daarnaast is er alle tijd om terug te denken aan voorgaande jaren. Gelukkig hebben we de foto’s en de verhalen nog. Hiervan een verzameling, geschreven door Carla van Vliet. 

 

“Moet dit ook mee?!”

“Ja schat, we kunnen niet zonder!”

Op vakantie gaan gaat niet zomaar, er gaat het een en ander aan vooraf. Allereerst het inpakken. Zonder te willen opscheppen kan ik met een gerust hart stellen dat ik hier een kei in ben. Ik kan griezelig goed stapelen en stouwen, dit alles zonder echt te proppen. Menig reisgenoot heeft versteld gestaan: “Heb je dat óók bij je??!” Dan heb ik het niet over Nederlandse aardappelen en heel veel hagelslag want wat is er leuker dan in een ander land boodschappen doen? Maar ik heb het vermogen om in doemscenario’s te denken. Stel dat…en wat nou als… Een voorbeeld: geven de weersvoorspellingen  uitsluitend hoogzomerse temperaturen dan zie ik toch een onverwachte kille dag opdoemen. Zo kil dat de lange broek gewenst is. Dan zie ik het gebeuren dat iemand (anders) iets smerigs op die broek knoeit. Dus heb ik voor iedereen twee lange broeken mee. Ik krijg pas zin in vakantie als ik het getingel van de lege kledinghangertjes in de kast hoor en ik zeker weet dat van bikini tot bontgevoerde vestjes in de koffer zitten. In het gunstigste geval gaat driekwart van de kofferinhoud alleen maar heen en weer mee op vakantie en kan na afloop zo de kast weer in. Kortom ik ga over de koffers, de tasjes, de bakjes, de zakjes en de mandjes. Schat gaat over de auto…

Wegwezen dan maar. Het heeft altijd wel wat, met z’n allen op de Route du Soleil. Zo’n Route verbroedert. Want je rijdt een aardig tijdje met dezelfde auto’s/mensen op. Je haalt elkaar eens in. Je gluurt eens bij elkaar naar binnen. Je herkent elkaar na verloop van kilometers. Afgezien van de bumperklevende of rechts inhalende wegmisbruikers en de slingerende asocialen die heel sociaal zitten te facebooken, zijn er ook gezellige meerijders. De voortdurend met elkaar kletsers, de samen zwijgers, de dommelende knikkebollers, de gestreste let-jij-nou-es-op-die-kinderen-stellen, de van verveling eters, de constante rokers, de enthousiaste meezingers en de altijd aanwezige neuspeuteraars. We vormen een groep, een team, een bonte verzameling, een club, een peloton dat van weerszijden afstevent op Parijs!

Natuurlijk ga ik bij een file ook eerst de opstandige fase in: zuchten en blazen en geïrriteerd op mijn horloge kijken en denken: “Als die voorste nou eens gewoon doorrijdt hebben we er allemaal wat aan…!” Dan komt de berustende fase: “Tja, er valt niets aan te doen, dan komen we maar wat later aan.” En ten slotte de creatieve fase: “Wat zal ik eens gaan doen?”

Links naast ons rijdt een man alleen, met een fiets achterop en een schoon overhemd aan een haakje voor het achterzijraam. Een kantoormeneer die de laatste kilometer op de fiets gaat? Maar waarom is zijn overhemd een houthakkershemd? Leidt hij een dubbelleven? Achter deze man rijdt een jong meisje dat zich uitsluitend bemoeit met haar telefoon. Wat is er zo belangrijk? Of appt ze haar vriendje dat ze in de ###file staat en daardoor wat later komt? Rechts van ons rijdt een vrachtwagen. De chauffeur heeft zijn raampje open en er bungelt een arm met sigaret uit. Met zijn andere hand trommelt hij het ritme mee van een of ander levenslied. Weinig vlam in de pijp deze keer. Daar achter rijdt een echtpaar met een caravan. Hun eigen kleine huisje van geluk op wielen. Zij voert hem stukjes appel. Hij checkt de spiegels, ten overvloede.

Wij passeren elkaar gedurende uren, links en rechts, inhalen en ingehaald worden, alles met een slakkengangetje. Hé, er komt op rechts een nieuw iemand tussen. Even kijken. Voor het achterraampje verschijnt een rond chinees jongensgezichtje. Hij kijkt naar me. Hij kijkt nog eens goed. Hij wijst naar me en schiet dan in de lach. Hij draait zich om naar de andere inzittenden en roept iets, ondertussen steevast naar mij wijzend. Wij kunnen doorrijden en verliezen hen uit het oog. Maar niet voor lang. Intussen zijn er twee kindergezichtjes en één moedergezicht voor het raampje verschenen en zodra ze mij zien beginnen ze keihard te lachen. Het gaat over in de slappe lach, hikkend vallen ze tegen elkaar. Ik vraag mijn chauffeur of er iets op mijn neus zit. “Je klep”, is het enige antwoord. Ik laat mijn zonneklepje een paar keer heen en weer bewegen op mijn bril en oogst applaus! Aha!

Heerlijk met z’n allen onderweg.

 

Da Capo

(Soms heb je van die powervrouwen, die kijken naar wat er NIET is en dan zorgen dat het er WEL komt. Marleen Hoogeboom is zo’n vrouw en ik mocht haar interviewen voor Apeldoorn Direct.)

Marleen helpt met Da Capo vrouwen opnieuw te beginnen

Door Carla van Vliet

Bij Stichting Da Capo, Molenstraat-Centrum 1, kunnen migrantenvrouwen al 5 jaar geholpen worden met opnieuw moeten beginnen in een nieuw land. Marleen Hoogeboom is de oprichter en projectcoördinator en bezit het nodige talent voor regelen en verbinden. Ooit woonde zij een periode in Peru en zette daar een project op voor kansarme jongeren, dat begon met wat opvang en eindigde in volwaardig onderwijs.

Zo’n 10 jaar geleden kwam zij terug in Nederland en zat na een paar jaar zelf zonder werk. Het liefst wilde ze weer iets sociaals beginnen. Om haar heen kijkend zag ze wat er niet was: iets voor migrantenvrouwen. Dus startte ze met taallessen, gegeven door vrijwilligers. Het bleek een schot in de roos. Al snel waren er diverse taalgroepen en daarnaast kwam er een naaiatelier. Nu is er ook een kookgroep en zelfs  fiets- en computerlessen. Alles met de doelstelling vrouwen weer actief deel te laten nemen in de samenleving of stappen te laten zetten richting de arbeidsmarkt. Marleen vertelt over de achtergrond van Da Capo en hoe ze de coronacrisis zijn doorgekomen.

Waarom alleen voor vrouwen?

“Ik zag dat veel migrantenvrouwen thuis zaten. Ze kenden de taal niet, hadden geen werk en waren daardoor erg afhankelijk van hun man. Nu ik terugkijk op de afgelopen 5 jaar merk ik dat een groep met uitsluitend vrouwen ook wel een fijne sfeer geeft. Je merkt dat vrouwen meer durven en minder naar de achtergrond verdwijnen dan als er mannen bij zouden zijn. Onze cursus Taal en Gezondheid vindt dan ook gretig aftrek. Dit gaat het over doktersbezoek, bijsluiters, verzekering en dergelijken, zaken die vrouwen toch meestal verzorgen. Sommige vrouwen worden door de gemeente gestuurd en vullen de zogenaamde talentplekken en anderen komen uit zichzelf. Sommige vrouwen komen puur om Nederlands te leren en gaan daarna weer weg, anderen blijven wel 3 à 4 jaar hangen. Die vinden bij Da Capo naast het leren gezelligheid, een sociale invulling of een vaste regelmaat.”

Over hoeveel vrouwen hebben we het?

“Er komen hier zo’n 150 leerlingen, van ongeveer 40 verschillende nationaliteiten. Variërend van Zuid-Afrika tot het Midden-Oosten, van Turkije tot de Oostbloklanden en dan nog van alles daar tussenin. Momenteel heb ik 52 vrijwilligers en dat is voldoende tenzij… ik weer iets nieuws bedenk, haha! Zo zijn we 1,5 jaar geleden gestart met een ochtend in de week een taalcafé te houden in het buurthuisje van Stimenz ‘Ut Huussie’, naast ons gebouw. Dit is het enige project waar mannen ook welkom zijn. Er wordt koffie gedronken en gekletst en er zijn 2 taalvrijwilligers bij. Het is laagdrempelig, het is gratis en er vindt geen registratie plaats zoals bij de taallessen. Graag zou ik een tweede ochtend willen organiseren maar dan heb ik dus 2 à 3 vrijwilligers meer nodig.

Uit het taalcafé is gebleken dat mannen ook wel beter Nederlands willen leren, maar het past nu eenmaal niet in het Da Capo-concept. Daarom heb ik een nieuw plan bedacht. Tijdens de coronacrisis heb ik op Facebook een oproep gedaan naar taalmaatjes én naar mensen (zowel vrouwen als mannen) die daar behoefte aan hadden. Die 2 groepen koppelde ik dan aan elkaar. Misschien ga ik later wel eens toetsen in kleine gemengde of mannengroepjes te werken. Plannen te over.”

Vertel eens wat meer over het naaiatelier?

“In het naaiatelier leren vrouwen de basiskennis van naaien en de naaimachine. Het is gezellig, maar we doen ook serieus aan recyclen. We begonnen met spijkerbroeken te veranderen tot tassen en kussens, maar het vinden van een goede afzetmarkt bleek nog lastig. Nu werken we vooral in opdracht. Zo kregen we een periode lang de kapotte tassen van de Apenheul en maakten daar souvenirs van, die in de shop van de Apenhueul weer verkocht werden. Momenteel hebben we opdrachten van iemand met een bannerfabriek die bannerstof levert, maar ook opdrachten van andere bedrijven doorspeelt. Op deze manier zijn we veel doelbewuster bezig. En daarnaast  maken we, heel actueel, ook nog wasbare make-uppads, groentezakjes, broodwraps en mondkapjes.”

Hoe is de kookstudio ontstaan?

“Als vrouwen bij ons komen hebben we eerst een intakegesprek. Uit het vragen naar hobby’s bleek dat bakken en koken regelmatig bovenaan stonden. Daar moest ik iets mee doen. Nu koken de vrouwen 2 keer in de week een heerlijke afhaalmaaltijd. Geïnteresseerden kunnen zich melden voor een wekelijkse nieuwsbrief waarin je met foto en al ziet wat er voor 5 euro op het menu staat. Met één klik is de bestelling gemaakt. Het bestellen is echt nodig want de aantallen kunnen uiteenlopen van 10 tot 50 maaltijden per dag. De vrouwen gebruiken hun eigen recepten en de kookvrijwilligster doet de boodschappen. Aangezien de Provincie buurtinitiatief ondersteunt denk ik hard na over een derde ochtend , maar dan voor buurtgenoten. Ik hoop ook een betaalde kracht aan te kunnen nemen die het geheel meer een werksetting kan geven, zodat vrouwen ook meer de horecakant leren kennen. En misschien na Da Capo zelf iets kunnen opzetten.”

Is het lastig om alles financieel rond te krijgen?

“Laten we het een jaarlijkse uitdaging noemen. De leerlingen betalen 10 euro per maand per cursus voor taallessen, het naaiatelier en de kookstudio brengen een paar duizend euro op jaarbasis op, maar hier red ik het niet mee natuurlijk. Gelukkig zijn er altijd wel fondsen die ons steunen, zoals het Oranjefonds al 5 jaar op rij, maar het blijft elk jaar opnieuw zoeken. Ik ben nu met een nieuw plan bezig, een structureel donatieplan: Vrienden van Da Capo. Ik moet het nog precies uitzoeken maar ik denk aan donateurs die jaarlijks 100 of 200 euro storten. Daar stellen wij dan tegenover: een gratis maaltijd, korting op artikelen uit het naaiatelier en misschien wel een gezellige ontmoeting met een leuke activiteit met de Da Capovrouwen. Dit wordt vervolgd.”

Hoe was het gedurende de coronacrisis?

“Allereerst wil ik zeggen dat ik echt trots ben op iedereen zoals we het gedaan hebben. Toen Apeldoorn helemaal stil viel op sociaal gebied was ik wel even verbouwereerd . Toen ben ik gaan onderzoeken in hoeverre we online verder konden gaan. Eerst heb ik de vrijwilligers benaderd, zij moeten tenslotte de lessen geven. Toen ik voldoende animo bemerkte heb ik de doelgroep benaderd en toen begon het gepuzzel. Een compleet nieuwe indeling moest er gemaakt worden, want niet iedereen deed mee (was ook niet verplicht natuurlijk) en lessen via Zoom werden een feit.

Na de versoepeling van 1 juni werd alles weer anders. Wie wil er wel of niet naar Da Capo komen? Wie wil liever online les? Da Capo moest coronaproof ingericht worden en de laptops moesten aan de digiborden gekoppeld worden. Gelukkig hebben we corona doorstaan en nu is het wel duidelijk dat de combinatie van fysiek en online lessen eigenlijk ook goed werkt. We houden dit nog wel een paar weken vol, want dan is het vakantie. En daarna? Dan passen we ons gewoon weer aan. Dat zijn we nu wel gewend bij Da Capo!”

 

 

(Ik mocht voor Apeldoorn Direct weer een leuk interview afnemen bij gezellige mensen! )

112Toys: Van jongensdroom naar werkelijkheid

Donderdag 18 juni 2020

Door Carla van Vliet

Aan de Deventerstraat 72 bevindt zich de winkel ‘112Toys speelgoed met voorrang’, deze wordt gerund door Jan en Marieke. Rondkijkend in deze winkel is uitsluitend speelgoed te zien met maar 1 thema: de hulpverlening. Van houten knopjespuzzel tot dekbedovertrek, van brandweerkazerne tot badeendje, van verkleedkleren tot schaalmodellen.

Jan vertelt enthousiast dat hij als kind al gecharmeerd was van politie-, brandweer- en ziekenautootjes van het merk Siku. In de loop der jaren viel het hem op dat er minder autootjes te krijgen waren en hij wilde wel eens kijken of hij zelf een speelgoedwinkel in het ‘zwaailichtgebeuren’ kon opzetten. Intussen was hij zelf werkzaam in de hulpverlening en had daardoor toegang tot een groot netwerk. Hij begon in 2014 aarzelend met één doos met 20 ambulances: die waren snel verkocht. Onder de naam U-toys (de U is van Uithoorn, waar het stel destijds woonde) ging het van een doos naar een stellingkast, naar een slaapkamer totdat op een dag het hele huis eigenlijk vol stond. In 2016 vonden ze het pand in Apeldoorn waar ze hun gedroomde winkel goed kunnen scheiden van het woongedeelte. Er is zelfs een etalage. Toch is het vooral een webwinkel maar als Jan en Marieke thuis zijn is de winkel ook open of je kunt een afspraak maken. Speciaal voor de foto’s trekken ze nog snel hun met logo bedrukte bedrijfsshirt aan.

Wie zijn jullie klanten?

 „Het zijn uiteraard kinderen met hun ouders. Ze fietsen langs, zien een mooie brandweerauto in de etalage en halen hun ouders over naar binnen te gaan. Maar even zoveel volwassenen weten onze winkel te vinden en komen graag binnen om naar de schaalmodellen te kijken. We hebben echte verzamelaars als vaste klant. Dat zijn dan verzamelaars van bijvoorbeeld alles van politie of alles van een bepaald merk of van een bepaald type auto. Laatst kwam er een nieuw model uit: de Audi A6 die door de politie gebruikt wordt. Er was direct een run op, ook door politiemensen zelf. Soms verzamelen mensen alleen maar brandweerpoppetjes en willen ze ook de brandweerfiguren uit andere landen waar de outfit uiteraard anders van is en ook de figuren uit andere jaren. Onze branche is een heel specifiek gebeuren. We noemen het zelf wel eens ‘de winkel van de jongensdromen.’ ”

Dan zijn jullie vast heel duur?

 „Nee hoor, vergeleken met de bekende speelgoedwinkels zitten we in dezelfde prijsklasse. Ons goedkoopste artikel is een tekensetje van Paw Patrol van 1 euro en ons duurste is een schaalmodel van 230 euro. En dan hebben we natuurlijk alles daar tussenin. Wij gaan jaarlijks naar een grote speelgoedbeurs in Neurenberg om aan nieuwe spullen te komen. Onze ogen scannen alleen hulpverleningsartikelen en altijd vinden we weer nieuwe items, nieuwe varianten maar ook nieuwe fabrikanten. We verkopen de bekende merken zoals Lego, Playmobil, Bruder, Siku en ook Greenlight. Deze laatste fabrikant levert alles van Amerikaanse hulpdiensten. Heel erg gaaf. We beperken onszelf natuurlijk door vast te houden aan het thema hulpverlening maar door steeds meer in de breedte te gaan met een groter assortiment onderscheiden we ons juist van andere speelgoedwinkels. Ons meest verkochte artikel? De uniformpyjama, ‘Voor stoere dromen!’ .”

Wat vinden jullie belangrijk?

 „Wij zijn graag klantgericht bezig. Ik (Marieke) ben wat minder gaan werken om meer tijd te hebben voor de website die ik aan het vernieuwen ben, door onder meer duidelijkere categorieën aan te brengen. En meer tijd voor de bestellingen. We hebben een gratis inpakservice, dus het pakje komt indien gewenst als kant en klaar cadeautje bij je thuis. En in Apeldoorn bezorgen we gratis. Door ons eigen werk zijn we niet altijd open maar wellicht is het in de toekomst mogelijk 1 à 2 dagen vast per week open te zijn, mits het rendabel genoeg is. Soms krijgen we ook zoekopdrachten, daar zetten we ons graag voor in. Wat we ook heel leuk vinden is de sinterklaascadeautjes te verzorgen voor bedrijven. We krijgen dan een lijst met kindernamen en een budget en dan regelen wij alles: inkopen, inpakken en  voorzien van de juiste namen. Dit is het enige moment in het jaar dat we speelgoed kopen buiten onze branche om.”

Wat zouden jullie nog kunnen betekenen voor de Apeldoorners die nog geen vaderdagcadeau hebben?

 „Voor elke vader is er wel iets te vinden bij ons. Van een doos met 6 mooie schaalmodellen gemaakt ter ere van het 150-jarig bestaan van de Londense brandweer tot stoere gestileerde brandweermannetjes gemaakt van stalen schroeven en moeren van de firma Steelman. Ook voor de aanstaande vader kun je bij ons terecht. Wat te denken van rompertjes van politie en brandweer. Een luiertaart met het hulpverleningsthema is ook een gewild cadeau.”

Hoe zijn jullie te bereiken?

 „Natuurlijk zijn we bereikbaar op ons telefoonnummer 055 – 312 45 88. Daarnaast kan je ons via onze website www.112toys.nl  ook altijd bereiken, op Facebook en Instagram zijn we zeer regelmatig te vinden. Je kunt ons ook gewoon een Whatsapp-berichtje sturen op 06 237 18 837. En natuurlijk in de winkel, als de gordijnen open zijn.”

 

 

Hartverwarmend

(Dit  interview met Maureen Roelofs mocht ik afnemen voor Apeldoorn Direct.)

Hartverwarmend contactloos contact

Door Carla van Vliet

Maureen Roelofs kruipt al zo’n 10 jaar met veel enthousiasme in de huid van contactclown Mau. Zij voorziet heel duidelijk in een behoefte en nu, in de coronatijd, doet ze er een schepje bovenop. Haar motto: ,,Ieder mens is het waard om contact te hebben.”

 

Je bent contactclown, hoe is dat zo gekomen?

,,Ik heb 23 jaar in het speciaal onderwijs gezeten en daar leerde ik al dat ik vooral moest werken vanuit mijn intuïtie en niet een al te vast stramien volgen. Eerst moest ik leerlingen op hun gemak stellen, hun vertrouwen winnen; pas dan ontstaat er een verbinding. Vanuit die verbinding kan je nieuwe dingen leren. Volwassenen hebben dat ook. Als je niet op je gemak bent, is er geen verbondenheid tussen hoofd en hart en functioneer je minder.

Naast het improvisatietheater dat ik al veel deed, volgde ik 10 jaar geleden een workshop Clownerie en ik was direct verkocht. Een clown werkt immers ook vanuit intuïtie. Een belangrijk onderdeel van de workshop was: ontwikkel je eigen clown. Toen ontdekte ik dat ik een ‘kleine’ clown ben. Geen circusclown met ingestudeerde kunstjes, maar een contactclown die voelt. Bij voorkeur werk ik met mensen met dementie of mensen met een verstandelijke beperking. Ik laat dingen gebeuren en werk niet met een vooropgezet plan. Bij dementerende mensen, waarbij bepaalde hersenfuncties zijn aangetast, zijn andere zintuigen juist extra versterkt, zoals voelen en aanraken. Sommigen hebben echt huidhonger, terwijl anderen liever minder fysiek contact hebben. Daarom werkt wat ik doe zo goed bij die groepen.”

Wat doe je dan precies?

,,Ik stap op een duidelijk zichtbare manier binnen in een huiskamer van een zorgcentrum, zonder plan. Dan laat ik de bewoners mijn energie voelen: hier ben ik. En tegelijkertijd voel in hun energie. Ik kijk en voel wat de ander nodig heeft. De zorgverleners seinen mij ook wel eens van tevoren in en vragen om extra aandacht voor iemand. Ligt iemand bijvoorbeeld al een tijdje onveranderd in foetushouding dan ga ik ernaast zitten. Soms aai ik diegene en soms ga ik alleen maar mee op de ademhaling. En dan opeens hebben we oogcontact, zie ik verwondering, we zijn dichter bij elkaar gebracht. ik heb niet meer nodig dan mijn stem, soms een klein speeldoosje, ik geef een handmassage en soms is mijn hand op die van de ander leggen al voldoende.

Zo vroeg het verzorgend personeel laatst aan me of ik bij een meneer wilde kijken. Meneer bood veel weerstand en was heel vaak heel boos. Ik ben naast hem gaan zitten en luisterde naar wat hij nodig had. Uiteindelijk vertrouwde hij mij toe dat hij boos was, omdat hij de leiding kwijt was. Leiding over zijn eigen leven, en daardoor ook een flink stuk eigenwaarde kwijt. Toen ben ik wat gaan zingen en heb hem tot dirigent benoemd. Ik deed precies wat hij dirigeerde, stopte zodra hij stopte, ging weer verder zodra hij verder ging en gaf hem daardoor weer een stukje leiding terug. Hij genoot.

Nog zo’n voorbeeld. Een mevrouw zat alleen in een kamer achteraan in de gang, deed niets anders dan snauwen en spugen.  Er was geen land met haar te bezeilen. Ik moest op afstand blijven, maar probeerde toch haar aandacht te vangen. Na een poosje zwaaide ze naar me. Mooi hè. Ik laat mensen voelen dat ze ertoe doen. En iedere vorm van contact doet er ook toe; een oogopslag, een glimlach of gewoon een zwaai.”

Over die afstand gesproken….hoe doe je dit in coronatijd?

,,Tja, ik kan nu natuurlijk niet naar binnen en toch heb ik het drukker dan ooit. Ik heb mijn bezoekjes aan verzorgingshuizen dan ook maar naar buiten verplaatst. Ik moet het nu hebben van het visuele aspect. Clown Mau komt de ramen zemen. Dit huishoudelijk klusje herkent iedereen. Gewapend met een trapje, een ragebol, vrolijk gekleurde emmers en doekjes voer ik een act op voor het raam. Hoe het precies verloopt bepalen toch uiteindelijk de bewoners. Soms zet ik de trap achterstevoren en dan komt er altijd wel iemand naar het raam toe met aanwijzingen. Soms wijst iemand nog een ‘vlekje’ aan dat ik overgeslagen heb. Als ik een glaasje water drink houden zij hun koffiekopje omhoog bij wijze van proost. Het lijkt door het raam contactloos, maar dat betreft uitsluitend het fysieke gedeelte. We maken oogcontact en ik zie mensen lachen. Het is voor mij veel moeilijker zo, minder intiem en veel uitbundiger, maar ik ben al blij dat ik hen iets kán bieden en dat is goed.

 

En gelukkig hebben we de foto’s nog. Er gaat steeds een fotograaf met mij mee, Margien de Vries. In het begin was ik er wat huiverig voor, omdat haar aanwezigheid zou kunnen afleiden, maar zij weet zich op een of andere manier onzichtbaar te maken en schiet intussen de mooiste foto’s. Deze foto’s worden na afloop toegestuurd naar het huis waar we opgetreden hebben en het verzorgend personeel kan de bestanden vervolgens op de Ipad zetten. Op deze manier kunnen alle bewoners het nog eens terugzien en er nogmaals van genieten.”

Hoe zien jouw toekomstplannen eruit?

,,Ik hoop dat ik nog veel vaker gevraagd zal worden als contactclown. Dat verzorgingshuizen zien dat ik, met mijn 10 jaar ervaring, iets waardevols kan toevoegen aan de zorg. Dat Clown Mau echt iets kan bereiken met bewoners waar al die lieve verzorgsters jammer genoeg geen tijd voor hebben. Het zou ook heel fijn zijn als ik dit voortaan als serieus en betaald werk kan doen.

Daarnaast ga ik door met workshops geven over ‘Op andere manier contact maken op de werkvloer.’ Voor alle soorten werkvloeren.

Ten slotte: omdat ik door de coronacrisis heel flexibel nieuwe ideeën opdoe, en ook veel nieuwe ideeën om mij heen zie om meer belevingsgericht te werken, hoop ik van harte dat iedereen na deze ellende wat flexibeler en grotendeels contactrijker uit de strijd komt. Dat zou nog eens mooi zijn.”

Wat geeft jou de meeste voldoening?

,,Dat ik een contactclown ben! Want contact maken is het mooiste wat er is!”

Waar ben je te bereiken?

,,Op de Facebookpagina Coronahulp Apeldoorn en omstreken, via maureenroelofs66@gmail.com en binnenkort op Contactclown Mau op Facebook.”

 

Dikke reclame

(Dit artikel/interview is op Apeldoorn direct geplaatst onder het hoofdstukje Cultuur en bedoeld om je over te halen zo snel mogelijk kaartjes te kopen voor dit prachtige concert! Doen hè :-)) 

Gospelkoor Goodnews haalt koor van wereldberoemde dirigent Martin Alfsen naar Apeldoorn

Woensdag 12 februari 2020

Door Carla van Vliet

 

Roelf Roelfs, dirigent van het Apeldoornse gospelkoor Goodnews, heeft geregeld dat het Noorse gospelkoor Reflex naar Apeldoorn komt. Op vrijdag 28 februari treedt het koor op in Menorah aan de Paslaan. Ook dirigent Martin Alfsen komt uiteraard mee. Roelf vertelt hoe dit precies zo is gekomen…

Hoe bijzonder is dit eigenlijk?

,,Heel bijzonder! Martin Alfsen is een grote bekendheid in de gospelwereld. Hij heeft heel veel gospelmuziek zelf gemaakt met een zekere herkenbaarheid in arrangement en een eigen karakteristieke kleur. Hij zorgt altijd voor een prachtige harmonie tussen tekst en muziek. Over de hele wereld zijn er koren die zijn muziek in hun repertoire hebben. En zijn gospelkoor Reflex is één van de Noorse topkoren waarmee hij nu op Europese tour is. Om aan te geven over welke orde van grootte we het hebben: Andraé Crouth, Richard Smallwood, Bebe & Cece Winans zijn zomaar wat grote namen die met hen opgetreden hebben. Best bijzonder, toch?!”

Het klinkt alsof jij Martin Alfsen persoonlijk kent?

,,Dat klopt ook wel. In februari 2008 bezochten we een concert van Reflex in Witten tijdens een tour van hen door Duitsland. In de pauze tijdens het koffiedrinken kwam Martin toevallig bij ons aan tafel staan. We spraken uiteraard over gospel en ik vertelde hem dat ik ook een gospelkoor had. Hij zei toen al dat hij een keer naar Nederland zou willen komen. Dat heb ik onthouden. Ook vroeg ik hem over zijn zelfgeschreven stuk ‘7  Døgn i Jerusalem’, of dat in het Engels verkrijgbaar was. Hij adviseerde het vooral in eigen taal te zingen.

Zodoende heb ik het in 2009/2010 vertaald in het Nederlands. Daarna heb ik dit ingestudeerd met een projectkoor en we zouden het uitvoeren in april 2012. Door ernstige ziekte van mij vond de uitvoering pas plaats in 2015. Maar tijdens dit vertaaltraject heb ik vaak contact gehad met Martin over de uitvoering en de muziek. Ook kwam ter sprake dat hij wel eens een workshop zou kunnen geven.”

Wat voor workshop moet ik me daar bij voorstellen?

,,In 2016 bestond Goodnews 10 jaar en dit hebben we groots gevierd met een muzikaal weekend met daarin een workshop van Martin en een jubileumconcert. De liederen die hij mij vooraf stuurde heb ik basic aan het koor aangeleerd en toen hij vrijdag arriveerde heeft hij diezelfde liederen op zijn eigen voortreffelijke wijze ingestudeerd en afgemaakt. Dit ging zaterdag zo door en ’s avonds dirigeerde hij het grootste deel van ons jubileumconcert. Iedereen was zeer positief over dat weekend en we kijken er met plezier op terug.”

Het gaat om gospelmuziek, wat is dat precies? Kan dit heden ten dage nog wel en wat heb jij ermee?

,,Gospelmuziek is een genre binnen de christelijke muziek en is tijdloos. Meer dan dertig jaar geleden is er een groot aantal gospelkoren opgericht, zoals ook destijds gebeurde in Duitsland en Nederland. De bekende Noorse groepen hebben vaak een voorbeeldrol vervuld dankzij hun ervaring en kwaliteit. Zoals Reflex dus.

Persoonlijk heb ik veel met gospelmuziek. Weet je dat het woord ‘gospel’ uit het oud-engelse woord ‘goö’ (goed) ‘spell’ (nieuws) komt en dus ‘goed nieuws’ of ‘blijde boodschap’ betekent? En juist die Boodschap in deze muzikale, veelal meerstemmige, vorm maakt me blij. Ik haal er troost uit en met mij vele anderen. Mijn eigen koor heet niet voor niets Goodnews en wij zingen ook zeer regelmatig liederen van Martin Alfsen.”

Hoe kan het dat Martin Alfsen naar Apeldoorn komt?

,,Martin Alfsen doet met zijn gospelkoor Reflex een tour door Duitsland, genaamd de ‘Gospel Celebration Tour’. Dit is eigenlijk ontstaan toen Martin Alfsen 60 jaar werd en dat vierde met een groot gospelconcert. Toen hij mailde deze tour door Duitsland te gaan doen kwam voorzichtig de suggestie om ook een concert in Apeldoorn te geven. Gezien de mooie herinneringen aan het fantastische gospelworkshop weekend was iedereen direct heel enthousiast. Met een aantal anderen hebben we een podium, onderdak en kaartverkoop geregeld. Nu kunnen veel meer mensen kennismaken met zijn muziek en hem persoonlijk in actie zien. Er zijn al kaarten verkocht aan mensen ver buiten Apeldoorn. Het is echt een uniek evenement.”

Wanneer en waar gaat dit plaats vinden en hoe kom ik aan kaarten?

,,Dit eenmalige concert vindt plaats op vrijdag 28 februari, in Menorah, Paslaan 11 in Apeldoorn en kaarten kunnen besteld worden via www.goodnewschoir.nl/reflex. Je mag dit eigenlijk niet missen!”

 

 

Talentvol Apeldoorn

Nu ik zo’n twee-en-een-half jaar in Apeldoorn woon kan ik voorzichtig conclusies gaan trekken. Er zijn aardig wat verschillen tussen Zoetermeer en Apeldoorn (omgeving en taalgebruik, om er maar eens twee te noemen) maar zeer zeker ook overeenkomsten. Het voert te ver hier alles te beschrijven maar waar mijn persoonlijke voorkeur naar uit gaat is dat hier ook behoorlijk wat creatief talent rondloopt. Mensen die gewoon een baan hebben en daarnaast een hobby tot passie verheffen en dat uitdragen. Ik houd daarvan! En wil er graag een drietal benoemen.

Fotograaf: Roelof Rump

Allereerst Bako Sorany, de regisseur van Theater zonder Grens. Met een groep acteurs en actrices weet hij jaarlijks een productie neer te zetten die het publiek zowel verrast als boeit. De stukken worden veelal zelf geschreven of een bestaand stuk krijgt een ‘Bako-bewerking’. Met schijnbaar simpele middelen wordt het publiek vaak op een luchtige manier met de neus op de serieuze feiten gedrukt. Als je een voorstelling verlaat heb je iets om over na te denken. Bako en zijn groep zijn ook vaak van de partij bij culturele evenementen. Daarbij is Bako ook nog eens een charismatische figuur die met zijn manier van mensen aanspreken ontzettend veel voor elkaar krijgt. Ik vind dat knap!

Fotograaf: onbekend

Ten tweede noem ik graag Martijn Koelemeijer. Toen ik afgelopen maart voor een radio-interview bij Cultuurbrunch in Artcafé SamSam zat,verzorgde hij daar de muziek. Ik was direct fan. De vrolijke reggaemuziek liet me swingen op mijn barkruk. Thuis verdiepte ik me wat meer in hem en ontdekte dat hij de leadzanger van de band MONO is. Martijn heeft met verschillende bezettingen gespeeld maar heeft nu een vaste bezetting: Martijn Onder Nieuwe Omstandigheden (MONO). Het klinkt als een mix tussen reggae en een vleugje pop (denk aan Bob Marley en Doe Maar). Lekker dus. De teksten zijn Nederlandstalig, voor 95% geschreven of bedacht door Martijn zelf, makkelijk mee te zingen en vaak uit het leven gegrepen. Het lied ‘Schuilen’ is trouwens geschreven door Judith Veldhuizen, een bekende collegablogster in Apeldoorn; prachtig als talenten ook nog eens samenkomen! De agenda van 2018 staat barstensvol optredens en dit maakt de band duidelijk klaar voor landelijke podia. Op 18 augustus kun je deze sfeervolle band beleven bij SamSam, op 19 augustus in de muziektent in het Oranjepark en op 29 september in Cafeetje van Marja. Aanrader hoor.

Fotograaf: Catharina Hofland

Ten slotte wil ik Lucas Vastenhout noemen, een heuse schrijver die al drie boeken op zijn naam heeft staan. In zijn laatste boek ‘Zonnebloem’ staat een verzameling van 27 korte verhalen en het mooie is: ze hebben allemaal een link met Apeldoorn. Lucas heeft namelijk diverse schrijfwedstrijden winnend afgesloten. Zoals de ´Verhalenwedstrijd CODA & dagblad de Stentor´, de aanmoedigingsprijs ‘Proza gemeente Apeldoorn’ en tot twee maal toe een verhaal bij ‘Markant’. Alle verhalen gaan over personages  in een spannende dan wel ontroerende fase van hun leven; de lezer wordt op aangename wijze deelgenoot. De schrijfstijl is levendig, gedetailleerd, informatief en met af en toe verrassende wendingen. Je wordt meegezogen in de woede en het verdriet bij het overlijden van zijn tien maanden oude kleinzoon en je kunt onbezorgd lachen om de angstige momenten in de achtbaan. Als je een aantal winnende verhalen schrijft, zou het jammer zijn om er niet meer mensen deelgenoot van te maken; een bundel is dan een logische stap. Vandaar.

Uiteraard heb ik veel meer talentvolle mensen gespot in Apeldoorn (Lionel Kistemaker: een jonge fantastische drummer, Anneke Eggermont: een artistieke schilderes, Joop de Braak: de creatieve likeurmaker van Bottles and Barrels, enz., enz.) maar dan wordt het zo’n langdradig verhaal… Misschien later nog eens een vervolg 😉 Voorlopig is Apeldoorn positief door de keuring!