Alle berichten door carlavanvliet1

Op straat (11)

(Deze categorie zet ik nog even voort in het nieuwe jaar, want er ligt nog genoeg… ;-))

Dit vond ik…

…en dit ging er aan vooraf.

Het is altijd al een eigenwijs kind geweest. Of beter gezegd: eigengereid. Altijd zo zelfstandig haar eigen mening verkondigen en standvastig haar eigen weg gaan.

Toen ze geboren werd was dat precies op de uitgerekende dag, niet eerder of later maar precies volgens afspraak. Toen ze een broertje kreeg deed ze precies wat er van haar verlangd werd. Gaf flesjes en luiers aan en nam genoegen met de tweede plaats. Het leek of het erger werd toen ze naar school ging. Al snel werd haar wereld wijder en wijder door de boeken die ze verslond. Alsof ze daarin een moeilijk te stillen invulling vond. Ze zeurde nooit om aandacht, snoep of cadeautjes. Ze ging naar de bibliotheek en haalde boek na boek. Voor haar verjaardag kon je haar geen groter plezier doen dan een paar schriften en pennen. Hiermee legde ze haar zelf verzonnen verhalen vast. Wel gaf ze van te voren precies aan welke schriften ze wilde en precies welke pennen. Kreeg ze toch iets anders dan ging ze het zelf ruilen in de winkel. Ze wist wat ze wilde. Toen haar ouders gingen scheiden keek ze er niet van op. Ze had er al over gelezen en wist dat dit kon gebeuren. Haar vader kocht een ander huis en ze mocht haar nieuwe kamer zelf inrichten. Ze wist precies wat ze wilde ook al was hij het niet helemaal eens met de kleuren.

En nu is ze bijna jarig. De gewilde schriften en pennen heeft ze doorgegeven aan haar ouders en ook een zevendelige boekenserie. In de bibliotheek ontbrak er steeds een deel en ze wil ze zo graag alle zeven achter elkaar lezen. Het enige probleem dit jaar wordt het feestje… Meestal geeft ze precies aan wat ze wil gaan doen en met wie en geven haar ouders haar zonder pardon haar zin. Maar dit jaar gaat het anders. Het is de eerste keer dat ze bij Papa jarig is. Hij heeft al suggesties genoeg gedaan: hamburgers bakken bij een fastfoodrestaurant, een voorstelling in een theater bezoeken, een cupcake workshop, een pyjamaparty met make-updingen, maar bij elk voorstel schudt ze haar hoofd. Haar vader zucht: ‘Wat wil je dan?’ ‘Weet je echt niet wat ik het allerliefste wil? Dan regel ik het zelf wel!’ zegt ze. Hij haalt zijn schouders op. ’s Avonds belt hij voor de zekerheid zijn ex-vrouw, maar van haar wordt hij ook niet veel wijzer.

Als alle vriendinnen er zijn, de cadeautjes uitgepakt zijn en de roze taart verslonden is, gaat ze op een stoel staan. ‘Ik heb een leuke verrassing: we gaan een speurtocht doen!’ Haar vader krabbelt zich eens achter de oren en denkt: ‘O ja, DAT zei ze vorig jaar ….’

Luisteren

Ik weet het, het ligt gewoon aan mij. Vaak, bijna altijd dus, probeer ik de schuld ergens anders neer te leggen maar kom toch steeds weer bij mezelf uit. Hoewel ik het wel altijd goed uitleg hoor! Maar ja, als je niet goed naar me luistert… Vandaag ook weer. De kapper.

Ik probeer weer eens een nieuwe. Heel specifiek leg ik uit wat ik wel en vooral wat ik niet wil. Aan deze kant kort maar niet te kort. Aan de andere kant lang maar niet te lang. En die twee kanten moeten naadloos in elkaar overlopen. Oren gedekt en toch ook vrij… Mijn nieuwe Turkse vriend knikt en knikt, hij begrijpt het helemaal. Of ik een kleurtje wil. Heeft hij iets dat grijs in één keer dekt maar niet te donker is? Hij kijkt wat hulpeloos. Laat dat verven maar zitten dan. Hij zwiert een kapmantel om mij heen en begeleidt mij naar de wasbak. Op dit punt word ik altijd slaperig, warm water, hoofdmassage, lekker muziekje, geen geklets. Ik zweef een beetje en ruik opeens caramelfudge. Watertandend doe ik één oog open. Hij ziet het en stelt me gerust: ‘Jij droog, jij masker.’ Direct realiseer ik me dat hij bijna geen Nederlands praat, heeft hij me wel verstaan dan???!!!

Het volgende uur kom ik er achter dat hij na 18 jaar in Nederland best wel gebroken Nederlands kan praten. Hele verhalen over de zondagse tochtjes die hij met zijn vrouw maakt om zijn nieuwe thuisland te leren kennen. Dat ze gek zijn op ‘Vollendam’ maar het boottochtje naar Marken met vijf kinderen voor bijna €90 in de ‘papieretjes’  gaat lopen. Dat hij de auto stilzette midden op de Afsluitdijk, om te genieten van het moment ‘midden op het water!’. Dat zijn ‘klaine zoonetje van 15 jaar’ niet altijd meer mee wil. Tussendoor knipt hij wat aan mijn haar om vervolgens weer met grootse gebaren de omvang van de zee aan te geven. Het is een vermakelijke voorstelling maar ik ben benieuwd naar de slotact.

Het eerste wat ik normaal gesproken doe als ik thuis kom van een kapper, welke dan ook, is mijn hoofd onder de kraan stoppen om dat deftig gekapte zo snel mogelijk te laten verdwijnen. Daarom zeg ik hem dat hij niet hoeft te föhnen. ‘Maar ik jou mooi maak’, probeert hij nog. Ik vind het mooi genoeg en verlaat na betaling het pand. Eenmaal thuis bekijk ik het resultaat met drie spiegels en wat denk je? Kort maar niet te, lang maar niet te, en perfect in elkaar overlopend! Hoera, ik heb een kapper die vreselijk veel kletst maar ook luistert! Zou het dan toch niet aan mij liggen…?

Wensen

We zitten midden in een tijd van wensen. We wensen elkaar een vrolijke kerst toe en een gelukkig nieuwjaar. We zeggen het achteloos. Maar hoe bedoelen we dat wensen eigenlijk? In de zin van verlangen, begeren, snakken? Dat is best sterk! Of iets milder in de zin van willen, van plan zijn, verwachten? Of is het slechts een vorm van hopen. In hoeverre wensen we iets voor een ander of juist voor onszelf? Hoe kom ik hier achter?

Midden in de Oranjerie in Apeldoorn staat een prachte kerstboom, die voor de gelegenheid omgedoopt is tot wensboom. Iedereen mag er een kaartje met een wens inhangen. Die ben ik eens van dichtbij gaan bekijken. Naast veel kaartjes met voorspelbare algemene teksten over over vrede en geluk vond ik nog een paar bijzondere. En … zoveel type wensen zoveel type mensen…

 

   

Inhalige types. De eerste begint nog met ‘ik wens…’, de laatste vindt het slechts een kwestie van ‘niet kletsen maar storten!’

Egocentrisch type. Of je haar maar even wilt ‘voegen’ of ‘volgen’, want de wereld draait om Isabelle?

   

Via-via-types. Mensen die aan hun geluk denken te komen via anderen. Als ‘me zus’ nou veel wint krijg ik vast ook een deel? Als ‘mij dochter’ een ‘trauwfeest’ geeft heb ik er ‘deze jaar’ zelf ook wat aan?

   

Bescheidener types. Wel lief eigenlijk. Oké alleen een snoepje wensen is ook wel wat karig daarom liever een ‘super grote!’ Tja, over die ‘verkiring met een Emma’ moet ik diep nadenken. Ziet er wel schattig uit maar ik denk dat Emma er nog niet aan toe is 😉 (in elk geval haar Oma niet)

   

Recht-door-zee types. Bij de eerste is het niet helemaal duidelijk of de XXjes voor of van Henk zijn maar dat weet hij waarschijnlijk zelf wel. ‘Oneindige blijdschap’ vind ik zo’n mooie lieve wens, met wat voor ij/ei je het ook schrijft!

Hartelijk type! In deze kan ik me het beste vinden. Want of je nou veel geld, veel volgers,  een trauwfeestje, snoep, verkiring, een x van Henk of oneindige blijdschap hebt…er is niets aan zonder liefde. Mijn wens voor jullie (oké, ook voor mezelf) voor 2020  is:

Does wat vaker lief en overkom es wat vaker liefs 🙂

 

Letterlijk

(Dit verhaal heb ik ingeleverd bij de schrijfwedstrijd van uitgeverij Keytree en het leverde me een plek in de bundel op! Het moest een thrillerverhaal zijn van 1500 à 2500 woorden. Het is mijn eerste thrillerverhaal in een bundel…een thriller op zich, haha. De bundel heeft de meest Nederlandse titel ‘The End’.  Alleen lezen als je durft…)

Manouk wordt wakker van een geluid maar als ze probeert haar ogen te openen is het doodstil. Haar oogleden zijn zwaar, loodzwaar. Een diepe zucht ontsnapt tussen haar droge lippen. Ze heeft zeker weer op haar rechterarm gelegen vannacht, want het steekt ontzettend. Ze draait zich om en wil haar arm bovenop het dekbed leggen. Dan ziet ze het dikke verband om haar onderarm en daaronder helemaal niets. Wat?! Haar hand is weg! Als door een wesp gestoken schiet Manouk overeind en kijkt ontsteld naar de stomp. Pijn. Opeens is er overal pijn. En misselijk voelt ze zich ook. Een helse hoofdpijn overvalt haar als ze zich probeert te herinneren wat er gebeurd is. Flarden ziet ze. Lichtflitsen en iemand met een zonnebril. Grote meekleurende glazen gevat in een dun goud randje. De rest is streperig alsof ze in een te snel draaiende draaimolen zit. Duizelig is ze. Als de kamer weer stil staat kijkt ze verwonderd om zich heen. Dit is helemaal niet haar eigen slaapkamer. Er zijn geen ramen maar er is wel een deur. Langzaam stapt ze uit bed en loopt voorzichtig naar de deur.

Gisteravond was er geen stoel onbezet op het terras van café Boathouse. De warme dag ging naadloos over in een zwoele avond. De ligging aan het water zorgde voor enige verkoeling. Tevens was het uitzicht geweldig daar. Zeilboten, met gebruinde mensen, kwamen terug in de haven. Plezierjachten, voor geïnteresseerden op zoek naar romantisch vertier op het water, maakten zich klaar om te vertrekken. Vier jongedames sloten zich lachend aan in de rij en liepen, wiebelend op hun hoge hakken, de loopplank over. Ze wisten een tafeltje op het achterdek te bemachtigen en zelfs voordat de trossen los waren proostten zij al met de eerste cocktail.

De vier waren op een opmerkelijke manier bij elkaar gekomen. Los van elkaar hadden ze gereageerd op een flyer die ze in hun brievenbus vonden. Op een gifgroene ondergrond stond de bijzondere tekst: ‘Verlaten en besodemieterde vrouwen verenigt u! Kom dinsdagavond om vijf uur naar café Boathouse. Op vertoon van deze flyer gratis drank.’ Niet eens de drank maar de oproep sprak hen zo aan dat ze het als een persoonlijke uitnodiging opvatten. De groene flyer bracht hen aan hetzelfde tafeltje. In eerste instantie waren ze wat terughoudend naar elkaar toe maar als snel bleek de nieuwsgierigheid  een bindende factor. Ze hadden geen van allen een idee door wie de oproep geplaatst was. Twee van hen aarzelden en vroegen zich de bedoeling van dit samenkomen af. Ze werden direct overgehaald door de andere twee. Hadden ze niet genoeg te verstouwen gehad de laatste tijd en waren ze niet toe aan een nieuw avontuur? Ze keken wat vreemd op toen de ober hen naast een drankje ook een briefje gaf. Hierin stond de volgende uitnodiging: ‘Welkom dames, op de rondvaart van jullie leven. We vertrekken om 21.00 uur.’ Ze werden er wat giechelig van. Het was vast een onschuldige grap van iemand. Ze spraken af er alle vier voor te gaan en wat er ook gebeurde vooral samen te blijven.

Het zonlicht prikt op de neus van Karlijn. Haar tong plakt aan haar verhemelte en ze hoort een drumband in haar hoofd. Moeizaam knippert ze met haar ogen en realiseert dan dat de omgeving haar niet bekend voor komt. Langzaam gaat ze rechtop zitten en slingert haar benen over de rand. Waar ben ik? En vooral waar is het toilet? Een golf van misselijkheid verrast haar en ze laat zich haastig achterovervallen. Maar haar volle blaas wint het, ze komt weer overeind. Zodra haar benen over de rand bungelen voelt ze een duizeligmakende pijn in haar linkervoet. Karlijn reikt met gesloten ogen naar haar voet en grijpt mis. Met geopende ogen grijpt ze ook mis. Op de plaats waar eerst haar linkervoet zat ziet ze haar onderbeen dik ingezwachteld. Haar been pulseert van de pijn en ze trekt hem weer op het bed. Ze wordt naar beneden gezogen in steeds kleinere cirkels, als in een draaikolk. Net voordat ze dreigt flauw te vallen komt ze weer langzaam overeind. Ze kijkt om zich heen en herkent nog steeds niets. Er zijn geen ramen maar er is wel een deur. Dan ziet ze naast het bed twee krukken staan. Ze pakt ze en doet onhandige pogingen hiermee te hinken. De pijn verbijtend beweegt ze zich richting de deur.

Manouk probeerde een mop te vertellen maar had vòòr de clou al de slappe lach. De andere drie schudden van de lach.

‘Neehee, toen kwam die blauwe…’, probeerde Manouk nog.

‘Het waren toch rooie?!’ verbeterde Karlijn.

‘O jaaaaa!’, reageerde Manouk verbaasd, ‘Nou, weet ik veel. Proost dan maar! Oepsie, alweer op!’

Ze hield haar glas teleurgesteld ondersteboven. Haar inmiddels vriendinnen klapten dubbel van de lach. Direct verscheen er een ober, hij schonk  met een grote glimlach de glazen weer vol.

‘Oehhhh lekker!’, riep Manouk.

‘Bedoel je de wijn?’, grinnikte Karlijn.

Ze brulden door elkaar heen dat zowel de wijn als de ober niet te versmaden waren. Ze vormden een vrolijk gezelschap. Diverse mannen keken met plezier naar het groepje. Maar steeds als er iemand contact probeerde te leggen werd hij hardnekkig genegeerd. Een groepje van vier goed uitziende mannen ondernam nog een moedige poging en ging bij de dames zitten. De mannen trokken alles uit de kast wat betreft charme. Ze deelden grif complimentjes uit, die de dames schamper in ontvangst namen. Ze boden tevergeefs een drankje aan. Ten slotte probeerden ze de dames over te halen tot dansen. De mannen bewogen hun slanke lichamen soepel en uitdagend op de zwoele muziek van het aanwezige combo. De dames gingen alleen maar harder lachen en zwaaiden de mannen weg als lastige insecten.

‘Wel leuk geprobeerd’, riep Manouk nog.

Jessica ontwaakt met een bijna dierlijk gekreun. Wat een hoofdpijn. Wanneer leert ze het nou eens niet zoveel te drinken. Haar ogen branden in haar hoofd. Ze heeft toch geen gekke dingen gedaan gisteravond? Eerst maar eens kijken hoe laat het is. Met haar rechterhand tast ze naar haar telefoon. Tevergeefs. Dan moet ze haar pijnlijke ogen toch maar opendoen om te zoeken. Het lukt niet echt. Ze vraagt zich af waarom het in haar kamer zo aardedonker is. Zodra ze gaat zitten maakt haar maag een buiteling en met moeite houdt ze een golf gal binnen. Opeens wordt ze bang. Ze krijgt haar ogen niet open en als ze haar handen naar haar gezicht brengt voelt ze een groot verband ter hoogte van haar ogen. Een blinde paniek overvalt haar. Wat is er aan de hand? Waarom branden haar ogen en waarom voelt ze zich zo ziek? Dit is geen gewone kater. Ze laat zich uit bed glijden en tast met haar handen het nachtkastje af naar haar telefoon. Maar er staat geen nachtkastje. Waar is ze dan? Met haar handen langs de muur gaat ze op zoek naar een deur.

De vier vrouwen deden zich tegoed aan hapjes die geserveerd werden. De drank had de tongen aardig losgemaakt en ze vertelden elkaar zonder enige gêne over hun exen. En vooral hoe dom, slecht, overspelig, gemeen, egoïstisch, eigenwijs, niet romantisch, slordig en lui mannen in het algemeen zijn en hun exen in het bijzonder. Ze beloofden met z’n vieren te gaan samenwonen en mannen  voor altijd af te zweren.

‘O wacht even!’, riep Manouk, ‘Kijk es wat daar aankomt!’

Uit vier kelen klonk een waarderend geloei toen de kapitein van de boot hun kant op kwam. Jessica begon, maar al snel zongen ze alle vier luidkeels ‘Loveboat, exciting and new, we’re expecting you-hou-hou!’ De kapitein lachte en nam zijn pet af. Hij maakte een buiging, schraapte zijn keel en zei: ‘Gefeliciteerd dames! Mag ik u verzoeken gebruik te maken van mijn privéhut. U bent vanavond uitgekozen voor dit speciale arrangement.’ Karlijn en Margriet keken elkaar even vragend aan maar Manouk en Jessica stonden al op.

‘Kom op, wat kan er gebeuren,  dit is toch gaaf!’, zei Manouk.

Even later zaten ze in grote zachte luie stoelen in de kapiteinshut. Ze bewonderden de luxe omgeving en Karlijn zwoer plechtig ook kapitein te worden als ze groot was. De kapitein reikt hen een gevuld glas aan en ze proostten op het geweldige idee van Karlijn. Hij verontschuldigde zich toen met de woorden: ‘Ik ga even wat hapjes halen, ben zo terug.’ De dames joelden en gaven de fles door.

Voorzichtig opent Manouk de deur. De kamer waar ze wakker geworden was sluit aan op een andere kamer. Een ronde kamer met vijf deuren. Als een duizeling haar overvalt klampt ze zich vast aan de deurpost. Aarzelend zet ze een stap in de kamer. Haar rechterarm steekt. Dan hoort ze gestommel achter de deur naast die van haar. Ze trekt zich snel terug en volgt door een kiertje wat er gaat gebeuren. Ze hoort iemand vloeken, een vrouwenstem. Opeens ziet ze Karlijn met veel gebonk in de ronde kamer hinken. Ze haast zich naar buiten. Ze vallen elkaar huilend in de armen.

‘Wat is er gebeurd?’, roept Karlijn snikkend.

Ze verstijven van schrik als er nog een deur opengaat.

‘Jessica!’, roepen ze gelijktijdig.

Jessica draait haar hoofd richting de stemmen en strekt haar armen naar voren.

‘Help me toch, ik kan niets meer zien, waarom hebben jullie mij alleen gelaten?’, huilt Jessica.

Manouk loopt naar Jessica toe en leidt haar naar Karlijn. Ze vertellen Jessica wat hen is overkomen. Als ze elkaar vasthouden vraagt Jessica opeens: ’Waar is Margriet?’

De laatste deur gaat open. De vrouwen houden hun adem in. Als ze zien dat niet Margriet maar buiten komt, maar een man, knijpen ze elkaar angstig.

‘Wat? Wat gebeurt er? Is Margriet daar?’, roept Jessica.

‘’t Is een rare vent’, sist Karlijn.

De man draagt een opzichtig Hawaïhemd boven een driekwart broek, een te klein rieten hoedje op zijn donkere haar en een zonnebril met een dun gouden randje en grote meekleurende glazen.

‘Zo dames, zijn we wakker? Dat mag ook wel na drie dagen.’

Manouk en Karlijn kijken elkaar even snel aan, Jessica draait haar hoofd richting de stem. Manouk herpakt zich als eerste.

‘Wat moet je van ons? Wie ben je? Waarom zijn wij hier?’, snauwt ze.

‘Ho, ho, ho, niet zoveel vragen tegelijk! Ik ga alles uitleggen en dan zullen jullie me dankbaar zijn. Heel dankbaar zelfs. Ik heb uiteindelijk alleen maar gedaan wat jullie zelf wilden.’

‘Wie ben jij?’, schreeuwt Karlijn gefrustreerd.

‘Zo jammer vind ik dit. Jullie kennen mij al lang. Alle vier!’

‘Waar is Margriet dan?’, bibbert Jessica.

‘Alles op z’n tijd. Ik ga het uitleggen, maar eerst dit.’ De man pakt het hoedje van zijn hoofd en daaraan zit een zwarte pruik vast. Als hij ook zijn bril afzet slaken Manouk en Karlijn een gil.

‘Wat? Wat gebeurt er!’, gilt Jessica in paniek.

‘Het is Rob. Rob Verkerke, mijn psycholoog, waar ik kwam na mijn scheiding.’, vertelt Manouk.

‘Maar ik kwam ook bij Rob!’, roept Karlijn.

‘Ik ook’, fluistert Jessica.

‘Juist dames. Alle vier zijn jullie bij mij in behandeling geweest. Alle vier hebben jullie mij de kop gek zitten zeuren over die vreselijke echtgenoten van jullie. Afgeschilderd als hersenloze figuren die het vertikten naar jullie te luisteren. Jullie hadden alle vier zoveel haat in jullie lijf ten opzichte van de andere sekse dat je bijna zou denken dat jullie de man voor altijd afgezworen zouden hebben. Maar nee, zover ging het nou ook weer niet. Jullie wilden wel een man, maar dan wel eentje die in jullie straatje past! Jullie hadden er zelfs nogal wat voor over.’

De drie vrouwen staan verbijsterd te luisteren. Zo kennen zij hun psycholoog helemaal niet. Was hij niet altijd een baken van rust, een houvast, een steunpunt van vertrouwen.

‘Daarom bedacht ik een plan. Een masterplan al zeg ik het zelf. De kapitein van deze boot was zo vriendelijk zijn schuit aan mij te verhuren voor een week, meer tijd heb ik niet nodig om jullie te helpen.’

‘Man zemel niet zo, kom op met je plan en wat heeft dit er mee te maken?’, geïrriteerd steekt Manouk haar verbonden arm omhoog.

De man loopt naar een kast en opent met een sleutel de deuren. Hij pakt er een grote doos uit en zet die op tafel. Hij opent de doos maar de vrouwen kunnen niet zien wat er in zit.

‘Let op! Kijk naar mij! Want ik ben de ideale man voor jullie! Ik kan jullie de liefde geven die jullie zoeken! En om te bewijzen dat ik echt naar jullie luister… Manouk weet je nog wat je eens beweerd hebt tijdens een sessie bij mij, toen ik vroeg wat je zou overhebben voor een nieuwe liefde?’

‘Hè, wat bedoel je?!’, roept Manouk gefrustreerd.

De man haalt uit de doos een glazen pot met vloeistof en daarin een hand. ‘Mijn rechterhand, zei je,’ met een hand op zijn hart declameert hij op overdreven toon: ‘ Ik zou mijn rechterhand geven voor echte liefde.’

Manouk snakt naar adem, het zweet breekt haar uit. De man haalt een tweede fles uit de doos.

‘Karlijn, wat heb jij er voor over om nog eens echte liefde te beleven?’

Een linkervoet is duidelijk zichtbaar in de fles. Karlijn valt bijna flauw. De man haalt de derde fles tevoorschijn. Manouk en Karlijn slaken een oerkreet als ze daarin twee ogen zien drijven.

‘Wat? Wat gebeurt er!’, schreeuwt Jessica.

Manouk legt het kokhalzend uit. Jessica smoort een gil in haar handen en valt op haar knieën.

‘En Margriet dan? Waar is Margriet?’, huilt Karlijn.

De man tilt een vierde fles uit de doos. Daarin zweeft een hart.

 

 

Kerst en opleunen

Ik wilde eigenlijk niet, want iedereen heeft het er al over. Bomen en sterren, ballen en stallen, cadeaus en glitters, kransen en schranzen, uitblijvende sneeuw, lichtjes en nichtjes, stress door proefkoken, bazen en volle glazen, haardvuur en Wham, enfin je kent het wel. Toch waag ik me ook aan het onderwerp want natuurlijk vielen mij weer dingen op…

Op zoek naar wat nieuwe ballen kom ik dit mandJE tegen. De mand is echt wel anderhalve meter hoog. Toen dacht iemand: ‘Hé dat is leuk voor de kerstballen, ik heb nog 60 dozen blauwe staan.’ Diegene heeft ze er letterlijk in gesmeten want er was er niet eentje zonder kras deuk of scheur…

En ik had er maar drie nodig…

Ook Kerstmannen worden steeds ijdeler. Midden in de winkel staan ze daar selfies te nemen alsof het niets is. Of wil hij aan zijn vrouw laten zien hoe goed hij bezig is? Haar zie je immers nooit, die blijft vast alleen achter op de Noordpool. Gezellig hoor, is het Kerst zit ze alleen in die verrekte kou, omdat hij zo nodig met de rendieren op stap moet…

Deze Kerstman kijkt wel een beetje droevig maar dat snap ik wel. Hij mag niet opleunen. Of hij kan het niet meer, ‘t is tenslotte een oude baas. Vroeger vond hij dat juist heerlijk, lekker opleunen met de elfen! Hij hield het wel dagen achtereen vol! Nou ja, hij verontschuldigt zich wel lief…

(met dank aan Aad Baak)

Ik heb wel eens verteld dat ik, al zeg ik het zelf, een indrukwekkende verzameling engeltjes heb. Maar waarom noemen we ze eigenlijk altijd engelTJES. Ze zijn echt niet allemaal extra small hoor. Sommige gaan richting Rubensachtige omvang, die kun je gerust engels noemen. Maar een kaast-engel? Die heb ik nog niet…

Wat je ook doet met Kerst, of met wie, ik wens je liefdevolle dagen met mensen die je echt aardig vindt. En ben je toch alleen, kruip dan in zo’n Huggle Hoodie… Om in te huggelen, snuggelen, snoezelen en doezelen. Èn zet het kerstlied van Sanne Hans op, blèr mee met het refrein:

Being alone at Christmas doesn’t have to be a bad thing
Singing songs all for yourself, some brandy, no one’s leaving

Hoe dan ook: heb het fijn en houd het warm.

 

 

Ode aan Lieke

Mijn telefoon staat al een paar nachten aan. Je weet maar nooit. Op 10 december om 4.15 uur gaat-ie! Op de tast zoek ik mijn bril. Die valt van het nachtkastje. Precies in mijn rechter pantoffel. Ik graai en grabbel. De telefoon blijft maar riedelen. Wie heeft dat riedeltje bedacht eigenlijk. Dan hebbes! Ik open de telefoon en heb direct je moeder aan de lijn: ‘Ze is er!!!’

Samen snotteren we wat af. Direct zo zielsblij met jou. Zo dankbaar dat alles goed gegaan is. Zo opnieuw overweldigend. Terwijl we het al maanden zagen aankomen toch weer zo compleet verwonderd. Zo logisch dat je Lieke heet. Het is koud op de rand van het bed maar tegelijkertijd ook warm. Ik heb slaap maar ben ook klaarwakker. ‘Tot straks’, roept je moeder.

Zo’n 10 uur oud ben je als ik je voor het eerst zie. Wat ben je klein! En mooi! En lief! En roze! En zacht! En wat ligt je moeder daar moe maar dapper te glimlachen van trots, blijdschap en geluk. Ik tel naar tevredenheid je vingertjes, bewonder je neusje en ben instant verliefd op je oortjes. Je muts zakt ondeugend over één oogje en ik smelt.

Je bent zo welkom. Welkom bij je grote zus Emma, die je voorlopig nog ‘die baby’ noemt, die je steeds lieve natte kusjes geeft, die veel te veel knutselwerkjes voor je maakt, die met doekjes je toet poetst ook als er niets te poetsen valt…  Welkom in je ouderlijk huis, in je eigen kamertje met het schattige luchtballonnenbehang. Luchtballonnen die je mee op reis nemen, op avonturen, op weg door het leven dat uitgestrekt voor je ligt. Maar je bent bovenal welkom in mijn hart. Vlieg, reis, zweef en beleef, ontdek en geniet, haal eruit wat erin zit en word gelukkig, lieve Lieke.

 

Zuur

Na een flink aantal weken ziek binnen gezeten te hebben verwen ik mezelf met een kopje thee buiten de deur. En vooruit, een klein puntje appeltaart erbij, fruit is tenslotte gezond. Gezellig tafeltje bij het raam. Alle tijd en ruimte om mij weer te laven aan mijn soortgenoten.

Aan de grote tafel in het midden van de zaak zit een bonte verzameling. Na enig afluisterwerk, hoewel dat niet echt moeite kostte, ben ik er achter dat de mevrouw in het pied de poule jasje de Oma is, die vandaag haar 94ste verjaardag viert. Heur haar zit keurig, nagels zijn gelakt en ze is mooi opgemaakt. Hoewel ze zich niet helemaal op haar gemak voelt ziet ze er onberispelijk uit. Dan is daar de oudste zoon, te roze overhemd, te lichtblauwe scheerwollen trui, te harde lach, te kakkerig, zal mij niet verbazen als hij een boot heeft. Hij moet toch rond de 70 zijn maar gedraagt zich in bijzijn van moeder nog steeds kinderlijk. Ook zijn er twee dochters. Zwarte coltrui, geruite pantalon, te veel gouden kettingen, te bruine make-up, te blond haar te ‘nonchalant’ opgestoken. Moeten in de 60 zijn maar willen dit voor geen goud bekennen. Als broer weer eens te hard lacht rollen zij met hun ogen naar elkaar. Ze klagen dat de wijn te zuur is, het broodje te droog en hele tent te druk. Tja, wat wil je op zaterdagmiddag… Tussen deze drie zit allerlei nageslacht in verschillende stadia van enthousiasme. Het varieert van ‘hoera, oma is jarig’ tot ‘hoera, gratis broodje’. Stuk voor stuk gericht op hun eigen bord of telefoon. Degene die dicht naast Oma zit is de oudste en liefste kleindochter van het stel, opgeschoren haar, twee ringetjes in haar neus en op elke vinger een tatoeage. Oma kijkt haar af en toe vriendelijk aan, ze wil haar lief vinden maar wordt zo afgeleid door die ringetjes.

Als ik halverwege mijn taartje ben vindt de zoon het de hoogste tijd voor de overhandiging van het cadeau. Het pak staat al die tijd opvallend te zijn naast zijn stoel. Het is een groot pak, zeker een meter lang en zo’n 20 cm doorsnede. Met een air alsof hij het zelf ter wereld heeft gebracht geeft hij het aan zijn moeder, hij helpt gedienstig met het afwikkelen van het papier. Dan ziet moeder niet veel meer dan bubbeltjesplastic. Omdat het gevaarte op tafel staat kan ze er ook helemaal niet bij. Zoon staat op en verwijdert het bubbeltjesplastic en dan… gebeuren er zoveel dingen tegelijk! De moeder weet niet waar ze kijken moet, roept angstig: ‘Ja, heel mooi…’, de kleinkinderen proesten het uit en de zussen sissen van woede. ‘Het is van ons allemaal hoor moeder en het komt uit een echte wereldwinkel!’, gooit zoon er nog achteraan. Op tafel prijkt een foeilelijke vogel van metaal die er behoorlijk angstaanjagend uit ziet. Moeder verrekt bijna haar oude nek van het omhoogkijken en zegt dan: ‘Goh, 1 vogel van 12 mensen?!’ Kennelijk was de vogel iets goedkoper uitgevallen want zoonlief duikt nog een tas in en haalt er twee pakjes uit, die zonder veel moeite te herkennen zijn als stompkaarsen. ‘Dit hoort er ook nog bij hoor!’ De zussen vallen zowat onder tafel van schaamte en ik heb zomaar het vermoeden dat het eerstvolgende berichtje in de familie-app wel héél zuur zal zijn.

Maar ik was weer echt even lekker onder de mensen J

Zijn haar

Ik liep in een winkel en zag een man met een snor. Op zich heb ik niks tegen mannen met snorren maar ik vraag me altijd een aantal dingen af als ik het zie. Dingen zoals: waarom? Toevallig weet ik van Bram Krikke waarom hij een snor heeft.

Het is een simpel links-rechts-snorretje maar hij denkt/hoopt dat hij er ouder mee lijkt. Ik denk alleen maar: dat is niet gelukt jongen. Het is een wat triestige beharing die eerder neigt naar een plaksnor dan naar een echte. Misschien komt het ook wel doordat de rest van zijn gezicht zo akelig babyglad is..?

Kijk dit ziet er stoerder/mannelijker uit:

Mooi lijnenspel van oor tot oor bij Özcan Akyol. Lekker strak. Maar ik vraag me wel af: hoelang sta jij ’s morgens voor de spiegel man? Heb je zo’n vaste hand dat je nooit eens uitschiet? Hoe krijg je die lijntjes zo dun? En als je wel uitschiet, wat dan? Of komt er elke morgen een barbier aan te pas?

Clark Gable kon er ook wat van! Alsof er een liniaal langs gelegen heeft. Maar die gebruikte hij natuurlijk ook voor zijn scheiding… Dit geheel in tegenstelling tot:

Dorus. Een echte borstelsnor. Maar bij hem had de knevel een heel ander doel natuurlijk. Men mocht bij hem niet zien dat hij zich stiekem een bult lachte om dat ‘Poesie Mauw’. En als ik het nou toch over snorren hebt mag ik deze van Dali natuurlijk niet vergeten.

Wat zal die man ’s morgens in de weer geweest zijn met zijn kunstwerk. Een beetje gel, nog meer gel, zijn ze even lang, staan ze onder dezelfde hoek omhoog. Ik vraag me af wat gebeurt er als de man eens een lekkere bak warme tomatensoep at. Ging de gel dan zacht worden, gingen de delen naar beneden hangen, dreven ze uiteindelijk in de soep?

En dan zeggen vrouwen wel eens dat ze het moeilijk hebben…

Maar die man in de winkel had dus. Hij ook een snor, een zogenaamde zeiksnor, net zo eentje als Johan Derksen. Nee, hiervan plaats ik geen foto, vind ik niet fris. De man zag er ook een beetje smoezelig uit, hij banjerde wat tussen de ‘tafels’, de handen stijf in de zakken. Opeens klonk er een muziekje gevolgd door de zwoele stem van Marilyn Monroe.

Tiffany’s, Cartier, Blackstar, Frost, Ghoram
Talk to me, Harry, Winston, tell me all about it
There may come a time when a lass needs a lawyer
But diamonds are a girl’s best friend

 Alle klanten in de winkel keken op. Pas toen het sexy ‘Poepoepediedoe…’ klonk, reageerde de zeiksnor en haalde zijn telefoon uit zijn binnenzak. Hij brulde: ‘Ja?!’ en twee tellen later: ‘Nee!!’ Zo was iedereen luid en duidelijk getuige van het feit dat het met zijn contactuele vaardigheden wel snor zat.

 

 

 

 

Starry Night

Nee, slaapkamergeheimen deel ik nooit met je maar … wat ik vannacht toch meemaakte!

‘Pssst!!!’, hoor ik opeens naast mijn bed. Ik kijk richting het geluid maar zie niets. ‘Hierzo! Beneden!’, hoor ik weer. Geërgerd draai ik me om en kijk naast mijn bed naar beneden. Dan zie ik het: een klein blauw mannetje van hooguit 10 centimeter lang staat tussen mijn pantoffels driftig op en neer te springen en verwoed naar me te zwaaien. Ik steek mijn hand uit en laat hem plaatsnemen. Zo hijs ik hem omhoog. Daar gaat hij staan op een dikke plooi van het dekbed. Nu ik hem goed bekijk zie ik dat hij wat wegheeft van een stoplichtmannetje, maar dan in het blauw. Hij ziet er zorgelijk uit.

  • Je moet me helpen!
  • Oké, met wat?
  • Ik ben verliefd!
  • O zoek dat zelf maar uit, daar begin ik niet aan…
  • Maar ze is geel!
  • Nou en, jij bent blauw, ik ben wit van de slaap. Was dit alles?
  • Maar ik wil dolgraag kinderen!
  • Ga je gang. Maar niet hier!
  • Snap je het dan niet?!
  • Eh…nee?
  • Onze kinderen worden groen!
  • Vreselijk?
  • Ja! Want ik houd helemaal niet van groen! Ik erger me eraan!
  • Maar misschien worden ze wel blauw. Of geel!
  • ….
  • Kan toch?
  • Bedankt!!!

En met een aanloop verdwijnt hij over de knieënberg dwars door het donkere voetenbos.  Hè hè, ik kan weer gaan slapen. Achteloos wuif ik met mijn hand een mug weg. Een mug? En sinds wanneer kunnen muggen giechelen? Dan merk ik dat het blauwe mannetje terug is. Naast hem een geel vrouwtje met een snoezig jurkje en vlechten in het haar. Ik knipper nog eens met mijn ogen maar ze staan er echt. En ze stralen! Het mannetje schraapt zijn keel.

  • Ik wil je nog bedanken!
  • Waarvoor dan?
  • Voor je goede advies!
  • Welk bedoel je precies?
  • Om voor haar te gaan! (slaat liefdevol een arm om het gele vrouwtje)
  • Nou, eh, graag gedaan…
  • En met de kinderen is het ook goed gekomen!
  • Hoe bedoel je?

Het mannetje fluit op zijn vingers en er komen twee kleine kindertjes tevoorschijn. Het ene kind is van een prachtige nachtblauwe kleur met hier en daar een ronde gele draaiende ster en het andere diep donkerblauwe kind wordt opgeleukt door felgele zonnebloemen… Wat zijn ze mooi! Ik rek me uit om ze aan te raken. Met een klap valt het boek dat ik gisteravond las op de grond.

Wat een nacht! 😉 Gelukkig had ik nog wel beide oren…

Ode aan Emma (3)

Ik knipper even met mijn ogen en je bent 3! Hieperdepiep hoe kan dat toch zo snel!

Tijd voor een feestje? Het leven met jou is alle dagen een feestje! Ik lach me regelmatig slap om je, je bent grappig, vindingrijk, nog steeds heerlijk nieuwsgierig en je eigen mening ontwikkelt zich met de dag, evenals je taalgebruik.

  • We zijn niet de tas vergeten maar de boodschappentas…
  • Ik ben niet moe, alleen een beetje slaperig…
  • Ik ben niet gevallen maar gestruikelen…
  • Tja, dàt weet ik dus niet…
  • Nou ja zeg!
  • Dat is niet grappig Oma!

Soms zit je er nog wat naast qua woordenschat. Je moeder vraagt aan mij, wijzend naar de theepot: ‘Nog een bakkie?’ Jij rent naar de keuken en haalt een plastic bakje en vraagt allerliefst: ‘Ook een bakkie pepernoten Oma?’ Snoepen, daar ben je dol op. Al snel weet je in de winkel waar de donuts liggen… En als ik vraag wat je voor je verjaardag wilt krijgen roep je zonder twijfel: ‘Chocola!’ Kind naar mijn hart…

We verstoppen ons samen onder een veel te warme deken voor een monster. Als ik uit enthousiasme bange piepgeluidjes maak, klop je met jouw handje geruststellend op mijn arm met de woorden: ‘Stil maar, je hoeft niet bang te zijn, ik ben bij je’ Ik had toch een traantje…

Ons jaarlijks theaterbezoekje gaat dit jaar naar Doornroosje. Ademloos kijk je naar het spektakel, het kasteel, de feeën, de mooie jurken en naar Doornroosje die ging trouwen…met de postbode…bijna goed! 😉 Sprookjes, je weet nooit of ze bestaan. Voor de zekerheid wordt de kikker onderweg geaaid. Kind naar mijn hart.

Je bent aan het verven aan de tafel. ‘Wil jij ook, Oma?’ vraag je. Ik knik en steek mijn hand uit naar de kwast. ‘Kijk Oma, je moet eerst dippen en dan afvegen en dan krijg je geen druppel op je werkje’ Dan pas krijg ik de kwast. Je houdt me nauwlettend in de gaten. Zodra ik het goed doe wil jij de kwast weer… Dan zeg je opeens:

  • Daar komt een muis
  • Echt???
  • Een reuzenmuis!
  • Nnnee toch???
  • Wat moeten we doen?
  • Help!!!
  • Ik ga de jager bellen. Hallo meneer jager, hier is een reuzenmuis, jij moet helpen, doei! Hij komt zo. Wil jij nog verven?

Wat geniet ik toch van jou en jouw fantasie en de verhalen die we samen maken. Kind naar mijn hart. Ben je dan altijd maar lief en braaf? Nee joh, gelukkig niet 🙂

  • Als je moeder eens vraagt: ‘Ga je handen even wassen bij de kraan’ zeg je doodleuk: ‘Ik was mijn handen wel met mijn tong’ Ik heb niet gelachen (dit jok ik).
  • Eerder genoemde donut verlaat regelmatig de winkel zonder toestemming.
  • Als ik je liefkozend Oma’s poppedijntje noem, kijk je me boos aan:’Ik ben niet poppedijntje maar tote tus!’ Zo heeft je moeder je genoemd toen ze vertelde van het nieuwe zusje dat binnenkort komt, dus dan is het zo: je bent een grote zus! Gepaard met dit grote en superfijne nieuws ging je empathische ontwikkeling met sprongen vooruit. ‘Hoe was het bij de babydokter mama?’ ‘Heb je rugpijn Mama?”Moet je naar de fysio?’ Maar ook als ik drie keer hoest zeg je: ‘Gaat het wel?’ Zo lief. Kind naar mijn hart.

Niets mis met de woordenschat en het taalgebruik maar logopedisch gezien moet er nog wat groeien. De letter ‘v’ blijft lastig, wordt vaak een ‘w’: ik heb een wies west aan. En de ‘s’ en de ‘z’ klinken nog steeds als een ‘t’: ik krijg een tusje. Net als oma ben je dol op taartjes! Met een workje, dat wel. Kind naar mijn hart.

Ik feliciteer mezelf met zo’n kleinkind. 💖