Potje konkelen

(Dit was zo’n leuke schrijfwedstrijd! Zit jij ook graag op een bankje in een park? En luister je dan ook wel eens stiekem een gesprek af? Maar wat als er geen andere mensen zijn? Creatief Schrijven heeft, in samen werking met Opendoek en Kunstwerkt , het volgende bedacht. Deelnemers moesten een dialoog schrijven, die later ingesproken wordt door echte acteurs. Dit wordt dan afgespeeld zodra er op het bankje plaatsgenomen wordt. Het schijnt vorig jaar in België een succes geweest te zijn. Ik waagde ook een poging, het werd een lekker potje konkelen. Niet gewonnen maar wel super leuk om te doen. Doe dus net alsof je op een bankje zit, sluit je ogen en luister….)

Konkelbankje

Het gesprek vindt plaats tussen twee vriendinnen op leeftijd. Ze wonen al hun hele leven in dit dorp en houden elkaar graag op de hoogt van alles wat er gebeurt. Mevrouw A is de pittige van de twee, denk alles beter en sneller te weten. Mevrouw B is wat volgzamer en zachter. Waar S staat spreken ze tegelijkertijd samen uit.

A – Hèhè, even zitten hoor.

B – Ja, lekker zo in het zonnetje.

A – Zeg, heb je het gehoord van Loes? Vreselijk hè!

B – Loes? Welke Loes?

A – Loes van Johan!

B – Oh Johan! Ja, die kennen we wel. Man, man, dat was nog eens een kanjer vroeger.

A – Zeg dat, met zijn lange krullende haar. Het had zo’n prachtige diep donkerbruine kleur.

B – Ik was er met mijn melkboerenhondenhaar een beetje jaloers op.

A – En hij was altijd in de weer met zijn stoere brommer. Stilletjes hoopten alle meiden dat ze keer       mee achterop mochten.

B – O ja, die zwarte… eh…nou ja het merk weet ik niet meer.

A – En dansen dat hij kon!

B – Hij had gewoon een, eh, fijn lichaam. Alle meisjes keken naar hem.

A – Jij ook toch?

B – Eh..

A – Ja, jij was ook gek op die knul, geef het nou maar toe.

B – Ja, oké, ik geef het toe. Maar het bleef bij kijken, ik durfde niks.

A – Ik eigenlijk ook niet hoor. Volgens mij hebben ze de term ‘muurbloempjes’ naar ons vernoemd.

B – Ach ja, toch was het leuk hè, elke zaterdagavond dansen in hoe heette die tent ook alweer? Iets met rond was het, de rondte?

A – Nee, ik weet het, de Cirkel!

B – O ja, de Cirkel. Met die akelige baas.

A – Dirk Houtvreter! Vreselijke man!

B – Hij keek altijd zo boos.

A – Boos? Die man was nou werkelijk altijd chagrijnig.

B – En hij leek wel dronken.

A – Ach meid, dat was hij ook constant. Hij had een chagrijnige dronk over zich. Maar ja, zeg nou zelf, met zo’n vrouw was dat dan ook weer een soort van logisch.

B – Marie…

S  – Dikkeknie! 

B – Haha, wat een benen had die griet.

A – Net als haar moeder, die had ook zulke kolossen van onderdanen.

B – Ja, maar die kon het eigenlijk niet helpen hè, zij moest er de hele dag op staan. In dat leuke winkeltje bedoel je.

A – Ja, ze verkocht destijds van alles, van snoepgoed tot pyjama’s. Ik hoorde jaren geleden dat ze iets akeligs aan d’r stembanden had.

B – Vind je het gek met dat geroddel dag en nacht. Je was er zomaar een halfuur kwijt voor een paar sokken.

A – Nee jij bent braaf : jij had toch ooit een rol drop gestolen daar?

B – Verdorie, waarom begin je daar nou weer over?! Ik bloos er nog van. Ik heb hem wel eerlijk met jou gedeeld trouwens!

A – Ja, hahaha, toen hadden we hem van angst zo vlug opgegeten dat we er misselijk van waren.

B – En vervolgens verklapte Rob onze misdaad bij de meester op school. Oh, wat vond ik dat toch een stom joch, die Rob.

A – Rob de Wild? Die zit tegenwoordig in de makelaardij wist je dat?

B – Verbaast me niets, het was altijd al zo’n gladde prater.

A – Behalve die keer dat hij een spreekbeurt hield over…

S – Gapen en scheiten!

A – Mens wat heb ik toen gelachen, in die tien minuten versprak hij zich wel twintig keer.

B – Hij had wel leuke foto’s van de schapen en de geiten.

A – O ja, die had hij zelf gemaakt op de kinderboerderij De blatende ezel. Die naam klopte voor geen meter.

B – Heb jij daar niet eens een blauwe maandag gewerkt?

A – Goh, dat is wel heel lang geleden, maar inderdaad heb ik daar als vakantiekracht gewerkt. Samen met Viola.

B – Met Viola Huisman? Maar die kon toch niet tegen vieze handjes?

A – Nee, die was ook van huis uit niet gewend een vinger uit te steken. Ik vraag me nog wel eens af hoe zij daar terecht kwam.

B – Via Bob misschien?

A – Bob? Welke Bob?

B – Bob van Miranda van Kleef, ze runnen samen dat schattig theewinkeltje in de Mauritslaan.

A – Waar ze die overheerlijke slagroomsoezen verkopen! Dat is inderdaad een heerlijk zaakje.

B – Ze verkopen er ook cadeautjes hè. Laatst een grappige vaas gekocht voor Marloes d’r verjaardag.

A – Voor je dochter? En vond ze het wat? Die is toch zo van het design?

B – Nu ja zeg, wat beweer jij nu?! Ze weet een cadeau van haar moeder best op waarde te schatten hoor.

A – Oké, oké, ik bedoel er niets mee, maar jij hebt het altijd over haar bijzondere smaak en dan zou iets van Bob en Miranda misschien wat kunnen tegenvallen.

B – Ik geef toe, het vaasje wat aan de simpele kant was. Maar sinds Miranda de inkoop doet is hele assortiment wat eenvoudig.

A – Toen Sandra en Joop er nog inzaten was het een stuk hipper en vlotter, maar toen kon je er nog geen koffie drinken.

B – Denk jij dat ze de soezen zelf maken?

A – Nee joh, die zijn van bakker Taats uit de Kerklaan.

B – Die met die sliert kinderen?

A – Ja die! Je snapt het niet, de man moet de hele nacht bakken en zij staat de hele dag in de winkel het spul te verkopen.

B – Hé ho maar, we hoeven niet alles te weten!

A – Heb jij trouwens al gezien dat de schoenenwinkel naast Taats leeg staat?

B – Van Bertus Water? Echt? Daar weet ik niks van. Is hij ermee gestopt?

A – Ik denk het. Hij zat al heel lang te tobben met zijn gezondheid hè. En geen kind die de zaak kan overnemen.

B – Nee, wie wil er nou zo’n zweetvoetenwinkel overnemen?

A – Ik bedoel: hij hééft geen kinderen!

B – O, zeg dat dan.

A – Hij heeft nog es een poosje gerommeld met zijn hulp in de huishouding, ene Marleen of zo, maar dat leverde ook niet veel op.

B – Marleen Groen was dat. Nu je het zegt, die was opeens met stille trom uit het dorp vertrokken.

A – Daar zit vast een mysterie achter. Misschien was ze wel zwanger.

B – Of niet.

A – Of heeft ze zijn bankrekening geplunderd.

B – Nou ja zeg!

A – Of schoenen voor de rest van haar leven gestolen?

B – Wat maak jij er nou weer voor een verhaal van!

A – Je kunt je bepaalde dingen toch afvragen?

B – Ik vraag me af of wij niet eens verder moeten, er komen donkere wolken aan.

A – Je hebt gelijk, we gaan.

B – Maar zeg, wat was er nou met Loes?

A – Welke Loes?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s