Maandelijks archief: januari 2020

Gluren in Buren

Soms verfoei je de wetten in Nederland. Je mag niet buiten plassen en niet binnen roken. Je mag met je auto geen 60 rijden binnen de bebouwde kom maar ook niet op de snelweg. Je mag niet overal parkeren en waar het wel mag moet je betalen. Je mag overal de bloemetjes buiten zetten behalve als je anderen ermee lastigvalt. Mogen en moeten, bepaalt door wet of moraal, iemand moet erop toezien dat dit mogen en moeten naar behoren uitgevoerd wordt. Daar hebben we in Nederland verschillende instanties voor van opgeleide, getrainde en bewapende marechaussee tot de alerte buurtwacht met als enige wapens mensenkennis en contactuele vaardigheden. Omdat eerstgenoemde in de familie voorkwam, een bezoekje gepland naar Buren.

 

Het Marechaussee-museum, gehuisvest in een voormalig weeshuis, is zowel van buiten als van binnen adembenemend mooi! Naast heel veel uniformen, van Bromsnor tot onze jongens in Afghanistan, veel onderscheidingen en zelfs een replica van een ‘slikkertoilet’ zoals op Schiphol (hier worden de bolletjes van de bolletjesslikkers opgevangen…), stond er af en toe een paard in de gang.

Ook buiten het museum is Buren prima om aan te gluren. Veel oude pandjes, veel ongelijke stoepjes, veel monumentale huizen, veel spulletjes buiten, veel buren die op elkaars spulletjes letten. En natuurlijk Burense thee om gezellig met je Burense buren te drinken, in Buren.

       

 

Ook wel vreemde dingen gezien… Een slager die Knobbout heet? Die verkoopt bouten van het knobbelzwijn of de knobbelzwaan? Heerlijke knobbelbouten om aan te knabbelen? En waarom is hij niet open? Last van zijn eeltknobbel? En wat een bijzonder smeedijzeren hekwerkje om de regenpijp! Ik vind het prachtig maar zie het nut niet. Worden hier pijpen gestolen? En zijn daarom de pijpen gekooid? Ik zou eerder de pijpekooi stelen…

   

Deze laatste foto doet een burenruzie in Buren vermoeden. Zo van ‘Lekker puh, mijn voordeur is veel breder dan de jouwe!’ Maar niets is minder waar. In Buren komt burenruzie niet voor. Handhaving niet nodig. Het zijn namelijk twee deuren van een voormalig gasthuis. Door de rechter, brede deur werd je binnengebracht op een brancard en door de linker, smalle deur kwam je lopend weer naar buiten. Of in een kist.

Leerzaam dagje in Buren;-)

 

Taalgebruik

Als ik hier mensen echt oud-Apeldoorns hoor praten maak ik daar niet veel van, maar dat hoeft ook niet want de meesten kunnen gelukkig ook ABN. Ik betwijfel namelijk of de nonnen in Vught Apeldoorns in het pakket hebben. Toch hoor ik een ander taalgebruik dan in het westen.

  • Het viel mij op dat het woord ‘maand’ geen meervoud heeft. ‘Dat duurt nog drie maand’ ‘Nee joh, dat is al vier maand geleden’ ‘Zij is zeven maand zwanger.’ Ik weet niet waar dat vandaan komt maar was best wennen.
  • Ook gebruikt men hier eerder het woordje ‘de’ dan een bezittelijk voornaamwoord. ‘Ik heb de jas al aan.’ ‘Heb jij de koffie al op?’ ‘Hij heeft geen haar op de kop.’
  • En wat te denken van bepaalde uitdrukkingen. Ik had nog nooit gehoord van ‘Ik heb de benen er niet meer onder’ of ‘Heb jij ook de pijp leeg?’, maar dat kan ook aan mij liggen natuurlijk.
  • Wat ik ook regelmatig hoor ‘Ut wordt noit nie wat’. Niet dat het een depressief volkje is maar hier geldt wel ‘eerst zien dan geloven’. Trouwens, taalkundig is dit een heel raar zinnetje. ‘Nooit niet’ is een dubbele ontkenning en wordt dan automatisch een bevestiging. Denk maar aan de zin ‘Ik zal nooit niet aan je denken’ betekent ‘Ik zal altijd aan je denken.’

Gister in de stad liep ik een groepje jonge mensen tegemoet, die hun laatste zakgeld bij de Mac besteed hadden. Naar mijn idee waren het brugpiepers want in geen enkele jaargang zijn de verschillen zo groot. Ze zijn groot of nog klein, ze zijn slungelig of hebben al controle, ze zijn bangig of zelfverzekerd. Wat overeenkomt is hun kleding. Ze zullen diep verontwaardigd schooluniformen afwijzen maar dragen wel identieke broeken met identieke gaten, identieke sneakers en identieke jassen. Ze praten identiek: te hard en te druk en met halve zinnen zoals ‘Bij wijze van’, ‘Meen je’ en ‘Zweer je’ Opeens vielen ze allemaal stil want om de hoek verscheen een gehaaste Marokkaanse man die heel boos was. Hij schreeuwde in zijn telefoon en legde vooral nadruk op de ‘z’. ‘Nee ik zzweer je, jij zzit mijn moeder te beledigen, (toen wat boze Arabische woorden), ik zzweer je, ik zzie jou vanavond om zzeven, (gevolgd door een reeks Arabische scheldwoorden!)’ Met grote handgebaren en luidruchtig stemgebruik nam hij angstaanjagend veel ruimte in. Iedereen die hem ‘in de weg’ liep keek hij woedend aan. De brugpiepers staakten rap hun getetter en lieten hem dwars door hun groepje gaan. Zodra hij op veilige afstand was riep de kleinste jongen met overslaande stem ‘Wie was die boy?’

Toen ik deze laatste soorten van taalgebruik hoorde merkte ik niet veel verschil meer…

 

Op straat (11)

(Deze categorie zet ik nog even voort in het nieuwe jaar, want er ligt nog genoeg… ;-))

Dit vond ik…

…en dit ging er aan vooraf.

Het is altijd al een eigenwijs kind geweest. Of beter gezegd: eigengereid. Altijd zo zelfstandig haar eigen mening verkondigen en standvastig haar eigen weg gaan.

Toen ze geboren werd was dat precies op de uitgerekende dag, niet eerder of later maar precies volgens afspraak. Toen ze een broertje kreeg deed ze precies wat er van haar verlangd werd. Gaf flesjes en luiers aan en nam genoegen met de tweede plaats. Het leek of het erger werd toen ze naar school ging. Al snel werd haar wereld wijder en wijder door de boeken die ze verslond. Alsof ze daarin een moeilijk te stillen invulling vond. Ze zeurde nooit om aandacht, snoep of cadeautjes. Ze ging naar de bibliotheek en haalde boek na boek. Voor haar verjaardag kon je haar geen groter plezier doen dan een paar schriften en pennen. Hiermee legde ze haar zelf verzonnen verhalen vast. Wel gaf ze van te voren precies aan welke schriften ze wilde en precies welke pennen. Kreeg ze toch iets anders dan ging ze het zelf ruilen in de winkel. Ze wist wat ze wilde. Toen haar ouders gingen scheiden keek ze er niet van op. Ze had er al over gelezen en wist dat dit kon gebeuren. Haar vader kocht een ander huis en ze mocht haar nieuwe kamer zelf inrichten. Ze wist precies wat ze wilde ook al was hij het niet helemaal eens met de kleuren.

En nu is ze bijna jarig. De gewilde schriften en pennen heeft ze doorgegeven aan haar ouders en ook een zevendelige boekenserie. In de bibliotheek ontbrak er steeds een deel en ze wil ze zo graag alle zeven achter elkaar lezen. Het enige probleem dit jaar wordt het feestje… Meestal geeft ze precies aan wat ze wil gaan doen en met wie en geven haar ouders haar zonder pardon haar zin. Maar dit jaar gaat het anders. Het is de eerste keer dat ze bij Papa jarig is. Hij heeft al suggesties genoeg gedaan: hamburgers bakken bij een fastfoodrestaurant, een voorstelling in een theater bezoeken, een cupcake workshop, een pyjamaparty met make-updingen, maar bij elk voorstel schudt ze haar hoofd. Haar vader zucht: ‘Wat wil je dan?’ ‘Weet je echt niet wat ik het allerliefste wil? Dan regel ik het zelf wel!’ zegt ze. Hij haalt zijn schouders op. ’s Avonds belt hij voor de zekerheid zijn ex-vrouw, maar van haar wordt hij ook niet veel wijzer.

Als alle vriendinnen er zijn, de cadeautjes uitgepakt zijn en de roze taart verslonden is, gaat ze op een stoel staan. ‘Ik heb een leuke verrassing: we gaan een speurtocht doen!’ Haar vader krabbelt zich eens achter de oren en denkt: ‘O ja, DAT zei ze vorig jaar ….’

Luisteren

Ik weet het, het ligt gewoon aan mij. Vaak, bijna altijd dus, probeer ik de schuld ergens anders neer te leggen maar kom toch steeds weer bij mezelf uit. Hoewel ik het wel altijd goed uitleg hoor! Maar ja, als je niet goed naar me luistert… Vandaag ook weer. De kapper.

Ik probeer weer eens een nieuwe. Heel specifiek leg ik uit wat ik wel en vooral wat ik niet wil. Aan deze kant kort maar niet te kort. Aan de andere kant lang maar niet te lang. En die twee kanten moeten naadloos in elkaar overlopen. Oren gedekt en toch ook vrij… Mijn nieuwe Turkse vriend knikt en knikt, hij begrijpt het helemaal. Of ik een kleurtje wil. Heeft hij iets dat grijs in één keer dekt maar niet te donker is? Hij kijkt wat hulpeloos. Laat dat verven maar zitten dan. Hij zwiert een kapmantel om mij heen en begeleidt mij naar de wasbak. Op dit punt word ik altijd slaperig, warm water, hoofdmassage, lekker muziekje, geen geklets. Ik zweef een beetje en ruik opeens caramelfudge. Watertandend doe ik één oog open. Hij ziet het en stelt me gerust: ‘Jij droog, jij masker.’ Direct realiseer ik me dat hij bijna geen Nederlands praat, heeft hij me wel verstaan dan???!!!

Het volgende uur kom ik er achter dat hij na 18 jaar in Nederland best wel gebroken Nederlands kan praten. Hele verhalen over de zondagse tochtjes die hij met zijn vrouw maakt om zijn nieuwe thuisland te leren kennen. Dat ze gek zijn op ‘Vollendam’ maar het boottochtje naar Marken met vijf kinderen voor bijna €90 in de ‘papieretjes’  gaat lopen. Dat hij de auto stilzette midden op de Afsluitdijk, om te genieten van het moment ‘midden op het water!’. Dat zijn ‘klaine zoonetje van 15 jaar’ niet altijd meer mee wil. Tussendoor knipt hij wat aan mijn haar om vervolgens weer met grootse gebaren de omvang van de zee aan te geven. Het is een vermakelijke voorstelling maar ik ben benieuwd naar de slotact.

Het eerste wat ik normaal gesproken doe als ik thuis kom van een kapper, welke dan ook, is mijn hoofd onder de kraan stoppen om dat deftig gekapte zo snel mogelijk te laten verdwijnen. Daarom zeg ik hem dat hij niet hoeft te föhnen. ‘Maar ik jou mooi maak’, probeert hij nog. Ik vind het mooi genoeg en verlaat na betaling het pand. Eenmaal thuis bekijk ik het resultaat met drie spiegels en wat denk je? Kort maar niet te, lang maar niet te, en perfect in elkaar overlopend! Hoera, ik heb een kapper die vreselijk veel kletst maar ook luistert! Zou het dan toch niet aan mij liggen…?