Op straat (8)

Dit vond ik,

en dit ging er aan vooraf.

Hij keek niet eens meer op van het telefoontje. De kliniek waar zijn vrouw verbleef had al zo vaak gebeld. Met een zucht nam hij het gesprek aan. Maar gaandeweg de uitleg aan de andere kant werd hij bleker. ‘Maar hoe kan dit?’ stamelde hij. Hij wreef met zijn hand over zijn ogen en knikte. Realiseerde zich toen dat de beller dit niet kon zien en uitte de belofte direct te komen. Hij meldde zich af bij zijn leidinggevende en haastte zich naar zijn auto. Haasten had eigenlijk geen zin meer maar nu wilde hij toch zo snel mogelijk bij Leonie zijn.

Bij de kliniek wachtte Laura hem op. Een jonge frisse verpleegkundige die hem al door heel wat dieptepunten heen geloodst had. Ze voelde hem goed aan en wist op het juiste moment de juiste dingen te zeggen. Bij haar kon hij boos zijn, verdrietig, of gewoon moe. Moe van de zorgen om Leonie, moe van de zorgen om hun kinderen, moe van het altijd maar positief blijven naar de buitenwereld toe. Hij kende Laura intussen goed. Al die uren in spanning samen doorgebracht werden ook gevuld door verhalen van haar kant. Ze bleek een jonge weduwe van een op missie gesneuvelde soldaat. Achterblijvend met een peuter. Met liefhebbende ouders die zich op hoge leeftijd fulltime om het kleinkind bekommerden zodat zij voor een inkomen kon zorgen om de huur te kunnen betalen. Nu zou hij haar  minder gaan zien. De laatste poging van Leonie bleek een fatale.

Zes maanden later is hij weer voorzichtig gelukkig. De eerste tijd na het overlijden van Leonie waren verdrietig maar onderhuids voelde hij ook opluchting. Zij had eindelijk rust en hij kon doorgaan met zijn leven dat stilstond vanaf het moment van haar opname. Na twee maanden nam hij contact op met Laura, die hij niet meer gezien had sinds de begrafenis. Hij miste haar, de gesprekken, haar lach. Toch wilde hij eerst uitvinden of het om Laura zelf ging of van de troostende werking die zij altijd op hem had. Al snel merkte hij dat Laura zich ook afvroeg waar de grens tussen werk en privé lag. Samen zochten ze die grens op en sloegen uiteindelijk de weg naar elkaar toe in. Het was voorbestemd. Ze hadden elkaar gevonden.

Vanavond wil hij de vraag stellen. Of ze bij hem en de kinderen wil komen wonen. Met haar eigen Julian erbij natuurlijk. De wekelijkse logeerpartijtjes voldoen niet meer. Om het te vieren heeft hij een mooie fles champagne gehaald en die in de tuin bij het lage muurtje gezet. Hij wil dat ze spontaan ‘ja’ zegt en niet omdat de bubbels al koud staan. Uiteraard wil hij dit doen zonder dat de kinderen daarbij zijn. Even echt hun momentje van maken. Uitgerekend deze avond heeft Tom nog wat wiskundevragen en moet Romy nog een heel werkstuk printen. De kleine Julian heeft last van zijn oren en huilt elk kwartier jammerend om zijn moeder. Het is al behoorlijk laat als hij toch met de vraag komt. Laura glundert direct en roept: ’Ja, ja, ja, dat wil ik!’. Dan kruipt ze bij hem op schoot en fluistert verleidelijk: ’Laten we naar boven gaan om het zachtjes te vieren…’ Meer aansporing heeft hij niet nodig.

Om half vier ’s nachts wordt hij wakker. Wat hoort hij toch? Hij loopt naar het raam en schuift het gordijn wat opzij. Op het lage muurtje zit een man luidkeels te zingen: ‘Want zij geloóóóóóft in mij!’ Na een poosje wordt de lege fles weer netjes in de tas gestopt en de man waggelt het donker in.

Advertenties

6 gedachten over “Op straat (8)

Laat een reactie achter op carlavanvliet1 Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s