Maandelijks archief: maart 2019

Op straat (5)

Dit vond ik,

en dit ging er aan vooraf.

Sinds de buurman van drie huizen verder de voetbal van onze Bram zachtjes heeft laten leeglopen botert het niet zo goed meer tussen hem en mij. Bram had die voetbal zelf gekocht van zelf gespaard geld. Van mij kreeg hij ze niet meer want ik kon wel aan de gang blijven. Dan lag er weer eentje op het dak van de schuur, dan weer in de sloot, dan kwam er een per omgeluk onder een vachtwagen of een ander kind ging er mee vandoor. Mijn vrouw en ik hebben nog meer kinderen die ook elke week wel iets nieuws willen. In overleg besloten we daarom dat Bram voortaan best zelfvoorzienend kon zijn wat betreft de voetballen. We vonden dit ook opvoedkundig verantwoord want wat bleek de jongen trots en blij en voorzichtig met zijn nieuwe voetbal. Hij haalde er zelfs een doekje over voordat de bal ’s avonds in de schuur verdween. Het maakte ons ook trots dat ons kind opeens een stuk bewuster met zijn speelgoed omging. Des te groter was de teleurstelling dat een volwassen man een voetbal van een kind afpakt en dan met een grijns op zijn gezicht die bal lek gaat steken. Dit is voor mij een stap te ver. Samen met Bram ging ik verhaal halen maar kwam niet verder dan moeten aanhoren dat ‘die rotjongens altijd zijn dure plantjes knakten met die rotvoetballen!’ Hij was niet voor rede vatbaar, wilde van geen excuus van Bram horen en, eerlijk is eerlijk, daarbij nog eens twee koppen groter dan ik. We keerden onverrichter zaken huiswaarts. We besloten dat we ons best gedaan hadden en het hierbij te laten.

Maar dan had ik buiten het geweten van Bram om gerekend. Het was altijd al een kind dat doordacht, een kind dat onrecht slecht kon behappen. Zeker een maand na het ongelukkige voorval kwam hij naar me toe met de vraag of ik met hem naar het tuincentrum wilde. Hij zou van zijn eigen geld een plantje kopen voor de buurman om hem in een beter humeur te krijgen. Ik vond niet dat de buurman dit verdiende maar wilde de vredespoging van Bram ook niet in de weg staan. Een dag later stonden we weer in de tuin van de buurman. Bram, met een in doorzichtige folie ingepakt plantje. Hoe vaak we ook op de bel drukten, de deur werd niet geopend. Wel zag ik een stukje vitrage bewegen. Bram stond even in tweestrijd. Uiteindelijk zette hij het plantje bij de voordeur en liep beteuterd het tuinpad af naar ons eigen huis. Ik wist even niets te doen en volgde Bram. Nog één keer keek ik om en meende beweging achter de vitrage te zien.

De volgende dag sprong ik op uit mijn stoel toen ik een schreeuw hoorde. Bram kwam opgewonden de kamer binnen rennen met in zijn handen een pakje. Het pakje was kogelrond en was ingepakt met herkenbaar papier van de speelgoedwinkel. Pas ’s middags zag hij het kaartje liggen. Hierop de woorden ‘Voor’ en ‘Van’ …

Moeders

(De moeder, de vrouw is het thema van de Boekenweek die gisteren begonnen is. Er zijn tal van boeken, verhalen en gedichten geschreven over moeders. Iedereen heeft er tenslotte eentje. Soms is dat heerlijk, soms pakt dat minder goed uit. Er zijn ook zoveel soorten moeders. Lieve moeders, ontaarde moeders, toegewijde en egoïstische moeders, carrière gerichte en luizenmoeders, bonus- en stiefmoeders, pleeg- en knuffelmoeders, noem maar op. De afdeling Schrijven van De VAK, centrum voor kunsten in Delft, heeft een schrijfwedstrijd uitgeschreven: schrijf een tekst in maximaal 250 woorden waarin een moeder het onderwerp is. Dit is mijn, overigens niet autobiografische en niet gewonnen, bijdrage.)

Moeder 2.0

Vandaag ben je nog in elke vezel bij me. Ik kijk naar je zoals je daar ligt. Naar je weerbarstige krullen. Je hebt mijn kind er ook mee opgezadeld. Soms vind ik dat fijn maar meestal verwens ik het onderhoud.  Ik kijk naar je licht gebogen neus. Jouw fijne neus voor stemmingen, maar wat stak je diezelfde neus toch dikwijls en ongevraagd in mijn zaken. Ik kijk naar je oren, altijd luisterend, maar te vaak Oost-Indisch doof. Ik kijk naar je ogen, nu gesloten, maar ik weet hoe liefdevol ze kunnen kijken. Ook hoe doordringend of verwijtend ze kunnen staan. Ik kijk naar je mond, die zowel kan spreken als zwijgen. Je stem die regelmatig grote wijsheden en liefdesuitingen verkondigde maar misschien nog wel vaker met flinke verheffing klonk. Ik kijk naar je handen, wat hebben ze hard gewerkt. Gestreeld, maar ook geslagen. Teder toegedekt en ingestopt maar ook hardhandig wakker geschud. Ik kijk naar je voeten, die me de weg zijn voorgegaan maar die me dikwijls op hinderlijke wijze in de weg liepen. Ik kijk naar je lijf, vaak gestrekt in afweer, niet om tegen aan te schurken, niet  om je geborgen bij te voelen. Je wist niet hoe dat moest. Toch een lichaam waar ik van houd omdat het (van) jou is.

Morgen zul je slechts een herinnering zijn. Hoewel ik ‘de kouwe kant’ ben zul je voor mij een warme herinnering zijn, zeker weten. Want jij was mijn schoonmoeder. Mijn warme schoonmoeder.

Opruiming

Al een tijdje niet naar de stad geweest. Met dit mooie weer geen strafwandeling dus hup naar buiten! Het tempo is nog niet wat ik zou willen maar hè, zo kan ik wel op het gemak van alles bekijken.

Drie jaar geleden liep ik langs een appartementje waar de bewoonster kennelijk net jarig was geweest. Ze had zelf een klein plekje op de bank ingenomen en de rest van de kamer stond vol met prachtige donkerrode rozen, helgele zonnebloemen en uitbundig bloeiende planten. Ik dacht toen nog wel…wat een onderhoud! Nu ik er vandaag weer langsliep en heel toevallig eens naar binnen keek, bleken de rozen een aantal tinten lichter, de zonnebloemen waren zachtgeel en de planten bloeiden nog net zo uitbundig maar dan onder een laag stof. Hier valt wel iets op te ruimen. Het vrouwtje zat nog net zo op het hoekje van de bank. Zij is toch wel echt???

Twee jaar geleden liep er een wit verfspoor door de stad. Een stel jonge mannen waren een piepklein pandje aan het opknappen met witte verf, maar kennelijk was de verfpot lek… Na een paar weken was de verf weggeregend en zag het zaakje er keurig uit: twee grote spiegels, twee stoelen, één tondeuse en een supergrote televisie en een knus bankje. Meer was er niet nodig voor een kapperszaakje. Elke bezoeker gaat met hetzelfde kapsel naar buiten want er is immers alleen één tondeuse. Van boven krijgt iedereen standje cavia en de rest standje super kort. De enige variatie is de geschoren scheiding. Bij het opruimen treft de baas uitsluitend zwart krulhaar. Maar het is er altijd druk. Als de kapper er is…

Een jaar geleden had een kennisje van me een ernstige vorm van opruimwoede. Gehoorgevend aan de slogan ‘Heel Apeldoorn Rein’ ging ze bij de gemeente een zak en een grijper halen en zorgde ervoor dat Apeldoorn een stukje reiner werd. Anderen werden door haar aangestoken, vooral kinderen waren erg dol op de grijper, en je zag steeds meer mensen in de bermen, struiken en bosschages slepen met volle zakken. Niet jofel dat het nodig is maar de actie werkte wel. Vandaag vond ik nog een enthousiasteling…

…die het niet helemaal begrepen heeft.

 

Theaterbezoek

Vorig weekend weer eens het theater bezocht, een lekker avondje uit. Lachen en genieten van de voorstelling. Me helemaal thuisvoelen op het rode pluche. En met mij nog vele andere mensen. Jonge mensen, iets oudere mensen, veel oudere mensen. Ja, het was duidelijk een voorstelling geschikt voor alle leeftijden. En in de pauze wilden ze allemaal koffie of thee. Ik zal je even aan een paar mensen voorstellen:

Joyce was er ook. Zij dacht ‘Ik doe mijn bont gestreepte vest aan en dan kan ik mijn rode laarsjes ook weer eens dragen, want daar komt niets van op mijn werk als verpleegkundige’. Haar vriendin Marjan, op de hoogte van de vaak uitbundige smaak van Joyce, koos voor zekerheid met een zwart jurkje.  Ze was maar wat blij dat je tegenwoordig sneakers onder je zwarte jurkje aan kan want de hele dag in de apotheek staan voel je ’s avonds echt wel in je voeten. Het was leuk weer eens met z’n vieren af te spreken. Hun mannen moesten nog wat aan elkaar wennen maar hadden meer overeenkomsten dan ze zelf dachten.

Hoe lang zou het geleden zijn dat je deftig aangekleed naar het theater ging? Nu gaat Rob met zijn beste vrienden gewoon in spijkerbroek, Tim zelfs in joggingbroek, en sportschoenen. En waarom ook niet, draag wat je prettig vindt. Netty en Trudy zijn van een andere generatie en hebben voor de gelegenheid de zwarte lakschoenen gepoetst. Niet zo’n hoge hak want dat gaat niet meer met de rug van Trudy. Netty vindt een hakje nu eenmaal wat vrouwelijker staan.

José heeft het super naar haar zin. Thuis heeft ze momenteel veel problemen, net de scheiding achter de rug, gezeur met John over alimentatie en de kinderen die ronduit lastig zijn. Ze geniet  ervan dat ze dit weekend bij hun vader zijn en zij lekker alleen kan uitgaan op haar tijgerprintlaarsjes. Nou ja, alleen… Ze is omringd door drie mannen. Vetermannen en geen sneakermannen, dat is een heel verschil. Opvallend is dat de mannen er allemaal even nonchalant bij staan, net zo nonchalant als José zelf.

Ten slotte was Hans er ook. Een beetje zonderling type die Hans. Vroeger op school was hij al het pispaaltje en tegenwoordig op kantoor is het niet veel beter. Hij zoekt zijn heil vaak in het theater, waar hij zich kan verliezen in een andere wereld, waar niemand hem kent, waar niemand hem lastig valt en waar niemand iets zegt over het feit dat hij sandalen draagt in maart.

Ja, het was weer een heerlijk avondje theater.

Slingers (4)

Intussen ben ik er achter gekomen dat ik er in het woon-zorg-centrum niet alleen en uitsluitend voor het versieren ben.  Thuis bereid ik doorgaans het e.e.a. voor maar zet ter plekke alles in elkaar. Denk hierbij aan hele sterke lijm die ik gebruik, zo wil ik voorkomen dat de week erop de tafelstukjes geplunderd zijn of boven op de ’eigen kamers’ zijn terug te vinden…

Ik kan de klok er op gelijk zetten, binnen 10 minuten staat de eerste dame al bij mijn tafel. “Wat moet het worden?” Een tweede dame volgt:“ Wat stelt dit nu weer voor?” Dame 3 voegt zich erbij: “Hoe doet u dat?” Ik leg graag uit en krijg dan wisselend commentaar van ietwat schamper: “O, maar dat heb ik vroeger ook gedaan!”, tot berustend: “Ik wou dat ik dat ook nog kon…”,  tot het bemoedigende: “Knap hoor van u, dat heeft u leuk bedacht!”

Voor het winterthema had ik sneeuwpoppen gemaakt van piepschuimballen met zelf gebreide mutsjes en sjaaltjes. Als grapje had ik er een bordje met de tekst ‘Koud hè!’ bij gezet.

Mevrouw 1 duwde haar gezicht dichtbij het bordje en schoot toen in de lach: “Koud hè!”.      Mevrouw 2 : “Wat zeg je? Het is hier helemaal niet koud!”                                                                      Mevrouw 1: “Dat staat daar!”                                                                                                              Mevrouw 1 en 3: “Hahaha, koud hè!”                                                                                                         Meneer 1: “Koud? Vroeger was het pas koud!”

Er ontspon zich een geanimeerd gesprek over kou en over sneeuw en ijs, over schaatsen, natuurlijk de Elfstedentocht, over doorlopers, tot kussens onder je billen binden, en heerlijke koek en zopie. De verhalen vlogen over tafel. Dit alles naar aanleiding van een bordje…

Een week later kwam ik een ouderwets grijs-gewolkt-emaille pannetje brengen, ik had er een gezellig sjaaltje bij gebreid en twee sneeuwpoppen bij gezet.

Bewoners vroegen zich verwonderd af wat het voorstelde. Ik opperde dat het gewoon een pannetje warme soep was. Ik werd wantrouwend bekeken. “Zeker erwtensoep.”, grijnsde mevrouw A. “Misschien moet u er even inkijken”, zei ik. Voorzichtig tilde meneer B. het deksel op, keek er in en trok de wenkbrauwen zo mogelijk nog verder op. Toen wilde iedereen kijken! Sommigen voelden zich een beetje bij de neus genomen en wisten niet goed te reageren, anderen moesten er direct hardop om lachen. Hoe dan ook, het hield hen de rest van de ochtend bezig. Telkens als er een nieuwe bewoner binnenkwam riepen ze om het hardst: “Wil je ook soep? Moet je in de pan kijken!” Ze hadden er reuze schik om, alsof ze het zelf bedacht hadden… 😉

Grappig hè, dat een paar simpele versieringen stof tot uitgebreide en vooral spontane communicatie kunnen leiden.

 

 

 

55 woorden

Schrijverspunt heeft weer een schrijfwedstrijd georganiseerd: schrijf een verhaal van 55 woorden. Van 14 t/m 21 februari werd de Week van het Korte Verhaal hiermee gevierd. Makkie, denk je dan. Lekker weinig woorden, snel klaar. Je hoeft je ook maar aan twee spelregels te houden:

  1. Alleen fictie komt in aanmerking, dus echte afgeronde prozaverhalen, met een begin, een midden en het liefst een verrassend eind. Gedichten, filosofische overpeinzingen en beschouwingen van natuur en persoonlijk leed, hoe mooi ook opgeschreven, worden onverbiddelijk en meedogenloos terzijde gelegd en doen niet mee aan de wedstrijd.

Oké, denk ik dan, dat klinkt een stuk strenger. Hogere eisen dan ik aanvankelijk dacht. Weinig woorden voor een afgerond verhaal. Wat kun je vertellen? Het moet wel ergens over gaan.

  1. Het verhaal moet in precies 55 woorden, inclusief de titel worden verteld!

Wat?! Inclusief de titel? Tjonge, dat wordt een errug kort verhaaltje. Ik heb toch een idee en begin gewoon enthousiast te schrijven. Klaar. Even tellen: oeps, 257 woorden… Ik heb ooit eens een boekje gelezen: ‘Schrijven en schrappen’ en dat breng ik nu maar al te graag in de praktijk. Dan ga ik van 257 naar 163 naar 53. Dit zijn er te weinig! Dan heb ik er eindelijk precies 55! Maar o jee, de titel vergeten. Opnieuw schuiven en schrappen totdat er een heel verhaal inclusief titel van 55 woorden staat. Snel insturen en dat deden 699(!) mensen met mij. Na een best wel korte tijd (het waren natuurlijk ook maar korte verhaaltjes…) kwam de uitslag al en konden  55 schrijvers zich verheugen op een plek in de bundel en ik zit daarbij. Jippie!

Eén verhaal wordt als winnend verhaal uitgekozen en vooraan in de bundel gezet. Deze keer is het van Lilian Steenvoorden en het gaat zo:

Overstekend groot wild

‘Weet je het zeker, er is zoveel lawaai hier en ik zie almaar van die lichten.’ De groep herten kwam behoedzaam uit het kreupelhout tevoorschijn. ‘Ja, kijk maar.’ Het oudste hert knikte in de richting van de rood-witte driehoek op een dunne paal. ‘Dat zijn wij toch? We mogen hier zelfs springen.’

Ik vind ‘m grappig en leuk gevonden.  Mijn verhaal gaat zo:

Verrassing

Op Jacqueline’s Nieuwjaarsfeestje in augustus kijk ik zoekend rond. Ik heb haar twee jaar niet gezien. Ik zie een man, in zijn gezicht trekken van Jacqueline. Nooit geweten dat zij een broer had. Hij kust me en zegt met de stem van Jacqueline: ‘Proost op mijn nieuwe jaar lieverd. Het nieuwe jaar van Jacques.’

Wil je de andere 53 verhaaltjes ook lezen moet je de bundel maar kopen. Het is de vierde keer op rij dat deze jaarlijkse wedstrijd georganiseerd wordt met als vaste sponsor Stichting Biblionef. Deze stichting stelt zich ten doel om kinderen overal ter wereld de kans te geven om te lezen. Hoe mooi is dat! Zo kun je lekker lezen en tegelijkertijd kinderen helpen! 👍😍

 

Pssssst

Het stelde helemaal niet zoveel voor. Maar soms wordt ongewild iets kleins zo opgeblazen!!! Dat je uiteindelijk denkt ‘waar gaat het over???’

Ik had gewoon de griep. Een snertgriep weliswaar, maar toch gewoon de griep. Met alles drop-en-dran. De ramen rammelden vervaarlijk in de sponningen als ik hoestte, zo angstaanjagend rammelden ook mijn longen. Liters hoestdrank later en misselijk van alle keelsnoepjes, was de conclusie: ‘Ik kom er niet vanaf!’ Ik sleepte mij naar de huisarts en trakteerde haar op een blafconcert. Om mij er wel vanaf te laten geraken adviseerde zij een antibioticakuurtje. Prima. Alles prima. Whatever. Direct langs de apotheek, kuurtje ophalen en aangepast vliegensvlug terug naar het warme bed. Dacht ik.

Ho, ho, ho! Dat gaat zomaar niet! Het ging faliekant mis bij de apotheek. De bestelling doorgeven ging nog goed. ‘Gaat u maar even zitten, dan maak ik het voor u klaar’, kwam reuze goed uit voor mijn eigenwijs zwabberende benen. De pillen werden handmatig gedraaid denk ik, want ik doezelde even weg. Eventjes maar. Een nieuw fris en fruitig meisje riep mijn naam en ik snelde (bij wijze van spreken) naar de balie. Ik wilde het doosje uit haar handen grissen en maken dat ik in mijn dekbedholletje terecht kwam. Echter…zij hield het andere eind van het doosje stevig vast. Ik rukte nog iets maar ze liet niet los en bleef naar me glimlachen. ‘Het is wel een kuurtje hoor, dat betekent dat u dat helemaal moet afmaken. Ook al voelt u zich beter.’ Ik trok mijn wenkbrauwen wat op. Tenslotte heb ik al vele malen vaker kuurtjes geslikt dan dat zij het woord antibiotica uitgesproken heeft. Ze vatte het verkeerd op en gaf nog meer uitleg. Ik had geen puf me te verzetten en knikte  en probeerde terug te glimlachen. ‘Het zijn dispergeerbare tabletten, dit betekent dat u ze in water kunt oplossen.’ Als ik iets smerig vind…maar ik knikte.  Ze was een aanstormend talent in de apothersscene en vastbesloten alles (nog) volgens het boekje te doen. ‘U moet ze met een tussentijd van 8 uur innemen, dit betekent als u nu om half 12 begint dan…eh…om half 8 en dan…eh…nou dat rekent u zelf maar uit.’ Ik knikte, wist zeker dat ik niet midden in de nacht om half 4 zou opstaan en trok zachtjes aan het doosje. Ze trok ook en trok mij zelfs naar haar toe. Ze fluisterde: ‘O ja, er kunnen wat bijwerkingen optreden…’ ‘En dat betekent…???’, vroeg ik gemaakt geduldig, er vanuit gaande dat zij ze één voor één ging opnoemen. ‘Darmen…’ , fluisterde ze nog zachter. Mijn snotvolle oren verstonden het gefluister niet helemaal: ‘Wat gebeurt er met mijn armen?’ Ze zette nog net niet haar hand voor haar mond en tegen mijn oor, maar boog zich zo mogelijk nog dieper naar me toe, keek schielijk om zich heen en mompelde de alarmerende code: ‘Diarree….!’ Ze wilde mij waarschijnlijk niet in verlegenheid brengen door luidkeels over darmproblemen te oreren aan zo’n openbare balie, maar het feit dat we beiden geheimzinnig in elkaars oor stonden te fluisteren leek volgens mij heel veel vreemder.

Eindelijk liet ze los. Ik voelde me direct opknappen. Ze komt er wel.