Op straat (1)

Een nieuwe categorie in een nieuw jaar.

Hoe vaak hoor je niet: ‘Humor ligt op straat’? Hoe vaak denk ik niet: ‘Verhalen liggen op straat!’, zomaar voor het oprapen. Afgelopen zomer las ik een boek van Ruth Hogan ‘De bewaarder van gevonden voorwerpen’, over een man die voorwerpen op straat vindt, ze mee naar huis neemt, ze in een kast plaatst en uiteindelijk bij elk voorwerp een verhaal bedenkt. Dit is wel een bijna letterlijke uitvoering van ‘Verhalen liggen op straat’.

Ik vond dit zo’n mooi idee en het past wonderwel goed bij mijn letterkast, ‘zie het ongewone van het gewone’, dat ik besloot het idee over te nemen. Ik neem echter niets mee naar huis maar maak er een foto van, zoals ik het aantref, en probeer dan te achterhalen (lees: verzinnen) wat eraan voorafgegaan is. Ik noem het liever ‘Verloren voorwerpen’, wie heeft het verloren en hoe kwam dat zo op straat?

Vandaag deel 1, met deze verloren voorwerpen, en wat eraan voorafging…

Hij parkeert de auto in de garage en laat zijn handen nog op het stuur rusten. Hij haalt diep adem en blaast die langzaam uit. Dan schudt hij zijn hoofd alsof hij iets van hem af probeert te schudden. Eenmaal binnen treft hij zijn vrouw zoals gewoonlijk op dit tijdstip in de keuken. De kinderen zitten al aan tafel, alle drie turend naar hun telefoonscherm. ‘Je bent laat!’, bijt ze hem toe. Hij verontschuldigt zich, mompelt iets over files en laat de kus die hij haar wil geven achterwege. ‘Je bent toch niet vergeten dat we vanavond naar school moeten hè? We moeten dat juffie van Nederlands eens hartig spreken over dat laatste tentamen van Jens!’, moppert ze. Jens, de oudste , kijkt schichtig heen en weer tussen zijn moeder en vader. De verholen knipoog van zijn vader stelt hem niet echt gerust. De pannen worden kletterend op tafel gezet. ‘Telefoons weg of inleveren!’ Even later zit het vijftal zwijgend te eten. Het zal vast reuze verantwoord zijn, maar waarom alles zo smerig moet smaken is hem een raadsel. Door snel een hoestaanval te suggereren probeert hij het kokhalzend geluid dat dochter Katinka maakt te verdoezelen en daarmee is een woede-uitbarsting voorkomen. ‘Vertel jij je vader maar eens wat je geflikt heb!’, snauwt ze met een blik op de jongste. De kleine jongen kijkt hem met grote ogen aan, verzet zich zichtbaar tegen een huilbui. ‘Nou!?’, spoort ze hem aan. ‘Ik…ik…ik…’ hakkelt het kind. ‘Zit niet zo stom te stotteren!’, reageert ze fel, ‘Zeg maar gewoon dat jij nu al in je nieuwe broek een gat gemaakt hebt! En dat het je niks kan schelen hoeveel geld die broek gekost heeft!’ Dan rolt er toch een traan over de wang van de kleinste. Even heft de jongen zijn hoofd op om zijn vader smekend aan te kijken. Maar zijn vader tuurt naar zijn bord waar hij doelloos de onherkenbare wortels om de ongare aardappels heen schuift. Vader heeft het koud. Koud van de verziekte sfeer in zijn huis en in zijn gezin. Hoe anders was het tussen de middag toen hij in het warme zonnetje met zijn warme secretaresse een heerlijk warm patatje at. Galant bood hij aan de lege bakjes in de vuilnisbak te gooien. Dat de vorkjes eruit vielen zag hij niet. Hij had oog voor hele andere dingen.

 

 

 

 

Advertenties

8 gedachten over “Op straat (1)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s