Maandelijks archief: januari 2019

Slingers (2)

Ik kan in het woon/zorgcentrum versieren wat ik wil maar ik moet het ook weer opruimen. Om mijzelf een kerstvakantie te gunnen besloot in de kerstbomen en andere kerstgein op 7 januari weg te werken. Met een fiks aantal lege dozen kwam ik enthousiast aangezet bij ‘de grote tafel’. In plaats van een ronde tafel voor 4 à 5 personen staat er ook een rechthoekig exemplaar met aan de ene kant een bank (voor de kwiekere doorschuifoudere) en aan de andere kant een rij royale maar lichte stoelen (makkelijk weg te schuiven door rollatorbedieners). Er is een bont gezelschap neergestreken en er ontstaat een vreemde conversatie.

Mevrouw 1: Komt u de kerstboom opruimen?

Meneer 1:  Kep vroeger wel zeuv’n bom’n optuigd!

Ik: Ja, het is Driekoningen geweest hè, dan kan het wel weer.

Meneer 2: Waar benne de koningen geweest?

Ik : Nee, ik bedoel Driekoningen!

Meneer 2: Drie???

Meneer 1: Nee, kep vroeger zeuv’n bom’n optuigd!

Mevrouw 2: Nee joh, ze bedoelt Driekoningen. Dat was gister.

Meneer 3: Is de koning gister geweest? Was Maxima d’r ook?

Mevrouw 2: Nee, het was gister Driekoningen!

Meneer 3: Waren er drie koningen? Welleke dan? Waarom weet ik dat niet?

Meneer 1: Nee, het waren er zeuv’n!

Intussen heb ik de boom leeg, pak de volgende lege doos en loop naar een andere boom.

Andere mevrouw 1: Gaat u de kerstboom opruimen?

Ik, ietwat terughoudend: Ja.

Andere mevrouw 2: Het mag hè, na Driekoningen!

Ik, behoorlijk opgelucht: Jazeker! 😊

 

 

 

Feest

Een nieuwe schrijfwedstrijd. Deze keer georganiseerd door schrijfcoach Kelly Meulenberg. De bedoeling was een verhaal te schrijven bij de door Kelly aangeboden foto, en daarbij niet meer dan 400 woorden te gebruiken. Ik waagde een poging maar zat niet bij de winnaars. Wel kreeg ik een gratis coachsessie aangeboden, die nog moet plaatsvinden. Erg benieuwd wat het me brengt. Hier de foto en mijn verhaal.

Niet één, niet twee maar drie redenen waren een goeie aanleiding voor een uitgebreid feest. Ten eerste mijn verjaardag, ten tweede mijn nieuwe baan en ten derde het feit dat ik hier alweer vijf jaar woon. Ik heb besloten deze keer eens flink uit te pakken en alle naaste collega’s tegelijkertijd met wat beste buren en een stel favoriete vrienden en vriendinnen uit te nodigen. Familie, nee liever niet. Dat is te ingewikkeld.

Henk van de administratie, een nogal gesloten figuur met een vervelende vrouw thuis, maar met een hart van goud, gaat naast mijn kwebbelende zwemvriendin Thea zitten en binnen de kortste keren praten ze honderduit over hun lievelingsschrijvers. Ruud van de boekhouding, waarvan iedereen weet dat hij er in zijn vrije tijd met de racefiets op uittrekt heeft het uitstekend naar zijn zin met mijn fietsende buurvrouw Nadine. Globetrotter Niels raakt niet uitgepraat met Johan zodra het over Thailand, Australië of Nieuw Zeeland gaat. Buurvrouw Gerda zit zelfs kleinkindfoto’s uit te wisselen met mijn oudste vriendin Vera. Mooi om te zien dat ‘mijn’ mensen uit verschillende kringen, op andere vlakken overeenkomsten hebben. Ze raken elkaar zonder hier op uit te zijn. Het ontstaat zomaar op mijn feest.

Ik heb de tafel in de tuin gedekt, dat kan best met dit weer en nu komt die grote tuintafel toch nog eens van pas. Bloemen uit mijn eigen tuin schik ik in een vaasje en zet ze samen met wat waxinelichtjes op tafel. Uit de keuken komen heerlijke geuren. Ik kijk op mijn horloge, trek mijn nieuwe lichte spijkerjasje aan en besluit wat amuses op kleine bordjes te doen. Dan snijd ik het stokbrood. Nogmaals kijk ik hoe laat het is. Wat zijn ze laat. Ik steek de lichtjes vast aan. Ze zullen zo wel komen. Toch? Dan schenk ik de champagne vast in, zo lekker die bubbels. En het staat zo gezellig. Ik neem vast een slokje. En nog één. Waar blijven ze nou? Zelfs Jacqueline is er nog niet, die is altijd te vroeg. Anderhalf uur later heb ik alle glazen leeggedronken, in mijn eentje. Niemand! Niemand is komen opdagen! En zelfs niet het fatsoen hebben om netjes af te bellen. Gloeiende gloeiende! Ik zal nog eens wat organiseren! Ben niet gek! ‘Hey buuf!’, klinkt het grinnikend aan de andere kant van de schutting, ‘Niet alles opdrinken hè, anders hebben wij  morgen niets, hahaha!’ Morgen? Morgen? Morgen!!!

Op straat (2)

Dit vond ik:

En dit ging er aan vooraf:

‘Je moet ook eens op Tinder gaan joh!’, giert mijn vriendin. ‘O nee!’, weer ik beslist af, ‘Dat is niks voor mij!’ Ik omhels haar nog een keer stevig en spring de wachtende trein in. We zwaaien tot we elkaar niet meer zien. Opgelucht zak ik wat achterover, voor zover dat kan in een trein. Een beste meid die Annelies, een vriendin uit duizenden maar soms heeft ze wel erg wilde ideeën hoor. Net terug van een schildersvakantie in de Provence heeft ze meer verhalen over Jean-Pierre, dan over het schilderen. Ik hoor alles maar glimlachend aan, ze brengt wat leven in mijn kleurloze bestaan. Ze geeft me vaak wel het idee dat ik de saaiste persoon op aarde ben maar ik ben nou eenmaal zo. Wonderlijk dat wij zo goed met elkaar kunnen opschieten. Maar wat ze nu zei over dat Tinderen is toch een stap te ver hoor. Ik pak mijn  telefoon en kijk eerst om me heen. Ervan overtuigd dat ik alleen in deze coupé zit, zoek ik schoorvoetend de betreffende app op. Voor ik het weet heb ik een profiel aangemaakt en zit ik te swipen als een malle. Wat een leuke mannen  komen hier voorbij zeg! Zomaar voor het grijpen, hoef ik ook geen enge kroegen in. Ojee! Wat doe ik nu! In mijn argeloosheid heb ik contact gemaakt met ene Bernd. Keurig type zo te zien en hij vindt me leuk. Ik bloos ervan! Gelukkig moet ik uitstappen en stop de telefoon diep weg.

’s Avonds laat Bernd weer van zich horen en wil een ontmoeting met me. Met rode wangen en een verhoogde hartslag spreek ik af vrijdagavond met hem iets te gaan eten bij de Blauwe Markies. Een doorsnee restaurant, echt iets voor mij dus. Op de afgesproken tijd sta ik aan de overkant van het restaurant. Ik heb besloten dat ik eerst wil zien of hij wel komt. Straks zit ik daar voor gek binnen te wachten. Ik controleer nog even of mijn kousen niet gedraaid zitten, dan mijn telefoon of hij niet afgezegd heeft en dan in mijn spiegeltje of mijn mascara niet is uitgelopen. Huh?! Er zit iets heel smerigs tussen mijn meest linkse tand en hoektand! Snel peuter ik met mijn pinknagel. Het zit er nog! Waarom heb ik uitgerekend nu mijn allerkleinste handtas mee? Met de telefoon onder mijn kin geklemd, in mijn linkerhand een pakje zakdoekjes, lipgloss, het spiegeltje, een pakje kauwgom en de sleutelbos, wurm ik met mijn rechterhand in het steeds kleiner wordende tasje. Intussen houd ik de ingang van het restaurant nauwlettend in de gaten. Ja, hebbes! Een flosdingetje! Ik klem het tussen mijn lippen. Zo snel als het kan prop ik alles weer in het tasje en net als ik de rits gesloten heb voel ik een hand op mijn arm: ‘Ben jij het, Michelle? Had jij ook het idee eerst aan de overkant te wachten?’ Van schrik open ik mijn mond en het flosdingetje valt op de grond.

 

Niets is wat het lijkt

Net als bij het tv-programma Wie is de Mol zie ik vaker om mij heen dat niets is wat het lijkt. Ik word bij de neus of in de maling genomen, dan wel voor het lapje of de gek gehouden, waar ik bij sta.

 

Neem nou deze lantaarnpaal. (Zo te zien heeft iemand serieus geprobeerd de paal mee te nemen.) Hoe langer ik er naar kijk hoe vreemder het plaatje. De paal staat keurig recht. Toch? O wacht!

En hier, zie ik nu een schaap in de boom? En loopt dat paard in dezelfde wei. Nee joh, dat paard is niet echt. Dat zag ik heus wel. O wacht, dat schaap ook niet…

Konijnen hebben hier ook last van dus. Ze zien mijn ranke vingers door het gaas en denken direct dat het niet te versmaden worteltjes zijn. Sufferds. Ik kijk wel uit en houd ze veilig in mijn jaszak. Ik ben niet gek. Die konijnen zitten trouwens wel heel stil…! O wacht, ze zijn van plastic.

Zo worstel ik me op sommige dagen door het leven. Zonder vrijstellingen zelfs. De joker? Ja, die ben ik zelf…

Slingers (1)

Nog een nieuwe categorie!

Wel eens deze uitspraak gehoord: ‘Het leven is een feestje, maar je moet wel zelf de slingers ophangen!’  Ja toch zeker? Nu ben ik principieel tegen het overslaan van feestjes dus hang ik regelmatig een slingertje hier en daar op. Vieren wat je vieren kunt. Verjaardagen, zwemdiploma’s, nieuwe auto’s, een gelukte taart, goodhairday of gewoon omdat het dinsdag is. Maar wat nou als je zelf die slingers niet meer kunt ophangen? Ik moet er niet aan denken! Afgelopen zomer kwam ik een advertentie tegen voor een vrijwilligersbaantje:

Vacaturenummer: 1026

Bij speciale gelegenheden (Kerst, Koningsdag) zoeken wij interieur-versierders voor onze zaal.

Tijdsbesteding

Een aantal keren per jaar, werktijden zijn (in overleg) zelf in te delen.

Het gaat hier om het Grand Café, de centrale ruimte van een woon- zorgcentrum waar mensen op leeftijd, deels zelfstandig deels met ingekochte zorg, wonen. De ruimte waar koffie gedronken wordt, soms drie keer per dag gegeten wordt, geklaverjast en gebiljart wordt, film- en muziekvoorstellingen gehouden worden, waar modeshows te zien zijn en waar gezongen en gedanst wordt. En waar vooral heel veel gezellig gekletst wordt. Een prachtige ruimte om slingers op te hangen! Ik heb mij spontaan aangemeld en werd direct aangesteld als Hoofdversierder (er was verder niemand anders… dan ben je al snel hoofd, haha!). Met de zorg heb ik niets te maken maar ik ontmoet wel veel mensen als ik weer eens aan het versieren ben. Wat er tijdens die ontmoetingen plaatsvindt, dingen die me opvallen in zo’n leefgemeenschap, ga ik beschrijven in deze nieuwe categorie, kleine of grotere slingermomentjes.

Slingermoment van vandaag:  bewoonster Mevrouw A. staat bij de bar een kopje koffie te bestellen. Ze houdt zich vast aan haar rollator, waarop een behoorlijk grote tas ligt. De vrijwilligster aan de andere kant zet het zwierig neer en zegt: ‘Dat is dan 1 euro 50 mevrouw.’ Mevrouw A. duikt in haar tas, woelt daar een poosje rond, komt met een rood hoofd weer tevoorschijn en stamelt: ‘Ik heb geen geld…’ De bardame is in tweestrijd, ze wil het kopje aarzelend terugnemen. Dan krijgt Mevrouw A. een inval en roept triomfantelijk: ‘Ik heb wel pillen!’

 

Honds

Ik geef het toe: ik heb het niet zo op honden. Hoewel ik de laatste jaren wel trucjes heb geleerd er mee om te gaan. Als ik buiten op straat loop en ik kom zo’n setje baas-hond tegen probeer ik meestal eerst naar het gezicht van het baasje te kijken. Dat geeft vaak de doorslag of ik direct oversteek dan wel rechtsomkeert maak, of dat ik er langs durf. Met samengeknepen billen, dat dan weer wel. Maar sinds ik van dichtbij (mijn dochter is best wel heel dichtbij…!) het opgroeien van zo’n wezen meemaak gaat het een stuk beter. Toen de puppy nog in één hand paste durfde ik het zowaar te aaien. Overwinning! Nu durf ik deze schattige maar volgroeide Amerikaanse Akita zelfs opzij te duwen als ze weer eens met haar grote lijf in de weg loopt. We hebben het hier wel over een hondje met een draaicirkel van 1,50 meter hè! Als je haar op sepia zou kunnen zetten is het net Hatchi van de gelijknamige film met Richard Gere. Dit alles heeft ertoe geleid dat ik zelfs alert ben op dingen die ik om me heen zie aangaande honden. Wat dacht je hiervan:

Vroeger zou ik hier smakelijk om gelachen hebben … zo’n bak met aanlokkelijke teksten voor lekkere natuurlijke hapjes. Kijk toch eens wat een blij hondje er boven staat afgebeeld! Hahaha, alle bakken leeg, de hond in de pot vinden. Nu vind ik het zielig dat alle bakken leeg zijn! Triest toch. Tenzij… de hond op dieet moet, in januari, na de feestdagen. Een heel andere invulling van het bordje ‘Honden aan de lijn’ zie ik hier opeens. Misschien een idee voor het chocoladeschap in de supermarkt? Niet aanbieden is niet eten! Ik zeg: gat in de afvalmarkt!

Over afval gesproken: laatst zag ik dat dit een Honden-halte is. Hoewel ik denk dat er geen hond is die hier halt houdt… De tekst ‘Voor De Hond’ vind ik een beetje vreemd. Waarom al die hoofdletters? Wordt hier gedoeld op De hond, de enige echte hond. Dat zou niet eerlijk zijn want elke hond heeft recht op zo’n zakje en lokt onnodig uit tot een zoveelste petitie. Of bedoelt de bedenker dat de opruimzakjes alleen en uitsluitend voor de hond zijn en niet voor het tussendemiddagbroodje of het waarlaatikditzosnel van de mens? Je weet het niet hè. Fascinerend!

 

Wat zo’n familielid toch teweeg kan brengen! 😉

Op straat (1)

Een nieuwe categorie in een nieuw jaar.

Hoe vaak hoor je niet: ‘Humor ligt op straat’? Hoe vaak denk ik niet: ‘Verhalen liggen op straat!’, zomaar voor het oprapen. Afgelopen zomer las ik een boek van Ruth Hogan ‘De bewaarder van gevonden voorwerpen’, over een man die voorwerpen op straat vindt, ze mee naar huis neemt, ze in een kast plaatst en uiteindelijk bij elk voorwerp een verhaal bedenkt. Dit is wel een bijna letterlijke uitvoering van ‘Verhalen liggen op straat’.

Ik vond dit zo’n mooi idee en het past wonderwel goed bij mijn letterkast, ‘zie het ongewone van het gewone’, dat ik besloot het idee over te nemen. Ik neem echter niets mee naar huis maar maak er een foto van, zoals ik het aantref, en probeer dan te achterhalen (lees: verzinnen) wat eraan voorafgegaan is. Ik noem het liever ‘Verloren voorwerpen’, wie heeft het verloren en hoe kwam dat zo op straat?

Vandaag deel 1, met deze verloren voorwerpen, en wat eraan voorafging…

Hij parkeert de auto in de garage en laat zijn handen nog op het stuur rusten. Hij haalt diep adem en blaast die langzaam uit. Dan schudt hij zijn hoofd alsof hij iets van hem af probeert te schudden. Eenmaal binnen treft hij zijn vrouw zoals gewoonlijk op dit tijdstip in de keuken. De kinderen zitten al aan tafel, alle drie turend naar hun telefoonscherm. ‘Je bent laat!’, bijt ze hem toe. Hij verontschuldigt zich, mompelt iets over files en laat de kus die hij haar wil geven achterwege. ‘Je bent toch niet vergeten dat we vanavond naar school moeten hè? We moeten dat juffie van Nederlands eens hartig spreken over dat laatste tentamen van Jens!’, moppert ze. Jens, de oudste , kijkt schichtig heen en weer tussen zijn moeder en vader. De verholen knipoog van zijn vader stelt hem niet echt gerust. De pannen worden kletterend op tafel gezet. ‘Telefoons weg of inleveren!’ Even later zit het vijftal zwijgend te eten. Het zal vast reuze verantwoord zijn, maar waarom alles zo smerig moet smaken is hem een raadsel. Door snel een hoestaanval te suggereren probeert hij het kokhalzend geluid dat dochter Katinka maakt te verdoezelen en daarmee is een woede-uitbarsting voorkomen. ‘Vertel jij je vader maar eens wat je geflikt heb!’, snauwt ze met een blik op de jongste. De kleine jongen kijkt hem met grote ogen aan, verzet zich zichtbaar tegen een huilbui. ‘Nou!?’, spoort ze hem aan. ‘Ik…ik…ik…’ hakkelt het kind. ‘Zit niet zo stom te stotteren!’, reageert ze fel, ‘Zeg maar gewoon dat jij nu al in je nieuwe broek een gat gemaakt hebt! En dat het je niks kan schelen hoeveel geld die broek gekost heeft!’ Dan rolt er toch een traan over de wang van de kleinste. Even heft de jongen zijn hoofd op om zijn vader smekend aan te kijken. Maar zijn vader tuurt naar zijn bord waar hij doelloos de onherkenbare wortels om de ongare aardappels heen schuift. Vader heeft het koud. Koud van de verziekte sfeer in zijn huis en in zijn gezin. Hoe anders was het tussen de middag toen hij in het warme zonnetje met zijn warme secretaresse een heerlijk warm patatje at. Galant bood hij aan de lege bakjes in de vuilnisbak te gooien. Dat de vorkjes eruit vielen zag hij niet. Hij had oog voor hele andere dingen.

 

 

 

 

Heimwee

Nu al, op 2 januari, heb ik heimwee!

Gisteren.

             “Na al die dagen smikkelen en smullen gaan we er eens een keer mee stoppen’,                     riep ik ferm. Mijn wijsvinger wees vermanend naar mijn spiegelbeeld. Ik was het roerend eens met mezelf. De gehele maandvoorraad van chocolade kruidnootjes, tot chocolade kerstkransjes tot chocolade prosecco is op wonderbaarlijke wijze uit de      verpakking gekropen en heeft zich gezellig ergens tussen mijn kin en knieën verzameld.                     Geen chocoladekruimel of chocoladedruppel valt hier in huis nog te bekennen.                                    Natuurlijk ben ik sterk. In 2019 ga ik het helemaal anders doen.

Vandaag.

 

                    In mijn nieuwe agenda ga ik de afspraken die ik met mezelf maak bijhouden.                                             (Zucht…is het raar om aan een agenda te likken…?)

Voor de afleiding ga ik maar een puzzeltje leggen.                                                               (Zucht…sinds wanneer bestaan er geurpuzzels! Of ligt dit aan mij…?

Ik heb nog ergens een overlevingspakketje liggen! (Zucht..maar waar???)

Morgen.

Dan leef ik mijn derde dag met heimwee…