Verhalenslang 21/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

Eindelijk morgen. Eindelijk heb ik vandaag tijd om eens lekker naar de kapper te gaan. De laatste tijd ben ik alleen maar niet normaal druk in de weer geweest met constant dingen regelen voor onze bruiloft. Trouwen met Rob is het liefste dat ik doe maar wat een gedoe af en toe. Bloemen, taart, catering, wie past er op tante Martha, de kleur van de sokken van de bruidsmeisjes, het houdt maar niet op. Een continu gevoel van honger maakt het er niet gezelliger op, maar alles voor de jurk hè! Ik kijk daarom uit naar dit verwenmomentje. Ruim op tijd ben ik al aanwezig. Een nieuw kapstertje leidt mij naar een stoel. ‘Wilt u zelf een blinddoek om of zal ik de spiegel blinderen?’, vraagt ze. ‘Eh…’stamel ik verwonderd. ‘Nieuw beleid, om de klant meer te verrassen’, verklaart ze. Even later zit ik met een strak aangesloten donker masker op. Kan mij het schelen.

Het water aan mijn hoofd is heerlijk warm en de hoofdmassage laat me bijna indutten. Ik geef me over aan de handen van de kapster. Ze frunnikt er op los. Ik ruik brandlucht, ik wil overeind komen maar ze duwt me zachtjes terug. ‘Prachtige lengte’, hoor ik haar mompelen. Lengte? Als ik even met mijn hoofd schudt voel ik de zwaarte van een volle haardos, met een lengte ver voorbij mijn schouders. Zal ik dan eindelijk eens lang haar hebben? Haar dat ik achteloos over één schouder kan werpen, haar dat ik in allerlei nonchalante of juist heel strakke knotten kan draaien, haar dat ook aan de laatste punten nog vol en gezond is, haar dat ik heel sjiek kan opsteken bij mijn bruiloft. Dan ruik ik iets dat ik herken als haarverf. Goed idee, mijn kleur was wat vaal met een uitgroei formaatje landingsbaan. Een oppepper kan het wel gebruiken. Ik hoop op een chocoladetint met een rode ondertoon. Ja, het zal prachtig worden. O wat lekker die zachte warme lucht van de föhn. Nog wat plukken, friemelen en trekken en een paar pufjes haarlak. ‘Klaar hoor! Wilt u het zien?’

Ik kan niet wachten en ruk het masker af. Ik raak met mijn hand de spiegel aan en wil het plaatje dat ik daar zie eraf peuteren. Dat ben ik namelijk niet. Dat is een hele enge mevrouw met dreadlock-achtige slierten haar, van ongelijke lengtes in alle kleuren van de regenboog. Het plaatje gaat er niet af. ‘Hé dame, help eens!’, roep ik het kapstertje toe. Ze pakt een handdoek en een fles met sterk ruikend spul en boent als een bezetene over de spiegel. Het wordt er niet beter op. De enge vrouw loopt rood aan en haar mond staat angstaanjagend wijd open. Ik hap naar adem en wil opstaan maar val plat op mijn rug. De baas van de kapsalon komt koffie brengen. Ik sla het bijna uit zijn handen. ‘Hé, doe es niet!’, roept de baas. Hij pakt me bij mijn schouders en rammelt me door elkaar. Nu valt het me pas op dat de baas wel heel erg veel op Rob lijkt, sprekend zelfs. Ik knipper nog eens goed met m´n ogen en dan zie ik Rob op mijn bed zitten. Hij is degene die me door elkaar schudt. ‘Wat droom je toch allemaal? Moest jij niet naar de kapper vandaag?’, zegt hij. Ik knik versuft en pak de koffie. Voor de zekerheid kijk ik nog even in de weerspiegeling van het lepeltje. Kort met uitgroei. Het klopt.

4 gedachten over “Verhalenslang 21/25

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s