Verhalenslang 18/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

We zorgen graag een beetje voor jou”, lispelde het groene mannetje met de drie ogen. Het meisje met de slobkousen was echter niet gerustgesteld. Zo goed werd er helemaal niet voor haar gezorgd. Elke morgen kreeg ze als ontbijt een hard broodje met zachte spinnenkoppen maar dan nota bene zònder boter. Tussen de middag kreeg ze regionale schoenzolensoep waar af en toe nog een pittig hakje in ronddobberde, terwijl ze aangegeven had nìet van pittig te houden. En als diner kreeg ze te vaak gebakken soldatenbroeken met harde goudkleurige gespen, die regelmatig in haar keel bleven steken. Ze vond het een hotel van niks. Maar ja, het was een cadeau van haar grootmoeder en dat kon ze natuurlijk niet weigeren.

“Vollugt u mij maar niet”, lispelde het groene mannetje met de drie ogen weer. Zuchtend stond het meisje met de slobkousen op en volgde het mannetje onopvallend. Ze moest nog twee excursies afleggen en dan kreeg ze haar Diploma van Onbetrouwbaarheid. Wie wil dat nou niet?! Het mannetje was razend vlug en rende een lange gang door. Om de vijf meter gooide hij een tussendeur dicht met steeds een andere methode. Het meisje moest de deuren zo snel mogelijk open krijgen. Wat hij niet wist was dat de slobkousen van het meisje gevuld waren met hamers, beitels, zagen en pleisters, waardoor het haar wonderwel snel lukte de deuren te openen. Vandaag zelfs zonder de pleisters nodig te hebben. De tweede excursie was ook een makkie voor haar: ze moest zelf haar avondeten maken. Stiekem stopte ze de gespen in haar slobkousen en daardoor was ze als eerste klaar.

“Ik ben blij dat je het vreselijk gehad hebt kind!”, mekkerde grootmoeder verheugd toen het meisje met de slobkousen haar kwam bedanken.  Op het station had het meisje met de slobkousen nog een doos bedorven chocolade gekocht die grootmoeder nu met veel gesmak zat weg te werken. Toen de doos bijna leeg was begon grootmoeder te hoesten. Te hoesten en nog eens te hoesten. Ze hoestte zo vreselijk dat eerst haar gebit naar buiten vloog en daarna een klein goudkleurig gespje. Ze werd roder en roder. Het meisje met de slobkousen stond er bij te kijken. Ze lachte bijna.

 

 

4 gedachten over “Verhalenslang 18/25

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s