Maandelijks archief: oktober 2018

Met en zonder sfeer

Gisteren naar de Antiek-, Curiosa- en Verzamelaarbeurs in Nieuwegein geweest. Er was een heleboel regen en andere ellende voorspeld dus wil je graag een overdekte bezigheid buitenshuis hebben. Zo’n 500 kramen verdeeld over twee verdiepingen lieten met graagte zien wat je thuis nog niet hebt en soms ook helemaal niet eens wilt hebben. Boven was vooral de afdeling verzamelingen. Oude baasjes mochten op wiebelige klapstoelen plaatsnemen aan lange smalle tafels. Ze kregen ieder hun eigen pincet en leeg boterbakje ( de eigenaar was kogelrond en had glimmend haar…) en een stapel albums. Afgaande op de verheugde gezichten kunnen we hier wel spreken van passie. Voor mij waren de mannetjes  een prachtige verzameling op zich.

Dit liet ik mij geen twee keer zeggen, hoewel ik twee keer moest lezen…

 

Ik kon helemaal los! Ansichtkaarten met en zonder sfeer, ze waren er allemaal.

Bij dit soort kramen voel ik mij altijd zo genodigd. Niet om aan tafel te gaan maar om het kleed in 1 keer onder de borden vandaan te trekken. Die truc staat al zolang op mijn verlanglijstje maar ja, doe dat maar eens  ongemerkt…

Soms leer ik heerlijke nieuwe woorden. Die moet ik onthouden voor scrabble. Of voor als ik iets heel graag wil hebben. Ik zal mijn tegenstander eerst dronken voeren en hem dit dan tien keer zonder haperen laat zeggen…

In verband met de privacy mag ik natuurlijk geen foto van de boekenkraameigenaar maken maar neem van mij aan dat het ‘leuke oude ding achter de kraam’ nog het meeste weg had van een afbladderende boekenwurm met ezelsoren…

Deze kraameigenaar begint binnenkort een handeltje in tegeltjes, met hele wijze spreuken…

Uiteindelijk met een lege tas maar een hoofd vol verhalen naar huis: goeie handel dus 🙂

Snap je?

Ik weet niet of je dit herkent maar soms moet ik heel veel moeite doen de wereld om mij heen te begrijpen. Ik doe echt mijn best, probeer me in te leven, stel me open en begripvol op, luister en wacht af. Maar regelmatig kan ik wachten tot ik een ons weeg en nog begrijp ik het niet.

Deze kwam ik laatst tegen. Ik snap dat je kleding eerst wilt passen voor de eventuele aankoop. De truc met de drie haakjes ‘Yes, maybe, no’ had ik al eens gezien. Toen vroeg ik me ook al af waarom die haakjes alle drie even groot zijn. Hier komen nog vier aspecten bij. 1) Dat krukje slaat nergens op, ik kan er niet op zitten, mijn kleding past er niet op en het staat gewoon gigantisch in de weg. 2) en 3) Wat een belachelijke kleine spiegeltjes! Oké, ik ben niet de dunste maar al was ik dat wel: hoe kan ik mezelf daar nou in zien? 4) Deze paskamer stond midden in de winkel. Ze verkochten daar dekbedden, kaarsen, nepplantjes en kleding. En zoals in iedere zichzelf respecterende zaak van tegenwoordig kon je ook een kopje koffie blijven drinken. In het midden was een gammel wandje neer gezet met aan de ene kant een plank met daarop de koffiemachine en de andere kant de paskamer. Ik hoorde een klant schreeuwen: ‘Hé Greet, ff een kapposjienietje doen hiero?! terwijl ik nog maar iets op het no-knopje probeerde te hangen. Verwarrend.

Er zijn mensen die Burberry sjaals bij Burberry laarzen dragen. Snap ik.  Er zijn mensen die alles, maar dan ook alles, in hun interieur in zwart-wit hebben. Snap ik ook nog. Maar zowel je vloer, als je behang, als je meubels met het zelfde patroon bekleden? Snap ik niet meer. Toch kwam ik dit tegen. En als je nou zegt: ‘wat een prachtig rustgevend patroon!’. Niet echt, ik zou er horendol van worden. Waarschijnlijk zou ik ook steeds naast de stoel gaan zitten… Verwarrend.

              

Dit was ook iets zeg! Weet je wat dit is? Een bejaardenstormbaan! Stel je voor: er staat een flink aantal seniorenwoninkjes  in een cirkel om een grasveldje. Gezellig, dan kunnen ze elkaar buiten zien zitten. Nodigt uit tot een praatje of tot doorlopen. Zien wie er de kinderen over de vloer heeft en wie niet. Zien wie er nog zelf boodschapjes doet en wie niet. Zien wie er net een wasje gedraaid heeft en wie niet. Geweldige opstelling voor de sociale beleving en controle. Toen heeft er iemand bedacht dat een speeltuintje wel iets zou toevoegen? Fietsen vanuit een luie stoel, geen meter vooruitkomen maar wel lekker buiten bezig. Een trapje opklimmen met je rollator en er met een rotvaart weer vanaf kukelen. Tussen twee leggers je voeten in alle daarvoor aangegeven hokjes de grond laten hink-stap-springend naar de overkant, en er dan achter komen dat je rollator nog aan het begin staat. En wat als er iets mis gaat? Tja, dan heb je voldoende publiek om je uit te lachen. En als er echt iets misgaat? Of zit de ambu standaard onder de speed dial? Verwarrend.

Gelukkig is bijna weekend! 🙂

Verhalenslang 21/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

Eindelijk morgen. Eindelijk heb ik vandaag tijd om eens lekker naar de kapper te gaan. De laatste tijd ben ik alleen maar niet normaal druk in de weer geweest met constant dingen regelen voor onze bruiloft. Trouwen met Rob is het liefste dat ik doe maar wat een gedoe af en toe. Bloemen, taart, catering, wie past er op tante Martha, de kleur van de sokken van de bruidsmeisjes, het houdt maar niet op. Een continu gevoel van honger maakt het er niet gezelliger op, maar alles voor de jurk hè! Ik kijk daarom uit naar dit verwenmomentje. Ruim op tijd ben ik al aanwezig. Een nieuw kapstertje leidt mij naar een stoel. ‘Wilt u zelf een blinddoek om of zal ik de spiegel blinderen?’, vraagt ze. ‘Eh…’stamel ik verwonderd. ‘Nieuw beleid, om de klant meer te verrassen’, verklaart ze. Even later zit ik met een strak aangesloten donker masker op. Kan mij het schelen.

Het water aan mijn hoofd is heerlijk warm en de hoofdmassage laat me bijna indutten. Ik geef me over aan de handen van de kapster. Ze frunnikt er op los. Ik ruik brandlucht, ik wil overeind komen maar ze duwt me zachtjes terug. ‘Prachtige lengte’, hoor ik haar mompelen. Lengte? Als ik even met mijn hoofd schudt voel ik de zwaarte van een volle haardos, met een lengte ver voorbij mijn schouders. Zal ik dan eindelijk eens lang haar hebben? Haar dat ik achteloos over één schouder kan werpen, haar dat ik in allerlei nonchalante of juist heel strakke knotten kan draaien, haar dat ook aan de laatste punten nog vol en gezond is, haar dat ik heel sjiek kan opsteken bij mijn bruiloft. Dan ruik ik iets dat ik herken als haarverf. Goed idee, mijn kleur was wat vaal met een uitgroei formaatje landingsbaan. Een oppepper kan het wel gebruiken. Ik hoop op een chocoladetint met een rode ondertoon. Ja, het zal prachtig worden. O wat lekker die zachte warme lucht van de föhn. Nog wat plukken, friemelen en trekken en een paar pufjes haarlak. ‘Klaar hoor! Wilt u het zien?’

Ik kan niet wachten en ruk het masker af. Ik raak met mijn hand de spiegel aan en wil het plaatje dat ik daar zie eraf peuteren. Dat ben ik namelijk niet. Dat is een hele enge mevrouw met dreadlock-achtige slierten haar, van ongelijke lengtes in alle kleuren van de regenboog. Het plaatje gaat er niet af. ‘Hé dame, help eens!’, roep ik het kapstertje toe. Ze pakt een handdoek en een fles met sterk ruikend spul en boent als een bezetene over de spiegel. Het wordt er niet beter op. De enge vrouw loopt rood aan en haar mond staat angstaanjagend wijd open. Ik hap naar adem en wil opstaan maar val plat op mijn rug. De baas van de kapsalon komt koffie brengen. Ik sla het bijna uit zijn handen. ‘Hé, doe es niet!’, roept de baas. Hij pakt me bij mijn schouders en rammelt me door elkaar. Nu valt het me pas op dat de baas wel heel erg veel op Rob lijkt, sprekend zelfs. Ik knipper nog eens goed met m´n ogen en dan zie ik Rob op mijn bed zitten. Hij is degene die me door elkaar schudt. ‘Wat droom je toch allemaal? Moest jij niet naar de kapper vandaag?’, zegt hij. Ik knik versuft en pak de koffie. Voor de zekerheid kijk ik nog even in de weerspiegeling van het lepeltje. Kort met uitgroei. Het klopt.

Verhalenslang 20/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

‘Hoe pak je dit aan en wat heb je er voor nodig?’ Ze drukt een knop van de afstandbediening in en het volgende programma verschijnt. Het kan haar niet veel schelen hoe je een stoofschotel aanpakt en wat je er voor nodig hebt al helemaal niet. Dat heeft ze al zo vaak gedaan. Dan maar een Amerikaanse talkshow. Na vijf minuten heeft ze genoeg van die zelfingenomen presentator en dat gillende publiek. Een natuurdocumentaire volgt. Dat is een slim idee zeg; een camera op een vogel vastmaken. Ze laat zich lekker mee zweven op de vleugels van een grote vogel. Over bomen, zeeën en zelfs bergen. Hoog en licht. Zal het straks ook zo gaan? Alleen maar zweven? Drijven op de wind? Bijna geen zwaartekracht meer? Dan lijkt het haar een goed idee. Hopelijk morgen.

‘Dag oma!’ Een frisse wind waait door de bedompte ziekenhuiskamer. Een rugtas wordt op de grond gegooid en een koele wang tegen de hare geduwd. ‘Voel es Oma, wat een lekker weer. Nog even en dan kunt u er ook weer van genieten. Hoe gaat het vandaag? Lekkere vroeg ben ik hè. De Schele van Frans viel uit. Je mocht ook op school blijven en je huiswerk maken. Ja doei, dat doe ik vanavond wel. Pap en Mam komen vanavond toch hier? Mooi dan heb ik het huis alleen, haha. Maar wacht eens, Frans hoef ik natuurlijk niet te doen, dat had ik gister echt heel goed geleerd. Dan houd ik zeeën van tijd over!  Was u vroeger goed in Frans? Of hadden jullie dat nog niet? O shit, mijn telefoon, wacht even Oma …… nee hè, helemaal vergeten! Ik had Mam beloofd Sven uit school te halen. Alles voor mijn kleine broertje hè? Nou dag Oma, was weer gezellig, tot morgen!’ De wang is intussen warm geworden. De kamer lijkt eindeloos leeg als ze weg is. Tot morgen.

‘Goedemiddag Mevrouw van Galen.’ Een statige man in een witte jas komt de kamer in. Ze lag net even met haar ogen dicht. Zo moe. Even terug naar dat gevoel van zweven. Nu probeert ze iets rechtop te gaan zitten maar het is te pijnlijk.  Hij kijkt haar zoals gewoonlijk streng aan, en toch ziet ze deze keer iets van vriendelijk medelijden. ‘We gaan uw wens inwilligen. We hebben er met het team goed en nauwgezet  over gesproken. De psycholoog heeft een zorgvuldig onderhoud met u gehad en een positief oordeel geveld. De benodigde papieren heeft u al eerder getekend dus niets staat u en ons nog in de weg. Tenzij u er alsnog vanaf ziet. Het enige wat nog rest is een datum. Heeft u nog wensen dan kunt u die nu inplannen en aan de hand daarvan een datum bepalen. Heeft u alles begrepen wat ik zeg?’ Ze knikt en zegt: ‘Morgen.’ Hij maakt een aantekening, geeft een kneepje in haar hand, knikt en draait zich om. Eindelijk morgen.

Nederland-Duitsland

Ik ben de beroerdste niet hoor: als er naar een voetbalwedstrijd gekeken moet worden sta ik de afstandbediening met liefde (ahum…) af. Ik geniet van het spel en vermaak me kostelijk met de presentator, de voor-, tussen- en nababbelaars. Mocht jij nou van je huisgenoot niet kijken (zielig zeg…), geen zorgen, ik heb het e.e.a. samengevat door wat opmerkingen op een rijtje te zetten. Ik weet dat ik een smeuïge fantasie heb, maar geloof me, dit zijn letterlijke citaten! Geheel gratis zet ik de uitleg er tussen haakjes achter.

Voorbabbel met Koeman:

  • Winnen èn goed spelen, dan wil je nogal wat!  (eh..is dit niet het doel dan??)
  • Het draait om het juiste stappenplan!  (doorlopen dus)
  • Hun hebben een relatief oud centrum!  (waar precies in Duitsland ligt dat oude centrum?)

De presentator eerste helft:

  • Hij had de bal iets eerder moeten krijgen  (hij is gewoon te laat)
  • Hij is niet achterin maar onderweg  (nog steeds te laat)
  • Hij maakt een lange reis  (nog steeds)
  • Ze gebruiken de eerste 20 minuten als warming-up  (waar is de warming-up dan voor geweest?)
  • Hij is eindelijk daar op het veld waar hij moet zijn  (1-0)
  • Hij trekt aan het truitje  (hij rukt iemands shirt aan flarden)
  • Dumfries  (ander soort blokkerfries?)
  • Het gaatje is daar en hij vindt het  (2-0)
  • Hij durfde de bal niet te spelen  (zelfs voor dat geld niet???)
  • Nederland leidt  (ondertiteling geeft aan: lijdt)
  • De debutant heeft plankenkoorts  (schiet es gauw op!)
  • Een bal op deurmathoogte  (wie weet nog wat een deurmat is?)
  • Het veld is niet breed genoeg  (er wordt te hard geschoten)
  • Hij had hem moeten afleggen  (was hij dood dan?)
  • Dit zijn slimme overtredinkjes  (snap je?!)
  • Hij wordt in de herhaling alleen maar groter  (niet herhalen dan!)
  • De werkelijke kwaal is dat er niet goed gespeeld wordt  (welke dokter helpt daar tegen?)
  • Misschien is nog een doelpunt wel te veel eer  (voor wie?)
  • Het zou een kers zijn op de afwezige taart  (???)
  • Wat een vreemde carambole  (zijn we nu opeens aan het biljarten?)
  • We zien het niet vaak van Oranje maar nu wel  (3-0)

Nababbel topscoorder

  • Ja, ik ben wel blij  (waarom kijk je dan zo chagrijnig?!!!)
  • Spanning? Nee man, ik dacht ik ben hier nu toch  (tja, als je er toch bent, kun je meteen wel ff scoren, wat moet je anders doen hier op zo’n voetbalveld?)
  • Er zijn triages uitgedeeld en daar ben ik ook blij mee  (ondertiteling schreef: ‘er zijn drie haasjes uitgedeeld’, wat dacht die ondertitelaar op dat moment???)

Nababbel Koeman

  • Het meest memorabele vond ik dat we gewonnen hebben  (hij snapt dit spelletje!!!)
  • Je moet het veld kleinhouden, doordekken op je buitenspelers en pech is niet altijd pech  (joh…)
  • Heel Nederland had dit nodig  (mij is niets gevraagd hoor…)

Samenvatting presentator

Op een zomerse avond in oktober begon de lente  (niet alleen het weer is in de war)

Verhalenslang 19/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

Ze lachte bijna. De mannen bleven echter bloedserieus.

Dit gebeurt iedere keer weer. Ze melden zich aan, waarschijnlijk aangespoord door hun echtgenotes. Vervolgens wordt in overleg een datum afgesproken, veelal in de avonduren. En dan begint zo’n avond altijd eerst behoorlijk ongemakkelijk. Mannen die zich geen raad weten. Ten eerste al gestuurd door vrouwlief. Ten tweede hebben ze een gevoel van schaamte tegenover de anderen, wat het zelfvertrouwen niet ten goede komt. Ten derde hebben ze allemaal een houding van ‘ik heb dit niet nodig, ik weet het allemaal best wel.’ En ten slotte schrikken ze zich een ongeluk als ze haar zien. Telkens weer.

Neem nou Hans. Al jaren gelukkig met Henriëtte. Een mooi vol leven met goede banen, vakanties, veel afspraken met vrienden, eigen auto’s en de maximale hypotheek op een huis. Volop genieten van het wat het leven te bieden heeft. Totdat er een scheur kwam in het mooie plaatje. Hans werd ontslagen op het moment dat Henriëtte acht maanden zwanger was van de tweeling. Er werd koortsachtig overlegd wat weg kon en wat moest blijven. De tweeling moest uiteraard blijven dus werd het huis verkocht. Een hectische tijd brak aan en zette het leven van Hans compleet op zijn kop. Niet gewend om financiële problemen te hebben zocht het stel naar goedkopere oplossingen. Ze kregen vaker onenigheid totdat Henriëtte hem de folder nadrukkelijk onder ogen schoof.

Of wat te denken van Sjors. Na een mooie jeugd, een bijna vlekkeloze middelbare schoolperiode en een heerlijke studententijd woonde Sjors nog steeds bij zijn ouders. Hij logeerde wel eens bij vrienden of bij zijn zus die een gezellig appartement in de het centrum van de stad bewoonde, maar hij kwam altijd weer  bij zijn ouders terecht. Toen hij al vijf jaar een redelijk betaalde baan had stuurden zijn ouders er met zachte, maar ook dwingende, hand op aan iets voor zichzelf te gaan zoeken. Het idee moest even landen bij hem. Zijn vader had op een gegeven moment een geschikte etage voor hem gevonden en Sjors hapte toe. Op de verhuisdag kreeg hij van zijn ouders een envelop met daarin de aanmelding.

Henk is een man van geheel ander kaliber. De man was al een aantal jaren weduwnaar en snakte gewoon naar wat gezelschap. Ook hij had de folder gevonden en zich aangemeld. Een half uur voor aanvang sloeg opeens de twijfel toe. Moest hij dit nou wel doen? Wat schoot hij ermee op? Aan de andere kant had hij Agaat op haar sterfbed beloofd niet alleen te blijven kniezen.

Ze overzag de mannen, zette haar mooiste glimlach op en zei: ‘Welkom allemaal. Ik ga jullie zoveel leren! Vandaag beginnen we met iets eenvoudigs, het ophangen van een schilderijtje. Hoe pak je dat aan en wat heb je er voor nodig?’

 

Verhalenslang 18/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

We zorgen graag een beetje voor jou”, lispelde het groene mannetje met de drie ogen. Het meisje met de slobkousen was echter niet gerustgesteld. Zo goed werd er helemaal niet voor haar gezorgd. Elke morgen kreeg ze als ontbijt een hard broodje met zachte spinnenkoppen maar dan nota bene zònder boter. Tussen de middag kreeg ze regionale schoenzolensoep waar af en toe nog een pittig hakje in ronddobberde, terwijl ze aangegeven had nìet van pittig te houden. En als diner kreeg ze te vaak gebakken soldatenbroeken met harde goudkleurige gespen, die regelmatig in haar keel bleven steken. Ze vond het een hotel van niks. Maar ja, het was een cadeau van haar grootmoeder en dat kon ze natuurlijk niet weigeren.

“Vollugt u mij maar niet”, lispelde het groene mannetje met de drie ogen weer. Zuchtend stond het meisje met de slobkousen op en volgde het mannetje onopvallend. Ze moest nog twee excursies afleggen en dan kreeg ze haar Diploma van Onbetrouwbaarheid. Wie wil dat nou niet?! Het mannetje was razend vlug en rende een lange gang door. Om de vijf meter gooide hij een tussendeur dicht met steeds een andere methode. Het meisje moest de deuren zo snel mogelijk open krijgen. Wat hij niet wist was dat de slobkousen van het meisje gevuld waren met hamers, beitels, zagen en pleisters, waardoor het haar wonderwel snel lukte de deuren te openen. Vandaag zelfs zonder de pleisters nodig te hebben. De tweede excursie was ook een makkie voor haar: ze moest zelf haar avondeten maken. Stiekem stopte ze de gespen in haar slobkousen en daardoor was ze als eerste klaar.

“Ik ben blij dat je het vreselijk gehad hebt kind!”, mekkerde grootmoeder verheugd toen het meisje met de slobkousen haar kwam bedanken.  Op het station had het meisje met de slobkousen nog een doos bedorven chocolade gekocht die grootmoeder nu met veel gesmak zat weg te werken. Toen de doos bijna leeg was begon grootmoeder te hoesten. Te hoesten en nog eens te hoesten. Ze hoestte zo vreselijk dat eerst haar gebit naar buiten vloog en daarna een klein goudkleurig gespje. Ze werd roder en roder. Het meisje met de slobkousen stond er bij te kijken. Ze lachte bijna.

 

 

Baardzorgen

En toch…blijven reclameborden het leukst! 🙂

Hier heeft iemand een leuk idee gehad: ‘Gefeliciteerd U heeft ons Gevonden’. Enthousiast beginnen met schrijven en dan de ‘d’ er bijna af laten vallen, het lijkt nu wel een ‘a’, gefeliciteera… ‘U’ en ‘Gevonden’ weer met een hoofdletter. Maar afgezien daarvan: misschien wil ik ‘ons’ helemaal niet eens vinden, was ik op zoek naar heel iets anders. En als ik ‘ons’ gevonden heb, is dat dan een felicitatie waard? Ik ben wel voorstander van vieren wat er te vieren valt maar dit lijkt me toch enigszins aan de overdreven kant.

Deze kwam ik van de week tegen. Dubieus die leeftijdaanduiding. Iemand van 60 jaar en ouder is dus een ‘old boy’. Ik zou een andere kapper zoeken. Kinderen worden niet ouder dan 10 jaar, dan zijn ze volwassen. Zo worden degenen die boven de 60 en onder de 10 jaar over één kam geschoren met de baard, qua prijs dan… Was het niet een logischer bord geweest met de tekst: knippen 14 euro, de rest 2 euro minder. `t Is maar een idee.

Deze vond ik ronduit intrigerend. Toen ik er eerst snel langsliep sloeg ik het op als een bord voor een tattooshop. Waarom weet ik ook niet. Tegelijkertijd ging het in mijn hoofd van: `Een tattooshop??? Kijk nog es!!!’ Ik keek nog es en zag dat het om een kapper ging. Toen kon ik voor de derde keer terug voor deze foto… Het eerste plaatje is duidelijk: knippen voor 15 euro. Het tweede plaatje is niet voor hiphoppers en baseballspelers, maar voor kinderen, 12 euro. Hier ben je trouwens tot je 12de kind. Het derde plaatje deed mij denken aan een injectiespuit (aha, waarschijnlijk een tattoonaald!) maar bekeek ik dus ondersteboven, is een tondeuse voor 12 euro. In de tweede rij kost knippen met een föhn  18,50, kaalscheren maar met behoud van baard en zonnebril 20 euro en je baard laten scheren 12 euro.(Wellicht voordeliger de tondeuse kopen en e.e.a. zelf te scheren?) De vier regels eronder vindt ik echt extreem! ‘Alleen zijkanten’, zijkanten van wat, van wie en wat gebeurt er mee? Kost wel 10 euro! Daaronder: ‘zijkanten scheermes’. Wat moet ik met de zijkanten van een scheermes? Voor 12 euro. Daaronder: ‘baard scheren model’, die snap ik. Natuurlijk heeft een baard ook een model, kabouterrond, professorrecht, catweazlewoest, bescheiden sikje, snap ik allemaal. Met 15 euro ben je maar 3 euro duurder uit dan plaatje zes ‘baard scheren’, koopje! Onderste regel ‘baard met tondeuse’ (daar is-tie weer!)  voor slechts 6 euro. Het zou mij zorgen baren, zo’n baard… Zoals bij ieder officieel document, en dat is dit toch, zit het venijn in de kleine lettertjes! Helemaal onderaan staat nog: ‘alle behandelingen zijn inclusief het waxen of wegbranden naar keuze, van de oorharen, de neusharen en de wenkbrauwen.’ Iiiieks! Fijn dat daar geen afbeeldingen bijstaan! De slechte lezers hebben in dat geval pech, de bloggers geluk…