Maandelijks archief: juli 2018

Vakantie – Afgelopen

Mijn vakantie was na twee weken afgelopen en dan begint het grote terugblikken. En dat gebeurt bijna altijd relativerend. Een mens slaat nu eenmaal snel aan het vergelijken. En zo vormen we een mening.

  • De Fransen zijn luidruchtig. Ze ratelen zo hard en rap tegen elkaar dat ik me zonder moeite een voorstelling van de Bestorming van de Bastille kan maken.
  • Fransen hebben veel ruimte nodig, praten met hun hele lichaam. Ze maken vooral wegwerpgebaren en halen geïrriteerd hun schouders op.
  • Fransen zijn ongeduldig. Ze verstaan mijn Engels niet maar mijn Frans ook niet.
  • Hoe hard je ook rijdt, een Fransoos haalt je altijd in.
  • Nergens lopen zoveel leidingen boven de grond.

   

Maar hé, nergens is het stokbrood lekkerder dan daar. En de kaas. En de wijn. Niemand leeft Bourgondischer dan een fransman. Nergens wordt het joi-de-vivre beter geleefd dan daar. Nergens zijn fijnere bric-a-bracwinkeltjes. Nergens bevinden zich mooiere luiken en hekwerken.

   

Natuurlijk zijn er ook overeenkomsten. Wat dacht je van een strandbezoek?

  • Je handdoek uitkloppen en je buren opschepen met een lading zand.
  • Je badlaken opvouwen tegen de wind in.
  • Wit komen en knalroze weggaan.
  • Pop-up shelters, die je zo makkelijk neer zet, maar met geen mogelijkheid weer fatsoenlijk in elkaar kunt krijgen.
  • Heb je net je kind lekker afgedroogd zodat het de kleertjes weer aan kan, besluit de dreumes nog één koprol in het zand te maken.
  • Teveel tassen/stoelen/parasols/voetballen/schepjes/emmertjes/zeefjes/opblaasflamingo’s meenemen.
  • Na een bepaalde leeftijd niet meer soepel overeind kunnen komen.
  • Na een bepaald aantal kilo’s toch eens een nieuw badpak moeten kopen.
  • Moeders die tevergeefs de tassen graag zandvrij willen houden.
  • Vaders die zich weer kind voelen en zich zo gedragen.
  • Ik ga naar het strand en doe zo min mogelijk kleding aan.
  • Ik ga naar zee en kleed me goed aan tegen de wellicht frisse zeewind.
  • Jankende kinderen.
  • Druipende ijsjes.
  • Bloggers op bankjes 😉

Hier dus geen verschil met Nederland. Hoewel de stranden er daar wel veel schoner uitzagen. En daar waar het een kiezelstand betrof kon men een klein strandhuisje huren. De omgeving is natuurlijk anders maar het menselijk gedrag…. Je kunt overal voor paal liggen…

Een prachtvoorbeeld van een andere overeenkomst vond ik in een dorpje. Alsof ik Jan Terlouw hoorde…

En dan ben je gewoon weer thuis, waar je de minibieb weer kunt lezen en waar de plaatsnamen weer vertrouwd klinken.

     

 

Verhuizen!

Het is zover! Ik dacht er al langer over, het blijft tenslotte een hele stap. Maar ik ga het doen: verhuizen! Yeah!

Naar een prachtig en compact huisje. Vier muren, een dak en een vloer, wat wil ik nog meer? Niets toch zeker. Er zitten jammer genoeg geen ramen in maar er is wel constant verlichting. Dat denk ik tenminste. Er zit een zee van ruimte in en daarom zo geschikt voor mij. Ik bedoel er zijn nog kleinere huisjes maar ik moet me wel kunnen bewegen natuurlijk. Hier kan ik heerlijk bijkomen en ontspannen. Drinken en eten is rondom aanwezig. Ik eet niet buiten de deur maar uit de deur. Ik houd het hoofd koel maar zeer zeker ook de voeten.

Er zijn diverse soorten en merken maar deze komt rechtstreeks uit Amerika. Ik wilde het ‘Huisje weltevree’ noemen maar er stond al een naam op de rode buitenkant: SMEG. Dit is het enige bericht over mijn verhuizing en natuurlijk ben je van harte welkom mijn stulpje eens te komen bewonderen. Dan ga ik er wel even uit. Heel even. Op googlemaps is het moeilijk te vinden maar mijn nieuwe paleisje bevindt zich ongeveer tegenover  het fornuis.

Vakantie – kinderles

In de vakantie hoeven kinderen lekker niets te leren. Zou je zeggen. Volwassenen ook niet. Zou je zeggen. Wat ik vanaf mijn Franse balkon zag…

Op een bosachtig stukje grond, met drie reuze dennenbomen, komen de vakantiekinderen aan het eind van de dag samen. Toevallig allemaal Franse kinderen, dus geen taalbarrière. Behalve voor mij: ik versta er niets van. En toch begrijp ik veel. Er is een jongetje van ongeveer 9 jaar en een meisje van ongeveer 10 jaar, duidelijk broer en zus. Er is nog een jongetje, van ik schat 8 jaar en een kleine dreumes van 2 jaar, luisterend naar de naam Elodie.

Net als in de grote-mensen-maatschappij werpt/dringt één persoon zich vrijwillig/nadrukkelijk op als aanvoerder. Het jongetje van 8 schreeuwt het hardst dus is hij de leider. Als broer en zus iets voorstellen om te gaan spelen houdt hij één hand afwerend op en met zijn andere een stuk hout tegen zijn oor. Ik versta iets van ‘telephoné’. Hij trekt een ernstig snuit en roept te pas en te onpas ‘oui’ en ‘bien sur’ alsof hij aandachtig aan het luisteren is. Dan zegt hij resoluut: ‘Mais non!!!’ en volgt er een Franstalige waterval die duidelijk intimiderend bedoeld is.  Met een ferme ‘Bonjour!’ drukt hij zijn gesprekspartner weg. Broer en zus lijken onder de indruk van zoveel overwicht. Maar als ik ze stiekem naar elkaar zie lachen merk ik dat zij de act ook nogal overtrokken vinden. Le Patron heeft intussen een plan bedacht: ze gaan een pad aanleggen. Een pad van zand, bedekt met dennennaalden en de kanten worden afgezet met een sierlijke rij dennenappels. Broer en zus zijn blij eindelijk iets om handen te hebben en verzamelen naarstig de benodigde materialen. Ze werken langs de door de baas uitgezette lijnen. Het wordt wel wat!

Maar dan komt Elodie in beeld. Het is een schatje met prachtige blonde krullen, haar kromme beentjes in een parmantige legging gestoken en een shirt dat vast bij een andere combi hoort, maar in de vakantie letten zelfs de Fransen niet op stijl. Ze heeft altijd een  lach op haar gezicht, die alle omstanders ook doet lachen. Maar niet monsieur le Patron! La petite Princesse vindt de dennenappels zo aantrekkelijk dat ze er af en toe eentje uit de keurige rij vist. De baas gebruikt al zijn tact en neemt haar lief bij het plakkerige handje en leidt haar zeven meter verderop. Hij biedt haar ook nog een mooie stok aan ter compensatie. Ze neemt het dankbaar aan en schenkt hem haar liefste lach. Tevreden draait hij zich om en stuurt zijn personeel verder aan. Wat hij even niet ziet is dat de kleine dame zich ook omdraait en achter hem aan drentelt. Zodra hij het wel in de gaten heeft brengt hij haar gedecideerd terug.

Tot vijf x toe herhaalt Elodie deze actie en de manager wordt steeds ongeduldiger. Hij voelt zijn gezag ondermijnd worden. Uiteindelijk smijt hij haar zijn ‘telefoon’ toe en verdwijnt mokkend naar huis. Broer en zus halen de kleine dreumes erbij en gedrieën spelen ze nog uren lief met elkaar.

Welk een levensles zie ik hier onder mijn ogen uitgespeeld worden: de grootste schreeuwlelijk wordt de baas maar dat wil niet zeggen dat de kleinste partij geen stem heeft…

Waar lijkt dit toch op?

Vakantie – Hitteplan

Ja, ja, nu weten we wel dat het warm is. Heet zelfs. Je kunt er twee dingen mee doen: of je blijft er over zeuren of je bedenkt een hitteplan. Ik kies voor het laatste. Ik heb namelijk het beste hitteplan dat je maar bedenken kunt.

Gedurende mijn vakantie in Frankrijk was de buitentemperatuur ook maar niet onder de 35 graden te krijgen. Het rennen van schaduwplek naar schaduwplek werd me teveel , ik kon geen terras meer zien, en het zwembad was ik meer dan beu, dus ging ik lekker winkelen! Ik had een frisse winkel gevonden door de duidelijk goeie airco. De heren winkelbedienden liepen keurig in zwarte broek, wit overhemd met lange mouwen, een gedessineerd gilet en een stropdas en de winkeljuffers in een beeldig jurkje. Allen zonder een spoortje glim of zweet. Omdat ik niet van plan was een Rolex te kopen of een ander sieraad van die prijsklasse moest ik het heerlijk koele pand toch weer snel verlaten. Oeps…

Gelukkig  waren er meer van dit soort koude winkels en ik vond er eentje die zelfs een extra koeling bij de paskamers had! Of dit nu tegen de geurende passers was of om de passers wat tegemoet te komen kreeg ik niet helder, maar lekker was het wel. Je waaide bijna uit je hempie en de longontsteking lag achter het gordijntje op de loer maar hé, niet zeuren. Her en der stonden wat krukjes voor de wachters. Ik had er maar eentje nodig en liet me er gewillig op zakken.

Wat een uitzicht had ik opeens! Het krukje was lager dan ik dacht en de gordijntjes hoger. Ik werd nergens door afgeleid of beïnvloed, ik zag alleen maar benen. Het kon makkelijk doorgaan voor een zoveeltste variant van the Voice, maar dan: the Legs. Zo werd ik spontaan een benenlezer…

  • Kantoorbenen: eng wit en dun.
  • Bouwvakkerbenen: gebruind en stevig.
  • Fietsbenen: gespierd en mager
  • Verraste benen: knalroze tot waar de sok begint.
  • Zonnebankbenen: egaal oranjebruin van kleur.
  • Chocoladebenen : rond en … o, verhip, het zijn de mijne in de spiegel van het lege hokje.
  • Harige benen: gij luiaard.
  • Perfecte benen: soms zie je ze.

Ook aan de voeten is van alles af te lezen. Ik begreep opeens heel goed dat er voetmodellen bestaan! Vooral de grote teen is bij velen zo lelijk, of scheef, of de nagellak is er voor de helft af, of naar binnen of naar buiten gedraaid, te dik in verhouding tot de andere vier. Een keurig aflopend rijtje zie je zelden, vaker is het een zootje ongeregeld. En oké, ze bevinden zich het dichtst bij de straat, maar om ze nou zo vies te laten worden. Gruwel! De voet op zich, als geheel lijkt me een walhalla voor podologen en pedicures. Wat een bonkig, bultig en knobbelig ding is dat toch! Opeens was ik extra blij met die extra airco.

Laten we eerlijk zijn, vaak vormen we ons een mening over de ander op grond van het totaal plaatje. Soms letten mensen als eerste op andermans handen, of op tanden, of haren, of op kleding. Voor mij maakt een hoofd de eerste indruk. Als het vriendelijk overkomt kijk ik niet naar de rest en zeker niet naar zijn/haar benen. Toch wat kortzichtig. Nu weet ik: als het hoofd chagrijnig is en ik daar niet veel mee te maken wil hebben, loop ik wellicht de kans mis een stel prachtige onderdanen te spotten.

Het is een hitteplan, doe er mee wat je wilt. Intussen had ik het zo koud dat ik snakte naar de onfrisse buitenlucht…

Vind je het niks dan is er altijd nog de optie: houd het hoofd koel en de voeten warm ook!

Vakantie – Kerkenwerk

Ik hoef je vast niet te vertellen dat er in Frankrijk een aantal zeer mooie kerken zijn te vinden. Dit zijn er een paar die ik gezien heb. Achtereenvolgens: de Collegiale kerk Sint Vulfran in Abbeville, de Eglise Sint Martin in Saint Vallery sûr Mer en de indrukwekkende Nôtre Dame van Boulogne sûr Mer.

         

Van buiten zijn ze al heel bijzonder, van binnen is de ene nog prachtiger dan de andere! Je kunt je er vast wel iets bij voorstellen; veel houten banken en stoelen, veel altaren en kaarsen, veel beelden en schilderijen, veel glas-in-lood en pilaren. Die ga je zelf maar een keer bekijken, maar wat mij opviel…..

Een prachtige beeltenis van moeder Maria met kind, samen in een boot. Wat wil je met al die kustplaatsen. Gezien de wieltjes onder deze boot zal hij ook wel eens meegaan in een processie. Wat mij opvalt, toen ik aan de achterkant keek, is dat hoewel Maria en het kind vaak voor bescherming en redding staan, er toch een reddingsboei achterop ligt. Voor de zekerheid? Voor als zij uit het gammele bootje kukelen. Beetje ongeloofwaardig. Of geloof onwaardig…

Wat gebeurt hier?Toen ik deze foto naar het thuisfront stuurde werd ik direct gesommeerd deze disco te verlaten. Maar zo’n mooi effect geeft de zon nou eenmaal als die door een  glas-in-loodraam schijnt! Ik heb er wel even stilletjes ‘Nightfever’ op gedanst. Nee, hier zijn geen beelden van.

Waarom hangen deze niet in de klokkentoren? Waarom mogen ze niet meer meedoen? Zijn ze vals? Zijn ze eigenwijs? Slaan ze voor hun beurt? Maken ze ruzie met de anderen? Willen ze eerste viool spelen? Om nou voor straf in een donker en koud hoekje van de kerk te eindigen is wel sneu hoor. Wat me opviel was dat ze aan een soort ketting lagen, alsof iemand die zware dingen mee zou (willen)nemen…

Handig, zo’n bordje! In vier talen nog wel. Drie maal raden wie het toch voor elkaar krijgt over dat opstapje te struikelen… Ik kan het uitleggen. Op beide kanten van het bordje staat namelijk dezelfde tekst. Ik stond al op het opstapje maar ik ging er af. Er stond geen bordje met ‘Kijk uit voor het AFstapje’! Er is namelijk een wezenlijk verschil tussen op en af. Ik kan het weten. Stomme blauwe knieën. Stom bordje.

Buiten de kerken wordt de boel ook vaak opgeleukt met wat gezellige beelden. Niet dat die beelden er altijd zin in hebben… Hen wordt immers niets gevraagd. Je zult daar maar moeten blijven staan. In weer en wind. In je lendendoekje. Heb ik het nog niet eens over incontinente vogels. Ik zou er ook chagrijnig van worden…

Wie zegt dat kerken overal hetzelfde en saai zijn…?

Vakantie – Onderweg

Je wilt graag met vakantie en dat betekent vaak verder dan de hoek van de straat. Anders kun je net zo goed thuisblijven. Je bent echter niet de enige. Er zijn meer vakantiegangers. Heel veel meer zelfs! Is dit nou heel veel meer vervelend of juist niet? Tijdens ons autoritje naar Noord-Frankrijk heb ik het een en ander voor je uitgezocht.

Natuurlijk ga ik bij een file ook eerst de opstandige fase in: zuchten en blazen en geïrriteerd op mijn horloge kijken en denken: ‘Als die voorste nou eens gewoon doorrijdt hebben we er allemaal wat aan…!’ Dan komt de berustende fase: tja, er valt niets aan te doen en dan komen we maar wat later aan. En ten slotte de creatieve fase: wat zal ik eens gaan doen?

Naar buiten kijken is een makkelijke optie en als je even oplet zie je hoe een file verbroedert. Je rijdt namelijk steeds met dezelfde mensen mee op.

Links naast ons rijdt een man alleen, met een fiets achterop en een schoon overhemd aan een haakje. Een kantoormeneer die de laatste kilometer op de fiets gaat? Maar waarom is zijn overhemd een houthakkershemd? Leidt hij een dubbelleven? Achter deze man rijdt een jong meisje dat zich uitsluitend bemoeit met haar telefoon. Wat is er zo belangrijk? Of appt ze haar vriendje dat ze in de ###file staat en daardoor wat later komt? Zal ik eens heel hard ‘Boe!!!’ roepen? Toch maar niet straks botst ze van schrik tegen ons aan… Achter haar een hooggeblondeerde dame met heel veel rinkelende gouden armbanden. Heeft ze veel viermomenten meegemaakt of heeft ze die zelf gecreëerd? Of heeft ze vrouwelijke eksterhormonen?

Rechts van ons rijdt een man in een rode auto met uitsluitend witte knuffels, op het dashboard, op de hoedenplank en aan de achteruitkijkspiegel. Moet die man eens met iemand gaan praten of is het de auto van zijn dochter? Heeft die dochter smetvrees of houdt ze gewoon van poetsen? Daarachter rijdt een vrachtwagen.De chauffeur heeft zijn raampje open en er bungelt een arm met sigaret uit. Met zijn andere hand trommelt hij het ritme mee van een of ander levenslied. Weinig vlam in de pijp deze keer. Het valt me trouwens op dat de meeste vrachtwagens uit CZ, LIT, BG, EST, E, LV of PL komen. Wat hebben ze daar toch wat wij niet hebben? Daar achter rijdt een echtpaar met een caravan. Hun eigen kleine huisje van geluk op wielen. Zij voert hem stukjes appel. Hij checkt de spiegels, ten overvloede. Daarachter een oudere dame met wel hele korte armen. Ze zit bijna met haar neus op de claxon. Heeft misschien ook voordelen?

Wij passeren elkaar gedurende uren, links en rechts, inhalen en ingehaald worden, alles met een slakkengangetje. Hé, er komt een nieuw iemand tussen. Even kijken. Voor het achterraampje verschijnt een rond chinees jongensgezichtje. Hij kijkt naar me. Hij kijkt nog eens goed. Hij wijst naar me en schiet dan in de lach. Hij draait zich om naar andere inzittenden en roept iets, ondertussen steevast naar mij wijzend. Wij kunnen doorrijden en verliezen hen uit het oog. Maar niet voor lang. Intussen zijn er twee kindergezichtjes en één moedergezicht voor het raampje verschenen en zodra ze mij zien krijgen beginnen ze keihard te lachen. Het gaat over in de slappe lach, hikkend vallen ze tegen elkaar. Ik vraag mijn chauffeur of er iets op mijn neus zit. “Je klep”, is het enige antwoord.

Ik laat mijn klep een paar keer heen en weer bewegen en oogst applaus! Aha!

Het leed dat file heet, gelukkig valt er nog genoeg te lachen, als je maar kijkt!

Vakantie – De golfer

We wonen tijdelijk naast een golfterrein en dit opent voor mij een geheel nieuwe wereld. Na twee dagen kom ik er achter dat het geen echt golfterrein is maar een oefengolfterrein. Hier kunnen diverse technieken geoefend worden of gewoon even lekker inslaan. Daarna wordt de hele boel verhuisd naar het echte golfterrein. Nu gok ik dat je een beeld in je hoofd hebt van een man met een ruitjesbroek en een bijpassende polo en pet en het liefst ook nog een trui nonchalant om de schouders geknoopt. Die heb ik niet gezien. Wat ik wel zag….

Daar komt-ie hoor, de stoere fransoos. Langwerpige tas op zijn rug, strooien hoedje op zijn hoofd en een goeie zonnebril. Twee groene draadmandjes gevuld met witte balletjes, één in elke hand. De tas en de mandjes gaan op de grond. De tas wordt open geritst en er wordt een stokje uitgehaald. ‘Huh, wat een rare stick is dit?’, denk ik nog. Hij tuurt over het veld(je) en kiest een doel. Dan legt hij het stokje op de grond richting dat doel. Aha, het is een slarichtingstokje. We kunnen beginnen… Mis!

  1. Eerst worden er drie balletjes langs het slarichtingstokje gelegd,
  2. er wordt een club gekozen uit de tas (zo heet een golfstick, sommige hebben zelfs een sokje met rits over het voetje van de club, vraag me niet waarom),
  3. er wordt een handschoentje aan gedaan (eentje maar, vraag me weer niet waarom),
  4. er wordt met zowel de linker- als de rechtarm 5x door de lucht gemolenwiekt,
  5. er wordt 10x door de knokige knietjes gebogen,
  6. er wordt 8 x ‘droog’ geslagen,
  7. en dan eindelijk komt de echte klap!

Hij kan er wat van hoor, mist geen ene bal. Maar ik zie wel veel overeenkomsten met de tennisser Nadal. Na elke twee sets neemt hij 2 hapjes banaan, 1 slokje water, 2 slokjes citroensap en 1 hapje chocolade, dan droogt hij zijn haar links met de linkerhanddoek en zijn haar rechts met de rechterhanddoek zorgvuldig af. De golfer doet na elke drie ballen: telefoon checken, 1 hapje stokbrood, 1 slokje water, gebruikt voetje afvegen aan de handdoek, sokje over het voetje ritsen, nieuwe club pakken, sokje eraf ritsen, voetje vastdraaien met een daarvoor bestemd gereedschapje, telefoon checken, hoedje rechtzetten en de volgende 3 balletjes klaarleggen. Golfen is doorwerken!

Op een ander veldje staan twee mannen, een beetje buikig, tas op een karretje. Ze willen niet voor elkaar onderdoen en slaan veel te snel en daardoor alles mis. Ik lach niet.

Op een ander veldje staan twee mannen, mager als een lat, tas zonder karretje. Ze overleggen alles, zitten op de iele hurkjes de slalijn te bepalen, nemen grote stappen om de afstand te bepalen, slaan per kwartier maar 1 bal maar die is dan wel helemaal goed.

Op een ander veldje staat een jong stel. Zij wil zich verdiepen in zijn belevingswereld en hij wil het haar graag leren. Het blijkt geen goed idee. Ze giechelt teveel, slaat maar wat in de rondte, verplaatst meer lucht en zand dan bal. Soms kun je hobbywerelden beter gescheiden houden.

Dan komt er een fietsje aan met een jongetje van een jaar of tien schat ik. Uit zijn tas komen een club en drie lichtgevend oranje balletjes. Waar hij ze ook neerlegt… hij slaat ze raak en ze treffen doel. Zonder stokjes, zonder hapjes en slokjes, zonder zweten, zonder passen en meten. Ontdek ik hier nu het nieuwe Franse golftalent? Of zie ik hier de uitdrukking ‘Hoe kleiner het balletje, hoe groter het kwalletje’ in gruzelementen vallen? 🙂

Buitenland

 

(België organiseert ook wel eens schrijfwedstrijden en aangezien je natuurlijk gewoon Nederlandse bijdragen kunt inzenden doe ik ook daar aan mee. Soms lukt het: sinds vandaag staat mijn kinderverhaal ‘Olivier wil koning worden’ als voorleesverhaaltje op http://www.voorleestuin.be ! Yeah!! En soms lukt het niet. Onderstaand verhaal heb ik ingezonden voor de Columnwedstrijd van Thisishowwweread, een Belgisch platform voor literatuur en lifestyle, voor de ondernemende lezer. Het thema was vrij, lengte ongeveer 500 w., het werd ietsje langer. Dit verhaal heeft het niet gered, toch maar hier plaatsen dan ;-))

Roze wolk

Kijk naar me! Zie je het? Nee? Nog steeds niet? Ik ben blij! En niet zo’n klein beetje ook. Na al die maanden van spanning kwam vanmorgen eindelijk het verlossende telefoontje: “Mam! Je bent Oma geworden!” Van pure vreugde sprong ik uit mijn stoel en gooide daarbij de veel te dure leeslamp om. Scherven brengen geluk toch? Slik, dit wordt wel heel veel geluk.

Ik laat de boel de boel en huppel naar de stad voor een cadeau. Bij de speelgoedwinkel voel ik mij een kind, zoveel moois en schattigs is er te zien. Kijk nou, een roze beer die kan zingen. Even proberen. Ik druk op haar buikje. Nog eens. Toe nou! Ik schudt haar zachtjes heen en weer. O jee, ze begint keihard te huilen! Waar zit die uitknop! Houd op, stomme beer! Ik stop het roze kreng in de plastic roze Barbie-caravan en doe alsof er niets aan de hand is. Niets aan de hand. Wat is dit? Een roze opwindautootje. Wat lief. Even proberen. O jeetje, het ding zit vast aan mijn sjaal en draait zich steeds vaster in de wollen franje. Wat nu weer. Ik trek en ruk maar het voertuigje zit moervast. Ik kijk wat onbeholpen rond. Aha, daar is de oplossing: met een kleuterschaartje bevrijd ik het wagentje. Dan valt mijn oog op een dartspel met zachte pijlen die met klittenband aan het bord vastzitten. Hier kan niets mis mee gaan. Ik gooi een pijltje naar het bord. Mis, op de grond. Als ik het wil oprapen blijkt het wel erg goed aan de vloerbedekking te hechten. Ik laat me niet kennen en trek resoluut aan de pijl. De vloerbedekking besluit los te laten op een moment waar ik niet op bedacht ben en ik val plat op mijn gat. Met de pijl in mijn hand, dat wel.

Ik gooi het over een andere boeg en besluit kleertjes te kopen. Ik aai rekken vol met roze tule, ik gooi stapels minihemdjes met roze flamingo’s om, ik woel met twee handen in een bak vol witte ienieminisokjes met roze hartjes, roze haarbandjes met witte roosjes gebruik ik als katapult, ik jongleer met drie pluchen roze ballen, ik…weet het niet meer. Help! Ik zeg dit niet hardop maar straal het kennelijk wel uit. Een winkeljuf komt op mij af en vraagt zuur: “U zoekt?” Betrapt stop ik beide handen in mijn zakken en vraag naar een roze cadeautje. “Uw eerste?” Ik knik trots en laat me een pakket aanpraten. Ik heb het lef niet meer om tegen te spreken en verlaat de winkel met twee tassen vol en een snikkende bankpas.

De details over mijn reis naar het ziekenhuis zal ik je besparen. Laten we het erop houden dat ik een slangenmens ben. Vele routes en afdelingen later ben ik dan toch daar waar ik zijn moet. Ach kijk nou! Ik vergeet iedereen en ren op mijn doel af. De stoelpoot is echter langer dan ik denk en ik smak bijna naast mijn verse kleinkind in het lelijke ziekenhuiswiegje. De baby schrikt en zet het direct op een huilen. “Oma is binnen, het huilen kan beginnen!”, grap ik nog. Mijn dochter toont direct haar moederkwaliteiten en heeft haar nazaat in twee tellen stil. Sorry hoor. Met de nodige felicitaties zet ik de twee volle tassen op het bed. De jonge ouders duiken er enthousiast in om er al snel weer beteuterd uit te komen. Hè? Iets niet goed? “Mam, weet je hoe ons kindje heet?” Verrek, vergeten te vragen. “Joost! Mam, je hebt een kleinZOON!”

 

 

 

Nog één keertje

Vorig jaar had ik me voorgenomen het niet meer te doen. Maar het bloed kruipt kennelijk waar het niet gaan kan…dus vooruit nog één keertje dan.

Ik snap (soms…) wel dat mensen van kamperen houden. Je bent lekker buiten (ook als het regent…). Altijd gezellig mensen om je heen (ook ongezellige mensen…). En hier houdt het dan op, meer positiefs kan ik niet bedenken (ik doe echt mijn best!). Het is gewoon de media die me zo in de war brengt steeds. De laatste tijd kun je geen tijdschrift openslaan of het gaat over kamperen. Mijn ogen worden tegen wil en dank gezogen in pakkende koppen. Lees met me mee:

Hier begint het al mee. Ik zie in de verste vertes niks, maar dan ook helemaal niks, lonken.

Geloof je het zelf? Hoe ga ik in vredesnaam chillen op zo’n wiebelende en keiharde herniastoel? Ik ben al geïrriteerd voordat dat onding uitgeklapt is! Ik ben sowieso allergisch voor alles wat je eerst moet uitklappen, uitrollen of uitvouwen.

Wie maakt uit dat ik dit wil? Nooit meer uitslapen want de tent wordt warm, heet, benauwd zodra de eerste heerlijke zonnestralen erop schijnen. En wat heb je dan precies aan je mega lange dag? Slaapgebrek! En dat maakt het er niet gezelliger op hoor.

Geen commentaar.

Dit vind ik de grootste misleiding ooit. Noem mij 1 koning die gaat kamperen in een tent?! Het zou overigens wel wat zijn: Willem en Maxima in een koninklijk blauwe tent, hun logo is met gouddraad handmatig opgeborduurd. Met scheerlijnen van zuiver zijde en gouden haringen wordt het geheel op zijn plaats  gehouden. In top hangt een sneu wimpeltje want ze willen niet teveel opvallen. Pal ernaast staan drie kleine gestipte pop-up-tentjes, ooit een goed bedoeld koningsdagcadeau uit Staphorst. De hofdame blaast naarstig de luchtbedjes op en de tiara’s worden verstopt in de koelbox. Gehuld in rood-wit-blauwe vakantieoutfitjes neemt het hele gezin deel aan de jeu-de-boules-competitie. En ’s avonds winnen de prinsesjes alle prijzen van de bingo. De bodyguards moeten moeite doen hun vuurwapen onzichtbaar te verbergen onder hun camouflagehemd. Maxima maakt haar eigen Argentijnse bonenschotel voor het nodige geknetter in de tent. Nu ik dit voor me zie…zou ik bijna willen kamperen 🙂

Bijna hè! Dit jaar nog even niet.