Maandelijks archief: juni 2018

Hoezo te oud

(Dit verhaal heb ik ingestuurd voor de schrijfwedstrijd van Libelle. Daphne Deckers verzon de eerste regel als verplicht begin. Kom je dit verhaaltje niet tegen in Libelle dan kun je het fijn hier lezen… ;-))

“Mam, daar ben je echt te oud voor!” Mijn dochter rolt met haar ogen, draait zich demonstratief om en verlaat de winkel. Lichtelijk beschaamd kijk ik om me heen en haastig sluit ik het paskamergordijntje. Probeer die skinny jeans nu maar weer eens uit te krijgen. Ik worstel en kom bijna niet meer boven. Zodra ik de paskamer uitkom staat een jong ding me met uitgestrekte hand op te wachten: “Die maar doen? Staat je enig!”

Ik vind mijn dochter drie winkels verderop terug. Ze houdt een shirtje omhoog waarvan ik de bovenkant niet van de onderkant kan onderscheiden. Dan pakt ze een spijkerbroek met zoveel scheuren dat het mij reëel lijkt dat ze er geld voor toegestopt krijgt om zoiets te dragen. De muziek is hier zo lawaaierig dat gebarentaal de enige mogelijke voertaal is. Daarom tik ik haar op haar arm en maak een drinkend gebaar. Ze rolt weer met haar ogen, besluit toch mee te gaan.

“Je hoeft niet ook een smoothie te nemen hoor. Je drinkt toch altijd thee?” klinkt het chagrijnig. Ik gooi het gezellig over een andere boeg: “Zullen we straks die wrede nagellak nog even kopen die jij steeds zo cool vindt?” “Mam, praat gewoon! En die nagellak heb ik al met Svetlana uitgeprobeerd.” Natuurlijk! De Slet is me Lees verder Hoezo te oud

Droomvakantie

(Dit verhaal heb ik ingezonden voor de schrijfwedstrijd van Uitgeverij Adoremi en heb hiermee een plaats in de bundel verworven! Hoera! Er staan nog veel meer mooie verhalen in die allemaal aan het thema ‘Dromen’ voldoen. De bundel ‘Geen droom te ver’ is te koop bij http://www.adoremi-moments.nl/winkel, bij de boekhandel en bij bol.com. Laat je meevoeren in de variatie van emoties: een lach, een traan, een verrassend plot of een verborgen boodschap)

Zeg nou niet dat jij er nog nooit van gedroomd hebt! Iedereen droomt toch van een langdurig verblijf op een tropisch eiland? Met palmbomen, witte stranden, lekker zonnetje en een hele leuke meneer die je rug insmeert en je drankjes brengt. Oppervlakkig? Dacht ik eigenlijk diep van binnen ook wel eens. Maar hé, nu heb ik het nergens meer over want ik heb namelijk zo’n vakantie gewonnen! Het reisbureau in ons dorp organiseerde een vakantieverhalenwedstrijd om hun 15 jarig bestaan te vieren en daarmee heb ik gewoon de hoofdprijs binnengesleept.

Zo hard als Anton me uitlachte toen hij mijn inzending las, zo hard lach ik nu. Het is een reis voor twee personen maar hij stond er op dat ik met mijn beste vriendin Bets zou gaan. Het enige nadeel was dat zij niet eerder vrij kon krijgen, dus ze komt een dag later. Nu lig ik hier in mijn eentje gelukzalig te genieten van die palmbomen, het witte strand en -echt waar- een prachtige meneer die me drankjes brengt. Straks even vragen of hij m’n rug wil insmeren. Soms komen dromen echt uit, dat zie je maar weer.

Ik sluit mijn ogen, laat de zon mijn lichaam ongegeneerd strelen en slaak een diepe zucht van tevredenheid. Loom veeg ik een kriebelend beestje van mijn been. Van mijn buik. Van mijn gezicht. Ik voel de zon verdwijnen en open verbaasd mijn ogen. De prachtige meneer zit geknield naast mijn ligstoel en kietelt me plagend met het vlaggetje uit mijn cocktail. Hij staat op en strekt zijn hand naar me uit. Ik grijp hem en laat me gewillig meevoeren. We zeggen allebei geen woord. Is niet nodig. Ik weet wat hij wil. En ik wil het ook. Hij voert me naar een boot. Een luxe jacht eigenlijk. Ik kijk nog vragend naar hem om als hij me voor laat gaan het trapje af naar beneden maar hij knikt geruststellend en veelbelovend.

Benedendeks is het niet helemaal wat je van een jacht zou verwachten. De wanden zijn bedekt met donkere kleden. In het midden zit aan een kleine ronde tafel een dame gehuld in een donker gewaad. Ze wenkt me naderbij te komen en wijst naar een stoeltje bij de tafel. Ik ga zitten. Als ik omkijk is mijn begeleider verdwenen. Maar zodra ik op wil staan dwingt de vrouw me met haar ogen te blijven zitten. Wat is dit? De vrouw schudt een stel kaarten en houdt ze uitnodigend voor me. Ik denk dat ik er eentje moet pakken en dat doe ik ook. Het is een kaart met een groot rood hart. De vrouw glimlacht ondeugend. Ja, die snap ik wel. Denk ik. Ze houdt me nog een stapel voor en ik pak er nog eentje uit. Hierop staan een zwarte spin. Ze schrikt en deinst achteruit. Ze gilt en haar handen gebaren dat ik weg moet. Eerlijk gezegd doe ik niets liever. Het begint me allemaal een beetje te onheilspellend  te worden. Ik ren naar buiten en sluit direct mijn ogen voor het felle zonlicht. Dan hoor ik een aanhoudend gezoem. Ik open mijn ogen. En constateer dat ik nog op mijn ligbed lig en mijn  telefoon overgaat.

Bets stuurt me het bericht binnen een halve dag hier te zijn. Het is haar zeker toch gelukt zich eerder vrij te maken. Ik sta op en ga naar mijn kamer. Ik neem een verfrissende douche en ga beneden alvast een dinertafel voor twee reserveren. In de bar dood ik de tijd. Net als ik een vierde (of was het een vijfde) drankje aan wil pakken tikt er iemand op mijn schouder. “Hoi hoi, verrassing! Hier ben ik al! Meid wat een reis, maar wat is het hier mooi! Ik vind het echt zo tof van je dat ik met je mee mocht! Weet je zeker dat Anton niet pissig was? Nou ja, daar is het nu te laat voor want ik ben hier! Wat gaan we doen? Eerst drinken, eten of kunnen we nog naar het strand. Ik heb zo’n beeldige bikini gekocht! Ja, op Schiphol nog hoor want thuis had ik er geen tijd voor en die van vorig jaar kon echt niet meer. Hé, wat is er? Wat kijk je raar?” Ik kijk, ik luister, maar ik herken haar niet. Wie is deze dame?

‘Bets?’, stamel ik nog. Ik doe een halfslachtige poging elegant van de barkruk te stappen maar dat valt niet mee. Ik laat me omhelzen en probeer uit alle macht te bedenken wat ik zeggen moet. En omdat ik zwijg en omdat Bets van ons tweeën altijd het meest voortvarend is, bevinden we ons al snel op onze kamer. De vrouw ratelt aan één stuk door terwijl ze haar koffer uitpakt. Ik moet even alleen zijn en weet me te verschansen op het toilet. Wat gebeurt hier? Ik schud mijn  hoofd heen en weer om een helder beeld te krijgen. Ik kijk in de spiegel of ik mezelf nog wel herken. Een harde klap op de deur doet me opveren. “Alles goed meid? Kom je? Ik heb dorst en trek in een leuke barman, hahaha. Kom!” Als ik uit de badkamer kom drukt ze me een glas in de hand. “In één keer hè!”, roept ze. Ik doe wat ze zegt en word direct overvallen door een intens gevoel van moeheid. Ik wil alleen maar liggen. Met mijn ogen dicht.

Wat een gebonk! Wie is er zo aan het timmeren? Als ik onder de deken vandaan kruip realiseer ik me dat er iemand op de deur klopt. Mijn horloge geeft dat het al bijna lunchtijd is. Daarna kijk ik snel om mij heen naar mijn kamergenote. Het tweede bed is echter onaangeroerd. En als ik goed kijk zie ik ook geen koffer of andere spullen meer. Het gebonk op de deur houdt aan en ik besluit toch maar open te doen. En dan vliegt Bets me in de armen! De echte Bets welteverstaan. “Wacht even!”, roep ik en doe twee stappen achteruit. “Waar kom jij vandaan? Hoe kom je hier? Heb je een bikini bij je? Was jij hier gisteren ook?” Ik struikel bijna over mijn eigen woorden en de ogen van Bets lijken groter te worden. “Gaat het wel goed met je?”, vraagt Bets bezorgd. Ik weet het niet, niet zeker in ieder geval.

Later zitten we samen in de eetzaal, als de leuke drankjesman recht op ons af komt. Onze stemming is enigszins bedrukt door wat mij overkomen is en we prikken doelloos in onze salade. “Hé, heb je nu weer een andere vriendin bij je? Maakt niet uit hoor. Maar Juan van het zwembad en ik vroegen ons af of jullie zin hebben met ons iets te drinken vanavond bij de Copacobana-bar hier verderop in de straat.” “Nou…eh….”, stamel ik. Bets schopt me onder tafel en roept enthousiast: “Graag wij kunnen wel wat afleiding gebruiken!” “Fijn!”, zegt hij, “Dan zie ik jullie rond negen uur!” Bets springt op en trekt me mee van tafel. Ze loodst me langs allerlei winkeltjes in het hotel, die gelukkig tot middernacht geopend zijn, om even later met twee volle tassen op de kamer aan te komen. Intussen heb ik ook de smaak te pakken, hijs me in een nauwsluitend jurkje en ga me uitgebreid opmaken. Weg met die muizenissen. Leven zullen we!

De mannen fluiten goedkeurend en Bets en ik doen hetzelfde. Wat een hunks hebben we bij ons. Het belooft een geweldige avond te worden. We kletsen, lachen, flirten en drinken.  Eerst met z’n vieren maar al snel geeft Juan Bets meer aandacht. De drankjesman, die bij nadere kennismaking -hoe voorspelbaar wil je het hebben- Romeo blijkt te heten, blijft in mijn buurt. Het is vol en warm. Ik zie Bets met Juan dansen, ze zwaait. Ik steek mijn duim omhoog en omhels Romeo veelbelovend. We dansen steeds wilder en later ook intiemer.  Anton is ver weg, heel ver weg.  Het bedienend personeel zwiert regelmatig door de zaal met bladen vol gekleurde cocktails die gretig aftrek vinden. Romeo overhandigt me een glas met zachtgele inhoud. Hmmm, lekker zoet. Waar smaakt dit naar? O nee, nee, toch niet naar… Mijn lippen zwellen op maar ook mijn keel! Ik krijg het vreselijk benauwd! Ik denk nog: ‘Wat een genante vertoning!’, voordat ik op de grond val. Romeo schreeuwt. Bets duwt iedereen opzij die in de weg staat en knielt naast me neer. Het enig wat ik nog kan uitbrengen voordat alles zwart wordt is: “A-na-nas…”

Anton staat al te zwaaien bij de aankomsthal. Even later drukt hij me tegen zich aan. “En, heb je het leuk gehad?”  Wat zal ik zeggen. Hoe leg ik uit dat ik in tijd van een paar dagen bij een enge waarzegster ben geweest, dat ik een nep-Bets op bezoek heb gehad, dat ik wel dood had kunnen zijn als de echte Bets mij niet op het nippertje had gered van de ananasallergie door de EpiPen uit mijn tas te vissen en te gebruiken, dat ik nog een dag in een vreemd ziekenhuis moest blijven en dat ik van Romeo een ring heb gekregen met een zwarte spin om het kwaad te bezweren.  Ik antwoord: “Ja hoor schat, het was meer dan leuk, echt wat je noemt een droomvakantie!”

 

 

Stelling

Pythagoras had er al eentje: a kwadraat + b kwadraat = c kwadraat. Nooit helemaal begrepen wat de beste man ermee bedoelde maar het was wel een stelling. Hij formuleerde een mening. Hij maakte een stelling. Hij beweerde iets. Of die bewering waar is? Of je het met die formulering eens bent? Een stelling leidt in elk geval meestal tot discussie. Deze bewering kwam ik laatst tegen:

Daar valt wel over te discussiëren…

Aan de ene kant… Natuurlijk is het leven beter in een bikini! Lekker snel klaar met aankleden. Met uitkleden ook trouwens. Onderstuk en bovenstuk passen doorgaans altijd bij elkaar dus geen urenlange zoektocht in je kledingkast. Geen gedoe met bijpassende schoenen. Of sieraden. Of tassen. Het geeft je een lekker vrij gevoel. Lekker half bloot, meer hoef je niet aan. En, heel belangrijk, het associeert met mooi weer. Lekker warm. Vooral de vakantiegevoelens die een bikini oproept doen de discussie overhellen naar: mee eens.

Aan de andere kant… Een bikini is niet altijd een lust voor het oog. Dat wil zeggen de bikini wel maar de draagster niet altijd. Dit laatste roept een zekere ondernemersgeest in mij op. Ik wil direct super royale pareo’s gaan verkopen. In allerlei gezellige kleuren en prints. Eventueel te leveren met tentstokken. Of een bodypaintingbedrijfje starten om bepaalde zwembanden als zwembanden te beschilderen. Niet van echt te onderscheiden. Of een verhuurbedrijf van schaduwplekken beginnen. Gewoon een bedrag per uur laten betalen om achter een gezette dame te liggen. Of tussen het naaktstrand en het gezinsstrand een gênantstrand creëren. Voor diegene die zich schaamt. Inclusief ieder heel uur een vrijblijvend praatgroepje. Als ik de stelling met deze zakelijke insteek bekijk zeg ik: mee eens.

Aan de derde kant… Geen mening.

Conclusie: het leven is beter in een bikini. Veel beter. Omdat iedereen lekker zelf moet weten wat-ie aan- dan wel uittrekt.

 

Verhalenslang 13/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste zin van het vorige verhaal. Beiden verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

“Om 18.00 uur mag je de mijne zien.” Hij praat wat onduidelijk maar dit heb ik goed verstaan. Hij rent er vandoor met zijn blauwe rollator, laat mijn rode scootmobiel nou net ietsje sneller zijn. “Een uurtje later hoor, moet eerst eten.”, brom ik in het voorbijgaan. De opgestoken hand zie ik als teken dat hij me verstaan heeft.

Om 19.00 uur precies sta ik voor zijn deur en bel aan. Na wat een eeuwigheid lijkt gaat de deur op een kiertje. “Heeft niemand je gezien?”, vraagt hij argwanend. Ik schud mijn hoofd en klim uit mijn rode duivel. Hij kijkt nogmaals de gang in, eerst links dan rechts, voor hij me binnenlaat. Hij draait de deur achter me op slot. Ik kijk verwonderd achterom. “Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn!”, bezweert hij met opgeheven knokige vinger. Hij vraagt wat ik wil drinken. Hoewel ik eigenlijk ’s avonds niet meer drink ten einde eens een nacht zonder toiletbezoek te kunnen meemaken, zwicht ik toch voor koffie. Waar ik onmiddellijk spijt van heb. Hij drinkt zelf alleen thee. Van zijn dochter heeft hij een Senseo gekregen omdat ze dat zelf zo lekker en makkelijk vindt, maar hoe het apparaat precies werkt heeft ze er niet bij verteld. Samen klungelen we wat aan en dan lijkt mijn koffie sprekend op zijn thee. Ik zeg niets en draag het.

Na het verorberen van een zalig Mariakaakje wil ik graag ter zake komen. “Nou, ik ben benieuwd hoor!”, begin ik. Met de woorden “Wacht effe.” verdwijnt hij richting badkamer. Onze kamers zijn gespiegeld maar ik herken alles. Afmetingen te krap, meubels te groot en te donker, en alles wat niet van jezelf is ziet er kaal en sleets uit. Sukkels zijn we. Sneue sukkels. Met dagen die uitgestrekt in leegte voor ons liggen. En achter ons. Nu hoop ik in hem een bondgenoot te vinden. Als hij tenminste nog eens uit die badkamer komt. Net als ik opsta om op de deur te gaan bonzen komt hij tevoorschijn. Met een diep ingevallen mond. “Klemt als de ziekte die dingen!” lispelt hij.

“Je zou het me laten zien, weet je nog?”, probeer ik weer. “Ik ben niet dement hoor!”, snuift hij verontwaardigd. Hij sloft naar een tweedeurs eiken kastje. Uit zijn achterzak haalt hij een sleutel en opent het kastje. Nog een laatste argwanende blik op mij en dan pakt hij een stoffen tas uit het kastje. Ik knik hem nog maar eens bemoedigend toe als hij aarzelt de tas te openen. “Hier, kijk zelf maar…”, zegt hij, mij de tas toestekend. Ik kijk hem even vragend aan, meer voor de vorm en kijk dan in de tas. Ik houd mijn adem in als ik de inhoud in mijn handen neem. Ik draai het om en om en zeg: “Het is prachtig! Maar…rood-zwart?” Hij zucht: “Ik had geen wit.” Samen kijken we naar de gebreide zebra met zwarte en rode strepen. Ik grijp zijn hand, knijp er zachtjes in en knik drie maal. Een kleine traan baant zich een weg langs de groeven van zijn gezicht. We hebben weer nieuwe vooruitzichten.

Meesterlijk

Wat is er fijner aan het strand dan zandkastelen bouwen?! Stoere torens en stevige muren. Een gracht er omheen en ten slotte alles versieren met schelpen. Soms zijn het ware meesterwerken. Totdat er iemand heel lollig zijn grote voet op zet of totdat het vloed wordt en jouw zandkasteel meer op een luchtkasteel lijkt. Maar soms zakt het ook zomaar in omdat het niet stevig genoeg is, of de fundering ontbreekt. Zo niet bij het Veluws Zandsculpturen Festijn in Garderen.

Wie kent ze niet: onze Hollandse Meesters! Rembrandt van Rijn, Johannes Vermeer, Jan Steen en Frans Hals, om er maar een paar te noemen. Ze leefden in een tijd waarin nieuwe schilderstechnieken werden ontdekt, er werd op een vernieuwende manier met licht gespeeld. Stofuitdrukkingen werden met een duizelingwekkende precisie weergegeven. Ware meesters in hun atelier en in hun vak. Je zou denken dat het niet mooier kan…toch wel. Wat zou je ervan denken die prachtige schilderijen in 3D uit te voeren en dan ook nog eens uitsluitend gemaakt van zand! Meesters die meesterwerken namaken vind ik dubbele meesters!

Uiteraard de Nachtwacht op ware grootte,

 Marten en Oopje  mogen natuurlijk niet ontbreken.

Prachtig gedetailleerd kantwerk.

En ook de luizenmoeder…

Hier wordt 2500 ton zand, door zo’n 25 professionele ‘carvers’, in tijd van 3,5 maand, omgetoverd in meer dan 100 beelden. De beelden blijven 6 maanden staan en dan wordt het zand hergebruikt voor de nieuwe expositie. Lekker duurzaam. De beelden buiten zijn besproeid met een heel dun laagje verdunde lijm zodat het water- en windbestendig is. Je zou denken dat er dus niets mee kan gebeuren…. Ik zag toch iets wonderlijks.

Een piepklein plantje op een regentenjas…

Drie sprietjes op de stier van Potter…

Een aardig takje tussen de staalmeesters…

Hier zou je het misschien nog kunnen verwachten;

een struikje onder een stoel in het huishouden van Jan Steen…

Misschien is Moeder Natuur wel heer en meester in dit verhaal…

Al met al een aanbevelenswaardig Gelders uitje 🙂

 

Dichtbijgeluk

Iedereen wil het graag hebben. Geluk! Velen zijn er naar op zoek, sommigen vinden het. Sommigen niet, die jagen het teveel na. Meestal wordt het overschat, zoekt men het verder, dieper, hoger en duurder dan nodig. Het ligt vaak dichterbij dan je denkt. Waarom aan de andere kant van de wereld zoeken terwijl je er thuis over struikelt? En als je het eenmaal hebt wil je het vasthouden. Soms delen en doorgeven. Maar niemand zegt: ‘Geluk? Nee dank je!’ Ik heb gelukkig een paar mooie voorbeeldjes van dichtbijgeluk gevonden.

Je kent ze vast wel, die grote goudkleurige leeuwen bij de ingang van je Chinese restaurant. Het zijn afgeleiden van de Chinese tempelleeuwen, die bij de ingang van een tempel of paviljoen te vinden zijn en die symbool staan voor geluksbrengers. In Apeldoorn is deze traditie aangepast bij de kringloopwinkel. Wedden dat een bezoekje je vanaf nu geluk brengt?!

Hier kun je op de Veluwe gewoon langsfietsen. In de verte zie je dit bord al staan maar dan kun je het nog niet lezen. Kom je nieuwsgierig dichterbij, lees je opeens van een levensgevaarlijke situatie, aan de andere kant van het bord. Nu heb ik vernomen dat als je ‘Paf!’ en ‘Boem’ hoort roepen, je niet echt bang hoeft te zijn, maar stel. En dat dit ene bord de scheidslijn is tussen niks-aan-de-hand en levensgevaarlijk vind ik wat twijfelachtig.  Toch voel ik mij een stuk gelukkiger aan deze kant van het bord!

Op de Pinksterbrocantemarkt op Paleis het Loo kwam ik dit bord tegen… Hetgeen je koopt op een Brocantemarkt met oude, doorleefde, zeg maar verroeste, spullen, is een keuze. Een nieuwe teil een paar nachtjes buiten laten staan heeft hetzelfde effect. Een zijden corset, waar een jongedame een tijd geleden zwetend en hijgend ingesnoerd in heeft staan dansen, aantrekken, nee dank u. Maar wat te verstaan onder een brocante worst? Oud, belegen, tikkie beschimmeld, met gebruiksspoortjes? Gelukkig had ik geen trek.

Over eten gesproken… IKEA is ook een mooie. Ze verkopen daar iets ‘van papier dat in kleine stukjes gebeten kan worden, niet geschikt voor kinderen onder de 3 jaar’. Dus een kind van 4 jaar mag het wel? En mag het dan ook in grote stukken? Waarom laat je een kind  überhaupt papier eten? Gelukkig lees ik de omschrijvingen en gelukkig heb ik een blog om het aan jou te vertellen.

Geluk, het ligt voor het oprapen. Wordt jij hier nou niet gelukkig van? 😉