Maandelijks archief: mei 2018

Ons kanaal

Op het Apeldoorns kanaal is veel te zien. Een paar maanden terug werd er bijna op geschaatst. Nu wordt er op gevaren in kleine bootjes. Af en toe zwemt er iemand in. Soms een hond. Veel vaker de eenden, de futen, de waterkipjes en natuurlijk de zwanen. Allemaal te zien met het blote oog. Wat niet te zien valt zijn de vissen. Die schijnen er toch te wonen want met grote regelmaat zijn er vissers aan de kant te vinden. Ik roep vaak: ’Àls ik nog eens ga sporten, dan ga ik vissen!’ Het lijkt me wel wat om een beetje in een comfortabele stoel te luieren en niets anders doen dan dobberstaren en dommelen. Vandaag ga ik eens opletten hoe het precies gaat. Sssst, daar komt iemand.

Een jongeman met een reuze grote rugtas verschijnt op de vissteiger. Eerst kijkt hij turend in het water alsof hij de vangst kan voorspellen. Zijn zonnebril wisselt regelmatig van plaats, van zijn neus naar zijn strak achterovergekamde haar en weer terug. Hij besluit te blijven. De rugtas wordt neergezet, opengeritst en het eerste legergroene pakketje wordt er uit gehaald. Het blijkt een stoel te zijn die op ingenieuze wijze uit elkaar geklapt kan worden. Waarschijnlijk is de laatste keer dat hij deze stoel gebruikte al even geleden maar uiteindelijk lukt het hem. Goed begin. Dan natuurlijk de hengel. Hij doet wat aas aan de haak, werpt de hengel uit en laat zich in de stoel vallen. Ik hoor het niet duidelijk maar volgens mij klinkt er: ‘Hè hè!’ Zo bedoel ik dat sporten.

Na een tijdje staat hij op en haalt nog een groot legergroen pakket uit de tas. Hierin blijkt een gigantisch schepnet te zitten dat hij in drie delen aan elkaar moet schroefdraaien. Ik weet nog niet goed hoe ik de afmeting van het net moet interpreteren, veelbelovend of pure bluf. We gaan het zien. Hij gaat weer zitten en tuurt. Het moment van beethebben duurt hem te lang denk ik want hij haalt uit de tas een bakje met iets, ik denk een soort van aas. Hij gooit twee stukjes in het water om de vis wat extra te verleiden maar sneller dan hij gedacht had komen de eenden, de futen, de waterkippen inclusief nageslacht op de twee stukjes af. Dit was niet de bedoeling. Het bakje blijkt nu leeg, dus komt er uit de tas een zakje dat in het bakje leeggeschud wordt. Vervolgens een ander zakje. Met zijn handen wroet hij in het bakje. Aha, het wordt een heerlijke mix. Hij spoelt zijn handen af in het kanaal. De watervogels zijn intussen gevlogen. Een doos, met ik schat 26 laatjes, wordt uit de tas gehaald. Alle laatjes worden gecheckt, in de onderste zit de juiste dobber. Er gaat nieuw aas aan de hengel en de visser leunt tevreden achterover in zijn stoel. O ja, hij moet ook aan zijn teint werken. Shirt uit en zonnebrandcrème uit de tas halen. Het zou me ondertussen niet verbazen als er ook een schemerlamp in die tas zit, maar dit terzijde.  Smeren, handen afspoelen in het kanaal en eindelijk zitten. Dan verschijnt er een fiets met een vriend. Er wordt een ingewikkelde handshake uitgevoerd, wat gekletst, wat gedronken tot de vriend wegfietst. De visser kijkt op zijn horloge, schudt zijn hoofd en begint op te ruimen. De bakjes, de zakjes, de doos met de 26 laatjes, de zonnebrandcrème, de stoel, het net, de hengel, zijn shirt, alles verdwijnt in de tas. Toch wandelt hij met een glimlach op zijn gezicht weg. Sportief van hem. Ik zit nog een tijdje paf en denk: ‘Er is veel te zien op het kanaal, ook er langs, maar ik denk nog even na over sporten…..’

 

Advertenties

Verhalenslang 12/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken)

  • Hou op, ik ben al 26 hoor!
  • Dat zeggen ze allemaal.
  • Wat wil je nou eigenlijk?
  • Alleen maar je ID.
  • Heb ik niet bij me.
  • Dan gaan deze boodschappen niet door.
  • Dat meen je niet.
  • Ja hoor.
  • Kijk nou eens goed naar me.
  • Doe ik.
  • Ik ben volwassen, heb een goeie baan en een eigen huis.
  • Gefeliciteerd.
  • Nou dan.
  • Toch weet ik je leeftijd niet.
  • Ik zeg toch 26.
  • Bewijzen, moet van mijn baas.
  • Hoe oud je is baas?
  • 24, hoezo?
  • Gezien op zijn ID?
  • Zeur niet zo. Wie volgt?
  • Dit gaat zo maar niet.
  • O nee? Wie volgt?
  • Oké, jij wint.
  • Het is geen wedstrijd hoor, alleen regels, tot straks.
  • Altijd zo vasthoudend?
  • Altijd.
  • Ik mag jou wel.
  • Ik jou niet.
  • Dat kunnen we veranderen.
  • O ja?
  • Ga met me uit vanavond.
  • Met jou?
  • Duh!
  • Een vent van 26?
  • Eh…ja. Hoe oud ben jij dan?
  • 19
  • Ja, ja…
  • Geloof je me niet?
  • Misschien moet ik eerst je ID vragen.
  • Jij eerst.
  • Ik ben zo terug.
  • Om 18.00 uur mag je de mijne zien.

Stukkie

Ken je die reclame waarbij drie jongemannen na een stukkie fietsen op een bankje een koekje eten, één van hen krijgt hier zoveel energie van dat hij zegt: “Ik ga nog een stukkie zwemmen!”, om zich vervolgens in een Engelse telefooncel af te vragen hoe hij daar terecht is gekomen? Nou, zoiets had ik ook vandaag. Ik wilde alleen maar een stukkie lopen en opeens zat ik in een ijssalon…. Nou ja, nu ik er toch zat kon ik beter maar om me heen kijken.

Naar al die warme mensen die niet kunnen kiezen welke smaak ze zullen nemen. Die speurend beide toonbanken bekijken zonder zich te realiseren dat in elke toonbank dezelfde smaken zitten. Stukkie besef.

Naar een oud en vooral doof mannetje:

  • Een bakje of een hoorntje?
  • Wat zegt u?
  • Wilt u uw ijsje in een bakje of een hoorntje?!
  • O…eh…doe maar een…eh…bakje.
  • Prima. 1 of 2 bolletjes?
  • Wat zegt u?
  • Wilt u 1 of 2 bolletjes ijs?
  • O…eh…doe maar….eh…wat kost het?

Deze dialoog duurde en duurde. De rij achter hem groeide en groeide. Na afrekenen wilde hij het uiterst geduldige ijsmeisje tegemoet komen door een genoeglijk gesprekje aan te willen knopen over haar werktijden. Stukkie (mis)communicatie.

Naar een jongetje die dolgraag een knalblauw smurfenijsje wilde, toen opeens knalgeel ijs in het vizier kreeg en switchte. En toen buiten huilde dat hij liever blauw wilde. Stukkie keuzestress.

Naar een jongeman die nonchalant een hazelnootijsje bestelde en dit vervolgens betaalde uit een heuptasje dat best strak onder zijn oksel zat. Het was nog een hele toer. Stukkie stoer willen zijn en niet zo overkomen.

Naar een jongedame in nogal uitbundige kleurrijke kleding. Ze drentelde van de ene naar de andere kant van de zaak, ondertussen steeds overleg plegend met een zwierige jongeman in gezellig zwart die alleen maar riep: “Meid, ik vind alles beeldig!” Na een tijdje kwam ik er achter dat ze ijs zocht dat bij haar outfit kleurde. Toen de bestelling eindelijk klaar was had ze een hoorntje met wel zes bolletjes in verschillende kleuren. Toen werd de knaap wakker en draaide om haar heen met zijn telefooncamera. Ze keek hem afwisselend zwoel, guitig, schaterlachend en stikchagrijnig aan daarbij bijna aan haar ijsje likkend. Bijna, niet helemaal. Toen hij besloot dat ze er goed opstond werd het ijsje weggegooid en verlieten ze high-fivend de zaak. Stukkie verbazing.

Voldoende materiaal in elk geval voor een ijskoud stukkie schrijfwerk 😉

 

Ruilhandel

Men is geneigd te denken dat ruilhandel een ouderwets gegeven is maar niets is minder waar. We ruilen nog steeds. Vanmorgen bij de boodschappen. Groenten en fruit geruild tegen een briefje. Een briefje dat weliswaar vijf euro waard is maar het blijft ruilen. Voor niets gaat de zon op, dat dan weer wel.

Na de boodschappen even shoppen in de stad. Kijken of er nog iets te ruilen valt. Het eerste wat ik tegenkom is dit…

Ik bekijk ‘het’ aan alle kanten. Meet een hakhoogte van 11 centimeter. Ontdek een prijsstickertje op de zool. Ga op zoek naar een winkelmedewerker en vraag hem om uitleg. Maar hij garandeert me dat de prijs klopt en vraagt me welke maat hij voor me mag halen. Ik bespaar hem de moeite. Ik ga toch geen €140,- ruilen tegen een hernia door wat stukjes versleten spijkerbroek?! ‘Ik kijk nog even verder.’ is mijn laf excuus. Misschien een leuke tas, daarvan heb je er nooit te veel.

Mooi strak van vorm en gemaakt van prachtig leer. Zacht leer ook… denk ik. De tassen staan achter slot en grendel dus ik kan het niet daadwerkelijk voelen. De prijs is ook niet te zien maar het kleintje ernaast, die niet groter is dan een kwart van deze, kost €99,95. Je hebt dan wel een echte Matt & Nat in handen. Ik vraag me af hoe die twee elkaar gevonden hebben Matt en Nat. Hebben ze hetzelfde afstudeerproject op de kunstacademie gedaan? Vormen ze Beauty en the Brains? Zorgt de een voor de creativiteit en is ander handig met ruilen? Gelukkig heette Matt niet Droog… Nee, ik ruil geen briefjes of munten voor deze tas. Dan maar gewoon even lekker kleren kijken en passen.

Toppunt van optimisme vind ik dit. In eerste instantie stonk ik er in ook nog. Ik hing alle te passen kledingstukken enthousiast op yes en yes. Uiteindelijk waren de yessen leeg en brak de no bijna af… Geen geruil hier. Hier word ik no vrolijk van en ga ik maar yes snel naar huis. Lekker op de bank , krantje lezen. En wat denk je?

Ik denk dat John de Mol dit geplaatst heeft, op zoek naar wat aanspraak, onder het mom van een nieuwe hobby. Ik zie hem zo zitten met allemaal keurig geordende stapeltjes op zijn bureau. Diepe frons op het voorhoofd: welk format zit hierin? En dan brandt er opeens een lampje boven zijn  hoofd: Ik heb het: ik ga ze ruilen! In verband met de privacy heeft hij zijn naam en mailadres doorgestreept, die ruilt hij niet graag in.

 

Naar buiten

Met dit mooie weer kun je er niet omheen, je moet naar buiten! Ik wil ook niet anders. Snakken we in de wintermaanden niet allemaal naar het moment dat je ‘met zonder jas’ naar buiten kunt. En aangezien ik een nieuwe fietsvriendin heb, genaamd Stella, heb ik er buitengewoon veel zin in. Zij laat me zonder enige moeite als een jonge gevleugelde hinde langs velden en wegen razen. We zijn het samen eens, dit gaat prima zo!

Eer ik het goed en wel in de gaten heb zijn we in Deventer. Wat een prachtige Hanzestad is dit toch. Met de mooiste huizen en al die andere gebouwen ligt het heerlijk in de zon aan de IJssel prachtig te wezen. Ook kun je er prettig shoppen. Ik heb de leukste voor je op een rijtje gezet.

Deze winkel is er nog niet maar komt er dus binnenkort. Behalve de .nl is de hele aankondiging in het Engels.  Hier kun je binnenkort dus een sociale dubbele boterham krijgen…? En bedoelen ze met ‘happy’ nou ‘gelukkig’ of een ‘hapje’?

Hier heeft iemand heel lang nagedacht over de naam van zijn winkel….. Stel dat ik iets wil vragen als ik weer thuis ben en ik bel deze zaak op hoor ik dan : “Goedemiddag, u spreekt met Sacha van Kwastje over Kastje, wat kan ik voor u doen?”

Deventerdialect? Het is natuurlijk wel een plakker die beterder blijft zitten…

Genoeg gewinkeld. Op de terugweg bij de Hof van Twello een culinaire stop gemaakt en toen zag ik dit midden in de tuin staan. Een schoenenkast. Waarom? Voelen bezoekers zich hier zo ontspannen dat ze hun schoenen uit doen en vervolgens vergeten mee te nemen? Een soort gevonden-voorwerpen-kast? Is het een schoenenruilkast, een schoenenbieb, je mag een paar meenemen als je er een paar in terugzet? Dan zie ik van links een gezin met 1 oma en 2 jonge kinderen aankomen, op blote voeten. De ouders en de oma lopen richting de kast, de kinderen lopen naar rechts waar een hek het begin aangeeft van het Blotevoetenpad…. Aha! De kinderen worden teruggefloten en overgehaald met iets lekkers op het terras. Dan hoor ik het jongetje vragen: “Oma, waarom moest jij niet lachen toen jij in het water viel?” Oma, die probeert met haar natte broek in de zon te zitten en met de rest onder de parasol, negeert haar kleinzoon genadeloos. Haar gezicht spreekt echter boekdelen. Kleindochter maakt het er niet beter op door liefjes te verkondigen: “Maar Oma, Papa heeft alles gefilmd hoor!”

Ja, genieten hoor, dat buiten zijn… 😉

Kinderlijk eenvoudig

Hij was die vijfde mei in 1995 net 8 jaar geworden. Hij zat met zijn ouders op een zonnig terrasje van zijn limonade te genieten. Ze bespraken wat ze die dag zouden gaan ondernemen. De ideeën liepen uiteen van zwembad tot  museum. Wie zou er toegeven? Wie zou er water bij de wijn doen? Of werd het ruzie? Gezinsoorlog?

Opeens stapt er een groep van zo’n twintig lachende soldaten het terras op, zoekend naar een vrij tafeltje. De kleine jongen schrikt en fluistert: “Mam, soldaten!!!” Ik vertel hem dat het niet uitmaakt: “Zij mogen toch ook wat komen drinken hier?” Hij knikt onzeker en houdt de groep nauwlettend in de gaten. “Mam, ze gaan toch niet schieten hè?”, hij schuift zijn stoel een beetje dichterbij de mijne. Ik schud mijn hoofd en dring er op aan dat hij zijn flesje leegdrinkt. Even later: “Mam, ik kan ze helemaal niet verstaan!” Dat klopt, het zijn Canadezen. “Mam, het zijn wel oude soldaten hè?” Ook dat klopt. Ik besluit dat het tijd wordt een en ander uit te leggen. Dat deze soldaten helden zijn en naar Nederland zijn gekomen om te vieren dat zij ons land 50 jaar geleden hebben bevrijd. “Dus het zijn goeie soldaten?”, vraagt hij nog voor de zekerheid. Ik stel hem gerust en vertel dat ze van de Koningin allemaal een medaille hebben gekregen omdat ze zo goed hun best hadden gedaan. Hij knikt begrijpend maar vraagt even later toch: “Mam, wat is ook alweer een medaille?”  Als ik het toegelicht heb zegt hij, waarschijnlijk met het onder zijn bed verstopte moederdagcadeautje in zijn achterhoofd: “O, ik dacht dat het broches waren…”

De beslissing van de verdere dagbesteding werd snel genomen. Er werd een compromis gesloten: eerst naar het museum en daarna naar het zwembad. Geen geruzie, geen oorlog.