Maandelijks archief: april 2018

Verhalenslang 11/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste zin van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

Dat varkentje is ook weer gewassen. Heel voorzichtig zet hij het bij de andere. Nu nog een hele rij geitjes te gaan. De konijntjes heeft hij al afgedroogd. Wat zal zijn moeder blij zijn. Zij heeft hier natuurlijk helemaal geen tijd voor. Maar voor hij aan de geiten begint loopt hij naar het achterste gedeelte van de schuur. Papa heeft vorig jaar het oude gebouwtje omgetimmerd tot een plek waar Mama zo vaak ze wil kan zagen, timmeren en verven. Ze zaagt grote harten uit hout. Hij mag haar soms helpen. Niet met zagen, dat is te moeilijk maar hij kan wel heel goed schuren. Het hout moet spiegelglad zijn. Daarna gaat Mama het verven, rood, roze, grijs en soms blauw. Dat vindt hij maar raar, wie heeft er nou een blauw hart. Vaak schrijft ze er dan nog woorden op maar die kan hij niet lezen. Het zal wel iets liefs zijn want mensen moeten altijd glimlachen als ze de woorden lezen. Er komen namelijk ook wel eens andere mensen in de schuur, die komen vaak iets kopen. Zijn moeder vertelt dan altijd trots dat hij zo goed geschuurd heeft. En bijna elke week komt er een groepje andere moeders. Zijn moeder leert hen dan hoe ze dikke dames moeten schilderen. Sommige kunnen er niets van en maken enge dames maar ze moeten er gelukkig zelf om lachen. In het achterste gedeelte heeft Papa zelfs een piepklein keukentje gemaakt waar hij nu een glaasje water kan drinken.

Een paar weken terug was zijn moeder extra blij. Ze had een mooie opdracht gekregen! Toen hij vroeg wat dat precies was vertelde ze dat zij voor de kinderboerderij dieren van hout mocht maken. Als er dan een schoolklas vol met kindjes langs komt en daar les krijgt, mogen ze allemaal een varkentje of een geitje of een konijntje  mee naar huis nemen. Zijn moeder was er dolblij mee maar ook erg druk. Elke dag zit ze te zagen. Eerst tekent ze met een scherp potlood de dieren op een grote plaat hout en daarna gaat ze zagen.  Nu heeft ze al veel dieren klaar om te verven. Hij heeft echter gezien dat er nog veel potloodstreepjes op de dieren staan. En dan komt hij op het idee de dieren eens goed te gaan wassen. Hij maakt een sopje in een teiltje en stopt alle dieren er één voor één in. Mama zal opkijken als ze thuis komt van boodschappen doen. Wacht hij hoort haar al.

Maar zijn moeder is helemaal  niet blij. Ze is zelfs boos. “O Nee!”, roept ze “Wat heb je gedaan! Nu zijn ze allemaal doorweekt en kan ik ze niet verven! Nu moet ik zeker twee dagen wachten!  En ik heb net beloofd morgen de volgende lading te brengen! Ik krijg dit nooit op tijd af!” Ze zakt neer op een krukje met haar handen op haar schoot. Hij wil haar helpen maar weet niet hoe. Hij moet aan Els denken, zijn begeleidster. Die zegt altijd: “Als je een probleem hebt, of er gaat iets niet helemaal goed, of je bent een beetje verdrietig dan moet je zoeken naar dat stukje wat wèl goed ging en dan word je vanzelf weer blij!” Hij zoekt in zijn hoofd of hij iets goeds kan vinden. Dan loopt hij naar zijn moeder toe en zegt: “Maar ik heb niet aan de zaag gezeten.” En dat helpt. Zijn moeder zucht eerst en daarna glimlacht ze weer. “Je hebt helemaal gelijk! Je bent een slimme jongen en je hebt goed geluisterd!” Ze staat op en geeft hem een dikke knuffel. Totdat hij haar van zich afduwt en roept: “Hou op, ik ben al 26 hoor!”

Advertenties

Wimpel

Nee, ik ben helemaal niet moe van deze Koningsdag 2018! Die stevige wandelschoenen waren echt niet nodig. Hier in Apeldoorn is het zo dat je in de binnenstad heerlijk gedragen wordt langs de kleedjesroute.

Links van mij loopt een groep jonge mannen, die de jas stijf aanhouden, omdat er in elke zak een biertje past. De een heeft een oranje hoedje, een ander een oranje stropdas, een derde een oranje tuinbroek. Hoewel ze vlak naast elkaar lopen, zoals iedereen, menen ze toch uitsluitend via geschreeuw met elkaar te moeten communiceren. Ze zijn van hier en daardoor is de combinatie van dialect in combinatie met alcohol niet te volgen maar het plezier is er niet minder om.

Voor me loopt een best wel chique echtpaar. Hij is in het driedelig oranje en niet via internet besteld maar waarschijnlijk met de hand precies op maat gemaakt. De zijden rood-wit-blauwe das maakt het geheel af. De dame heeft een designer jurkje aan van een warme kleur oranje, vernuftig afgebiesd met rood-wit-blauw, het zou Maxima niet misstaan. Ze zorgt er angstvallig voor met haar witte pumps de kleedjes niet aan de raken maar glimlachend laten ze zien dat zij het op hun manier ook naar hun zin hebben.

Achter me loopt een echtpaar met kleine kinderen. Kinderen die op elk kleedje wel iets van hun gading zien, verwoede pogingen doen om hun ouders van het nut van het kleinood te overtuigen, smeken niet zonder het gevondene te kunnen leven om vervolgens zonder sputteren alles weer terug te leggen. Leuk geprobeerd. Het gaat om het spel.

Hier tussenin word ik dus gedragen. Op deze manier heb ik wel overal duidelijk zicht op. Op de vele oranje wimpels en opeens zing ik:’Hoe waaien de wimpels al heen en al weer!’. Op suikerspinnen die naar saté ruiken. Op vals- en dwarsfluitende kinderen waarvan uitsluitend de ouders steeds de pet vullen. Op een man die een fotolijst wil verkopen en roept: ‘Toe nou mensen, koop dit alsjeblieft, pas als ik dit verkoop mag ik naar huis van mijn vrouw, help me toch!’, Op een piepklein jongetje die zich in vreemde bochtjes staat te wringen bij een bordje waar hij zelf op geschreven heeft: ‘breekdens!’. Op een briefje op de winkeldeur…

Al met al een Koningsdag zoals het hoort. Met vlag en wimpel geslaagd! 🙂

 

Wat zien ik

Soms kom je zulke rare dingen tegen. Tenminste… ik kom vaak rare dingen tegen. Dingen die ik twee keer moet bekijken maar waar een ander zomaar aan voorbij loopt. Of waar ik me druk om maak maar waar een ander de schouders over ophaalt. Ligt het aan mij? Of vind jij dit ook raar?

Neem bijvoorbeeld deze fruitsalade, die wordt aangeprezen als zijnde fruitig! Ja duh, wat anders…?! Hoe komen ze er op, vraag ik me dan af.

Of wat denk je van deze? Ongeveer het fijnste speelgoed dat er is: playmobil! En wat geweldig al die thema’s! Dozen vol met piratenfeest, ziekenhuisspullen, speeltuinonderdelen, kastelen met ridders, complete beautysalons, enzovoorts, enzovoorts. En alle poppetjes passen overal in en kunnen alles vast houden of onderling ruilen van haren. Het thema van deze serie heet CityLife. Wat me opvalt is dat de set van surfers hier ook onder valt. Surfen in de City? Dat is nou niet direct het eerste waar ik aan denk bij stadsleven. De doos eronder behelst alles voor een romantische bruiloft, op zich passend bij de stad. Maar de afbeelding suggereert dat het feestje op het platteland plaatsvindt want een weiland van die afmetingen lijkt me moeilijk te vinden in de City.

Toen ik dit tegenkwam dacht ik eindelijk een winkel naar mijn hart gevonden te hebben: lekker snoepen? Ja joh, gewoon doen! Maar geloof het of niet; toen ik reuze enthousiast de winkel binnen huppelde zag ik aan de ene zijde honderden potten vol snoep in alle kleuren van de regenboog, het suikergoed stuiterde je tegemoet maar wat een geweldig gezicht! En aan de andere zijde van de winkel bestond echter de mogelijk te kiezen uit een verstekzaag, een handboor of een enig beitelsetje! Snoep & doe, ja ja.

Zeg nou zelf, dit zijn toch rarigheden? Toch weiger ik te geloven dat ik de enige ben die dit soort dingen ziet. Hoe zit dit met jou?

Lekker weg

Lekker een paar dagen weggeweest. Vertoeven aan de kust, de Zeeuwse kust. Een knus huisje op een park. Een park dat merendeels gevuld werd door jonge ouders met kleine kinderen en opa’s en oma’s die dan ook mee ‘mogen’. Aangezien wij de enigen waren zonder kinderen dan wel kleinkinderen bij ons, waren we in de perfecte gelegenheid de anderen eens ongegeneerd te begluren.

Vooral die kinderen… Die zo overprikkeld zijn dat ze helemaal niet gezellig in het o zo gezellige familierestaurant willen eten. Die de ballen uit de ballenbak gooien. Die de lego in de rondte smijten. Die de draaimolen mollen. Die de kleurplaten alleen maar willen krassen. Die ‘daar’ heen gaat als Papa ‘hier’ roept. Die de duikbril perse op willen houden tijdens het eten. Die de fietshelmpjes perse niet op willen tijdens het fietsen. Die steeds over hun eigen voetjes struikelen van moeheid. Die constant natte haren hebben, van het zwembad of van boosheid. Boos omdat ze niet op oma’s nek mogen. Boos omdat ze naar huis gaan. Boos omdat ze nòg niet naar huis gaan. Boos omdat ze nog een ij-hijsje willen. Boos omdat ze niet meer weten wat ze willen.

Vaders die lege buggy’s voor zich uit duwen. Behangen met opblaasfiguren. Met natte handdoeken. Met tassen. Heel veel tassen. En voor de zekerheid ook nog met schepjes, emmertjes en vormpjes voor in de zandbak. Vormpjes waar elk kind mee speelt behalve hun eigen kind. Soms slepen ze moedeloos hele bolderkarren met zich mee. Voor de ene helft gevuld met boodschappen, voor de andere helft met dreinend nageslacht.

Moeders die zuchtend maar consequent de andere kant opkijken met een blik van ‘Hé ik heb óók vakantie!!!’

Opa’s en oma’s die er handenwringend achteraan sjokken. Zich afvragend: ‘Grijpen wij hier in? Nee, het zijn onze kinderen niet!’

Maar ’s avonds… ja dan! Het grut gebruikt na een onvrijwillige douche, na een overgeslagen tandenpoetsbeurt, na een uiteindelijke compromis in alleen de pyjamabroek, na nog één boterham met eigen pindakaas, na nog één glaasje water, na nog één laatste en nog één allerlaatste verhaaltje de slaapkamer toch waar een slaapkamer voor bedoeld is. Een allesoverheersende stilte daalt neer. Het water strijkt glad. De zeemeeuw zwijgt. Opa en Oma zitten innig tevreden met een kopje koffie buiten voor het huisje. Knikkebollend boven hun breiwerkje en de Kampioen.  En de jonge vader en moeder? Die lopen innig verstrengeld met elkaar over het strand om samen te genieten van de romantische zonsondergang. Niet te ver want morgen is er weer een dag.

 

Knelfie

Drie meisjes zitten op een bankje. Mooie meisjes. Ik hoor Arabische klanken. Prachtige lange krullende haren. Innemende zwarte ogen. De gave huid van de jeugd. Ze zitten te genieten in de zon. Kletsen en lachen. En nemen selfies. Van links. Van rechts. Van voren. Van boven. Van beneden. Met z’n drieën dicht bij elkaar. Ze wisselen van plaats en schieten nog een reeks. Ze lachen, kijken ernstig, verleidelijk, boos, scheel en schaterlachen. Een van de meisjes heeft een fel rood jasje aan, de andere twee zijn in het wit. Het jasje doet het waarschijnlijk goed op de foto dus wordt er ook van jasje gewisseld. Het zullen vast geweldige foto’s zijn. En niet alleen omdat het mooie meisjes zijn maar vooral omdat zij de kunst beheersen van het maken van een goede foto. Ze houden de smartphone in de juiste hoek en op de juiste afstand. Ze lachen alle drie op het de juiste manier en op het zelfde moment in de lens. Zo werken selfies al sinds 2013.

Daarna kwamen de stemfies (jij en het stemhokje) en de sailfies (jij bij de Sail). Er is nog een tijdje een rage geweest een belfie te posten (jij en je bottom/billen). Vandaag dacht ik: ik ga aan Google vragen of er nog meer soorten selfies zijn. En wat blijkt? Met elke letter van het alfabet kun je wel een selfie maken

  • Delfie (jij en je dog…)
  • Felfie (jij en je farmdier…)
  • Helfie (jij en je bovenste helft, je haar bijvoorbeeld, of je onderste helft)
  • Lelfie (jij en je oorlel dacht ik maar het is jij en je legs…)
  • Melfie (jij en je borstvoeding/melkfabriek…)
  • Nelfie (jij en die naast je staat…)
  • Pelfie (jij en je pillow, bij voorkeur als je net wakker bent…)
  • Relfie (jij en je relatie…)
  • Shelfie (jij en je boekenplank…)
  • Telfie (jij en je tenen…)
  • Velvie (jij en je video…)
  • Welfie (jij en je weldaad/overdaad aan selfies…)
  • Zelfie (is geen foto maar een lepel die de fijne motoriek stimuleert… of een taalvoutje…)

Bijzonder hè! Dan heb je hier nog weer variaties op zoals de bumpie (jij en je groeiende zwangere buik). Of facemaskselfies (jij met een masker op…), is het dan nog wel een selfie vraag ik me af, want iedereen kan wel onder dat masker zitten… Ik mis nog iets met een k. Daarom heb ik de kelfie bedacht (jij en je kunstwerk…) voor mensen die niet naar de Nachtwacht kijken maar met hun rug er naar toe een foto maken en daarna het kunstwerk dus nog niet kunnen zien omdat ze er zelf voor staan…

Waar ik persoonlijk echt in uitblink zijn de knelfies (kneus in het selfies maken). Te ver weg, veel te dichtbij, te veel kinnen, te weinig haar, te bewogen, niet in de lens kijken, te grote neusgaten, nog geen halve helfie. Maar, wie weet, misschien wordt dit wel een nieuwe hype want niet iedereen kan dit, het is een gavie…

Verhalenslang 10/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

Het is vrijdag. Vanavond moet het gebeuren. Morgen is te laat. Ze pakt haar tas en controleert nog één keer zorgvuldig de inhoud. Haar breiwerk, een rolletje paars afplaktape, een roze plastic  varkentje, een kleine leeslamp, een doorzichtige wegwerpponcho, een schaar, een paar reservebatterijtjes en haar leesbril. Ze trekt haar zwarte mantelpakje aan. Samen met de degelijke zwarte schoenen en de zwarte tas ziet ze er plechtig uit. Ze kust haar man gedag met de belofte snel terug te zijn. Hij vraagt niets, weet dat ze graag en veel vrijwilligerswerk doet.

Het is al donker als ze bij het adres aankomt. Het was verder weg dan ze gedacht had. Ze staat stil, de omgeving in zich opnemend. Er is geen enkel geluid, hooguit het murmelende gezang van water van een riviertje vlakbij. Uit haar tas haalt ze de wegwerpponcho. Ze vouwt het kledingstuk zorgvuldig open en trekt het aan. De plastic verpakking gaat weer in haar tas. Ze kijkt op haar horloge en ziet dat ze nog drie minuten heeft. Snel gaat ze het gebouw binnen en loopt naar de afgesproken ruimte. Daar vindt ze met behulp van het leeslampje een stoel en een krukje. Ze zet de lamp op het krukje en gaat zelf in de stoel zitten. Ze haalt haar leesbril en breiwerk uit haar tas en gaat rustig zitten breien.

“Kijk es aan, wie hebben we daar!” Een slanke jongeman glipt opeens de kamer binnen. “Toch maar gekomen hè! Heel verstandig!” Ze kijkt op van haar breiwerk en zegt onbewogen: “Je moest eens weten hoe verstandig ik ben…” De jongeman is enigszins van zijn stuk gebracht door haar reactie, haalt dan snuivend door zijn neus diep adem en trekt een pistool uit zijn jaszak. Hij voelt zich direct zekerder, trapt een tafeltje omver en komt dreigend voor haar staan. “Heb je het bij je?! Geef het maar hier en je zult geen last meer van me hebben.” Ze knikt en pakt haar tas. Dan zet ze de tas weer terug en vraagt: “Hoe weet je toch zo zeker dat ik het was? Heb je eigenlijk wel bewijs?” Hij reikt naar de binnenzak van zijn jas en haalt zijn telefoon tevoorschijn.

Even later kijkt ze naar zichzelf. Ze ziet hoe ze met een elektrische zaag het linkerbeen van een man verwijdert en het been in zes gelijke stukken zaagt alvorens het  in haar tas te doen. Van deze afstand kan het iedereen zijn geweest maar dan ziet ze zichzelf omdraaien en recht in de camera kijken. Zich duidelijk onbespied wanend. “Wat is dit voor toestel? Hij maakt mooie opnames! Zoiets wil ik ook wel.” Ze laat de telefoon vliegensvlug in haar tas glijden. Zodra de jongeman op haar afspringt houdt ze haar breiwerk recht vooruit. Beide naalden dringen zijn rechteroog binnen en de schreeuw die volgt is ijzingwekkend. Binnen tien minuten beweegt de jongeman niet meer.

Ze staat op uit haar stoel. Pakt uit haar tas het paarse tape en de schaar. Ze plakt de enkels van de man aan elkaar en ook zijn polsen. Net zo lang tot de rol op is. Voor de zekerheid. Dan trekt ze de poncho uit en spreidt die uit over de vloer. Ze verwijdert de breipennen uit het oog en legt het bebloede breiwerk zorgvuldig op de poncho.  Alle andere attributen gaan weer in haar tas. Het kleine roze plastic varkentje legt ze naast de man. Ze rolt de poncho op en neemt die samen met haar tas mee naar buiten.  De poncho gooit ze in de rivier, op weg naar huis.

Haar man kijkt even op van de krant als ze binnen komt. “Gelukt?”, vraagt hij nog. Ze knikt en grinnikt voldaan. Dat varkentje is ook weer gewassen.

 

Soorten en maten

Hoezee, het marktseizoen is weer begonnen! Lekker struinen langs allerhande kramen op zoek naar iets wat je thuis nog niet hebt. Naar iets wat je altijd al had willen hebben. Naar iets wat nog ontbreekt aan je verzameling. Naar iets wat op dat lege plekje in je kast past. Of gewoon om het struinen. Of toch op zoek…. naar dat ene leuke plaatje voor je blog!

Dit is er wel weer eentje hoor 🙂 Er bestaan mensen die woordenboeken verzamelen. Leuk en handig, je staat nooit met een mond vol tanden. Maar wist je dat er ook woordenboeken zijn die over taal gaan…? Ik vraag me dan wel direct af wat staat er dan in de ‘gewone’ woordenboeken? Getallen? Plaatjes? Cijfers?

En wat te denken van pockets. Je hebt dus kennelijk literaire pockets. Voor slechts €1,- ben je heel verantwoord bezig. Maar een beetje verder naar achter staan de dikke pockets. Voor €1,50. Waarom moeten de dikkerds achteraan? Zijn zij minder dan de literaire? Zijn literaire altijd dun? En als je literair leesvoer belangrijker vindt waarom is dat dan goedkoper? Ergerlijk, of niet? Ik erger me vooral aan de verkreukelde bordjes. En tegelijkertijd geniet ik er ook van.

Net als van de mensen die er rondlopen. Mensen in deftige merkkleding met een deftige merktas die nog 2 literaire pockets voor €1,50 proberen los te peuteren. Mensen die in joggingbroek en shopkarretje vragen of er ook plaatjesboeken tussen zitten voor de kleinkinderen. Kenners die slechts naar het voorblad kijken om welke druk het gaat. De eigenaar van deze kraam is zo gespitst op orde in de kisten dat hij de eventuele clientèle met zijn argusogen wegjaagt. Het blijft een wonderlijk wereldje. Heerlijk!