Maandelijks archief: februari 2018

Gratis

Welke Nederlander houdt er niet van: gratis! Voor niets, nada, noppes, no euries, geen centje bijbetalen. We betalen het liefst met gesloten beurs, of met gelijke munt. Afdingen zien wij als eerste winst en we kunnen doodvallen op een cent. Een duit in het zakje is bij voorkeur een  verdraaid klein duitje. Geld moet rollen maar bij voorkeur mijn kant uit. Het kost al snel te duur en onderin de zak vindt men altijd de rekening… maar niet overal!

Ik ben op facebook lid van de besloten groep ‘Gratis af te halen Apeldoorn en omgeving’ en tussen de meer dan 30.000 leden blijft hier de knip echt gesloten! Met een musical op komst leek me dit een goed idee. Het bracht me veel meer dan wat gratis gordijnen die we gaan gebruiken. Het verschaft me inzicht in sommige mensen. Mensen die ik helemaal niet ken hè! Ik zie wanneer iemand zijn interieurkleur wil veranderen: opeens staan er allemaal woonaccessoires  in dezelfde appelgroene tint, van kaarsjes tot kussentjes, van vaasjes tot glaasjes. Allemaal roze spulletjes worden aangeboden? Een klein meisje is duidelijk  te groot geworden voor haar prinsessenkamer. Een hele huisraad af te halen op zaterdag tussen 10 en 14 uur? Overleden ouders. Wie wil er een tuinhek? Iemand gaat zijn tuin opknappen. Een toiletpot? Iemand heeft een ander huis. Veel aanbod maar ook  veel vraag. Een oude vader zit nu in een verzorgingshuis: wie heeft er een schoottafeltje? Wie heeft er nog Lidlzegeltjes voor de vitamini’s? Ik zoek een hamsterkooi. Halloweenspullen. Een tuinhek. Een toiletpot. Zoveel levens zie ik langskomen. En zoveel deals worden er gemaakt. Kinderkleding en kerstpakketten kunnen best nog een ronde mee. Mooi is dit. Lekker milieubesparend ook. Weggooien kan altijd nog en geen gezeur met Marktplaats.

Het mooist vind ik het sociale aspect van dit account! Ik hoor je denken: sociaal? Hoe dan? Ik geef een voorbeeld . Vorige week stond er ’s avonds om kwart voor elf een oproep van een jonge alleenstaande moeder met een zoontje van 2 jaar. Helemaal blij dat ze over een week de sleutel van haar nieuwe huis zou krijgen maar nog wat inrichting mistte. Of er iemand nog iets voor haar had… De toon van de oproep was vrolijk maar wat een verdriet gaat hier achter schuil. Waarom is ze alleen? Waarom heeft ze geen spullen? Geen geld om iets te kopen? Waar zit ze nu totdat ze die sleutel krijgt? Wat is hier aan vooraf gegaan? Het gaat ons niets aan. Maar wat denk je? Binnen 24 uur had ze een bed, twee banken,  2 luie stoelen plus bijzettafeltje, 2 vloerkleden, diverse salontafels, een eettafel met stoelen, een wasmachine, pannen, borden, bestek en een magnetron aangeboden. Er was zelfs een meneer die aanbood een bed voor het kind te timmeren en iemand anders bood allemaal spulletjes van Cars aan voor de aankleding van de kinderkamer. Hoe lief is dit allemaal! Hartverwarmend toch?!

Natuurlijk zal er wel eens misbruik van dit account gemaakt worden, dat mensen iets afhalen en toch doorverkopen. Maar als het aan de beheerders Mariët Nijenhuis en Jeremy Mulderij ligt zo min mogelijk. Streng maar rechtvaardig beheren zij dit account, hebben er veel werk aan, zien erop toe dat de spelregels nageleefd worden, grijpen resoluut in bij misstanden en doen op deze manier op diverse vlakken heel goed werk. Gratis, ook nog! 😉

Advertenties

Fijne afspraak

  • Hé psssst!
  • Wat?!
  • Neem mij mee!
  • Waarom zou ik? Ik vind je lelijk.
  • Maar ik word heeeeel mooi.
  • Pffff wanneer dan?
  • Met Kerst natuurlijk!
  • Ja ja, dat ken ik…
  • Wat bedoel je?
  • Vorig jaar moest ik je met Pasen doodtrappen!
  • Dat was een slecht neefje, ik ben anders.
  • Hoe kan ik dat weten?
  • Kijk in mijn bolletje.
  • Ja? En?
  • Zie je al knoppen?
  • Nou…eentje.
  • Precies! Ik ga zo prachtig bloeien!
  • Ja, dat zal wel maar…
  • Maar wat…?
  • Ik wil dat je met Kerst bloeit. Daar hoor je.
  • Ik beloof het!
  • Beloven?
  • Ja zeker, bloeigarantie met Kerst.
  • Ja maar…
  • Doe niet zo flauw!
  • Ik doe niet flauw.
  • Durf eens wat!
  • Ik durf van alles…
  • Neem me mee dan?!
  • Oké…

 

  • Hé!
  • Hmm?
  • Jij en ik hadden een afspraak hè!
  • Hoe bedoel je?
  • Jij zou bloeien met Kerst!
  • O ja!
  • ’t Is bijna Pasen…en je knalt zowat uit je rode kerstpot…
  • O, bedoel je dat?
  • Ja!
  • Maak je niet druk…
  • Afspraak is afspraak!
  • Ik heb toch niet gezegd welke Kerst…?
  • Pffffff….

Over hebben, gaan en lopen

Zodra pubers aan de liefde beginnen te ruiken komt regelmatig de uitdrukking voorbij: “Ik heb met hem!”. Toen ik dit thuis voor het eerst hoorde vroeg ik: “Wat dan? Wat heb je met hem? Vioolles? Een afspraak over huiswerk maken?” De generatiekloof gaapte in al zijn glorie toen ik ook nog vroeg: “Bedoel je dat jullie een relatie hebben?”. Relatie was een raar woord, veel te volwassen.

Toch klonk het in mijn jeugd niet veel beter. Toen ‘ging’ je met iemand. Mijn moeder vroeg niet eens: “Wat ga je dan doen? Of waar ga je heen?” Het ‘gaan’ stelde dan ook nog veel minder voor dan ‘hebben’.

Ten tijde van mijn ouders heette het ‘lopen’ en zeiden ze: “Ik loop met hem.” Daar hoef je nu niet meer mee aan te komen. Samen lopen, stel je voor. Tenzij het allebei hardlopers zijn. Hoewel mij dat niet erg idyllisch lijkt om samen rennend, hijgend en zwetend op date gaan.

En dan te bedenken dat er nog langer geleden een vruchtbaarheidsfeest was waar men geloofde dat op 14 februari de vogeltjes voor het eerst met elkaar paarden. Van daaruit ontstond toen een spelletje; jongens en meisjes mochten aan de vooravond van de 14de lootjes trekken, de winnaars waren voor een jaar met elkaar verbonden. Dit oude gebruik werd later gekoppeld aan de naam van de heilige die op deze dag gevierd werd; Valentinus.

Hij moest eens weten welk een commercieel feest zijn naamdag is geworden… En als ik zijn afbeelding zie associeer ik dit eerder met een voorbeeld van migraine dan een liefdesfeest. Een niet echt warme innemende persoonlijkheid.

Misschien niet te geloven maar nog niet eens zo lang gelden stuurde men op 14 februari, vooral heren naar dames, dit soort onschuldige zoetsappige kaartjes. Bij voorkeur anoniem. (Waarom deze bloteriken hartjes in het water gooien ontgaat me even. Iets met liefde verspreiden of zo?) Soms gepaard met een doos heerlijke chocolade.

Wat ik tegen Valentijnsdag heb? Helemaal niets maar ik mis af en toe een beetje romantiek. Wie maakt tegenwoordig een ander nog het hof? Wie kan dit nog? Wie maakt hier nog tijd voor? Wie is er nog tevreden met een kaartje? Wie laat zijn hart nog echt stelen en veroveren zonder te swipen? Liever teder dan Tinder? Wie voelt zich geliefd zonder de hartjes and likes van facebook? Maar wellicht ben ik een suffe romanticus en wil ik gewoon die doos chocolade hebben. Ik wens iedereen een hartverwarmende dag toe morgen 😉

 

 

 

 

Verhalenslang 8/25

(De eerste zin van dit verhaal was de laatste van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken)

Hij slikt moeizaam. Hij probeert iets te zeggen maar die poging eindigt in een jammerlijke  hoestbui. Ze helpt hem wat rechtop te zitten en schudt zijn kussen op. Na een slokje water wordt hij weer wat rustiger. Ze legt haar hand onderzoekend op zijn gloeiende voorhoofd en zegt: “Ik ga eerst de jongens uit school halen, ben zo terug. Blijf liggen waar je ligt hè!” Hij wil nog protesteren maar ze is al naar beneden. Hij draait zich kreunend om.

Tussen de linnenkast en het zijraam staat een man naar hem te zwaaien. Een man met wijde kleren, een hoofdband en een zwarte lap voor zijn rechteroog. Een piraat? Wat doet die nou hier? Hé joh, ga weg! De piraat lacht naar hem en wenkt hem te volgen. Op zijn zwabberbenen gaat hij mee. O wacht! Ze zitten natuurlijk op een schip, vandaar die golvende bewegingen. De piraat slaat een hoek om. Hij volgt braaf. Maar om de hoek zijn drie deuren en geen  piraat meer te zien.

Voorzichtig opent hij de eerste deur. Hij staat buiten, waar het direct flink begint te waaien. Hij voelt de wind langs zijn lichaam strijken. Er vliegen vogels vlak langs zijn gezicht. Witte vogels. Grote witte vogels. Groot en toch zacht. Hij kan ze zomaar uit de lucht plukken. Ze wegen niets en hij verfrommelt ze tot een prop.

Achter zich ziet hij de tweede deur. Snel trekt hij hem open alsof hij dat wat zich er achter bevindt  wil laten schrikken. Maar de enige die schrikt is hijzelf. De grond is bezaaid met gele ballen maar als hij er overheen loopt springen ze open en laten een spoor van bijtende vloeistof achter zich. En koud zijn ze ook. Zo koud. De kou trekt door zijn hele lichaam. Hij wil zijn handen in zijn zakken doen maar kan de zakken niet vinden. Hij wil haar bellen om te vragen waar de handschoenen liggen maar is haar naam vergeten. Achteruit lopend verlaat hij de kamer.

Bibberend duwt hij de derde deur open. Dit is beter. Lekker warm hier. Er staan zes tafels en op elke tafel staan 20 kopjes dampende thee. En kaarsen. Overal brandende kaarsen. Met flikkerende vlammetjes die er voor zorgen dat alles om hem heen beweegt. Zijn kleren van gisteren, de gordijnen, de linnenkast waar zijn ochtendjas aan hangt. Kijk uit met die wapperende gordijnen! Het wordt nu wel erg warm. Moet er niet een raam open. Hij stikt! Het zweet gutst van hem af. Hij wil gillen maar zijn stem doet het nog steeds niet.

Opeens staan er twee kleine mannen naast hem. Wat willen ze van hem? Ze willen hem pakken! Ontvoeren misschien wel! Ga weg! Zijn kleine mannen niet veel gevaarlijker dan grote?! Weg! Weg!!

Dan voelt hij weer haar koele hand op zijn voorhoofd. “Wat doe je toch allemaal? Er liggen overal zakdoekjes, je ligt met je voeten buiten je dekbed, te transpireren als een gek en je doet lelijk tegen de jongens! Ik ga nu de dokter bellen!”

Trage pakkerd

Heb ik weer! Een trage pakkerd voor me in de rij bij de supermarkt. Ik kwam haar al in bijna alle gangen tegen en zag de inhoud van de wagen groeien. Ik ga dan toch direct denken: ‘Heb je dat allemaal nodig?’ Om vervolgens te schrikken van mijn snelle oordeel. Misschien heeft ze gewoon een groot gezin. Wellicht een samengesteld gezin. Drie kinderen van hem, twee van haar en eentje van hen samen. Dan loopt het op. En misschien zijn ze dit weekend allemaal tegelijk bij elkaar. Gezellig. Of niet natuurlijk, dat weet je nooit. Maar eten zullen ze. Dus volladen die kar.

Staat ze ook nog voor me in de rij. Eén voor één legt ze de vele artikelen op de lopende band. Tot het een grote berg is waar die zakken chips echt niet bovenop blijven liggen. Giechelend raapt zij ze tot zes keer(!) toe op van de grond. Na het scannen doet ze alles één voor één terug in de inmiddels lege kar. Ze probeert nog iets in een tas te proppen; eerst de eieren, dan de blikken soep… Dit allemaal in een tempo waar een schildpad een hartverzakking van zou krijgen. De band na de kassa is nog steeds vol als ik aan de beurt ben. Dus stop ik alles direct in mijn tas. Eerst de soep en dan de eieren want  in die volgorde heb ik het op de band gezet.

Ik doe nog een paar andere winkels aan en zie haar even later weer op het parkeerterrein. Eén voor één legt ze de boodschappen in de achterbak van haar auto! Ik zie al voor me hoe ze de boodschappen straks weer één voor één uit de auto haalt en dan één voor één naar binnen draagt. Waarschijnlijk hebben de  thuisblijvers intussen zo’n honger dat de meeste boodschappen de kastjes niet eens halen. Wat een gebrek aan efficiëntie van die trage pakkerd.

Gruwel ik van alle trage pakkerds? Ja, behalve van een trage, kwijlerige, warme, schattige, onweerstaanbare, pakkerd van mijn kleindochter…