Maandelijks archief: januari 2018

Van Hans Klok tot zitvlak

Je weet toch wel wat een illusie is? Zo’n schijnbare werkelijkheid. Of iets dat een onjuist idee van de werkelijkheid geeft. Je kijkt en denkt iets te zien dat er in werkelijkheid anders uitziet of er zelfs helemaal niet eens is. Je zintuigen worden misleid, er vind een zinsbegoocheling plaats, er wordt gegoocheld met je zintuigen. Goochelaars en illusionisten maken daar handig gebruik van. Hans Klok laat het publiek regelmatig iets heel anders zien dan er werkelijk gebeurt.

En wie kent niet deze foto, een optische illusie. Wat zie je? Eén vaas of twee gezichten?

Bij macrofotografie moet je ook goed kijken wat je nu precies ziet. Dit lijkt iets makkelijker omdat er een deel van het geheel genomen wordt. Uit z’n verband gehaald.

Wij goochelen ook regelmatig met woorden. ‘Meid wat heb je een beeldige jurk aan!’ Dit leest als een compliment maar als je goed luistert hoor je: ‘Meid waar heb jij dat vod vandaan, staat je voor geen meter!’ Of ‘Man wat een verrukkelijk wijntje!’ klinkt als ‘Weet je zeker dat je niet de azijnfles hebt geplakt, gruwel!’ We goochelen wat af…

Toen ik laatst deze tekst tegen kwam moest ik er aan denken, stukje macrotekst… met een prachtige illusie. Goochelen met woorden. Goocheltruc met je brein.

Advertenties

Kennen

Bijna twee jaar na de verhuizing wordt het wel tijd om het een en ander te kennen over de nieuwe omgeving. Nu fiets ik in één keer goed naar de Jumbo. Weet ik hoe gezellig het is op zondagmiddag in het Oranjepark. Dat het gebak in de Prins Hendrik Garage niet te weerstaan is. Weet ik waar het Koningsteegje is, dat Koning Willem de zoveelste gebuikte om stiekem het café door de achterdeur binnen te komen. Ken ik de marktdagen uit mijn hoofd. Begin ik onderscheid te zien tussen de verschillen wijken. Loop ik graag met of zonder visite de prachtige Jungendstill-route door de stad. Ik leer de weg kennen.

En dan de mensen. Zoveel nieuwe mensen heb ik intussen ontmoet. En ook heel wat leren kennen. Sommigen eerst van naam, anderen eerst van gezicht. Nu naam en gezicht een eenheid vormen komt de rest. Weet ik of iemand getrouwd is, kinderen heeft of zelfs kleinkinderen. Of iemand een geboren Apeldoorner is of niet. Weet ik wat voor werk er gedaan wordt of werd. Weet ik welke talenten iemand bezit. Weet ik of ze echt zo aardig zijn als op het eerste gezicht leek. Weet ik met wie ik onder tafel kan liggen van het lachen. Weet ik wie ik beter links kan laten liggen. Ik leer de mensen kennen.

Heel soms echter kom je iemand tegen die je liever niet had willen kennen. Maar waar je ook weer niet zonder kan: een nieuwe tandarts!!! Door allerlei oorzaken ben ik al zo vaak bij hem geweest dat ik hem veel te goed ben leren kennen… Als ik een afspraak om 11 uur heb rommelen zijn darmen omdat hij net koffie gedronken heeft. Om half 1 heeft hij trek want dan knort zijn maag. Hij heeft waarschijnlijk ‘lastige’ voeten want hij neemt hele kleine stapjes. Hij is ook import want ik hoor een zachte g bij ‘gebroken’ en ‘gescheurd’.  Slik! Hij eet zelf geen suiker want ik nog nooit zo’n dunne tandarts gezien. Hij heeft onwaarschijnlijk kleine handjes want zelfs bij de kleinste maat handschoen klappen de blauwe plastic vingertopjes dubbel en kietelen tegen mijn neus. Hij is dol op al zijn 18 verschillende boren want hij gebruikt ze allemaal.  Hij is verrukt van mijn extra diepe kanalen en zat tot zijn middeltje in mijn mond. Een zak cement op zijn ruggetje gebonden. Hij heeft geen last hoogtevrees. Stoer tandartsje. Op een gegeven moment zat hij zo diep dat ik hem nog een extra tangetje wilde aanreiken om tegelijkertijd iets  aan mijn eksterogen  te doen! Hij begreep mijn ‘awahoewah’ niet… Wat ik dan weer niet begrijp dat zo’n klein ventje zo’n grote rekening kan maken. Voor het komende half jaar is hij gelukkig (en hopelijk) een verre kennis.

Verhalenslang 7/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste van het vorige verhaal. Beiden verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

Te laat. De armen net nog zwaaiend boven zijn hoofd hangen nu nutteloos langs zijn lichaam. Verslagen ziet hij de achterlichten van de laatste bus in het donker verdwijnen. Wat nu?  Hij vertikt het om Lara te bellen met de vraag hem te komen halen. Hij gunt haar de macht die ze daarmee over hem heeft niet. De ‘zoveelste’ belofte die hij niet nakomt. Lopen. Er zit niets anders op. Hij heeft het koud en had dat laatste drankje niet moeten nemen.

Er komt een auto aan! Is liften een optie? De auto mindert vaart maar stopt niet. De auto rijdt zo langzaam naast hem dat hij de chauffeur duidelijk ziet zitten.  Een vrouw, zwart haar en glimmende paarse lippenstift. Het meest opvallend zijn haar bijna lichtgevende ogen. Ze kijkt hem doordringend aan. Aarzelend steekt hij een hand op. Dan trekt ze snel op en verdwijnt uit zijn gezichtsveld.

Hij kijkt op zijn horloge en schat dat hij ongeveer op de helft moet zijn. Hij nadert de scherpe bocht met de drie lantarentjes in de berm. Wie steekt die toch iedere avond aan? Even staat hij stil om een verregend beertje wat meer in het licht te leggen. Dan springt er opeens iets boven op hem. Iets zwaars en harigs en het stoot afschuwelijke kreten uit. Hij duikt ineen. Een klap op zijn schouder doet hem schreeuwen van de pijn. Een haakachtig iets trekt zijn voeten onderuit. Zijn gezicht wordt hardhandig de modder ingeduwd. Zo snel als de aanval begon is die ook weer voorbij. Bewegingsloos blijft hij een poos liggen. Klaar om de volgende klappen op te vangen. Klappen die niet komen.

Onhandig strompelt hij naar binnen. Tegelijkertijd gaan er zowel  een zucht van verlichting als een siddering van angst door hem heen. Zo zacht mogelijk probeert hij zich wat te fatsoeneren in de witte keuken. Telkens luisterend naar een eventueel geluid van boven. Misschien heeft hij geluk en is ze in een diepe slaap. De pijn verbijtend hijst hij zich de trap op naar zijn eigen slaapkamer. Ondanks de schrijnende  steken in zijn schouder lukt het hem zich uit te kleden. Voorzichtig glijdt hij tussen de koele lakens.

De deur vliegt open en knalt tegen de kast. Lara staat in de opening. Door het licht op de gang achter haar ziet hij alleen haar silhouet. “Ben je daar, schatje?” Het venijn scheurt door de kamer. Hij krijgt het benauwd als ze de kamer in komt. “Ben jij braaf geweest dan?”, klinkt het flemend. Niet nu, denkt hij, ik heb al pijn genoeg. “Ik heb zo’n geweldig plan voor carnaval schat! Als jij nu eens als sukkel gaat, dat scheelt een pak! En dan ga ik zo!” Opeens baadt de kamer in licht. Hij ziet Lara. Met een zwarte pruik. Paarse lippen. En lichtgevende ogen. Hij slikt moeizaam.

Fijn gemopper

Smaken verschillen maar het leukste van het programma ‘De slimste mens’ vind ik het oeverloze gemopper van Maarten van Rossum. Zijn taalgebruik is aanstekelijk, zeker in vergelijking met dat van Flipje uit Frankrijk. Ik moest opeens aan hem denken toen ik dit bord zag:

Van Rossum’s Koffie zou een tent van hem zijn zoals Blushes van Gordon. Een no-nonsens naam. Waar je alleen zwarte koffie kunt krijgen (hoewel koffie altijd zwart is…)Hij vindt andere soorten en of smaken koffie ‘van een ongelooflijke aan seniliteit grenzende  uitvinding’. Ik zie hem zitten, in een zwarte leren stoel, in zijn zwarte kleren, lekker onderuitgezakt, de ik-ben-de-slimste-mok balancerend op zijn bolle buik, mopperend tegen zijn vrouw: “Als jij fatsoenlijk denkt te kunnen schrijven, zet dit dan op het bord buiten.”

Ik moest laatst ook al aan hem denken toen ik dit zag:

Het is een glazen kaarsenonderzetter. In de sale, want deze was nog van Kerst. Twee stuks voor 1 hele euro, toe maar! Je vraagt je misschien af wat ik bedoel maar het gaat me hierom:

De gebruiksaanwijzing die er in ligt. Een gebruiksaanwijzing voor een kaarsonderzetter! Die hele uitleg ‘grenst toch aan een vorm van onnozelheid’ waar Maarten zich zeer over zou opwinden?! ‘Over deze zeer aanmatigende betutteling. Uitgaande van de stompzinnigheid van de clientèle. Deze meer dan schokkende idioterie. Ieder weldenkend mens  zet zijn kaars gewoon bij zijn schommelstoel (1), bij zijn hond (2) en in groepjes (3) bij de gordijnen (4). Welke bekrompen sufferd gaat zijn lontje meten en op 1 cm afknippen(5)? En als je deze onzinnige onderzetter koopt waarom zou je in vredesnaam de kaars ernaast (6) zetten? Nee joh, ik gooi er altijd, heel absurd, een kan water (7) overheen. Of ik zet in de donkere avond een raam open (8). Evenals ik hem bij voorkeur op de brandende kachel of een lekkere warme tv (9)zet. En wie zegt dat ik niet op mijn eigen kaars mag spugen (10)?! Mijn vrouw koopt altijd lucifers (11) dus een krankzinnig idee om daar kaarsen mee aansteken? Ja, ben daar bezopen, ga toch niet met een kaars in mijn hand (12) lopen als ik net zo’n prachtige onderzetter heb gekocht? Van glas. In de sale. Lekker voordelig. Ik zou als eerste dit volstrekt belachelijke en redeloze briefje verbranden!’

Hè, lekker even fijn gemopperd! 😉

 

 

 

Appels en peren

Ik weet het…ik moet het niet doen! Ik moet me niet laten verleiden door al die bordjes en stickers. En toch duik ik er in, je weet immers nooit. Ik word er in eerste instantie gretig en hebberig van. Wàt?! Die broek voor dàt geld? Dan neem ik er nog eentje! En dat vest wilde ik al heel lang hebben. Wat een fijne kleur hebben die shirts! Neem ik ook mee.

Het rekje in de paskamer lijkt belachelijk klein. Het bankje lijkt gekrompen. Ik maak spannende stapels die op omvallen staan en wurm me in het een na het ander. Jammer, te klein. Hmmm, te groot. Wàt?! Bedoelde ik die kleur? Hé, twee van de vijf knopen verdwenen. Maar als ik hier mijn buik nou eens inhoud? Pfffff wat is het hier warm! Gloeiende, hele stapel op de grond! Klopt die spiegel wel? O, dit is geen halsopening?! Help!!!

Mijn oproep werd gehoord want ik zag een bordje: “Ontdek jouw shape!”

Tussen de stapels door probeer ik in de spiegel te ontdekken welke shape ik heb. Oké. Test gedaan, ik weet het, en nu? Wat moet ik met die informatie? Nutteloos dus. Het zou pas zinvol zijn als de kleding in de rekken vervolgens niet op maat maar op shape hingen!!! Dan neus je gewoon even bij de H of de V, en dan zal het altijd passen. Ik zeg: een gat in de kledingmarkt…

Of wordt je juist nijdig van deze aanwijzingen omdat je, ik zeg maar wat en noem geen namen, bij geen enkele vorm past…? Dan heb ik daar wel de juiste oplossing voor gevonden. Die ik met tegenzin met jou wil delen. Wat dacht je van deze paskamer:

Toen ik dit zag heb ik het eerst liefdevol omarmd en er daarna een half uur snikkend van blijdschap op gezeten. Het past, van H tot O. Gordijntje dicht en stom glimlachen naar de spiegel. Eindelijk iemand die me begrijpt. Nog nooit zo’n bemoedigend krukje ontmoet. Goedkoper dan elke psycholoog. En nee, ik ga je nìet vertellen welke winkel dit is.

Anders

Hoeveel mensen zeggen op 31 december:

“Ik ga het helemaal anders doen in het nieuwe jaar!”

Alsof het vorige jaar helemaal mis was…

In Zutphen zie ik een etalage

waarin een statement van de winkeleigenaar duidelijk te zien is.

Er is een kerststal te zien.

Niets bijzonders zul je denken.

Op het eerste gezicht lijkt dit ook zo.

Jozef, Maria, het Kerstkind,

herders met schapen, de os en de ezel,

drie koningen met cadeautjes en kamelen.

Deze stalhouder zet er nog een kipje bij.

Kan ik me voorstellen.

Maar wat doet die meneer naast de kip,

voor de kameel daar???

Vis verkopen?

Het is in elk geval iets heel anders 😉

Eén voornemen al gehaald!