Maandelijks archief: december 2017

Verhalenslang 6/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

knoop 2

“Volgende week, zelfde tijd”  Hij probeert de woorden kracht bij te zetten door streng over zijn leesbril heen te kijken. Ik slik iets weg. Ik haal diep adem, overweeg nog een halve seconde tegen hem te schreeuwen maar fluister dan wat hij horen wil. Ik loop verslagen de kamer uit sla gewoontegetrouw drie keer een hoek om naar de uitgang. Eenmaal buiten ben ik, ook gewoontegetrouw, boos op mezelf. Waarom vertel ik hem niet gewoon de waarheid.  Dat ik fysiek onpasselijk van hem wordt, van zijn geur en gezeur, zijn gemopper en geclaim. Waarom laat ik mijn leven nog steeds door hem bepalen, mijn bestaan afhangen van zijn mening.

Als kind moest ik altijd al beter voetballen, meer scoren, harder spelen. In hogere bomen klimmen, grotere vissen vangen en met stevigere jongens vechten. Ik wilde het niet. Ik hield van lezen, van tekenen en kleuren, van mooie plaatjes verzamelen uit mijn moeders tijdschriften. Later moest ik zoveel mogelijk bier drinken, zo hard mogelijk boeren laten en vooral veel vrouwen scoren. Dat dit alles geheel en al tegen mijn natuur inging begreep hij niet. Nooit. Op mijn zeventiende verjaardag kreeg ik van mijn vader een ‘survivalweekend’ cadeau. Een weekend waarin ik een man moest worden werd een weekend waarvan ik nog lange tijd nachtmerries had. Mijn moeder begreep me beter, van haar kreeg ik een camera om zelf mooi plaatjes te gaan ontdekken en te verzamelen. Dezelfde camera die aan stukken werd gegooid toen ik thuis mijn vriend wilde voorstellen.

Jarenlang had het geluk dat ik opbouwde met mijn vriend een donker randje omdat ik het thuis niet kon delen. Het huis dat we samen kochten heeft hij nooit gezien. De foto’s van de mooie vakantiereizen die we maakten wilde hij niet bekijken.  Zelfs op onze trouwdag schitterde hij door afwezigheid. Hij wilde er niets van horen of iets mee te maken hebben. Om mijn moeder niet nog meer pijn te doen kwam ik regelmatig toch thuis, maar dan alleen.  Ik bleef hem ook opzoeken toen hij alleen achterbleef. Eenmaal in het verzorgingstehuis ga ik elke zaterdagmiddag bij hem langs voor een potje schaak. Dat is alles wat hij nog kan. Het dictatoriale geschreeuw tegen zijn verzorgers werd pas minder naarmate de afhankelijkheid groter werd. Zou ik onbewust nog hopen op een teken van goedkeuring? Een glimpje van spijt willen zien? Tegen beter weten in. Na vandaag neem ik een ferm besluit: ik ga volgende week  niet!

Een week later zit ik toch stiekem de zaterdagmiddag te wachten op een telefoontje met de vraag waar ik blijf. Ik slaap er zelfs onrustig van. Dan gaat de telefoon op zondagmorgen vroeg.  “Goedemiddag mevrouw. Ja, u spreekt met de zoon. Wat zegt u?! In zijn slaap overleden? Ik kom eraan!”

Ik zucht. Schaakmat. Te laat.

Advertenties

Wat je niet ziet

Televisie is een mooi medium. Internet ook. Je kunt gewoon ‘live’ in Apeldoorn zijn vanaf je luie bank en Serious Request volgen. Je ziet de gul gevende bezoekers, de bezoekers die alleen maar een selfie willen maken met een dj, de schattige kindjes schoorvoetend  spaarcentjes storten in de brievenbus om vervolgens hysterisch gillend het plein drie keer rond te rennen, de immer springende dj’s die het voor elkaar krijgen duizenden mensen tegelijk op de hurken te laten zitten, de overwakkere slaapgasten die nog drukker zijn dan normaal, de leukste creatieve acties en meest fantastische opbrengsten.

Maar je ziet thuis niet alles! Kan ook niet natuurlijk dus ik help je een plaatje.

Gelukkig wordt er veel rekening gehouden met vervoer. Hoe kom ik bij het Glazen huis? Door heel de stad staan gele borden met pijlen en andere aanduidingen. Fietsenstallingen worden uit de grond gestampt, de gemeente levert honderden fietsrekken, alsof het niets is.

Zelfs op plekken waar het wettelijk ten strengste verboden toegang is… Het wordt eerlijke stallers niet al te gemakkelijk gemaakt.

Vind je die fietsenstalling toch te ver weg van het Marktplein kun je je laten rijden. In een van origine niet zo heel Nederlands vervoermiddel. Dat noemen ze dan wel weer heel Nederlands een Benenwagen. Denk niet dat dit eenvoudig is! Ik heb al diverse chauffeurs met hun gele bordje achter een stoplicht zien blijven haken. Ik lach niet…

En bij Dirk is de boom de deur al uit en staat de kersthaas (?) klaar.

Dat zie je niet op tv hè! Gelukkig heb jij een reporter ter plaatse!

Voorbereiding

Ieder jaar stink ik er weer in… Al die glimmende folders tegen kersttijd met glimmende cadeaus. En vooral met glimmende kleding. Ik vind dat er zo leuk en feestelijk uit zien. En ieder jaar denk ik: ‘Doe es gek en koop ook iets glimmends!’ Waarom toch? Ik sta daar in het veel te kleine hokje mijzelf in een veel te strak glimmend gevalletje te wurmen en kijk verwonderd in de spiegel naar iets dat in de verste verte niet lijkt op die beeldig paspop. Gelukkig ben ik niet de enige die met kleding worstelt. Naast mij hoor ik een vrouw zuchten: “Ik weet het niet hoor…” Reageert hij: ‘Is wel leuk, toch?” Zegt zij: “Ik vind hem zo laag van voren”, “Mwah!” Komt er een jong en overenthousiast winkeldametje assistentie bieden: “Lukt het hier? O ja, daar moet eigenlijk een hempje onder. Dat vindt u teveel? Dan kunt u het ook achterstevoren dragen! Dan is-tie van voren hoger en heb je achter een leuk open ruggetje!” Ik snel de winkel uit met mijn jaarlijkse nieuwe veilige zwarte niet glimmende feestbroek.

Voorbereiding wordt ook gevraagd bij het eten. Maar denkt er wel eens iemand na over de afwas? Kruidvat wel. Echte kerstdreft kun je daar kopen! ‘Wat leuk’ denk ik nog… Staat gezellig op je aanrecht tijdens Kerst.

Dreft . Je weet wel: waar je twee keer zo lang mee doet. Dreft.  In een extra grote fles. Zodat je er nòg langer mee doet. Minstens tot Pasen gok ik. Zit je mooi voor gek. Met je Kerstdreft.

Braaf tot waar?

Wij mensen zijn op zich best brave mensen.

Als er op een deur staat ‘duwen’ gaan we heus niet trekken.

Meestal dan.

Als er een bord staat met ‘honden aan de lijn’

betekent dat niet dat de viervoeter aan het afvallen is.

Dat weet je best.

Bij ‘doorgaand verkeer gestremd’ rijden wij geen meter verder.

Toch?

Als je leest ‘scheid de dooier van het wit’

laat je het toch wel uit je hoofd er een klutsei van te maken.

Als je kunt.

Zie je een bordje ‘stiltecoupé’ zet je subiet je geluid uit.

Nietwaar?

Kom ik in de winkel dit tegen:

wil ik direct de opdracht ‘ruik hier!’ volgen.

Ik sta er recht voor,

en houd mijn neus,

braaf volgens de pijl,

aan de linkerkant van het flesje.

Als ik dan bovenop druk

komt dat wat ik wilt ruiken,

direct in mijn rechteroog!

Hoe braaf wil je het hebben….

On(der)handelbaar

Even naar de supermarkt, ik wil tenslotte niet naast de kerstkransjes grijpen, nu zijn ze er nog…

En ik was niet alleen. Ryan was er ook. Ik schat hem op een jaar of twee. Stevige laarsjes, een rode muts met pompon en een neonblauw jasje. Dat iemand bewust kiest voor die kleur blauw begreep ik later pas. Het begon al bij binnenkomst. Bij de wiebelauto die zo aantrekkelijk mogelijk naast de ingangspoortjes kleine kindjes staat te lokken. De meeste moeders doen het af met: “Als je lief blijft mag je er straks in”, in de hoop dat het kroost het vergeet. Of met het handige afschuifsysteem: “Alleen als opa en oma er zijn hè”. Ryan lapte dit aan zijn grijze moonbootje en stampvoette dat hij er NU in MOEST. Moeder zwichtte met een glimlach, duidelijk trots op het doorzettingsvermogen van haar nakomeling, en gaf hem zijn zin.

Vervolgens:

  • Zo en nu blijf je in het wagentje zitten.
  • O je wilt graag lopen? Oké maar dan aan mama’s hand!
  • O je wilt graag zelf lopen? Dat kan jij goed!
  • Wat wil je eten?
  • Nee, geen bananen, die heeft mama nog!
  • O je wilt graag bananen? Nou, een paar dan!
  • Nee, niet die grote tros, leg maar terug!
  • O heb je ze nu toch in het wagentje gedaan? Knap hoor!
  • Ryan?
  • Ryan!
  • Ryan!!!

Een vliegtuigachtig spookje vloog door de winkel, trok links en rechts wat uit de vakken en liet een spoor van artikelen achter zich. Moeder wilde zich niet laten kennen, of wilde laten zien dat ze best wel pit had, sprintte er achter aan. Giechelend! De functie van het neonblauw werd duidelijk, je kon hem prima volgen. Toen ze hem eindelijk te pakken had riep ze bizar optimistisch “Hebbes kleine doerak van mama, wat kun jij toch hard rennen! Jij mag nog een keer in het autootje hoor!”…

 

Naadloos

Gek idee blijft het, dat we ons eerst drie weken keidruk maken om Sinterklaas en de dag er na al naadloos overgaan in kerstsferen. Maar eerlijk is eerlijk, we hoeven het niet alleen te doen, de winkels helpen hartstikke goed mee. Ze sturen mij stapels folders en boekwerkjes toe, waar ik naar hartenlust in kan bladeren en kijken wat en hoe ik het moet doen deze Kerst. Allereerst is daar de boom, een echte of een neppe, dat maakt niet uit.

Of met een scharnier…? Waar zit dat scharnier dan, vraag ik me af? In de lengte, in de breedte, is het een grote pianoscharnier of een aantal kleintjes, wat is het voordeel? Wel voor de helft van de prijs, direct na de sint. Dan gaan we de boom mooi versieren. Lichtjes, slingers, ballen, pegels, sterren, oké hertjes, hartjes, belletjes en zeepaardjes. Wacht eens: zeepaardjes???

Ja…zeepaardjes. Van glas, dat wel. Voor in de boom. Waarom niet? Waarom wel! Het ontgaat mij. Dan gaan we voor een outfit! Eerst de stad in en heerlijk etalages kijken. Zo sfeervol met glitter en glamour. Elegante jurkjes, mooie kousen en schoenen erbij. Strakke pakken, mooie dassen en lakschoenen. Kijk toch hoe mooi:

Pyjamabroeken, slobbertruien, struikelsloffen, coltruien en met bont gevoerde vesten met capuchon! Alsof we in Nederland geen verwarming hebben… Oké, het is een feest van gezellig bij elkaar zijn en het behaaglijk hebben maar een beetje opdoffen kan toch wel? Trek desnoods een foute trui aan op een zwart rokje(?!) In Apeldoorn wordt een verkiezing gehouden betreffende de meest sfeervolle kerstetalage…ik vrees dat deze in de onderste regionen blijft hangen. Eens kijken wat we nog meer kunnen toevoegen ter verhoging van de feestvreugde. O ja, deze zag ik ook nog:

Dit heet dus ook officieel hoofddecoratie! Gelukkig zijn ze vrolijk, fijn dat het er bij staat. En ook nog verschillend gevarieerd, toe maar! Maar is dit nu de hoofddecoratie, in de zin van de belangrijkste decoratie? Dat je een thema kiest en dat doorvoert in de rest van de decoraties? Of dat dit het enige belangrijke is en de rest bungelt er een beetje bij? Het winkelen en folders lezen brengen mij dus niet direct in de kerststemming. Dit echter wel:

Een kerstconcert van Trijntje Oosterhuis in de Grote Kerk in Apeldoorn. Met haar stem, verschijning, enthousiasme en slechts 1 pianist wist ze het publiek in te pakken, mee te laten zingen en iedereen naadloos in de kerstsfeer te brengen! Ik ben er.

 

Surprise, surprise!

 

(Even een gouwe ouwe van stal gehaald….2015)

Gloeiende , gloeiende,

ergernis is groeiende!

Mooie surprise beloofd,

idee snel in ’t hoofd!

Gedetailleerde tekeningen,

uitgewerkte berekeningen.

Materiaal gehaald,

einddatum bepaald.

Vol goede moed starten,

tegenslag speelt parten!

Twee plakbandrollen later

begint de kater!

Lijm op verkeerde kant

houdt geen stand!

Tegen de muur laten leunen,

even droog föhnen!

O wacht…

chocoladeletter zacht!

Bouwwerk bijna klaar,

instortingsgevaar!

Stutten zetten,

beter opletten!

Klaar met zweten?

Cadeautje vergeten!

Cadeautje ergens tussenfrutten,

cadeautje ook stutten!

Afmaken met inpakpapier,

zie een forse kier!

Naar de winkel lopen,

nieuw papier kopen!

Bijpassend rijm verzinnen,

tig keer opnieuw beginnen!

Gloeiende, gloeiende,

ergernis is groeiende!

Uiteindelijk alles klaar!

Pfff tot volgend jaar!

surprise maken boek

(zonder overdrijven,

deze traditie moet blijven!!!)

 

 

Verhalenslang 5/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste van het vorige verhaal, zo ontstaat een verhalenslang)

  • Ik wil naar huis!

Ze is fragiel maar probeert groter te lijken door kaarsrecht te zitten op de oranje plastic stoel. Ze draagt een zwierige wijnrode jurk die bij een gala niet zou misstaan. Het bruine vest erover en de grijze pruik die enigszins  scheef staat, doen er ongewild afbraak aan. De pantoffels met de hoge sluiting geven haar kleine voeten iets lomps. De vaalbruine handtas in beide handen geklemd ligt doelloos op haar schoot.

  • Dat gaat zomaar niet en dat weet u best.

Hij is overtuigend in zijn witte jas. De dikke hoornen bril geven hem een streng uiterlijk. Zijn blik gaat afwisselend van een dik dossier waarin hij afwezig bladert, naar het vrouwtje tegenover hem, en weer terug.

  • Maar waarom dan niet?
  • U heeft verzorging nodig.
  • Ik kan best voor mezelf zorgen hoor.
  • Maar u vergeet wel eens wat de laatste tijd.
  • U zeker niet?
  • Eh…
  • Dat dacht ik al.
  • Maar u vergeet medicijnen in te nemen en het gas uit te draaien, daarom is het beter dat er iemand voor u zorgt en dat doen we hier graag.
  • Mag ik u iets vragen?
  • Nee, u mag niet naar huis.
  • Zou u hier willen wonen?
  • Nee zeg, het idee alleen al!
  • Wat zou u doen dan?
  • Ik zou eerst een taxi bestellen en die rijdt me dan naar Amsterdam, dan ga ik op het Waterlooplein zoeken naar een nieuwe jas voor de winter want de vorige heb ik ergens laten liggen. Daarna een heerlijk broodje-bal eten in de Pijp, want  die plastic kaas hier is niet te eten. ’s Middags ga ik naar Artis, proberen giraffen te aaien, daar ben ik gek van. En ‘s avonds ga ik naar Carré, naar Willy Alberti.
  • Gut, dit klinkt net als wat meneer Blauw vorige maand gedaan heeft.
  • Is dat zo?
  • Ja, die wist ook niet dat Willy Alberti al jaren dood is.
  • Wat??? Is die dood???
  • Eh…ja.

Terwijl de man in de witte jas in huilen uitbarst en het vrouwtje hem probeert te troosten door haar kleine hand  voorzichtig op zijn grote schouder te leggen en hem een kanten zakdoekje uit haar handtas aan te bieden, vliegt de deur open.

  • Meneer Blauw! Hoe vaak hebben we nou gezegd dat u niet in de dokterskamers mag komen!

Vanuit de zaal komt een zwak applausje dat allengs luider wordt. Een man helemaal gekleed in zwart met een citroengeel sjaaltje als enig kleuraccent loopt richting podium.

  • Prachtig mensen! Goed gespeeld. Gerrit, let op je uitspraak hè, Amsterdams is echt iets anders dan Rotterdams. Anja, dat kleinhouden doe je fantastisch. Houd dit vast mensen. Volgende week, zelfde tijd!