Maandelijks archief: september 2017

Schoolse luchtjes

De school, in de zin van het gebouw, is altijd wel voor iemand een punt van discussie. Te ver weg, te lastige openingstijden, te groot, te klein, te gekleurd, te weinig gekleurd, te oud of juist veel te modern. De mensen die kinderen van anderen met liefde vijf uur per dag onder hun hoede nemen zijn vaak tegen wil en dank middelpunt. Te vlot, te sloom, te aardig, te streng, te jong, te oud. Dit zijn de meest vriendelijke beledigingen. Natuurlijk mag je er iets van vinden. Het gaat om de manier waarop je je mening ventileert. Wist je dat sommige scholen tegenwoordig een ouderprotocol hebben?! Wat te doen bij lastige, opdringerige, betweterige, onredelijk schreeuwende, handtastelijke ouder/opvoeders/verzorgers. Bizar toch? Dit leren de juffen en meesters niet op de PABO. Daar leren ze hoe ze KINDEREN iets moeten leren. Zodat die kleintjes kunnen lezen, rekenen, schrijven en sociaal vaardig zijn, als ze groot zijn. Zich kunnen redden in de wereld. Het onderwijs is immers een verlengstuk van de opvoeding die ze thuis mee krijgen…? Natuurlijk verandert het onderwijs. Zoals alles verandert. Gelukkig maar.

Daarom had mijn Oma het waarschijnlijk veel eenvoudiger. Zij zat in 1912 op de Kweekschool en had daar 1 boek voor pedagogiek voor de gigantische prijs van f 2,25. Zij kon daar voor 30 cent een rekenbijlage bijkopen en een schrijfcursus voor 8 cent per nummer (5 per jaar). Het Hoogeveens leesplankje kostte 75 cent per kind. In dat ene pedagogieboek, dat nu in mijn bezit is, wordt niet alleen de opvoedkunde (zielkunde) behandeld maar meteen ook maar de aardrijkskunde, natuurkennis en teekenen. Tevens moest mijn oma ook leren hoe een schoolgebouw het beste gebouwd kon worden. Hoe hoog de ramen, hoe laag de bankjes en de beste plek voor het privaat (toilet) in verband met de wind…

En denk je dat zich ooit maar 1 ouder met deze buitenschoolse opvang bemoeide…?

Tovenarij

Gisteren even naar de stad.

Naar de wintercollectie kijken.

Welke kleuren ‘moeten’ we dragen.

Welke materialen zijn ‘in’.

Meteen even mijn Engels opgehaald…

Is het oversized (laat alles maar lekker hangen)

of tight (gloeiende wat zit dit strak).

Is het slimfit (adem in!)

of straight (past net)

of is het flair (weinig flair te bekennen).

Wil ik iets liften (zo dat lijkt groot!)

of iets downsizen (huh, waar zijn die randen gebleven?).

Veelal loze beloftes

waar we toch graag in willen geloven.

Neem nou dit label:

Ik pak dus een broek een maat kleiner dan ik heb

(want dat doe ik in eerste instantie altijd,

je weet nooit.)

Als ik er in pas

(en ik leeft nog )

lijk ik nog een maat kleiner!

Mijn buik wordt er strak van en mijn billen worden groter!

Dit alles met 1 broek!

(zonder korset,

of andere verdovende middelen)

Ik zou zeggen:

Doe mij een dozijn van die Hans Klok broeken!!!

Jammer dat het plaatje niet aangeeft hoe rood je hoofd is…

Koning worden

(Voor de voorleesapp Storytime heb ik twee jaar geleden een kinderverhaal ingestuurd. Ouders, grootouders en andere verzorgers hebben via deze app razendsnel, op ieder moment  en elke plaats een verhaaltje bij de hand om het kroost zoet te houden. Laat het duidelijk zijn dat mijn voorkeur uitgaat naar grote prentenboeken met mooie inspirerende platen, maar voorlezen is sowieso altijd een goed idee. Mijn verhaaltje is destijds goedgekeurd en op de app geplaatst. Afgelopen week kreeg ik een mailtje dat het weer bovenaan geplaatst is. Het verhaaltje wordt niet eens zo gek veel gelezen maar wel hoog gewaardeerd. Daarom wil ik het hier ook nog eens plaatsen. #bestweltrots)

Olivier wil koning worden

Olivier hangt op de bank, hij verveelt zich. Hij heeft geen zin om te bouwen, geen zin om met zijn  dinosaurussen te spelen, geen zin om te knutselen en zelfs geen zin om te dansen. En dansen is toch wel wat hij het liefste doet. Opeens verschijnt op tv de Koning van het land. Het is een oude koning met heel veel rimpels, met witte haren en dunne kromme beentjes. Zijn hoofd lijkt wel te groot want zijn kroon past er maar net op. Hij kijkt een beetje sip. Moe leunt hij op zijn gouden rollator terwijl hij vertelt geen koning meer te willen zijn. “Ik heb er geen zin meer in, ik wil met pensioen! Wie mij wil opvolgen moet me een brief sturen  en dan kom ik bij je langs om te kijken of je geschikt bent om de nieuwe koning te worden.”

Opeens zit Olivier rechtop. Koning worden? Dat lijkt hem wel wat! Maar hoe doe je dat? Simpel, je moet eerst alles hebben wat een koning ook heeft. Om te beginnen; een paleis. Olivier rent naar buiten en bekijkt de boomhut. Hm, dit kan beter. Na een half uurtje heeft hij er een prachtige toren opgebouwd en uit de toren steekt een kartonnen vlag. Op de vlag staat de letter O van Olivier en binnen in de O is een dinosaurus te zien, een echt koningsvlag. Van mama heeft hij plastic borden gekregen die hij goud gaat verven. Deftig hoor. Eigenlijk zou hij nog een mooi paard moeten hebben maar Loebas laat zich niet overhalen mee te doen. Wat hij wel nog kan maken zijn postzegels en papiergeld met zijn foto’s er op.

Wat moet een koning nu allemaal doen? Op de schatkist passen natuurlijk.  Daarom staat er in het midden van de boomhut, eh pardon, van het kasteel een doos,  gevuld met Oliviers mooiste dinosaurussen en zijn spaarpot. Hij moet natuurlijk ook nog trouwen met een koningin. Olivier gaat zijn buurmeisje Reina vragen maar zij wil alleen maar prinses  worden. “Mam wil jij mijn koningin zijn?”, “Ja hoor, maar vergeet je niet iets? Als jij koning bent moet je wel een kroon dragen.” O ja! Snel gaat Olivier van glanzend goud papier een kroon maken. Meteen oefent hij nog even het linten doorknippen en daarna maakt hij nog wat nieuwe wetten. Wet 1 –  overal gratis drinken en snoep. Wet 2 –  alle kinderen hebben afwisselend  een week school en  een week vakantie. Wet 3 – iedereen is verplicht elke dag te dansen. En dan, dan heeft hij eindelijk tijd om de Koningsdans te maken.

Na een week komt de oude koning langs bij Olivier. Hij bekijkt alles op zijn gemakje; het kasteel met de toren en de vlag, de gouden borden, de schatkist en de wetten. Mama heeft  snel ook een gouden kroontje opgezet  en maakt een keurig kniksje. “En nu Majesteit de Koning, ga ik u mijn Koningsdans laten zien”, zegt Olivier met zijn deftigste stem. En dan gebeurt er wat. Als Olivier de dans drie keer heeft gedaan staat de Koning op en gaat heel voorzichtig mee doen. En al snel wiebelt het oude mannetjes op zijn dunne beentjes enthousiast door de kamer. Steeds wilder gaat het. De lakeien kijken angstig toe. Na een tijdje laat de Koning zich hijgend in een stoel vallen, de kroon scheef op zijn hoofd. Maar zijn ogen glinsteren weer, hij klapt in zijn handen van blijdschap en roept: “Ik weet het, ik ga niet stoppen, er moet meer gedanst worden! Zo hou ik het nog wel even vol. Dankjewel Olivier, ik heb er weer helemaal zin in, ik stel mijn pensioen gewoon nog een poosje uit. Maar tot die tijd ben jij officieel de Minister van Dansende Zaken!” Olivier glimt van trots en van vreugde maakt hij spontaan een nieuw dansje.

Schrijfhandje 52/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht.)

Het is gelukt! Klaar mee! Afgelopen! Basta! Uit! Precies een jaar geleden op 19 september 2016 verscheen het eerste Schrijfhandje en vandaag de allerlaatste. Niet dat er geen schrijfhandjes meer te vinden zijn, het zou makkelijk een eindeloos project kunnen worden. Maar de uitdaging het wekelijks een jaar lang vol te houden zit er op. Eigenlijk was het niet eens moeilijk; een kwestie van om je heen kijken. Soms had ik het idee dat ik jou, lezer, op een idee bracht. Want regelmatig kreeg ik foto’s van borden, briefjes en handschriften toegestuurd of werd ik getagd op facebook.  En daar geniet ik dan weer van. Dat jullie ook op dingen gaan letten, gewone dingen die toch zo bijzonder kunnen zijn…

Hier is de allerlaatste….vond hem wel toepasselijk… 🙂

Niet gezocht, toch gevonden

Ik neem me per nu voor niet meer te melden als ik een paar dagen weg ga. Waarom? Omdat ik zoveel moet uitleggen, zoveel verantwoording af moet leggen.

  • Ik ga een paar dagen weg.
  • O joh waarom?
  • Zomaar.
  • Gaat het wel goed met je?
  • Prima.
  • Soms ruimt het zo op in je hoofd hè.
  • Ik heb geen rommel in mijn hoofd.
  • Even terug naar je roots.
  • Ik hou niet zo van worteltjes.
  • Lekker jezelf weer terugvinden.
  • Nou…

Ik wil me gewoon een paar dagen laten verwennen in een hotelletje met een overdadig ontbijtje, een lounge met hoogpolig tapijt, waar het geritsel van een krant de achtergrondmuziek vormt, met een kamer met een fantastisch uitzicht. Dus togen wij naar een hotelletje op een plek waar tien jaar gelden nog vijf bomen stonden. Het uitzicht was dus vijftig tinten groen met af en toe een randje geel. Al het geüniformeerde  personeel boog hartverwarmend als ik langsliep. Ze schudden mijn kussen op, vouwden mijn nachtkleding met messcherpe vouwen op en vulden de voorraad koffie, thee, schoensmeer, badzeep, enz. geduldig elke dag opnieuw aan. Ik mocht ontbijten zolang als ik wilde, zoveel als ik wilde. Ik was volledig tevreden. Bijna dan.

Het enige nadeel was dat er overal, maar dan ook echt overal, spiegels hingen! In de liften, in de gangen, op de kamer, in de badkamer, naast de bedden. En dan op zo’n manier dat ik mezelf steeds vier keer zag. Er was geen ontlopen aan. Vreselijk vermoeiend om met z’n allen schoenveters te strikken. Of tanden te poetsen. Ik was helemaal niet op zoek naar mezelf maar kwam mezelf wel constant tegen!

Dus als je zoekende bent, naar jezelf of niet, heb ik een leuk adresje voor je…

Schrijfhandje 51/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht.)

Als een huis verkocht is staat er binnen de kortste keren op het te koopbord ‘VERKOCHT’. In Apeldoorn woont een makelaar die een heel andere sticker gebruikt, namelijk: ‘TE LAAT!’. Is dit nu gevoel voor humor of voel ik me uitgelachen? Lekker puh, jij bent te laat.

Zoiets dacht ik ook toen ik dit zag:

‘Verkocht!!!Jammer hè’

Kijkt dat hert me nu aan en zie ik hem denken ‘sukkel je bent te laat!’? In alle eerlijkheid moet ik niet denken zoiets in huis te hebben! Iemand anders dus wel. Of is er een dierenliefhebber langsgelopen die het jammer vindt dat er een opgezet hert verkocht wordt? Zeg het maar…

Echte moeders

Op de allerlaatste mooi warme dag van het jaar zag ik het gebeuren. Zo recht voor mijn ogen. Een vader, een zoontje en een dochtertje. Moeder was er niet bij. Gescheiden? Wilde ze even alleen in de winkel kijken? Waren de kinderen niet te genieten en stuurde ze hen, inclusief verwekker, naar buiten.

Wat doet een vader die niet weet wat hij met zijn kinderen aan moet? Juist: omkopen met lekkers! Hij kocht drie ijsjes. Bolletje gevaarlijk hoog opgestapeld op een hoorntje. Zelf ging hij in de zon op een muurtje zitten en genoot zijn hele ijsje lang.

De kinderen hadden ook een muurtje ontdekt. Eentje waar je best op kon lopen. En likken tegelijk. Eentje waar je ook wel op kon rennen. En vergeten te likken. Een muurtje met hoogteverschillen. Waar je over kon struikelen als je niet oplette. Als je bijvoorbeeld aan je ijsje likte.

Met meisje ontsprong de dans. Ze viel niet van het muurtje en haar ijsje ook niet. Het jongetje was de klos. Het ijsje ook. Zijn linkerbroekpijp van zijn  spijkerbroek  was opeens aardbeienroze. Zijn witte sneakers hadden chocoladevlekken. Aan zijn handen kleefde verse aarde.

Zul je net zien dat moeder er aan komt. Ze vist haar nazaat van de grond, schud hem scheldend door elkaar, stevent dan op vader af om haar ongenoegen op hem bot te vieren. Ik hoorde het niet maar gok dat kreten als ‘jij altijd’ en ‘ik nooit’ hem om de oren kletsten. Opeens moest ik aan die reclame denken waarin een moeder tegen een knoeiend kind steeds maar lieflijk beweert ‘Geeft niet’, ervan uitgaand dat zij het perfect wasmiddel heeft.

Wie is nu de echte moeder?

Takke-idee

Als ik je zou vertellen dat ik een takkewijf als buurvrouw heb (wat overigens niet zo is!!) snap je wel wat ik bedoel. Het is geen gezellige hartverwarmende dame, maar een akelig mens die je liever niet op de buurtbarbecue hebt. Takke is in dit geval een versterking van ‘heel vervelend’, ‘heel onaangenaam’.

Vreemd eigenlijk dat je nooit ‘takkeman’ zegt. Terwijl die ook behoorlijk vervelend kan zijn. Het kan ook takkeweer zijn of iemand levert je een takkestreek. Je kunt een takkevakantie beleven, of naar een takkefilm kijken. Of in een takkerestaurant takkeburgers eten. Of je moet een takkeeind lopen op die takkeschoenen. In het Nederlands wordt dit tot plat-Amsterdams gerekend maar eigenlijk gebruikt heel Nederland dit woord wel eens.

Waar het vandaan komt? Takke is een vernederlandsing van het Franse woordje ‘attaque’ wat aanval of beroerte betekent. Iemand die een beroerte heeft gehad zou dan een takkelijer zijn. Net als pokke, tyfus, klere (cholera) en kanker versterkende voorvoegsels zijn, zijn het allemaal nare ziektes die geen mens wil hebben. Allemaal zonder tussen-n omdat het niets te maken heeft met takken van bomen.

Waarom ik hierover begin? Ik zat in een stadstuin in Harderwijk aan een heerlijk kopje koffie met een bescheiden puntje er bij, toen ik iets vreemds op het gras zag staan….

Een takkeleeuw of een takkenleeuw…?  😉

Schrijfhandje 50/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht.)

De laatste jaren wordt er nogal eens gewaarschuwd voor toegevoegde dingen in etenswaren. Te zoet, te zout, te veel kleurstof, etc. Tja…alles wat te is is natuurlijk niet goed, dat begrijp ik ook wel. Maar het wordt toch een zouteloze bende en een kleurloze troep als er niet eens meer een snufje in mag. Ook al komt al ons eten uit de natuur, van een dier of van een gewas, het is niet altijd de garantie voor een topsmaak. Vers geslagen room zonder suiker??? Vers gesneden aardappelstaafjes zonder zout???

Het is mooi dat de natuur ons dit levert. Heeft ook nadelen want zo zijn we maar afhankelijk. Is het gewas voldoende gegroeid? Onder de juiste weersomstandigheden? Of verregend, of verdroogd? Of een boycot ergens? Of een stakende vrachtwagenchauffeur? Zoveel zaken zijn van invloed. Dat is dan weer van invloed op de prijs die wij moeten betalen. Vraag en aanbod.

Hier is wel heel veel pech aan vooraf gegaan! De aardbeien worden zelfs per stuk verhandeld. Of is het een code en aardbei een schuilnaam? En staat er eigenlijk: “Hey Aardbei, ik zie je om 3 minuten voor 3 hier!”

Kampioen Margreet de Haan

Ik vraag mij wel eens af of de mens van nature competitief is ingesteld. Willen wij overal een wedstrijd van maken? Willen we graag winnen? Nemen we de kans op verliezen dan maar op de koop toe? Of jutten we elkaar gewoon op: ik ben lekker beter, mijn auto is duurder, mijn vrouw is mooier, mijn kinderen zijn slimmer. Of hebben we de anderen nodig om onze eigen capaciteiten aan te meten. Naast de ‘gewone’ wedstrijden van een potje voetbal, miss world, sterkste man van de wereld zijn er ook veel bizarre wedstrijden in de wereld. Neem nou teenworstelen, telefoonwerpen of kerstdorpbouwen. Waarom wil je dat winnen? Staat dat goed op je cv? Kijken mensen dan anders naar je?

Tikkie filosofisch zo vlak voor het weekend.

Dit alles is een inleiding op het feit dat een nichtje van mij, Margreet de Haan, afgelopen maandag tot Boekverkoper van het jaar 2017-2018 is gekozen!!! En daar zijn we met de hele familie natuurlijk reuze trots op! Na een plek op de longlist schoof ze door naar een shortlist van 5 kanshebbers. Uiteindelijk was zij degene die met de Albert Hogeveen bokaal de deur uitging. Ze heeft deze prijs ontvangen omdat ze verschrikkelijk veel van boeken weet en ze kan ze ook heel goed aan de man kan brengen. Daarbij ziet haar winkel, Boekhandel ’t Spui in Vlissingen, die ze samen met haar zus Gerda en zwager Erik runt, er ook nog eens heel verzorgd, inspirerend en aantrekkelijk uit en waarmee ze een belangrijke culturele bijdrage levert.

Toch hoor ik je denken: ‘Nou nou, een boek verkopen is toch niet zo moeilijk?’ Maar realiseer je dat een boek niet alleen maar een boek is… Ik heb een mooie omschrijving gevonden, lees die eens en beweer dat dan nog maar eens dat een boek ‘maar’ een boek is. En wat dit met competitie te maken heeft? Boekhandelaar word je niet, dat ben je.

Het geheim van de boekhandelaar
  
Je verkoopt boeken maar eigenlijk geef je liefde door
je geeft adviezen maar eigenlijk wijs je op vergezichten
je noemt een auteur maar eigenlijk raad je een verlangen
je wacht op een vraag maar eigenlijk stel je vragen

Je verkoopt boeken maar eigenlijk verplaats je taal
je wijst op de kasten maar eigenlijk zijn het horizonnen
je zegt omzet maar eigenlijk fluister je kapitaalbandje
je noemt een titel maar eigenlijk deel je vleugels uit

Je verkoopt boeken maar eigenlijk vertel je verhalen
je wordt getipt maar eigenlijk ben je een lezers lezer
je citeert ‘mooi is de menselijke rede, en onoverwinnelijk’

je bent een eiland maar eigenlijk verkoop je lifelines
 
 Anne Vegter, Dichteres des Vaderlands