Maandelijks archief: april 2017

UIT

Mijn boek is uit!

En dan bedoel ik niet dat ik het uitgelezen heb….

Mijn boek is uit!

En dan bedoel ik niet dat het op stap is…

Mijn boek is uit!

En dan bedoel ik dat het uitgegeven is!

Met een eigen ISBN nummer (misschien tijd voor een tatoeage…?) en een uitgever die heeft geholpen dit voor elkaar te krijgen. Die een prachtig persbericht rondgestuurd  heeft, evenals de wervende promotiemailing. Bedankt Boekscout.nl ! Wil je meer lezen of zoek je nog een leuk cadeautje: vanaf nu te koop in de webwinkel van Boekscout.nl. Hoe stoer is dit?! Ik kan er gewoon niet over uit…

 

Voorbeeldje:

“Wat is een torretje?”….”Die zit boven op een kerk juf!”

“Juf, wil je mijn rotslag zien?”… Natuurlijk wil ik dat! En ik zie dan de kleuter met zijn handen op de grond, de gekromde beentjes 2 decimeter omhoog gooien. Het lijkt wel een radslag…

“Wat is een bistro?”…”Dat zijn lange groene sprietjes juf, die je in stukjes moet snijden en dan wordt je eten lekkerder!”

Advertenties

Vers sinds 1957

Toen ik 50 jaar geleden 10 werd wilde ik dolgraag een prinsje of een prinsesje als verjaardagscadeau. Ik leek mijn zin te krijgen maar de huidige koning kwam een dag later. Toch fideel van hem, zo kunnen we ieder jaar op elkaars feestje komen.

Toen ik 10 jaar geleden 50 werd wilde ik dolgraag de zekerheid hebben dat ik pas op de helft was. Die kreeg ik uiteraard niet. En Sara? Nooit gezien die meid!

Nu ik vandaag 10 jaar na mijn 50ste ben, wil ik dolgraag dat de tijd niet zo snel gaat.

Bons, bons,  bons! Op de badkamerdeur. “Ben je nu nog niet klaar?” Neehee, ik ben nog niet klahaar! Steeds meer tijd breng ik door in deze ruimte. Drukker dan ooit met hydrateren, moisterizen, verven, camoufleren, corrigeren, ophalen en vastzetten. Ik moet steeds meer mijn best doen dikke vriendin te blijven met mijn spiegelbeeld. Nou ja, dat dikke lukt nog wel… Lijdzaam zie ik de onherroepelijke trek naar het zuiden, hoe vaak ik ook “Stop daar es mee!” roep. Mijn lijf doet maar wat. Het rotzooit maar wat aan. Het zet uit waar ik het niet wil en krimpt waar ik het helemaal niet hebben kan. Het verkleurt ook, langzaam maar meedogenloos. Woorden met een oe-klank vermijd ik: een Engelse plooirok is er niets bij! Dat is nog best moei… eh…lastig hoor.

Wat ik ook niet kan uitstaan is als mensen roe…eh…schreeuwen: “60 is het nieuwe 40!”. Wat?! Moe…eh…ben ik verplicht  dan weer 20 stappen achteruit te zetten en de boe..eh…mijn leven weer over te doe…eh…nog eens te beleven? Op mijn veertigste stonden mijn kinderen aan de vooravond van de pubertijd met alle geneugten van dien. Terwijl het nu zelfstandige volwassenen zijn om trots op te wezen. Inclusief het schattigste kleinkind van de hele wereld. Van haar hoe…eh… zit ik alleen maar te genieten. Niks verantwoorde opvoe…eh…educatie, alleen maar onverantwoord verwennen! Of wat dacht je van deze: “het leven begint bij 60!”. Nee toch?! Het zal toch niet? Zijn al die voorgaande jaren dan voor niets geweest?! Niets meegemaakt, niets geleerd? Als een soort opmaat naar…wat dan?

Er passeerde mij laatst een vrachtauto van een slagerij die beweerde ‘vers vlees sinds 1806’ te leveren. Ik dacht dat dat vlees intussen niet al te fris meer zou zijn. Totdat ik hem snapte: ze leveren elke dag vers vlees, een goede gewoonte die in 1806 al werd toegepast. Kijk, dit is een uitspraak waar ik me in kan vinden.

Ik ben niet oud maar vers sinds 1957!

Elke dag komen er immers verse dingen bij. Nieuwe verse mensen. Nieuwe verse ideeën. Nieuwe verse plannen. Nieuwe verse toneelstukken. Nieuwe verse capaciteiten. Nieuwe verse foto’s van mijn kleindochter. Nieuwe verse blogjes. Binnenkort een nieuwe vers eigen boe…eh…paperback. Nieuwe verse geluksmomentjes. Misschien nog wel een nieuwe carrière. Redenen genoe…eh..zat  voor een nieuw taartje met verse slagroom en een nieuw vers feest! Zo kan ik het nieuwe verse jaar wel aan J

Hieperdepiep hoe…eh..ja ja!!! Hartelijke groe…eh…doe…eh…later!

Gelderse streek

 

Ik fiets op mijn dooie akkertje langs een Gelders akkertje. Gewoon een beetje fietsen, beetje rond kijken, beetje genieten. Dan hoor ik opeens een stem!

“Mevrouw mag ik u iets vragen?”

Ik spring van mijn vehikel en kijk achter me wie daar zo dringend hulp nodig heeft. Ik staar recht in de neusgaten van een voorloopster van de Gelderse worst.

“Eh…oké vraag maar…”

Zeg ik moedig, want van dichtbij zijn koeien veel groter dan je denkt. Daarbij nog het feit dat deze koe gewoon in haar blootje liep. Ja, het is haar akkertje, haar weilandje, dan heb je aan de andere kant van het prikkeldraad niet veel in te brengen. Maar intimiderend was het wel.

“Heeft u misschien het busje van de stomerij langs zien rijden? Ik wacht al de hele dag op het terugbrengen van mijn zwart/wit-outfit! Ja ziet u, we hebben met de paas gezellig gekoermet met z’n allen maar daar gaat je kleding toch een partij van stinken! Dus mijn ensemble moest wel naar de stomerij.”

“Eh…nee…sorry…niet gezien…”

“Nou ja, dan wacht ik nog maar even. Zeg nou zelf, zo kan ik toch niet ter kerke morgen!”

Ze loopt hoofdschuddend bij me vandaan om haar vriendinnen zachtjes voor te bereiden op dit droeve nieuws. Gezamenlijk loeien ze lelijke woorden over de streek die de stomerij hen geleverd heeft.

Schrijfhandje 31/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht)

Je kunt je bij sommige  winkeliers afvragen wat zij nu eigenlijk willen.  Neem nou dit bord. Wel een leuke vorm trouwens… (theezakje?)

Er wordt hier naar mijn idee gebruik gemaakt van pure anti-reclame!

De tekst begint met PAS OP!!! Dan denk je toch direct aan gevaar, aan iets dreigends, iets wat je liever niet tegen wilt komen, iets dat je beweegt je rap uit de voeten te maken. Er staat eigenlijk: ‘Hier niet naar binnen gaan!’, ‘Hier met een grote boog omheen lopen!’. Je roept nog net geen “Help!”, maar je bent gewaarschuwd…

Het is een tassenwinkel. Niet met gewone tassen. Ook niet met lelijke tassen of grappige tassen. Het zijn zelfs geen leuke tassen. Maar te leuke tassen. Te leuk om te kopen, te leuk om mee te lopen, te leuk om cadeau te doen of te krijgen. Niet te groot of te klein, niet te handig of te onhandig, niet te gekleurd of te saai maar gewoon te leuk. Tja, en alles waar te voor staat is niet goed hè…. (ja, ja, ik weet het: behalve tevredenheid…)

De brave burger, die ik ben, gaat dus daar niet naar binnen. Of juist wel? Ben ik te nieuwsgierig?

Veelhazerij

Als kind was ik danig in de war. Hoe zat het nou met hazen die eieren leggen? Om ze vervolgens rond te brengen? Nou ja, rondbrengen…je moet eerst in de onaangename koude vroege morgen je ongans zoeken naar die dingen. De dauw hardvochtig opgetrokken in je paasbeste sokken. Dan mocht je ze gaan verven. Waarom doet die haas dat zelf niet? Uiteindelijk moest je ze aan je moeder geven en belandden ze in de salade. Raad eens? Ze smaakten hetzelfde als een kippenei! En als oom en tante ’s middags gezellig langskwamen en mijn moeder hen vroeg: “Wil je een eitje?”, dan kregen ze een ei van chocola!

Nu veel paasfeesten verder snap ik het: de chocolade eieren komen van de paashaas en alle andere eieren gewoon van de kip… Onthullend hè! Het is dus een duidelijke zaak goede vrienden met een paashaas te zijn. Vorig jaar maakte ik mij er eentje.

Eieren? Ho maar! Niet een! Misschien voelde dit haasje zich wat eenzaam? Daarom maakte ik mij er dit jaar een haasvriendje bij.

Ik liet ze poosje met rust. Ook hazen hebben recht op privacy. En wat denk je?!

Nu hoef ik alleen nog maar te wachten tot Pasen. Als ik dit jaar niet ontzettend veel chocolade eitjes krijg, dan weet ik het ook niet meer.

Dan ben ik waarschijnlijk het haasje…

Schrijfhandje 30/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht)

Oké, ik snap het: je hoeft niet tegen iedereen even aardig te doen, de ene persoon ligt je nu eenmaal beter dan de andere. Dat kan toch? Je kent mensen in gradaties. Vrienden ook. Er bestaan soorten van. Je hebt shopvriendinnen (heb ik soms, shop eigenlijk liever alleen) maar ook klets-maar-raak-vriendinnen (heb ik niet, liever doelbewust). Je hebt vrienden die jou altijd opvangen (heb ik) en vrienden die door jou worden opgevangen (heb ik ook). Je hebt kroegvrienden (ik niet) en high tea vriendinnen (die heb ik meer…). Je hebt schrijfvriendinnen (heb ik) en je hebt leesvrienden (heb ik ook). Je hebt toneelvrienden (heb ik) en je hebt sportvriendinnen (die weer niet…)

Dus: ieder mens is anders en daar ga je anders mee om. Maar wel altijd vriendelijk en gezellig toch? Je gaat iemand toch niet afsnauwen als diegene een andere hobby heeft, of een andere smaak? En als een zaak hebt waar je spullen wilt verkopen probeer toch zeker helemaal uit alle macht iedereen te vriend te houden?!!! Een stukje klantvriendelijkheid verhoogt de omzet. Hoe heurt het eigenlijk….?

Oké, je hoeft niet iedere klant koning te noemen maar dit is wel ver beneden alle peil! Doe zelf eens gek, zak!!!

Schrijfhandje 29/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht.)

Ze ging op haar roze fiets naar de stad. Ze dacht slim te zijn en plaatste haar fiets gratis bij de tandarts, met de gedachte ‘In de stad wordt-ie zo gejat!’. Tevreden met zichzelf huppelde zij vrolijk van de ene naar de andere winkel, shopte al haar tasjes vol en haar beursje leeg. Ze deed nog ergens een theetje met een vriendin en zag opeens hoe laat het al was. Ze haastte zich naar de tandarts, zocht in alle 26 tasjes naar haar fietssleutel en toen lukte het haar niet de sleutel in het slot te krijgen! Het slot was nergens te vinden, erger: de hele fiets was verdwenen! Ze keek verwonderd om zich heen, vroeg binnen bij de tandarts om uitleg, maar de fiets bleef weg. De tandarts leverde haar een leeg A4jte en twee stukjes plakband, meer kon hij ook niet doen.  Met haar roze lipgloss schreef zij deze boodschap. Voor het geval dat de fietsendief nog eens terug zou komen om te kijken of er iemand haar fiets terug wil….

Opvallend is weer het door elkaar gebruiken van soorten letters, schrijfletters, blokletters, hoofdletters, kleine letters. Het woordje fiets is net iets dikker geschreven,  net iets harder op de lipgloss gedrukt, om duidelijk te maken dat het hier wel om een fiets gaat en niet om iets anders. Je mag alles houden maar de FIETS wil ik terug! Als je dus een fietsendief tegenkomt op een roze damesfiets, spreek hem dan aan en stuur hem snel door naar de tandarts, wil je? Bedankt!

Kabaal op het kanaal

Ze is zo verliefd. Dat zie je aan alles. Ze achtervolgt hem de hele dag. Al sneppend snept zij om zijn aandacht. Ze weet heus wel dat ze niet de mooiste is. Dat is hij. Maar ziet hij haar? Welnee! Met zijn groene kop stapt hij steeds bij haar weg. In het water kijkt hij naar zichzelf. Geniet zichtbaar van zijn spiegelbeeld. De narcist. Met grote stappen dendert hij langs de kanaalkant en roept: “Wie wil mij! Wie wil mij!”. Zo snel als haar platvoeten het toelaten snelt zij achter hem aan en piept: “Ik! Ik”. Maar hij hoort haar niet, ziet haar niet, wil haar niet. Als zij op enig moment haar aandacht laat verslappen, ze is ook gewoon moe van dat onbeantwoorde gesjouw, hoort zij vlak achter haar een andere groenkop. Ze draait zich om en ziet haar achtervolger knipogen dat het een lieve lust is. Maar dat wilde ze toch niet? Ze was toch duidelijk gecharmeerd van de eerste groenkop? Ze twijfelt. Ik zie het aan haar manier van zwemmen. Een beetje hink-stap-sprong-zwemmen. Het is een luidruchtige optocht. De branieschopper voorop, zichzelf de hemel in snaterend, als hoofdrolspeler in Woerd zoekt Vrouw. De onzekere dame in het midden, haar twijfel wegsneppend, of het om een wit of een zwart jurkje gaat. En als laatste de casanova, met een voorliefde voor Shakespeare, maar al te graag toegevend aan de lentegevoelens.

Soms zijn het net mensen.

Stoffig

Hier in Apeldoorn is op maandagmorgen een halve markt. Geen halve kramen maar de helft van het Marktplein wordt tijdelijk bevolkt door marktkooplui met hun uitpuilende kramen.

Er staat een notenkraam, gerund door een besnorde Egyptenaar. Een snor met omhoog krullende punten. Alsof hij constant lacht. Zijn ogen lachen niet mee. Die hangen een beetje. Maar ja, op maandagmorgen kopen de mensen geen weekendmix. Of dadels, per vijf kilo. In een mooi kistje met een prachtig plaatje van een warm Egypte er op. Hij stampvoet. Hij heeft het koud. Of heimwee.

Er staat een Amsterdamse bloemendame ‘de laatste paasstukkies’ aan te prijzen voor ‘enkelt ses euries’! De Apeldoorners willen op maandagmorgen geen paasstukjes, ook niet voor die prijs.

Verder staan er nog zeven stoffenkramen. Zeven! Goed voor de concurrentie. En het is er druk. Vrouwen met lange gewaden houden zwierige lappen bij hun hoofddoek. Lappen met felle kleuren, lappen met gedekte kleuren, lappen met glinsterende draden en pailletten, lappen met kwastjes en spiegeltjes. De vrouwen glinsteren mee, ze aaien de stoffen, draperen het bij elkaar over de schouders en uiten hun goedkeuring in hun eigen taal. Een van de dames wenkt de koopman, ze wijst een groene stof aan en vraagt ‘Blauw?’. Hij denkt de leukste te zijn en roept: ‘Wat jij wilt moppie, als jij dit blauw vindt vind ik het ook!’ Hij slaat zichzelf op de knie van pret. Maar de dames zijn niet van gister en lopen naar de volgende kraam, ze storten zich kraaiend op een rol blauwe stof.

Geen halve maatregelen op de halve markt maandagmorgenmarkt!