Maandelijks archief: januari 2017

Schoenmaker

Wat dacht ik wel niet van mezelf?! Je vraagt een bakker toch ook niet om een koe uit te benen! Of een slager om je lekke band te plakken? Of  de fietsenmaker om je haar te knippen? Iedereen heeft zijn talent en houd je daar dan aan. Schoenmaker blijf bij je leest! Oké, je hebt nu wel in de gaten dat ik iets stoms gedaan heb…

Van een schrijfvriendin kreeg ik de tip mee te doen aan de fotochallenge op facebook met de titel ‘Kijk je rijk’. Nu krijg ik op voorhand al kriebels van het woord challenge maar goed, ik meldde mij aan. Het ging er om de kleine gewone dingen om je heen eens van een andere kant te bekijken en bewust te worden van de rijkdom die dat beeld je dan geeft. Op zich sluit het prima bij mij en mijn blog aan; ik houd van het ongewone van het gewone, dingen die je snel over het hoofd ziet. Zoals een sesambroodje met maar 1 sesamzaadje, een verloren kinderschoentje, een vreemd tekstbord. Elke dag kregen de deelnemers een nieuwe opdracht, vijf dagen lang en men moest het eindproduct op de facebookpagina Kijkjerijk plaatsen…

Waar het mis ging? Ik dacht te makkelijk over het woordje ‘foto’… Ik interpreteerde het zo ‘ik maak een foto en zie daar iets in’ maar de meeste deelnemers dachten juist heel diep na over de foto. Gooiden daar nog een flink aantal filters en bewerkingsprogramma’s overheen en leverden ware kunststukken! Wat dacht ik wel niet?!

Dag 1: Kijk je rijk naar je vaatdoekje

1-kijkjerijk-op-de-vlucht                                    vaatdoekje

Ik wilde nog grappig zijn en zag ‘Vaatdoek op de vlucht! Heeft net als bazin hekel aan schoonmaken!’. Ernaast drie voorbeelden van anderen…

Dag 2: Kijk je rijk naar je tandenborstel

2-kijk-je-rijk-ruzie                                 tandenborstel

Ik zag er twee boos zijn op elkaar, ruzie hebben, waarschijnlijk om het dopje van de tandpasta! Ernaast drie voorbeelden…

Dag 3: Kijk je rijk naar een netje van mandarijntje of uien

3-kijkjerijk-het-net                netje

Ik dacht ‘Het net, wereldwijd!’. Ernaast drie waanzinnig mooie voorbeelden van hoe het ook kan…

Dag 4: Kijk je rijk naar een lucifer

4-kijkjerijk-lucifer                                 lucifer

Doordenkertje van mij: ‘van Lucifer!’ (een duivel die zijn drietand op mijn aanrecht had laten slingeren). Ernaast drie voorbeelden, zelfs de doosjes zijn mooi…

Dag 5: Kijk je rijk naar een paperclip

5-kijkjerijk-paperclip                          paperclip

Intussen was ik de schaamte voorbij en maakte een paperclipkip! Ernaast weer drie voorbeelden waarvan de bovenste het mooist is en de onderste het schattigst…

Heb ik er iets van opgestoken? Ja hoor: hoewel ik heel consequent/creatief dezelfde achtergrond gebruikte, volgende keer niet meer meedoen en fotograferen aan fotografen overlaten 🙂

Advertenties

Schrijfhandje 19/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht)

schrijfhandje-1

Lekker vriezend fris weertje meneertje. Iets lekker voor thuis halen. Tenminste…

drie-x-branden

‘Boerenkaas voor als het naar kaas mag smaken’. Wat!!! Kaas die naar kaas smaakt??? Wat krijgen we nou! Is er ook boerenkaas maar dan zonder die kaassmaak? Of boerenkaas die naar boeren smaakt? Hoe smaakt een boer? Om wat voor boer zou het gaan? Een zuivelboer, een varkensboer, een landbouwboer? Raar eigenlijk dat we ook spreken over een keukenboer, een sigarenboer, een badkamerboer? En waarom associëren wij een boer met kiespijn? Ik dwaal af. Het ging over de boerenkaas. Maar als de boerenkaas naar kaas moet smaken wat heeft die boer er dan mee te maken?

Net als de zakjes in het mandje er naast. Zakjes boerenmix. Wat zit er precies in? Wil ik het wel weten? En waarom een mix? Versterken ze elkaar? Eén boer is ook maar alleen? Klinkt zo eenzaam? Moet Yvonne Jaspers weer komen? Wat ik ook niet begrijp; waarom zakjes van 480 gram? Waarom geen 500? Ik denk dat de vrouw van de kaasboer regelmatig roept ‘mag het ietsje meer zijn?’, kom je toch met een pond thuis.

Het meest vreemde aan dit bord is wel de middelste boodschap: ‘wij branden onze noten 3x per dag’. Het ligt niet in mijn aard schunnige opmerkingen te maken maar deze zin schreeuwt er bijna om… Ik zal het niet doen, bedenk het zelf maar. Het lijkt mij dat die nootjes dan behoorlijk zwart verband zijn. En er dan toch bijschrijven ‘Vers!’. Ik weet het niet hoor.

Ik loop nog even naar de gebakboer.

Bindingsangst

zorg

Als je gaat verhuizen van Zoetermeer naar Apeldoorn moet je ook een nieuwe specialist in het ziekenhuis. In overleg met mijn vorige specialist wordt er heel bewust gekozen voor een bepaalde arts. Na een eerste bezoek blijkt het een nieuwsgierig type te zijn die van alles en nog wat wil weten. Alle onderzoeksmethodes worden uit de kast getrokken. Nou ja, wat hij wil. Voor een volgend bezoek mag ik een uur van te voren bloed laten prikken. Voor de zekerheid ga ik nog een kwartiertje eerder. Als ik aankom zit de wachtruimte afgeladen vol. Veertien wachtenden voor me! En nog meer mensen komen binnen en trekken een nummertje. Intussen wordt er mondjesmaat uitgenodigd naar de prikkamers te gaan. De op het digitale bord aangegeven wachttijd  loopt bemoedigend op en op. Na 50 minuten ben ik eindelijk aan de beurt. Ik ben hiervoor niet zenuwachtig maar…de prikzuster wel! Ze beeft en bibbert en van haar blauwe handschoenen ontbrak de rechter wijsvinger. Het verwondert mij dat ze in één keer raak prikt. Dat ik knap allergische ben voor de in de haast aangebrachte pleister kan zij ook niet weten…

Snel naar een andere afdeling voor de specialist. Volgens diverse routes, liften en nog meer routes, waardoor ik denk dat ik het complex minstens drie keer rond loop, kom ik toch bij de juiste afdeling. Ik zie vier loketten. Bij het eerste een bordje ‘Hier melden’. Ik ga er op af en zeg guitig: ‘Ik meld me hier!’. Ze verwijst me streng naar loket drie. Oké. ‘Ik kom me melden’. De toegesproken dame haalt haar ogen niet van haar scherm, zucht en mompelt ‘U moet bij mijn collega zijn’. Ik onderdruk iets en stap naar loket twee. ‘Sorry dat ik u lastig val maar mag ik me alstublieft hier melden?!?!?!’. Het mocht. Via een route mocht ik plaats nemen in de wachtkamer. Niet de gele, de oranje of de groene maar in de rode! Wat zegt dat? Lang hoefde ik daar niet te zitten want door alle toestanden was ik te laat boven. Gelijk met de uitgelopen specialist dus. Nog geen vijf minuten later stond ik weer buiten, alles goed.

Nou…alles goed. Behalve de steken in de zij van het snelwandelen langs alle routes evenals de hartkloppingen van het onderdrukt gefoeter. O ja, op de valreep deelde de zorgvuldig uitgezochte specialist nog even mee dat hij gaat emigreren en ik dus de volgende keer bij een andere arts ben. Opeens heb ik last van een déjà vu.

Eerder al zocht ik met zorg een nieuwe huisarts uit. Na een fijn kennismakingsgesprek liet ik me inschrijven. Twee weken later lag er een brief op de mat met de mededeling dat mevrouw de dokter elders ging werken en ik het maar met de opvolgster moest doen.

Wat is dit? Hebben de artsen hier bindingsangst? Ik zit onderhand wel een hechtingsstoornis te ontwikkelen hoor. Of wacht eens…ligt het aan mij? Schrik ik hen af? Had ik andere routes moeten bewandelen? Nou ja, hoe het ook zit; in het geval van routes, loketten en wachtkamers lijken Apeldoorn en Zoetermeer uiteindelijk best op elkaar.

Schaatsblamage

(Dit is de vijfde bijdrage aan Verhaal achter de Foto, een besloten facebookgroep waar iedereen aan mee kan doen. Wat zie je op de foto, waar denk je aan, wat is er gebeurd  en gebruik niet meer dan 200 woorden)

verhaal-achter-de-foto

Ik heb niet zoveel met schaatsen eerlijk gezegd. Teveel gênante herinneringen komen boven.

Als kind hield ik al niet van kou en nattigheid. De houten doorlopers waren voor mij een complete nachtmerrie. Hoe moest je toch in vredesnaam die veters vast krijgen? Met je wanten aan lukte het voor geen meter maar zonder wanten, die dan uit je mouwen bungelden, kreeg je met die stramme vingers de rode bandjes helemaal niet aan elkaar geknoopt. Tegen de tijd dat ik er eentje een beetje strak had aangetrokken was ik al zes keer uitgegleden. Daarna deed ik niet anders dan zwikken.

Wat later kon ik mijn ogen niet van de dijen van Ard Schenk afhouden (had ik maar één zo’n dij) maar werd tureluurs van al die rondjes en zag opeens overeenkomsten met een goudvis.

Nog wat later kreeg ik knallende ruzie met mijn buurjongen. Hij vertelde mij zijn voorliefde voor zwarte noren, het mochten ook oude zijn. In die fase van mijn leven, opkomend voor alles wat onrecht werd aangedaan, verstootte ik hem uit mijn vriendenkring. Een week later kwam ik met hangende pootjes terug toen ik begreep dat het niet over bejaarde gekleurde mannen uit Noorwegen ging.

Koek en zopie daarentegen…

Schrijfhandje 18/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht)

schrijfhandje-1

Rietje. Wat een raar woord eigenlijk. Ik denk eerder aan een naam. Rietje. Zo heette de vrouw van Toon Hermans. En ik denk meteen aan de rietplant aan de oever van de sloot. De rietplant waarvan de stengel hol is. Als een rietje.  Sofietje, dronk ranja met een rietje. Maar vast niet met zo’n plantenstengel. Die zie je nog wel eens in tekenfilms, als de achtervolgde snoodaard vlucht in de rivier en via de holle stengel moet ademhalen. En ze herinneren me aan vroeger: als de officiële blaasvoetbalpijpjes kapot of kwijt waren en de rietjes als reserve dienden. Met spontane hyperventilatie als veel voorkomend gevolg. Nu kennen we alleen maar plastic rietjes, voor de cola. Met of zonder knik.

Dat had je gedacht!!!

Kijk es even:

rietjes

Rietjes per 50 stuks, voor een bescheiden feestje. Rietjes per 100 stuks, voor een royaal feest. Rietjes extra dun, voor extra dunne vloeistof? Rietjes van papier, dan ben je toch bang dat ze nat worden? Rietjes met snorren, voor ranja-incognito. Rietjes met molens, voor mensen met psychische problemen. En wat te denken van herbruikbare rietjes??? Kun je die afwassen en afdrogen? En dan weer terug in het zakje? Wanneer is zo’n rietje versleten? Is het de investering waard?

Ja, zo heb je in één oogopslag een ware rietjesratjetoe.

Schrijfhandje 17/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht)

schrijfhandje-1

Gisteren liep ik op straat en zag er weer eentje. Ik stond meteen stil. Ik las. En las. En las nog eens. Degene met wie ik liep was al een aantal meters vooruit toen ik opeens gemist werd. ‘Maak snel een foto en zoek het thuis maar uit’ was de gouden tip. Maar thuis zag ik het nog niet. Kijk je even mee?

dronken-kaas

Laat ik voorop stellen dat Het kaaslokaal één van de fijnste kaaswinkeltjes is die ik ken, dus geen kritiek op de zaak. Maar het bord… Het is overduidelijk een aanbieding, dat is ook nog eens onderstreept. Dat snap ik. Maar dan?  Wat is nu precies de aanbieding?

Alle kazen waar drank in zit krijg je nu met korting. Doe mij een blokje brie met bier, Bierbrie. Of een driehoekje Calvadoscamenbert. Of een bolletje Dropshotfeta. Gingorgonzola, de naam klinkt al zwaar beschonken. Rumroquefort, zou dat op deze manier wel lekker ruiken?  O wacht, nu snap ik Port Salut opeens veel beter!

Of krijg ik met drank op, op alle kazen korting. Direct zie ik de winkel vol waggelende en lallende mensen ‘heedoemijunlekkerztukkie’ of ‘mogguhikwillalleendanbieding’ of ‘éénglazieemmentalerazublief’. Misschien toch niet de meest aannemelijke uitleg.

Als ik terug ga naar de eerste optie vraag ik me toch af hoe ze die drank in de kaas krijgen.. Ik denk dat die drank al eerder in het verhaal voor komt. Namelijk bij het begin, bij de koe. De boer serveert natuurlijk geen water maar sterke drank, dat komt dan via de melk in de kaas. Zo is deze boer melkboer en wijnboer tegelijk.

Prima bord.

Apelstaartje

Dat is toch helemaal niet gek gedacht: je woont in Apeldoorn en daar hebben ze apelstaartjes…

apestaartje

De verwondering blijft. Tijdens mijn taallessen aan migrantenvrouwen, over hoe vreemd onze taal toch is. Waarom zeggen wij wel schoonmoeder, schoonvader, schoonzus maar niet schoonbroer? Ik kon het niet uitleggen.

Waar maken wij van die vreemde samentrekkingen? Neem nu het woord ouderwets. Ze weten feilloos wat ouder is maar wat is wets? Of piepklein. Klein kennen ze wel maar piep? Of antikraak…antiek watte?

Als je de woorden niet kent zeg dan gewoon wat je ziet: lepels hang je aan een lepelhang, een hoogslaper is gewoon een tweede etagebed en teentjes noem je vingers aan de voet.

Vanmorgen werd weer eens pijnlijk duidelijk dat wij Nederlanders ook maar slordig praten hoor. Als wij aan iemand vragen ‘Hoe is het?’ hoor je eigenlijk niet meer dan ‘Hoezit?’. De dame aan wie de vraag gesteld werd sprong meteen van haar stoel en zei ‘Goed! Zit goed!’… Zo vroeg een jongeman vorig jaar in mijn groep in Zoetermeer ‘Wat is kozentijd?’. Na veel zeggen en nazeggen begreep ik hem, ja na het niezen roepen wij ‘Gezondheid!’.

Een andere dame vertelde haar blunder ook maar meteen. Zij stond in een winkel voor woninginrichting en vroeg de behulpzame verkoper om ‘een stapel kusjes’. Met rode konen stond de goede man handenwringend om zich heen te kijken totdat hij begreep dat het slechts om kussentjes ging. Ze gierde het uit vanmorgen en riep; ‘Ja, ik goed bezig!’. En dat was ze!

 

Bassertief

Ik weet niet of je de oudejaarsconference van Claudia de Breij hebt gezien? Het viel haar op dat mensen tegenwoordig zo boos zijn en dat dit best wel wat minder kan. Een stuk minder zelfs. Ik was het met haar eens en ben het nog. Een aantal oudejaarsoverdenkingen terug ging het over het hebben van korte lontjes, eigenlijk hetzelfde. Is er dan niets veranderd?

Heel erg aangesproken voelde ik me overigens niet want hé, als die grote meneer liever vòòr mij in de rij bij de kassa dringt doe ik zelfs een stapje naar achter. Zo ben ik.

Als ik in een restaurant als bijgerecht gebakken aardappeltjes krijg in plaats van de beloofde huisgemaakte frieten denk ik ‘ach, het is allemaal aardappel’.

Als iemand zijn auto in het gaatje wurmt waar ik voor sta te wachten rijd ik geduldig nog een rondje over het overvolle parkeerterrein.

Als er iemand tegen mij aanbotst zodat het bovenste bolletje van mijn hoorntje met drie bolletjes malaga-ijs op de grond valt denk ik ‘dat ging vast per ongeluk’.

Als ik nog meer voorbeelden ga geven hoor ik je denken ‘wat een suffe! Dit heeft niets meer te maken met niet boos worden maar met angst!’. Tja, dat klopt dan ook wel een beetje. Boosheid is soms angstaanjagend. Ik voel me er niet prettig bij. Heb gewoon geen zin in gescheld van een ander. Vind het ook de moeite niet waard. Ontwijkend gedrag dus. Herkenbaar? Of ben ik de enige?

Op zijn tijd ben ik heus wel assertief hoor en kom ik voor me zelf op of voor iemand anders. Maar de scheidslijn tussen assertief en boos is ragdun. Ik bevind me dan in een bassertief moment. Zo bestelde ik laatst een sesambroodje. Hmm lekker! En ik kreeg dit…

sesambroodje

Het is ontegenzeglijk een sesambroodje maar bedoelde ik deze? Word ik nu boos? Geef ik die sesambakker een pak verbale rammel? Ga ik verhaal halen en meer zaadjes eisen? Zoveel zaadjes als waar ik voor betaald heb?

Of maak ik er heel bassertief een foto en een smeuïg blogje van? Meteen maar even doorsturen naar Claudia 😉

Schrijfhandje 16/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht.)

schrijfhandje-1

Het eerste schrijfhandje in het nieuwe jaar. Zo’n begin dat meteen bol staat van de voornemens. Ik snap niet dat men zich daar zo druk om maakt. Een voornemen betekent immers niet meer of minder dan: iets dat je van plan bent, iets dat je ten doel stelt, dat je een intentie hebt iets te gaan doen (of laten). Ja en soms lopen plannen anders, soms moet je doelen bijstellen. Dat geeft toch niets. Het gaat om het idee, nergens staat dat het moet. Tenzij je een contract van een miljoenendeal hebt ondertekend. Maar wie doet dat nou voor die paar kilo minder, die paar sportschoolbezoekjes meer of dat stoppen met roken. Ik denk dat als je echt iets wilt er de datum er niet toe doet. Dit voornemen kwam ik tegen:

paffen-of-puffen

Was eerst even verwarrend. Niet paffen. Ik dacht wel meteen aan roken en dampen maar het betekent ook schieten, knallen, piefpafpoefen. Wat het ook betekent, het is sowieso goed het niet te doen dus daar was ik het snel mee eens. Maar dan dat puffen. Als moeder zijnde denk je toch het eerst aan de weeën wegpuffen. Mannen denken eerder aan puffen van de warmte. Toen dacht ik dat ze misschien het hijgende gepuf bedoelden in de sportschool; niet roken maar sporten. Toch maar eens naar binnen gluren in die winkel.

Ik zag diverse mensen met hun hoofd in de wolken aan een stokje lurken. Het was een verkooppunt van de E-sigaret. Ze wisten me daar te vertellen dat er in een normale sigaret wel 4000 schadelijke stoffen zitten en in de e-sigaret maar eentje: nicotine, dat wel… Het werkt met behulp van een vloeistof dat verdampt. Die vloeistof is in verschillende smaken verkrijgbaar. Wat te denken van ananas, chocola of cheesecake? Toch denk ik dat verstokte rokers dan maar gewoon voor de smaak zware shag gaan. Het deed mij ook wat denken aan een waterpijp, waar je de hasjiesj ook eens kunt vervangen door een pittig kruidenmengsel. Al met al een nevelig bord dus met een nevelige boodschap zo aan het begin van 2017 dat nog in nevelen is gehuld.