Maandelijks archief: september 2015

Taalpraatje 2

woordzoeker 2

Twee weken terug meldde ik dat we, een groep anderstaligen en ik, aan het oefenen waren een afspraak te maken bij de dokter…wat toen nog niet echt lukte. Intussen hebben we alles deel voor deel doorgenomen en vandaag had iedereen het echt onder de knie. Het leukst is dan wel het via rollenspel naspelen. De tekst hebben we met elkaar opgesteld. De juiste volgorde bepaald.  Die tekst vind ik dus moeilijk… leg maar eens uit als je wilt dat de dokter zegt:

  • Wat is er aan de hand? Terwijl je buikpijn hebt..
  • Wat scheelt er aan? Wat is schelen…
  • Sterkte hoor! Waarom moet je sterk zijn?

Of je bedenkt dat de patiënt zegt:

  • Mijn voet doet pijn. Wat doet mijn voet??

Eerst wordt er uitgebreid gediscussieerd wie de dokter is en wie de patiënt. Als dat helder is wordt er afgesproken met welke klacht ze komen, zodat de ‘dokter’ voorbereid is. En dan gaan ze:

  • Goedemorgen dokter, ik heb voet pain, ik heb gevallen.
  • Goedemorgen meneer, ik zal even kaiken. Oe hebt oew voet virstoekt en ik geef oe droekband.
  • Dank u dokter, krijg ik ook medi…mide…pillen?
  • Ja oe krijgt een recept, dan kan oe helen in apotheek.

Dat helen heb ik ten zeerste afgeraden… 😉 We zijn een stapje verder gegaan. Als je niet kunt werken omdat je ziek bent moet je naar je werk bellen om dat te zeggen. Wie wil dit even spelen? Twee vrijwilligers:

  • Dag Baas, ik kom niet.
  • Oké!

We lachen daar met z’n allen smakelijk om maar wat moet je als dit de enige woorden zijn die je tot je beschikking hebt… Aan het eind van de ‘les’ een woordzoeker  laten maken waarin alle woorden die we afgelopen weken tegenkwamen verwerkt waren. Nu snap ik het woord ‘woordzoeker’ opeens veel beter…en vanmorgen was woordzoeken  een serieus werkwoord.

Minder blauw

groene hartjesslinger

Heb jij er al eentje? Nee? Dan loop je achter hoor. Bijna iedereen heeft er een! Volgens Wikipedia is het een instrument. Geen muziekinstrument maar ‘een instrument voor burgers om volksvertegenwoordigers een signaal te geven dat hun handelen noodzakelijk is.’ Dus het is iets voor ons allemaal en we kunnen het inzetten om onze mening kenbaar te maken. Dat is handig, vooral voor ons Hollanders…we hebben razendsnel een mening en meestal zijn we ergens tegen. En als er één tegen is volgen er meestal meer, soms klakkeloos. Echter, als het maar lang genoeg duurt komt er altijd weer iemand die juist vòòr is. Wil je graag dat iedereen jouw mening weet en steunt? En wil je dat jouw mening daadwerkelijk terecht komt bij de mensen die iets met jouw mening zouden kunnen doen? Start je een petitie!

Ik ga dat instrument ook maar eens gebruiken want ik ben het meer dan zat!!! Dit is niet van vandaag of morgen maar ik zie het al jaren met lede ogen aan. Ik vind het namelijk vreselijk dat alles smurfen blauw zijn! Ik houd helemaal niet van blauw! Dat doet mij denken aan kou en ik houd niet van kou. En ik moet dan figuren die steeds blauw van de kou zijn leuk en schattig vinden? Neen! Ook het gebruik van diverse tinten blauw is de maker onbekend. Omdat de wezentjes er allemaal halfnaakt bij lopen word ik ook nog eens chronisch geconfronteerd met die afschuwelijke kleur. Het gebruik van identieke witte broeken versterkt nog eens de kou. En dan heb ik het nog niet eens over die mutsen.

Graag zou ik zien dat de smurfen groen worden! En dan bedoel ik licht-, midden- en donkergroen maar ook variaties als legeflessengroen, jaloersgroen, slabladgroen, rupsgroen, groenepaprikagroen, zuivergroen, verkoudensnotgroen, ergernisgroen, groenevingersgroen, gewoonlekkerwarmgroen. Zoveel smurfen zoveel tinten groen. De broek en de muts kunnen ze zelf customizen zodat hun eigen ongetwijfeld sterke persoonlijkheid meer naar voren komt. Gebruik lintjes, knoopjes, bloemetjes, strikjes of ga los met teksten als ‘I smurf groen’, of ‘Ik ben (g)een groentje.’, ‘Smurfen smurfen het groen’. Hier zou ik zo blij van worden!

Hoe we dat de kinderen gaan vertellen? Ach kinderzieltjes zijn zo flexibel. Hoe dat moet met de merchandising? Met de smurfenfilms, smurfentruien, smurfenpyjama’s, smurfendekbedovertrekken, smurfenpuntenslijpers, smurfenbroodtrommeltjes of het blauwe smurfenijs? Tja, daar hadden de winkeliers maar eerder aan moeten denken, dat is hun probleem. Hoe het met de historie zit, smurfen zijn immers altijd blauw geweest? Dit idee is achterhaald en met voldoende protest makkelijk om te gooien. Of dit idee er door komt? Ik hoop het, want minderheidsgroepen moeten ook gehoord worden! En wie wil nu dat ik beroerd word bij het aanschouwen van koublauwe smurfen? Niemand toch! Ben je het met mij eens steun me dan, teken mijn petitie en ik zorg er voor dat het bij de eerstvolgende vergadering van de VN boven aan de agenda staat!

Lieve lezer, bedankt!

Schrijven en lezen

Al eerder heb ik eens vermeld dat er een wereld van verschil is tussen schrijven en lezen. De schrijver schrijft en de lezer leest. De schrijver schrijft een verhaal met een bedoeling, intentie, probeert sfeer en indruk over te brengen. Als de lezer leest wat de schrijver geschreven heeft kan de lezer het toch heel anders interpreteren dan de schrijver bedoeld heeft. De lezer leest er iets anders in.

Zo heb ik meegedaan aan een gedichtenwedstrijd. Voor de verandering. Meestal kom ik niet verder dan een fikse 5 decemberrijm maar om dat nou onder de categorie gedichten te plaatsen gaat wat ver (veel te ver). Waarom nu wel dan…omdat de opdracht mij aansprak. Het moest namelijk een beeldspraak zijn, een gedicht over een ding. Dus niet over duistere sferen, zweverige gevoelens, onduidelijke metaforen of andere vage dingen. Gewoon over een ding.

Ik deed mijn best, perste er twee uit mijn letterkast en stuurde ze beiden in. Eentje heeft er gewonnen en komt in een bundel. Welke denk jij?

Deze:

Elke dag, als ’t even kan

(soms zelfs vaker, dat ligt er maar net an)

houd ik je liefdevol vast.

Terwijl ik je gepast betast

raak ik bijna buiten zinnen,

wil meteen met je beginnen.

Samen nieuwe verhalen maken.

Voelen, doen, niet verzaken.

Ik stuur je gretig waarheen ik wil,

jij volgt volgzaam elke gril.

Dan weer grijp jij de macht,

handelt onverwacht.

Wie stuurt wie, ’t is om het even

zolang we allebei maar alles geven.

Op de top van de wereld beland

staan we gelukzalig hand in hand.

Elkaar gevonden.

Samen zen.

Ik

en mijn schrijvende pen.

Of deze:

Twee pootjes

Twee vleugels

En een brug.

Zonder jou

Bots ik gauw

Geef mijn bril terug!

 

 

Even vluchten

Even een paar dagen weg geweest. Gevlucht van haast, besognes en gedoe. Er tussenuit geknepen. Ondergedoken. Weg van de sores. Twee nachtjes in een heerlijk hotel in Münster moest er voor zorgen.

En dan blijkt : ik ben de moeilijkste niet! Ik pas me razendsnel aan. Heel makkelijk laat ik mijn bed onopgemaakt achter zodat de huishoudelijke hulpen niet voor Truus Snot rondlopen. Ik pak heus wel mijn eigen ontbijtje, smeer zelf mijn luxebroodjes, dop mijn eigen ei maar ik zal niemand in de weg lopen tijdens de afwas. Ieder zijn ding. Het diner laat ik graag aan tafel bezorgen. Vooral aan een tafel met gesteven wit linnen lakens, gepoetst zilver en gewreven kristaltafel. Ik eet zonder tegenstribbelen wat mij wordt voorgezet. Eet het hele bord zelfs netjes leeg. En ’s avonds schuif ik zonder morren tussen de gladgestreken zachte lakens. Overdag hang ik als bij afspraak de toerist uit. Bezoek kerken (foto1) die de moeite waard zijn. Ga naar het Rathaus (foto 2) waar je voor twee euro de handtekeningen mag zien onder het verdrag van de Vrede van Münster. In de Konditorei eet ik braaf mijn fruit (foto 3) op. In de winkels verdiep ik mij in het cultuurverschijnsel Oktoberfest (foto 4).

DSCN3594        DSCN3606

DSCN3627DSCN3621

Op de terugweg, doezelend in de auto, probeer ik te bedenken wat die sores ook alweer inhield. Van welke problemen ik wilde onderduiken. Opeens realiseer ik dat het woord ‘vluchten’ in de tweede zin volstrekt verkeerd gebruikt is, misplaatst is zelfs. Ik ga toch van de ene veilige plek naar de andere? Zo heeft het uitstapje in meerder opzichten nut gehad. Het zet me weer met beide benen op de grond. Wat is nu eigenlijk echt belangrijk! Vooral als ik al die vrachtwagens onderweg ziet…bij de aanblik van elke wagen hoop ik zo ontzettend dat ze werkelijk vervoeren wat de belettering aangeeft.

 

Taalpraatje

knoop in je tong

Het was weer een leerzame ochtend. Voor de leerlingen maar zeker ook voor mij. Dat mensen uit Afghanistan achterin hun schriftje beginnen met schrijven dat begrijp ik. Dat zij achter de Nederlandse woorden die ze leren, stiekem hetzelfde woord in het Farsi zetten snap ik ook. Maar dat ze mij niet feilloos na kunnen zeggen… Dit is natuurlijk helemaal niet raar want onze taal heeft nu eenmaal heel andere klanken. Ik heb omgekeerd de grootste moeite met alleen al hun namen, en mij noemen ze steevast Crala of wijken veilig uit naar mevrouw.

Vandaag o.a. op verzoek gesproken over doktersbezoek. Hoe maak je een afspraak, wat zijn de klachten, wat is een recept, enz. Teveel informatie voor de beschikbare tijd dus ik voorzie een thema van een maand of zo. Converseren leer je het best door doen dus…toneelstukjes spelen maar! Vandaag speel ik nog de dokter.

Dag meneer wat kan ik voor u doen?

  • Ik heb hoofdpijn.

Dat is vervelend. Hoe lang heeft u er al last van?

  • Al twee uur dokter!

Het thema van de volgende maand wordt waarschijnlijk ‘tijd’… Nog eens proberen.

Dag mevrouw wat kan ik voor u doen?

  • Ik heb pijn in mijn been.

Hoe is dat gekomen?

  • Ik ben van de trap gevallen.

Nou nou, en toen?

  • Ik met de lift dokter.

Logische antwoorden toch! Ik heb grote bewondering voor deze mensen. Ik schrijf dit niet op omdat het grappig is en je er om kunt en mag lachen, maar ook om te laten zien hoe moeilijk het is om zomaar een andere taal te leren. Een taal die je nog nooit gehoord hebt, je weet niet hoe het klinkt, waar de klemtoon ligt, hoe het ritme gaat, waarvan je zelfs de letters niet kent of herkent. In mijn groep is het moederland Afghanistan, Sri Lanka of Eritrea. Zij spreken dus vloeiend Farsi, Tamil of Tigrinja (kostte mij tien minuten om dit te leren uitspreken) en dat laatste ziet er zo uit….

tigrinja

Snap je het nu een beetje?

 

 

Eerst denken of eerst doen?

Reclame maken: het is een vak apart. Het is een vorm van taalgebruik waarmee je de lezer op het juiste spoor kunt zetten, ergens naar toe kunt leiden, verleiden, verrassen, overhalen. Maar het kan ook finaal de andere kant opgaan… Even een paar boodschappen gedaan en kom met een hoofd vol vragen terug.

DSCN3467

Wat een grappig bord hè! Je ziet het toch meteen voor je: een stel goeie vrienden die voor de lol een autohandeltje zijn begonnen. Hebben leuke overalls laten bedrukken (met maar één spelfout) . Hebben een aardig pandje (oude schuur) op de kop getikt met een goeie koffiemachine (meegenomen uit een vorige baan). Bedekken de smoezelige wanden met  afbeeldingen van smoezelige maar goed uitgedeukte dames. Eén noemt zich de baas want hij heeft het bedacht. Een ander heeft ooit een cursus fietsenmaker gevolgd (als bijvak). De rest is gek op mooie auto’s. Met andere woorden dit komt niet erg serieus over. De site laat het tegenovergestelde zien (uit nieuwsgierigheid toch gekeken) maar is het dan niet te laat?

DSCN3483

Deze is ook wel bijzonder: een dinerkaars guirlande! Lijkt me zo leuk, je zet er vier dinerkaarsen (raar woord alsof het alleen maar tijdens het avondeten mag) in, steekt ze aan en hangt de slinger op. Andere optie is om eerst de slinger op te hangen en dan de kaarsen aan te steken. Voor nog geen 7 euro toch een hoop geknoei tijdens het diner. Voordelig hoor!

DSCN3484

Deze vind ik ronduit slecht: hoe ga ik dat nou weer aan ‘mijn’ anderstaligen uitleggen… Ik denk eerder aan ‘Goed gebakken’ of ‘Je zit gebakken’ of ‘Bak er wat van’ of ‘Wat een bak’. ‘Aan de bak’ maar ‘In de bak’ dan weer niet…

Reclame luistert nauw!

Prietpraat wordt taalpraat

‘Ik mis al een tijdje de prietpraatjes!’ klinkt het licht verwijtend. Dat klopt. De prietpraatjes waren steeds afkomstig uit de kindermonden die hoorden bij de ukken die ik op school bijles mocht geven. Wat een feest was het elke maandag! Het helpen maar vooral het inzicht dat zij mij gaven in de complexiteit dat taal heet.

  • Wat is het tegenovergestelde van arm? ‘Been, juf!’.
  • ‘Een boek waarin de hoofdstukken worden aangegeven met Romeinse cijfers stamt uit de Romeinse tijd.’
  • Wat zijn overblijfselen? ‘Kinderen die overblijven juf!’.

Heerlijk toch! Maar na acht en half jaar vond ik het opeens welletjes en heb voor de zomervakantie afscheid genomen. Bedolven onder tekeningen en cadeaubonnen verliet ik het pand. Thuis bekeek ik alles nog eens op mijn gemak…

DSCN3488

Hm, ik weet niet of ik hier nou zo goed geholpen heb….

DSCN3489

En dit klinkt wel heel erg lyrisch: àl die mooie jaren. Dit kind is drie maanden bij mij geweest. Maar misschien voelde het voor hem wel als jaren…

Alle verworven prietpraatjes zijn op een hoop geveegd, wachten nog op een lopend verbindend verhaal en een eventuele uitgever. Nee… dan bedoel ik niet die meneer die de hamburgers uit het raampje van de Mac geeft.

Omdat taal in combinatie met lesgeven voor mij toch bijzonder aantrekkelijk blijft geef ik voortaan taalles aan laaggeletterden. In mijn geval zijn het vooral anderstaligen die Nederlands als tweede taal hebben.

Maar wist je dat laaggeletterdheid in Nederland bij 1 op de 9 mensen voorkomt?!! Zo’n anderhalf miljoen (!) mensen die grote moeite hebben met taal. Die op de basisschool het lezen en schrijven niet onder de knie hebben kunnen krijgen of die een andere moedertaal hebben. Denk je eens in hoe je dan een bijsluiter van medicijnen moet begrijpen. Of er achter moet zien te komen hoe laat welke trein vanaf welk station vertrekt, waar je moet overstappen en waar uitstappen. Hoe denk je dat jongelui zich voelen als ze geen sms kunnen versturen, geen whatsapp kunnen lezen? Wat als je een formulier moet invullen op een uitzendbureau? Het is zo vreselijk jammer dat de drempel om dit toe te geven nog steeds zo hoog ligt want er kan serieus iets aan gedaan worden! Met of zonder computer…

farsie toetsenbord

Wordt mijn lesgeven nu heel iets heel anders? Ja en nee. Ja, want deze leerlingen hebben al een grote woordenschat maar dan in een andere taal. Er komen ook cultuurverschillen om de hoek kijken. Vaak schrijnende achtergronden. Het zijn volwassenen. Nee, want voor hen blijkt het Nederlands vaak net zo onlogisch als voor kinderen.

  • ’Waarom kan ik iets wel verwarmen maar niet verkouden?’.
  • Een plaatje van een regenjas ‘Is van plastic voor de water!’

Het is veel werken met plaatjes benoemen ‘wat is dit?’ en dialogen uitspelen. Ook hier worden verbanden gelegd maar niet altijd de juiste. Zo spraken we over tandpasta, waarop een deelnemer zijn handen in de lucht gooide en riep:

  • ‘Pasta??? Macaroni!!!’.

En zo worden prietpraatjes voortaan taalpraatjes!

 

O, o, Den Haag

Dit wordt meer een flog (fotoblog) of een plog (pictureblog) dan een gewone blog…

DSCN3505

Een dagje naar Den Haag, op zoek naar de overzichtstentoonstelling ter gelegenheid van de 80ste verjaardag van Paul van Vliet. We delen een achternaam maar daarbuiten bewonder ik hem om zijn creativiteit, zijn humor, zijn inzet voor Unicef, zijn typetjes, zijn prachtige stem, zijn theatermentaliteit en zijn altijd gentleman zijn.

In de hoofdbibliotheek zijn tot het eind van deze maand veel prachtige foto’s te bewonderen. Van theater Pepijn tot en met de Koninklijke Schouwburg, van zijn gouden en platina platen, van al zijn typetjes maar ook foto’s waar de emoties van af spatten. Tevens zijn er voorwerpen te bekijken met als meest in het oog springend ‘de veer in de reet’ in 2012 gekregen van al zijn collega’s. Van je collega’s moet je het maar hebben…

DSCN3511

En als je dan toch in Den Haag bent…even langs DOK. Hier verkopen ze echt letterlijk alles wat je nodig zou kunnen hebben in de keuken. Ook spullen waarvan je niet eens wist dat je ze nodig had! De winkel waar Menno van Heel Holland Bakt gewerkt heeft voordat hij beroemd werd. De winkel waar hij likkebaardend rond liep, ideeën verzamelde en een moeilijke keuze maakte uit het duizelingwekkend aantal bakvormen.

DSCN3516

Twee creatieve geesten uit de chique stad achter de duinen. Een van hen kijkt terug op zijn optocht door de tijd, de ander moet er nog aan beginnen. Ieder op zijn eigen manier. Beiden laten ons meegenieten van hun passie, nodigen je uit hen te volgen in deze optocht. Ik zeg: DOEN!

 

Nr. 285

(Dit verhaal heb ik ingestuurd voor een schrijfwedstrijd van Kelly Meulenberg. De opdracht was de woorden ‘Ik ben niet bang’ ergens in het verhaal te gebruiken maar niet in de titel. Geen prijs maar wel een ervaring rijker.)

nummertje trekken

Als ik nietsvermoedend de wachtkamer van het priklab binnen loop voel ik onmiddellijk een sterke drang snel rechtsomkeert te maken. Wat een drukte. Deze ruimte is al niet mijn eerste keus en de lange wachttijd werkt niet bevorderend voor mijn humeur. Niemands humeur, als ik zo om mij heen kijk. Zuchtend trek ik een verplicht volgnummertje. De machine bedeelt mij nummer 258 toe. Het elektronische scherm boven de deur geeft aan dat er nog tien wachtenden voor me zijn.

‘Mam, ik ben een beetje bang’ fluistert een kleine jongen bibberig. Zijn moeder slaat liefdevol een arm om haar zoon en belooft hem troostend van alles en nog wat. Je ziet hem denken ‘Jij hebt makkelijk praten!’. Dan besluit hij het uit te buiten en schroeft de beloning wat op. Moeder is kennelijk bang voor drama en stemt haastig in.

‘Zal ik zo met je meelopen, ik ben bang dat je de zuster niet goed verstaat.’ vraagt een oudere meneer aan zijn dame. Zij wijst het aanbod vriendelijk doch beslist af. Waarschijnlijk heeft zij in dat huwelijk vaker haar eigen boontjes gedopt dan hij weet.

Nummer 255. Nog drie. Het gedrag in een wachtkamer bevreemdt mij telkens weer. Zoveel mensen bij elkaar op een kluitje die niets tegen elkaar zeggen. Hooguit een binnensmonds ‘Mogge’. Is iedereen bezig met eigen angsten? Waarom moet ik bloed laten prikken? Wat zal de uitslag zijn?

Een dame van middelbare leeftijd roept net iets te hard in haar telefoon ‘Hoi met mij. Hé luister es, ik ben bang dat ik het niet ga redden hoor! Gekkenhuis hiero! Nee joh, gaan jullie maar vast dan kom ik gewoon wat later. Hou wel een plekkie vrij hè? Ja, haha! Okido! Doei! Ja doe ik! Doei! Tot straks! Hoi!’. De neiging om ook heel hard ‘Doei ook van mij!!’ te gaan roepen weet ik met grote inspanning te onderdrukken. Of probeert zij haar angst te overschreeuwen?

Twee bijna identieke dames verschijnen met een rollend serveerwagentje ten tonele. Op hun linkerborst prijkt een grote button met de tekst ‘Ik ben vrijwilliger’. Om misverstanden te voorkomen. Zij voorzien liefhebbers van een drankje en serveren dit met een bijna identieke glimlach. Als de kleine jongen om cola vraagt doen ze eerst nog alsof ze zoeken tussen de melkcupjes en de zoetjes en verklaren dan gelijktijdig ‘Ik ben bang dat we dat niet hebben jongeman’. Nog geen drie tellen later druipt de moeder af naar het ziekenhuisrestaurant.

Nummer 257. Nog eentje. Is het hier nou de hele tijd al zo warm? Ik heb gewoon klamme handen. Is er nog tijd om naar het toilet te gaan? Hoe groot zijn die naalden eigenlijk? Wat nou als ik flauwval? Of erger, wat als ik gênant ga gillen? Of huilen? Ik moet echt heel nodig!

Nummer 258. Ben ik nou bang? Gedurende de tien meter lang die ik van de martelkamer verwijderd ben ontwikkel ik een mantra. Ik ben niet. Ik ben niet bang. Ik ben niet bang. Ik ben NIET bang.