Maandelijks archief: juni 2015

Psychologie

Je kent toch de uitdrukking wel ‘toon mij jouw boekenkast en ik vertel je wie je bent!’ Dit kan natuurlijk op heel veel andere zaken worden toegepast. Toon mij jouw kledingkast….nou, dan weet ik het ook wel wat voor type je bent. Toon mij jouw ijskast, dan weet ik zelfs je kledingmaat. Toon mij jouw vakantiefoto’s, toon mij jouw auto, jouw voortuin. Allemaal uiterlijkheden. Mag je daar iemand op beoordelen? Mwah we doen het allemaal wel eens. Zolang het maar geen veroordelen is, toch?

Wat te denken van boodschappenlijstjes? Ik heb het idee overgenomen van iemand anders omdat het zo vermakelijk is. Bij de Hallo Jumbo vond ik eerst deze:

DSCN2895

Geen zin om iets te vergeten, daarom maakt deze mevrouw van middelbare leeftijd een lijstje. Je ziet dat zij dringend boter en haarlak nodig heeft, die zijn nog rustig en netjes opgeschreven. Waarschijnlijk begint haar voornaam met een R want die schrijft zij consequent als hoofdletter. Ze woont royaal want er zijn  twee wc’s en ze heeft geen zin die reiniger steeds heen en weer te slepen. Ze heeft trek in koek en chips maar ter compensatie neemt ze een mager drankje mee. Vanavond maakt ze zich makkelijk af van het koken; het wordt een dikke omelet en omdat het eieren stukslaan altijd zo’n bende geeft neemt ze voor de zekerheid maar wat extra Plenty mee. O ja, op het laatste nippertje denkt ze aan de koffie!

Daarna vond ik deze;

DSCN2880

Deze mevrouw is duidelijk wat ouder gezien het licht hellende handschrift en een stuk vergeetachtiger. Zelfs twee boodschapjes moeten worden opgeschreven. Voelt zij zich wel goed? Heeft ze behoefte aan warme kippensoep, ouderwets medicijn tegen van alles? Of komt haar enige kleinkind dan eindelijk eens langs. Ze heeft gehoord dat jongelui tegenwoordig alleen maar cola drinken en wat is een oma zonder zelfgemaakte kippensoep… Ja, ze zal daar gek zijn; ze neemt gewoon een blik kipsoep.

Natuurlijk is dit psychologie van de koude grond maar gewoon grappig om te doen. Want misschien is dat eerste briefje wel van een alleengaande meneer die in zijn vrije tijd haarlak nodig heeft… En het tweede briefje van een oud mannetje met maagproblemen en heeft hij gelezen dat cola zo lekker borrelt… We zullen het nooit weten.

Prietpraatje

Wanneer ga ik die kinderen toch eens helemaal begrijpen….?

Nog een keer. ‘Welk woord moet hier staan?’.  Klein Duimpje en de .eu.  ‘Ik weet het juf: deur!’ Ik moet het goed rekenen want grammaticaal gezien klopt het als een bus en dat doe ik ook. Maar intussen vraag ik mij af welk sprookje dat is…

klein duimpje

 ‘Er was eens een klein jongetje, niet groter dan een duim en daarom noemde iedereen hem Klein Duimpje. Op een dag was hij het zo zat dat hij overal te klein voor was. Hij maakte grootse plannen. Hij wilde weglopen en de wijde wereld intrekken. Zo zou hij laten zien dat hij best groot was. Maar er was één probleem: de deur! Hoe kreeg hij nou toch die ontzettend grote en zware deur alleen open. Hij nam een aanloop(je) en kwam met een plof(je) tegen zijn vijand die van geen wijken wist. Toen besloot hij eerst vrienden te worden met de deur. Hij wreef het hout op tot het glansde en lapte de 28 raampjes tot zij helder glommen. ‘Wil je nu voor mij opengaan’, vroeg Klein Duimpje?. ‘Alleen als jij mijn knop eens fijn oppoetst!’, bromde de deur. Klein Duimpje had hier niet veel zin in want van het koperpoets moest hij altijd zo hard niezen. Maar omdat hij dolgraag naar buiten wilde deed hij toch wat de deur hem vroeg. Klein Duimpje poetste en poetste want de rest van zijn leven hing er vanaf. Eindelijk vond de deur het genoeg. Hij schoof een eindje open zodat Klein Duimpje naar buiten kon. Maar net toen Klein Duimpje een voetje over de drempel wilde zetten moest hij zo hard niezen dat de deur weer met een klap dichtsloeg!’

Ik weet niet precies wie hier nou nog lang en gelukkig leefde maar voor uit!

Killing

In principe ga ik best ver met mijn lezers maar tot zekere hoogte. Hoever ik jullie toelaat in mijn persoonlijke leven bepaal ik nog altijd zelf. Ook ik heb grenzen en schuw niet deze aan te geven waar nodig. Vandaag kom ik akelig dichtbij die grens. Komt-ie: ik heb  killerlegs…

Mensen in mijn omgeving zien mij altijd gehuld in lange broek en dat heeft een reden die ik vandaag uit de doeken doe. Mijn onderdanen zijn gezegend met prachtige maar een tikkie kloeke en daardoor uiterst verleidelijke knieën. Daaronder pronken goed gevulde lonkende kuiten die van geen lubberen weten. Tel dit bij elkaar op en je praat over dodelijke benen. Ik ben er niets trots op, het is geen eigen verdienste en het heeft een normaal contact in het verleden regelmatig in de weg gestaan. Men keek namelijk altijd eerst naar mijn benen…

Mijn brein voelde zich achtergesteld en daarom draag ik altijd lange broeken. Dit klinkt simpel maar is het allerminst! Waar vind ik een geschikte broek? De laatste jaren heb ik de grootste problemen met de skinnylegsbroeken, vervolgens met de superskinnylegsbroeken. Ik krijg spontane vaatvernauwing als ik er alleen maar naar kijk. Het is ten strengste verboden iets te laten vallen want bukken lukt echt niet. En even snel verkleden zit er ook niet in want je moet ze langzaam afstropen en dan zitten ze binnenstebuiten…

superskinny

Vandaag moest en zou ik  toch een broek vinden. Een zomerse variant want morgen is het zover: de zomer begint! Werd ik hier blij van? Neen! Wie heeft bedacht dat broeken met elastiek in de ONDERKANT van de pijpen lekker zitten en ook tegelijkertijd een beetje elegant overkomen!!!? Het zijn Ibizavarianten op de ouderwetse drollenvanger…

broek

Broek shoppen: een killerjob!

Reet

Fietsend over het Tochtpad zie ik opeens dit…

DSCN2893

Wat bedoel je met ‘VOEG’? Dubbelonderstreept geeft aan dat het van groot belang is!!

Het ziet er uit als een opdracht. Maar wie moet zich voegen dan? En waarnaar? Moet ik daar invoegen? Lijkt me krap. Of uitvoegen? Blijft krap. Moet ik het in mijn winkelmandje toevoegen? Moet ik het aan facebook toevoegen? Moet ik nog een scheutje ketjap toevoegen? En trouwens: hebben we het hier over een holle voeg, een stootvoeg of misschien een lintvoeg? Het woord ‘VOEG’ alleen geeft echt te weinig (of juist te veel)informatie.

Waarschijnlijk heeft het woordenboek gelijk! Maar dan ben ik wel blij dat het woord VOEG gebruikt is en niet het synoniem naad, groef, las, kier of reet. Of vind ik dit juist jammer? Het zou wel wat toevoegen…

Zorgwekkend

(Dit verhaal heb ik ingestuurd voor een schrijfwedstrijd over de zorg. Hoewel ik meestal wat zout door mijn inkt roer zijn deze verhalen authentiek en autobiografisch. Het leverde een plaatsing in een nog uit te geven bundel op ! Maar het zou fijner zijn als het extra vrijwilligers in de ouderenzorg op zou leveren …)

ouderenzorg

 

‘Goedemorgen, wilt u een kopje koffie?’. Met deze woorden stap ik de kamer van mevrouw Muis binnen. Dit is niet haar echte naam maar ze doet me altijd aan dat kleine grijze schichtige diertje denken. Zoals elke dag neemt ze het bloemetjeskopje dankbaar glimlachend aan. ‘Dank je lieve kind. Heerlijk hoor.’ Zwaaiend verlaat ik haar kamer en rol het wagentje met de koffiekannen naar de volgende deur.

‘Goedemorgen meneer Groen, wilt u een kopje koffie?’. Waterige oogjes kijken me onderzoekend aan. Ik reik hem zijn bril aan. ‘O ja, ben jij het. Heb je koffie?’ Ik schenk in en kijk vervolgens even in de koelkast. Een zielig kuipje boter op de bovenste plank en een half potje jam er onder. ‘Heeft u nog boodschappen nodig?’, ‘Nee hoor, ik heb voldoende van alles.’ Op de hoogte van zijn niet zo rooskleurige financiële situatie dring ik niet verder aan. ‘Fijne dag verder!’, ‘U ook zuster!’.

Lang geleden ben ik al opgehouden met uitleggen dat ik geen zuster ben maar een gewone mevrouw die op vrijwillige basis een kopje koffie komt inschenken bij mensen die niet naar de recreatiezaal van het verzorgingshuis kunnen of willen. De echte zusters hebben het te druk en daardoor geen tijd. Deze één op één ontmoetingen zijn waardevol. Voor de bewoners: even onverdeelde aandacht. Voor het verplegend personeel: kleine werkjes worden uit handen genomen. Voor de vrijwilliger: de dankbaarheid is bijna tastbaar.

Als iedereen voorzien is van koffie ga naar mevrouw Klok om samen met haar een maaltijdlijst in te vullen. ‘Dag mevrouw Klok’, ‘Hoe laat is het?’, ‘Half 11, ik kom met u de lijst invullen.’, ‘Welke lijst’, ‘De maaltijdlijst waarop u mag aankruisen wat u wilt eten volgende week’, ‘Dat weet ik nu toch nog niet?’, ‘Nee, maar u mag kiezen uit de lijst.’, ‘Welke lijst en hoe laat is het?’, ‘Kwart voor elf en hier heb ik de lijst. Wilt u maandag bloemkool of broccoli?’, ‘Wat is broccoli?’, ‘Heeft u liever bloemkool dan?’, ‘Wat is bloemkool ook alweer?’, ‘…..’, ’Hoe laat is het?’ Intussen is het half twaalf en de lijst zo goed en zo kwaad als het gaat ingevuld. Vreselijk iemand zo in de mist te zien leven.

Toch nog maar even bij mevrouw (sorry) Zeur kijken. Ze is te zwaar, te rood, te hoge bloeddruk, te stijf gepermanent en te chagrijnig.’Wat kan ik voor u doen?’, ‘Wat ben je laat!’, ‘Ik moest nog even…’, ‘Ik moet boodschappen doen. Nu!’, ‘Oké ik rijd u even naar het winkeltje’, ‘Vergeet mijn tas niet!’, ‘Ik heb hem hier bij me’. In het redelijk goed uitgeruste supermarktje moppert ze er stevig op los. De verkeerde vleeswaren, te kleine koekjes, te grote stukken kaas, te weinig keus, te krappe doorgangen, te slome meneer voor haar bij de kassa. Ze checkt de bon drie keer en bromt dan boos dat alles veel te duur is. Ik breng haar weer terug naar haar kamer waar zij mij commandeert hoe en waar ik alles moet opbergen, alsof ik dit voor het eerst doe. Soms zucht ik eens en denk aan de koelkast van meneer Groen. Maar dan denk ik ook aan de zeven kinderen van mevrouw Zeur die het stuk voor stuk te druk hebben om eens naar hun moeder om te kijken. Een moeder die bang is, zich regelmatig eenzaam voelt, teleurgesteld is in deze laatste fase van haar leven en daarom maar boos is.

loesje en ouderen

Vele jaren terug dacht ik dat oude mensen gezellig bij elkaar woonden in een oord waar alles voor hen gedaan werd en waar zij niets anders deden dan bingo en kinderliedjes zingen. Hoe anders is de realiteit. Nergens ben ik zoveel eenzaamheid tegengekomen als daar. En dat ligt niet aan het huis, zeker niet aan het verplegend personeel maar aan het beleid door de regering opgelegd. Ik stel voor dat iedereen die deel uit maakt van de maatschappij zich een periode beschikbaar stelt als vrijwilliger. Niet alleen op NL doet-dag maar gewoon één keer in de week of één keer in de twee weken een dagdeel even wat extra doen voor een ander. Stel je toch eens voor dat iedereen dat een jaar of vijf zou doen…. Want wie zorgt er voor jou als je oud bent?

 

Geniepig

Als je het woord zomervakantie in het midden van een woordspin zet zijn de acht poten meestal zon, zee, luieren, lezen, reizen, drankje, terrasje, cultuur snuiven. Mijn persoonlijke spin zou negen poten hebben want ik denk ook altijd meteen aan souvenirs! Wat neem je als aandenken mee naar huis? Waar wil je blijvend aan herinnerd worden? Welk voorwerp brengt na een enkele blik een glimlach op je gezicht?

Ik ken iemand die met een vriendin afsprak de meest afschuwelijke souvenirs die je maar kunt vinden voor elkaar mee te nemen. Dit mondde uit in een bizarre verzameling. Bootjes gemaakt van roze schelpjes. Vingerhoeden met zo’n scheef geplakt plaatje er op. Een schaalmodel van een historisch gebouw maar dan van karton, die je eenmaal thuis met geen mogelijkheid meer in elkaar kon krijgen. Mona Lisa in neonkleuren. Flikkerende sleutelhangers. Valse muziekdoosjes. Lekkende sneeuwbollen. De opdracht was ruimschoots geslaagd! En eigenlijk helemaal niet zo moeilijk…

Bij ons thuis zijn we al jaren geleden overgestapt op het uitwisselen van snoep- en eetsouvenirs. Streekgebonden koekjes, regionaal gemaakte chocoladebonbons, zelfgeperste olie of uitzonderlijk gevormde pasta. Mijn twijfelachtige reactie op alcohol wordt veilig in acht genomen en daarom geen flessen wijn. De inwerking van het halve glaasje met Kerst doet het nageslacht al blozen dus voorkomen is beter. Laatst werd ik verblijd met een fikse pot jam uit een wintersport gebied. Lekker risicoloos. Zou je denken…

Het was echt verrukkelijke jam, gemaakt van echte frambozen. Echt iets voor een zondags witbroodje. Ik werd er blij van. Het smaakt mij echter op een woensdags bruinbroodje ook heerlijk. En op donderdag. En op maandag. Uiteindelijk nam ik elke dag jam op brood. Op al mijn brood. Ik wilde niet, ik moest! Ik verzette mij ertegen maar de jam was sterker. Toen de bodem in zicht kwam brak er een lichte paniek uit. Bij de plaatselijke super verkochten ze deze smaak niet. En ik MOEST die jam hebben! Eens op het etiket kijken voor wat meer duidelijkheid:

DSCN2867

Framboises & Génépi staat er op. Frambozen en … wat?!! Volgens Google:  ‘Génépi is een klasse kruidendrank uit de Alpen die qua bekendheid naar Nederland is gehaald door de wintersporter en gewaardeerd over de hele wereld.’ Er gaat iets dagen… Even ter vergelijking: een biertje heeft een alcoholpercentage van ongeveer 6% , een wijntje het dubbele, ongeveer 12%, een kruidendrankje zoals Génépi zo’n slordige 40%.

Ben ik nu verslaafd aan deze geniepige jam?!!!

Wat staat hier?

Stel je voor dat je bent verhuisd. Dat is niet moeilijk voor te stellen. Maar stel je dan voor dat je bent verhuisd naar een land waarvan je de taal niet verstaat. Dat is moeilijk! En verdraaide lastig! Want hoe weet je in welke winkel je moet zijn? En als je de winkel gevonden hebt maar je kunt de herensokken niet vinden. En als je die gevonden hebt waar moet je ze betalen. En wat nou als thuis blijkt dat het de verkeerde maat is en je ze moet ruilen? Wat moet je zeggen bij een dokter? Hoe meld je de kinderen aan op welke school? Wat bedoelt de juf?

Stel je voor dat je lezen niet zo leuk vind. Dat is niet moeilijk voor te stellen. Maar stel je eens voor dat je lezen niet leuk vind omdat je het gewoon echt niet kunt. Op school deed je net of je het begreep maar de letters zeiden je werkelijk niets. Je hebt levenslang de smoezen bij de hand gehad. Leesbril vergeten, lelijk handschrift, ik vul het thuis wel in. Hoe kun je dan met vriendinnen appen, een afspraak maken, een diploma halen, een goede baan vinden? Wanneer geef je toe en ben je de schaamte voorbij?

Kun je dit verhaal tot nu toe lezen heb je waarschijnlijk geen taalprobleem. Maar weet je dat in Zoetermeer 1 op de 13 mensen een taalprobleem heeft! Dat is een veel te groot aantal en moet uit alle macht worden teruggebracht. Hoe? Hiervoor zijn verschillende instanties in het leven geroepen. Maar om wat duidelijkheid te scheppen in het bos met zoveel bomen is in Zoetermeer vanmiddag het Taalhuis geopend. Hier vind een fysieke samenwerking plaats tussen al deze instanties. Het gaat hier om Stichting Piëzo, Stichting Vluchtelingenwerk, ROC ID-college, Gilde Samenspraak, het Leerwerkloket, de Volksuniversiteit, de bibliotheek, Gemeente Zoetermeer en Stichting Lezen en Schrijven. Pfff dat zijn er nogal wat! Maar hier is nu 1 overkoepelend loket voor waar men doorverwezen wordt naar de juiste opvang.

Dus er was een feestje vanmiddag in de hoofdbibliotheek! Compleet met wethouders om het lint door te knippen. Met Dieuwertje Blok, al jaren bibliotheekambassadeur, om jonge mensen te interviewen. Jonge mensen die sociale problemen hadden door hun laaggeletterdheid omdat ze de berichtjes op de telefoon niet konden lezen en zo een afspraak misten. Die op hun werk in de problemen kwamen met administratiebriefjes. Maar die ook de stap hebben gezet hun laaggeletterdheid te overwinnen en veel zelfverzekerder in het leven staan. Één en ander werd verluchtigd door een cabaretduo met confronterende sketches over laaggeletterdheid. En natuurlijk (daar is tie weer…) gebak!

IMG_20150611_155802_BURST001_COVER

En nu maar hopen dat het Taalhuis gaat werken en dat een ieder die het nodig heeft de weg er naar toe kan vinden of, en dit is waarschijnlijk belangrijker, op die weg gewezen wordt. Want stel je toch voor dat je niet kunt lezen…!!!

Schark

Rare jongens zijn wij Nederlanders eigenlijk. Vooral als het gaat om water. Of we gooien water ‘dicht’ en maken er land van. Of we zetten er sterke dijken omheen en houden de boel op deze manier in bedwang. Of we wonen er het liefst aan of op.

Vraag een gemiddelde Nederlander naar zijn/haar favoriete adres en meestal wordt dit zo omschreven:

watervilla Malediven

Hetgeen er in Nederland ongeveer zo uitziet:

nederlandse watervilla

Waarom willen we dit toch zo graag? Is het de vrijheid, ik heb lekker geen buren. Is het de ruimte, maar ook geen voor- of achterburen. Linkt men het naar de romantiek, alleen of met z’n tweetjes op een onbewoond eilandje. Val je meer voor het idyllische idee dat je elke dag op je eigen steigertje kunt rondlummelen, een visje vangen, een boekje lezen, de benen bungelend in het water. Of geeft het uitzicht op de prachtige Hollandse luchten de doorslag.

Ik heb meteen enkele praktische vragen. Word je zeeziek? Is het niet vreselijk klein binnen en welke gevolgen heeft dat op je eventuele relatie? Word je niet gestoord van al die dagjesmensen die langsroeien? Hoe zit het de muggen? Is het in de winter ook leuk? Kun je op alle schepen wonen? Ligt ie vast of is het een woonark dat als een schip kan varen, een zogenaamde schark?

Eigenlijk speelde deze hang naar water in de Gouden Eeuw ook al. De superrijken woonden het liefst direct aan het water. Hoewel daar ook wel een economisch belang meespeelde. Handel drijven lukt beter bij je eigen voordeur, toch?

grachtenpandjes amsterdam

 

Hier moest ik allemaal aan denken toen ik langs de Tochtsloot reed en deze zelfgebouwde watervilla zag, versterkt met af en toe een stukje plastic, maar wel met een fantastisch uitzicht op het water rondom, met daarboven op de trotse bouwer en eigenaar die vanuit zijn riante positie de wereld en alles wat daarin gebeurt in de gaten hield.

RSCN2872

Klinkers

klinkers 2

Het blijft een moeilijke zaak: de juiste klinkers zoeken.

Een groepdrie meisje doet haar best.

Dat wil zeggen: ze doet wat zij kan maar vooral: zij doet waar zij zin in heeft.

En na een weekend volgestouwd met familiebezoek,

een bezoekje aan Drievliet waar je ‘omstekop’ in de achtbaan kan,

afgesloten met een logeerpartijtje bij oma

want mama ging bij haar nieuwe vriend logeren…,

zijn de inzet en de energie op maandagmorgen ver te zoeken.

Vul de ontbrekende klinkers in onder het plaatje, je moet kiezen uit uu, u of ui.

muis

m..s?  Goed zo: muis !!!

stenen muur

 m..r?  Nee, dit is geen schutting…!!!

huis

h..s?  Nee, dit is geen gebouw…!!! ‘Ja maar juf, het is toch een gubouw…’

Ik zucht, het is toch trurug!

 

 

Setter

mislukte pizza

Het gebeurt niet vaak maar soms. Soms stijg ik boven mijzelf uit. Niet om op te scheppen maar omdat ik van te voren dacht dat ik het niet kon, niet wist, niet mocht, niet wilde of zelfs nooit zou doen.

Als je klein bent en het leven nog blanco en uitgestrekt voor je ligt zie je zoveel mogelijkheden. De ‘gewone’ dingen als rijk, beroemd en geliefd liggen zo duidelijk zichtbaar in het verschiet. Een paar decennia later ben je al dolblij met überhaupt een salaris, een handvol kennissen  en dat die kennissen je ook nog eens aardig vinden. Op een gegeven moment neemt iedereen zich toch wel eens voor groots en meeslepend te gaan leven? Of er daadwerkelijk iets van terecht komt is een tweede… En op een ander moment denk je ‘Weet je wat, laat die ander de wereld maar gaan veranderen, ik doe gewoon mijn ding.’ Dan maar van mindere invloed.

Dat ik er soms faliekant naast zit en wel degelijk in het wereldbeeld pas blijkt uit de volgende tekst die opeens ergens las:

“De Nederlandse trendvoorspellers van Insites Consulting omschrijven het komende jaar als het jaar van de imperfectie en dat komt zo: waar Instagram, Photoshop en andere tools ons dagelijks helpen om de wereld en onszelf er beter uit te laten zien, missen we een gevoel van echtheid en authenticiteit. We waarderen de schoonheid van imperfectie en verwelkomen lelijk fruit, misvormde pizza’s en modellen zonder modellenfiguur. “

Ik ben dus een regelrechte coole trendsetter! Wie had dat gedacht!