Maandelijks archief: maart 2015

Knazen

   thXEH2BHJU

Knazen

Deze haasjes, zo keurig in het gelid, doen me meteen aan gymles van vroeger denken…Uitgelaten stemming, rode wangen en oren gespitst.

Destijds moesten we een rij vormen van klein naar groot, eerst de meisjes en daarna de jongens. Dit was heel handig bij het groepjes van twee maken, dan scheelde je niet veel in lengte met je buur. Behalve…als er een oneven aantal meisjes in de klas zat. Daarom moest ik altijd als langste en dus laatste meisje samenwerken met het eerste en dus kleinste jongetje. Zie het voor je hoe de kleine dapper uit alle macht een te kort springtouw over mij heen probeert te werpen, hoe hij mij puffend doorduwt opdat ik een koprol in de ringen kan maken, hoe vaak ik met mijn schuiten op zijn kleine poezelige voetjes sta tijdens ritmisch gym.

Dan had je natuurlijk ook nog het kiezen in groepjes bij spelletjes als het akelige trefbal… Ja hoor, altijd was ik de laatste! Zeg nou zelf: wie wil er een veel te lange slungel in het groepje. Een kluns die het struikelen over eigen voeten tot perfectie heeft verheven, die geen enkele bal vangt maar steevast door de handen laat glippen, die consequent het verschil tussen links en rechts te laat in de gaten heeft.  Het werkte natuurlijk over en weer; ik wilde geen gym en gym wilde mij niet. Het is ook nooit meer goed gekomen.

Daarom kan ik me van een rij paashazen ook niet voorstellen dat het zo gezellig is als het er uit ziet. Of ze allemaal even snel zijn, of dat ze allemaal even goed eieren kunnen verven, of dat ze allemaal het liefst rondspringen met een mand op hun rug. Er zal vast een kneus (of meerdere kneuzen)  tussen zitten met te grote voeten, te scheve tanden, kapotte eieren en daarbij een boel onverwerkt verdriet. Hazen die opzien tegen de paastijd omdat ze dan weer moeten presteren terwijl zij ook veel liever gaan chillen tussen een bos narcissen. Hazen die hun ei niet kwijt kunnen, dit opkroppen, wier oren van frustratie in de knoop raken. Hazen die begrip zoeken, opvang, een warme poot om hen heen, naar een hazenknuffel snakken!

Ik zou zeggen: ‘Knazen verenigt u!’

Verslagen

 

griepvirus

Ik wist het zeker: hij zou me niet krijgen! Maandenlang heb ik hem ontweken, hem op afstand gehouden, hem niet in mijn buurt laten komen.

Maar vannacht is het dan toch gebeurd. Hij sloop bij me naar binnen tijdens een onschuldige slaap. Hij nam mijn hoofd over om er met 85 man in te gaan tapdansen. Hij zette mijn keel in brand. Zorgt er voor dat eten smaakt als schuurspons. Dat woorden mijn stembanden verlaten als prikkeldraad. Dat hoesten de buren doet nagaan of hier een vergunning voor is. Dat ik er achter kom dat ik in iedere hand alleen al vijftien gewrichten heb. Dat ik niet sneller kan bewegen dan slow motion.

Oké, ik geef me over, ben dan toch eindelijk verslagen door het griepvirus…

Eervol

 

Ik zit achter de laptop super druk te doen met van alles en nog niks en dan opeens floept er een heel leuk mailtje binnen. Wat nou druk? Gewoon even lekker van genieten!

 

Beste Carla,

Ik wil je graag laten weten dat jouw verhaal ‘Ouderlijk huis’ bij de beste tien hoort.

Helaas lag het niet bij de eerste drie, maar ik vind het zó goed dat ik het graag een eervolle vermelding wil geven.

Ik zou het graag op mijn website zetten en ernaar verwijzen in de komende Verhaal van de maand als zeer geslaagd voorbeeld van hoe je een opsomming interessant maakt.

We hadden namelijk heel veel inzendingen waarin de schrijver een aantal voorwerpen / herinneringen achter elkaar gezet had. Maar daarmee heb je nog een verhaal. Jij bent daar wel in geslaagd.

Als je daarmee akkoord gaat, krijg je hier een eigen pagina: http://marjonsarneel.nl/prijswinnaars.html

Met hartelijke groet en van harte proficiat!

Marjon

 

En dit is het verhaal, het thema moest zijn ‘Ouderlijk huis’ en het moest precies 335 woorden bevatten, niet meer en niet minder. Schrijven is schrappen….

 

tuinhekje

Ouderlijk huis

 Het tuinhekje piept als ik het open.

De voortuin ligt er keurig bij, de hand van mijn vader duidelijk zichtbaar.  Zijn dochters royaal vertegenwoordigd; de margrieten deinen pal naast de irissen, de viooltjes staan met een reden apart in een pot. Eenmaal binnen roep ik onderaan de trap  ‘Ik ben thuis!’.  Stilte. Gewoontegetrouw loop ik meteen door naar de keuken. In het midden blijf ik staan. Ik zie de brandplek op het aanrecht. Vader zette daar ook zomaar die hete koekenpan neer. Moeder verweet hem ‘verwoesting van haar hele keuken’ en wij kinderen vluchtten giechelend naar boven, nog snel een pannenkoek meegrissend. Als ik de gang inloop til ik automatisch mijn linkerbeen iets op om niet te struikelen over de omgekrulde hoek van de loper. Vaders geruite pet hangt aan de kapstok. Moeder noemde het schamper een ‘oudemannenpet’. Naast het gewraakte hoofddeksel hangt haar opzichtige zuurstokroze paraplu, als tegenactie. In de woonkamer tikt de lelijke klok van plastic de tijd onveranderlijk weg. Eens een cadeau van vaders baas en niemand die ooit de moed had er iets negatiefs van te zeggen. Verder niets dan stilte. Naast de bank staat de rieten mand met een half af borduurwerk. Op de kleine bijzettafel ligt een recept van ‘feestbrood’ geschreven in moeders lichthellend handschrift. Liefdevol strijk ik met mijn hand langs de rugleuning van vaders stoel. Minutenlang sta ik voor de omvangrijke boekenkast. Romans en thrillers maar ook naslagwerken en voorleesboeken De middelste plank staat propvol met foto’s. Een leven gevangen in lijstjes. Baby’s, bruiloften, brave schoolkinderen, stralende vakantiekiekjes. Een bonte verzameling familiegeluk. Met iets van schaamte veeg ik snel een traan weg. Opnieuw ga ik naar de keuken. In mijn moeders lievelingsmok maak ik thee. Beiden handen om de mok geklemd. Op de eettafel ligt een agenda open bij vorige week. Maandag: stomerij. Woensdag: Josine jarig. Zaterdag: Rome met vier uitroeptekens. Ik blader verder. Volgende week donderdag: weer thuis. Gelukkig maar. Een ouderlijk huis zonder ouders voelt niet als thuis.

Het tuinhekje piept als ik het sluit.

 

 

 

 

Haiku

    haai (Custom) koe

Het leuke van meedoen aan schrijfwedstrijden is het ontmoeten van andere schrijfvormen. Uitgeverij Manalone heeft een oproep gedaan naar Haiku’s. Ik wist niet eens wat het was. Bij navraag blijkt het te gaan om een Japanse dichtvorm waar gedichten uit maar drie regels, in totaal 13 lettergrepen, bestaan. Hierbij moet de eerste regel vijf lettergrepen bevatten, de tweede regel zeven lettergrepen en de derde regel weer vijf lettergrepen. Vroeger was het thema van dit soort gedichten gerelateerd aan de natuur maar tegenwoordig mag het thema van alles zijn. Ik ging er eens voor zitten.

Tja, waar moet het over gaan? Zomaar wat kletsen, moet het wel ergens over gaan of is iets totaal nietszeggend ook veelzeggend?

Mensen praten veel

maar zeggen soms zo weinig

minder praats zegt meer.

 

Of moet het toch iets meer verhalend zijn? Iets over mensen? Iets romantisch of zo?

Hij pakte haar hand

en nam haar mee naar buiten

samen hand in hand.

 

Of iets met meer drama er in? Met een grootser thema, de cirkel van het leven?

Haar oude handen

streelden het nieuwe leven

de baby lachte.

 

Of toch maar terug naar de natuur? Op je rug in het gras de wolken volgend?

Wolkenflarden hoog

hoog in de lucht geworpen

hoog en weer omlaag.

 

Ik kom er helemaal in zeg! Nu nog eentje over natuur en met een woordspeling.

Zachte sneeuwvlokken

vallen op de warme weg

sneeuwvlokken op weg.

 

Voor de zekerheid heb ik ze alle vijf maar ingestuurd. En ik kreeg een vriendelijk bedankje retour gepaard met de opmerking dat het totaal nu op 1.044 haiku’s stond. Of ik even wilde wachten tot alles gelezen was. Dat doen we dan maar. Wachten tot alle 13.582 lettergrepen zijn gelezen.

Te gek voor woorden

(Dit verhaal heb ik ingestuurd voor de schrijfwedstrijd van NPO georganiseerd in het kader van de Boekenweek met als thema ‘Te gek voor woorden’ over de warrige waanzin die soms om ons heen heerst. De beste vijf maakten kans op verfilming en uitzending op NPO 2, hetgeen deelname voor mij extra aantrekkelijk maakte. Uiteindelijk zat ik nog niet bij de 25 besten…maar de ervaring was weer prima!)

blauwe laarzen

Te gek voor woorden

 ‘Welterusten’ de nachtverpleger trekt het gordijn dat mij van de andere patiënten scheidt resoluut dicht. Met gesloten ogen wacht ik op de pijnloze vergetelheid. Ik wil slapen. Eindeloos slapen. De angstige storm in mijn hoofd bemoeilijkt  echter het wachten. Vanuit mijn ooghoek had ik net nog gezien dat mijn buurvrouw met één been in een  indrukwekkende  stellage hing. Heeft ze nou bezoek?

‘ Zullen we nog eens ?’ hoor ik hem te hard fluisteren.

‘Vero heeft je gezien’ fluistert zij terug.

‘Vero?

‘Veronique! Je weet wel. Ze heeft je bij Martine de trap af zien komen. Zij is ook degene die Martine gevonden heeft’

’Wat heeft ze jou precies verteld.’

‘Ze herkende je aan je laarzen, die blauwe cowboylaarzen, die heeft toch niemand.’

‘En wat heb jij gezegd?’

‘Niks natuurlijk.’

De toon waarop het gesprek gevoerd wordt klinkt steeds grimmiger. Ik ben klaarwakker. Mijn hand tast naar de alarmknop. Ik kijk strak naar het gordijn alsof ik er doorheen kan zien.

‘Hoe weet ik zeker dat je niks verteld hebt.’

‘Vertrouw je me niet? Misschien moet je mij dan ook maar…wat doe je. Ga weg! Nee niet doen! Nee!’

Uit alle macht druk ik op het alarm en tegelijkertijd duw ik de loden dekens van mij af. Ik moet dat arme vrouwtje redden. Op de één of andere manier krijg ik mijzelf niet overeind. Na wat lijkt eeuwen verschijnt daar de verpleger. ‘Hiernaast!’, hijg ik, wijzend op het gordijn, ‘Hij wil haar iets aandoen! Vlug! Red haar!’ Hij kijkt voorzichtig om het hoekje van het gordijn en schuift het tergend langzaam open. Ik zie alleen maar een leeg bed.

‘Welterusten’ zegt de nachtverpleger weer. Hij drapeert de deken om mij heen, klopt nog eens geruststellend op mijn arm en verdwijnt. Ik schud mijn hoofd, probeer daarmee alle verwarring te laten verdwijnen. Het lukt niet. Er zit iets in mijn hoofd en ik kan er niet bij. Ik heb iets gezien maar weet niet wat. Hoe diep ik ook in mijn geheugen probeer te graven. Ik geef het op. Meteen is alles zwart. Diep zwart.

Ik schrik op uit een doezelmomentje. De tv staat nog aan. Dit gebeurt me vaker sinds ik twee dagen geleden uit het ziekenhuis ontslagen ben. De monotone stem van de nieuwslezer klinkt ‘Met behulp van getuigen is een compositietekening gemaakt van de dader. Heeft  u iemand gezien die hieraan voldoet neem dan contact op met…’ Op dat moment gaat de bel. Als ik opendoe zie ik een blonde man, een bekend gezicht, maar waarvan ook alweer. ‘Goedemiddag mevrouw, U heeft iets laten liggen in het ziekenhuis, mag ik even binnenkomen dan kan ik het u overhandigen.’ Verbouwereerd laat ik de man binnen. Hij neemt plaats naast de tv. ‘Wat ben ik vergeten dan?’. Op de tv is nog steeds de tekening te zien. Blond haar,  bruin jack en blauwe laarzen. Dan maken mijn hersenen eindelijk verbinding. Voor mij zie ik blauwe laarzen. Hij zegt onbewogen ‘Niet jij, maar ìk ben iets vergeten’.