Maandelijks archief: december 2014

Zonnig prijsje

sunshine award

Soms gebeurt het zo maar! Dan vallen allerlei dingen opeens samen. Uitgerekend midden in de winter, als het donker en koud is, ontvang ik een warm bericht: ik ben genomineerd voor de Sunshine Award! En ook nog eens in dezelfde week dat ik precies een jaar lang actief ben op WordPress. In 2013 heb ik een splintertje van een echte Emmy gewonnen door deelname aan het Entertainment Experience project met Paul Verhoeven maar deze award is ook niet mis. Mede omdat de nominatie afkomstig is van een gewaardeerde medeblogger Ernst, wiens verhalen mij aanspreken omdat ze zo heerlijk over ‘van alles en nog niks’ gaan.

Aan de award zitten wat voorwaarden (niets voor niets…):

  1. Post het logo (zie bovenstaand!)
  2. Link naar de blogger die jou heeft genomineerd (bedankt Ernst!)
  3. Deel zeven willekeurige weetjes over jezelf. (nou voor uit dan maar…)
  4. Nomineer 15 andere bloggers en link ze in je blogbericht. (zoveel ken ik er niet eens…)
  5. Laat de genomineerde bloggers weten dat je ze genomineerd hebt (doe ik)

 

De zeven kleine weetjes (lijkt wel een sprookje…):

  1. Ik hou van het ongewone van het gewone en wil lezers er graag gratis op wijzen; de mooie kanten van het leven liggen voor het grijpen…als je ze maar ziet.
  2. Dagelijks vul ik momenteel ook een blog op www.365dagenproject.nl , ben nu op dag 270 dus het eind is in zicht. Soms is het zuchten en steunen maar al met al onderga ik het als een hele mooie schrijf- en dicipline-ervaring.
  3. Theater, ik kom er heel graag. Als bezoeker vooral, maar zelf regisseren vind ik ook heerlijk om te doen; prikkelt de creativiteit, is soms lastig maar daardoor uitdagend, heeft ook verdacht veel te maken met controledrang.
  4. Ik heb een haat-liefde-verhouding met mijn keuken. Hou van lekker eten en wil graag zelf van alles maken maar het lukt veel minder vaak dan ik zou willen. Tot nu toe heb ik met de blikopener de innigste relatie.
  5. Verzamelen loopt al snel uit de hand wat betreft ruimte, daarom verzamel ik prietpraatjes. Waardevolle uitspraken van kinderen die ons vaak ongegeneerd fijntjes wijzen op onlogische zaken in het leven. Ik spaar nog even door tot de dikte van een uit te geven boek…
  6. Groot fan ben ik van Jan Taminiau, Mart Visser en vooral Addy van den Krommeacker; zou dolgraag eens een gewaad van hen willen dragen mits…ik daar een maatje 38 bij krijg.
  7. Hierbij deel ik mijn geheime ‘zo-zit-ik-niet-voor-schut-als-ik-alweer-appeltaart-bestel-op-een-terrasje-tip’: leg demonstratief een opschrijfboekje neer en doe alsof je een vergelijkend warenonderzoek aan het verrichten bent.

Tenslotte mijn genomineerden:

Ernst (http://on3zin.wordpress.com )

Elsje (http://felizabet.wordpress.com )

Jacqueline (http://hetverhaalachter.nl )

Margreet (http://marbakfotografie.wordpress.com )

Henk (http://hetparkjeachterdeesso.123henk.nl )

Ilse (http://ilsephilips.wordpress.com )

Anne Mieke (http://mieksschrijversblog.wordpress.com )

Luister es

grote oren

Luister es

Opvallend is de goede samenwerking tussen ons brein en onze zintuigen! Je ogen zien meteen dat iets groen is, je oren herkennen een harp, je neus ruikt oliebollen,  je handen voelen of iets zacht of hard is en je tong proeft iets zouts. Bijna net zo snel geeft je brein er een mening bij. Wat een smerige kleur groen! Nog wat harplessen zou geen kwaad kunnen! Wat een vatte hap die oliebollen! Wat een stugge stof is dit! Hier mag nog wel wat zout bij zeg!

Soms kan een eigen mening ons in de problemen brengen of op zijn minst danig voor schut zetten. Weet jij wel hoelang diegene naar die speciale kleur groen gezocht heeft en dat het nu eindelijk bij de gordijnen past? Realiseer je dat de harpspeler nog maar zes jaar is. Bedenk dat je ook gewoon van oliebollen kunt genieten. Dat er voor een broek een andere stof gebruikt wordt dan voor een knuffel. En besef dat zoutarm eten wellicht iets te maken heeft met bloeddrukhoogten. Die eigen mening zouden we soms beter even kunnen opschorten door eerst met zekere aandacht te luisteren…

DSCN2448

Kijk nu eens hier naar. Je denkt nu meteen ‘O o, ze heeft weer geprobeerd te bakken…!’ Ik zou hier kunnen beamen dat ik het kordate maar wellicht wat overmoedige plan had opgevat soesjes te bakken. Deze zouden dan boven op een taart prijken als zijnde kerstballetjes. Creatief toch? Dat die soesjes  in de oven besluiten lekker dicht tegen elkaar aan te gaan liggen en zo één grote platte soes te worden kan ik natuurlijk ook niet helpen…

Daarom, luister eerst naar me. Dit baksel is precies zoals ik het bedoeld heb!  De ronde, vierkante en/of gestapelde taarten zijn mij iets te gewoontjes. Met een winterse kersttaart moet je uitpakken! Groots en meeslepend denken! Pronken en pochen! Snoeven en schitteren! Over de top en terug! Daarom heb ik dit skilandschap gemaakt. Zorgvuldig uitgedacht. Ik spuit het helemaal sneeuwwit en maak er met fondant/marsepein allerlei wintersportertjes op die slalommen tussen kersboompjes, glühweinstalletjes, engelenkoortjes, worstenbroodkraampjes, peperkoekdanseresjes, sneeuwpopjes en zuurstoklantaarnpaaltjes. Om niet te opschepperig over te komen laat ik de skilift en de schaatsvijver dit jaar achterwege.

Als het goed is heb je je eerste mening over de foto vliegensvlug bijgesteld en dat komt doordat je eerst heel fijn naar me geluisterd hebt. Kleine moeite toch? Daarom wens ik iedereen:

Fijne Kerstdagen met grote oren!!!

Wetgeving der Feestdagen

doolhofwetboek

Als je alle zogenaamd handige tips om feestdagenstress te voorkomen op een stapel zou leggen zou het een fors naslagwerk vormen. Een feestdagenencyclopedie. Een boek waar alle dingen die je doen en laten moet om tot fantastische feestdagen te kunnen komen in opgetekend staan. Een bundel die je fijntjes op stresspunten wijst waarvan je het bestaan niet eens afwist. Een wetgeving die je succesvolle feestjes garandeert. Met een spreuk op de binnenflap ‘Volgt het en gij zult gelukkig zijn!’.

Natuurlijk is het een goede tip om nieuwe kerstschoenen alvast in te lopen. Om je hele outfit al een keer op proef te dragen lijkt mij wat te ver gaan. Alhoewel het natuurlijk wel reuze gezellig toont in de rij bij Albert Heijn; smokings en glanzende jurken (behandeld in hoofdstuk 2 ‘Wat te dragen’) achter een winkelwagentje. In het wagentje aanbevolen etenswaar (behandeld in hoofdstuk 1 ‘Wat te eten’) die je volgens instructiefilmpjes wel even van te voren moet uitproberen. Dus moet je twee keer boodschappen doen? Twee keer snufjes en mespuntjes inslaan. Neem dan meteen de versiering mee (behandeld in hoofdstuk 10 ‘Hoe te decoreren’) volgens de laatste trends.

Het omvangrijkste hoofdstuk gaat over ‘Hoe een beauty te zijn’. Dus moet je tussen alle andere hoofdstukken door nog tijd vinden om je haar beeldig te laten zitten, je nagels perfect te hebben gelakt en een feestelijk make-upje op te hebben. Vooral van het laatste wordt geadviseerd dit ook eerst eens uit te proberen. Voor mij persoonlijk leek me dat een zinvol advies, om het standaard ritueel eens te doorbreken. Op een gewone woensdagmorgen begin december ga ik aan de slag. Volgens een handig beatytruclijstje begin ik met de wenkbrauwen.

wenkbrauw2

Op school heb ik ooit geleerd dat je die hebt om zweet mee tegen te houden maar nu leer ik dat ze een belangrijk onderdeel van je gezicht, zelfs van je hele uitstraling vormen. Hartstikke belangrijk. Je kunt ze fronsen, ophalen, epileren en inkleuren. Volgens het lijstje kam ik ze eerst naar beneden (?), dan teken ik iets wat op een wenkbrauw lijkt (??) en tenslotte borstel ik ze weer omhoog maar niet nadat ik het borsteltje heb ingespoten met haarlak (???). Als ik het resultaat in de spiegel bewonder overweeg ernstig om een band à la Kiss op te richten…

Het ergste hoofdstuk dat ik tegenkwam is wel ‘Hoe te dealen met familie’. En er werd serieus de tip gegeven aan alle familieleden via de mail de vraag te stellen waarover ze NIET willen praten tijdens het diner… Als deze vraag aan de orde is ben je toch heel ver voorbij de feestdagengedachte. Ik zou daarom het hele boek willen terugvoeren tot een kleurrijk foldertje met daarop:

‘Doe gewoon gezellig zoals je bent’.

 

Neus

 

geuren

‘Smaakt het?’, vraag ik voorzichtig. Met volle mond knikt mijn tafelgenoot bevestigend. ‘Het zijn maar aardappeltjes uit de oven…’, zie ik hem denken. Maar het gaat mij vooral om de geur. In diezelfde oven heb ik vorige week namelijk nog taaitaai gebakken. Het zijn naar mijn idee ietwat vreemde aardappeltjes geworden. Mijn reukorgaan is goed ontwikkeld, niet dat ik een joekel van een neus heb maar ik ruik wel snel van alles.

Zo heb ik een schoonzoon. Ik heb er meerdere maar deze ruikt erg lekker. Niet dat de andere stinkt maar deze gebruikt een heerlijk geurtje. Als hij het op heeft ruik ik hem al van verre en moet dan dichtbij altijd even aan hem snuffelen. Dat mag ook nog es van hem. En wat denk je; laatst zat er in de trein een meneer voor me die hetzelfde luchtje gebruikte. Zo onopvallend mogelijk helde ik iets naar voren om beter te kunnen ruiken. Juist op het moment dat ik bijna klem zat tussen de rugleuning en ik met diepe teugen het fijne aroma inhaleerde, plofte er een dame naast me die haar jas net die dag uit de mottenballen tevoorschijn gehaald had. Bam, ik zat onmiddellijk rechtop! Mottenballen! Wat een lucht!

Terstond was het idee geboren om de voorzitter van NS eens aan te schrijven over de uitbreiding van soorten coupés. Er bestaat al een stiltecoupé (en ooit een rokerscoupé) maar ik zie veel meer mogelijkheden. Wat te denken van geurcoupés!  Die kunnen dan onderverdeeld zijn in eetcoupés voor de broodjes shaorma, de stokjes brie en de boterhammen met pindakaas. De snackcoupés voor de rijstwafels en de bolognesechips. De kledingcoupés voor mottenballen, natte honden en te laat verschoonde sokken.

Het zou mijn neus ten goede komen en ik zou hem er zeker niet voor ophalen. Blij ben ik met de komende weken vol dennengeur!

Twijmelarij

sint

Vanavond gaat het gebeuren! Dan horen wij in geuren en kleuren wie er kan rijmen en wie niet. Wie Sinterklaas is en wie rijmpiet. Voor velen de schrik van het hele feest.

Er valt ook nogal wat te kiezen. Ga je voor beginrijm ‘barstende – bommen’, ga je voor halfrijm ‘rode – boten’ of voor het meest gebruikte volrijm ‘denken – schenken’. Hanteer je bij volrijm dan eenlettergrepige woorden ‘maat – laat’ of tweelettergrepige woorden ‘zaaien – kraaien’ of wil je meer indruk maken en gebruik je drielettergrepige woorden ‘bestellen – vertellen’.

Rijmen gaat vooral om klank maar bij oogrijm duidelijk niet ‘ik deel u graag mede, ik verhuis naar Enschede’. Of het zogenoemde gelijkrijm ‘Gebruik het grote licht, dan zie je waar het ligt!’. En een leuke vind ik altijd de pauzerijm ‘Verhip…is dat een kip?’. Heus, we weten wel hoe het moet maar eerlijk is eerlijk, meestal komen we niet verder dan kreupelrijm ‘Ja ja, dat zie je zo, jullie lijken wel een circusduo!’. Oei, dat doet mijn taaltenen krommen.

Helemaal nieuw is het twijmpje!

Wat is nou toch een twijmpje?

Het is een 140 tekens lange tweet,

vier regels dichten als een echte Piet

en je hebt een mooi twitterrijmpje.

Het schijnt vooral voor te komen onder treinreizigers. Dit gebeurt veelal in groepen en binnen zo’n groep wordt er een thema afgesproken waar het twijmpje over moet gaan. Hier lijkt mij het twitteren een zinvolle tijdbesteding en tevens een prima manier om vertragingen door te komen. De NS zou dit moeten oppikken: leden werven, thema’s aanreiken, wedstrijden organiseren met vrijkaartjes als inzet, koffie serveren om het hoofd helder te houden, in elke coupé tweede schermen ophangen zodat een ieder mee kan twijmen. Wat te denken van speciale twijmelarijreizen!

Mijn eigen twijmpje zou er ongeveer zo uitzien:

Ik voel mij vaak een lettervrouwtje,

zoek letters om woorden mee te haken,

rijg ze tot verhalen aan een touwtje

of ga er een twijmpje mee maken.

Ik wens iedereen een hele fijne Sinterklaasavond met mooie cadeaus die aardig verpakt zijn, voorzien van een dichtwerkje waar de aandacht van af spat. Want daar draait het toch allemaal om! Aandacht! Tenslotte wil ik je nog graag een meesterwerkje van dichtkunst meegeven van iemand die niet meer onder ons is maar een lichtend voorbeeld voor velen is, wiens teksten voor menigeen een diepgaande bron van inspiratie zijn, die vriend en vijand regelmatig verstomd deed staan, wiens gaven in het volgende geslacht nog duidelijk zichtbaar zijn…:

                                                                         ‘Ik sag je achter het station

                                                                                Ik wou dat ik je kon.’

                                                                                             A.Hazes