Maandelijks archief: september 2014

Milieuramp

(Dit verhaal heb ik ingezonden voor een schrijfwedstrijd georganiseerd door uitgeverij Ecmyk. Het bijzondere aan deze wedstrijd was dat de cover van het boek al bekend was, deelnemers moesten een verhaal schrijven dat hierbij past. Mijn verhaal werd goed genoeg bevonden en is geplaatst in het boek!)

schrijfwedstrijd ecmyk (Mobile)

 

‘Wanneer doen wij het nou eens?’ De vragensteller is 124 centimeter hoog, draagt een afgeknipte spijkerbroek en een smerig (alweer?!) supermanshirt. Om het verzoek kracht bij te zetten schuift hij zijn zusje naar voren ‘Zij wil het ook heel graag!’. Zijn grote broer staat op veilige afstand te luisteren. Die zet zijn gezicht op ‘Het interesseert me niets’ passend bij zijn leeftijd, maar blijft toch quasi nonchalant in de buurt hangen. Ik verbijt een glimlach en stuur hen alle drie door naar de andere ouder. Ze rennen. ‘Pap, wanneer…?’ Het gewenste antwoord blijft uit want vaderlief bromt ‘we hebben niet eens zo’n ding.’

Twee weken later. Gegiechel in de gang. Superman vraagt om een hoekje van de keukendeur ‘Mam, heb je nog plakband?’ Ik geef het hem, nog wat zuinigheid afdwingend, en meteen stormen drie paar kindervoeten de trap op. De oudste heeft duidelijk de leiding ‘Nee, ik knip, daar zijn jullie nog te klein voor’. Mijn nieuwsgierigheid bedwingend en allang blij dat ze even geen ruzie maken, begin ik aan het avondeten. Ook tijdens het eten wordt ik niet veel wijzer van het gegniffel en de geheime oogcontacten. Als vader mij over de sperziebonen vragend aankijkt haal ik stilzwijgend de schouders op. Na het eten verdwijnen ze, nog net niet hand in hand, weer naar boven. Er klinkt een schaterlach, een hard maar onverstaanbaar gefluister, een dreun, een ‘Pas nou op!’ en net als ik me niet meer wil beheersen roffelen ze de trap af. Met rode konen, schitterende ogen en de handen op de rug kijken ze samenzweerderig naar elkaar en hoopvol naar ons. ‘We hebben wat’ begint de oudste. ‘Zelf gekocht!’ voegt superman toe. Zusje maakt het af ‘en het is voor ons allemaal’. Er wordt een pakje tevoorschijn getoverd, ingepakt in…hé had ik dat tijdschrift al gelezen?…voorzien van een ruime hoeveelheid plakband. Het opgeplakte kaartje is duidelijk door superman geschreven ‘Vor ons alemaal’. Toch wordt het geheimzinnige pakketje overhandigd aan de vader. Voor de lol schudt hij het wat heen en weer maar staakt hier subiet mee als hij het vervaarlijk hoort rammelen. ‘Pak het nou ui-huit!’smeekt de oudste. Superman houdt het niet meer en verklapt schreeuwend ‘Het is een barbecue!!!’. Vader is duidelijk van de wijs want hij komt niet verder dan ‘Zo zo’.

Twee weken later. ‘Wanneer doen we het nou eens?!’, ‘ We hebben nu toch zo’n ding?!’, ‘Ja, voor ons allemaal!’. Een hulpzoekende blik naar mij. Ik knik, toe maar, je kunt het. ‘Even een schroevendraaier halen.’ De barbecue moet namelijk eerst nog in elkaar gezet worden. Na openen van de doos rollen er zevenentwintig onderdelen over de tuintafel. Vader kijkt, schat, past, past nog eens, schroeft en zucht ‘Een kruiskopschroevendraaier nodig’ Als er achtenveertig minuten en zeven lelijke woorden verstreken zijn lijkt het een klein beetje op een barbecue en zijn er nog maar vier onderdeeltjes over… ‘Pap?’, ‘Wat is er meisje?’, ‘Wat is dit?’, ‘Grmpf…de gebruiksaanwijzing!’ Het bouwsel wordt onmiddellijk gedemonteerd en binnen vijf minuten zit deel a aan deel b, past hendel f precies in gat z. ‘We kunnen!’ roept hij dan nog trots ook.

De barbecue wordt zorgvuldig op het gras gezet en gevuld met kooltjes en een aanmaakblokje. Voor de zekerheid twee aanmaakblokjes. Pap wacht, blaast, wappert en is al snel warmer dan het apparaat. De kinderen maken een vreugdedans en zingen ‘Ik wil een varken en een koe, op onze nieuwe barbecue!’. Omdat een en ander toch te langzaam naar vaders zin gaat liggen binnen de kortste keren alle dertien aanmaakblokjes tussen de kolen. Met als gevolg dat we nog geen kwartier later gezamenlijk zitten te hoesten als oude mannetjes behept met bronchitus. Zusje roept angstig ‘Mam waar ben je?’. Over de schutting verschijnt een wapperende handdoek ‘Zo buurman, volg je een cursus rookseinen?’. De kolen staan intussen in lichterlaaie. ‘Brand!!!’ roept superman verrukt. ‘Dit hoort zo hoor’ klinkt de verdediging. ‘Ik heb honger’ dreint de oudste. Ik doe een aanbod ‘Zal ik vast wat binnen wat wokken? Alleen voor de eerste trek natuurlijk.’ Tegen de tijd dat de kooltjes verast zijn steekt er een klein briesje op, genoeg om de kipsateetjes te voorzien van een laagje grijze spikkels. Dan geeft hij zich eindelijk over. ‘Kun je nog iets wokken? Binnen.’

Twee weken later. ‘Erg hè mam’ Ik kijk naar de nog steeds geblakerde rechthoek in het gras. Tja toch gauw zo’n halve vierkante meter natuurschoon nodeloos verwoest. De deurbel. ‘Goedemiddag mevrouwtje’, twee priemende ogen onder een politiepet richten zich op mij. ‘Wilt u hier eens naar kijken:

cover

Deze foto is twee weken geleden gemaakt en we zijn op zoek naar wie dit op zijn of haar geweten heeft. Weet u hier iets van?!’.

Mooi

 

sjors 2

Als je aan tien verschillende personen vraagt ‘wat vind jij mooi?’ zul je tien verschillende antwoorden krijgen. Kinderen. Zonsondergang. Klassieke muziek. Een Porsche. Een schilderij. Een spreuk. Schoenen. Aandacht. De natuur. Vrede. De beleving van iets mooi vinden is een hele persoonlijke. Misschien houd jij wel niet van kinderen, heb je liever een zonsopkomst, houd je van moderne muziek en vind je een Porsche lelijk. Misschien heb je niets met een schilderij, krijg je kriebels van spreuken en geef je geen zier om schoenen. Het kan zijn dat je aandacht verwart met bemoeizucht en de natuur alleen belichaamd ziet in enge spinnen. Vrede, ja dat vindt vast iedereen mooi!

Mooi wordt vaak gekoppeld aan uiterlijkheden. Zo las ik laatst ergens dat Manuel Broekman als ‘mooiboy’ gekwalificeerd is. Ik heb hem eens van dichtbij bekeken op internet en hem aangezien bij Expeditie Robinson. Van de week kwam ik hem zelfs tegen bij de Etos, levensgoot, met slechts een strategisch handdoekje om. Van bordkarton gelukkig. Misschien een gevalletje generatiekloof maar ik zie het niet, echt niet.  Mijn voorkeur gaat meer uit naar goeie ouwe Sjors die naar mijn idee mooi is en blijft. Zelfs als hij een gek gezicht trekt vind ik hem nog charmant…

Wat ik ook mooi vind is de laatste reclame van Menzis met daarin een duidelijke uiteenzetting : onze gemeenschappelijke deler is ‘het mens zijn’ maar daarnaast mogen we ook allemaal onze ‘eigen identiteit’ hebben. Dat is mooi toch! En als je de tekst goed leest merk je dat uiterlijkheden ondergeschikt zijn. Bij voorkeur gebruik ik geen teksten van anderen maar dit vraagt om een uitzondering.

 

Mens kijk eens naar jezelf!

En bewonder hoe bijzonder je eigenlijk bent.

Met je liefde, je geluk en je opsmuk.

Je alles-of-niets, je al-tijd iets.

Mens wat ben je mooi als je liefhebt.

Samensmelt,

Het verschil dat jullie maken bij elkaar optelt.

Mens wat ben je mooi als je de essentie raakt.

Als je een nieuw mensje maakt.

Als je meer dan jezelf geeft.

Opeens in de toekomst van die ander leeft.

Mens wat ben je mooi als je het stokje doorgeeft.

Dus kijk naar je zelf en besef:

Je bent als geen ander.

Uniek.

En toch als iedereen.

Een mens.

Mens wat ben je mooi!

Mensen maak er iets moois van!

Pietverdorie!

 

schoen zetten

Zo ongeveer klonk de verontwaardiging van het merendeel van de Nederlandse AD-lezers gisteren. Dit naar aanleiding van het artikel waarin oeroude sinterklaasliedjes van gemoderniseerde aangepaste teksten waren voorzien. Woorden als ‘zwart’ en ‘knecht’ werden totaal geweerd, tevens werd de oubolligheid weggewerkt. Ik snap niet dat het niet meteen verder doorgevoerd wordt. Schaf gelijk alle Oud-Hollandse literatuur dan ook maar af. Wat te denken van het belegen gedicht van Hieronymus van Alphen:

 

Jantje zag eens pruimen hangen,

o!als eieren zo groot.

’t Scheen dat Jantje wou gaan plukken,

schoon zijn vader ’t hem verbood.

 

Verander dat zo snel mogelijk in:

 

Jamie zag eens pruimen hangen

wist niet het was.

Hij nam ze zonder vragen

en verkocht ze in de klas.

 

Verlanglijstjes schrijven? Zo ouderwets! Gewoon een QR-code sturen. De volgende dag krijg je een whatsap: ‘kijk es wat je in je patta heb!’. Vervolgens krijgt de uk een aantal inlogcodes om iets bij Bol.com te kunnen aanschaffen. Tenminste àls het woord ‘Bol’ nog gebruikt mag worden van de vereniging van Obesitas…

 

En hoe zit het met Sinterklaas zelf? Een overjarige man van Turkse afkomst, die weigert naar de kapper te gaan, jurken draagt, waarschijnlijk smetvrees heeft gezien de handschoentjes, en jaarlijks tussen eind augustus en begin december voor grootscheeps omkoopgedrag zorgt. Ook maar afschaffen dan?

 

Mensen hou toch es op. Het is een KINDERfeest en de enigen die zich nergens druk om maken zijn de KINDEREN!

 

En de enige Pieten die in ieder geval altijd zullen blijven zijn de…Zeurpieten!

 

Vrij(e)dag

 

vrijdag

Vorig jaar heb ik een keer meegedaan met een schrijfwedstrijd van Schrijfboek, dit is een detailhandel voor consumenten, waar je de meest waanzinnige notitieboekjes kunt kopen. Er zijn series met o.a. uiltjes, oude volkswagenbusjes, met oude typmachines (!), met landkaarten, hele abstracte vormen en natuurlijk met bloemen. Er zijn series in allerlei kleuren, allerlei materialen en allerlei afmetingen. Het mooist zijn wel de handgemaakte boekjes. Een lust voor het oog! Ik word er in ieder geval altijd heel hebberig van. Deze week is uitgeroepen tot de Week van het Schrijven en Schrijfboek heeft elke dag een mini schrijfwedstrijd georganiseerd en ik laat graag twee voorbeelden zien.

-Schrijf een verhaal, niet meer dan 200 woorden, met de beginzin ‘In het midden…’- Ik kwam tot het volgende.

In het midden van de grote zaal zie ik je. Meteen. Tussen alle drukte haal ik je er zo uit. Ik zie hoe klein je bent maar ook hoe oud je ogen kijken. Ik zie je prachtige lange haren in een kunstige vlecht gevangen, speciaal voor vandaag denk ik. Je jurk die wat krap zit en van een kleur is die je niet goed staat. Ik zie je kleine handen nerveus open en dicht knijpen. Open en dicht. Je kunt niet stil blijven staan. Je wiebelt van je ene been op je andere. Je trekt nogmaals je jurk recht en kijkt dan op. Recht in mijn gezicht. En nu zie ik je ogen echt. Groot, donkerbruin, licht vochtig, onderzoekend, aftastend, vragend en toch ook wetend. Heel langzaam loop ik naar je toe. Ik zie helemaal geen andere mensen meer. Ik moet naar jou. Mijn ademhaling versnelt. De moeheid en het lange wachten zijn vergeten. Ik heb je gevonden. Je blijft me aankijken als ik voorzichtig je hand pak. Ik omhels je zachtjes en sluit je voor altijd in mijn hart. Midden in mijn hart.

De opdracht van vandaag is: – schrijf een elfje met als onderwerp ‘vrijdag’-  Een elfje is een gedicht van 11 woorden verdeeld over 5 regels op volgende wijze 1-2-3-4-1. Valt nog niet mee, is net een puzzel.

Vrijdag

is vandaag

de laatste werkdag

is dus geen dag

vrij

Met geen van beide heb ik gewonnen (zelfs geen piepklein notitieboekje..) maar het blijft natuurlijk gewoon een leuke uitdaging om mee te doen. En daarbij interessant wat anderen er van maken.

Een goede besteding van een vrij(e)dag!

 

 

 

Kenia

 

ziekenhuis

Wat moet je doen als je een controle afspraak hebt in het ziekenhuis? In ieder geval op tijd komen. Nu ben ik gewend mijn stalen ros te pakken en binnen 7 minuten het bewuste pand te betreden. Maar nu regent het wel erg stevig en het ziet er naar uit dat het voorlopig niet stopt. Ook buienradar brengt geen droogte. Dan maar met de bus. Ik zoek op internet hoe dat ook alweer moet en hoe laat de bus vertrekt. Oké, over vijf minuten! Zo snel ik kan pak ik wat ik nodig heb en haast mij naar de bushalte waar ik de bus  zie vertrekken.

De volgende bus haal ik ruimschoots na tien minuten wachten. Eenmaal binnen dient zich het volgende probleem aan; mijn ov-chipkaart wordt zo weinig gebruikt dat die ook even moet nadenken over hoe het ook alweer werkt. Terwijl ik daar sta te stuntelen trekt het voertuig natuurlijk snel op en beland ik bijna bij de chauffeur op schoot. Als een beschonkene zoek ik een plekje bij de uitgang, dan ben ik daar alvast. Op het weigeren van mijn stopknop na, hetgeen een achterbuurvrouw in de gaten heeft en mij helpt door op haar knop te rammen, verloopt de reis prima.

In de wachtkamer van de longarts zijn nog acht wachtenden voor me. De assistente/telefoniste schiet in de lach en roept door de telefoon ‘Normaal zit ik op gynaecologie, ik val vandaag even in hier, ik moet wel even kijken waar alles zit hoor!’ Ik hoop dat ze dit niet letterlijk neemt… Ik bekijk een oud omaatje met een te sterk permanentje, een rollator en hele gezonde schoenen, die zit te swipen op een halve tablet. Terwijl ik nog ambachtelijk met een pennetje en een notitieboekje in de weer ben. Later merk ik dat het een e-reader is. Terwijl ik het moet doen met ontmoedigende tijdschriften als ‘Botenmagazine’ en ‘Gezond.nl’. Met in de laatste een pakkend artikel over ‘worteltjes of pilletjes’. Ik ben aan de beurt.

De dokter is zeer tevreden met mij en ik met hem. Ter controle wil hij toch nog een keer mijn bloed van dichtbij bekijken. Dus ga ik braaf met mijn pennetje, mijn notitieboekje, mijn paraplu, mijn verwijzing en een volgnummertje naar de volgende wachtkamer. Een boom van een man komt alleen ‘iets’ inleveren en houdt tevergeefs zijn grote hand rond het met geel gevulde potje. Een jongedame ziet bleekjes. Als uit kamer 1 hartverscheurende kreten komen valt de jongedame bijna flauw. Aan de tegenoverliggende wand hangt een grote foto waar alle achtentwintig prikzusters en -broeders breeduit lachend opstaan. Vandaag hebben er vier dienst, waarvan twee aan de koffie zijn… Ik ben aan de beurt.

Tja, je kunt mopperen wat je wilt op de gezondheidszorg in Nederland maar toch ben ik blij dat ik niet Kenia woon.