Maandelijks archief: maart 2013

Zo’n dag

Ik ga naar het Stadshart en volg het fietspad, dat als een roze lint door Zoetermeer slingert. Lekker in het zonnetje, langs de sloot. ‘Pets, pets!’, een waterhoentje stampt zijn nestje stevig aan. Ik zie geen een eendje meer in zijn eentje. Twee aan twee zwemmen ze wat rond of zitten dommelend op de kant. Gevleugelde voorbodes. Een goed begin.

In het Stadshart ben ik van plan mijzelf eens te trakteren op een nieuwe paasoutfit als beloning voor het bewust nagestreefde gewichtsverlies. Vele winkels met verdraaid kleine paskamers later bedenk ik ‘hoe kan dat nou?’. Ik wurm en worstel, hijs en trek, hou mijn adem in, stel mij weer eens veel te veel voor van het woordje ‘stretch’, hinkel vervaarlijk op een been, bekijk mezelf van voor en opzij en zucht teleurgesteld. Ik ben er klaar mee. Ik weet zeker dat ‘ze’ tegenwoordig veel kleinere patronen gebruiken! Als ik dan ook nog eens mijn been openhaal aan een nietje, ja een nietje in een broek (???), dan geef ik het passen op.

Waarom lopen de roltrap en de leuning van de roltrap niet synchroon? Daardoor sta ik opeens met een overdreven uitgestrekte arm. Ik haast me naar mijn fiets; weg van hier!

Op de terugweg kom ik er achter dat ik op de heenweg wind mee had.

Toch maar meteen langs de supermarkt voor nog wat laatste paasinkopen. Drie keer de winkel rond en nog kan ik het niet vinden. Even vragen maar ‘Waar liggen de lege soesjes?’. ‘Volgt u mij maar!’. Natuurlijk heb ik een wagentje met een haperend wiel en natuurlijk glipt de behulpzame jongeman overal snel tussen door. Ik volg hem zo goed als ik kan en hij brengt me bij de…sushi! ‘Nee, soesjes die ik zelf kan vullen’. ‘O, volgt u mij maar!’. Als ik hem hijgend en wel weer heb gevonden staan we bij…de bakspullen. ‘U wou toch zelf maken?’. ‘Nee, ik bedoel soesjes uit de vriezer!’. Ik besluit hem nog één keer te volgen. Vol trots toont hij me soesjes met slagroom en chocola. ‘Ik bedoel LEGE, die ik zelf kan vullen!’. ‘O, die hebben we niet’.

Eindelijk thuis. De kachel brandt heerlijk, de narcissen doen het binnen prima, ik neem nog een verdiend chocolade eitje. Even foeter ik nog op het  glimmende papiertje dat er te strak om zit…maar dan lach ik om al die luxeprobleempjes.

Vrolijk Pasen!

Palmpaasje of haantjepik

‘Mam?’, ‘Hmm’, ‘Opa is toch al oud?, ‘Best wel’, ‘Is hij ook ziek?’, ‘Nee hoor, gelukkig niet’, ‘Hè jammer!’, ‘Jammer?!!’, ‘Juf heeft gezegd dat je je palmpaasstok aan een oud en ziek iemand moet geven…’

Dit weekend is het weer Palmpasen, een Christelijk feest waar de intocht van Jezus Christus in Jeruzalem herdacht wordt, terwijl de mensen langs de kant van de weg stonden te zwaaien met palmtakken om hem te begroeten. Die palmtakken zijn heel wat vereenvoudigd tot onze palmpaasstokken. Deze stokken, ook wel palmpaasjes of haantjepik genoemd, staan vol van de symboliek. De kruisvorm duidt natuurlijk op het kruis waaraan Jezus stierf. Het haantje bovenop staat voor de haan die drie keer kraaide nadat Petrus tot drie keer toe gezegd had Jezus niet te kennen. Dat de haan van brood is wijst op het laatste avondmaal dat Jezus met zijn leerlingen had. De stok wordt omkleed met groen of geel crêpepapier en dan kan de rest versierd worden met slingers van uitgeblazen eieren (nieuw leven), zoete (vreugde) en zure (verdriet) vruchten en met buxusgroen (eeuwig groen). Volgens traditie gaan kinderen in optocht de straat op om de stokken bij ouderen en zieken te bezorgen en zingen daarbij :

Palm, palm, Pasen, ei koerei,

Over ene zondag krijgen wij een ei,

Een ei is geen ei,

Twee ei is een half ei

Drie is een paasei.

Het verhaal rond de paasstok wordt ook wel verwezen naar de eeuwenoude vruchtbaarheidsfeesten die gehouden werden om het aanbreken van de lente te vieren. Dan staat het haantje voor de aankondiging van de nieuwe dag, voor hoop. Dan betekent het brooddeeg kiemkracht en de buxustakken die tot een krans gevlochten zijn duiden op de kringloop van het jaar, van het leven. Dan hoor je bijvoorbeeld in Drente een heel ander liedje :

Haantie op een stokkie,

Gaattie in zien rokkie,

Gaattie in zien linkerpoot,

Mörgen is mien haantie dood.

‘Mam’, ‘Hoe moet dat nou?’, ‘Zullen we thuis ook een palmpaasje maken en die zondag bij Opa brengen voor de gezelligheid?’, ‘Ja! Want hij is wel oud hè?!’, ‘Best wel’.

Dubbele voorstelling

Genieten hoor, een avondje vermaak, gezeten op het rode pluche. In Zoetermeer kan dit volop in het prachtige Stadstheater. Het aanbod van voorstellingen is groot en divers, daardoor is de keuze vaak een luxeprobleem. In de grote zowel als in de wat intiemere kleine zaal is het zitten en het zicht prima. In het voorseizoen is het zelfs mogelijk bij reservering van een voorstelling ook een stoel naar keuze te reserveren.

Een bijkomend plezier van zo’n avondje uit is het ‘mensen kijken’. Een middelbaar echtpaar; zij helemaal opgetut in haar nieuwe jurk, hij aan zijn stropdas wrikkend, zich duidelijk afvragend waarom hij die ook alweer heeft aan gedaan. Zij schikt nog wat aan zijn jasje, beveelt hem vitterig de telefoon uit te zetten en hij zucht. Een groepje dames, waarschijnlijk collega’s, komt stommelend en giechelend binnen. De rode gezichten en de vage etensgeuren verraden dat ze het al langer gezellig met elkaar hebben vandaag. Daarbij raken ze niet uitgepraat over ene Piet. Een jong stel komt haastig op het nippertje binnen ‘Waarom was je nou zo laat?!’, ‘Je had me toch effe kunnen bellen!’, ‘Staat toch in je agenda?’, ‘Had je toch kunnen whatsappen dat ik effe moest kijken!’, ‘Nou ja, we zijn toch op tijd’, ‘Wat gaan we ook alweer zien?’.

Als iedereen zijn of haar plekje heeft gevonden gaat langzaam het zaallicht uit, het toneellicht aan en de voorstelling begint. Altijd een verwachtingsvol moment! Na een half uurtje staat de sfeer van een voorstelling wel vast. Het middelbare echtpaar reageert gereserveerd; zij omdat ze de door haar uitgekozen voorstelling vindt tegenvallen maar dit niet wil toegeven en hij om dezelfde reden maar dit niet aan haar wil laten merken. De damesgroep reageert luidruchtig, gieren het hardst om het minste of geringste. Beetje overdreven maar toch ook wel aanstekelijk zoveel vrolijkheid. Het jonge stel is de onenigheid alweer vergeten en zitten gearmd te genieten.

In de pauze staat iedereen opvallend geduldig in de rij voor een versnapering. Het jonge stel houdt met een oog de rij in de gaten, met het ander oog de Iphone. Ze laten elkaar berichtjes zien en lachen. Alle eerdere irritaties zijn verdwenen door hun ontspannen avondje uit. De damesgroep trakteert zich op nog een glaasje witte wijn. Iemand roept jolig ‘Alleen als tie droog is hoor!’ gevolgd door ‘Net als Piehiet!’. En weer klappen ze gezamenlijk dubbel. Meneer stropdas is de rij ingestuurd terwijl vrouwlief op een stoel de omgeving misprijzend opneemt. Heeft hij de opdracht nu expres niet begrepen? Even later verschijnt hij met een koel biertje voor zichzelf en een flesje chocomel met een rietje voor haar ‘Je weet toch…’ sist ze. Hij snoeft haar af ‘Je houdt toch zo van chocola?’

Zomaar een avondje Stadstheater waar je zonder bijbetaling een dubbele voorstelling krijgt.

Meidenmiddag

“Pas op hoor, dat zit wat los!”. Te laat. Ik sta met een deurkruk in mijn handen terwijl de andere helft nog in de deur zit. Manon van Seventer, jeugdcoach bij Stichting MOOI, herstelt de schade met een geroutineerd gebaar en verwelkomt me in gebouw ’t Outspan. Hier houdt zij elke donderdagmiddag ‘Meidenmiddag’.

Stichting MOOI staat voor Maatschappelijke Ondersteuning van Omgeving en Individu en de slogan ‘MOOI verbindt mensen’ uit zich onder andere in zaken als buurtbemiddeling, tienersoos, maatschappelijke stages en sociale vaardigheidstrainingen.

Gemiddeld, en ook vandaag, komen er 15 meiden. “Pas op dat zit los!” wordt nog zeker zes keer herhaald maar dan is de hele doelgroep binnen. De meiden zitten in groep 7 en 8 en komen van drie verschillen scholen in Noordhove. Ze kennen elkaar dus niet allemaal van school; de meidenmiddag verbindt hen. Eerst wordt er wat tafeltennis en tafelvoetbal gespeeld, gekletst en vooral veel gegiecheld. Even bijkomen van school met een bekertje limonade.

Daarna worden er taken verdeeld. In het kader van een (uitgestelde) culturele middag hebben sommige meiden eten en snoep meegenomen. Ze zijn druk bezig dit presentabel te maken terwijl anderen de (tennis)tafel dekken met vrolijk gekleurde bordjes. Wie zich niet geroepen voelt kan nog snel even buiten spelen. “Pas op de…!”. Weer te laat.

Als iedereen even later aan tafel zit en het eten nog op slinkse wijze wordt achtergehouden in de keuken mag ik de meiden wat vragen stellen. Het blijkt dat vooral de gezelligheid de aantrekkingskracht vormt. “Samen make-uppen of cupcakes bakken is super leuk en het allerleukst was wel de fotoshoot die we mochten maken met een echte fotograaf!”. Mijn vraag of er ook wel eens serieuze zaken aan de orde kwamen levert een licht verontwaardigd gesnuif op. “Natuurlijk! We praten wel eens over pesten en we hebben voor de Kerst een pakkettenactie georganiseerd voor de voedselbank! Waarschijnlijk gaan we binnenkort meewerken aan een buurtfeest.”

Manon vertelt me later dat ze ook iets aan meningsvorming doet “In spelvorm leren ze dan om te gaan met vragen als ‘wat zijn je grenzen en hoe geef je die aan’. Dit soort onderwerpen is natuurlijk bij uitstek geschikt als je met meiden onder elkaar bent”.

De meiden zitten lekker te snoepen, drop uit Engeland, koekjes uit Turkije en gifgroene sponscake uit Indonesië. Ik laat ze met rust en stap op. “Dag schrijfmevrouw, schrijf maar dat er nog meer meiden moeten komen!”. “Dag meiden, dag Manon, MOOI werk is dit!”. “Pas op!!!”

Breien, horen, zien en zwijgen

Horen

Dat de breirage een feit is, is goed te horen. In de eerste plaats aan het huiselijke gerikketik van de breipennen maar ook onze taal is aardig doorspekt geraakt met het vakjargon. Menigeen herkent wel in het rijtje ‘insteken, omslaan, doorhalen en af laten glijden’ het basisprincipe van het breien. Maar tegenwoordig klinken er ook termen waarbij je niet meteen aan breien denkt, zoals : gerstekorrel (is toch ook iets medisch?), luiewijvensteek (mijn favoriet!), kleine hiel en grote hiel (sinds wanneer hebben wij twee hielen?), kabelnaald (klinkt Zwitsers maar schijnt echt handig te zijn), steken laten vallen (waar blijven ze dan?), afkanten of samentrekken (lijkt me beiden pijnlijk!).

Zien

Kijk om je heen en je ziet steeds meer breiwerken. In een tuin aan de Vijverdreef staat een struik met allerlei gebreide sjaaltjes om de takken gebonden. In de krant staan regelmatig oproepen voor deelname aan breiclubjes, met prachtige namen als ‘Blij dat ik brei!’ of ‘(G)een steekje los!’. Vrouwen en een enkele man kruipen bij elkaar om nieuwerwets te breien. Het verbroedert, het heeft voor sommigen dezelfde ontspannende uitwerking als yoga. Weet je niets te breien, kijk dan eens op de site van Save the Children waar je gratis eenvoudige patronen kunt downloaden van mutsjes voor baby’s in Centraal Azië. Als moeders hun baby komen registreren krijgen ze zo’n mutsje als kraamcadeautje en die registratie geeft hen recht op medische zorg. Breien voor een goed doel! Voor de lol is er in het kader van de troonswisseling zelfs een boekje in de handel waarmee je de Oranjes, als een uitgeBREIde familie kunt maken.

Zwijgen

Over mijn eigen breiverleden wil ik het liever niet hebben. Mijn moeder breide zo jaloersmakend snel, daar kon ik nooit tegenop. Zij heeft het door heilig moeten geleerd en mijn Oma verstopte in iedere knot een dubbeltje, daarmee het tempo naar grote hoogten opjagend. Zelf kreeg ik het onderwezen op de lagere school. Op ijzeren pennen met stijve witte katoen moest je beginnen. Ik hoor nog de handwerkjuf roepen ‘Overnieuw!’ en zie haar nog mijn dappere poging in een keer van de naalden af trekken. Na verschillende broddellapjes waren de pennen verroest van mijn zweterige handjes, het witte katoen verkleurd tot groezelig en het lapje eindige steevast met minder steken. Later ben ik thuis nog talloze poppenjurkjes begonnen maar uiteindelijk had niemand zo’n fikse verzameling driehoekige poppenwashandjes dan mijn pop…