Maandelijks archief: november 2012

Niet te rijmen

Bij C1000 staan twee heren bij de lege-dozen-hoek. Eén van hen pakt een klein doosje op, draait hem om en om. De andere man pakt de grootste doos en bekijkt deze van alle kanten alsof het een heel bijzonder geval is. Het is duidelijk, nog een paar dagen voor 5 december en hoogstwaarschijnlijk worden bij die dozen de wildste surprises bedacht; een boek, en ipod of een, tja wat kun je nog meer bedenken?

Voor veel mensen is het maken van surprises de minst leuke kant van de Sinterklaastraditie. Bij anderen slaat de schrik pas echt om het hart als het op het gedicht aan komt. Hoe maak je een goed gedicht zonder de cliché’s van denken-schenken, kind-Sint of niet-Piet. Hoeveel regels is het beste; minstens acht of beter een stuk of veertig. Welk rijmschema is  makkelijk te hanteren; aabb of abab. Zouden we niet liever de dichterlijke vrijheid van een rapper willen hebben. Waar de gemiddelde sintdichter braaf ‘schrijven’ laat rijmen op ‘blijven’ zegt de rapper zonder blikken of blozen ‘ik ga een gedicht schrijven, en een surprise lijmen’.

Rijmen heeft alles te maken met de klankovereenkomst; wat gehoord wordt is belangrijker dan wat gezien wordt. Een onderzoek door de Radbout Universiteit in Nijmegen heeft uitgewezen dat de beste dichters kinderen van zeven jaar zijn! Dit klinkt vreemd maar bij nader inzien is het begrijpelijk. Bij kinderen in groep drie en vier staat het leren lezen centraal en zijn ze daardoor constant bezig met taal op klankniveau. Bijvoorbeeld bij het aanleren van de letter ‘e’ wordt hen meteen een fiks aantal rijtjes woorden met die letter aangeboden ‘met-pet-pen-hen-les-zes’. En dit wordt tot in den treure herhaald. Juist door die zogenaamde rijmtaken worden ze zich bewust van de klanken.

Dus bij moeite met sinterklaasgedichten : haal er een zevenjarige bij! Alhoewel men sommige woorden beter kan omzeilen want daar valt echt niet op te rijmen. Wat te denken van ‘herfst’, ‘twaalf’, ‘zilver’, ‘nieuws’ en ‘wereld’. Of toch wel? Even aan mijn buurjongetje vragen.

Advertenties

Letters

Zodra je winkelcentrum Noordhove binnenstapt zie je ze.

Niemand kan er om heen in deze tijd van het jaar; letters.

Letters zijn verkrijgbaar in alle soorten en maten.

Letters van chocolade, van banket, van spek, van smarties en zelfs van zeep.

Letters voor in een schoen, voor bij de thee of verstopt in een of andere hoek.

Letters om verlanglijstjes mee te maken; vragen om zaken waar echt naar verlangd wordt.

Letters waar een gedicht mee gemaakt kan worden; goedschiks of plaagschiks, in vloeiende zinnen of tenenkrommend rijm.

Letters worden soms behoorlijk misbruikt; in haatmails, in pesten, in oproep tot oorlog.

Letters kunnen ook de weg wijzen, iemand een hart onder de riem steken, iemand laten lachen of laten zingen.

Letters, we kunnen niet zonder; je kunt er boeken mee vullen of gewoon een klein stukje op een blog.

Krantenwijknieuws

Nee hè! Met een half oog gluur ik naar de wekker en zie 5:36 in rode gloeiende cijfers. Ik hoef eigenlijk niet eens te kijken want elke dag komt op dit tijdstip de krantenbezorger. Met de auto. Met sportuitlaat.

Waar is de tijd gebleven van de originele krantenjongens? Slungelige pubers met te lange benen op te kleine fietsen. Balancerend als ware evenwichtkunstenaars met overvolle tassen aan weerszijden van de bagagedrager. Eerst die kant van de straat bezorgen met de even nummers, vervolgens op de terugweg de oneven nummers. De langslapers brengen de avondkrant, de vroege vogels de ochtendeditie. Maar opeens was hij uit onze wijk verdwenen.

Er verschijnt een stoerdere versie met helm en brommer. Hij hoeft niet meer huis aan huis te bezorgen want er zijn een stuk minder abonnees. Toch houdt hij het niet lang vol. En vanaf die tijd wordt het een ratjetoe. Een nuffig meisje dat na elke brievenbus haar nagels inspecteert. Een jonge moeder die denkt gezellig met een peuter in de buggy de ronde te kunnen doen, totdat er tandjes doorkomen. Een vader die een voorbeeldfunctie wil uitstralen voor twee meegetroonde zoontjes die uiteindelijk veel liever voetballen. Het hoogtepunt vormt afgelopen zomer een meer dan middelbare dame op een splinternieuwe signaalrode scooter. Achterop een stapel kranten in een grote doos zodat ze meer weg heeft van een pizzabezorger. Momenteel hebben wij de juiste: een fijne 55+ dame die dapper fietsend ons avondblad dagelijks op het zelfde tijdstip bezorgt. Die de krant zelfs een attent zetje geeft als het regent zodat we niet van die bubbelige stukjes hoeven te lezen.

Er valt dus te concluderen dat de gemiddelde leeftijd van de zo broodnodige bezorgers steeds hoger komt te liggen. Hebben jongelui geen zakgeld meer nodig? Of hebben ze liever andersoortig (makkelijker) werk? Zien we hier de invloed van de crisis en kunnen de huidige bezorgers een extraatje wel goed gebruiken? Onze mevrouw-de-bezorgster vast wel. Maar of het door iedereen goed begrepen wordt? Je kunt er natuurlijk ook je benzine van betalen. Als je ’s morgens om 5.36 uur drie ochtendkranten per straat moet bezorgen. Met de auto. Met sportuitlaat.