Verhuizen

We hebben nieuwe bewoners in de straat. Leuke jonge mensen, die heel veel geluk hebben gehad een huis weten te bemachtigen. De vorige bewoners waren opeens weg. Niet opeens natuurlijk, want het huis stond eerst te koop, toen kwamen er kijkers en toen verscheen al heel snel de sticker ‘Verkocht’.

Geen bijzonder nieuws zul je denken. Toch viel mij iets bijzonders op…

Denk maar eens aan een meneer die je elke dag op ongeveer dezelfde tijd langs ziet lopen met zijn hondje. Of als je elke dag met het ov gaat dat je steeds dezelfde mensen ziet. Of dat je boodschappen doet en steeds dezelfde caissière hebt.

Ken je die mensen dan? Nee, eigenlijk niet. Je kent ze niet maar herkent ze wel.

Zo was het ook met de vorige bewoners. Ze woonden er al toen wij er kwamen. Een gezin met drie pubers. Veel fietsen voor de voordeur. Veel gezelligheid. Drie keer ging de vlag uit met een schooltas eraan. Eén keer kwam op een zondagmorgen de ambulance voor een dochter die net thuis was van het stappen. Gelukkig loos alarm. Volle woonkamer tijdens voetbal wedstrijden op tv. De hond, die elk jaar langzamer ging lopen, werd uiteindelijk in zijn lievelingsmand weggebracht. Ouders gingen samen op vakantie. Feestjes in huis en tuin. Een andere dochter zat lang werkloos thuis. Verkering kwam en ging. En bleef. Kinderen één voor één het huis uit. Zoon met gebroken been tijdelijk terug op ouderlijk nest. Moeder had energie voor tien en redderde de hele boel met graagte, terwijl vader liever toekeek vanuit zijn stoel. Vorig jaar een kinderwagen voor de deur! Een generatie verder. Toen een bord in de tuin. En nu, nu zijn ze weg.

Wij hadden geen contact onderling, dat gebeurt wel vaker in een straat. En toch zagen we een deel van hun leven aan ons voorbij trekken. Verhuizen heeft niet alleen impact op degene die verhuist dus. Nu voelt het afgesloten, voorbij. Bijzonder toch?

Maar op de dag van de oplevering begon het jonge stel overenthousiast, met in elke hand twee tassen die uitpuilden van de verfbakjes en kwasten. Onder de arm nog een pak wc-papier geklemd. Trapjes , laddertjes, emmertjes en tuinstoelen doken op uit de achterbak. In het weekend een leger aan hulptroepen. Harde werkers. In tegenstelling tot de jongelui die je vaak in woonprogramma’s voorbij ziet komen, kunnen deze wèl zelf klussen. Soms komen er vrienden langs met een doos van Maassen. (mijn favoriete bakker!) Ik vind het leuke mensen! Nu al.

Op naar nieuwe bijzondere belevenissen 😊

Black-out

In het voorjaar verscheen deze oproep van uitgeverij LetterRijn:

‘Regelmatig beroepen verdachten zich erop dat ze zich weinig tot niets kunnen herinneren van het plegen van de misdaad waarvan ze worden verdacht. Ze geven aan een black-out te hebben gehad of dat veinzen ze. Die black-out staat centraal in onze jaarlijkse verhalenwedstrijd.’

In 2018, 2019 en 2021 drong ik door tot de longlist, dus nam mij voor dit jaar verder te komen, hahaha! Geke Laport-Roggeveen heeft mij goed geholpen, met punten en komma’s, en wees me ook op tegenstrijdigheden binnen de inhoud. Want in tegenstelling tot mijn vorige bericht, is deze uitgeverij behoorlijk strikt qua jurering. Door een jury van 6 (3 vrouwen, 3 mannen) wordt gelet op:

  1. schrijfvaardigheid (interpunctie, spelling, grammatica)
  2. schrijfstijl;
  3. opbouw en structuur van het verhaal;
  4. originaliteit;
  5. voldaan aan thema
  6. thrillerelementen/spanningselementen;
  7. goed uitgewerkte personages.

Maar onze goede bedoelingen ten spijt, mijn verhaal werd dit jaar helemaal niet gekozen, zelfs niet voor de longlist. Nu ik het teruglees komt dit waarschijnlijk door te weinig spanning. Jammer, maar het was een leuke uitdaging. En het voordeel is dat ik het nu al mag plaatsten! Dus heb je zin in een verhaal over een moord en vraag je je af of de geveinsde black-out echt is of niet….lees dan nog even verder.

Tweevoudig

Aandachtig proeft Laura van de bolognesesaus. Perfect. Precies zoals zij het altijd maakt en dus precies zoals zij het lekker vindt. Ze roert het nog een keer goed door, draait dan het gas laag. De pan met water staat al te pruttelen, nu alleen nog de pasta erin doen zodra Steef thuiskomt. Een glimlach kruipt op haar gezicht als ze aan Steef denkt. Eindelijk weer eens een weekendje samen. Lekker de tijd om bij te kletsen en ongestoord leuke dingen te doen. De koelkast zit vol ingrediënten voor zijn lievelingseten. Ze heeft hem gemist. Dan lacht ze hardop, ze mist hem namelijk altijd als hij niet bij haar in de buurt is. De tafel heeft ze in het Italiaanse thema gedekt. Een rood-wit geblokt kleed, diepe pastaborden en twee wijnglazen. Die glazen slaan eigenlijk nergens op want zij drinkt alleen maar water en Steef een biertje, maar dit staat zo gezellig. Ze raspt nog een flinke berg Parmezaanse kaas en wil net naar buiten stappen om nog een bloemetje uit de tuin te knippen, als de voordeurbel gaat. Wie komt er nu omstreeks etenstijd? Laura haast zich naar binnen.

Direct slaat ze haar hand voor haar mond als ze de twee politieagenten ziet staan. ‘Wat is er? Is er iets met Steef? Nee! Zeg me dat het niet zo is!’ De kleinste van de twee, een vrouw met donkere ogen, vraagt direct: ‘Wie is Steef?’, en haalt een notitieboekje tevoorschijn. De grotere, een man met een rode baard, legt zijn collega het zwijgen op door te vragen: ‘Goedenavond mevrouw, bent u Laura van Diks?’ Laura knikt. ‘En bent u bekend met Robert van Diks?’ ‘Ja, Rob is mijn man! Is er iets niet in orde?’ ‘Misschien mogen we even binnenkomen, we hebben niet zulk goed nieuws ben ik bang.’ Op dat moment klinkt er vanuit de keuken: ‘Yo, ik ben thuis!’

Steef heeft een arm stevig om Laura heen geslagen en kijkt de grote agent, die zich voorstelde als Ruud Beerman, aan. ‘Wat is er aan de hand agent, zegt u het maar.’ De kleine agent is de enige die niet zit. Ze stapt naar voren en vraagt: ‘Even voor de duidelijkheid, jij bent Steef? En wat ben je van mevrouw van Diks?’ Steef trekt zijn wenkbrauwen op: ‘De zoon natuurlijk, wat dacht u dan?’ Ze knikt en maakt een aantekening in haar boekje. Vervolgens kijkt ze aandachtig de kamer rond. Beerman kucht: ‘Tja, het spijt ons verschrikkelijk maar we hebben een nare boodschap. We moeten u meedelen dat Robert van Diks, uw man en vader, helaas is overleden.’ Laura en Steef praten direct door elkaar. ‘Wat? Weet u het zeker?’ ‘Maar wat is er gebeurd dan?!’ Beerman legt uit: ‘Vanmiddag kregen wij een bericht binnen dat er iemand zou zijn overleden op vakantiepark Het makke Schaap. Mijn collega hier, Frederique Follard, en ik zijn naar het park gereden om de omstandigheden te bekijken. De eigenaar van het park heeft me naar de betreffende bungalow gebracht en verteld dat een van de schoonmaaksters uw man levenloos heeft aangetroffen. Er viel niets meer aan te doen. Het spijt me.’ Laura snikt: ‘Maar hoe kan dat nou? Was het een hartaanval? Of was hij gestruikeld? Hij zou volgend weekend weer thuiskomen…’ ‘Daar zijn we helaas nog niet helemaal uit. Maar wist u überhaupt dat hij daar logeerde?’ ‘Ja, natuurlijk. Rob is schrijver en moet af en toe een poosje alleen wonen. Voor een maand of drie of zo. Die bungalow was een uitkomst. Ook gezien de afstand. Hij kan altijd even snel thuiskomen om iets te halen of zo. Als het moet zelfs op de fiets. Regelmatig komt hij het weekend naar huis en soms komt hij wel eens een avondje langs, even wat afleiding zoeken of voor de gezelligheid. Maar waar is hij nu? Ik wil hem zien!’ Laura staat meteen op en de anderen ook. ‘Ik moet u nog iets vertellen, vrees ik’, vervolgt Beerman, ‘We mogen de mogelijkheid van een roofoverval niet uitsluiten, dus ik zou graag willen dat u, als u het aankunt, een kijkje in de bungalow neemt om te zien of er iets mist. Het liefst vandaag nog, maar eerst brengen wij u nu naar het mortuarium.’  Zowel Steef als Laura kijken hem ontredderd aan, maar volgen gedwee.

Laura huilt met lange uithalen. Hoewel ze gewaarschuwd waren dat Robert er niet fraai uit zou zien, waren moeder en zoon erg geschrokken. Zo stil, zo wit, zo koud, zo niet Robert. De wond aan zijn linkerslaap stak donker af. Beerman en Follard rijden hen vervolgens naar het bungalowpark. Ze mogen doorrijden tot aan het huisje. Buiten lopen twee mensen met witte pakken aan. Eén van hen komt naar de auto en zegt: ‘Binnen zijn we klaar, maar verplaats alsjeblieft niks!’ Eenmaal binnen steekt Laura haar handen diep in haar zakken en huivert. Schichtig kijkt ze om zich heen tot ze de donkere vlek op de keukenvloer ziet. Lag hij hier?’, wijst ze. Beerman knikt. ‘Dat wordt allemaal netjes opgeruimd. Misschien kunt u zien of er iets mist?’ Laura kijkt onderzoekend rond. De bruine koffiekan, de groene kopjes, de blauwe borden, Robert vond het een bonte kermis maar Laura wilde het huisje helemaal anders dan thuis inrichten. De losse kussentjes van de bank liggen op één stapel en geven aan dat Robert vaak een dutje op de bank deed. Op de eettafel liggen verschillende pennen en een schrijfblok. Op het aanrecht staan lege wijnflessen en door de kamer verspreid staan lege glazen. ‘Typisch Robert,’ zucht Laura beverig, ‘Maar verder zie ik niets vreemds. Jij wel schat?’ Ook Steef haalt zijn schouders op. De kleine Follard gaat in het midden van de kamer staan en zegt: ‘En toch valt mij iets op!’ De andere drie kijken haar vragend aan. ‘Als uw man schrijver is, sorry was, waar is dan zijn schrijfwerk? Het schrijfblok is leeg en er liggen nergens notities!’ Dan zeggen Laura en Steef gelijktijdig: ‘Zijn laptop! Zijn laptop is verdwenen!’

De volgende dagen zijn gevuld met regelen van kaarten en bloemen, en het maken van afspraken over de kist en de muziek. Dan lijkt alles rondom de uitvaart verzorgd te zijn. Laura registreert dat er doorlopend veel bezoek in huis is, maar na vijf dagen kan ze zich geen gezicht of naam meer herinneren. De avond voor de begrafenis is daar, heel helder opeens, Liesbeth. Haar oudste vriendin neemt haar mee naar de tuin, weg van de warme drukte binnen. ‘Hier!’, zegt Liesbeth en duwt Laura een glas in handen. ‘Opdrinken!’, beveelt ze. Laura pakt het glas aan en slaat het in één teug achterover. De alcohol bijt herkenbaar in haar lichaam, het bevredigt haar een korte poos en vervolgens schrikt ze. ‘Nee! Ik drink niet! Ik wil water! Of thee of zoiets.’ Liesbeth kijkt haar indringend aan en zegt op rustige toon: ‘Luister Laura, ik moet met je praten, ik moet het weten: drink jij weer?’ Laura reageert: ‘Dit is niet eerlijk, je weet dat ik al zes jaar niet meer drink en nu, nu ik op het meest verdrietige punt in mijn leven sta, geef jij mij een borrel! Ik dacht dat jij mijn beste vriendin was!’ ‘Oké, oké,’ sust Liesbeth, ‘Ik geloof je. Echt! Het was een rotstreek van me en dat spijt me.’ Ze staat op om Laura een knuffel te geven, die het maar al te graag toelaat. ‘Maar eh..’, begint Liesbeth opnieuw, ‘Ik, moet je toch iets vertellen. Of eigenlijk iets vragen. Ik weet niet of de politie het al aan jou gevraagd heeft, maar waar was jij donderdagavond? ‘Hoe bedoel je?’, vraagt Laura achterdochtig, ‘Donderdagavond was ik thuis, dat heb ik ook aan de politie verteld. Steef was een week weg met school, dus ik was alleen. Ik heb nog wat tv gekeken en na het late journaal ben ik naar bed gegaan. Dus wat bedoel je?’ ‘Lieve Laura, ik wil je niets aanpraten of verwijten of zo, maar je weet dat wij, Johan en ik, ook een huisje hebben bij Het makke Schaap. En nu wil het geval dat Johan donderdagavond heel laat, na zijn bowlingavondje, nog even bij ons huisje was langsgereden om de vishengels op te halen. Hij zou in het weekend met onze Tim ergens anders gaan vissen. En nu weet Johan wel bijna zeker dat hij jou daar gezien heeft. Hij riep je nog, maar je reageerde niet. Je was niet helemaal vast ter been…dus nu dacht ik…misschien…’ ‘Hou op!’, onderbreekt Laura haar terwijl ze overeind springt, ‘Ik zeg het je nogmaals, ik drink al zes jaar niet meer! En wat zou ik daar ’s avonds laat moeten? Zou ik mijn eigen Robert ombrengen, bedoel je dat? Serieus?! En ik maar denken dat jij mijn beste vriendin bent.’ Laura barst in snikken uit.

Die avond kan Laura, ondanks haar vermoeidheid, de slaap opnieuw niet vatten. Is alles nu wel goed geregeld? Zijn ze niets vergeten? Is het raar dat ze het niet kan opbrengen morgen iets te zeggen bij de dienst? Moet ze toch maar even een verhaaltje in elkaar draaien en gewoon flink zijn? Ze heeft toch genoeg moois te vertellen over haar Robert? Laura laat zich uit bed glijden en sluipt zachtjes naar beneden. Iedere keer als ze de kamer binnenkomt schrikt ze van het beeld dat ze ziet. Ze trekt een stoel bij de kist plaatst haar handen op de rand en kijkt naar Robert. Haar adem is onregelmatig. ‘Lieve schat, wat is er toch gebeurd?’ Voorzichtig legt ze haar hand op die van haar man. Koud. Schielijk trekt ze hem terug en plaatst haar hand op zijn mouw. Beter. Vertrouwder. Ze glimlacht als ze terugdenkt aan het jasje dat hij aan had bij hun eerste date. Het was zo lelijk! Geruit en twee maten te groot. Later hoorde ze dat hij het geleend had. Wat waren ze verliefd. Hij op haar bedachtzaamheid, zij op zijn creativiteit. Ze had een echte schrijver aan de haak geslagen, een creatieve geest die onvoorspelbaarheid in haar voorspelbare leventje bracht. Ze vulden elkaar aan. Uiteraard gaf ze toe aan zijn momenten van inspiratie. Hij moest daar gebruik van maken en zij gaf hem graag de ruimte. Na een periode van afzondering stond hij dan ook weer volledig klaar en open voor haar, het leek of ze de verloren tijd dubbel en dwars inhaalden. Toen Steef geboren was zat Laura vaker alleen, maar dat begreep ze; een baby gaf veel te veel afleiding voor hem. Een bungalowtje kopen bij Het makke Schaap leek een perfecte oplossing. Terugkijkend was dat wel de periode dat ze hem begon te missen. Ze was wel erg vaak op zichzelf aangewezen. De avonden waren lang als kleuter Steef naar bed was en de dagen ook toen hij eenmaal naar de basisschool ging. Steeds vaker zocht ze haar heil bij een drankje. Buitenshuis gaan werken was geen optie, want Robert kon elk moment thuiskomen en dan wilde ze voor hem klaar staan. Laura staat op. ‘Tja, die goeie ouwe tijd hè’, verzucht ze cynisch.

Ze loopt naar de keuken en pakt een glas water dat ze snel leegdrinkt. Langzaam sloft ze terug naar plekje naast de kist. Moe, ze is zo ontzettend moe. Even legt ze haar hoofd op haar arm. ‘Laura! Laura, word eens wakker! We moeten praten!’  Zodra Laura haar ogen opent kijkt ze recht in die van Robert. ‘Wat heb je gedaan? Wat heb je met mij gedaan?’, vraagt hij. Ze schudt haar hoofd en zegt: ‘Niets natuurlijk! Ik heb niets gedaan. Liesbeth beweerde ook al zoiets. Maar waarom zou ik jou iets aandoen?’ Robert zit nu rechtop in de kist en steekt een hand naar haar uit. Hij vraagt: ‘Waarom hou je niet meer van me? Je had me toch vergeven? Ik heb toch honderd keer sorry gezegd?!’ Laura aarzelt: ‘Ik weet het niet Robert. Het deed anders wel verdraaid veel pijn. Misschien was honderd niet genoeg? Misschien wilde ik je alleen pijn doen?’ ‘Maar ik ben dood Laura, dat is wel wat meer dan alleen pijn doen.’ Met een zucht gaat Robert weer liggen en sluit zijn ogen. Laura huilt hartverscheurend: ‘Nee, niet doodgaan ik smeek het je, niet doodgaan nee, nee, nee!’ ‘Mam! Mam, word eens wakker! Je droomt heel naar!’ Steef slaat een arm om haar heen en brengt zijn huilende moeder naar boven. Hij stopt haar onder de dekens en aait over haar haar. ‘Stil maar, ik zal voor je zorgen’, herhaalt hij tot ze in slaap valt.

De volgende dag gaat in een roes voorbij. Laura hoort de galmende geluiden in de aula. Ze onderdrukt een golf van misselijkheid, veroorzaakt door de overweldigende bloemengeur. Na afloop schudt ze onbekende handen en laat ze zich omhelzen door wildvreemden. Haar mond voelt droog en haar lichaam gespannen. Ze wil naar huis, met Steef. Tegen hem aanzitten en luisteren naar zijn stem die haar vertelt dat ze het goed doet. Steef die veel te veel verantwoordelijkheid op zijn 17-jarige schouders draagt. Graag zou ze de rollen weer willen omdraaien en voor hem zorgen. Maar ze kan het even niet opbrengen, voelt zich te ontregeld. Een klein groepje familie en vrienden gaat nog mee naar huis, om een laatste toost op Robert uit te brengen. Het dreigt zelfs gezellig te worden. Dankbaar knikt ze naar de eerste oom die opstaat om te vertrekken. Met een automatische glimlach wuift ze niet veel later de laatste bezoekers weg. Even leunt ze tegen de gesloten deur. Afgelopen! Maar waarom voelt ze zich nog zo onrustig? Zo opgejaagd? Dan schudt ze haar hoofd alsof de zorgen daarmee verdwijnen en schopt resoluut haar schoenen uit. Op kousenvoeten gaat ze op zoek naar Steef, die ze in de keuken treft. “Ga maar lekker op de bank zitten mam, ik haal wat te drinken voor je.” Laura knuffelt haar zoon dankbaar en doet wat hij haar opdraagt. ‘Kijk eens, alsjeblieft’, zegt hij even later en overhandigt haar een glas. Laura tikt uitnodigend op de bank en zegt: ‘Kom schat, je hebt het fantastisch gedaan vandaag, nu even zitten.’ Steef blijft echter staan en zegt: ‘Ik kom er zo aan, maar ik, eh, moet echt eerst even iemand bellen.’ Laura verbijt haar teleurstelling en wil hem toesnauwen: ‘Wie is er belangrijker dan je verdrietige moeder?’ Maar zodra ze ziet dat haar zoon lichtelijk bloost realiseert ze zich opeens keihard dat hij ook een leven heeft waar zij niets vanaf weet. Met moeite perst ze eruit: ‘Is goed, schat.’ Steefs voeten roffelen de trap op als Laura een slok neemt. Ze kijkt afkeurend naar het glas. Ze neemt nog een slokje. Water. Ze lust nu wel wat sterkers. Nee, verdient het eigenlijk! Ze sluipt naar de keuken en daar ziet ze in een hoek op het aanrecht een verzameling flessen staan. Nota bene door haarzelf in huis gehaald voor bezoekers. Doorgaans heeft de aanwezigheid van alcohol geen enkele invloed meer op haar, ze was altijd sterker. Maar nu. Rob is dood. Steef is kennelijk verliefd. Liesbeth vertrouwt haar niet. De politie blijft haar bijna dagelijks indringende vragen stellen. En zij moet maar sterk zijn. Steeds maar weer. Ze grijpt de fles wodka en neemt hem mee naar de bank. Alleen vandaag. Zachtjes kreunend geniet ze zodra de alcohol door haar keel brandt. Nog een slokje. Even is er op de achtergrond een licht gevoel van schaamte, maar een volgende slok verdringt het gevoel snel. Als Steef later naar beneden komt, dekt hij haar toe met een extra deken. De lege fles is onder de bank gerold. Peinzend bekijkt hij haar ontspannen gezicht.

De volgende morgen verschijnt Laura als eerste in de keuken. Al vroeg was ze met een stijve rug wakker geworden op de bank. Een warme douche en twee paracetamol later staat ze wachtend bij het koffieapparaat. Ze kijkt naar buiten. Het gras moet gemaaid worden en in het achterste perk moeten nieuwe plantjes. Het raampje van de schuur hangt nog steeds scheef. Ze moet toch eens aan Rob vragen… O nee. De koffie is klaar en ze neemt haar mok mee naar de bank. Met twee handen omklemt ze het kitscherige ding, dat ze ooit van Steef kreeg voor moederdag. Rob kreeg een dergelijke mok voor vaderdag. Vaderdag. Nooit meer vaderdag. Steef is nu een kind zonder vader! Abrupt staat Laura op en loopt naar de keuken. Daar schenkt ze een flinke scheut cognac in haar koffie. Na twee slokken kalmeert ze wat. De koffie maakt haar doezelig en net als ze nog even languit wil gaan liggen, gaat de bel. Nee, geen bezoek, niet nu! Toch wil ze dat Steef nog even kan slapen dus haast ze zich naar de voordeur.

Opnieuw staan daar Beerman en Follard. ‘Mogen we even binnenkomen?’ Laura zucht en draait zich om als teken dat ze toestemming geeft. Beerman gaat deze keer direct op de bank zitten terwijl Follard zich voor de deur posteert. ‘Geen Steef?’, vraagt ze. ‘Nee,’ antwoordt Laura, ‘die ligt nog in bed, het was een drukke dag gisteren. Dat begrijpt u toch wel, hoop ik. En? Kunt u al vertellen wie.. dat u een dader hebt opgepakt?’ ‘Ik zou wel koffie lusten.’ zegt Follard. ‘O oké, dan ga ik dat even halen. Ik ben nog geen goede gastvrouw. U ook?’, vraagt Laura aan Beerman. Nadat hij vriendelijk antwoordt, begeeft ze zich naar de keuken. Follard pakt snel de mok van Laura en ruikt er aan. Ze knikt naar Beerman. Ze kijkt speurend om zich heen en zelfs onder de bank. Even later zet Laura de mokken neer en gaat zitten. Beerman schraapt zijn keel en zegt: ‘We moeten eens praten.’ ‘Alweer?’, zucht Laura met rollende ogen. ‘Het zit namelijk zo,’ vervolgt Beerman, ‘We denken te weten wie de dader is.’ Laura gaat rechtop zitten en roept: ‘Wie dan? Pak diegene op dan!’ Follard springt naar voren met haar boekje en zegt: ‘We moet eerst nog wat controleren. Klopt het dat u opgenomen ben geweest wegens alcoholverslaving?’ ‘Eh, ja, maar dat is zes jaar geleden, ik ben al die tijd braaf naar de AA gegaan en trouwens, wat heeft dat hiermee te maken?,’ valt Laura uit. Follard vervolgt: ‘En klopt het dat u in de periode die daaraan voorafging regelmatig ruzie met uw man had?’ ‘Hoe weten jullie dit allemaal, wie heeft er zitten kletsen? En wat doet het ertoe, dat is zo lang geleden!’ ‘Dan kunt u ons vast wel vertellen waar die ruzies steeds over gingen?’ ‘Nou gewoon, iedereen maakt wel eens ruzie toch. Niks ergs.’ ‘Wij hebben begrepen dat het iets met het vierde boek van uw man te maken had?’ Laura springt nu overeind: ‘Liesbeth! Het kreng! Heeft zij jullie deze details verteld?’ ‘Weet Steef hier ook van?’ Dreigend loopt Laura nu op Follard af en sist: ‘Laat Steef hierbuiten hoor je me! Jarenlang heb ik mijn uiterste best gedaan hem te sparen, hem een gezellig en veilig thuis te geven en dat gaan jullie niet zomaar verknallen!’ ‘Wie gaat wat verknallen?’ Iedereen draait zich naar de deur en ziet Steef staan. In pyjama, zijn haar staat alle kanten uit en hij geeuwt hardgrondig.

Beerman neemt het over: ‘Hij hoort het vandaag of morgen toch allemaal. Misschien is het daarom beter dat hij het nu rechtstreeks van zijn moeder hoort. Ik stel voor dat we allemaal weer gaan zitten en dat u rustig uw verhaal doet.’ ‘Nou, oké, het kan blijkbaar niet anders. Maar luister lieve Steef, wat ik ook ga vertellen, het heeft niets met jou te maken. Jij bent en blijft het liefste wat me ooit is overkomen. Toen ik je vader ontmoette wist ik direct dat hij de ware was. We zijn snel getrouwd. Achteraf veel te jong. Maar goed, we waren dol op elkaar. Hij schreef, en dat gebeurde vooral op momenten dat hij inspiratie had, en ik gaf hem daartoe alle ruimte. Al snel werd jij geboren, uit liefde. En vervolgens bleken de inspiratiemomenten niet overeen te komen met het ritme van een baby. Toen hebben we de bungalow bij Het makke Schaap gekocht. Robert zat er heel vaak, ik zat thuis te wachten tot hij thuiskwam. Jij gaf me veel om handen, maar toen je eenmaal naar school ging waren de dagen en de avonden lang, erg lang. Om de tijd te doden en om me wat vrolijker te voelen, nam ik wel eens een wijntje. Ik probeerde thuis te werken door illustraties voor kinderboeken te maken, maar zodra er geen opdracht was, hield dat ook op. Eindelijk verscheen het boek van Robert. Vanaf nu zou het beter gaan. Dacht ik. Maar toen begon het pas.’ Laura slikt even. ‘Wat vond u van de inhoud van het boek?’, vraagt Follard. Laura kijkt haar vuil aan: ‘Dat weet u zelf al donders goed, geloof ik! Het was walgelijk. De roman ging over een succesvolle zakenman, die er na iedere zakenreis tegenop zag weer thuis te komen bij zijn verslonsde, zeurende en vaak aangeschoten vrouw. Je zag het huwelijk stranden als zij zich niet heel snel aanpaste tot een representatieve verschijning. Met verstand van zaken bovendien. Toen heeft Robert op tv bij een talkshow hardop gezegd dat het deels autobiografisch was.’

Laura’s mond is een harde streep, er rolt een traan langzaam over haar wang. ‘Hij zette me gewoon ongelooflijk voor schut, liet mensen geloven dat ik elke dag een onverzorgde dronken lor was. Achter mijn rug om werd ik keihard uitgelachen. Ik heb vriendinnen verloren, me moeten verdedigen tegenover mijn ouders. Ik haatte hem!!!’ Luidruchtig snuit ze haar neus. Steef wrijft liefdevol over haar rug en zegt: ‘Maar je bent toch naar de AA gegaan en gestopt? Dat is toch hartstikke knap van je? En daar was papa ook trots op toch?’ ‘Ja,’ snuft Laura, ‘Daarna hebben we het, vond ik, weer heel fijn gehad samen.’ Beerman pakt de kitscherige mok en houdt die omhoog, hij bukt zich en pakt de lege wodkafles: ‘Bent u echt gestopt?’

Beerman staat op: ‘Ik ga u vragen mee te gaan naar het bureau.’ ‘Maar dat kan niet, ik weet nergens van, ik was thuis!’, protesteert Laura. Steef springt ook op en zegt: ‘U heeft toch helemaal geen bewijs? Mijn moeder doet zoiets niet!’ Beerman en Follard kijken elkaar aan en knikken gelijktijdig. ‘Hoeveel sleutels zijn er van het huisje?’ ‘Twee. Robert had er eentje aan zijn sleutelbos en de mijne ligt hier.’ zegt Laura en ze loopt naar een kast waarvan ze het middelste laatje opentrekt: ‘Die berg ik altijd hier op, met een sleutelhanger van een gebreid schaap. Even kijken hoor. Hè, waar istie nou? Hij zit hier niet in!’  Beerman kucht: ‘Daarom willen we graag dat u met ons meegaat. Tenzij u ons nog iets wil vertellen.’ Laura aarzelt zichtbaar, werpt een schuwe blik op Steef en zegt dan: ‘Oké, ik geef toe dat ik af en toe nog wel eens een drupje drink, maar alleen als het me een beetje te veel wordt. Kijk, gisteravond had ik wel wat verdiend, ik heb mijn man verloren en begraven hè!’ Follard vraagt: ‘Of als u zich alleen voelt?’ Laura geeft schokschouderend toe. Follard vervolgt: ‘Kan het zo zijn dat u zich donderdagavond erg alleen voelde, zonder man en zoon? En dat u als troost een glaasje nam? Misschien wel meer dan eentje?’ ‘Maar dan vermoord ik mijn eigen man toch niet?’ Beerman reageert: ‘Ik ben bang van wel, mevrouw van Diks. Ten eerste zijn er duidelijke camerabeelden beschikbaar waarop te zien is dat u die donderdagavond op het park was. Ten tweede bent u gezien en herkend door iemand. Er waren geen sporen van braak en we hebben een sleutel gevonden met een sleutelhanger van een gebreid schaap met uitsluitend uw vingerafdrukken op de sleutel.’ ‘Maar ik weet er niets van, het kan helemaal niet!’, roept Laura.

Twee maanden later verschijnt er een klein artikel in de krant: Auteur Robert van Diks is hoogstwaarschijnlijk om het leven gebracht door echtgenote. Zijn vrouw beroept zich op het hebben van een black-out, daar zij zich niets van het ongeval kan herinneren. In het vervolgonderzoek wordt ook de rol van de zoon nader bekeken. Over vijf maanden volgt een definitieve uitspraak.

Gezeur of verdacht?

Ik heb er een hekel aan als mensen of bedrijven online afgekraakt worden. De beschuldigde kan zich niet verweren en iedereen kan zomaar gezellig meelezen en een ongevraagde mening geven. Ik doe het dan ook nooit. Maar nu is er iets veranderd. Lees en huiver…

In 2020 werd uitgeverij Quarantaine opgericht door twee dames. Midden in de pandemie kregen zij het idee een schrijfwedstrijd uit te schrijven over Kerstvieren in coranatijd. Ik deed mee en kwam in de bundel. Helemaal leuk toch?

Toen ik het boek na betaling ontving, bleek de tekst als een dik brood op elkaar te staan. Zonder witregels, zonder dialoogafstanden, niet zo fraai om te zien dus. Ik heb de uitgeverij een vriendelijk mailtje gestuurd dat ik dat wel jammer vond, dat het leek alsof er zoveel mogelijk woorden op 1 pagina moesten komen. Tevens vond ik het voorwoord op zijn zachtst gezegd heel bijzonder.

Een verdienmodel? Ik las hier ook een behoorlijke portie frustratie van hun kant, maar dat was niet mijn probleem. Ik kreeg een keurig antwoord dat ik gelijk had wat betreft de grote hoeveelheid woorden op 1 pagina, het boek zou anders te duur worden. Maar dit was voor hen een les en ze zouden het de volgende keer beter doen. Oké, beginnersfoutje. Over het verdienmodel was de reactie: het was als grappig bedoeld. Oké, verschil van humor dan maar…

Een jaar later, 2021, kwam er een nieuwe schrijfwedstrijd van deze uitgeverij met als thema: de fatale date. Ik vond het een leuk onderwerp, had direct een idee en stuurde mijn verhaal in. Wederom kwam ik in een bundel. Deze zag er veel beter uit en het voorwoord was louter complimenteus richting de schrijvers. Prima! Je moest het wel via Amazon bestellen want de dames hadden geen zin meer om het zelf te regelen. Nou ja, vooruit.

Op 28 maart 2022 kreeg ik opeens dit mailtje.

Beste Carla,

Het is al weer een tijdje geleden dat het boekje de Fatale Date verscheen. In de tussentijd ben ik bezig geweest met de vertaling in het Engels, om het ook voor de Amerikaanse markt op Amazon beschikbaar te maken. Niet alle verhalen leenden zich voor vertaling, maar van de 50 verhalen is de helft vertaald en de jouwe hoort daar ook bij. Ik hoop dat je het leuk vindt.

Jouw verhaal staat dus in het nieuwe Engelstalige boekje Fatal Dates, dat op Amazon te bestellen is.

Ik wist niet wat ik zag! Was ik daar blij mee? Moest ik me vereerd voelen? En direct dacht ik: mag dit zo maar? Kijk, ik weet ook wel dat als je meedoet met een schrijfwedstrijd van een uitgeverij, de uitgeverij uiteindelijk de grote winnaar/verdiener is. Ze zetten de ingezonden inhoud achter elkaar, doen er een leuk kaftje omheen en de rest is kassa. Als er 50 schrijvers zijn geplaatst, verkopen ze in elk geval al 50 stuks. Hahaha! Dit klinkt wel heel simpel en ik wil benadrukken dat niet alle uitgeverijen zo zijn. Sommigen redigeren de boel eerst grondig en overleggen wel met de schrijver. Maar ik doe vaak toch mee omdat ik

  1. nu eenmaal graag schrijf
  2. een wedstrijd vaak als een leuke uitdaging zie, die ik aan wil gaan,
  3. gelijk mooi schrijfkilometers maak,
  4. ijdel genoeg ben om het gaaf te vinden als mijn bijdrage in en boek staat,
  5. ook stiekem hoop dat er ooit een uitgeverij tegen me zegt: “Wat schrijf je leuk, we willen wel een boek van je uitgeven!” Haha, een mens moet dromen…

Dus uitgeverij Quarantaine gaat nu voor de tweede keer aan mij verdienen? Zonder dat ik toestemming heb gegeven? Zonder dat ik van de plannen wist? Ik vond het niet zo netjes en waagde nog een vriendelijk mailtje. Of ze me konden uitleggen hoe het zit met auteursrecht? Ik kreeg een afgesnauwde reactie:

Je hebt zelf je eigen auteursrecht op het artikel. Wij hebben het auteursrecht op de bundel, waarvoor je toestemming hebt gegeven. Als het je niet bevalt dan haal ik jouw verhaal er wel uit.

Even was ik beduusd, maar reageerde toen met: ‘Oké, haal er maar uit. Laat je me nog even weten of en wanneer het gelukt is?’ Tot op de dag van vandaag heb ik, na eindeloze herinneringsmailtjes, niets meer vernomen en het boek is nog altijd verkrijgbaar op Amazon…

Op zich gaat het me allang meer om het verhaal, of om gelijk te halen, maar om de manier waarop dit allemaal verlopen is. Ik wil gewoon serieus genomen worden en niet als de eerste de beste kleuter onmondig gemaakt worden. Toen ging ik eens op internet kijken. En vond dit in diverse bewoordingen:

Zie je nou wel! Opeens dacht ik: ik zit niet voor niets op facebook en heb 1 van de dames getraceerd. Overigens heeft de website geen contactadres…  Nog wilde ik het niet openbaar doen en stuurde een vriendelijk chatberichtje. Ik hoor je denken: Hoe lang geef je iemand het voordeel van de twijfel? Dat gesprek verliep ook al zo gezellig:

Whoppa, binnen een seconde werd ik geblokkeerd en kan ik haar niet meer bereiken. Waarom? Geef me nu gewoon een simpel antwoord. Zeg: ‘Sorry, ik had het moeten vragen.’ Maar dit is toch een hele vreemde asociale reactie? Zeg nou zelf, is dit gezeur van mij of verdacht van haar? Is het ontwijkende gedrag een vorm van schuld bekennen? Toen vond ik dit:

Hahaha! Dat is nog eens een verdienmodel! Zal ik…? Nee joh, dat is de moeite niet waard. Ik heb het nu van me af geschreven en ga lekker door. 👍😂

Groeten uit Groede

Je denkt natuurlijk Zeeland is vooral zee. Maar Zeeland is ook: super schattige kleine dorpjes. Wij bezochten Groede. Volgens Wiki: ‘één van de mooiste dorpjes van Nederland, met nog geen 1000 inwoners.’ Zoals het een oud dorpje betaamt, gebeurt alles rondom de kerk.

Kleine snoezige huisjes, waarvan er niet één hetzelfde is.

Rustgevende tuinen, keurig onderhouden door de kerktuinman.

Vadertje Cats die daar op iemand wacht, om zijn gedichten mee te delen. Ik zou er dan nog een stoeltje bij zetten. Is maar een tip.

Zelfs de telefooncel staat er nog. Weliswaar omgedoopt tot minibieb, maar wat een fantastisch hergebruik. Ik vroeg me direct af waar alle telefooncellen in Nederland zijn gebleven?! En hoopte ook dat de altijd aanwezige urinoirluchtjes vervangen zouden zijn door lekkere boekenluchten…

Dit was gewoon terecht… 😉

We liepen namelijk door de straatjes van Groede. Nou, liepen… strompelden eigenlijk, als je de bestrating van dichtbij bekijkt. Ik keek genietend van links naar rechts en weer terug, verrukt als een Japanner in Kinderdijk. Om het plaatje van de echte toerist compleet te maken rustte er op mijn buik een fototoestel. Toen kwam er een groepje grijsaards aan, duidelijk onder leiding van de voorste meneer. Bij 26 graden droeg hij een trui over zijn overhemd en onder zijn colbertje. Zijn stropdas zat niet te strak, maar zijn rode hoofd verried oververhitting en/of hoge bloeddruk. Hijgend hield hij mij staande, hij keek me aan alsof ik de laatste strohalm van zijn leven was.

“Mevrouw, weet u waar de Slijkstraat is?”

“Geen idee.”

“U heeft geen idee?!”

“Nee, echt niet.” Ik haalde nog mijn schouders hoog op om mijn woorden kracht bij te zetten.

“Ja maar, ja maar….”

Ik dacht even dat hij ging huilen, maar hij hield zich groot.

“Sorry hoor, maar zie ik er uit als een local?”  Dit zei ik niet hardop hoor, alleen in mijn hoofd 😊

Gelukkig kwam daar een mannetje op een fiets aan. De hijgerd hield ook hem staande en herhaalde de vraag: “Waar is de Slijkstraat?”

Het mannetje zei met een heerlijk Zeeuws accent: “Hier is de Slijkstraat, u bent er al.”

Opgelucht riep de leider zijn groep toe: “Ik heb het gevonden, dames en heren! Volgt u mij maar verder.” De kudde sukkelde er achter aan.

Toen wij een uurtje later op een terrasje tegenover de kerk van deze bolus genoten, kwam onze oude kennis weer tevoorschijn met zijn volgelingen. Ze waren het duidelijk zat; het was warm, ze hadden dorst en werden gek van die rollators over die keitjes te duwen. Hij keek ons boos aan, waarom werd niet helemaal helder. Waarschijnlijk omdat we het beste plekje in de zon hadden, met een drankje en een hapje? Er waren nog zat plekjes vrij, maar in de zon vond hij te warm en in de schaduw te donker. Dus na een kwartier discussiëren commandeerde hij de hele groep door te lopen. Nog steeds vraag ik me af waar ze gebleven zijn, want dit was het enige terras van het dorpje…

De dikke die niet dik was

Een paar dagen naar Zeeuws Vlaanderen geweest. Door het heerlijke weer met zonder jas de Zeeuwse kust bekeken. Voor de gezelligheid ook wat plaatsjes bezocht. Eén daarvan was Sluis, een toeristisch en toch oud en genoeglijk vestingstadje. Naast de vele terrasjes viel ook deze man te bewonderen.

Johan Hendrik van Dale, geboren (1828) en overleden (1872) in Sluis. Hij was onderwijzer, archivaris en woordenboekenmaker. Er waren in die tijd wel een paar woordenboeken maar het kon beter, het moest beter. Johan Hendrik schreef zijn woordenboeken alsof hij het tegen een leerling had, dan zou iedereen het begrijpen. In tegenstelling tot zijn hedendaagse roepnaam was het een man met een slank postuur, die jammer genoeg op 44-jarige leeftijd overleed aan de pokken. Iemand die altijd zo met taal en woorden bezig was zou zich waarschijnlijk in zijn graf omdraaien als hij het taalgebruik in zijn eigen stadje zou lezen…

Oké, taaltechnisch niet zoveel mis mee, maar kijk eens naar de afmeting van die vensterbank. Welke derrière zou er lekker zitten op dat ienieminirandje?!

Of deze: ‘Even IN Pauze’? Moet dat niet zijn ‘even met pauze’, of gewoon ‘even pauze’, of alleen ‘pauze’? En dan dat ‘tot zo’ is toch ook heel vaag. Hoe laat is ‘zo’? hoe lang duurt ‘zo’? Wanneer is die pauze begonnen, dan weet ik een beetje wanneer het ‘zo’ is. De dikke zou het maar zo zo vinden.

Hier woont een echtpaar dat dol is op katten en iedere loslopende kat in huis neemt om ze lekker te verwennen. Ze richten zelfs een stichting op ‘Stichting Zwerfkat w.z.v.L’. De naam zwerfkat begreep ik wel maar die afkorting was niet te vinden in de Dikke. Later ontdekte ik dat het staat voor West Zuid Vlaanderen… Maar goed, toen alle katjes gevonden en vertroeteld waren hielden meneer en mevrouw tijd over. Van een reizende zoon kregen ze een djembé en dat bracht hen op een idee: we richten een djembégroep op en noemen die ‘de Trommelkatjes’. De combi van trommelen en katjes zie ik niet zo, maar gelukkig is er vrijheid van meningsuiting.

Dit is ook een vreemde. Het kan toch een stuk korter? ‘alles op dit rek tussen de 5 en 20 euro!’

Taal is een merkwaardige wereld. Ik ga daar eens even over nadenken in het eetcafé ’t Overleg. Wat ik een fantastische naam vind trouwens! Ik hoor die mannen al zeggen thuis: “Ben ff naar overleg hoor!” of “Vanavond belangrijk overleg!”. En die vrouwen maar trots zijn dat hun mannen niet in het café rondhangen maar naar een overleg zijn. Vraag me nog wel af wat de Dikke zou zeggen van een potje biljarden…

Wandelvondsten

Ik zou er een boek over kunnen schrijven, over wat ik allemaal tegenkom als ik een ommetje maak…

Neem nou dit huis. Dan heb je eindelijk het huis van je dromen gevonden. Lekker ruim, veel authentieke details, in een groene omgeving en ook nog es dicht bij het centrum. Voldoende parkeergelegenheid, alles strak in de lak, maar er mist nog een naam. Even denken hoor, wat past  er nou goed bij ons huis en bij ons? Kijk, het is in Apeldoorn, dus geen ‘Zeezicht’ of ‘Ons hutje’, dat dekt de lading niet. Weet je wat, we noemen het ‘Vale Ouwe’, zo logisch…

Dan dit huis, niet in Apeldoorn, kreeg ik toegestuurd. Een huis zonder ramen, maar in plaats daarvan spiegels! Lekker vrij en creatief bedacht. Zeker in combinatie met de schilderingen lijkt het…eh…lijkt het sprookjesachtig? Of is het een aparte manier om een blinde muur op te leuken? Bij de eerste oogopslag dacht ik dat het ramen waren en vroeg me direct af hoe leuk dit zou zijn voor een glazenwasser… 😊

En deze is voor predikanten die neigingen hebben van het padje te geraken…? Of zou het gewoon de beroepenbuurt zijn? Zoals het Bakkerslaantje, een Notarissteegje, de Vuilinismandreef, het Optiometristhofje, de Wegwerkersweg en de Stratenmakersstraat?

En over de borden in/aan de huizen kan ik een apart hoofdstuk wijden. Dit bord spreekt van vele nare ervaringen. Maar duidelijker dan dit kan het niet!

Dit kwam ik tegen in een klein dorpje. De gemeente werd er gek van, elke dag was er wel ergens een put verstopt en stroomde er een straat over. Al vijftien keer was er een oproep geplaatst in het lokale sufferdje: mensen gooi je afval in de afvalbak of neem het mee naar huis. Maar de dorpelingen waren eigenwijs! Toen kwam Hans van Buitendienst op een lumineus idee: we zetten met verf een boodschap bij elke put! Echt lumineus! Je moest alleen eerst op de straat gaan staan om de boodschap op de stoep te kunnen lezen… dus of het gaat helpen…? 😊

Zo, ik ga nog even een ommetje maken, fototoestel mee 😊

A&C

Het is weer eens de hoogste tijd voor een flog (foto-blog).

Amersfoort adverteerde met een Antiek en Curiosamarkt, lekker in de buitenlucht.

Komt goed uit, ik ben dol op buitenlucht… en met mij nog velen.

Het was gezellig druk, heerlijk weer en voldoende om je over te verwonderen.

Een van de eerste dingen die ik tegenkwam was een pop, een vroege Barbie leek het wel.

Het leek ook wel of ze lag opgebaard, tussen allemaal kantjes, randjes en kettinkjes.

Er paste een glazen deksel op, tikkie luguber…

Wie wil het niet: een antieke brandslang?!

Gebruiken op eigen risico…

Die handelaarslogica…wat heb ik dat gemist… een verre neef van Cruijff misschien?

Bij dit soort kramen moet ik mij bedwingen het tafelkleed er niet onderuit te gaan trekken.

Gewoon, één keertje maar, om te proberen…

Hier werd ik wel een beetje boos van!

Want sinds wanneer is Annie M.G. Schmidt antiek?!

Zij en haar verhalen zijn immers tijdloos…

En zoals altijd vind ik wel ergens een leuke misser.

Deze mevrouw doet eindelijk haar ‘porseleine’ poppen weg, het zijn ook stofnesten.

Ze biedt ze ‘spotgoed koop’ aan, maar dat is een kwestie van een spatie…

Opvallend is ook de lege yoghurt-met-aardbeiensmaak-pot, je zult er maar om verlegen zitten!

Evenals de nieuwe opzetborsteltjes voor de elektrische tandenborstel, of valt dat onder curiosa?

Curieus is het allemaal wel weer en wat geniet ik ervan! 😊

Marktmannen

Het Apeldoornse Marktplein is grondig verbouwd. Je ziet het op de foto niet echt, want het gaat om de vloer. Er is een nieuwe bloembak achterin geplaatst en te zijner tijd (lees: als er weer materiaal beschikbaar is) wordt er nog een heuse hal overheen geplaatst. Maar vandaag was de eerste dag dat er weer zaterdagmarkt gehouden kon worden op het plein.

Het klonk vertrouwd: “De laatste en de lekkerste kibbelingetjes vind je hierrrrr dames en heren!”, “Verse aarebeien, twee dosies voor twee eurootjes maar!”, “Alle tullepen 1 euro een bos en weet je wat, je mag vandaag zelf de kleur uitzoeken, zoekt u maarrrrr!”

Het rook vertrouwd: vis, pizzabroodjes, gebrande pinda’s, kaas, ‘echte leren’ tassen, kip-aan-‘t-spit en uiteraard de worstenkoning. En dat alles door elkaar…

Het zag er vertrouwd uit: mensen kijkend en keurend maar niks kopend en mensen die met zoveel uitpuilende tassen lopen alsof er opnieuw een lockdown aankomt. Mensen met kinderwagens zonder kinderen maar volgestouwd met verse groenten en mensen die kuieren met een tasje- voor- vanavond: stukje kaas, wijntje, zakje quality nuts.

Vandaag was er extra veel te zien, want morgen is het Moederdag, veel mannen dus.

Mannen die met drie kinderen nog even iets gaan halen. “Ik wil die!” “Nee, deze zijn veel mooier!” “Maar mama vindt deze stom!” Vader probeert nog wat te sturen maar tevergeefs. Het eindresultaat was dat het veel tijd kostte en veel geld, want hij mocht vier verschillende bossen afrekenen.

Mannen die alleen moeilijk kunnen beslissen. Waar hield ze nou ook alweer van? Rozen zijn altijd goed toch? Eén bosje staat te zielig? Zal ik een kant-en-klaar-boeket nemen? Wat?! Zo duur?!

Mannen die van hun vrouw gelijk een bos mee moeten nemen voor háár moeder. Kan ik twee dezelfde bossen nemen? Of voor mijn vrouw een grotere? Of juist voor mijn eigen moeder? Wie vind ik belangrijker? Wie heeft Moederdag eigenlijk bedacht?!

Ik zag een vader die met zijn puberzoon ‘gezellig’ iets ging halen. Uiteindelijk hadden ze drie bossen bloemen, en nog een aantal tassen vol lekkere hapjes. Ze waren allebei zichtbaar blij dat het erop zat. Om het te vieren namen ze nog een paar Vietnamese loempia’s. Maar wat nu als je de handen vol hebt? Geen probleem, alles werd op de grond gelegd en samen smulden ze van het lekkers. Ze hadden het dik voor elkaar. Totdat er een fietser over een bos bloemen reed en er daarna, bij het oprapen, één van de tassen scheurde.

Ach ja, de markt, het voelde gewoon weer lekker vertrouwd. 😉

99 woorden

Schrijven Online organiseerde laatst een uitdagende schrijfwedstrijd. Het verhaal mocht niet meer of minder dan 99 woorden bevatten, exclusief de titel. Het thema moest zijn: ‘nieuw begin’.  En dan krijg je de mooiste, gekste, grappigste, ontroerendste, liefste en in elk geval de meest verschillende verhalen 😉  Zo de schrijver, zo de stijl…

De eerste plaats was voor Carolijn Selten:

Nat

Ik ga op de fiets naar mijn sollicitatiegesprek. Het is maar acht kilometer en ik heb een poncho. Dat staat heel ‘duurzaam’. Het plenst. 
Ik meld me druipend bij de receptie. ‘Eerst opwarmen’, knipoogt de recruiter. Hij geeft me een milieubewust kartonnen bekertje met koffie. Ik laat voetafdrukken achter.
In een poging de rangorde te herstellen, draai ik met mijn wijsvinger onopvallend rondjes over de rand van het bekertje. Dat leerde ik ooit bij een cursus Zakelijk Flirten.
Dat ding kiept natuurlijk om; alles over de tafel. ‘Wat vindt u ervan dat de zeespiegel stijgt?’ vraagt de recruiter droog.

De eervolle vermelding was voor Liesbeth Zijlma:

Tijd voor nieuwe helden

“Wie is de sterkste in ons bos?” doorbrak olifant de stilte.
“Jij natuurlijk, jij kan een boom uit de grond rukken en hard roeptoeteren” werd gekwetterd.
“Ik” snoefde vos “ik ben de slimste”.
“Schaap” mijmerde mol “zij draagt de zwaarste last op de dunste pootjes en zorgt voor warme dekens”.
Dat was wel waar, ja.
“Lief mol, maar er zit ook lucht in mijn vacht, ik vind jou de sterkste!”.
Gebrul barst los, wat een schaapachtige mop!
“Mol is niet bang of blind voor lompe kracht, zelfoverschatting en streken. En durft hardop iemand als ik de sterkste te vinden”.

Dit was mijn prijsloze resultaat:

Nieuwe start

Gretig nam ze de tas aan. Veel zat er niet in, maar de inhoud klopte. Meer voor de vorm bedankte ze de vrouw achter de balie. Ze had geleerd dat ‘je aan de vorm houden’ het beste was. De relatie was niet echt vriendschappelijk, daarom volgde er geen ontroerend afscheid.

De nachtmerries pasten niet in de tas. De angst ook niet. Die bleven voorlopig in haar hoofd. Maar ze ging zich redden. Haar dromen waarmaken. Haar angst omzetten in zelfvertrouwen, haar verdriet in kracht. De gevangenispoort viel met een klap achter haar dicht.

Maar eerst ging ze naar de Mac.

Lekker weer

Gelukkig was het lekker weer, want het kon weer! Haal die oranje traditie maar weer van zolder, stof het af en ga er vol voor.

De lekkerste traditie eerst. Daarna de meest luie: tv kijken. Zien wat de fam draagt. Zien hoe je als staatshoofd een ongebakken burger bekijkt of een oranje T-shirt vastniet zonder afkeer te laten blijken, hoe je als Kroonprinses voor special effects kan zorgen door op niet te missen rode knoppen mag meppen, hoe je als tweede zus je ingestudeerde dank betuigt en tevens een prima groen pak draagt, hoe je als jongste niet meer de kleinste bent maar wel de gezelligste (heb ik het idee) en hoe je als reeds lang ingeburgerde Koningin nog steeds lastig te verstaan bent maar wel fantastisch hoeden kunt dragen. Wat een feestelijke dag in Maastricht! Ook wel eens lekker dat André Rieu een kleiner podium kreeg dan Rowwen Hèze 😊 Een kwestie van geduld…

Daarna zelf in de benen. Even een rondje Oranjepark. Dat heet in Apeldoorn altijd zo en niet alleen vandaag. Gezellig druk. Iedereen was er zo’n beetje…

Zo ook de balletjes…

En de worteltjes…

De koninklijke blikken…

Zij waren er ook. Samen zijn ze rood wit blauw en oranje. Niks mis mee, ik vraag me alleen af waar je nog zo’n Peppi-en-Kokkie-hoedje kunt vinden…

Hij was er ook, en had er ècht héél véél zin in…

Maar wat was het fijn! Stinkende etensluchtjes door elkaar, kleedjes gevuld met onverkoopbaar spul, kinderen met doorgelopen schminkvlaggetjes, het was er allemaal weer. Je hoeft helemaal niet koningsgezind te zijn om te kunnen genieten van deze nationale feestdag. Zon, oranje en samen, dat is het wel zo’n beetje.

Dit trekt ook wel weer bij…