Opvallende kerst

Schimmel eruit, boom erin! Zingen we het ene moment nog van de maan door de bomen nu gaat het over de bal in de bomen. Strooiden we vorige week nog met kruidnootjes nu worden we bedolven onder de kerstrecepten. Reed er nog niet zolang geleden iemand in de donk’re nachten, nu is het overal constant licht van de versiering. Ging het vorige week nog om het leuk inpakken nu willen we alleen nog maar uitpakken. Groter, imposanter, het gaat niet om het mooie maar om het vele. Geen drie lichtjes maar drie snoeren lichtjes. Opvallen is het motto!!! We worden opgezweept door reclames, op tv en in de folders. Sommigen zijn wel heel opvallend… Wat dacht je van deze teksten?

  

De kerstmarkt doet natuurlijk vrolijk mee… Is 1 x Hohoho niet voldoende? Daar word je toch tuut van? Alsof die man geen grotere woordenschat heeft? En heeft Santa zoveel stress dat hij aan de yoga gaat? Wil hij een goed voorbeeld geven? Heeft hij aandelen in yogascholen? Of duidt die korte broek op de global-warming? Waarom houdt hij dan wel zijn muts op?

    

De voorraad is ook lekker duidelijk. In de achterste doos zitten ‘kerstfiguren bbq met verlichting’.  Ik kon er niet bij om er in te kijken maar zit er dan een rood barbecueschort in met wit bontrandje? Groene wanten met ingebreid stermotief? Allerlei tangen met vrolijke sneeuwpopjes erop? Of de kerstman van hierboven die in zijn korte broek een gevuld kalkoentje omdraait? Een kookwekkertje die Jingle Bells zingt? Met verlichting? In de voorste doos zit duidelijk een poppetje. Wat voor poppetje? Er zit ook een kerstman in? Hier speelt niet de vraag m/v (man/vrouw) maar m/slee (man of slee)?

Hier word je dus overduidelijk genept. Ik waarschuw je vast! Neem geen hap van die heerlijk ogende taartjes en donuts, want je kunt direct door daar de tandtechnieker! Je moet al dat lekkers in je boom hangen? Waarom koop je lekkers dat je niet kunt eten??? En laat je niet bedotten door het schattige elandje in de vaas. Het is geen eland!!! Als je goed kijkt is het geweitje later aangelijmd, het was namelijk eerst een schaap! Kijk maar naar zijn wollige lijfje. Of voelde hij zich soms niet thuis in zijn lichaam? En koop vooral deze leuke schattige mokkoekjes…als je dol bent op stofzuigen! Het zijn koekjes die op de rand van je mok hete thee zouden passen. Ze passen niet, nergens op en breken daardoor constant in duizend kruimels. Of hangen met één been in de warme thee en kukelen zo òf je thee in òf je kerstjurk op! Je gaat er van mokken! Wie heeft dit bedacht?

    

Vergeet ten slotte niet dat het overmorgen, 14 december, foute-kersttruien-dag is. Ga lekker allemaal voor schut lopen met een synthetisch lelijk ding! Ga dan onder je hyper trendy gestylde boom zitten en eet daarbij een foute-kersttruientaart! Hoe fout wil je het hebben…

Er wordt ons heel wat goedbedoelde onzin opgelegd deze weken. Ik hoop dat het menselijk brein danig wordt onderschat en niemand zich hierdoor laat opjagen en dat ook jij gewoon een gezellige maand heeft met degene die je liefhebt.❤

 

Advertenties

Verlanglijstje

Pfffff, nog 1 nachtje slapen! Dan klinkt hopelijk het rommeldebommelwateengestommel en het stippestappestippestap op mijn dak, dan zie ik de maan schijnen door de bomen, dan staak ik subiet mijn wild geraas, dan is het heerlijk avondje eindelijk gekomen. Hier gaat natuurlijk wel het een en ander aan vooraf…

Van huis uit zijn wij fervente lootjestrekkers en surprisemakers met doorgaans geweldige resultaten. Dit jaar wilde ik mij eens wagen aan papier-maché. Dit had ik beter niet kunnen doen. Alles plakte, ook dat wat niet moest plakken. Ik bleek de krant van vandaag gebruikt te hebben i.p.v. die van gisteren. Ik had gelezen dat je het laatste laagje voor de egaliteit met toiletpapier moest doen. Toen stonden er allemaal blauwe hondjes op die met geen mogelijkheid weg te verven waren. Voortaan moet ik ook iets minder tape gebruiken. Het leek nergens naar en tijd om een nieuwe te maken ontbrak. In het gedicht probeer ik in 100 regels uit te leggen wat de bedoeling is. Nu maar hopen dat aan het eind iedereen nog wakker is.

En dan een verlanglijstje maken, ook zo iets. Als kind knipte ik de hele catalogus van Intertoys en Bart Smit uit, die plaatjes plakte ik dan weer ergens anders op en dat stopte ik in mijn schoen. In feite had ik natuurlijk ook gewoon de hele gidsen er in kunnen gooien. Nu blader ik wat rond en vind dit:

Een muts met stenen? Zit dat wel lekker? Is dat niet zwaar? Ik kijk nog even verder.

Een dubbelzijdige shopper? Ik ga boodschappen doen en bedenk eerst welke kant van de tas ik ga gebruiken? Wat als ik halverwege wil wisselen?

‘Wat zou jij wel van Sinterklaas willen?’ ‘Nou, graag een squeezemal groot met geur, Sinterklaas!’ Het lijkt mij een gewone knuffel? Die je kunt knijpen? En dan komt er een geur uit? En is die geur lekker? Hoe lang blijft dat zo? En hoe groot is groot?

Aan de hond is ook gedacht: lichtgevende hondenproducten. Ik heb niet veel verstand van honden maar een lichtgevende apporteerstok? Zo kan elke hond toch wel de stok terugvinden? Kweek je op deze manier geen luie honden, die op een lichtje afdraven en echte stok nooit kunnen vinden?

Maar hé, ik ga niet over de cadeau’s! Sint en Piet zoeken het maar lekker uit. Zij hebben zoveel ervaring dat ik er op reken dat het allemaal goed komt!

Ik hoef alleen maar wat creatief te schrijven…

 

Verhalenslang 25/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste zin van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken. De oplettende lezer ziet dat dit het laatste verhaal is van deze serie en dat de laatste zin van dit verhaal de eerste zin is van het eerste verhaal…volg je het nog 😉 De slang is daardoor rond, er is geen begin en geen einde.)

Hij is al drie straten verder als hij merkt dat zijn moeder niet meer naast hem loopt. Verbaasd kijkt hij achter zich. Roept nog eens vragend: ‘Mama?’ Dan draait hij om zijn as, zijn grote ogen wijd opengesperd. Een lange slanke meneer knielt bij hem neer. ‘Zo ventje, ben jij je moeder kwijt?’ De kleine knikt. ‘Zeg, weet je wel dat je hele mooie ogen hebt… Maar zal ik je bij je Mama brengen? Zullen we samen zoeken?’ De man pakt het handje van de kleuter en leidt hem richting parkeerterrein. ‘Weet je wat? We gaan met de auto zoeken, dat gaat veel sneller!’ De kleine stapt in, op weg naar zijn verdwijning.

Maya ploft op de bank tussen haar studiegenoten. ‘Kijk jongens, ik heb de foto’s van de vakantie gehaald! Hier was het strand, dit was een heerlijk barretje, waar Jolijn helemaal niet teveel gedronken had, hahaha. Dit was de leukste duikinstructeur ever, dit was het uitzicht tijdens die hike waar ik van vertelde en dit zijn wat plaatjes van de markt. Is het niet geweldig allemaal?! O, ik zou zo wel terug willen naar Italië. Weet je wat, ik ga pizza halen en we houden een lekker Italiaans avondje!’ En weg is ze. Joep kijkt nog een keer op zijn gemak de foto’s na. Hij grinnikt om de gekke gezichten die Maya steeds trekt. Opeens komt hij met een ruk overeind. Jolijn schrikt ervan en vraagt: ‘Gaat het? Wat heb jij nou! Je ziet zo wit als een lijk joh!’ ‘Niks!’, snauwt hij. Hij loopt naar zijn eigen kamer en niemand ziet dat hij een foto van de markt meeneemt.

Als hij niet verschijnt na het herhaaldelijk gebrul van Maya dat de pizza er is, komt ze naar zijn kamer. ‘Sinds wanneer sla jij een pizza af? Wat is er aan de hand?’, vraagt ze. Hij reageert niet en zit met gebogen hoofd op zijn bed. Dan gaat ze naast hem zitten en heft zijn gezicht naar haar toe.’Wat heb je toch een mooie ogen…’ Hij slaat haar hand weg en staat snel op. ‘Ik ga weg, naar Italië!’, zegt hij. ‘Eh… leuk’, reageert ze aarzelend, ’maar zullen we dat na onze tentamens bespreken?’ ‘Nee! Ik ga morgen. Alleen!’ ‘Wat doe je vreemd schatje.’ ‘Ik doe niet vreemd!’, schreeuwt hij bijna. Maya kijkt de kamer rond of ze wellicht een aanwijzing ziet voor zijn gedrag. Haar oog valt op haar foto. ‘Hee, wat doet die nou hier?’ Hij kucht wat en geeft de foto terug. ‘O, die had ik nog in mijn hand, neem maar meteen mee hoor. Ik moet nu pakken.’ Met deze woorden dirigeert hij haar de kamer uit.

Maya maakt zich zorgen. Ze bekijkt de foto van alle kanten, denkend dat hier de oplossing ligt voor het vreemde gedrag van Joep. Er staat een aantal mensen op de foto. Maya en Jolijn vooraan en op de achtergrond nog wat mensen op het terras. Mensen die ze niet kent. Ook niet als ze goed kijkt. Een ouder echtpaar, nippend aan een wijntje. Een jong stel samen aan één sorbet. Een lange slanke opa met zijn kleinzoon. O shit, wacht! Misschien doet dat beeld Joep wel aan vroeger denken. Alleen aan haar heeft hij toevertrouwd dat hij vroeger drie weken verdwenen is geweest, meegenomen door een lange slanke man. Resoluut opent ze haar laptop en zoekt naar krantenkoppen uit die tijd. Naar aanleiding van de beweringen van de kleine Joep is er destijds een compositietekening gemaakt. Wacht, hier heeft ze hem. Dan kijkt ze van de foto naar de tekening en terug en terug en hapt naar adem.

Maya rent naar de kamer van Joep. Leeg. Ze heeft hem niet weg horen gaan. Ze ziet dat zijn tas weg is en als ze zijn kast opent mist ze zijn spijkerbroek en favoriete t-shirt. Hij is weg! Op weg waarheen? Om wat te doen? Nooit heeft hij kunnen praten over die drie weken en altijd voelde ze een bepaalde reserve. Alsof ze nooit helemaal tot hem doordrong, of hij een schild om zich heen had opgetrokken, een schild dat aan hem vast zat en niet verwijderd kon worden. Maar hoe toevallig is het dat de dader waarschijnlijk op haar vakantiefoto staat. Kan een klein kind dat wel onthouden? Ze moet hem stoppen! Voor hij iets onherroepelijks gaat doen. Of juist niet? Moet ze hem met zichzelf en het verleden in het reine laten komen? Alleen? Nee, ze wil hem helpen! De enige mogelijkheid hem te spreken is  vermoedelijk nog op Schiphol. Ze staat op, grist haar jas van de bank en zoekt in haar tas de sleutels van haar rode autootje. Dan hoort ze een vreselijke klap. Ze vliegt naar het raam. Daar, aan het eind van de straat ligt een berg verkreukeld rood staal tegen een vrachtwagen aan. De vrachtwagenchauffeur loopt paniekerig heen en weer, druk gebarend met de telefoon aan zijn  oor. Ze rukt zich los van het raam en roffelt de trap af. In de verte klinken sirenes die dichterbij komen. Joep! Waar is Joep?! Nog 30 meter, dan is Maya bij haar auto.

Verhalenslang 24/25

(de eerste zin van dit verhaal is de laatste zin van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

Ze zwicht, natuurlijk. Daar kon hij haar om haten. Altijd dat meegaande, nooit eens van zich afbijten, nooit eens een eigen menig geven. Aan de andere kant komt het hem wel prima uit. Geen gezeur, gewoon doen wat hij wil, zonder dat truttige overleg. En hij moet toegeven, ze is verdraaid goed in wat ze doet. Hij kan haar maar beter te vriend houden want vervanging zoeken zal niet meevallen. Ze is pijnlijk snel tevreden. Als hij haar een kleinigheid toeschuift kijkt ze hem zo intens dankbaar aan dat hij zich tegelijk een schoft voelt. Ze is zo klein en tenger, breekbaar bijna, dat het ook een behoefte bij hem oproept haar te willen beschermen. Misschien moet hij haar eens meenemen op een leuk tripje.

Ze maken zich klaar voor de klus. Zij doet haar oudste kleren aan en trekt een pet met een grote klep over haar hoofd zodat haar gezicht in de schaduw is. Afgetrapte sneakers en een zelfgebreide tas maakt het sjofele geheel af. Hij hijst zich in een mooi pak dat hem net ietsje te krap is. Een echt lederen tas voor een groot formaat laptop slingert hij over zijn schouder. ‘Ik heb niet zo’n zin meer hoor’, jammert ze, ‘je wilde gisteren ook al.’ ‘Ach schatje, doe het voor mij. Nog  één keertje. Ik heb je zo nodig. Alsjeblieft?’, fleemt hij. Ze drukt zich even tegen hem aan en hij drukt vluchtig een kus op haar kruin. Dan gaat ze naar buiten. Tien minuten later gaat hij ook.

In de winkel is het weer net zo spannend als de eerste keer. Zij loopt wat heen en weer te drentelen, pakt van alles op, bekijkt het van alle kanten om het vervolgens een schap verderop weer neer te  zetten. Ze doet dit zo opvallend dat de twee dames van het winkelpersoneel haar strak in de gaten houden. Zo strak dat ze niet in de gaten hebben dat een keurige heer in een mooi pak clandestien het een en ander zijn tas laat verdwijnen. Op een bepaald moment houdt ze een dure sjaal vast en loopt ermee naar de uitgang. Zodra ze tussen de beveiligingshekjes naar buiten wil lopen, loopt de meneer met het mooie pak ook naar buiten. Het alarm gaat luid piepend af. Hij kijkt nog vragend om maar de beide winkeldames staan al bij haar. ‘Loopt u maar hoor meneer, we zien het al.’ Ze grissen de sjaal uit haar handen. ‘Ik wilde alleen de kleur bij daglicht zien hoor’, verdedigt zij zich nog. Na een verplichte en zo bleek overbodige controle van haar tas, loopt ze even later schouderophalend naar buiten. Hij is al drie straten verder.

 

 

Verhalenslang 23/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste zin van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken.

De pijn in zijn ogen is bijna tastbaar. Zodra het kleine ventje zijn mond opendoet ziet ze direct de boosdoener. Ze draait het riedeltje af van gaatjesmonsters die ze gaat vangen en dat hij mee kan helpen door heel stil te zijn en niet te bewegen. Nog even kijkt hij haar peilend aan, zoekend naar een blijk van vertrouwen. Maar zodra zijn moeder ook bemoedigend knikt besluit hij zich over te geven. Tien minuten later staat hij met moeder, nieuwe tandenborstel, gevulde kies, een kleurplaat en zonder pijn weer buiten. Opgelucht halen ze adem. ‘Mag ik nu snoep?’

Even later zitten moeder en zoon genoeglijk tegenover elkaar in een koffiehoek van een groot warenhuis, tevreden snoepend van een kleurrijk taartje. ‘Ik ben zo trots op je!’, zegt moeder. Zoonlief gaat wat meer rechtop zitten en deelt mee: ‘Ik heb niks niet gehuild hè!’. ‘Nee hoor, en je weet wat de tandarts gezegd heeft hè!’.  ‘Ja mam, heel goed poetsen zodat alle gaatjesmonsters bang van me worden!’ Om zijn woorden kracht bij te zetten gromt hij maar eens vervaarlijk en zwaait zijn gebalde vuistjes door de lucht. Moeder haalt glimlachend een hand door zijn haar.

Zodra het gebakje op is, lurkt hij aan het rietje van zijn drankje. Intussen kijkt hij om zich heen. Hij heeft vooral interesse voor het tafeltje schuin voor hem. Daar zit een ouder echtpaar zich tegoed te doen aan een broodje. Een gezond broodje met veel zaden en pitten. Ze genieten er zichtbaar van. Opeens worden de ogen van de jongen zo groot dat zijn moeder ervan schrikt. ‘Wat is er?!’, vraagt ze, ‘Heb je weer pijn?’ De jongen kan niets zeggen maar wijst voorzichtig naar het tafeltje tegenover hem. Moeder draait zich om en dan ziet ze het ook. De oudere man heeft zijn kunstgebit uit zijn mond gehaald en pikt er alle pitjes vanaf.

‘Kunnen mijn tanden er ook uit mam!’ ‘Nee lieverd, die meneer heeft neppe tanden.’ ‘Waar zijn z’n echte tanden dan?’ ‘Eh…’ En dan valt het kwartje. Voor zijn moeder er erg in heeft glijdt hij van zijn stoel en loopt naar de andere tafel. Hij kijkt de meneer streng aan. Hij heft zelfs een wijsvingertje op. ‘U heeft niet goed gepoetst meneer, nu hebben de gaatjesmonsters alles opgegeten! Maar ik ga wel goed poetsen en dan blijven mijn tanden in mijn mond en niet in mijn hand!’ Hij gromt nogmaals met gebalde vuistjes. ‘Grrrrrr!!!’

Moeder neemt verontschuldigend het jongetje bij de hand. ‘Kom dan gaan we nog wat boodschappen doen. Wat moesten we ook alweer hebben?’ ‘Hele vieze tandpasta, dat lusten de gaatjesmonsters niet! En mam, mag vanavond het kleine lampje weer aan? Monsters houden niet van licht. En als jij gaat slapen kom je dan nog bij mij kijken, of mijn mond wel dicht is?’ Opeens begint hij te huilen. ‘Ik wil geen tanden in mijn hand…’ Pas als moeder belooft alle monsters tegen te houden en buiten te zetten bedaart de kleine weer wat. ‘Mam?’’Ja lieverd?’’Mag ik nu nog die Lego?’ Ze zwicht, natuurlijk.

 

 

Spirit of Winter

De jaarlijkse winterfair op Paleis het Loo is weer gaande. Een mogelijkheid om warme winterideeën op te doen, kerstversiering in te slaan en je te laten inspireren op culinair gebied. Het is een mooie fair en verschilt duidelijk van een ‘gewone’ kerstmarkt. Er zijn vooral veel ‘echte’ dingen. Kleding van echte wol, laarzen van echt leer, shawls van echte zijde, chocolade van echte cacao, 46 smaken fudge echt uit Engeland, echte koffie uit Colombia, echte Chinese thee, echte worst uit Portugal, echt waar allemaal.

              

Er zijn veel kledingstands. Grote omslagdoeken inclusief omslagles, met bont gevoerde lange jassen, met leer afgezette colberts, heel veel hoeden en petten EN de zogenaamde ritsrokjes. Door steeds een ander frontje in je rokje te risten kom je alsmaar anders voor de dag.

       

De aangeboden kerstversiering is precies wat je zou verwachten: slingers, sterren, bomen en sokken met Anti Blokkeer Systeem voor in de hut.

          

Gelukkig waren er ook bijzondere dingen. Bij het woord pegel denk ik eerst aan geld, dan aan ijs, dan aan een hard schot bij voetbal. Dus toen dit kaartje antieke pegels aanbood, leerde ik er spontaan een vierde betekenis bij. Handig die losse pegels? Moet je wel eerst een antieke kroonluchter hebben en die laten vallen. Zelfs als je hart bij Feyenoord ligt kun je hier terecht!

        

Taalgebruik kijken op zo’n fair is altijd interessant. Alliteratie doet het meestal goed maar je moet niet overdrijven. Als iemand mij zou vragen: ‘Waar heb je dat gekocht?’, zou ik zeggen: ’Gewoon…’ ,  in plaats van: ‘Bij Kekke Kaarten en Puike Prullen’. Andere standhouders gaan wel erg ver. Ze brengen je graag naar je auto, maar wil je ook thuisgebracht worden, dan moet er eerst overlegd worden. Alles kan maar tegenwoordig. De horeca op de Spirit of Winter legt je wel de woorden in de mond! Nu moet je wel doorgaan, vooral doorgaan.

Deze dame verdient wel de hoofdprijs vandaag. Om met 8 graden in je badpak buiten te zitten: that’s the Spirit of Winter!

Ode aan Emma (2)

Hieperdepiep, je bent alweer een heel jaar ouder geworden!!! Je wordt maar één keer 2 jaar dus  hebben we dat gisteren uitbundig gevierd. Omdat ‘de boedejij’ je favoriete onderwerp is (tegenwoordig) was dat ook het feestthema. De aankleding, het eten en de spelletjes, alles paste bij elkaar. Je kunt nu alle dieren benoemen en de daarbij behorende geluiden maken. Mijn voorkeur gaat uit naar het konijn omdat je dan je neusje zo parmantig optrekt, zelf hou je meer van de pauw (lekker schreeuwen) en de papahaai (welke boerderij heeft die niet…).

Je zit nu in je verkleinperiode. Emma kaasie? Oma  koekie? Poppie lapen! Poepie bah! Oma boekie wezen? Zo gezellig dat geklets. Soms wat vermoeiend want herhalen hoort er ook bij. Als je één keer je teen zachtjes stoot hoor ik wel acht keer: ‘Au, Emma pijn!’. Een dramaqueen ben je af en toe hoor. En eigenwijs… ‘Kom we gaan hierheen’ en jij gaat steevast daarheen. ‘Beker met twee handen vasthouden als je drinkt!’ en jij houdt hem met één hand vast en kijkt dan uitdagend over de rand. Wat denk je dan: ‘Ik ben twee en zeg graag nee!’??? Nee, oma lacht niet…(hahahahaha)

Maar sociaal ben je ook. Je gaat regelmatig op de bank zitten, klopt dan met je kleine handje naast je  en zegt : ‘Oma bij?’, waarna Oma verguld plaats neemt. Iets anders wordt het als je vanuit je eigen tuinhuisje roept: ‘Oma bij?’. Nee, Oma past nèt niet door het deurtje… Je deelt graag, ook de hagelslag. ‘Oma, toekola?’ Het ene hagelslagje geklemd tussen warm duimpje en wijsvingertje, is meestal chocopasta eer het mijn mond bereikt heeft.

Het enige echt vreemde aan je is je blijvende tenenfetisj, je kunt er niet van afblijven. Zodra je tenen ziet ga je ze aaien, kietelen, geeft er kusjes op en neemt er hapjes van. En je voorkeur voor K3, die begrijp ik niet echt. (ik ben geen doelgroep?) Wel prachtig is zoals jij uit de maat kunt bewegen op die kleuterpop! (dat uit de maat heb je duidelijk van Oma…)

En dan je taalontwikkeling, wat geniet ik daarvan! Kiete (kietelen), mingen (springen) , remmen (rennen), appesappesap (appelsap), toekela (chocolade), stappestap (stampen), wiegen (vliegen). Maar het meest houd ik van je frisse kijk op het leven. Uitdagingen schuw je niet.  Iets nieuws? Hoe moet dat dan? Leer het me dan! Oh, zo maak je slangen van klei! Aha, zo plak je stickers! Als je roept: ’Oma Emma duwe!’ dan ga je hoger met de schommel. En dat je dat dan ook onthoudt na 1 x voordoen. Als ik, meer in mezelf, een keer zeg: ‘Ik moet even naar het toilet’ schal je de kamer door: ‘Oma poepen?’ Maar ook : ‘Oma gaat naar huis.’ ‘Neeee, Oma hier!’ (smelt…)

(eigen creatie 4 oktober 2018)

Vorige week nog hadden we een echt goed gesprek. Ik bracht je naar bed voor het broodnodige middagdutje.

  • Nu gaat Emma lekker slapen hoor.
  • Oma?
  • Ja?
  • Emma wakker Oma bij?
  • Ja hoor, als jij wakker wordt is Oma er nog. Goed?
  • Ja, doei Oma.

Ik weet het, ik klink verliefd en dat ben ik ook maar denk niet dat ik alles pik hoor! ‘Oma nekkie???’ ‘Nee, ga maar bij je vader op zijn nek of zelf lopen… pfff, Oma nekkie!’

 

 

Klokkijken

Kijk op je horloge en je weet hoe laat het is. Tenzij je batterijtje op is. Of tenzij je geen horloge hebt maar op je telefoon kijkt, of op de stationsklok, of de kerkklok. Op welke klok je ook kijkt dus..

Je kunt ook naar iemands gezicht kijken en precies weten hoe laat het is. Of je beter kunt doorlopen, of juist vragen hoe het gaat, of je excuses aan moet bieden of een kopje koffie, of iemand beter in zijn sop kan laten gaarkoken.

Soms word je echter bij de neus genomen! Qua tijd. Kijk es naar buiten!

De boom naast ons huis laat weten dat het herfst is. Hij heeft al heel wat herfsten meegemaakt dus hij kan het weten. Hoe laat is het? Het is al laat, laat in het jaar. De najaarszon maakt de kleuren extra schitterend. Maar kijk nog es goed op de thermometer: 18 graden hier in Apeldoorn! Mensen lopen zonder jas en zitten op de ingekrompen terrasjes. Het lijkt wel een andere tijd: voorjaar in het najaar. Zo laat is het op 6 november.

 

Verderop in de stad is een heel andere tijd. Speculaastijd! Hier kun je de klok op gelijk zetten. Als je naar de datum kijkt wel. Maar een speculaastaartje op je tuinstoel voelt raar.  Je wilt bij speculaas de wind door de kale bomen horen waaien! Je wilt wapperende manen zien! Je snakt naar zich aan schoorsteen klemmende pieten! Je hunkert naar bijna wegwaaiende mijters! Je zingt uit volle borst: ‘Ouwe taaie jippiiaheeee!’

Of vind je het wel goed zo? Met je zonnebril op de oude baas binnenhalen? En denk je ‘het zal mijn tijd wel duren’ Ik zou zeggen: ‘Bekijk het per dag en je weet steeds hoe laat het is…Komt tijd, komt raad’ 😉

 

 

Verhalenslang 22/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste zin van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

Het klopt. Duidelijk hoorbaar. En zo snel! Routineus zet ik een glimlach op en feliciteert de ouders. De moeder is zoals gewoonlijk direct in tranen. Deze vader verroert geen vin en staart met steeds kleiner wordende ogen naar het scherm. ´Weet u het zeker?’, vraagt hij. Als ik bevestigend knik en op het scherm het een en ander wil aanwijzen staat hij zo abrupt op dat zijn stoel met een klap op de grond valt. Hij stormt het kleine kamertje uit. De moeder kijkt me verontschuldigend aan en probeert nog: ‘Sorry voor hem hoor. We hebben er al vier dus het zal hem even teveel zijn. Letterlijk. Maar hij trekt wel bij hoor.’ Ik neem aan dat zij haar man beter kent, maar ik vond zijn blik niet alleen maar verbaasd of bezorgd.

Drie maanden later zit het stel weer voor me. Moeder en kind doorlopen de controles foutloos. Beiden groeien volgens het boekje en weer klinkt de snelle hartslag door de ruimte. De moeder straalt trots en verliefd. De vader doet deze keer iets rustiger. Hij zegt op het juiste moment de juiste dingen, stelt de juiste vragen, maar ik heb het idee dat hij er niet echt bij is, hij lijkt het niet echt te menen. Het valt me op dat hij haar niet één keer aanraakt. Meestal gebeurt het tegenovergestelde. Ik zie aanstaande vaders armen om schouders leggen, buikjes aaien en stevig  handen vasthouden, maar hier niets van dit alles. Ik hoop maar dat ze thuis de situatie met een vijfde op komst goed hebben besproken.

Nog eens drie maanden later melden ze zich voor de bevalling. De moeder giechelt van de zenuwen en vader gedraagt zich weer voorbeeldig. Hij draagt alle tassen, schuift haar stoel aan, masseert haar koude voeten, aait haar rug, helpt haar naar het toilet en terug in bed, puft braaf mee, maar alles met een bozige frons op zijn voorhoofd. En dan toch nog verrassend snel wordt de baby geboren. Een prachtig jongetje met een donkere huid, een klein mopsneusje en een paar plukje zwart kroeshaar. De moeder huilt tranen met tuiten. Van geluk. De vader bekijkt het jongetje van alle kanten. Als hij de perfecte minivoetjes in zijn grote handen houdt kijkt hij zijn vrouw doordringend aan en zegt rustig: ‘Je mag hem houden, de andere vier gaan met mij mee. Veel geluk.’

Ik voel me geroepen achter hem aan te gaan maar wil me ook niet opdringen. Ik zie hem met ongelijke tred door de lompe aangepaste schoenen naar de wachtkamer klossen. Daar zit een oudere donkere dame met grijs haar en aan weerskanten twee kinderen. Alle vier hebben ze aangepaste schoenen. Ik denk dat ik begrijp wat er aan de hand is en stap toch naar voren: ‘Een klompvoet is niet altijd erfelijk hoor.’ Hij kijkt me strak aan en zegt: ‘Dat weet ik maar ik heb me drie jaar geleden laten steriliseren’. De pijn in zijn ogen is bijna tastbaar.

 

 

Met en zonder sfeer

Gisteren naar de Antiek-, Curiosa- en Verzamelaarbeurs in Nieuwegein geweest. Er was een heleboel regen en andere ellende voorspeld dus wil je graag een overdekte bezigheid buitenshuis hebben. Zo’n 500 kramen verdeeld over twee verdiepingen lieten met graagte zien wat je thuis nog niet hebt en soms ook helemaal niet eens wilt hebben. Boven was vooral de afdeling verzamelingen. Oude baasjes mochten op wiebelige klapstoelen plaatsnemen aan lange smalle tafels. Ze kregen ieder hun eigen pincet en leeg boterbakje ( de eigenaar was kogelrond en had glimmend haar…) en een stapel albums. Afgaande op de verheugde gezichten kunnen we hier wel spreken van passie. Voor mij waren de mannetjes  een prachtige verzameling op zich.

Dit liet ik mij geen twee keer zeggen, hoewel ik twee keer moest lezen…

 

Ik kon helemaal los! Ansichtkaarten met en zonder sfeer, ze waren er allemaal.

Bij dit soort kramen voel ik mij altijd zo genodigd. Niet om aan tafel te gaan maar om het kleed in 1 keer onder de borden vandaan te trekken. Die truc staat al zolang op mijn verlanglijstje maar ja, doe dat maar eens  ongemerkt…

Soms leer ik heerlijke nieuwe woorden. Die moet ik onthouden voor scrabble. Of voor als ik iets heel graag wil hebben. Ik zal mijn tegenstander eerst dronken voeren en hem dit dan tien keer zonder haperen laat zeggen…

In verband met de privacy mag ik natuurlijk geen foto van de boekenkraameigenaar maken maar neem van mij aan dat het ‘leuke oude ding achter de kraam’ nog het meeste weg had van een afbladderende boekenwurm met ezelsoren…

Deze kraameigenaar begint binnenkort een handeltje in tegeltjes, met hele wijze spreuken…

Uiteindelijk met een lege tas maar een hoofd vol verhalen naar huis: goeie handel dus 🙂