Gratis verhalen

Ik geef toe, ik ben af en toe een nieuwsgierig type. Gelukkig mocht ik voor Apeldoorn Direct een stukje schrijven over het verhaal achter de advertenties op de facebookpagina ‘Gratis af te halen Apeldoorn en omgeving’. En dan merk je dat een stad als Apeldoorn, met een bovengemiddeld aantal miljonairs, toch heel veel vrijgevige inwoners herbergt.

Door Carla van Vliet

Op Facebook kan je de pagina ‘Gratis af te halen Apeldoorn en omgeving’ vinden. Daar wordt van alles en nog wat aangeboden. Veel kleding, voor baby’s, maar ook voor volwassenen. Heel veel meubilair van banken en kasten tot en met bureaustoelen en bijzettafeltjes. Veel decoratieve accessoires, van schilderijtjes tot en met waxinelichthoudertjes. De reden om spullen weg te geven blijkt divers. We gingen eens op onderzoek uit.

Meestal gaat het om verhuizen of gewoon de huidige inrichting willen veranderen, waardoor sommige items overbodig zijn. Veel vaker blijkt het te gaan om anderen te helpen, spullen een tweede leven te geven. Daardoor voorziet de site duidelijk in een behoefte en heeft niet voor niets meer dan 32.000 leden. Met zoveel leden lukt het om binnen een dagdeel een compleet nieuwe huisraad bij elkaar te sprokkelen voor iemand in een noodsituatie. Maar soms vraag je je af wat het verhaal achter de advertentie is. Een viertal voorbeelden waarbij doorgevraagd is en waarbij verhalen aan het licht zijn gekomen.

Perfecte plek

Helma van der Kolk plaatste: ‘Wie wil deze piano? Phoenix wilde hem niet. Ik zie graag dat hij goed terecht komt.’ Je voelt als lezer een betrokkenheid bij de piano, waarom doet ze hem dan weg? Helma vertelt: “Ik heb de piano een jaar of 5 geleden gratis bij een mevrouw in Deventer mogen ophalen. Ik woon in een mooi huis uit 1950 en had een perfecte plek voor de piano. Het is dan ook wel een pronkstukje! Ik speel zelf niet, zou het wel graag leren, maar tot nu ‘speelt’ alleen mijn 4-jarige kleinzoon er op. Ik wil hem ook helemaal niet weg doen, maar ik ga verhuizen en heb in mijn nieuwe huis helaas geen plek. De kringloopwinkel bestempelde hem als ‘te oud en dus onverkoopbaar’, wat ik heel jammer vond. Volgens mij is er altijd wel een liefhebber voor. Ik hoop niet dat ik hem moet slopen voor het grofvuil!”

Een dag later is de piano opgehaald; al deed dit Helma wel een beetje zeer. Het feit dat er een meisje echt op gaat spelen verzacht de pijn wat.

Een beetje mooier

Een andere dame, die liever anoniem blijft, plaatste: ‘Dozen met taartbodems (12 stuks per doos en tenminste houdbaar tot 23-09-2020) af te halen bij mij thuis.’ Wie heeft er nu dozen vol taartbodems over? Hoe kom je er aan? Zij vertelt: “Megafoodstunter, een bedrijf in Apeldoorn adverteerde ermee, dat je daar gratis taartbodems kon afhalen. Ik ben erheen gereden en heb de auto volgeladen. Ik dacht dat is ook leuk voor anderen en dus deel ik ze nu gratis uit op Facebook. Er komen nu mensen voor een buurthuis of kinderopvang, maar ik vind het ook fijn als er mensen komen die er maar 1 of 2 willen zodat ze ook eens wat lekkers bij de koffie hebben. Ik geef wel vaker dingen weg hoor, zoals kleding, eten en tuinmeubelen, wat ik niet meer gebruik. Ik geef het weg om er iemand anders blij mee te maken, vaak zijn dat mensen die weinig tot niets te besteden hebben. Het maakt de wereld weer een beetje mooier.”

Jacqueline Michorius plaatste: ‘ Microfoonstandaard, zo goed als nieuw!’ Zien we hier een verloren zangcarrière? Wat zit hierachter? Jacqueline legt uit: “Eerlijk gezegd zet ik de standaard hier omdat het me niet lukt hem te verkopen, haha! Ik zing al heel lang, van kinds af aan, maar momenteel zing ik bij Vocalgroup ADD9. Onder de muzikale leiding van Wilco Stronks zingen we onze eigen pittige, maar leuke en originele poparrangementen. Op 26 september zouden we met de andere koren van Wilco een concert houden in Gigant, maar helaas gooide corona roet in het eten. We hebben al eens opgetreden voor RTV Apeldoorn, de Culturele Pleinmarkt bij Orpheus en ook vaak bij Art Café Sam Sam. Zelfs Ilse de Lange heeft onze eerste repetitie van haar nummer Changes geliket op Instagram. We zingen vaak versterkt met onze eigen microfoon. Deze past echter niet op de standaard, vandaar dat ik deze weggeef.”

Gambia

Naast het weggeven is het op de site ook mogelijk iets te vragen. Celia Apell- Van Ijzendoorn plaatste: ‘Heeft iemand misschien wat Duplo liggen die ik mag komen halen voor een gezin in Gambia?’ Gambia? Hoe komt een Apeldoornse aan dit contact? Celia antwoordt: “Ik ken het gezin niet persoonlijk, alleen van foto’s. ik heb een goede vriend in Gambia wonen en dit gezin waar ik de Duplo voor vraag woont vlakbij hem. Ze zijn straatarm. Inmiddels is een andere goede vriend hier in Nederland sponsorouder van één van de kinderen zodat de jongen naar school kan. Ik stuur zelf 2 keer per jaar zo’n 5 á 6 bananendozen met hulpgoederen naar mijn vriend in Gambia en sinds dit jaar doe ik er ook een pakketje bij voor dit gezin.”

Ze legt uit: “Kleding, zeep, groentezaad en hopelijk ook duplo. Ik ben er best druk mee. Inmiddels ben ik zelf tussenpersoon voor twee sponsorkindjes, we hebben een moestuin met waterput opgezet en dan ook nog het verzamelen en opsturen van de hulpgoederen. Momenteel ben ik aan het kijken of het haalbaar is een stichting op te zetten zodat we meer mensen kunnen gaan helpen. Ik ben zelf ook eens in Gambia geweest en heb gezien hoeveel armoede daar is. Maar ook hoe gastvrij en lief ze zijn. Dus ik doe mijn best.”

 

Blijfbriefjes

Ooit heb ik eens een jaar lang handgeschreven briefjes laten zien,

steeds maar eentje, hooguit twee, per keer.

Nu was ik gisteren ergens,

ik weet heus nog wel waar,

maar zal de naam toch maar niet noemen,

en zag een aantal handgeschreven briefjes met prachtige teksten…

Kijk maar even mee.

Deze is lekker duidelijk, je hebt nu eenmaal dikke en dunne boeken, verschil is er.

Maar een 4 delig ancechlopedie is natuurlijk iets anders,

hoewel je daar wellicht in kunt opzoeken hoe je encyclopedie schrijft,

de hele bups bij elkaar is een koopje.

Voordat je bij die boeken bent hangt er gelukkig nog een nette waarschuwing!

Pas op stoot geen hoofd u!

Bedankt hoor, het zou een forse hoofdwond kunnen veroorzaken.

Kleine tip: lamp iets hoger hangen.

Bijna goed! Plaatsnamen blijven lastig.

Het servies ligt niet in 16 delen uiteen, maar een apart model is het zeker.

Kijk, dit vind ik dan weer reuze flauw…gaat er iemand iets onder schrijven!

Alsof ik niet snap wat er bedoeld wordt.

 Intussen heb ik heus wel in de gaten dat de briefjes waarschijnlijk geschreven zijn door een dyslectisch persoon.

Daarom vind ik het extra knap dat diegene het toch maar gedaan heeft

en op een dusdanige manier dat iedereen het begrijpt!

Waarvoor hulde! Ik hoop dat de briefjes blijven…

En als je het helemaal niet meer weet,

vraag je de hulp toch in van iemand anders?!

Gewoon Kees Balie ff vragen! Die weet alles…

Relatief

Vorige week mocht ik weer hier naartoe:

Door al die sfeervolle en kleurrijke lampen lijkt het een gezellig feestje waar in een ongedwongen ambiance veel afspraakjes gemaakt worden. Het is echter de poli afdeling van het Gelre ziekenhuis maar waar wel degelijk ontmoetingen op afspraak plaatsvinden.

Bij de hoofdingang stond een levensgrote desinfectiezuil, met een strenge mevrouw ernaast, die erop toezag dat iedereen met (in elk geval) schone handen het pand betrad. Ik moest daarna met de lift alwaar een desinfectiezuil voor stond. Toen ik de lift verliet stond er weer zo’n ding! Alsof ik in mijn eentje in de lift hele onverantwoorde, besmettelijke, vieze dingen gedaan had… Bij betreding van de longpoli weer eentje en de vijfde bij de wachtkamer. Nou, lekker schoon was ik hoor! Ik rook in mijn eentje naar twee gereedstaande  operatiekamers.

Ondanks de tijdafspraak moest ik toch even wachten op mijn simpele controlebezoekje. De legpuzzels en de leesblaadjes waren natuurlijk niet meer aanwezig, er was niet veel meer te doen dan een foto van de lampen maken. Totdat!

Er komt een scootmobiel aan. Met gierende banden en een overdaad aan knipperende lichtjes die op een kermis niet zouden misstaan. Er volgt zo’n bloedirritant kijk-uit-want-ik-doe-het-niet-ik-rij-keihard-achteruit-piepje. Nog wat heen en weer gecross maar dan staat het ding toch. Een forse man stapt uit. Hij draagt een fluorescerend geel jack, bang dat iemand hem over het hoofd zal zien. Hij slaat de desinfectiezuil bijna aan gort en klost dan met groot zwaar schoeisel, familie van de klomp-achtigen, de wachtruimte binnen. Hij zucht , hij steunt, hij rochelt, hij hoest en hij kijkt rond naar een beschikbare stoel. Op twee na zijn alle stoelen afgeplakt. Op de ene zit ik. Hij trekt de andere onder de tafel vandaan. Dit maakt een schrapend en schuivend geluid. Hij reageert: “Zo, dat maakt herrie!”. Zodra hij zit begint hij een flinke partij te hoesten, minstens 7 op de schaal van Richter, in zijn schone hand. Hij klost terug naar zijn scootmobiel en rommelt in een tas opzoek naar ik wil het niet weten. Met zijn hoesthand aait hij nog eens liefdevol over de knopjes. Gelukkig hoor ik daar mijn naam en vlieg de wachtruimte uit.

Vond ik het 5 x desinfecteren eerst wat overdreven, als ik zo iemand als die man zie ben ik blij dat het 5 x kan. Alles is relatief. Trouwens, zo ook de definitie van herrie.

Mensen

Ik vertel je niets nieuws als ik zeg dat er heel veel soorten mensen bestaan. En veel daarvan lopen zomaar lang mijn raam.

Gewoontemensen. Bijna dagelijks komt er een ouder echtpaar langs. Steevast lopen ze als kameraden hand in hand, hij draagt altijd het kleine boodschappentasje. Je ziet nooit haar alleen of hem alleen. Nee, altijd samen. En als ik langs hun huis loop zitten ze altijd, maar dan ook altijd, samen aan tafel voor het raam te lezen.

Lieve mensen. Minder vaak maar met een bepaalde regelmaat komt er een jonge donkere vrouw langs en ik zie haar gezin uitbreiden. Al twee keer heb ik een zwangerschap van haar meegemaakt. Van traag waggelen met een dikke buik vooruit, tot kwiek een kinderwagen duwen. Het is een prachtige vrouw om  te zien en superlief voor haar schattige kleintjes.

Volhardende mensen. Tweemaal daags komt er een jongeman langs met twee keffende hondjes. Hij heeft geen lijnen die schijnbaar vanzelf langer of korter worden, hij gebruikt nog een leren riempje. Twee in dit geval. Steeds als er een andere hond, formaat doet niet ter zake, in de buurt is willen de twee doerakken een sprintje trekken. Tevergeefs, want de jongeman houdt de riempjes zowat boven zijn hoofd om de mormels kort te houden.

Dit klinkt allemaal redelijk normaal en gezellig, maar wat ik van de week zag…

In de stromende regen liep er een (ander) ouder echtpaar stug door te wandelen. Beide lompe bergschoenen aan en hij droeg een grote rugzak. Ik had me daar toch een meelij met ze. Niet dat ze in de regen liepen, dat deden ze zelf. Maar met het feit dat ze niets anders konden verzinnen dan wandelen in de regen vond ik best sneu. Op een gegeven moment stonden ze en poosje stil, ik dacht wat doen ze daar toch? Ik keek nog es goed en zag dat ze papieren hondenpoepzakjes uit de houder (hoe heet zo’n ding?) haalden en in de grote rugzak van meneer propten… Niet één zakje maar diverse… En ze hadden geen hond bij zich… Waarom? Wat moet je met zoveel poepzakjes? Oké, het is gratis, maar toch… Rare mensen.

Het liet me niet los. Hadden ze dan toch thuis een hondje zitten, met een allergie voor regen bijvoorbeeld, en waren ze vast klaar voor het volgende droge uitlaatmoment? Waren de lunchzakjes op? Gingen ze ’s avonds uit eten en brachten ze hun eigen doggybag  alvast mee? Maakten ze er mondkapjes van? Waren ze bedoeld voor de buurvrouw die haar hond altijd op hun stoepje liep poepen? Spaarden ze gratis artikelen? Stopten ze er cadeautjes in voor de kleinkinderen en dachten hiermee grappig te zijn? En trouwens, was dit de enige poepzakjeshouder die ze leegden of waren ze op strooptocht door Apeldoorn? Maken ze deel uit van het criminele poepzakjescircuit? Hebben ze een succesvol maar illegaal poepaccount op Marktplaats? Staan ze model voor het volgende stripverhaal: Suske en Wiske en de ploffende poepzakjes!

Persoonlijk vind ik bovenstaand iets te ver gezocht en denk ik gewoon dat ze thuis iets heel smerigs (walg…) in de woonkamer liggen dat ze niet met hun handen (kokhals…) willen oprapen! Meer suggesties zijn van harte welkom maar ik vrees dat het echte antwoord altijd een mysterie zal blijven.

Prinses voor een dag

(Dit artikel heb ik voor Apeldoorn Direct geschreven. Wat er niet instaat is dat wij natuurlijk onze eigen prinses Emma (hoe koninklijk wil je het hebben…) bij ons hadden! 🙂 Een wolk van roze tule en al dagen over niets anders praten dan over prinsessen. Volgens mama, oma en opa had er wel wat meer vertier mogen zijn maar hé … de kleine dame vond het prachtig en daar ging het om!)

Vorige week waren alweer de laatste prinsessendagen op Paleis het Loo. Een jaarlijks terugkerend feest voor kleine (maar ook grote) meisjes. Het plezier begon al op de parkeerplaats waar de dametjes na een lange autorit in hun prinsessenoutfit werden gehesen. De haren waren thuis al gevlochten. Een plastic diadeem maakte het af. Een enkel eenzaam prinsje was vaak verkleed als ridder of als koning. Tot zover klopt de vergelijking met voorgaande jaren. Want ook hier is de invloed van corona duidelijk merkbaar.

Eenmaal binnen, na een gereserveerd tijdslot, kregen de kleine vorstenkindjes een heuse goodiebag uitgereikt. In de tas bevond zich een papieren kroon, zelf in te kleuren met bijgevoegde kleurtjes. Dit in tegenstelling tot de eerdere gewoonte waar kinderen hun kroon konden versieren aan lange tafels, die bedolven waren onder de stickers, lintjes, stiften, strikjes en vooral veel glitter. In de tas zat ook een vel met plaktattoos die de dametjes (en het enkele heertje) op hun huid konden plakken, dit was in plaats van uitgebreide schmink. Een en ander moest wel eerst los geknipt worden en dat ging lastig zonder schaar. Maar zo hadden ze thuis ook nog iets te doen. Verder zat er een plattegrond in die dan weer handig was voor de ouders.

Eerst naar het stallencomplex waar een als lakei verklede man de prinsesjes op grappige wijze in de maling nam met zijn goochelkunsten. Daarna over de IJskelderlaan naar de paleistuinen. Onderweg stonden diverse grappige borden met tips hoe je netjes kunt lopen en deftig kunt wuiven.

   

Was er de voorgaande jaren nog een echt witte prinsessenkoets voortgetrokken door echte zwarte Friese paarden, dit jaar waren vele vaders en opa’s de klos om als vervoermiddel te fungeren. Zo kwamen de meisjes toch op min of meer Koninklijke wijze op hun plaats van bestemming.

In de tuinen kon er etiquetteles gevolgd worden, over hordes gesprongen worden (jammer genoeg de enige actieve bezigheid) en er was elk uur een voorstelling van ongeveer 20 minuten. De voorstelling ging over een prinses die graag op staatsbezoek wilde. Hoewel niemand van het jonge publiek wist wat dit betekende, snapte iedereen direct dat de prinses zich verveelde toen ze ondersteboven in haar gouden stoel ging zitten, met haar royaal opgevulde derrière naar boven. Ze had een mooie prinsessennaam maar iedereen noemde haar direct ‘prinses met de dikke billen’. Het was een interactief verhaaltje waaraan de meeste prinsesjes deelnamen en van genoten.

       

Voorgaande jaren werden alle bezoekstertjes in de gelegenheid gesteld op audiëntie te verschijnen bij Koning William en Koningin Mary, de oorspronkelijke bewoners van dit Paleis. Een handje geven, een knikje maken en natuurlijk een foto als bewijs zat er dit jaar niet in. Op zich begrijpelijk in verband met de 1,5 meter maatregel, maar jammer was het wel. Er liepen ook slechts vier figuranten rond, hetgeen wat toch wat tegenviel. Waarom niet wat meer figuranten/prinsessen verspreid over het park opgesteld en dan met een fluwelen koord 2 meter rondom afgezet. Zo zou het prinsessengehalte een stuk hoger uitvallen en konden er evenzogoed foto’s gemaakt worden.

Uiteindelijk werd er bij de Prins Hendrik garage nog wat gedronken en een tafel gevonden om de papieren kroon in te kleuren, die voor velen nog te groot bleek…

Daarna konden de vermoeide, warme en plakkerige prinsesjes terugkijken op een heerlijk feest: ‘Prinses zijn voor één dag’. Graag tot volgend jaar!

 

 

Vakantie = ‘l Amour

(Deel 7, en tevens laatste deel, van Vakantieherinneringen op Apeldoorn Direct. Afsluiten met een onvergetelijke vakantieliefde…)

Door Carla van Vliet

De coronasituatie zorgt ervoor dat veel vakantieplannen niet doorgaan. We blijven dichter bij huis of zelfs helemaal thuis. Je leest erover in onze serie ‘Coronazomer’. Daarnaast is er alle tijd om terug te denken aan voorgaande jaren. Gelukkig hebben we de foto’s en de verhalen nog. Hiervan een verzameling, geschreven door Carla van Vliet. 

Ik zie het gebeuren. Recht onder mijn ogen. Op ons groengele grasveldje dat als een ontmoetingsplaats tussen een vijftiental Franse vakantiehuisjes ligt. Er bloeit iets moois op tussen het meisje van nummer 10 en het oudste jongetje van nummer 13…

Wat allenig zit zij op het veldje te tekenen als hij schoorvoetend met een voetbal dichterbij komt. Schijnbaar achteloos kijkt hij ‘per ongeluk’ naar haar tekening. Hij maakt een complimentje. Even kijkt ze achterdochtig naar hem op maar laat dan een stralende lach zien. Het ijs is gebroken. Hij rent naar binnen om even later zijn schetsboek met een plof voor haar voeten te laten vallen. Ze pakt het op en al snel zitten ze schouder aan schouder. Ze wijzen, trekken een wenkbrauw op en lachen tegelijk. De basis is gelegd.

Twee dagen later biedt hij haar galant een tekening aan. Voor zover ik kan zien staan er alleen vliegtuigen op. Als extraatje heeft hij de prent zigzag opgevouwen zodat deze ook nog eens als waaier kan fungeren. Ze toont zich verrast en dankbaar en houdt het kleinood stevig vast als ze samen gaan voetballen. Jean et Claire.

Samen

Vanaf die dag zijn ze elk mogelijk moment samen op het veldje te vinden. Ze vertellen elkaar eindeloos veel verhalen, lachen om dezelfde dingen en ze voetballen. Hij draagt steeds haar bakje waarin ze eventueel gevangen salamanders wil bewaren en zij haalt snoepjes voor hem. Ze zoeken mooie takken, fluiten op blaadjes, althans dat proberen ze. Ze lijken genoeg aan elkaar te hebben en ze lachen. Vooral dat.

Op een dag komt er een nieuw meisje op het veld. Juliëtte! En zo ziet ze er ook uit. Een engeltje met lieflijk krullend haar, een schattig wit kanten jurkje aan, in haar knuistje een parmantig roze tasje gevat. Als dit een film was dan zou je nu violen horen, misschien wel harpen. Alles zou wazig zijn behalve het meisje. Als stralend middelpunt zou ze het veldje veroveren… Ze nodigt iedereen uit in haar tasje te kijken waarvan de inhoud uitsluitend roze is. Ze wijst Jean aan als uitverkorene het buideltje te mogen vasthouden. Met grote ogen volgt hij Juliëtte als zij even later om hem heen danst. Zonder enige vorm van ritme of gratie maar het witte kant zwiert bekoorlijk in het rond.

Claire trekt lichtelijk geïrriteerd grassprietjes uit de grond.

Dan wordt het snoesje geroepen door Maman voor een fotosessie bij hun huisje. Ze rukt haar tasje uit Jeans handen.

Wat nu? Zal hij haar volgen? Blijft Claire weer allenig achter?

Jean draait zich om naar Claire. Hij loopt naar haar toe. Er is onrust voelbaar. Hij staat voor haar maar zij heeft het druk met de grassprietjes. Dan maakt Jean een potsierlijke kopie van het dansje van Juliëtte. Claire meet en weegt, houdt de spanning er nog wat in. Uiteindelijk geeft ze gretig toe. En zitten Jean et Claire samen, schouder aan schouder, te snikken van de lach. Die heerlijke lach waar geen Juliëtte tegenop kan. Ze wisselen mailadressen uit om elkaar nooit meer kwijt te raken. En verjaardagsdata, de dag waarop ze eindelijk negen worden.

C’est l’amour, toch?

 

 

Wat vooraf ging

Ik zou nog es terugkomen op de bijzondere schrijfwedstrijd georganiseerd door uitgeverij 1802 publishing waarbij ik met 1 verhaal in de bundel kom, die in februari 2021 zal verschijnen. De vraag luidde als volgt:

Kijk jij in een bus, trein of metro ook naar je medepassagiers en probeer je te bedenken wat voor werk diegene doet, wat voor leven diegene leidt en waar diegene vandaan komt? Nu is je kans om daar een verhaal over te schrijven. Maar dan wel binnen een spannende setting. De locatie is de metro in Amsterdam, de lijn die rijdt van Noord naar het centraal. Kort gezegd: de geheime dienst weet dat in de metro een ontmoeting plaats gaat vinden. Een ontmoeting tussen zeker drie personen die een staatsgeheim gaan uitwisselen. Maar wie is wel betrokken en wie niet? Dat weet alleen jij!
Aan jou de taak om een verhaal te schrijven over een van de personages of een groepje personages: wie is de personage en hoe is diegene in de metro terecht gekomen? En belangrijker nog: welke rol heeft de personage in het geheel?

Wie mij een beetje kent…een kolfje naar mijn hand. Op de afbeelding zie je de situatie in de metrowagon. Rood zijn de zitplaatsen, de witte rondjes zijn de palen en de blauwe zijn de personages.  Over de personages is een korte beschrijving gegeven, daar moet je op uitkomen. Je mag uiteraard zelf weten over wie je een verhaal wil schrijven. Je kunt je daarbij afvragen waarom jouw personage uitgerekend op dat moment op die plek is, toeval of pech? Wat is er aan voorafgegaan, heeft jouw personage goede of slechte bedoelingen, is er een voorwerp in het spel? Alle verhalen, over alle personen leiden dus naar hetzelfde punt, tijdstip en situatie toe. De winnende verhalen worden verzameld en op basis hiervan schrijft auteur Miranda van der Steen het einde.

In eerste instantie heb ik gekozen voor nummer 13, dat is een winnend verhaal geworden! 😉 De tekst waar ik naartoe moest schrijven was:

‘Het meisje dat naast de jongens op een stoel zit, kijkt verschrikt op en trekt haar tas nog strakker tegen zich aan. Tranen wellen op uit haar ogen, ze wist al langer dat de stress haar te veel zou worden.’

Dit verhaal ga je in het boek lezen… 🙂 In verband met corona, werd de deadline verlengd en had ik tijd zat om nog een verhaal in te leveren. Deze keer koos ik voor de dames 7 en 8. De korte tekst waar ik naartoe moest schrijven luidde:

‘7. De twee vrouwen houden zich verstijft van angst vast aan de paal. ’Shit, Mariët, ik zei dat we de bus moesten pakken, er is altijd gedonder in de metro. Altijd!’

8. De andere vrouw houdt zich zo stevig vast dat ze geen gevoel meer heeft in haar vingers. Haar handen zijn ondertussen wit en haar knokkels rood. Langzaam draait ze haar hoofd naar de twee jongens bij de deur, rechts van hen.’

 Dit verhaal mag je wel lezen want het komt niet in het boek…

Wat vooraf ging (7 en 8)

Zoë trekt de zwarte trui over haar hoofd en smijt hem op het smalle logeerbed. Bovenop de berg andere kledingstukken. Ze zet haar handen in haar zij en kijkt vertwijfeld haar kast in. Wat moet ze in vredesnaam aantrekken? Wat draag je als je een oude schoolvriendin na zoveel jaar weer gaat ontmoeten. Nou ja, niet dat Mariët echt een vriendin was. Zoë had vreemd opgekeken toen ze via Facebook opeens een berichtje kreeg van Mariët. Ze wilde graag eens afspreken voor een drankje of een lunch. Zoë had het hele profiel doorgeneusd en zag haar oude klasgenootje druk in de weer met drie kinderen. Die leken zeker op hun vader, zo tenger, want Mariët was nog net zo mollig als vroeger. Ze zag foto’s van Nederlandse kampeervakanties, speeltuinen, het Dolfinarium, ijsjes en pannenkoeken. Zoë bekeek het met een schamper lachje, ze vond het maar een burgerlijke toestand. Zij hield nu eenmaal niet van het eenvoudige leven, ze wilde meer, altijd meer. Voor nu wil ze dat ze weet wat ze aan moet trekken. Dan valt haar oog op een rood leren mantelpakje. Daarin ziet ze er hip en stoer uit en, belangrijker, helemaal niet als een vrouw van 40. Ze maakt zich zorgvuldig op, verwerkt haar lange haar nauwgezet tot een nonchalante vlecht en maakt haar outfit af met een paar duizelingwekkend hoge hakken.

Mariët bestudeert de menukaart van de brasserie. Als ze op haar horloge kijkt ziet ze dat Zoë al twintig minuten te laat is. Ze schudt glimlachend haar hoofd. Nog niets veranderd die Zoë, altijd te laat komen. Het was een toevalstreffer dat ze haar tegenkwam op Facebook, ze was niet eens echt op zoek naar Zoë geweest. Er stonden niet veel foto’s op haar profiel maar die er stonden waren stuk voor stuk prachtig. Dat wil zeggen: Zoë is prachtig. Lang, slank, lenig, eigenlijk alles wat zij, Mariët niet is. Zoë was een typisch ‘mooiste meisje van de klas’. Een beetje uit de hoogte was ze wel maar toch wilde iedereen dolgraag bij haar in de buurt zijn. Meisjes, jongens, zelfs leraren leken voor haar charmes te zwichten. Dan gaat de deur van de zaak open en stapt Zoë binnen. Het rode mantelpakje is net iets te rood voor haar teint maar op de torenhoge hakken wiebelt ze niet een keer. Mariët staat vlug op en steekt haar armen uit. ’Zoë, wat hartstikke leuk je weer eens te zien. Jeetje, wat zie je er goed uit, je bent niets veranderd in die 22 jaar.’ Ze drukt een hartelijke kus op de wang die Zoë haar toekeert. ‘Mariët! Wat een gaaf idee dit! En jij bent ook niets veranderd! Oh…eh… ik bedoel…’ ‘Nee joh, het klopt, ik ben nog net zo dik.’, lacht Mariët.

Zodra de bestellingen gedaan zijn en de eerste algemene beleefdheden zijn uitgewisseld vraagt Mariët: ‘Maar vertel eens Zoë, wat heb jij gedaan na de middelbare? Heb je nog verder gestudeerd? Het zou me niet verbazen dat je iets gedaan hebt met die modellenklusjes die je toen al af en toe deed.’ Zoë doet verslag van haar leven. Ze had geen zin meer in school of studie en ze verdiende best wel makkelijk geld met het poseren. Haar broer volgde destijds de fotoacademie en zorgde voor een schitterende portfolio waarmee ze castingbureaus afliep. Al snel was er een vooraanstaand bureau dat haar graag contracteerde en zodoende had ze een aantal jaren achter elkaar een goed bestaan als foto- en catwalkmodel. Ze liep shows in onder andere Londen, Parijs, Milaan en New York. Daarnaast was ze een gewild model voor diverse fotografen. Alles werd voor haar geregeld, onderdak in de beste hotels, vaste visagisten die haar make-up en haar verzorgden, assistentes die op tijd haar favoriete hapje en drankje kwamen aanreiken en diners met aantrekkelijke mannen in dure clubs. Dus zonder verdere studie was ze toch aardig terecht gekomen.

‘En jij, wat jij gedaan? Heb jij nog doorgeleerd?’, vraagt Zoë. Mariët doet op haar beurt verslag. Ze was na de middelbare school naar de modevakschool gegaan. Had dit ook succesvol afgerond maar had toen al een jaar of drie verkering. Een ondeugend lachje verschijnt om haar mond. ‘Je raad nooit met wie…’Als Zoë haar schouders ophaalt zegt ze: ‘Met Arend-Jan van Duvekaten.’ Zoë rolt met haar ogen en zucht: ‘Dat was de grootste hunk van de klas! Met die rijke ouders toch? Jij en AJ?’ Mariët lacht en vertelt dat ze het eerst ook niet kon geloven. Nadat ze klaar was met haar opleiding kwam het einde van de rechtenstudie van AJ ook in zicht en zijn ze gaan samenwonen. Binnen twee jaar was hun oudste geboren, Marit, een prachtig en pittig meisje dat haar vader al snel om haar kleine vingertje wond. Daarna kwam Liese, een  dromerig meisje met lange haren en grote poppenogen. Ze was rustig  en ontwikkelde al snel een liefde voor lezen. Ten slotte kwam Bram, een heerlijk joch met energie voor drie en een voorkeur voor buitenspelen. Mariët haalt haar telefoon tevoorschijn en zegt: ‘Kijk, dit zijn ze!’ Zoë ziet een foto van drie schaterende kinderen en een stralende moeder. Ze knijpen hun ogen wat dicht tegen de felle zon. Zoë ziet geluk. ‘Heb jij eigenlijk kinderen?’

Zoë is blij dat de ober op dat moment de bestelling komt brengen; water en een salade voor haar en een cola en een broodje gesmolten brie met honing voor Mariët. Ze kijkt stiekem toch een beetje verwonderd naar het calorierijke broodje, maar Mariët zet er schaamteloos genietend haar tanden in. Zoë prikt wat doelloos in haar salade. Het onderwerp kinderen is onophoudelijk  pijnlijk voor haar. Nog ruikt ze de medicinale lucht van het bedompte kamertje en huivert ze als ze aan de oudere vrouw met de vriendelijke ogen denkt, die zachtjes aan haar vroeg: ‘Weet je het zeker?’ Zoë schudt haar hoofd en legt monter uit dat ze voor kinderen geen tijd had met haar carrière en bovendien ook niet de juiste man was tegengekomen. Het verschafte haar wel de mogelijkheid een wereldreis te maken toen het moment kwam dat ze het constante werken opeens zomaar zat was. Er zat niet veel uitdaging meer in haar werk en ze had haar schaapjes dusdanig op het droge dat die lang gedroomde reis werkelijkheid kon worden. Ze zwierf onder andere door Peru, Zambia, Bali en nog wat van die verre oorden. Nu was ze weer terug in Nederland, op zoek naar een nieuwe uitdaging. ‘Vind jij nou eigenlijk voldoende uitdaging in je kinderen verzorgen?’

Mariët moet zo lachen om de manier waarop Zoë de vraag stelt en verslikt zich bijna in de cola. ‘O jij denkt dat ik niets anders doe of misschien niets anders kan?’ Zoë kleurt licht. Dan vertelt Mariët van de modevakschool. Daar leerde ze heel veel zaken, zoals patroontekenen en haute couture, maar ook management en communicatie. Het belangrijkste was dat ze kleding kon maken in haar eigen maat. Ze leerde welke stoffen beter bij grotere maten passen en welke patronen haar figuur beter deden uitkomen. Ze was de enige van haar jaar die uitsluitend met zulke grote maten werkte. De leraren stonden er eerst afwijzend tegenover maar toen ze zagen hoe serieus Mariët alles aanpakte kreeg ze alleen maar waardering. Ze bleek een gat in de markt te hebben aangeboord want zodra ze in het derde jaar haar eerste show gegeven had, compleet met plus-size modellen, bleven de aanvragen binnenstromen. Na haar afstuderen had ze binnen drie jaar een eigen winkel in het centrum van Amsterdam. Vijf jaar later opende ze een filiaal in Rotterdam en drie jaar daarna in Enschede. ‘Miss Piggy heeft het best ver geschopt hè?’

Zoë’s wangen kleuren nog donkerder. ‘Ja, sorry Mariët, het was niet de bedoeling…eh….’ Mariët kijkt Zoë vragend aan: ‘Het was niet de bedoeling dat ik dat hoorde?’ Haar stem wordt scherper. ‘Natuurlijk hoorde ik hoe jullie mij achter mijn rug om noemden. Wat denk je nou. Natuurlijk ben ik niet vergeten dat jullie keihard tegen me zeiden -jij mag niet meedoen want je bent te dik!- Dit vergeet een kind niet. Zo’n kind komt huilend thuis, zo’n kind sluit zich op in haar kamertje, zo’n kind bedenkt zich suf over een tegenactie. En jij denkt dat een simpele sorry genoeg is? Denk je dat nou echt?!’ ‘Nee,nee, natuurlijk niet.’, stuntelt Zoë: ‘Zeg me wat ik moet doen. Ik weet niet zo goed wat…eh…hoe…eh. Het spijt me echt, heel echt. Je bent prachtig zoals je bent en ik bewonder wat je allemaal voor elkaar gekregen hebt. En…eh… hè…zit je nou te lachen?’ Mariët knikt: ‘Haha, eerlijk om jou zo te zien spartelen.’

‘Maar maak je niet druk meid, ik ben jullie, stelletje pestkoppen, er zelfs bijna dankbaar. Door het gedrag van jullie had ik een sterke drang me te bewijzen en als ik eerlijk ben: het is me goed gelukt! Een geweldige man, drie superlieve kinderen en de fantastische zaak ‘La Belle Grande’ met drie filialen!’ ‘Wat?’, reageert Zoë, ‘Is La Belle Grande van jou? Maar dat is een heel groot en bekend merk!’ Op dat moment komt de ober vragen of alles naar wens is. De twee vrouwen kijken elkaar aan en schieten tegelijk in de lach en proesten: ‘Ja hoor, alles is naar wens!’ Hij knikt en verdwijnt weer. Mariët trekt een serieus gezicht: ‘Meen je dat Zoë, dat alles naar wens is bij jou? AJ en de kinderen zijn fantastisch en ik kan me geen leven zonder hen voorstellen maar de uitdaging die ik elke dag weer aanga in mijn werk, de voldoening die ik daarin vind is met geen pen te beschrijven.’ Zoë knikt: ‘Je vraagt je af wat ik nu eigenlijk voorstel zonder man, zonder kinderen en zonder werk maar wel met een grote stapel plakboeken en herinneringen? Maar ik heb wel wat geleerd onderweg hoor. En er schiet me nu opeens iets te binnen. Weet je dat ik kan verkopen als de beste? Heb je nog een vacature in een van je winkels?’ ‘Jawel, maar jij mag niet meedoen, want je bent  te dun!’

Zoë’s mond valt open van verbazing. Is Mariët toch nog boos? Wil ze met gelijke munt terugbetalen en Zoë voor schut zetten? ‘Tjonge,’ lacht Mariët, ‘Jij zit snel op de kast zeg!’ Dan legt ze uit dat alle verkoopsters in haar filialen ook een maatje meer hebben, dat is een van de voorwaarden. Zo voelen de klanten zich meer veel meer op hun gemak. En dat Zoë dus inderdaad te dun is voor de baan. ‘Maar als ik het me goed herinner was jij vroeger toch goed in wiskunde? Ik heb nog wel een administratief baantje voor je. Hallo, luister je?’ Zoë staart peinzend naar het boeketje bloemen op tafel, haar gedachten maken overuren. Ze schrikt als Mariët haar hand aanraakt. ‘Mariët, ik heb een fantastisch idee, zeg maar als je het niets vindt, maar het lijkt mij echt super! Dat ik daar niet eerder aan gedacht heb!’ Ze schudt verbaasd haar hoofd. ‘Krijg ik dat fantastische idee ook nog te horen?’, vraagt Mariët. ‘Modeshows!’, roept Zoë uit. Mariët schiet in de lach: ‘Besef jij eigenlijk wel hoeveel tijd de leiding van drie filialen kost en daarbij sta ik erop elke nieuwe collectie zelf te ontwerpen.’  Zoë schraapt haar keel en zegt: ‘Luister. Jij maakt mode en ik ben jaren model geweest. Om jouw mode aan de vrouw te brengen moet je shows organiseren en wie weet daar nou meer vanaf dan ik?’

‘Je bent geniaal!’, juicht Mariët, ‘Je bent aangenomen! Ober, twee glaasjes bubbels hier!’ De twee vrouwen toosten op een goede samenwerking. Ze storten zich direct al op nieuwe plannen voor het volgende seizoen waarbij de drie hoofdlijnen van La Belle Grande, modieus, comfortabel en uitstraling, duidelijk zichtbaar blijven. Het lijkt alsof ze al jaren samenwerken en vullen elkaar naadloos aan. Als de ober nogmaals komt vragen of de dames nog iets willen gebruiken, vraagt Mariët om de rekening en zegt een beter idee te hebben. ‘Ik neem je mee naar mijn zaak in het centrum, daar ga ik je voorstellen en kun jij gelijk sfeer proeven. Wellicht levert dat nog meer briljante ideeën!’ ‘Prima!’, zegt Zoë, ‘Mijn auto staat hier om de hoek. Geef even het adres, wil je meerijden?’ ‘O help nee, we gaan met de metro! Je kunt wel zien dat jij lang niet in Amsterdam bent geweest. Geen doen joh!’ ‘Nou…eh..ik heb het niet zo op de metro, daar gebeurt altijd wel wat vervelends. Laten we dan in elk geval de bus nemen, oké?’ ‘Wat een schijterd ben jij, heb jij nou de hele wereld rond gereisd? Kom op niet zeuren, we nemen de metro, dat is echt de snelste manier.’

 

 

 

Vakantie = sporten

(Deel 6 van Vakantieherinneringen op Apeldoorn Direct.)

Door Carla van Vliet

De coronasituatie zorgt ervoor dat veel vakantieplannen niet doorgaan. We blijven dichter bij huis of zelfs helemaal thuis. Je leest erover in onze serie ‘Coronazomer’. Daarnaast is er alle tijd om terug te denken aan voorgaande jaren. Gelukkig hebben we de foto’s en de verhalen nog. Hiervan een verzameling, geschreven door Carla van Vliet. 

We logeren twee weken naast een Frans golfterrein en dit opent voor mij een geheel nieuwe wereld. Na twee dagen kom ik er achter dat het geen echt golfterrein is maar een oefengolfterrein. Hier kunnen diverse technieken geoefend worden of je kunt er gewoon even lekker inslaan. Daarna wordt de hele boel verhuisd naar het echte golfterrein. Nu gok ik dat je een beeld in je hoofd hebt van een man met een ruitjesbroek en een bijpassende polo en pet en het liefst ook nog een trui nonchalant om de schouders geknoopt. Die heb ik niet gezien. Wat ik wel zag…

Daar komt-ie hoor, de stoere fransoos. Langwerpige tas op zijn rug, strooien hoedje op zijn hoofd en een goeie zonnebril. Twee groene draadmandjes gevuld met witte balletjes, één in elke hand. De tas en de mandjes gaan op de grond. De tas wordt open geritst en er wordt een stokje uitgehaald. ‘Huh, wat een rare stick is dit?’, denk ik nog. Hij tuurt over het veld(je) en kiest een doel. Dan legt hij het stokje op de grond richting dat doel. Aha, het is een slarichtingstokje. We kunnen beginnen! Dacht ik…

  1. Eerst worden er drie balletjes langs het slarichtingstokje gelegd.
  2. Uit de tas komt een club (zo heet een golfstick, sommige hebben zelfs een sokje met rits over het voetje van de club, vraag me niet waarom),
  3. Er wordt een handschoentje aan gedaan (eentje maar, vraag me weer niet waarom),
  4. Er wordt met zowel de linker- als de rechterarm 5 x door de lucht gemolenwiekt,
  5. Er wordt 10 x door de knokige knietjes gebogen,
  6. Er wordt 8 x ‘droog’ geslagen,
  7. En dan eindelijk komt de echte klap!

Ritueel

Hij kan er wat van hoor, mist geen ene bal. Maar ik zie wel veel overeenkomsten met de tennisser Nadal. Die neemt na elke twee sets 2 hapjes banaan, 1 slokje water, 2 slokjes citroensap en 1 hapje chocolade, dan droogt hij zijn haar links met de linkerhanddoek en zijn haar rechts met de rechterhanddoek zorgvuldig af. De golfer heeft een soortgelijk ritueel na elke drie ballen: telefoon checken, 1 hapje stokbrood, 1 slokje water, gebruikt voetje afvegen aan de handdoek, sokje over het voetje ritsen, nieuwe club pakken, sokje eraf ritsen, voetje vastdraaien met een daarvoor bestemd gereedschapje, telefoon checken, hoedje rechtzetten en de volgende 3 balletjes klaarleggen. Golfen is doorwerken!

Op een ander veldje staan twee mannen, een beetje buikig, tas op een karretje. Ze willen niet voor elkaar onderdoen en slaan veel te snel en daardoor alles mis. Ik lach niet.

Op nog een ander veldje staan twee mannen, mager als een lat, tas zonder karretje. Ze overleggen alles uitvoerig, zitten op de iele hurkjes de slalijn te bepalen, nemen grote stappen om de afstand te bepalen, slaan per kwartier maar 1 bal. Maar die is dan wel helemaal goed. Dat wel.

Op weer een ander veldje staat een jong stel. Zij wil zich verdiepen in zijn belevingswereld en hij wil het haar graag leren. Het blijkt geen goed idee. Ze giechelt teveel, slaat maar wat in de rondte, verplaatst meer lucht en zand dan bal. Soms kun je hobbywerelden beter gescheiden houden.

Dan komt er een fietsje aan met een jongetje van een jaar of tien schat ik. Uit zijn tas komen een club en drie lichtgevend oranje balletjes. Waar hij ze ook neerlegt, hij slaat ze raak en ze treffen doel. Zonder stokjes en sokjes, zonder hapjes en slokjes, zonder kletsen en zweten, zonder passen en meten. Zo kan het dus ook.

Tja, sport, ik kan er uren naar kijken!

 

Logeren (2 van 2)

Gelukkig mogen de meeste patiënten voor het weekend naar huis en even, heel even zag ik hoop gloren in een vierpersoonskamer voor mij alleen. Maar helaas… Een nieuwe dag, een nieuwe setting.

In bed 1 ligt nu mevrouw Nep (48). Heur haar heeft  te veel blonde strepen, haar nagels te veel kleurtjes, haar t-shirt te veel  strassstenen, met te veel tekst ‘I ‘m beautiful, and you?’. Ze heeft een metallic roze toilettas formaatje hutkoffer en een prachtige zucht. Ongevraagd vertelt zij haar ellende: “Ohh ik kan niks meer, ik heb het zooooo benauwd, ohh ik kan niks meer. Ik was thuis zooo benauwd dat ik wel 40 pufjes heb genomen! Gelukkig kwam mijn zoon ff langs. Ik riep ohhhh ik kan niks meer. Hij schrok zich een hartverzakking en toen heeft hij de ambulance gebeld en nu lig ik hier. Ohhh ik kan niet meer.” Ik wilde haar adviseren even de mond een poosje dicht te houden, maar ik kwam niet boven het zuchten uit.

In bed 2 ligt mevrouw 020 (73). Met een onvervalst plat Amsterdams accent roept ze constant: “O gottegottegot! Errug hè!” Zodra de verpleging iets aan haar infuus wil toevoegen gilt ze: “Jullie vermoorden me toch niet hè!” Ze heeft hele verhalen over haar buurvrouw thuis: “Die heb een friend en nou leg ze steeds in d’r nakie in de tuin, op een stretser, om mooi bruin te wezen voor die friend en ze is 73! Nou ik mot er niet an denken weer een vent over me heen te hebben! Toen mijn man dood was, vond ik het ook wel lekker rustig, lekker me eige bedoeninkie. Maar nou heb ze een rieten mat tussen ons gezet toen ik niet thuis was! Ik was so boos dat ik d’r kop wel andersom kon plaatsen!” Ik barst nog net niet in lachen uit, schud meelevend mijn hoofd en maak tuttende geluidjes. Wat een heerlijk type!

In bed 3 lig ik, nog steeds, met mijn schrijfschriftje 😉

Een zuster kondigt een nieuwe logé aan, een man deze keer. Zegt 020 voorspellend: “O gottegot, dat sijn de grootste seikerds!”

In bed 4 ligt even later meneer Man (69). Het is zijn allereerste keer in een ziekenhuis en denkt dat het een goed idee is zichzelf even voor te stellen. Dat dit ook exclusief zijn veel te uitgebreide intens zielige verhalen kan, snapt hij niet. Alsof wij hier voor de gezelligheid liggen. Hij is er zo van overtuigd dat hij het meest getroffen is dat bed 1 braakneigingen krijgt en dat bed 2 roept: “Gottegottegot, errug hè!”  terwijl ze mij een vette knipoog geeft. Ik doe alsof ik iets grappigs lees. Toen later zijn vrouw verscheen begreep ik er meer van: zij snauwde hem af en behandelde hem als een lastige kleuter. “Ik ren me kapot! Ik heb nog meer te doen hè!” “Je neemt je eigen medicijnen hoor, die zijn al betaald!” Iets met compensatiegedrag?

Overmand door de vele indrukken van die dag reken ik die nacht op een diepe slaap… Dat blijkt een slechte grap!  Alsof het afgesproken is besluit iedereen deze nacht om het kwartier iets luidruchtigs te gaan doen.

Bij mevrouw 020 is de ‘mekronie’ niet goed gevallen en ze bezoekt daardoor het toilet veelvuldig. Dit na loskoppeling van het infuus met een ferme piep (“Hou je bek stom ding!”) en aansluiting van het infuus met groot licht en een ferme piep (“O gottegottegot!”) en het opnieuw in de knoop raken van haar slangetjes (“Krijg nou niks!”)  Ik ben doodsbenauwd dat ze nog een keer struikelt maar een knal blijft wonderbaarlijk uit.

Mevr. Nep slaapt met de afstandbediening van het bed in haar hand. Drukt ze op ‘neer’ en het bed gaat vlak, snurkt ze binnen twee tellen alsof de hele Veluwe vannacht nog plat moet. Drukt ze op ‘omhoog’ vliegt het bed piepend en wel in zitstand en gaat ze een poosje gezellig facebooken en/of appen en/of filmpjes kijken op haar mobiel. Af en toe vergeet ze het volume van een filmpje.

Meneer Man spant de kroon. Hij kan er natuurlijk niets aan doen maar hij moet wel tig keer achter elkaar zijn blaas legen. Omdat hij aan apparaten vast zit komt de nachtbroeder hem helpen de apparaten mee te sjouwen naar het toilet. De verpleger brengt door zijn felle licht als een soort bodycam op zijn kleding te dragen en door zijn nutteloos zwaaien met gordijnen links en rechts, ook geen rust in de tent. Hij is het gedoe na 6 x spuugzat (zo krijgt hij die Netflix-serie natuurlijk nooit af…) en geeft Man een glazen hulpmiddel. Man vindt het kennelijk nodig elke plas aan te kondigen: “Tjonge ik moet alweer!” om vervolgens te kletteren in een glas ter hoogte van mijn gezicht.

Om 6 uur zet mevrouw 020 haar bed rechtop en is direct de klos. Man: “Ik heb geen oog dicht gedaan vannacht!” (Wij ook niet man…) “Ik moest zo vaak plassen!” (Viel echt niet op man…) “Ik heb vast blaasontsteking!” (Denk je nou echt dat dit iemand interesseert…?) Tegen elke verpleegkundige die binnenkomt roept hij: “Ik heb maar anderhalf uur geslapen!” (En wij dan man…?!) Gottegottegot!

Oké, ik geef toe dat ik moe was en daardoor een beetje (erg) geprikkeld maar wat kan ik slecht tegen klagers. De verpleegkundigen lopen de benen onder hun lijf vandaan, ik heb niet één chagrijn gezien, je hoeft maar te kikken en ze komen je helpen. Natuurlijk kunnen sommige dingen efficiënter en is het eten thuis lekkerder. Maar toen onze man de ganse dag maar bleef zeuren over ‘foute bezuinigingen in de zorg’ en over  ‘wie mag dat betalen’ en over ‘onze centen’ en over ‘wat stelt de zorg nog voor’ sprong ik bijna uit mijn pyjama en beet hem toe: “U maakt anders zelf wel intensief gebruik van die zorg nu. Er wordt toch goed voor u gezorgd? Dag èn nacht! Er zijn mensen die moeten twee dagen lopen en dan alleen maar kunnen hopen dat er een dokter is!”

De rest van de dag zat hij snikkend achter zijn glaswerk maar ik knapte er lekker van op! En ik mocht die dag naar huis!!! Thuis waar ik eindelijk en eindeloos kon slapen en slapen en slapen… en o ja, bloggen over mijn enerverende logeerpartijtje 🙂

 

 

Vakantie = taalkwesties

(Deel 5 van de serie Vakantieherinneringen op Apeldoorn Direct.)

Door Carla van Vliet

De coronasituatie zorgt ervoor dat veel vakantieplannen niet doorgaan. We blijven dichter bij huis of zelfs helemaal thuis. Je leest erover in onze serie ‘Coronazomer’. Daarnaast is er alle tijd om terug te denken aan voorgaande jaren. Gelukkig hebben we de foto’s en de verhalen nog. Hiervan een verzameling, geschreven door Carla van Vliet. 

De Franse taal maakt wel heel vrolijk. Door de nadruk steeds op de laatste lettergreep te leggen klinkt alles een stuk positiever. Probeer maar eens met ‘bonjour’, ‘café’, ‘velo’, ‘piqué’, ‘par la moustique’, ‘croissant’, ‘au revoir’. Zelfs ‘cent euro’ lijkt opeens een kleinigheid. Daarmee moet je dan wel weer oppassen bij zo’n authentieke brocantemarkt. Ik zag iets van onze gading, het kleinood was uiteraard niet geprijsd maar ik wilde er per se niet meer dan 10 euro voor betalen. We zetten onszelf schrap, bepaalden een strakke onderhandelingsstrategie, zouden ons niet de fromage van het brood laten eten, hadden pen en papier paraat om misverstanden te voorkomen. Toen mompelde de besnorde verkoper: “Deuzzeuroomezjeudaam”…”Eh, oké dan, hartstikke merci!”

In Tsjechië ging het niet veel beter. Vreemde binnensmondse klanken hoorde ik. Ik trok mijn wenkbrauwen op. Nog meer drzrgtsj-klanken. Ik haalde nu ook de schouders op. Nee, van de Tsjechische taal is niets te volgen. Deze rijke taal kent drie geslachten, mannelijk, vrouwelijk en onzijdig (tot zo ver helder!) maar kent ook zeven naamvallen, geen lidwoorden en natuurlijk ook nog eens dialect. Een simpel biertje kun je tegenkomen als pivo, piva, pivu, pivem, piv, pivum of pivy. Het hangt allemaal af van de zin, de omstandigheden en het aantal pivo’tjes. Met behulp van het handige ‘Wat&hoe-in-het-Tsjechisch-boekje’ had ik braaf ‘nazdar’ (hallo) uit het hoofd geleerd, maar de standaard openingszin bleek steeds  ‘Briedèn’ te zijn! Wat ik dan weer niet in mijn boekje kon vinden omdat het een afkorting was van ‘Dobry den’ (dag). Nou ja, zinnen als ‘Hoe synchroniseer ik mijn telefoon via bluetooth’ of ‘Is het hier altijd zo nat?’ heb ik gevoeglijk overgeslagen. Maar twee vingers in de lucht steken een hard pivo bestellen dat kon ik dan weer wel.

Zelf pakken

Nog even over dat Frans. Kijk, de super- en hypermarché geven geen problemen, gewoon zelf pakken wat je nodig hebt. Bij de apotheek iets vragen ‘tegen de jeuk van een akelige muggenbeet van drie dagen geleden’ wordt een stuk lastiger. Maar soms is taal echter overbodig. Gezeten op een terrasje deed een windvlaag onze fietsen neersmakken met een bungelende voorlamp tot gevolg. Een fransoos, ook klant op het terras bemoeide zich er omslachtig en luidkeels mee en stuurde een andere fransoos met een rol tape op ons af, die al even onverstaanbaar maar in hetzelfde tempo ratelend het euvel verhielp. Woorden onzerzijds waren overbodig, een drie werf ‘Merci’ bleek ruim voldoende.

En soms zijn de Fransen gewoon slimmer. De donkerogige Française vuurt een vijftal Franse volzinnen op ons af. We hebben toch net alleen maar keurig om twee toegangskaartjes gevraagd? Deux tickets silvousplait. Ze leest in onze vragende ogen een flink portie onbegrip en volgt een andere aanpak. ‘Parlez vous francais?’ vraagt ze nog hoopvol. ‘Non’, zeggen wij. Wat eigenlijk niet klopt want ‘non’ is Frans zat. Daarbij kennen wij ook ‘une glace, deux boules’ en ‘chaud hè!’ en ‘piscine! vite!’. Maar daar komen we hier niet ver mee. ‘Un petit peu’ proberen we haar nog tegemoet te komen. Ze zucht dramatisch en wuift al onze opmerkingen, in welke taal dan ook, weg. ‘Anglais?’ We knikken enthousiast en roepen ter bevestiging luidkeels ‘Yes!’ Ze rolt nog eens met haar ogen en vervolgt met dat charmante Franse accent ‘Oké, ziz is fog you’. Ze schuift ons een papiertje toe ‘Ziz give you korting.’ Wij verloochenen onze afkomst niet en veren op bij het laatste woordje. De elegante dame heeft vaker met dit bijltje gehakt en roept concluderend ‘Aha, you kom fgom ze Nezerlands!’