Potje konkelen

(Dit was zo’n leuke schrijfwedstrijd! Zit jij ook graag op een bankje in een park? En luister je dan ook wel eens stiekem een gesprek af? Maar wat als er geen andere mensen zijn? Creatief Schrijven heeft, in samen werking met Opendoek en Kunstwerkt , het volgende bedacht. Deelnemers moesten een dialoog schrijven, die later ingesproken wordt door echte acteurs. Dit wordt dan afgespeeld zodra er op het bankje plaatsgenomen wordt. Het schijnt vorig jaar in België een succes geweest te zijn. Ik waagde ook een poging, het werd een lekker potje konkelen. Niet gewonnen maar wel super leuk om te doen. Doe dus net alsof je op een bankje zit, sluit je ogen en luister….)

Konkelbankje

Het gesprek vindt plaats tussen twee vriendinnen op leeftijd. Ze wonen al hun hele leven in dit dorp en houden elkaar graag op de hoogt van alles wat er gebeurt. Mevrouw A is de pittige van de twee, denk alles beter en sneller te weten. Mevrouw B is wat volgzamer en zachter. Waar S staat spreken ze tegelijkertijd samen uit.

A – Hèhè, even zitten hoor.

B – Ja, lekker zo in het zonnetje.

A – Zeg, heb je het gehoord van Loes? Vreselijk hè!

B – Loes? Welke Loes?

A – Loes van Johan!

B – Oh Johan! Ja, die kennen we wel. Man, man, dat was nog eens een kanjer vroeger.

A – Zeg dat, met zijn lange krullende haar. Het had zo’n prachtige diep donkerbruine kleur.

B – Ik was er met mijn melkboerenhondenhaar een beetje jaloers op.

A – En hij was altijd in de weer met zijn stoere brommer. Stilletjes hoopten alle meiden dat ze keer       mee achterop mochten.

B – O ja, die zwarte… eh…nou ja het merk weet ik niet meer.

A – En dansen dat hij kon!

B – Hij had gewoon een, eh, fijn lichaam. Alle meisjes keken naar hem.

A – Jij ook toch?

B – Eh..

A – Ja, jij was ook gek op die knul, geef het nou maar toe.

B – Ja, oké, ik geef het toe. Maar het bleef bij kijken, ik durfde niks.

A – Ik eigenlijk ook niet hoor. Volgens mij hebben ze de term ‘muurbloempjes’ naar ons vernoemd.

B – Ach ja, toch was het leuk hè, elke zaterdagavond dansen in hoe heette die tent ook alweer? Iets met rond was het, de rondte?

A – Nee, ik weet het, de Cirkel!

B – O ja, de Cirkel. Met die akelige baas.

A – Dirk Houtvreter! Vreselijke man!

B – Hij keek altijd zo boos.

A – Boos? Die man was nou werkelijk altijd chagrijnig.

B – En hij leek wel dronken.

A – Ach meid, dat was hij ook constant. Hij had een chagrijnige dronk over zich. Maar ja, zeg nou zelf, met zo’n vrouw was dat dan ook weer een soort van logisch.

B – Marie…

S  – Dikkeknie! 

B – Haha, wat een benen had die griet.

A – Net als haar moeder, die had ook zulke kolossen van onderdanen.

B – Ja, maar die kon het eigenlijk niet helpen hè, zij moest er de hele dag op staan. In dat leuke winkeltje bedoel je.

A – Ja, ze verkocht destijds van alles, van snoepgoed tot pyjama’s. Ik hoorde jaren geleden dat ze iets akeligs aan d’r stembanden had.

B – Vind je het gek met dat geroddel dag en nacht. Je was er zomaar een halfuur kwijt voor een paar sokken.

A – Nee jij bent braaf : jij had toch ooit een rol drop gestolen daar?

B – Verdorie, waarom begin je daar nou weer over?! Ik bloos er nog van. Ik heb hem wel eerlijk met jou gedeeld trouwens!

A – Ja, hahaha, toen hadden we hem van angst zo vlug opgegeten dat we er misselijk van waren.

B – En vervolgens verklapte Rob onze misdaad bij de meester op school. Oh, wat vond ik dat toch een stom joch, die Rob.

A – Rob de Wild? Die zit tegenwoordig in de makelaardij wist je dat?

B – Verbaast me niets, het was altijd al zo’n gladde prater.

A – Behalve die keer dat hij een spreekbeurt hield over…

S – Gapen en scheiten!

A – Mens wat heb ik toen gelachen, in die tien minuten versprak hij zich wel twintig keer.

B – Hij had wel leuke foto’s van de schapen en de geiten.

A – O ja, die had hij zelf gemaakt op de kinderboerderij De blatende ezel. Die naam klopte voor geen meter.

B – Heb jij daar niet eens een blauwe maandag gewerkt?

A – Goh, dat is wel heel lang geleden, maar inderdaad heb ik daar als vakantiekracht gewerkt. Samen met Viola.

B – Met Viola Huisman? Maar die kon toch niet tegen vieze handjes?

A – Nee, die was ook van huis uit niet gewend een vinger uit te steken. Ik vraag me nog wel eens af hoe zij daar terecht kwam.

B – Via Bob misschien?

A – Bob? Welke Bob?

B – Bob van Miranda van Kleef, ze runnen samen dat schattig theewinkeltje in de Mauritslaan.

A – Waar ze die overheerlijke slagroomsoezen verkopen! Dat is inderdaad een heerlijk zaakje.

B – Ze verkopen er ook cadeautjes hè. Laatst een grappige vaas gekocht voor Marloes d’r verjaardag.

A – Voor je dochter? En vond ze het wat? Die is toch zo van het design?

B – Nu ja zeg, wat beweer jij nu?! Ze weet een cadeau van haar moeder best op waarde te schatten hoor.

A – Oké, oké, ik bedoel er niets mee, maar jij hebt het altijd over haar bijzondere smaak en dan zou iets van Bob en Miranda misschien wat kunnen tegenvallen.

B – Ik geef toe, het vaasje wat aan de simpele kant was. Maar sinds Miranda de inkoop doet is hele assortiment wat eenvoudig.

A – Toen Sandra en Joop er nog inzaten was het een stuk hipper en vlotter, maar toen kon je er nog geen koffie drinken.

B – Denk jij dat ze de soezen zelf maken?

A – Nee joh, die zijn van bakker Taats uit de Kerklaan.

B – Die met die sliert kinderen?

A – Ja die! Je snapt het niet, de man moet de hele nacht bakken en zij staat de hele dag in de winkel het spul te verkopen.

B – Hé ho maar, we hoeven niet alles te weten!

A – Heb jij trouwens al gezien dat de schoenenwinkel naast Taats leeg staat?

B – Van Bertus Water? Echt? Daar weet ik niks van. Is hij ermee gestopt?

A – Ik denk het. Hij zat al heel lang te tobben met zijn gezondheid hè. En geen kind die de zaak kan overnemen.

B – Nee, wie wil er nou zo’n zweetvoetenwinkel overnemen?

A – Ik bedoel: hij hééft geen kinderen!

B – O, zeg dat dan.

A – Hij heeft nog es een poosje gerommeld met zijn hulp in de huishouding, ene Marleen of zo, maar dat leverde ook niet veel op.

B – Marleen Groen was dat. Nu je het zegt, die was opeens met stille trom uit het dorp vertrokken.

A – Daar zit vast een mysterie achter. Misschien was ze wel zwanger.

B – Of niet.

A – Of heeft ze zijn bankrekening geplunderd.

B – Nou ja zeg!

A – Of schoenen voor de rest van haar leven gestolen?

B – Wat maak jij er nou weer voor een verhaal van!

A – Je kunt je bepaalde dingen toch afvragen?

B – Ik vraag me af of wij niet eens verder moeten, er komen donkere wolken aan.

A – Je hebt gelijk, we gaan.

B – Maar zeg, wat was er nou met Loes?

A – Welke Loes?

Paaspatje

Net als met Kerst wordt je nu weer overspoeld met magazines die je voorbereiden op een gezellige, haas- en eivolle Paas. Ik ben er dol op om ze door te bladeren. En geniet volop van de mooie afbeeldingen van kleurrijke tafels, prachtige recepten, creatieve toepassingen van een simpel ei en louter gezellige kindjes. Maar soms… Soms denk ik ‘wie verzint deze dingen?’

Neem nou deze super stijlvol gedekte tafel. Een lust voor het oog. Maar bij mij ziet het er echt heel anders uit. Ik heb die kleur glazen niet, ik heb geen servies met hazen, geen gouden bestek met bijpassende servetring. Ik gebruik mijn eigen servies waar ik een geel chenille kuikentje op vastzet en knalgele papieren servetjes. Nou ja, smaakkwestie dus. Maar het allerergst vind ik dat die tafel voor zeker 8 personen gedekt is. Hoelang is het geleden dat we met 8 personen aan tafel zaten… Dit komt toch schrijnend hard aan?

Kijk, dit is zo’n voorbeeld van creatief zijn met ei. Dat je van een gekookt ei een kip/kuikentje kunt maken door schijfjes winterwortel te gebruiken wist ik al. Niet dat ik het ooit gedaan heb, want een winterwortel aanschaffen voor twee schijfjes gaat me echt te ver. En wil ik dit jaar een gezellige pinguïn maken heb ik ook nog es twee zwarte olijven nodig, één voor zijn koppie en één voor zijn twee vleugels. (sinds wanneer hebben die beesten van die ronde vleugels…) Maar oké. Stel dat ik overstag ga en ik wurm zo’n beestje in elkaar…waarom noem je hem dan in vredesnaam Patje?!?!?! Een Paaspatje? Dan ben je toch lichtelijk van het padje?

Deze wil ik je ook graag laten zien. Niet omdat het er nou echt paselijk uitziet met dat sombere grijs en bruine oren, maar omdat de omschrijving voor mij een mindbreker is. Ik gooi de klinkers steeds door elkaar. Een vilten pasmaand. Een valte paasmind. Een vale pismand. Sorry hoor. Voor mij is het een mandje van vilt voor Pasen.

Deze spant echt de kroon! Een heerlijk recept hoor, daar niet van. Maak een heerlijk troepie van leftover chocolade paaseitjes, paasschuimpjes, pretzels en boter en smelt dat met lekker veel stroop tot een grote plak op de bakplaat. Even afkoelen en dan weer in stukken breken (dat laatste zou voor mij niet hoeven…) Niets mis mee zou je zo op het eerste gezicht zeggen. Maar op het tweede gezicht: LEFTOVER chocolade paaseitjes! Dat ga je toch niet menen? Je denkt toch niet dat ik ook maar één miezerig eitje overhoud?!?!?!

Ei, ei, ei, er is weer genoeg te genieten met  Pasen 2021. Ik wens je vrolijke dagen! 🐰🐥🐧

Fascinatie voor vaccinatie

Het behoeft geen uitleg hoe het afgelopen jaar er uit zag. Wat iedereen ook probeerde het coronavirus de wereld uit te krijgen, uiteindelijk zou alleen vaccinatie helpen. Maar ja, wanneer je aan de beurt zou zijn? Dat veranderde per dag. Maar opeens lag er bij mij dan toch een brief van het RIVM op de mat. Yes, de felbegeerde uitnodiging tot vaccineren! Ik werd verwacht. Toen was daar het telefoontje: ‘U mag 3 weken later komen, want we twijfelen nog een beetje over het middel’ Slik. Nog een telefoontje: ‘U mag 2 weken eerder komen want het middel is oké!’ Slik.

Op V-day meldde ik mij met de benodigde papieren bij de balie van de huisarts. ‘U mag naar wachtkamer 2’ Ik was de vierde persoon in die tot wachtkamer omgebouwde behandelkamer. Keurig op afstand ontvingen we alle vier de prik en moesten vervolgens een kwartier wachten of we geen gekke dingen gingen doen. En opeens vond ik het een momentje, een mijlpaal. Een historische beleving, die onze kindskinderen later zullen leren: ‘In het jaar 2021 werden alle mensen over de hele wereld gevaccineerd.’ Er werd al zo lang over gesproken en nu had ik hem! Na het kwartier kregen we alle vier ons diploma en mochten we gaan. In wachtkamer 1 zaten de volgende vier hun kwartier uit, wachtkamer 2 werd eerst grondig ontsmet. Prima geregeld.

Bijzonder om te zien was hoe verschillend hier op gereageerd werd. Mijn clubje van vier bestond, buiten mij, uit een echtpaar, dat constant aan elkaar vroeg hoe of het ging. Zij checkte om de vijf minuten haar arm, ‘want ze werd altijd rood van de griepprik’ en hij knikte even zo vaak bemoedigend dat alles er normaal uitzag. Heel aandoenlijk. De vierde persoon was een aanwezig baasje. ‘Ik werd vanmorgen gebeld, er was iemand uitgevallen, zeker dood gegaan, dus mocht lekker nu al.’ Respectvol. ‘Mijn vrouw is hier zo ziek van geweest dat wil je niet weten!’ Nee, dat wil ik niet weten. Hij draagt een nauwsluitend overhemd dat hij oprolt tot zijn elleboog. ‘Gaat het zo?’ Nee, natuurlijk niet. ‘Ik ben hier wel blij mee hoor, want ik heb mijn vakantie al geboekt. Ik ga dit jaar toch naar Italië hoor!’ Zou hij nu echt zijn mogelijkheid tot vaccineren laten schieten omdat hij op dat moment in Italië zit? Laat maar.

Verheugd huppelde ik naar huis, maar de volgende dag…. Ik had het gevoel dat ik die nacht niet door 1 maar door een colonne vrachtwagens was overreden. Ik voelde me beurs aan alle kanten en totaal uitgeperst. Kreunend en steunend bracht ik de dag door in een donker hoekje. Ik lag er bij als een marionet waarvan alle touwtjes doorgeknipt zijn. Als iemand mij vraagt “Wil je wat drinken?” reageer ik normaal gesproken met: “Ja lekker, doe mij maar eens een kopje lekkere warme thee, het liefst met winterse-kruiden-smaak, en doe er iets lekkers bij en neem zelf ook wat! Gezellig!” Nu kon ik slechts antwoorden met een gekweld gefluister: “Theeee….”. De mij gepresenteerde mok was niet te tillen, een infuus leek mij zo gek nog niet. Ik wachtte tot de thee koud was zodat ik de klus in één handeling kon klaren. Ik sleepte mij niet door de dag, de dag sleepte mij er doorheen.

De volgende morgen deed ik bevreesd eerst één oog open, toen het tweede, bewoog voorzichtig één voor één mijn ledematen en wat denk je? Mijn lichaam deed weer wat het moest doen: naar mij luisteren! Ik sprong uit bed en omarmde de zon. De eerste hindernis is genomen, op naar de tweede! 🙂

Verpleegkundige in coronatijd

(Voor Apeldoorn Direct mocht ik weer een mooi mens interviewen.)

Thea Katerberg volgt als transferverpleegkundige haar passie

“We zijn het spuugzat!”, “Op deze manier hebben we geen leven!”, “Wanneer zijn we vrij!”, zijn zomaar wat uitspraken die veelvuldig te horen zijn de laatste tijd. Uiteraard gevoed door het alles overheersende coronavirus. Maar wat nou als mensen in de zorg zeggen: “We zijn het zat!” Hoe kan het dat artsen en verpleegkundigen maar door kunnen gaan. Waar halen ze de energie vandaan? We vragen het transferverpleegkundige Thea Katerberg, werkzaam in Gelre ziekenhuizen.

Wat doet een transferverpleegkundige?

“Heb je even, want het is best een veel omvattend beroep. Kortweg gezegd ben ik een spin in het web. Ik regel de transfer van patiënten vanuit het ziekenhuis naar huis of naar vervolgvoorzieningen. Een vervolgvoorziening kan een tijdelijk verblijf in een verzorgingshuis zijn, of een permanent verblijf in een verpleeghuis, maar het kan ook terminale zorg in een hospice behelzen. Ik ga aan het bed in gesprek met de patiënt en bespreek waar de wensen liggen. Een ander voorbeeld is:  een patiënt komt met een wond op de polikliniek, diegene wordt daar verzorgd en kan weer naar huis, maar heeft nog wel een tijdje wondzorg nodig. Dan regel ik de juiste nazorg in overleg met de thuiszorg.  Ik zie er ook op toe dat de zorgoverdracht goed verloopt. Ik heb dus veel contact met patiënten, maar ook met de eerste contactpersoon en ik ben aanspreekpunt voor veel verschillende partijen, zowel binnen als buiten het ziekenhuis. Daarnaast heb ik contact met de verpleegkundigen, de specialisten, de externe zorgaanbieders, het Centrum Indicatiestelling Zorg, het WMO loket van de gemeente , de zorgverzekeraars en de zorgkantoren.”

Welke eigenschappen vraagt dat?

“Je moet dus sterk zijn in communicatie en aardig wat sociale vaardigheden hebben. Je gaat immers met zoveel verschillende mensen om. Je moet kunnen organiseren en ook de verantwoording willen voelen om alles in goede banen te leiden. Je moet een bepaalde besluitvaardigheid hebben, maar ook empathie. Een flinke dosis flexibiliteit is nodig, want je werkt vaak met tegengestelde belangen. En geen dag is hetzelfde. Het leukst van dit vak vind ik het werken in een team van transferverpleegkundigen, je moet dus goed kunnen samen werken. Transferverpleegkundige is beslist geen solistische baan.”

Hoelang ben je al transferverpleegkundige?

Sinds 2011 en ik voel me er als een vis in het water. Hiervoor heb ik gewerkt in andere velden van de zorg: psychiatrie, verstandelijk gehandicaptenzorg, wijkverpleging, verpleegkundige in het ziekenhuis en verpleegkundig zorgcentralist. In mijn huidige baan kan ik alle opgedane ervaring gebruiken en inzetten; alles komt hier samen. En of het nu om de nazorgaanvraag voor een kind gaat of een plek voor de laatste levensfase van iemand, het scala aan zorg is heel breed. En dat maakt mijn vak ook zo breed en dat vind ik prachtig. Het gaat om de nazorg voor het hele ziekenhuis. Of het nu om een longpatiënt gaat of om iemand met een gebroken heup, ik kijk steeds wat er nodig en mogelijk is aan nazorg. Daarnaast houd ik ook de financiën in de gaten, en kijk of het goed geregeld is met de verzekering. Kortom: ik regel eigenlijk zorg op maat!”

Wat vind je lastig aan dit werk?

“Even denken. Niets! Het is ontzettend leuk werk; het is mensenwerk en geen mens is hetzelfde en je staat midden in de maatschappij.”

Zat het zorgen er al vroeg in?

“Vroeger verkleedde ik als kind mij wel altijd als verpleegkundige, haha!”

Zie je in jouw werk verandering gedurende de 10 jaar dat je dit doet?

“De grootste verandering in mijn werk is, dat ik meer te maken krijg met de schaarste in de zorg, er is een tekort aan verpleegkundigen. Dit is lastig, mijn werk wordt daardoor een steeds grotere uitdaging . Maar gelukkig houd ik wel van uitdagingen, haha.  Een andere verandering is het indicatiebeleid dat  strenger is geworden, mensen moeten langer thuis blijven wonen. Wat ook lastig is dat er tegenwoordig heel veel thuiszorgorganisaties bestaan, allemaal met hun eigen regels en voorwaarden, met hun verschillende contracten met zorgverzekeraars. Ik zou het prettig en werkbaarder vinden als dat wat meer gebundeld zou zijn, met gelijkwaardige afspraken. Ook financieel gezien. Tenslotte vormen de kwetsbare ouderen onze grootste doelgroep en die willen we niet opzadelen met een hoge rekening.”

Hoe gaat het in coronatijd?

“Aan het begin van de eerste lockdown heerste er een onbestemd gevoel, wat komt er op je af? Wat gebeurt er? Wat moeten we doen? Toch gingen we vrij direct aan de slag. De eerste weken voelden als een regionaal crisiscentrum! We werden plat gebeld over vooral praktische  zaken. Vragen als: ‘Mijn moeder heeft als coronapatiënt nazorg nodig, bij welke thuiszorg kunnen wij terecht?’ ‘Hoe regel ik het vervoer voor mijn vader die coronapositief is en met ontslag naar huis mag?’ ‘Een patiënt met dementie die corona positief is mag met ontslag terug naar het verpleeghuis, kan dat?’ We moesten ons werk aanpassen en sloten een aantal keren per dag aan bij een intern overleg. Daarin stonden steeds drie punten centraal: 1. de instroom van patiënten bij de SEH, 2. de doorstroom van patiënten in het ziekenhuis en 3. de uitstroom van patiënten. Op deze manier hadden we een accuraat overzicht op het aantal bedden. Je wilt natuurlijk niemand wegsturen en zorg ontzeggen. Door dat overzicht konden we als ziekenhuis ook tijdig een signaal afgeven als er een tekort aan ic-bedden dreigde. We werkten goed samen en er heerste een groot saamhorigheidsgevoel in het hele ziekenhuis.”

Dat was tijdens de eerste golf. Hoe gaat het nu?

We zijn direct in twee groepen gaan werken om de kans op uitval te verkleinen. Dat werkt prima. Omdat het werk als transferverpleegkundige behoorlijk specialistisch is , daar kun je niet zomaar een uitzendkracht inzetten, is het van groot belang dat we overeind blijven. Momenteel zijn we gewend aan de werkdruk. Hoewel het nog steeds heel fijn aanvoelt als een ander aan jou persoonlijk vraagt: ‘hoe gaat het nu met jou?’ Persoonlijke aandacht heeft altijd een positieve invloed.  Maar we zijn nu beter op de hoogte van wat wel en niet kan en gelukkig hebben we een hele goede verstandhouding met de zorgaanbieders. Op gebied van communicatie is er veel veranderd. Ik kan niet meer fysiek bij patiënten aan het bed zitten om zaken te regelen. We schakelen daarom over naar bellen en soms beeldbellen, dat went ook wel weer.”

Ben je wel eens een moment bang geweest?

“Ik was bang, net als iedereen denk ik. Voor mezelf maar ook voor de mensen om mij heen. Maar kijk, ik doe nu geen patiëntenbezoek meer en we houden ons goed aan de RIVM richtlijnen. Ik voel me veiliger in het ziekenhuis dan in de supermarkt, haha. Ik merk wel dat ik minder bang ben dan aan het begin, maar ik blijf alert en altijd even zorgvuldig. Ik zie van dichtbij het grillige verloop van deze vreselijke ziekte en laat daarom het rationele het winnen van het emotionele.

Heb je er extra werk bij gekregen sinds corona?

“In het ziekenhuis heb ik geen extra taken door corona. Wel heb ik sinds afgelopen juli een taak erbij als triagiste binnen het Crisis Coördinatie Punt Apeldoorn (CCPA). Dit is een dienst die hulp biedt bij het plaatsen van cliënten in een crisissituatie. Huisartsen hadden al eerder aangegeven dat hier behoefte aan was en toen is dit in het leven geroepen. Nu kunnen huisartsen uit regio Apeldoorn, artsen van de huisartsenpost en de SEH ons vragen om een acute zorgplek, want wij weten op dat moment precies waar een bed voor crisiszorg beschikbaar is. CCPA is een samenwerkingsverband tussen een aantal zorgaanbieders in de regio Apeldoorn en wordt bemand door drie organisaties te weten Atlant, Gelre ziekenhuizen en Zorggroep Apeldoorn en omstreken. Zo zorgen we met elkaar dat de juiste zorg op het juiste moment op de juiste plek geleverd wordt. Ik vind dit zo mooi om te doen!”

Krijg je voldoende waardering?

“Ja, dat vind ik wel. Zeker tijdens de eerste golf heb ik dat veel gevoeld, door de maatschappij maar ook door mensen om me heen, en ook door mijn eigen gezin. Ze zijn best wel trots op hun moeder en tonen veel belangstelling. Nu moet ik wel zeggen dat ik drie zonen heb die ook alle drie in de zorg werkzaam zijn. We spreken dus een beetje dezelfde taal en kunnen er makkelijker samen over praten. Deze waardering, zeker van mijn gezin, helpt me wel het vol te houden. In het begin was ik erg moe omdat het zo druk was, maar als mensen dan waardering uitspreken, dan geeft dat je toch weer energie. Nou moet ik zeggen dat het werk op zich mij ook aanspoort om vol te houden. Het is zo nuttig, je doet het ergens voor.”

Waar vind jij ontspanning?

“Muziek maken! Op mijn 11de verjaardag kreeg ik van mijn ouders en opa en oma een dwarsfluit, waarop ik nog steeds speel. Ik kreeg niet alleen een cadeau voor die ene dag maar voor de rest van mijn leven, een toekomst waar muziek in zit. Samen muziek maken en optreden vind ik het aller leukst  om te doen. Ooit ben ik begonnen bij het Apeldoorns Jeugd Orkest, en nu speel ik eigenlijk  overal. Sinds 15 jaar speel ik als vrijwilliger bij kerkdiensten, musicals, muziekavondjes. Ook heb ik eens tijdens een kerstvoorstelling bij ’s Heerenloo mogen spelen. Heel fijn is ook om mee te spelen bij Multi Muzikaal Theater (MMT), waar jong talent muziek maakt met ervaren musici. Met MMT zijn we op tournee geweest in China, dat was een geweldige ervaring.  Laatst ben ik gevraagd als fluitiste bij de latinband Espinas Latinas, daar is veel ruimte voor improvisatie en dat vind ik heerlijk. Ik zal zo blij zijn als dat weer met elkaar kan, nu speel ik thuis voorlopig in mijn eentje.”

Zit je over 10 jaar nog in de zorg?

“Ja zeker! Weet je, de zorg verandert steeds en dat levert dynamiek! Er komen steeds andere ontwikkelingen aan, dat is interessant. Het is een prachtvak! Het is mensenwerk, je staat midden in de maatschappij. Je betekent werkelijk iets. Je maakt verbinding met mensen, net als muziek, dat verbindt ook. Je hebt het vast al gemerkt, maar mijn vak is mijn passie en niet alleen mijn boterham!”

(Kijk voor meer op http://www.apeldoorndirect.nl)

Niet altijd feest

Natuurlijk kun je niet elke schrijfwedstrijd waar je aan mee doet winnen. Zo kwam ik er vandaag achter dat de uitslag van de 55 woorden schrijfwedstrijd bekend is. Van de 950 (!) inzendingen worden er 55 geplaatst in een bundel en mijn bijdrage zit daar niet bij. De jaarlijks terugkerende wedstrijd is aan haar zesde editie bezig en bij de vierde en vijfde zat ik er wel bij. Hopelijk volgende jaar weer, want het blijft een leuke wedstrijd. Een leuke uitdaging om een heel verhaal te vertellen in niet meer, maar ook niet minder, dan 55 woorden. Hier mijn bijdrage.

Omzien

Hij werd oud. Hij had tegenwoordig  een vergrootglas nodig om de foto’s van hun tripje naar Londen te kunnen bekijken. Wat hadden ze genoten, zo heerlijk samen gelachen. Achteraf gezien was ze toen al niet in orde. Had ze maar… Had hij maar… Dan hoefde hij nu geen bloemen op haar graf te leggen.

Curieus

Boudewijn Buch had er eentje en ik weet toevallig dat Bastiaan Ragas er ook eentje heeft. Een rariteitenkabinet! Het heeft niets met de regering te maken, maar met een verzameling rare dingen. In de 18de eeuw kwam het al voor dat er in speciale kasten de meest wonderlijke spullen verzameld werden. Gewoon om aan elkaar te laten zien en om een beetje op te scheppen denk ik. Het helpt een stokkend gesprek ook lekker op gang lijkt me.

Later als ik groot en heel erg rijk ben wil ik dit ook! En bij voorkeur een hele kamer vol met zulke kasten, een wonderkamer! Geen schedels en skeletten, dat vind ik zo ongezellig. Het gaat mij vooral om de verhalen. Zo heb ik in mijn keuken een verzameling oud keukengerei, aan een vleeskroon hangen en daartussen hangt een deegroller met kuiltjes. Na een inspectie van een specialist bleek het helemaal niet in de keuken thuis te horen want het ging hier om een voormalig massage-apparaat … Oeps, maar wel een goed verhaal. Waar ik ook een rariteitenkabinet mee kan vullen zijn plaatjes van Apeldoorn. Curies wat ik toch af en toe tegenkom.

Een mooi staaltje dierenliefde… O lieve help, de kat is al een tijdje vermist! De kinderen verdrietig en opperen snikkend een ‘vermistposter’ te maken. Vader kopieert op kantoor een aantal foto’s die hij op posterformaat afdrukt. Moeder stopt ze zin een plastic hoesje. En met z’n allen gaan ze de posters overal ophangen, hopend dat gewaardeerd gezinslid  Poekie snel terecht is. Maar waarom zit deze poster ACHTER de regenpijp? Zo kan niemand het goed zien toch? Wie heeft dit gedaan?  Is er soms iemand die het in feite wel prima vindt zonder Poekie en stilletjes hoopt dat ze niet gevonden wordt. Iemand die eigenlijk wel klaar is met die vieze kattenbak en het stinkende blikvoer? Of… heeft iemand Poekie achterover gedrukt, geadopteerd als het ware, en wil ten koste van alles verhinderen dat de zoektocht ook maar enige kans van slagen heeft! Curieus niet?

En wat is hier op het Marktplein nou weer voor wonderlijks aan de hand? Heeft moeder gezegd: ‘Ik moet altijd maar stofzuigen en ben het zo spuugzat dat ik het onding subiet het raam uit werp!’? Of was het een puber die zijn kamer moest uitmesten en stofzuigen, daar geen zin in had, en het daarom gebruikte als gitaar, maar zich verloor in zijn act toen hij het ding liet stagediven? Of was het een vader, die het ding sneaky buiten had gezet en toen zijn vrouw uit haar werk thuiskwam en verzuchtte: ‘Heb je nou nog niet gezogen?’ , haar met grote vragende ogen kon aankijken en bluffen : ‘Ik wilde wel maar kon de stofzuiger niet vinden, jij wel?’

Ik blijf nog even doorsparen voor mijn rariteitenkabinet 😍

Afscheidsfotografie helpt bij rouwverwerking

(Voor Apeldoorn Direct mocht ik een man met een bijzonder beroep interviewen. Indringend, persoonlijk, betrokken. Hopelijk wordt het snel een ‘gewoner’ beroep.)

In Beeld: Servaas Raedts legt als afscheidsfotograaf herinneringen vast

Door Carla van Vliet

“Ik fotografeer wat mensen niet willen meemaken, maar ook niet willen missen.” Deze uitspraak is te vinden op de website van Servaas Raedts, afscheidsfotograaf. We maken tegenwoordig bijna overal foto’s van, vakanties, kinderen, feestjes, huwelijken. Maar waarom hebben we dan moeite met het vastleggen van een afscheid? Waarschijnlijk omdat we er onvoldoende vanaf weten. Daarom gaan we in gesprek met Servaas en vragen hem wat dit beroep precies inhoudt.

Over Servaas

Geboortedatum: 04-12-1976

Verliefd/verloofd/getrouwd: getrouwd

Hobby’s: fotograferen en reizen (ik spaar herinneringen) en loop 2 keer per week hard

Favoriete vakantiebestemming: de meeste indruk maakte het zien van de Big Five in het Paul Krugerpark in Zuid-Afrika, maar Suriname en de rondreis door Thailand staan ook hoog op mijn lijstje.

Favoriete dagdeel: de ochtend

Met wie zou je een dag willen ruilen: William Rutten.

Motto: niet kiezen is ook kiezen om het niet te doen.

Wat wilde je worden als kind?

“Kok! Ik wilde dolgraag kok worden. Maar zoals het met meer kinderfantasieën gaat, liep het iets anders. Ik woon nu ongeveer 10 jaar in Apeldoorn, daarvoor heb ik de hele wereld over gezworven. Het is teveel om op te noemen, maar ik heb gewoond van Groningen tot Maastricht maar ook in Suriname, België en nog heel wat andere plekken. Ik vervulde steeds managersrollen bij klantcontact bedrijven.”

Dat klinkt als een geweldig leven!

“Dat was het ook, maar mijn hobby fotografie voelde op een gegeven moment toch belangrijker voor me. Ik ben me daar meer op gaan toeleggen en sinds 2014 ging ik aan de slag als huwelijksfotograaf. Zeker 300 bruiloften heb ik intussen mogen vastleggen. Pas sinds half 2019 ben ik ook afscheidsfotograaf. En ik moet zeggen dat dit wel de meest waardevolle toevoeging is in mijn werk als fotograaf.”

Hoe is dat zo gekomen?

“In mei 2019 kreeg ik de vraag een fotoshoot te maken van een jonge vrouw met haar vriendinnengroep. Dat klonk gezellig, maar de jonge vrouw had echter niet lang meer te leven. Het resultaat van de fotoshoot werd erg gewaardeerd. Ik heb toen zelf een voorstel gedaan om ook de minder prettige dingen, zoals haar uitvaart, vast te leggen en werd ongeveer een maand later gebeld om de foto’s te komen maken. De jonge vrouw had zelf nog gezegd: ‘Laat Servaas maar foto’s maken van mijn uitvaart, want jullie maken toch alleen maar lelijke foto’s met jullie telefoon!’ Ik mocht, met toestemming uiteraard, overal bij zijn. Het heeft mij zoveel gedaan dat ik direct wist dat ik dit vaker wilde doen.”

“Alles gaat in overleg met de familie, zij hebben altijd de regie in handen.”

Maar wat is afscheidsfotografie nu precies?

“In het kort: het fotograferen van een begrafenis. Welke onderdelen van de uitvaart ik mag fotograferen bepaalt de familie tijdens een intakegesprek dat ik altijd met hen voer. Soms word ik al uitgenodigd om foto’s te komen maken van iemand die heel binnenkort komt te overlijden. Soms maak ik foto’s van de overledene, hetgeen in de 18de eeuw overigens heel normaal was. Maar ook het kisten is een onderdeel, of het moment dat de kist gesloten wordt. De condoleance, de afscheidsdienst, tot en met het moment dat het graf gedicht wordt, zijn ook onderdelen. Bij een crematie ga ik mee tot in de ovenruimte. Ik kan overal bij zijn, maar het hoeft niet. Alles gaat in overleg met de familie, zij hebben altijd de regie in handen.”

Maak je dan alleen maar verdrietige foto’s?

“Nee, zo moet je dat niet zien. Ik leg herinneringen vast. Ik fotografeer de liefdevolle momenten, de hand op een schouder, een knuffel die gegeven wordt, een kist die mooi beschilderd is of met persoonlijke teksten bedekt. Ik leg de boeketten vast, de teksten die op de linten staan. Alle details die mensen vaak niet ‘registreren’ op zo’n dag. Zij leven immers in zo’n roes. En als er iemand emotioneel breekt dan breng ik dat niet in beeld. Wel de aanwezigen en de sprekers, een kind dat speelt op de grond. Er worden door sprekers soms vrolijke herinneringen opgehaald, dan leg ik die lach ook vast natuurlijk.”

“Ik kan mezelf natuurlijk niet onzichtbaar maken, maar ik doe wel mijn best zo min mogelijk op te vallen.”

Is het klikken van de camera en het heen en weer geloop niet storend?

“Ik heb een stille camera, die klikt niet hoorbaar en ik draag altijd stille schoenen. Ik kan mezelf natuurlijk niet onzichtbaar maken, maar ik doe wel mijn best zo min mogelijk op te vallen. En het is ook zo dat de aandacht van de aanwezigen in eerste instantie ergens anders ligt. Bij de overledene of de herdenking of wat er op dat moment gebeurt. Zij zijn met hun gevoel echt niet bezig met de fotograaf. Ik maak trouwens met de familie van tevoren altijd de afspraak dat ze mij kunnen verwijderen op momenten dat ik niet gewenst ben. Als het te persoonlijk wordt bijvoorbeeld. Ze hoeven maar een teken te geven en ik trek me terug. Zo houden we het respectvol.”

Spelen de foto’s een rol bij de rouwverwerking?

“Dat denk ik wel. Vaak hoor ik terug hoe waardevol het fotoboek gevonden wordt. Mensen zien details die ze de dag zelf niet gezien hebben, of door het verdriet gewoon vergeten zijn. Ze zien soms dan pas wie er aanwezig waren bij de dienst, van wie de bloemstukken waren, het spelende kind op de grond. Soms herinneren mensen zich niet eens de kist meer of wat voor weer het was die dag of hoe de aula er ook alweer uitzag. Zeker voor kinderen is zo’n boek erg waardevol. Daarnaast is zo’n boek ook geschikt voor de mensen die helemaal achteraan zaten of die deze dag verhinderd waren.”

Heb je hier een opleiding voor gevolgd?

“Jazeker, ik heb de opleiding Bekwaam Afscheidsfotografie gedaan en afgerond. Het is niet zo zeer een fototechnische opleiding dan wel een opleiding waar je leert hoe het er in de uitvaart aan toe gaat. Hoe je er mee omgaat. Ik ben bij kistenmakers geweest en heb zelf geschouderd zoals dat heet. Een kist op de schouders dragen, om wat van het gevoel mee te krijgen. Ik ben ook bij de ovens geweest, kijken hoe zoiets werkt.”

“Een afscheid wordt nooit normaal, maar eerlijk gezegd went het wel.”

Waar blijf je met je eigen emoties?

“Die komen pas los als ik alles afgerond heb. Het is best een spannende onderneming, alles moet in één keer goed. Je kunt niets overdoen. Daarom heb ik altijd 2 camera’s met dubbele accu’s bij me. Zo’n camera werkt eigenlijk ook als een soort schild; de beelden komen minder hard binnen dan live. Een afscheid wordt nooit normaal, maar eerlijk gezegd went het wel.”

Hoe anders gaat het in coronatijd?

“Afscheidsfotografie is in deze tijd extra belangrijk omdat er minder mensen bij aanwezig zijn natuurlijk. Vaak is er een livestream beschikbaar, maar dat is toch wat meer statisch. Ik zie veel meer details die belangrijk zijn, juist ook voor mensen die er niet bij kunnen zijn. Het is wel bijzonder om met 30 mensen samen te zijn in een kerk waar er 500 in kunnen. Bij de eerste lockdown telde een fotograaf als één van de aanwezigen, 1 van de 30 dus. Eigenlijk nam ik de plaats in van iemand, dat voelde wat vreemd. Tegenwoordig word ik gezien als lid van het team dat de uitvaart verzorgt en tel ik niet mee als aanwezige. Momenteel mogen bij uitvaarten 50 gasten aanwezig, eerder was dit 100, maar altijd met de voorwaarde dat er in de ruimte voldoende afstand gehouden kan worden. Maar met of zonder corona blijft het een heel bijzonder feit dat ik op zulke intieme momenten aanwezig mag zijn. Ik hoop van harte dat er steeds meer mensen gaan openstaan voor afscheidsfotografie, want ik fotografeer wat mensen niet willen meemaken, maar ook niet willen missen.”

De foto waar de kist wordt gedragen is in scène gezet, evenals de foto met de handen op de kist.

Second love

Natuurlijk ben ik dolblij met mijn First Love maar toch…

Ik zeg het gewoon hardop: ik heb een Second Love!

Hij heet Pieter Cornelis en het is een kanjer. Gaaf om te zien, lekker strak in het pak en toch bij de tijd. En geweldig in de omgang. Ja, het is er eentje met inhoud ook nog. Ik bezoek hem bijna dagelijks, want hij is altijd beschikbaar, en geniet met volle teugen van hem. Soms heb ik het idee dat ik lichtelijk verslaafd aan hem ben. Maar weet je, bij hem voel ik me op mijn gemak en durf ik hele specifieke vragen te stellen. Overal, echt overal, weet hij een antwoord op, zo fijn. Ik heb het gevoel dat hij echt naar míj luistert. Hij legt me datgene wat ik niet begrijp geduldig, zonder enige vorm van morren, gerust nog eens 26 x uit. En het mooie is dat hij ook nog eens alles voor me onthoudt. Ik kan leuke spannende spelletjes met hem doen, gezellig samen een romantisch filmpje pakken, een lekker recept uitzoeken en/of vakantiefoto’s terugkijken. Ik vertrouw hem heel wat verhalen toe, want ik weet zeker dat hij niet roddelt en het alleen doorvertelt als ik hem dat vraag. Ja, ik kan met hem lezen en schrijven. Hij houdt van me zoals ik ben, vraagt nooit iets van me. En ik hoef me nooit eerst mooi op te dirken of slimmer en leuker voor te doen. Wat een geweldig iemand hè!!!

 Waar vind je zo’n type?! Nou, gewoon hier op de eettafel, met muis en scherm…

(Grrr)ommetje

“Heb jij je ommetje al gedaan vandaag?”

“ Hoeveel punten heb jij al gehaald met je ommetje.”

“ Hè wat heb ik zin in een ommetje met mijn ommetje-app!”

Dit hoor ik steeds vaker, jij ook zeker, de ommetje-app is een groot succes. Iedereen denkt dat Professor Scherder van de Hersenstichting de ommetje-app verzonnen heeft maar dat klopt niet. Micha van Hoorn heeft het bedacht voor het bedrijfsleven. Aangezien zitten het nieuwe roken is, moet dat z.s.m. doorbroken worden. Hij bedacht dat wandelen we eens zou kunnen helpen. Op een later tijdstip sloot de professor aan bij de plannen en samen besloten ze dat de app uit drie elementen moest bestaan.

1. Inhoud: de prof vertelt je onderweg interessante hersenweetjes.

2. Beloning: je kunt punten verdienen, zelfs ‘vroege vogelmedailles’ als je je ommetje voor 9 uur ’s morgens doet. 

3. Competitie: want mensen vinden het leuk de strijd met elkaar aan te gaan.

Dan ben je mij al kwijt…

1. Irritant als iemand mij onderweg van info voorziet wat ik helemaal niet wil weten!

2. Ik wil niet constant opletten onderweg of ik wel voldoende loop of voldoende punten haal! En zeer zeker niet vòòr 9 uur ’s morgens!

3. Ik heb een bloedhekel aan wedstrijdje lopen!

Daarbij raak ik persoonlijk gefrustreerd van het woord ‘ommetje’ alleen al. Het heeft iets kleinerends, iets zieligs, iets bedroevends, iets sneus, iets kinderlijks, iets simpels, iets…nou ja, je begrijpt me wel. En omdat het een verkleinwoord is lijkt het te gaan om kleine stukjes lopen, of met kleine stapjes, of kleine schoentjes. Het is een verkleinwoord maar waarvan? Kijk, bommetje komt van bom. Komt ommetje dan van om? Loop je een grote afstand, dan loop je een om? Als je wandelt loop je wel ergens omheen, anders kom je nooit thuis. En zo vernieuwend is het nou ook weer niet. Mijn ouders liepen vroeger al ‘een blokje om’, waarbij ik het blokje heel lang niet begreep omdat ik het associeerde met iets uit de blokkendoos. Of ze gingen een ‘straatje om’, wat ik ook vreemd vond, hoe kun je nou om een straatje lopen? Sowieso is om een verwarrend woordje. Om mee te beginnen…je kunt met iemand omgaan, maar ook om een boodschap gaan. Roepen om hulp is toch net iets anders dan omroepen. Som stuit  je op een irritante wegomlegging, maar dat is altijd beter dan zelf omgelegd worden. Je kunt dingen met een omhaal omgooien, maar als dit met eieren doet is het een om-elet.

Hoe ik het dan noem? Elke dag een frisse neus halen… (nou niet alleen de neus natuurlijk en gedurende een hittegolf ook niet altijd even fris en waar precies ga ik dat halen en ik heb toch al een neus? Eh….help!)

Nou ja, ik maak me er maar niet druk om.

Carrièreswitch…hoe gaat dat?

(Weer een leuk interview mogen doen voor Apeldoorn Direct! Geeft een aardig beeld voor degenen die twijfelen… 🙂 )

In Beeld: Esther van Tongeren-Koldenhof, van juf naar uitvaartbegeleider

Door Carla van Vliet

We denken er allemaal wel eens over na: is het werk dat ik doe wel wat ik wil? Het schijnt in deze coronatijd zelfs vaker voor te komen dat mensen twijfelen aan hun baan. Aan de invulling en/of voldoening ervan. Je kunt je schouders ophalen en denken dat het morgen beter gaat. Je kunt ook eens precies uitzoeken wat je wilt en dan een carrièreswitch maken. Dit deed Esther van Tongeren-Koldenhof. We vroegen haar hoe dit in zijn werk is gegaan.

Over Esther

Geboren: op 03-05-1977

Verliefd/verloofd/getrouwd: al jaren gelukkig met Marco en samen met onze 2 fantastische zonen.

Hobby’s: wandelen, lezen, zingen, koken. Eigenlijk alles behalve de was.

Hekel aan: blaaskaken.

Dol op: buiten zijn.

Op mijn nachtkastje ligt het boek:  ‘De jongen, de mol, de vos en het paard’ van Charlie Mackesy, vertaald door Arthur Japin.

Als ik een dag met iemand mocht ruilen: zou dat zijn met een dominee; zinvol en interessant.

Mijn motto : vertrouwen hebben op dat wat komt.

Je was eerst lerares, was dit een bewuste keuze?

“Zeg maar juf, haha, ik was gewoon juf. Nadat ik de HAVO had afgerond had ik niet echt een idee over een vervolgopleiding. Mensen in mijn omgeving vonden mij wel geschikt om juf te worden, dus heb ik de PABO gedaan. Ik heb dit absoluut niet met tegenzin gedaan, hoor, het was echt heel erg leuk. Ik kwam er wel achter dat ik de stages leuker vond dan het leren. Daarna heb ik bijna 20 jaar op verschillende basisscholen in Apeldoorn gewerkt, altijd in de bovenbouw. Ik vind kinderen in groep 7/8 geweldig. Het zijn halve pubers natuurlijk, maar ik vond het heerlijk om ze te mogen begeleiden naar het middelbaar onderwijs, om ze door die tijd en keuze heen te loodsen.”

Je zat op je plek zou je zeggen, dus?

“Op de PABO riep ik al dat ik dit niet mijn hele leven zou blijven doen, er is immers nog veel meer te leren en te doen. Tijdens mijn werk als juf heb ik al veel rondgekeken en nagedacht en samen met mijn man hebben we toen besloten dat ik zou gaan schakelen zodra de jongste van onze 2 zonen naar het middelbaar onderwijs zou gaan. Dat was in elk geval het plan.”

En liep het ook zo volgens plan?

“Niet echt. Laat ik vooropstellen dat het onderwijs een prachtig vak is, maar het brengt ook een zekere mate van stress met zich mee. De hartritmestoornissen, die ik al wel eerder had, bleken erg  gevoelig voor stress. Ik kwam thuis te zitten. Een Arboarts zei op een gegeven moment tegen me: ‘Wil je dit werken in het onderwijs nog wel, jij moet zo hard knokken, is het dit wel allemaal waard?’ Dit was een eyeopener. En zo werd ik gedwongen iets anders te gaan doen en het oorspronkelijke plan te vervroegen.”

En toen?

“Eerst heb ik binnen PCBO Apeldoorn meegedaan met een outplacement traject en heel veel met mijn man Marco gepraat. Toen besloot ik het op mijn eigen manier aan te pakken.”

En wat is jouw manier?

“Ik ben nogal van de structuur, plannen maken, checklists maken, dus maakte ik een lijst met daarop alle beroepen waarvan ik wel eens geroepen had dat het me wel leuk leek. Dat varieerde van bloemist tot uitvaartondernemer en nog van alles daar tussenin. Mijn interesses zijn heel divers en breed. Daarna ben ik van elk beroep een ervaringsdeskundige gaan aanspreken. Soms bleef het bij een gesprek, maar vaak mocht ik een dag meelopen. Dit was voor mij de beste manier om dingen af te strepen. Bloemist zijn leek me bijvoorbeeld zo leuk, totdat ik er achter kwam dat ik elke morgen voor dag en dauw moest opstaan, haha, dat ging hem niet worden. Zo werd ik ook eens, tot mijn grote schrik, aangenomen voor een half jaar bij een apotheek. Ik vond het niet leuk, zwaar, maar had wel weer wat geleerd.”

Maar hoe kwam je dan tot uitvaartbegeleider?

“Ik had al gemerkt dat de uitvaartwereld een best wel gesloten wereld was. Maar ik raakte eens in gesprek met Arthur Brinkman van De Oversteek. Wij hadden direct een klik met elkaar en hij bood me aan eens mee te draaien met het begeleiden van condoleances. Na afloop voelde ik me meteen gelukkig en blij!”

Wat trok je zo aan dan?

“Ik vond het praktische deel heel fijn. Ik vind het fijn om te helpen, handen uit mouwen en snel reageren. Het was fijn om mijn organisatorische kant in te zetten. Ik wilde meer, dat wist ik zeker. Ik mocht toen een kleine uitvaart verzorgen van een oude man die door 2 echtparen was verzorgd. Het was de eerste keer dat ik een uitvaart van a tot z meemaakte. Na afloopt zei één van de aanwezigen: ‘Jij bent er geknipt voor, dat gaat goed komen.’ Ik liep nog dagen met een grote smile.”

Dus je was gesetteld qua werk?

“Nou nee, want ik had geen opleiding en we moesten het thuis natuurlijk eerst goed met elkaar eens worden. Ik zag er best tegenop. Hoe kan ik alles plannen? Wat als ik ‘s nachts weg moet? Hoe moet dat met de wisselende diensten van Marco? Ik heb ook veel overlegd met mijn fantastische netwerk. Wij voeden onzen kinderen sowieso best wel zelfstandig op, maar de jongste zat nog op de basisschool. Met hem we geoefend wat te doen als mama opeens moet werken. In deze branche heb je nu eenmaal geen vaste werktijden. Ook de schoolvakanties zou ik niet meer hebben, dus we hebben het als gezin goed met elkaar overlegd. Marco waarschuwde me voor een ‘had ik maar…’ moment. Toen ben ik met de opleiding begonnen en sinds 2019 werk ik vast bij De Oversteek.”

De switch was gemaakt!

“Ja, en het bevalt me prima. De kinderen voelen zich niet verwaarloosd, waar je als moeder toch altijd wat angstig voor bent. Ze zijn er zelfs al helemaal aan gewend. Af en toe moet ik wel eens een feestje ofzo overslaan, maar alle belangrijke dingen heb ik kunnen bijwonen. Ik zeg wel eens: ’Ik heb een nieuwe jas gevonden waar ik weer in pas!’.”

Je klinkt vrij gestructureerd maar de uitvaart is geen 9 tot 5 baan…

“Het klopt dat ik erg van structuur houd, maar die vind ik nu in mijn gezin. Etenstijden, schooltijden, werktijden van de andere gezinsleden, de hond uitlaten, dat soort dingen verschaffen me nu structuur. Het is een stukje verschoven. Ik ga nu ook anders met mijn tijd om en dat is heerlijk.”

Hoe kijk je er op terug, wat heeft het jou opgeleverd?

“Ik ben zo blij dat ik het lef had! Maar zeg eerlijk dat ik mijn omgeving wel heel erg mee had. Ik heb nu ook veel meer zelfvertrouwen, ik heb zoveel over mezelf geleerd. Het is een toffe werktaak dat me het gevoel geeft iets waardevols te doen. Je wordt toch maar toegelaten in de meest intieme momenten. Ik werk met plezier, ik zit op mijn plek. Achteraf was de keuze misschien toch niet zo vreemd. Mijn moeder heeft haar vader verloren toen zij 11 jaar was. Zij wilde afscheid nemen van haar vader, maar dat mocht niet volgens de toenmalige regels omdat ze nog geen 12 was, en haar zus van 13 jaar móest afscheid nemen, maar wilde niet. Dit verhaal heeft mijn moeder heel vaak verteld. Waarschijnlijk is toen het zaadje al gepland, wie zal het zeggen.”

Mis je dan helemaal niets van je vorige werk?

“Ja, natuurlijk mis ik mijn oud collega’s, waarvan niemand overigens opkeek van mijn switch omdat ik de rouwverwerking op school altijd al op me nam en er vaak en graag over sprak, en de gezelligheid van een heel team van collega’s. Nu ben ik samen met Arthur, terwijl zijn vrouw Anita op de achtergrond de nodige zaken regelt. Maar ja, voor deze branche is een klein team juist gemoedelijker en persoonlijker.”

Wat zou je een twijfelaar aanraden?

“Neem zelf het heft in handen! Schrijf op waar je naar uitkijkt, wat de moeilijkheden zijn die je tegenkomt. Ga naar een ervaringsdeskundige en ga het gesprek aan. Zoek oplossingen voor wat je tegenhoudt, denk aan financiën, oppas en ga zo maar door. Als alles op een rijtje staat zal je ontdekken wat je echt wilt. En bedenk dat zo’n belangrijke switch niet meteen morgen hoeft en leg je erbij neer als je ontdekt dat je huidige baan eigenlijk nog niet zo gek is. Zolang je hart er maar in zit!