Licht uit, magie aan

(In het voorjaar van dit jaar bood de Stentor een podium aan gastschrijvers. Elke week zouden er in zaterdagkrant en online 4 stuks verschijnen. Lezers konden hun waardering uitspreken door onder het verhaaltje te stemmen met 1-5 sterren. De schrijvers met hoge scores zouden worden uitgenodigd nog eens een bijdrage te leveren. Ik ben een van de gelukkigen die nogmaals iets mogen inleveren! 🙂 Yeah!!! Voor mijn volgers die geen facebook hebben: hieronder het verhaal, stemmen kun je op destentor.nl/gastschrijvers )

Licht uit, magie aan

Na twee jaar sluit ik enthousiast aan bij de rij, die buiten al begint. Een beetje zenuwachtig, telefoon in de hand. Bij de ingang swipe ik, lichtelijk zwetend, eerst langs belachelijk veel kleinkindfoto’s naar het kaartje dat mij toegang verschaft. In de hal van Theater Orpheus begint direct dat speciale gevoel van verwachtingsvolle spanning. Mijn jas ruil ik bij de vriendelijke garderobedame voor een muntje en bedenk te laat dat mijn jaszakken wagenwijd openstaan. Boodschappenlijstje, zakdoek en kastanjes zijn zichtbaar. En o ja, dat ophanglusje moest ik nog opnieuw vastnaaien.

Eerst even koffie drinken. Lekker! Lekker heet ook. Ik blaas en nip me suf, heb al snel een rood hoofd en ga met volle blaas de zaal in. Op het rode pluche zit divers publiek. Een groepje vriendinnen dat overal om moet gieren. Een echtpaar waarvan duidelijk is dat híj mee moet, omdat zíj de voorstelling zo leuk vindt. Iemand vooraan zwaait enthousiast naar Jo die achteraan zit: “Joehoe Joho!” Sommige bezoekers zijn ‘op sjiek’, met lange glanzende jurken en lange slingerende oorbellen. Andere hebben geen tijd gehad zich om te kleden na die klus in de tuin. Er wurmt zich nog iemand voor mij langs, met weinig respect voor mijn tenen, en die vooraf Grieks at. Dan begint de show, licht uit, magie aan.

Eerder dan wenselijk is het afgelopen. Ik maak geestdriftig foto’s tijdens het applaus en later in de foyer van een afstandje een selfie met de hoofdrolspeler. De cola heeft geen darmvriendelijke temperatuur en de toiletrij is zorgwekkend lang. Ik moet mijn tas omkieperen op zoek naar het garderobemuntje. Daarna voor mijn  fietssleutel. Eenmaal thuis zie ik foto’s met veel zwarte ruggen voor een wazig toneel, plus een halve selfie van mij met een volstrekt onbekende meneer.

Maar eerlijk, wat voelt deze nieuwigheid weer vertrouwd!  

Mensenlief

Bijna was ik vergeten hoeveel soorten mensen er zijn. Nu we er weer op uit kunnen weet ik het weer!

Ik zit in een ruime wachtkamer, met een glazen wand die de ruimte van de gang scheidt. In de gang bevindt zich zichtbaar het loket van de assistente en het toilet. Er zijn twee ingangen tot de wachtkamer. Ik zit aardig rechts. Er komt een ouder echtpaar binnen, ziet er keurig uit en neemt plaats op de stoelenrij haaks op mijn rijtje. Hij zegt luidruchtig: “Mogen we weer naast elkaar?” Zij maant hem tot stilte. “Dit mag ik toch wel vragen?”, verweert hij zich. Ze buigt zich naar hem over en fluistert keihard: “Ja, maar je moet niet zo hard praten!” “Oké!”, fluistert hij keihard terug. Op links komen twee dames, zo te zien moeder en dochter, zij dragen beiden een hoofddoek. “Lekker warm zo’n hoofddoek!”, fluistert hij. “Dat is zo smerig!”, reageert zij met een vies gezicht. Ik weet even niet wat ik hoor. De dochter gaat iets vragen bij de balie. “Ze krijgen toch geen voorrang hè!”, fluistert zij. De dochter zegt iets tegen de moeder. Die staat moeizaam op, zo te zien met een hele pijnlijke rug, en strompelt richting toilet. “Wat gaat ze nou weer doen!”, fluistert zij. “Laat ze nou de deur openstaan?”, fluistert hij terug. De dochter geeft de moeder een urinecontainer (wat een bizar woord voor een plastic plaspotje) en die verdwijnt in het toilet met de deur gewoon dicht. “Als ze het nou maar snapt wat ze moet doen!”, fluistert zij. Ik was intussen rood aangelopen van verontwaardiging, had het stel al eens ‘de blik’ gegeven en vroeg me net af of ik er iets van zou zeggen. Dit heeft meestal geen zin bij deze mensen, maar toch… toen werden ze beiden opgeroepen en weg waren ze. Mensenlief! ☹

Ik sta met Stella aan de hand stil op het fietspad en wacht. Een grote vrachtwagen steekt achteruit het fietspad dwars over. Ik wacht.  Zodra hij voorbij is wil er nog een klassiek dametje met rollator oversteken. Ik wacht. Als de kust vrij is stap ik op om naar huis te fietsen. Ten minste…dat wil ik! Onverwachts word ik aan de linkerkant ingehaald door twee fietsers naast elkaar. Zo breed is dat fietspad niet. Ik roep nog: “Nee!” en “Ho!” maar het mag niet baten. Onze sturen haken ongezellig in elkaar en ik smak op de grond, plat op de knieën. Au! Ik rol door, plat op mijn gat. Dan gebeurt er opeens van alles. Een meneer pakt mijn Stella en parkeert hem naast het fietspad. Een vrouw bukt zich naast me : “Blijf maar even zitten hoor!” Ik geneer me dood en wil zo snel mogelijk uit deze onelegante positie bevrijd worden. “Kan ik iets doen?”, vraagt iemand. “Ja, ik wil omhoog!”, roep ik. Twee paar sterke armen, geen idee van wie ze zijn, zetten me weer op mijn wiebelige benen. “Bedankt, het gaat prima!”, bibber ik. Alsof er niet genoeg spektakel is, blijkt er toevallig een politieauto drie meter verderop te staan. Vier grote, tot de tanden bewapende mannen, komen op mij af: “Heeft u hulp nodig?” Ik grijp Stella en sus de omstanders toe: “Het gaat echt prima hoor, en wil nu graag naar huis.” Achteraf dacht ik hoe stoer het geweest zou zijn om door een politieauto thuisgebracht te worden, gevolgd door twee uniformen die Stella zouden dragen, maar dit terzijde. Ik ben veilig thuisgekomen. En dit vooral door al die helpende mensen. Mensenlief! 😊

O ja, zo zit het: er zijn mensen en fietsbellen, die eersten waren duidelijk fietsbellen!

De Woonboom (2)

Dit ga je vast niet geloven, maar achter de boom zag ik een klein mannetje staan. Hij droeg een driedelig krijtstreep pak van een aparte kleur groen en keek vreselijk boos. Ik kreeg het warm en stotterde: “Sorry, eh, meneer, maar ik was het, ik heb op de knop gedrukt.” Het mannetje schudde verontwaardigd zijn hoofd en mompelde: “Ik had die rode knop nog wel zo zorgvuldig in camouflagekleuren geschilderd.” Uit zijn vestzak haalde hij een verkleinglas en keek me doordringend aan. “Wie bent u en wat wilt u?”, snauwde hij. “Mijn naam is Carla en ik ben gewoon vreselijk nieuwsgierig, eh, geïnteresseerd bedoel ik… Maar wie bent u?” Hij schraapte zijn keel en zei: “Mijn naam is Wilhelmus.” “Aha!’ riep ik en zette direct in: “Wilhelmus vahan Nahas…” ‘Nee! Jansen! Mijn naam is Wilhelmus Jansen. Maar nu weet ik nog niet wat u wilt? Binnenkomen zeker?” “Nou…als dat zou kunnen!” Wilhelmus slaakte een diepe zucht. “Oké dan, maar alles wat u hier binnen ziet, dan wel hoort, mag u nooit doorvertellen aan derden en foto’s maken is strafbaar!” Ik knikte ijverig: “Begrepen en afgesproken.  Ik vertel niemand dat u hier woont. Maar…eh…hoe ga ik in uw woning passen?” Wilhelmus verdween in de boom en kwam al snel weer terug met een plat pakketje. “Helemaal uitvouwen en aantrekken!” Ik deed braaf wat hij vroeg en stond even later gehuld in een plastic onesie. Toen haalde Wilhelmus een pistool tevoorschijn en richtte het op mij. Van schrik hield ik mijn adem in en deed mijn ogen dicht. Dit was het dan, om het leven gebracht door een klein mannetje in een spuuglelijk pak. Ik verfoeide mijn ongezonde hang naar alles willen weten. Het was mijn straf. Ik kreeg het warm, warmer, heet, heter, heetst! Het pistool bleek een föhn en de onesie bleek van krimpfolie. Al snel was ik net zo groot als Wilhelmus. Opgelucht liet ik mijn adem ontsnappen. Hij wenkte mij te volgen. We kwamen in een soort van ridderkamer, compleet met harnas, zwaarden, schedels en andere ongezelligheid. “Kopje muntthee?”, vroeg hij. Ik dacht gevat te zijn en antwoordde: “Laat me raden: Wilhelminapepermuntthee, haha!” Hij keek me aan en ik zag de verwondering over zoveel domheid in zijn ogen. “Sedert 2013 drinken wij uitsluitend muntthee van King!’ Hij draaide zich op zijn hakjes om en vertrok naar de keuken, nam ik aan.

De Woonboom (1)

In Apeldoorn staat een Paleis, dat Paleis heeft een tuin en in die tuin staat een bijzondere boom. Eerst had ik niks in de gaten, terwijl ik heel erg vaak langs deze boom liep. Maar ja, hij leek verdacht veel op de andere bomen, dus zag ik niets bijzonders.  Maar opeens viel het mij op dat deze boom een rode knop had. Hij was niet echt rood, maar had wel de vorm van een rode knop. Zo’n knop waar je op moet slaan als je het antwoord weet, als je je stoel wilt laten draaien of als je een vraag hebt. Omdat ik geen antwoord had en geen stoel wilde laten draaien, ging ik voor de vraag-optie. Een beetje nerveus toch, tikte ik zachtjes op de knop. Geen enkele reactie volgde. Misschien was het geen echte knop? Wilde iemand mij in de maling nemen? Ik keek achterom om te zien of iemand mij stond uit te lachen. Niemand. Lichtelijk overmoedig gaf ik daarna een flinke klap op de knop! Wat kon er gebeuren?

Ik hield mijn adem in en mijn oren gespitst. Mijn lichaam stond klaar om, eh, om, tja, om overal op voorbereid te zijn. In de verte dacht ik iets te horen, een zacht getik. Langzamerhand werd het harder en leek het dichterbij te komen. Alsof iemand met hooggehakte laarsjes over een stenen ondergrond liep. Een knarsend geluid volgde en een vreemd stemmetje riep: ”Wie staat daar op die knop te rammen!?” De stem kwam van achter de boom vandaan dus ik boog mij naar de achterkant…

Afluisterpraktijken

Het gebeurt gewoon … zonder erg mijn best te doen.

Ik zit in een wachtkamer te wachten want daar is die kamer voor. Uit een andere kamer komen twee oudere mensen. De vrouw loopt niet maar schommelt. Of ze heeft moeilijke voeten of ze is te zwaar. Het eerste kan ik niet zien. De man loopt zwoegend achter een rollator. Het tempo is ijzingwekkend laag. Nog langzamer en ze vallen beiden om. Hij sjokt naar een joekel van een scootmobiel. Nou lijken die dingen binnen altijd veel groter, maar deze was naar mijn idee reuze! Ik vroeg mij af wie van de twee het voertuig harder nodig had, maar de man verraadde het antwoord door aanstalten te maken er in te klimmen. Zij hield hem tegen met de woorden: ‘Je moet nog een afsjpraak maken!’ Of ze had een licht spraakgebrek of ze was haar gebit vergeten vanmorgen. Het eerste wist ik niet zeker. Samen sloften ze naar de balie. ‘Hij moet een afsjpraak maken. Wat sjegt u? Nee, sjesentwintig sjeptember kan hij niet, wel sjevenentwintig sjeptember. O het gaat om een telefonisj consjult? Dasj goed dan.’ Gelukt. Eenmaal aangekomen bij de scootmobiel haalt de man iets uit zijn zak. Bij nader inzien was het een tiewrap. Een tiewrap? Mijn verbazing steeg, het werd verdorie nog hartstikke spannend hier.  Ik dacht: als ik nu maar niet opgeroepen werd, niet op dit moment. ‘Moet ik eventjesj helpen?’ De man vouwde de rollator dubbel en bond de tiewrap om de handvaten. Met veel gezucht en gekerm nam hij plaats op de scootmobiel en hees de rollator tussen zijn benen. ‘Heb je nou je sjleutel?’ Die had hij niet, dus moest hij de rollator er weer aftillen, zelf van de scootmobiel komen en onderin zijn broekzak naar de sleutel vissen. Daarna volgde alle handelingen weer opnieuw. Na een eindeloze reeks van steunen en kreunen kon het stel vertrekken. Hij zoefde en zij schommelde.‘Tot zjiensj!’ riep zij nog vrolijk.

Even later zat ik op een betere plek: een terras. Ik zat het verhaal van de twee oudjes nog te verwerken en zie twee dames elkaar tegen komen die elkaar kennelijk even niet gezien hadden. Ik kwam er niet helemaal achter of de ontmoeting nou iets leuks was of niet.

  • Hey, wat leuk, hoe gaat-ie?
  • Hee, das lang geleden, ja goed joh.
  • Nog met vakantie geweest?
  • Ja, Frankrijk. Jullie?
  • Ook, maar lekker in Nederland. Wist niet dat Nederland zo mooi was.
  • Nou, wij moesten er ff ècht tussenuit.
  • Oké. Leuk gehad?
  • Ja heerlijk, echt perfect gewoon.
  • Lekker weer?
  • Ja joh, nou… in elk geval de helft van de vakantie stralend weer.
  • Leuk huisje? Of appartement?
  • Ja perfect joh! We zaten wel wat dicht bij de eigenaren en wat ver van het strand en het huisje was een stuk ouder dan het plaatje, maar nee, heerlijk hoor.
  • Nog leuke dingen gedaan, gezien?
  • Ja joh, Frankrijk barst er van! Maar alles is wel aan de prijs hoor. We waren nog naar en klooster, dat was gratis, maar ja, een klooster, daar kun je niet zoveel mee hè. Je hebt natuurlijk al een smak geld uitgegeven aan die tolwegen onderweg.
  • Nou, fijn te horen dat jullie het zo naar je zin hebt gehad. Doei!
  • Ja, was gezellig joh. Doei.

Wat nou Netflix…

Lionel Kistemaker (17) zet eigen musicalshow neer in Orpheus

(Dit portret mocht ik maken voor Apeldoorn Direct. Van deze musical mocht ik het script schrijven, maar dat houden we maar even onder ons, aangezien ik ruim 3 x de gemiddelde leeftijd ben, hahaha!)

fotograaf Jan Jeuring

Wat zou jij doen als je voor een avond mocht bepalen wat je in het theater zou willen zien? Cabaret, dans of zang, of zou je zelf optreden? Lastig hè. Niet voor Lionel Kistemaker. Zijn leven bestaat voornamelijk uit muziek en hoewel hij vele genres waardeert, ligt zijn grootste voorkeur toch wel bij musicals. En dat bracht hem op het idee een eigen musicalshow te maken, met als resultaat The Musical Underground!  Wat het idee precies inhoudt, daarover spraken we deze jonge muzikant.

Vertel, wat is het idee?

“Ik heb in 2017 de voorstelling Musicals in Concert gezien, waar artiesten de mooiste liedjes zingen uit verschillende musicals. Ik dacht meteen: dat wil ik ook, en dan geef ik er mijn eigen draai aan. Tegelijk dacht ik dat het wel heel vet zou zijn als het uitsluitend door jongeren wordt uitgevoerd. Met dit idee ben ik naar Orpheus gestapt en daar zagen ze het direct zitten. Ik mocht mijn droom gaan verwezenlijken! De Rabobankzaal is op vrijdag 24 september voor mijn musical ‘The Musical Underground’ gereserveerd.”

Waarom denk je dat Orpheus direct zo positief was?

“Ik denk omdat het een jongerenproject is en eerlijk gezegd ook wel omdat ze mij kennen. Drummen is mijn grote passie en dat doe ik al sinds mijn zesde. Ik heb al tien jaar drumles. Ervaring deed ik op door mee te spelen bij koren, bandjes en jamavonden, zoals bij het Prinses Christina Jazz Concours in 2018. Een van de hoogtepunten was mijn optreden in Show Apeldoorn in 2017. Dat was zo gaaf om met elkaar een show neer te zetten. Een ander hoogtepunt was wel het optreden voor Koningin Maxima, tijdens een show van de Postcodeloterij in Amsterdam in 2018. Wie maakt dat nou mee! Ik hoop er volgende week nog één aan mijn lijstje toe te voegen: ik mag namelijk met mijn band Soulidarity meedoen aan het jazzfestival Generations in Orpheus. Sta ik in de line up zomaar met beroemdheden als Marjorie Barnes, Peter Beets en Jenny Lena, om maar een paar namen te noemen. Dus ja, Orpheus kent mij wel een beetje.”

Maar met een goed idee ben je er nog niet, hoe heb je het aangepakt?

“Allereerst ben ik nummers gaan zoeken. Nummers die ik persoonlijk te gek vind. Maar toen moest ik natuurlijk mensen vinden die het uitvoeren. Eerst heb ik in mijn eigen netwerk gezocht. Ik volg momenteel de opleiding MBO Muziek in Amsterdam, dus heb veel muzikanten om me heen. Daarna ben ik rond gaan kijken binnen het muzikale circuit van Apeldoorn, bij bijvoorbeeld het Apeldoorns Jeugdorkest. Vervolgens heb ik het zoekgebied uitgebreid via Facebook en uiteindelijk is het gelukt een orkest samen te stellen van zo’n 30 muzikanten. Allemaal jonge mensen met dezelfde passie, de meesten vonden het direct een goed idee.”

En wat was de bijdrage van Orpheus?

“Groot! We krijgen de Rabobankzaal, tot onze beschikking voor de uitvoering en zij leveren mensen die ons helpen met de techniek. Ze houden ook goed overzicht op onze plannen en communiceren regelmatig met ons. De kaartverkoop wordt door hen geregeld, maar de promotie daarvoor moeten we dan weer zelf doen. Net als we zelf de sponsoring voor meer budget doen.”

Waar hebben jullie gerepeteerd?

“Ja, dat was nog wel een dingetje, haha! De deelnemers aan deze musical wonen namelijk verspreid over het land en tel daar corona nog eens bij op. In juni 2020 zijn we voor het eerst bij elkaar gekomen en van daaruit hebben we repetitieafspraken gemaakt. Ik vond een arrangeur/dirigent, Bart Maas (22), die voor alle nummers de arrangementen heeft gemaakt. Iedereen kreeg deze digitaal toegestuurd en kon thuis hiermee aan de slag. Het moest wel op deze manier. In augustus hebben we een eerste serieus repetitieweekend gehad. Dat was best spannend, want hoe klinkt het bij elkaar en heeft iedereen voldoende gerepeteerd thuis. Maar het was geweldig! De repetities vonden plaats in Gigant en omdat er veel mensen ver weg woonden regelde ik slaapplaatsen in het bijgebouw van de Julianakerk. Mijn moeder heeft liters soep gekookt en mijn vader kwam ’s morgens tig broodjes brengen als ontbijt. Het was zo’n topweekend! Er vinden nu nog repetities plaats in kleinere groepen, voor het finetunen.”

Het klinkt als een concert?

“Nee, zeker niet. Er is een script geschreven, een verhaal over een reis door de diverse musicals en er zijn ook acteurs en zangers. Zij worden geregisseerd door Robin Schenk. Er wordt ook gedanst, onder leiding van choreografe Hanna van der Gaag. Het decor wordt gemaakt door Olaf Mensink en er zullen ook beelden getoond worden Vfx editor, Grover Blom. Dus, nee, zeker geen concert, maar een echte musical.”

Jouw musical heet The Musical Underground. Kun je de titel uitleggen?

“De musical bestaat uit bekende nummers uit bestaande, nog lopende, musicals, denk aan Soldaat van Oranje en the Lion King. Maar in The Wizz, een musical die allang niet meer draait, zitten ook zulke gave nummers. En wat denk je van de musical De Lelies? Niet erg bekend, maar heeft wel prachtige nummers. Ik wil die onbekende nummers, die ondergronds zijn geraakt, weer nieuw leven inblazen.”

Wat steek je zelf op van dit spektakel?

“Ik heb gelukkig een productieteam, bestaand uit Tessa Soeliman en Danique Pijnappel, die mij organisatorisch wat werk uit handen neemt. Natuurlijk zijn er dingen die even tegenzitten, zoals in elke organisatie. Maar voor elk probleem is een oplossing en tegenslagen horen erbij. Ik ben zo enthousiast dat ik, achteraf gezien, te veel taken op me had genomen. Maar ik stop niet voordat alles klaar is zoals ik het voor ogen had. Belangrijker vind ik dat ik er heel veel van leer. Een volgende keer zou ik beter plannen en delegeren. Maar over het geheel is het alleen maar genieten om mijn droom zo uit te zien komen!”

Hou je nog wel dromen over?

“Zeker, ik hoop dat ik hierna bij andere musicals mag spelen. Ik zou het heel fijn vinden met semi-professionals of echte professionals muziek te gaan maken. En over professionals gesproken: ik kreeg afgelopen week een berichtje van Joop van de Ende! Hij vond het leuk dat ik zo met musical bezig ben en wenste me succes. Hoe tof is dat!”

Waarom moeten mensen The Musical Underground gaan zien?

“Waarom niet, zou ik bijna zeggen, haha! Omdat het een fantastische avond wordt! Omdat het uitgevoerd wordt door uitsluitend jongeren, de leeftijd van de deelnemers varieert tussen 15 en 29 jaar. Dit komt niet vaak voor in samenwerking met Orpheus. Omdat er een live orkest is. Stuk voor stuk enthousiaste jongeren die hun talent willen laten zien en die hier meteen een dosis ervaring opdoen. Je moet zeker 24 september komen kijken omdat The Musical Underground uit de mooiste nummers uit de mooiste musicals bestaat.”

fotograaf Cenne Kistemaker

Vakantieblunders

Hè hè, de vakanties zijn weer voorbij. Nog iets leuks meegemaakt? Iedereen heeft wel een goed vakantieverhaal toch? Zo’n verhaal dat op iedere verjaardag opgehaald wordt. Weet je nog? Hoe stom was dat toen? Hahaha! Dat dachten ze van Joylencreations ook. Daarom schreven ze een schrijfwedstrijd uit voor de meest gênante, spannende, hilarische, lachwekkende of tenenkrommende vakantiegebeurtenis. Als het maar een hoog blundergehalte had. Dit was iets voor mij, want ik kan kiezen uit mijn doldwaze avonturen. Ik koos er eentje en die blunder bleek voldoende voor een plek in deze zomerse bundel! Wil je ook eens schaamteloos om een ander lachen bestel het boekje dan bij Jinscom.nl . Waarom ik dit zo promoot?

De volledige opbrengst van dit boek wordt gedoneerd aan kinderen in Nederland die met de feestdagen altijd bot vangen. Speelgoedwebsite Jinscom regelt al jaren cadeaupakketten voor vergeten kinderen.

Hoe mooi is dat! Mijn bijdrage ken jij, als vaste lezer, al wel, maar ik plaats hem gerust nog een keertje.

Vakantie is avontuur

Eigenlijk stel ik helemaal geen hoge eisen aan een zomervakantie. Ik ben tevreden met lekker weer (20 à 25 graden), een mooie omgeving en gezellige mensen. Ik hoef niet zo nodig te jumpen, te hiken, te sailen of te seilen. Uit mijn dak ga ik van een goede stoel, een goed gevuld glas en een goede pot scrabble. Ja, dat klinkt saai en veilig en weinig avontuurlijk. Maar toch…

Op een avond, naarstig op zoek naar wat afkoeling na weer een dag van 39 graden, zetten we alle ramen en de tuindeur van ons tijdelijke Franse huisje lekker tegen elkaar open. Aan de tuintafel doen we een potje scrabble. Ik ben aan de winnende hand als opeens de tuindeur dichtklapt door het enige zuchtje wind dat die avond langs kwam. Eh… en nu? In de tuindeur zat geen beweging meer. De sleutel hadden we voor de zekerheid aan de binnenkant van de voordeur gestoken. Opdat die niet kwijt zou raken. En opdat we die in geval van nood niet midden in de nacht moesten gaan zoeken. Het keukenraampje was ook dichtgeklapt. Het andere assortiment raampjes waren schattig en klein. Ze hielden de warmte buiten, maar ook de een tikkie gezette Nederlanders. Ze waren trouwens veel te hoog en dus onbereikbaar…

Eh…en nu? In geval van nood mag je altijd de bazin van het park bellen! Het nummer ligt binnen. Zo ook de telefoon. Een stoel door het raam gooien dan maar? Daar gaat onze borg. Heel hard “Help!” roepen, desnoods “Au secours!”? Dan krijgen we hoogstwaarschijnlijk ruzie met de jonge ouders waarvan de kleine dreiners eindelijk stil zijn. Hulp vragen bij de Franse buren? Het wat-en-hoe-boekje ligt binnen. Dan maar met onze mains et pieds, je moet wat. De buurman snapt eindelijk ons problême, belt de bazin die ‘pas du problême’ binnen tien minuten ter plaatse was met een loper. Die niet werkte omdat onze sleutel het slot blokkeerde. Een ladder had zij nèt niet meegenomen dus naar binnen klimmen zat er ook niet in. De handy-garcon, die als redder zou kunnen fungeren, woonde 30 kilometer verderop en intussen was het al ver na middernacht.

Et maintenant? Het enige alternatief dat de dame ons te bieden had, was in het naastgelegen en nog onbezette huisje de nacht door te brengen! We kregen verse lakens en een wc-rol. Daar zaten we dan. Met de lakens, voldoende wc-papier, in onze niet al te frisse kleren, zonder tandenborstel, handdoek of zeepje. Met uitzicht op ons huisje waar we niet meer in konden, maar waar wel ons hele hebben en houwen lag. En o ja, mèt ons lege glaasje en ons fijne scrabblebord. Ik leg ‘dom’ aan ‘nogal’.

Hoe het avontuur afliep? De volgende morgen klom er in alle vroegte de fris en fruitige handy-garcon met zwierige elegantie door ons badkamerraampje en opende binnen twee tellen onze voordeur met onze sleutel. Op deze manier waren we ongewild toch behoorlijk avontuurlijk bezig geweest.

Omslagdoek

Misschien kun jij me helpen?

Deze afbeelding vond ik in het Kruidvatfoldertje: ‘omslagdoek’ staat erbij. Maar bekijk het eens van dichtbij: hoe sla je dit om? Waar moet ik dit omheen slaan? Het is een soort tunnel toch? Een rok dan? Een rok van 148 cm lang lijkt mij vragen om struikelen. Of moet ik dat ding optrekken tot onder mijn oksels, als een jurkje? Maar de breedte van 66 cm vraagt om een wespentaille. Huh? Hoe zit dit dan?

Even dacht ik nog dat het zo’n superhandige omkleedcabine was, voor op het strand. Vroeger sloeg je een handdoek om, maar die gleed altijd op het moment suprême af. Ik voel nog die plotselinge tocht langs mijn lichaam, daar aan de Zeeuwse kust. Of ik kreeg ongewild vrij uitzicht op andermans, -vrouws blootje. Tot iemand bedacht van een badlaken een tunnel te maken, die om je nek bleef hangen door het tactisch geplaatste elastiek. Alleen je hoofd stak er uit. Een soort eenpersoonstentje. Je had je handen vrij om het natte badpak af te stropen en een droog exemplaar aan te trekken. Tussendoor kon je je aan de tent afdrogen. Reuze handig! Totdat ik er achter kwam dat je dus je handen niet ziet en wat zij doen ook niet. Alles verliep maar een beetje op de tast. Het is niet één keer gebeurd dat ik na onthulling uit de tent, taadaaa!, mijn badkleding achterstevoren of binnenstebuiten aanhad. Het overkwam mij meerdere malen. Toch ging ik liever in de ‘tent’ dan in het gehuurde strandhuisje. Dat klinkt meer dan het was. Het was een houten hok van een meter in het vierkant, twee meter hoog met een schattig puntdakje. Er zat 1 deur in maar geen raam, dus met dichte deur stond je in het inktzwarte donker. Het rook er naar zoute zee en hondenpies en er lag altijd nat zand in. Voor geen goud ging ik daar in. Op het enige plankje probeerde mijn moeder tevergeefs de kopjes en de meegebrachte broodjes zandvrij te houden… maar ik dwaal af!

In elk geval ben ik nog steeds niet uit de omschrijving ‘omslagdoek’. Wie het weet mag het zeggen 🙂

Allemansvriendje

Je kent toch wel de uitdrukking ‘een allemansvriend’? Dat is zo iemand die met iedereen wel goede vriendjes is (of denkt te zijn) en waarmee je niet snel onenigheid krijgt. Het zijn vaak vriendelijke mensen. Kaasmakerij Köning heeft zelfs een kaas met de naam Allemansvriend. De kaas wil graag ieders hart veroveren, ze vleit en verleidt, volgens de advertentie. Dit klinkt positief.

Iets negatiever: je kunt ook denken aan iemand die met alle winden meewaait, een meeloper, een draaikont. Iemand zonder eigen mening. Ik heb het er niet zo op. Maar komt dit voort uit een bepaalde angst of onzekerheid? Heb je dan helemaal geen grenzen als je anderen benadert, denk ik dan. Op die manier zijn ‘vrienden’ dus heel makkelijk inwisselbaar?

Dan kom je al snel op de uitdrukking: allemansvriend is allemansgek … Wie het met iedereen goed kan vinden, wordt door niemand met respect behandeld. Er wordt een loopje met je genomen. Of je het door hebt of niet. Neem van mij aan: het lukt nu eenmaal niet om met iedereen goed bevriend te zijn. En dat hoeft gelukkig ook niet.

Nou goed, dat weten we nu allemaal wel, maar wat heeft dit met de foto te maken? Dit, lieve lezers, dit is nu een allemansend! Ik kwam het ding tegen in een museum. Dacht nog ‘wat een slordig stukkie touw hangt hier’. Gelukkig hing er een bordje met uitleg bij. Tegenwoordig wordt dit woord gebruikt voor het kwastje aan het eind van een touw, en dat touw zit dan vast aan de klepel en die klepel hangt in een scheepsbel. Volg je het nog? Rond de Gouden Eeuw betekende het echter iets heel anders. Het was nog steeds een kwast aan het eind van een touw en werd ook op boten gebruikt . Het touw werd aan de reling geknoopt, op zo’n manier dat het uiteinde, de kwast, in het water hing. En, hou je vast, het was bedoeld voor de persoonlijke hygiëne! Toiletpapier en toiletpotten waren er niet in die tijd. Dus stak men de blote kadetten over de reling en liet de boodschap los boven water. Daarna viste men de kwast van touw uit het water om de bips lekker fris af te vegen. Dan denk je: wat smerig!!! Maar het allemansendje werd na gebruik weer teruggegooid in zee en het zout deed zijn reinigende werk. Schoon voor de volgende. Jan en alleman gebruikte het zelfde endje touw; het allemansendje. Of is dit misschien toch ook een soort van allemansvriendje…?

Opeens bedacht ik dat ik het touw al een paar keer aangeraakt had! Dacht dat ik zout en andere natuurlijke resten op mijn handen had! Snakte naar een desinfectiepaal! Tot ik het bordje ‘replica’ zag…

Rechterhand

‘Creatief schrijven’ organiseerde haar jaarlijkse schrijfwedstrijd. Deze keer was het thema ‘Toen het licht uit ging.’ Het genre was vrij en je mocht zelf weten over welk licht het ging. Als er maar ergens op de een of andere manier een licht uitging. Mijn bijdrage zat niet bij de winnaars, maar de uitdaging was weer leuk! Misschien was het te droevig…oordeel zelf 😉

Rechterhand

Ze zit wat verloren op het voeteneind van het bed. Vanaf daar heeft ze een goed zicht op de inhoud van haar kledingkast. Besluiteloosheid doet haar al meer dan een uur zo zitten. Ze zucht en staat moeizaam op. Haar oude botten doen pijn. Eigenlijk doet alles pijn. Vanaf het nachtkastje pakt ze de foto. Zachtjes streelt ze zijn gezicht, dat zo ondeugend kijkt van onder de hoge hoed vandaan. De geleende streepjesbroek was net iets te kort. “Dat ziet niemand,”  had hij vrolijk geroepen, “Want iedereen kijkt naar jou!”  Ze had inderdaad veel bekijks met haar witte jurk van glimmend satijn. De strook kant langs de halslijn, met een ingewikkelde rozenpatroon, had haar oma nog zelf ontworpen en geklost. Haar linkerarm haakte door zijn rechterarm. “Nu ben jij voor altijd mijn rechterhand!”, zei hij. Het leek vanzelf te gaan, hun lichamen voegden zich zo dat zij altijd rechts van hem liep en het inhaken gebeurde dan automatisch. Een kleine glimlach verschijnt.

Samen leefden ze hun leven. Ze vonden een huis, dat ze gezamenlijk helemaal naar hun zin inrichtten. Hij maakte promotie zodat ze zich wat meer konden veroorloven. Want haar werk als verkoopster in een damesmodezaak werd opgezegd zodra de eerste zwangerschap zich aankondigde. Hij droeg haar negen maanden lang op handen en toen hun eerste zoon geboren was wilde hij niets liever dan wandelen. Naar buiten, om zijn zoon vol trots aan iedereen te laten zien en zij liep aan zijn rechterarm ingehaakt mee. Uiteindelijk werden ze gezegend met vijf kinderen. Het was een drukke tijd, maar ook een periode vol leven, vrolijkheid en geluk.

Een traan rolt over haar wang bij deze herinneringen. Ze zet de foto neer. Ze moet zich concentreren op de kledingkast. Op zoek gaan naar iets zwarts. Want dat hoort zo. Ze heeft nog een zwarte rok van afgelopen kerst. De zwarte blouse, die ze bij haar rode broekpak had gekocht, past er wel bij. En achterin hangt zelfs nog een zwart vestje. Eens gekocht, nooit gedragen. Omdat het zo somber oogde. Ze trekt haar legergroene broek en okergele trui uit en doet de zwarte spullen aan. In de grote passpiegel ziet ze een oude vrouw. Met een foute rok, want er zit een te vrolijk glimmertje in het zwart, met een blouse die net een tintje valer zwart is en een vestje dat haar nog somberder maakt. Haar ogen zijn roodomrand en haar grijze haar is dof.

Ze was al heel jong grijs en hij vond het prachtig. Ze liet het in een vlotte coupe knippen en droeg kleding in vrolijke kleuren. Ter compensatie. Verdriet kenden zij echter ook. Hun oudste zoon verdronk in zee, tijdens een overmoedig uitje van de voetbalclub. Een tijd lang wisten ze geen raad met hun emoties, konden elkaar niet troosten. Totdat hun tweede zoon aankondigde een reis om de wereld te willen maken. Nog een kuiken uit het nest konden ze bijna niet verdragen, maar bracht hun wel terug in de realiteit. Gelukkig duurde de reis niet langer dan een jaar. Intussen hadden ze elkaar weer gevonden en concentreerden zich op dat wat ze wél hadden. Het leven van hun jongste dochter verliep echter ook niet probleemloos. Na drie jaar studeren in Utrecht kwamen ze erachter dat het meisje een heftige eetstoornis had. Jaren van therapie, hopen en vrezen volgden. Om de stress wat te ontwijken maakten ze in die tijd samen lange wandelingen, innig gearmd, hij links en zij rechts.

Snel trekt ze de zwarte kleren uit. Ze wil dit niet. Dan ziet ze de pauwenjurk hangen. Het is een eenvoudig model, maar staat haar razend goed. Dit jurkje had ze gekocht voor de bruiloft van hun jongste, nog geen drie jaar geleden. De kleuren blauw en groen deden denken aan een pauw en hij had er grapjes over gemaakt. “Wat een onzin dat volgens de natuurregels mannetjes mooier moeten zijn dan vrouwtjes! Jou staan deze kleuren fantastisch en ik ben zo trots op jou!” “Als een pauw?”, had ze uitdagend gevraagd, “Dan moet je wel een pak in deze kleuren laten maken!” Wat had hij haar verrast door op de trouwdag te verschijnen met een das en sokken met een heus pauwenpatroon. Opnieuw veegt ze een traan van haar wang. Ze staat op en gaat voor het raam staan. Een buurvrouw veegt traag haar straatje.

De laatste paar jaren leefden ze weer ontspannen. Hun kroost was de deur uit en allen waren goed terecht gekomen. De eerste kleinkinderen hadden hun leven verrijkt. En ze maakten plannen voor een lang gekoesterde wens: een rondreis door Italië. Dagenlang zochten ze op internet naar de mooiste plekjes. Drukke steden wilden ze vermijden, gezellige hotelletjes in stille dorpjes hadden hun voorkeur. Ze stelden hun eigen tocht samen. Koffers werden met luchtige kleding gevuld, papieren in orde gemaakt en kleinkinderen nog eenmaal in de armen genomen. Nog een laatste nacht thuis. Nog steeds weet ze niet waarom hij ’s nacht het bed verliet en naar beneden ging. Wel weet ze dat ze een vreselijke klap hoorde. Ze snelde uit bed en trof hem aan onder aan de trap. Zijn lichaam was raar verdraaid. Ze gilde en nam zijn hoofd op haar schoot. “Nee! Blijf bij me!”, riep ze nog. Maar ze zag  dat het licht stilletjes uitging. De ambulancebroeders moesten haar armen losmaken. Nu lopen de tranen vrijelijk.

De emoties vlogen heen en weer door haar lichaam. Ze was beduusd, ontgoocheld maar ook boos. Ze had het afwisselend koud en warm. De eenzaamheid schreeuwde haar tegemoet, en tegelijkertijd werd ze gek van alle mensen in haar huis. Ze was misselijk en at toch een halve doos chocolade. De ontelbare belangrijke beslissingen die ze moest nemen, was ze direct weer vergeten. De handen die ze schudde zaten vast aan onbekenden. ’s Nachts dwaalde ze alleen door het huis. Fluisterde zijn naam.

Vastbesloten rukt ze zich opeens los van het raam. Resoluut trekt ze de pauwenjurk aan. Zorgvuldig maakt ze zich op en steekt haar halflange haren vast in een lage wrong. Zodra ze de kamer beneden binnenkomt valt er een stilte. Ze ziet witte gezichten boven zwarte kleren en glimlacht: “Ik ben trots op Papa en daarom draag ik vandaag de pauwenjurk. Zullen we gaan?” Ze doet haar handtas om haar rechterarm en steekt haar linker uit. In het luchtledige.