Schuitje varen

Een uitnodiging voor een rondvaart op het Veerse meer slaan wij natuurlijk niet af. Ik hoor je lichtelijk jaloers denken: ‘Nee natuurlijk niet!’ Het is een eindje uit de buurt, maar na 3 uur waren we er al. We werden welkom geheten door de kapitein. Nou nee, de eerste man onder de kapitein dan. Nou nee, ook niet, het bleek de meneer te zijn die álles regelt op de boot. Het is kennelijk hard werken want zijn witte kreukelige overhemd hing vanachter al uit zijn zwarte afzakbroek. Ons gezelschap van 20, het enige gezelschap overigens, mocht binnen een plaatsje zoeken, waar ruimte was voor zeker 75 personen. Gezamenlijk kozen we voor de voorkant van de boot, kun je zien waar je heen gaat, nietwaar. We installeerden ons gezellig aan de tafeltjes.

Eén van ons had alles geregeld en werd door meneer Hemd steevast ‘kuttakpussoon’ genoemd. Hemd  bleek overigens een man om op te bouwen. Ze deden aan boord veel ‘aan kooroonaa’, zoals alle deuren tegen elkaar openzetten. Ben je echter midden op het Veerse meer, heb je zomaar een andere longziekte te pakken door de gierende tocht. We vroegen hem vriendelijk één deur dicht te doen. “Tja,” begon hij: “Welleke wil u pesies?” Dat maakte ons natuurlijk geen moer uit, maar aangezien een aantal van ons door de bakboorddeur even bovendeks stond uit te wapperen, wezen wij op de stuurboorddeur. Hij vond het een goed idee, drukte op een voor ons verborgen knop en de deur gleed dicht. Hij keek rond alsof hij een staande ovatie verwachtte. Toen dat uitbleef droop hij maar af naar de bar achterin het schip.

Omringd door zo’n grote hoeveelheid water werd mijn blaas op ideeën gebracht. Ik begaf mij naar het achtereind waar het toilet, volgens het bordje, zich moest bevinden. Naast de bar. Er was geen deur. Ik bezag de inhoud van de ruimte. Er stonden naast een berg tafels, twee hoge rijen van opgestapelde stoelen. Ik vroeg mij af waar te gaan zitten. Toen ontwaarde ik ernaast een toilet. Aha! Maar een deur had ik nog niet ontdekt. Toch maar even vragen. Aan meneer Hemd.

Ik: “Meneer, ik kan de deur niet vinden, wel veel zitplaatsen.”

Meneer Hemd: “Ja, dat komt wij doen aan kooroonaa, minder stoelen hè.”

Ik: “Ik snap het, maar een deur…?”

Hemd: “Gaat u maar naar binnen.”

Ik besloot niets te vragen maar gewoon te handelen en zette twee stappen naar voren.

Hemd: “Bennu binnen?” Als of dat mis kon gaan.

Ik: “Ja hoor, ik ben binnen.” Hopend dat hij niet kwam controleren.

Hemd: “U moet op het knopje links drukken als u naar binnen gaat en op het knopje rechts drukken als u naar buiten gaat.”

Ik liet dit even tot me doordringen. Ik was al binnen toch? Opeens zag ik een knop, gevaarlijk rood van kleur, sloot mijn ogen en drukte erop. Het wonder geschiedde: een deur kwam uit de muur schuiven en scheidde de ruimte tactisch van de rest. Uit ervaring ging ik eerst op zoek naar passend papier. Er hing een machine die na heel hard rukken telkens met grote tegenzin één klein minivelletje losliet. Mijn boodschap was niet groot, maar zo klein ook niet weer. Gewapend met een stapel velletjes kwam dat gedeelte uiteindelijk goed. Bij het handen wassen kwam ik er achter dat het een invalidentoilet was, want ik moest op mijn knieën zitten om bij de kraan te kunnen. Als ik rechtop stond kon ik wel in de spiegel zien dat mijn broek goed zat.

Al een tijdje stond er op een tafeltje iets afgedekt met een geruite theedoek, spannend! Het bleken de broodjes. Ernaast een pan soep. Dit kon Hemd niet alleen aan en hij kreeg hulp van een sjofel vrouwtje. Hemd deelde de bordjes uit en Sjofel  sjouwde de soepkommen. Ze wiebelde zo ernstig met het volle presenteerblad dat je spontaan rooms zou worden om een kruisje te kunnen slaan, maar het liep goed af. Hemd deelde daarna de lepels uit en Sjofel daarna de broodjes. Na drie tafels geserveerd te hebben liep ze paniekerig naar eerdergenoemde kuttakpussoon  en fluisterde keihard: “U heb gezegd de helluf met kaas en de helluf met vlees, maar nou is de kaas bijna op, ze nemen allemaal kaas!” Ze barstte nog net niet in snikken uit. We schoten haar te hulp door te roepen dat we dol op vlees waren. Hemd was het kennelijk niet gewend zoveel actie en had zich intussen ook het voorpand van zijn hemd uit zijn broek gewerkt.

We kregen nog een drankje. Aan ons tafeltje van vier wilde ik graag thee, de rest koffie. Sjofel kwam wederom met een wiebelend blad aangezwalkt en vroeg wie er koffie wilde. Ze reikte er eentje uit en vroeg wie de thee wilde. Ik graag, dank u wel. Vervolgens vroeg ze serieus aan tafelgenoot 3 wat hij besteld had. Hemd veegde zich het zweet van zijn kop en riep:  “Waar is de pussoon?” Het kuttak was hij vergeten. Er moest namelijk nog betaald worden. Dit verliep bewonderenswaardig zonder problemen. Er kwam een eind aan de bijeenkomst. Onze regelaar nam even het woord om iedereen te bedanken voor aanwezigheid en goede reis huiswaarts te wensen. Tenminste, dat denk ik, want Hemd gooide net op dat moment de ijzeren aanlegsteiger alvast op geplaveide Veerse bodem.

 Ik zeg:  geef dat stel een serie.

Leuk bericht

Kijk, dit zijn de leuke berichten!!! Ik had het al eerder op facebook gedeeld, maar bedacht me opeens dat niet alle trouwe volgers van dit blog ‘op facebook zitten’ … en ik ben er trots genoeg op om het nog eens te delen, hahaha!

Dit was weer een erg leuke wedstrijd van 18.02 publishing. Een heuse whodunit, het moest de miss Marple in je wakker maken. Er was een best wel lang beginverhaal. Over Heer Otto die een zakelijk dinertje bij hem thuis organiseert, in zijn deftige villa aan de Vecht. Er wordt net na de middag door en met de gasten gekletst, gedronken en waarschijnlijk ook genetwerkt. Rond 14.00 uur krijgen de gasten een kijkje in zijn atelier, waar hij als taxidermist zijn hobby uitoefent. Daarna volgt nog een gezellige borrel en om 18.00 uur gaat de groep aan tafel. Heer Otto pocht nog wat over de versheid van de lokale producten als het voorgerecht wordt uitgeserveerd. Plots valt hij voorover in de soep, dood! De direct gewaarschuwde politie stelt een onderzoek in, onder leiding van speurneus Shirley van Holmen.

Hij is vergiftigd door arsenicum, dat staat vast, maar de rest is giswerk.

Wie heeft het gedaan? Waarom? Wanneer? Hoe? Was het opzet? Wordt de dader gepakt?

Je mocht zelf een personage kiezen over wie je wilde schrijven, een van de gasten of een personeelslid. Ik mag natuurlijk niks verklappen van mijn idee, maar van alle winnende verhalen wordt één boek gemaakt. De uitgeverij schrijft de uiteindelijke ontknoping. En dat blijft voor alle schrijvers een geheim! Spannend hè! Gelukkig is de spanning van ‘zit mijn verhaal erbij?!’ er nu gelukkig af 🙂

Genieten

Volgens het woordenboek is genieten: ergens plezier in hebben, iets als prettig ervaren, amuseren, het ervan nemen, smullen, zich verlustigen. Eigenlijk hoef ik dit niet uit te leggen, want jij weet ook wel wat genieten is. Het begrip is voor iedereen hetzelfde, de inhoud is echter voor een ieder verschillend. Waar ik van geniet kun jij gillend bij weglopen en waar jij van geniet kan ik me fronsend over verwonderen. Is genieten een gave, een kunst of een verplichting? De ober die mijn drankje voor me neerzet en roept: “Geniet ervan!”, geeft hij me nou een opdracht? De bijgevoegde afbeelding is in feite verkeerd gekozen, alsof ‘strand, zee, zon en warmte’ het toppunt van genieten is. Terwijl er hordes mensen zijn die geïrriteerd raken door die warmte, die ondanks veel smeren toch verbranden en die er gewoonweg een hekel aan hebben ’s avonds nog zand op de meest vervelende plekjes terug te vinden. We zijn er nu wel uit dat genieten door iedereen anders wordt ervaren. Een praktijkvoorbeeld…

Nu het weer/nog kon boekten wij snel een hotelletje voor twee nachtjes in Limburg. Genieten van lekker even weg, genieten van een uitgebreid ontbijt en genieten van een door iemand anders klaargemaakt diner. We hadden er plezier in, ervoeren het als prettig, we namen het ervan en amuseerden ons kostelijk met de andere logeerders.

Een dame was een beetje in de war, ze dacht namelijk dat ze in het super chique Hiltonhotel logeerde. Ze zag graag dat ze op haar wenken bediend werd. Voorafgaand aan het diner deed ze al heel ingewikkeld met wijnen proeven en zo. Ik hield haar in de gaten. Toen ze aan haar bordje begon, door overdreven voorzichtig kleine proefhapjes te nemen, schudde zij haar hoofd. Ze keek rond tot ze een serveerster zag en wenkte haar met een hoofdknik. Het goedlachse Limburgse meisje reageerde en vroeg wat de dame wenste. Misprijzend klonk er: “Ja meisje, ik mis hier een snufje nootmuskaat!” Het meisje trok slechts een wenkbrauw op, pakte het bord en knikte vriendelijk met de woorden: “Natuurlijk mevrouw, ik ga er werk van maken.” Een snufje nootmuskaat!!! Je zou zo iemand toch met alle plezier met haar snufferd in de puree duwen… De volgende morgen aan het ontbijt zag ik haar weer. Ze had een plekje aan het raam weten te bemachtigen, waar je een leuk uitzicht had. Maar waar ook opeens de zon gezellig begon te schijnen. De vrouw deed de armen stijf over elkaar en opnieuw commandeerde ze met haar ogen een serveerster bij haar te komen. Een vers achteloos jong meisje kwam aangesneld en bood hulp in onvervalst Limburgs: “Goedemorgen mevrouw heeft u lekker geslapen? Wat kan ik voor u doen?” De vrouw zei stijfjes: “Meisje, het zonnescherm moet naar beneden en over dat slapen zullen we het maar niet hebben!” Pfffffff! Sommige mensen kunnen niet genieten en zijn niet om te genieten…

Een ouder echtpaar, van horen zeggen 80 jaar, kwam de dinerzaal in met een lege waterfles en zocht een tafeltje. De bediening snelde vanzelf toe en ze maakten een gezellig praatje. Daaruit maakte ik op dat ze al een paar dagen hier logeerden. Van de hele menukaart ‘moesten’ ze alleen de zalm nog proberen. “Heerlijk hoor, elke dag iets anders en dan zo uitgebreid!”, riep de vrouw glunderend. De man zette de fles op tafel: “Vul die maar weer hoor.” Ik begreep dat ze steeds een volle fles water namen, naast hun ene glas wijn. Die fles kregen ze natuurlijk niet op en mochten ze daarom op hun kamer leegmaken. Hij nam braaf elke avond de lege fles mee naar beneden, zo lief. Als er iemand langskwam om te vragen of alles smaakte, prezen ze de kok de hemel in. Ook bij het ontbijt waren ze present. Op hun dooie akkertje zochten ze een broodje uit, verheugden zich op het gekookte eitje en trakteerden zichzelf op een cappuccino toe. Vanwege het mooie weer besloten ze een eindje te gaan fietsen. De brede elektrische fietsen werden uit de fietsenstalling gehaald en als eerste reden ze tien meter naar hun geparkeerde auto. Daar werden de bodywarmers en zonnepetjes uitgehaald, aangetrokken en opgezet. De fietstassen werden tig keer gecheckt en driekwartier later vertrokken ze dan toch. ’s Middags ontwaarden wij hen op een terras in de buurt, met een schandalig groot stuk vlaai voor hun neus. Man, man, wat zaten die twee te genieten, het straalde er gewoon vanaf.

Genieten blijft toch een keuze denk ik. Of toch een gave? In elk geval geniet ik met volle teugen van zulke mensen 🙂

Verzet je zinnen

(Twicedoubleyou oftewel Wendy Wessels organiseerde een schrijfwedstrijd met behulp van schrijfkaarten. De kaart die ze trok was : “Mijn hoofd bloost buiten de lijntjes”. Deze zin moest inspireren tot een verhaal ter grootte van één A4tje, maar je hoefde hem niet precies zo te gebruiken. Gisteren verscheen de uitslag. Van de 35 inzendingen worden er twee als winnaar uitgeroepen en op de socials van Verzet je Zinnen geplaatst (gratis reclame!) en die winnaars krijgen de hele schrijfkaartenset cadeau. Ik zit daar niet bij, maar je mag het verhaal hier lezen!)

Oeps…

Suus veegt de laatste kruimels de deur uit, zet de bezem terug en doet haar schort af. “Ik ga hoor, Jack!”, roept ze naar haar baas. Jack zwaait zonder op te kijken terug, terwijl hij de kas opmaakt. Ze pakt haar fiets en rijdt het kwartiertje in het donker naar huis. Voor de zoveelste keer baalt ze van haar werktijden bij Jacks Snacks Corner. Horeca op zich bevalt haar wel, maar altijd ’s avonds werken, daar is ze behoorlijk klaar mee. Ze neemt zich voor vanaf nu eens actief op zoek te gaan naar iets anders.

Dat het allemaal zo snel zou lopen had ze niet gedacht. Nog diezelfde week zag ze een vacature voor een medewerker in een bedrijfsrestaurant. Suus besloot te bellen en mocht twee dagen later op gesprek komen. Kennelijk zat het bedrijf om iemand te springen. Ze deed naar netste broek aan en leende een keurig shirt van haar zus Els. Jammer genoeg had Els een andere schoenmaat, want Suus kon alleen kiezen tussen haar super hoge hakken of haar werkschoenen. Ze besloot de laatste te dragen, zo wiebelend binnenkomen was niet goed voor haar zelfvertrouwen.

“Goedemorgen Suzanne, fijn dat je zo snel kon komen. Neem plaats en voordat ik de serieuze vragen ga stellen, vertel eerst eens iets over jezelf. Waarom wil je deze baan zo graag?” Bram, de man van de afdeling personeelszaken glimlacht aanmoedigend. “Nou, eh, oké. Ik ben Suzanne, maar zeg maar Suus hoor. Ik heb best wel veel ervaring en dat kan ik hier vast wel goed gebruiken. Ik weet bijvoorbeeld precies hoe heet olie moet zijn. Ik weet dat een broodje bal het meest gevraagde broodje is en ik kan goed alleen werken. Zelfstandig bedoel ik. Ik werk graag met mensen, hou wel van een kletspraatje en ik merk dat de mensen daar ook van houden. Het lijkt me gewoon super om hier te werken omdat ik de avonden en de weekenden vrij ben.” Bram kucht eens en vraagt: “Wat doe je als het gevraagde niet meer leverbaar is?” “Als het op is bedoelt u? Dan hebben ze pech, maar dat zeg ik dan wel vriendelijk hoor.” “Prima, en wat denk je dat de klant het liefst wil?” Suus voelt zich steeds zelfverzekerder, ruikt de overwinning en antwoordt snel:  “De klant wil het liefst snel geholpen worden, ik weet dat ze zo’n hekel hebben aan wachten. Dus ik werk best vlug als het moet.” “Fijn! Hoe sta je tegenover hygiëne?” “Dat is natuurlijk heel belangrijk! Ik was altijd mijn handen als ik begin met werken.” “Keurig! Nou ik denk dat ik wel een beeld heb…” Suus glundert en vraagt: “Heb ik de baan?”

Bram zucht eens en reageert dan: “Niet helemaal. Laat ik eerlijk zijn: helemaal niet!” In de maag van Suus vindt een buiteling plaats. Een roze kleur trekt vanuit haar hals omhoog. “M-m-maar wat doe ik niet goed dan?”, stottert ze. Bram gaat verder: “De olietemperatuur is niet van toepassing, hier wordt niet gefrituurd! Een broodje bal hebben wij niet, wel een broodje gezond! Hier kunnen we geen soloartiesten gebruiken, we zoeken teamspelers! Er wordt niet gekletst, maar we bewaren professionele afstand! Als iets op is, bedenk je een alternatief en pas je de bestellijsten aan! De klant wil best even wachten, want die verwacht kwaliteit! En handen wassen alleen is ruim onvoldoende! We hebben het hier over een bedrijfsrestaurant, niet over een of andere kantine!”  De wangen van Suus staan intussen in brand. Bram schudt zijn hoofd. “Mag ik je nog één tip geven voordat je gaat?” Suus, niet meer in staat iets te zeggen, knikt. “Zorg dat die frietlucht uit je haar is.”

Psssssst!

Je zit je toch niet te vervelen hè?! Laat ze nou maar even. Met ‘ze’ bedoel ik degenen die voetbal kijken. Laat ze maar lekker kijken. Nu zijn we eens fijn onder elkaar, als fervente geen-voetbal-kijkers, want ‘ze’ hebben geen tijd om dit te lezen. Maar jij wel, hahaha!

Ik vind het een heerlijke periode dat hele EK. De kijkers hebben een laag verwachtingspatroon: hooguit op tijd bier en bitterballen en dat is het dan wel zo’n beetje. Eindelijk eens alle avonden voor jezelf. Bij ons thuis geldt de regel: je mag alles doen zolang het maar geen geluid maakt. Nou, dan pak ik mijn telefoon en ga ik gezellig de hele avond appen met te lang verwaarloosde contacten. En ik kijk ononderbroken filmpjes. Eindelijk heb ik eens tijd alle foto’s in nette mapjes te slepen. Ik kan uren in bad liggen met wijn, kaarsen en maskers, tot ik totaal gerimpeld ben, zonder ook maar één keer gestoord te worden. Een ingewikkeld telpatroon kan ik nu makkelijk tellen. Eigenlijk hebben we nu, als niet-kijkers, een zee van tijd. Tijd waarin alles mogelijk is, van een cursus Russisch tot een workshop schaken. Wat dacht je ervan om eens te gaan leren kantklossen, luchtgitaar spelen, je eigen thee brouwen, origami voor gevorderden, allemaal voor jou zelf alleen! Eigenlijk kan alles behalve….je met het spel bemoeien!!!

Ik hoorde: “Daar komt een schot!”,  het was toch overduidelijk een fransman.

Ik hoor ook steeds: “Laport!”, maar omdat dit mijn meisjesachternaam is denk ik steeds geroepen te worden. Heel verwarrend. Misschien toch een Spaanse tak van de familie?

Ik stel vragen zoals: “Memphis heet toch Depay van achteren? Waarom staat dat niet op zijn shirt?”

Of: “Waarom loopt die jongen in het zwart zo moeilijk, heeft hij wel de juiste schoenen?”

Of: “Vindt de scheidrechter het wel oké om knalroze te dragen?”

Of: “Zijn wij voor de blauwe of de rode?”

Het heeft geen zin, dit soort vragen, het voegt niets toe. Ze roepen eerder wrevel op, en dat willen we niet. Dus een beetje scheiding kan geen kwaad. Zodat we allebei genieten. Heerlijk hoor. Op naar de Tour, nog iets met Max en dan nog Wimbledon. Het wordt een mooie zomer!

Wederom in een boek!

(Uitgeverij Quarantaine bedacht een nieuwe schrijfwedstrijd met als thema: ‘Fatale date’. In eerste instantie denk je dan wellicht aan een afspraak tussen twee mensen, met een dodelijke afloop. Zo drastisch hoefde het naar mijn idee niet en ik bedacht iets anders. Gelukkig bleek mijn verhaal ‘Bazig’ goed genoeg voor een plaats in deze bundel! Yeah!)

Bazig

O nee hè, ze gaat me weer helemaal kammen! Dan weet ik wel hoe laat het is: we gaan op visite. Ik vond haar gisteren de hele dag al zo vrolijk, een beetje dromerig ook. Ze neuriede mierzoete liedjes en knuffelde mij te pas en te onpas. Een dag eerder dan normaal deed ze me in bad en nu kamt ze me van snuit tot staart. Ze slaat zichzelf ook niet over en hijst zich in een kort gebloemd jurkje. Het lange haar gaat in een losse vlecht waardoor ze er super schattig uitziet. Dat zie ik zelfs.

Tegen lunchtijd slaakt ze een diepe zucht en roept me. ‘Kom Goldie, we gaan naar een hele aardige en superknappe meneer. En jij moet zorgen dat ik niet zo zenuwachtig ben. Ik wil het deze keer echt niet verknallen. Wil je dus alsjeblieft ook heel erg je best doen en heel erg lief doen? Deze wil ik serieus hebben en houden. Hij schijnt ook van dieren te houden, dus jij bent vast een plus voor hem! Je helpt me wel hè?’ Ze pakt haar tas en haakt de lijn aan mijn halsband. Samen wandelen we naar het park.

Ze ziet hem direct en springt achter een boom. ‘Eerst even kijken hoor.’ Ze gluurt om de boom heen en kennelijke bevalt het wat ze ziet. Dan trekt ze me mee naar het bankje, naar die aardige en superknappe meneer die van dieren houdt.  Zodra hij haar ziet veert hij op en geeft haar een hand. Even twijfelen ze beiden of er gezoend moet worden, maar besluiten tegelijkertijd van niet. Ik grom zachtjes. Niet alleen omdat ik aandacht wil, maar omdat ik het ruik. Ik ruik precies van welke dieren hij houdt: katten! Ze vallen neer op het bankje en kletsen direct honderduit. Ik grom nog maar eens en dan heb ik haar aandacht. Ze stelt me voor aan hem als haar trouwe viervoeter, haar vriendje for life. Ik duw mijn hoofd tegen haar hand en ze begraaft even haar neus in mijn vacht. Dan duw ik mijn hoofd tegen zijn hand. Hij trekt snel terug, maar wil zich tegenover haar niet laten kennen en aait mij uiterst voorzichtig alsof ik ingesmeerd ben met poep. Ik vind hem niet aardig en helemaal niet knap.

Na een tijdje lig ik me op te vreten van ellende. Die twee gaan helemaal in elkaar op, maar ik ben er ook nog! Ik heb al even stiekem gekwijld op zijn leren schoenen, een kleine plas gedaan tegen zijn  tas op de grond en telkens als hij haar probeerde aan te raken stak in daar een pootje voor. Eindelijk schijnen ze uitgekeuveld te raken, want ze staan op. Nou dag hoor, tot nooit weer! O nee, we gaan met z’n drietjes wandelen! Ik sukkel er wat achteraan, expres langzaam lopend. Bij geen enkele  reactie hierop ga ik me juist heel druk gedragen. Ik huppel vooruit en weer terug en dan loop ik heel per ongeluk drie keer om hem heen. Met mijn lijn. Ik lach me een hondenbrok als hij zijn evenwicht verliest en achterover kukelt in een zak met  afval die iemand daar heeft laten liggen. De mayonaise druipt van zijn achterwerk. Dan helpt een tissue vrij weinig. Hij kijkt naar me alsof hij gaat schoppen.

Ze heeft een ander idee: om ons beter aan elkaar te laten wennen mag hij de lijn vasthouden! Wat dacht ze daar nou mee te bereiken? Dat hij mijn nieuwe baasje wordt? Dat we gillend van plezier over de grond gaan rollen? Ik glimlach vals zodra de vijver in beeld komt. Ik blijf zogenaamd braaf naast hem lopen, maar duw steeds zachtjes tegen zijn linkerbeen. Zo loopt hij vanzelf steeds meer naar links, steeds dichter bij de vijver. Hij durft mij immers niet te corrigeren omdat hij op haar een goede indruk wil maken. En dan, als we vlak naast de vijver zijn, neem ik onverwacht een grote sprong. Zo groot dat ik midden in de vijver belandt. Hij, volhardend in de opdracht mijn lijn vast te houden, vliegt daardoor languit ook de vijver in. De eenden maken dat ze wegkomen. Proestend komt hij boven water en schudt de waterleliebladeren van zijn hoofd. Hij ontploft! Scheldend en tierend waadt hij naar de kant. ‘Rotbeest’ is nog de vriendelijkste benaming richting mij. Maar als hij ook haar allerlei verwijten naar het hoofd slingert, is voor mij de maat vol en ik ren het water uit. Vlak voor zijn gezicht schudt ik mij eens flink uit. Hij gilt hysterisch en neemt vervolgens haastig de benen. Zij kijkt me aan, nog even beduusd van wat er zich nu net voor haar ogen afspeelde, en bezwijkt dan voor mijn meest onschuldige puppylook. Ik beloof mijzelf: nooit een nieuw baasje, want ik ben de baas!

Decorbouwen is vooral ‘Maken’

(Voor Apeldoorn Direct mocht ik dit leuke interview doen! Toen ik, heel lang geleden, wel eens beroepskeuzetests op school moest maken, kruiste ik altijd etaleur/decorbouwer aan. En gezien mijn voorliefde voor theater vond ik dit interview supergaaf om te doen.  Extra leuk is het feit dat wij binnenkort ook nog eens gaan samenwerken, maar daarover later meer…)

Decorbouwer Olaf Mensink ziet zijn vak als ‘maken’

Aan de Sleutelbloemstraat bevindt zich het atelier van Apeldoorner Olaf Mensink. Het bestaat uit twee delen, de vieze en de schone ruimte. In de eerste wordt gelast, metaal bewerkt, maar ook hout gezaagd. Gelukkig nemen we plaats in de tweede ruimte. Hier kom je ogen tekort: schappen met veel voorraadbakken. Potjes met houten stokjes, verf, lijm, stof, mesje en kwastjes in alle maten en bovenop staan een aantal props en maquettes. Op de grond staan twee halve cirkels met houten latjes en in het midden een prachtige staalconstructie: het is een kroonluchter in wording, voor boven een talkshowtafel. De tafel zelf staat in delen tegen de muur. Water wordt geserveerd in Olafglazen…

Welk beroep staat in je paspoort?

“Officieel ben ik decorbouwer. Maar ik ben ook decorontwerper en scenograaf. En ik maak rekwisieten. Daarnaast maak ik ook meubels. Ik maak dingen voor escaperooms, voor tv-studio’s en voor theater. Alles wat op mijn pad komt grijp ik aan en maak ik. Ik ben eigenlijk een ‘maker’.”

Wat is het verschil tussen een decorbouwer en een scenograaf?

“De decorbouwer bouwt het hele decor, is ambachtelijk bezig, maakt het fysieke gedeelte. En een scenograaf bemoeit zich eigenlijk overal mee. Dan houd ik me bezig met hoe de scènes er uit zien. Met gebruik van licht en kostuums, doe ik meer met de ruimte. Ik bedenk in welk jaargetijde iets plaats vindt qua lichtinval. Ik bedenk waar het precies  plaatsvindt, een industriële fabriek ruikt immers anders dan een varkensstal. Het gaat dan veel meer om de totaalbeleving. Dat bedenk ik dan eerst, vervolgens ga ik dat uitvoeren en bouwen.”

Maak je dan altijd eerst een maquette?

“Soms. Meestal werk ik met een 3D tekenprogramma op de computer. Je kunt er makkelijk nog wijzigingen in aanbrengen. Maar eerlijk gezegd vind ik echte maquettes maken wel het leukste wat er is, dat gepriegel vind ik heerlijk.”

Heb je al met bekende mensen gewerkt?

“Ja, met Tatyana van Walsum, een grootheid in de decors van de balletwereld. Ik heb ook bij de Nationale Opera in Amsterdam gewerkt. Daar liep ik stage en wilde er graag mijn werk van maken. Er kwam een vacature en daar heb ik op gesolliciteerd. Maar toen kwam corona en verviel de hele baan, nog voordat de sollicitatie was afgerond. Daar baalde ik stevig van, het leek me zo leuk!”

Was jij vroeger goed in surprises maken?

“Haha, zeker! Ik deed ze soms op aanvraag. Props maken vind ik dan ook supergaaf om te doen. En voor de show Caro, in de Efteling, mocht ik rekwisieten maken. Onder andere de carrouselpaarden.”

Wat vind je het leukst aan je vak?

“Dat ik met allerlei facetten bezig ben en veel disciplines kan toepassen. De ene dag ben ik bezig met siliconen mallen maken, de volgende dag zit ik met monsterclay te sculpten. In tijd van één week doe ik aan stof naaien, staal lassen en houtbewerken. Ik blijf mezelf steeds ontwikkelen. Toen ik door corona minder te doen had, heb ik me meer  toegelegd op lassen en maak nu zelf meubels.”

Wat is het minst leuke?

“Het ondernemerschap. Ik heb het nu prima naar mijn zin met mijn eigen atelier, maar onder een baas werken zou ik niet afslaan.”

Wat wil je bereiken?

“Ik hoef niet de meest beroemde ontwerper van de wereld te worden hoor. Van jongs af aan wilde ik al decorbouwer worden en op Broadway eindigen. Maar je moet heel veel klimmen, veel netwerken en ik denk dat de beroemdheid het op den duur gaat overnemen van je werk. Als je zulke grote producties gaat doen, kom je zelf niet verder dan de boel managen. Dan heb je assistenten die het voor je maken. En ik wil veel liever zelf met mijn eigen handen werken.”

Hoe zit dat met die escaperooms?

“Toen ik afgestudeerd was in Amsterdam had ik wel veel plannen, maar niet alles ging door. Uiteindelijk vond ik een vacature voor een escaperoom-bouwer. Ik was er wel eens geweest en dacht stiekem ‘dat kan beter’. Na een ontwerp-pitch werd ik aangenomen en mocht het project doen. later mocht ik er nog een bouwen, in een kasteelthema. Compleet met ophaalbrug, glas in loodramen en een schatkamer. Veel van geleerd. Momenteel ben ik voor een bedrijf in Enschede een escaperoom aan het bouwen en bij deze mag ik ook het spel zelf ontwerpen. Dus niet alleen de decoratie. Ik heb hier gekozen voor een piratenthema, het wordt echt gaaf!”

Wat heb je nodig om ‘maker’ te worden?

“Na de HAVO heb ik Cibap in Zwolle gedaan, de vakschool voor vormgeving. Je moet dan denken aan het vormgeven van etalages, tentoonstellingen, winkels, theater, enz.  Hier is mijn liefde voor theater sterker geworden. Daarna heb ik de kunstacademie in Amsterdam gedaan. Als 1 van de 5 werd ik toch aangenomen. Het was een pittige tijd, maar heb er ook enorm veel van geleerd. En daarna heb je uiteraard een werkplaats nodig en heel veel creativiteit. Dan kun je net zo leuk hebben als ik!”

(Voor meer info kijk op http://www.apeldoorndirect.nl)

Ouderdag

Apparaatje, dingetje, instrumentje, toefje of machineonderdeeltje. Dit zijn de letterlijke vertalingen van het woord gadget. Dat toefje begrijp ik niet helemaal, maar de rest is een duidelijke omschrijving van een Vaderdagcadeautje. Een mes met zoveel uitklapbare hulpmiddelen dat snijden onmogelijk maakt. Een voorwerp dat op 25 verschillende manier een bierflesje opent, ook zoiets. Horloges met duizend en één knopjes, dan nog niet weten hoe laat het is. Minibierbrouwerijte voor thuis, waar hij alleen slootwater mee kan maken. Een stuk gereedschap waarvan hij weigert eerst de handleiding te lezen. Ook niet achteraf trouwens. Barbecuegedoe waarmee hij een hamburger ‘makkelijk’ kan omkeren, terwijl jij de rest van de hele maaltijd regelt.

Vorige week zag ik een duidelijk voorbeeld van een vader langsfietsen. Tenminste, dat probeerde hij. Hij slingerde en zwabberde over het fietspad, alsof hij weer veel te lang op het terras had gezeten en riep steeds iets tegen zijn linkerpols. Kennelijk ging er iets niet goed. Hij stopte en stapte af. Met zijn rechterhand drukte hij een knopje in op links en riep: “Niet doen! Afblijven jullie! Ik kom er aan!” Toen zag ik dat hij in zijn horloge stond te schreeuwen. Dit had ik niet meer gezien sinds Nightrider. Toch kwam het daar veel cooler over: een jonge, slanke, en toen best wel knappe, David Hasselhoff die zijn auto beval te komen voorrijden. Maar deze man, achter in de 40, een vaal roze poloshirt gespannen over een buikje van een combinatie van bier, corona en hamburgers, een baardje van te veel dagen, eng witte blote benen onder een korte broek van een ondefinieerbare kleur, de voeten gestoken in sandalen die al jaááren lekker zitten, deze man stond gewoon een beetje voor gek met zijn o zo handige gadget.

Maar goed, zo moeilijk hoeft het net meer. Naar verluidt zijn mannen tegenwoordig ook tevreden met huidverzorgingsproducten, sieraden, kleding, chocolade en een goed boek. Net zoiets als Moederdag dus.

Vakantie!

Ja hoor, het is gelukt! Ik ben op vakantie geweest! Vijf dagen in Noord-Holland, om het weer eens te proberen. De vorige vakantie was in 2019… Ik kan je nu beelden laten zien van de zon, het strand, de zee, de blauwe lucht, mijn luie stoel, de terrasjes, de drankjes en de hapjes, maar dat lijkt me nou niet zo boeiend. Gelukkig zag ik ook veel bijzonders en je mag meekijken 😉 Je zou denken, nu er weer van alles mag, ook alles wat vriendelijker wordt. Maar dat viel nog tegen. Ik kwam vooral verboden tegen.

Zoals deze: winkelen mag wel, maar kom vooral niet te dicht bij de etalages hoor!

Of deze: ook binnen loop je bepaalde risico’s, tenzij je (doet alsof je) de taal niet begrijpt.

Deze taal begrijp je dan weer wel, leuk gevonden voor een winkeltje met goede rommel.

Deze is weer wat  lastiger, want waar moet ik nu heen met mijn kruiken en lange voorwerpen?

In zee dumpen is ook geen goed idee.  De meer dan levensgrote Poseidon prikt op deze muurschildering met zijn drietand wat hij prikken kan en gooit de lege plastic fles net zo hard weer op het land.

Na al deze avonturen hoogste tijd voor een terrasje en plasje. Altijd weer een hoogtepunt! Waarom zou je een VVV afdeling niet in een toiletruimte plaatsen?! Folders en stadsplattegrondjes rechts, wc-papier links. Nou maar niet vergissen…

Ruime score voor vijf dagen… Jij ook fijne vakantie!

Driedubbel mooi

(Voor Apeldoorn Direct mocht ik dit interview maken! Zo blij mee, het is een zaak waar ik veel bewondering voor heb en waar ik regelmatig gast ben. Mooi dat mensen met een verstandelijke beperking op deze manier een arbeidzaam leven kunnen leiden, midden in de maatschappij. Mooi dat er mensen, zoals Marije, zijn om hen te begeleiden. En ook mooi dat zo’n historisch pand een waardevolle functie heeft.)

In beeld: Marije Kramer: “Werken in Het Oude Kantongerecht is geen toneelstukje.”

Het uitgesleten trapje voor de ingang van Het Oude Kantongerecht verraadt vele voetstappen. Geen wonder want het pand aan de Stationsstraat 168, staat er al sinds 1880. Velen zullen er gespannen naar binnen zijn gegaan, om het vonnis van de rechtszitting aan te horen. De functie van kantongerecht heeft het gebouw tot 2005 gehad.

Sinds 2007 is het een leer- en werkbedrijf voor mensen met een verstandelijke beperking, een onderdeel van Stichting de Passerel. Vanaf die tijd is Het Oude Kantongerecht in Apeldoorn een brasserie. Tijdens een heerlijke high tea kijk je uit over het Marktplein. Iets later werd er op de bovenverdiepingen een Bed & Breakfast met zeven kamers gerealiseerd. Er is ook ruimte voor grotere gezelschappen. Denk aan een babyshower of een familiefeestje.

We spraken een van de begeleidsters: Marije Kramer. Maar ook twee medewerkers, Aleida en Josia, willen hun zegje doen. Al snel gaat het gerucht dat er ‘een mevrouw van de krant’ is en komen veel medewerkers even een kijkje nemen tijdens het interview en een aantal gaat graag mee op de foto’s. Gezamenlijk stralen ze die typische sfeer van Het Oude Kantongerecht uit: lief, gezellig en oprecht.

Waar bestaat jouw werk uit?

“Ik ben persoonlijk begeleider en teamcoördinator. Wat betreft het eerste: ik bekijk samen met elke medewerker apart, wat hij/zij in zijn/haar mars heeft. Aan de hand daarvan stellen we doelen. Op welke manier kun jij deel uitmaken van Het Oude Kantongerecht? Kun jij je inzetten voor de brasserie, voor de keuken of voor de B&B? Het doel is dat wij als begeleiders met de handen op de rug toekijken hoe onze medewerkers alles runnen. Wij coachen en sturen natuurlijk maar zij voeren alle taken uit.”

Mogen ze wel zelf kiezen wat ze willen doen?

“Jazeker! Wij gaan uit van wat zij zelf kunnen èn van wat zij zelf willen. Natuurlijk moet er veel aangepast worden. Als iemand heel graag in de keuken wil werken maar geen recepten kan lezen, dan passen we de wens aan, met afbeeldingen bijvoorbeeld. Dan wordt zo iemand daar toch heel erg blij van. Een ander aangepast idee zijn onze bestelbriefjes, waar bezoekers hun bestelling kunnen aanstrepen. Op deze manier kunnen onze gastvrouwen toch een bestelling opnemen en maken ze tegelijkertijd persoonlijk contact. Zij hebben op die manier voldoening. De mate van voldoening ligt voor iedereen op een ander vlak of niveau en daarom is persoonlijke begeleiding van groot belang.”

Hoe ben je hier terecht gekomen?

“Toen ik nog heel klein was wilde ik stewardess worden, maar wie niet, haha! Het werd eerst de Hotelschool. Dit was eerlijk gezegd geen heel erg serieus idee, omdat ik nog niet goed wist wat ik wilde. De horeca die ik kende was van bijbaantjes en dat beviel prima. Maar hier leerde ik echter dat horeca natuurlijk wel iets meer inhield. Bovendien vond ik de werktijden onhandig en niet echt aantrekkelijk. Na een jaar hield ik het voor gezien. Ik wilde graag ‘iets’ met mensen doen en volgde de studie pedagogiek. In deze studie ging het vooral over jonge kinderen, interessant maar ik miste iets. Ik heb daarna kort in Zuidbroek gewerkt, bij Brasserie Briljant, ook met mensen die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Met wat oudere mensen werken trok mij duidelijk meer. En toen kwam de Passerel op mijn pad. Toen viel alles op zijn plaats! Deze combinatie van zorg en horeca vind ik echt fantastisch en past me goed.”

Wat vind je het leukst en het minst leuk aan dit werk?

“Het leukste is het zien groeien van de medewerkers. En hun enthousiasme. Ze komen met een glimlach binnen en gaan met een glimlach naar huis. Ook als er die dag iets vervelends gebeurd is. Ze zijn gewoon zo blij met hun werk en met hun collega’s. En trots natuurlijk als ze er weer iets bijgeleerd hebben. Over het minst leuke moet ik heel diep nadenken… Om een voorbeeld te geven: ik ben net terug van zwangerschapsverlof en twijfelde even of ik wel zin had om weer te gaan werken, maar zodra ik maar het puntje van mijn grote teen over de drempel stak was dat gevoel helemaal weg. Ik doe mijn werk hier nu eenmaal dolgraag.”

Hoe blijven de medewerkers zich ontwikkelen?

“Wij zijn met 6 begeleiders en 30 medewerkers en voldoen graag aan de wensen van de medewerkers. Daarom geven wij cursussen waarmee ze leren zelfstandiger te werken. Je moet denken aan een cursus gastvrouw/gastheer. Hier leren ze omgang met de bezoekers, hoe spreek je ze aan, wat zeg je eerst en hoe verzorg je een bestelling. Het leuke is dat ze voor elk onderdeel een certificaat kunnen behalen. Dus behalve een stukje kennis, een stuk zelfvertrouwen, krijgen ze ook een officieel papiertje. Een ander voorbeeld is ‘de tafel indekken voor een hig tea’. Eerst doen we het samen, dan moeten ze het met behulp van een foto nadoen en ten slotte kunnen ze het zelfstandig. In de keuken zijn certificaten te behalen voor hygiëne, snijdtechnieken en kooktechnieken. Bij de B&B hangt een werkplan, waarop met tekst èn met afbeeldingen alle handelingen opstaan die ze moeten verrichten en ook in welke volgorde. Zo’n certificaat werkt goed, het stimuleert en sluit aan bij hun persoonlijke plan, waarin we steeds bespreken ‘waar wil je beter in worden?’”

Hoe ging het gedurende corona?

“We pasten ons aan. De eerste lockdown was heel vervelend en best heftig, omdat het niet te overzien was, zeker niet voor onze medewerkers. Toen we daarna ’s zomers weer open mochten hebben we eerst 14 dagen met elkaar getraind. Het afstandhouden, het handen wassen, de desinfectie bij toiletten, de looproute, het was tenslotte toch anders dan voorheen. We moest eerst vertrouwen kweken en daarna zijn we de hele zomer op deze manier aangepast opengebleven. Tot we in oktober weer dicht moesten. We hebben de medewerkers zo veel mogelijk laten komen. Naast de bestelde lunches en high tea klaarmaken voor afhalen, hebben we veel inpakwerk gedaan. Sinterklaascadeautjes voor een school, chocolaatjes voor bakker Frenz, beugels, batterijtjes en dergelijke voor een industrieel bedrijf. Het was op zich best een rustige en gezellige tijd, er was meer ruimte voor grapjes. Van een arbeidsmatige dagbesteding gingen we naar een ‘gewone’ dagbesteding. Ook hier hebben we aanpassingen moeten doen. Hoe leer je iemand die niet kan tellen een pakje van 8 stuks te maken? Ik tekende op een vel papier 8 vakjes, eerst moest hij dan in elk vakje een product leggen en vervolgens die bij elkaar inpakken. Zo kon hij toch meedoen.”

Worden de medewerkers altijd op hun juiste waarde geschat?

“Door ons wel, maar door buitenstaanders niet altijd. Ze worden nogal eens onderschat. Soms komen bezoekers hier binnen en verwachten hetzelfde als in een gewoon restaurant, dat klopt niet altijd. Het gaat hier wat langzamer. Soms hoor ik wel eens: ‘Wat kunnen ze veel!’ en dan denk ik ‘Ja, waarom niet?!’ Ook zie ik vaak dat bezoekers geneigd zijn te helpen, maar dat is beslist niet nodig. We spelen hier geen toneelstukje, het is een echt horecabedrijf. Voor onze medewerkers is dit echt hun werk. En wij doen ons best hen in hun eigen kracht te zetten. De visie van de Passerel is dan ook: de medewerkers moeten een onderdeel van de samenleving vormen, ze moeten zich niet anders voelen. Het Oude Kantongerecht is daar een heel mooi voorbeeld van.”

Aleida en Josia, hoelang werken jullie hier al?

Aleida (59): “Ik werk hier nu 6 jaar.”

Josia (29): “Ik werk hier al 11 jaar, eerst liep ik hier stage en ben toen gebleven.”

Wat doen jullie en waar ben je goed in?

Aleida: “Ik vind alles leuk om te doen, in de bediening beneden of boven in de B&B. Ik ben het best als gastvrouw omdat ik goed kan omgaan met de gasten. Ik vraag ook altijd ‘is alles naar wens?’ Ik houd vooral van gezelligheid.”

Josia: “Ik vind de bediening leuk, maar bedden opmaken vind ik ook heel leuk om te doen. Ik kan heel goed rondleidingen geven. Als er een klas van een school komt, kan ik alles vertellen over hier.”

Hoe heb je coronaperiode beleefd?

Aleida: “Niks aan! Ik woon op ’s Heerenloo en mocht in het begin niet eens het terrein af en zo kon ik niet naar mijn werk. Gelukkig kon ik wel bellen en dat heb ik best veel gedaan.”

Josia: “Vreselijk! Ik moest in het begin thuis blijven, maar mocht van mijn ouders niet eens mee boodschappen doen. Al het inpakwerk was wel leuk, gezellig met elkaar.”

Wat vind het lekkerste van wat jullie serveren?

Aleida: “Ik vind alles lekker!”

Josia: “Champignonsoep en een broodje kaas.”

Waar kijk je naar uit?

Aleida: “Naar veel gasten.”

Josia: “In onze stadstuin zitten, als de regen stopt.”

Meer info op http://www.apeldoorndirect.nl