Eenmalig

Hoewel ik heel erg op mijn privacy gesteld ben maak ik vandaag een uitzondering. Vooruit: voor deze ene keer mag je mee de badkamer in… De afbeelding hierboven komt aardig overeen met mijn badkamer behalve dat mijn douchegordijn een cactus-print heeft. Dit even voor de beeldvorming.

Afijn, ik wil eens een poosje lekker badderen, tot ik er rimpelig uitkom. O wacht, ik ga er rimpelig in… Maar eerst even onder de douche mijn haar wassen. Tja, nu ik een dubbeloma ben ontkom ik niet meer aan de hoofdelijke vergrijzing daarom heb ik op advies van ervaringsdeskundigen silvercare shampoo gekocht. Silver klinkt ook direct een stuk kwieker dan grijs. Weet ik veel dat er klinkklaar knal-paars spul uit die fles komt! Ik kom er achter als alles al onder de paarse smurrie zit. De cactussen lijken paarse bloempjes te hebben en de badkuip lijkt een driptaart XXL. Ik probeer wanhopig in de spiegel de schade te kunnen bekijken maar zie niet meer dan een lila mist. Na een litertje of vijftig geeft mijn haar geen kleur meer af.

Dan gaat de stop er in en kan ik mij al snel in het warme water vlijen. O wacht, ik vergeet de kaarsjes. Dat hoort tegenwoordig. Met gevaar voor eigen leven hang ik over de rand en graai in het onderste laatje. Nog twee zielige waxinelichtje vind ik. Beter iets dan niets toch. Ook vind ik nog een aansteker. Die krijg ik met mijn natte handen niet aan. Dus eerst naar de overkant zwemmen en handen aan de oranje handdoek afdrogen. Kaarsjes aan. Hmmm, sfeervol hoor. De vergeten sfeermuziek compenseer ik met wat vals maar goed bedoeld geneurie.

Nu pak ik het schattige doosje met diverse schattige flesjes badschuim. Dit heb ik ooit eens van iemand gekregen, maar van wie en waarom geen idee meer. Het kaartje dat er nog aanhangt trek ik eraf en gooi het op de badmat, dan kan ik later de gulle gever nog es bedanken. Waar zal ik eens mee beginnen? O ja…geen bril op. Dan maar op de gok, of liever gezegd op de geur af proberen. De eerste schuimwolk ruikt overduidelijk naar rozen. Zo’n grote bos donkerrode waar je verlangend je neus in steekt en waarvan het goddelijke aroma diep inhaleert. Alleen heb ik het idee dat mijn neus vast zit want ik raak het luchtje niet meer kwijt. Pfff wat een stank eigenlijk! Snel maak ik het tweede flesje open en opeens waan ik me middenin een fruitmand. Ik ruik mandarijntjes en frambozen tegelijk, maar ook aardbeien, of eigenlijk meer aardbeienaanlenglimonade: zoet zoeter zoetst! Heb het idee dat ik spontaan cariës oploop hier. Ik probeer het nog één keer. In tijd van drie seconden zit ik binnen in een zak pepermuntjes. Beter. Maar al snel biggelen de tranen over mijn wangen. Veel te veel mint. Het slaat op mijn keel en het volgende moment heb ik een hoestbui van heb ik jou daar. Het water klotst tegen de randen op en de kaarsjes vallen sissend ondersteboven in het badwater. Ik moet eruit! En snel! Even later sta ik hijgend met de oranje handdoek op de rode badmat. Waarom wilde ik dit ook alweer? O ja, omdat ik iets gelezen had, over zen en over badkamers:

Ik vind mijn bril en zie op het kaartje ‘Bedankt!’ staan. Nou, zeg dat wel! Bedankt hoor. Nu nog de tempel uitsoppen, het paars verwijderen, de lege flesjes wegbrengen en op zoek naar de kaarsjes op de bodem. Die liggen waarschijnlijk vlak in de buurt van mijn zengevoel.

Lieve mensen, geloof toch niet alles wat je leest…

Saartje Allegaartje

In een klein gezellig dorpje woont een alleraardigst dametje, luisterend naar de naam Saartje. Een bijzonder dametje is het ook. Want zij spaart. Ze spaart niet alleen suikerzakjes, driewielers, soldatenschoenen en taartscheppen, maar ook knopen. Vooral knopen met een bijzondere vorm of kleur vindt ze prachtig. Deze naait zij vast op haar enkellange mantel. Niet omdat ze zoveel knoopsgaten heeft maar gewoon omdat ze dat mooi vindt. En als ze een bijzondere veer ziet liggen op straat of in het bos raapt ze die snel op. Grote of kleine, knalgroen of paars gespikkeld, het maakt haar niet uit. Eenmaal weer thuis plakt ze al die veren op haar roze hoedje.

Iedereen in het dorpje kent Saartje wel. Ze noemen haar Saartje Allegaartje. Die naam begrijp je helemaal als je een keertje bij haar thuis geweest bent. Saartje woont al jarenlang in het allergrootste huis van het dorp omdat al haar verzamelingen een plekje moeten hebben natuurlijk. Zodra je alleen maar langs het allergrootste huis van het dorp loopt roept Saartje je al vriendelijk welkom. Binnen in de woonkamer maakt ze graag plaats voor je. Je mag zelf kiezen waar je wil zitten, op een stapel pannenkoeken of in een met kussentjes gevulde boekenkist. Uit de keuken haalt ze graag wat théfie voor je, dit maakt ze zelf omdat ze niet kan kiezen tussen thee en koffie. Je mag ook kiezen waar je de théfie uit wil drinken: uit een blauwe bloempot of een gele gieter. Als ze je een zelfgebakken zandkoekje aanbiedt moet je wel even oppassen; het zand uit haar achtertuintje blijft nog dagenlang tussen je tanden knarsen. Na de théfie neemt ze je met plezier mee naar de muziekkamer. Daar staat, hangt en ligt een indrukwekkende verzameling instrumenten: pannen waarin je knikkers moet roeren, zakjes met bierdopjes die je kunt overgooien en lege flessen met sleutelbossen die prachtig rammelen. Je mag zelf iets uitzoeken en spelen waar je blij van wordt. Meezingen wordt extra gewaardeerd. En als iedereen na een uurtje of zo best wel moe is neemt Saartje haar visite mee naar de kleedkamer. Hier hangen de mooiste verkleedkleren die je maar kunt bedenken. Van een paars putjesschepperspak tot een donkergroen drakenkostuum, van een zwarte schaap outfit tot een goudkleurige heilig boontjescape. Daarna stuurt Saartje iedereen naar de bibliotheek. Hier staan veertien lege badkuipen en er hangen 5 hondenhokken aan het plafond. Zodra iedereen een fijn plekje heeft gaat Saartje vertellen. Urenlang neemt ze je mee op reis met haar verhalen. En die haalt Saartje niet uit een boek maar uit de muur. De muren van de bibliotheek zijn namelijk van onder tot boven behangen met gevonden treinkaartjes. Bij elke bestemming weet ze wel een avontuur te bedenken. Een retourtje Haarlem gaat over het terugbrengen van een weggelopen hondje, een kinderkaartje naar Broek op Langedijk gaat over een logeerpartijtje bij oma, een groepskaart naar Almelo gaat over een workshop koeienschilderen. Sommige bezoekers vallen in slaap, anderen snoepen nog wat lolliesoep uit een soldatenhelm, maar er komt onverbiddelijk een moment dat iedereen weer naar huis vertrekt…

Het moment waar velen naar uitkijken. Niet omdat ze het niet leuk vonden bij Saartje Allegaartje, juist wel! Maar ze weten dat iedereen bij vertrek een aardigheidje van haar krijgt. En dat is niet zomaar iets. Saartje Allegaartje vangt immers elke dag zonnestralen en stopt die in lege glazen potjes. Iedere bezoeker krijgt zo’n potje mee. Want Saartje weet precies wat mensen nodig hebben: elke dag een zonnestraal, elke dag iets positiefs, elke dag iets liefs.

Waar dat dorpje precies ligt? Misschien wel dichterbij dan je denkt!

 

Lekker stel

Vanmorgen even mijn boodschappenrondje gelopen.

Apeldoorn heeft heel veel bomen dus ik moet allereerst een soort klimparcour volgen over alle afgewaaide takken, om de winkel überhaupt te bereiken. Met recht een stormbaan! Ik zie witte koppen op het Apeldoorns kanaal. De waterhoentjes denken waarschijnlijk dat ze in een wildwaterbaan zitten en spetteren er vrolijk op los. Een enkele is razend bezorgd om het zopas aangelegde nest. De meeuwen dobberen deinend mee met duidelijk heimwee naar de familie in Scheveningen. De eenden hebben er geen zin en liggen tactisch achter een boom uit de wind met de snavel tussen de eigen veren.

In de supermarkt staat een ronde dame in een te lichtblauwe trui bij de gebakafdeling. Ze heeft een doos met een halve vlaai in haar linkerhand. Met haar rechterhand maakt ze snijdende bewegingen en telt hoeveel stukken eruit gehaald kunnen worden. Ze kijkt weifelend om zich heen en zet dan het lekkers met een spijtig gezicht terug. Ik geef haar een bemoedigende knipoog, ik begrijp haar: er is niets ergers dan taart terugzetten… Drie rijen later komen we elkaar weer tegen en ik zie in haar wagentje een saucijzenbroodje liggen, formaat XXL, in zo’n kartonnen bakje dat al verkleurd is van het vet. Goedkoper dan de halve taart en ook deelbaar. Toch?

Op de terugweg heb ik die staart van Dennis pal in mijn gezicht. De narcissen, krokussen en sneeuwklokjes, die vorige week nog uitbundig stonden te lachen, staan nu in een hoek van 45 graden tegen elkaar aan te kleumen. Ze spreken af volgend jaar pas eind mei te verschijnen. Van een gebouw in de steigers zwieren de vangnetten als bevallige danseressen door de lucht. Een dikke duif verricht wat herstelwerkzaamheden aan zijn scheefgezakte woning. Mijn tas met boodschappen, crackers en sla (ja, lekker…) waait boven mijn hoofd. Het bord waarop staat dat je moet betalen om te parkeren ligt plat in het gras, het is opeens een stuk drukker in de straat.

Alles is gelukkig herstelbaar. Behalve dit…

Zorgde vorige week Chiara voor een oproep naar een weggewaaide kat, luisterend naar de naam Briesje, Dennis heeft nu zelfs de oproep weggeblazen! Lekker stel die twee 😉

Dikke reclame

(Dit artikel/interview is op Apeldoorn direct geplaatst onder het hoofdstukje Cultuur en bedoeld om je over te halen zo snel mogelijk kaartjes te kopen voor dit prachtige concert! Doen hè :-)) 

Gospelkoor Goodnews haalt koor van wereldberoemde dirigent Martin Alfsen naar Apeldoorn

Woensdag 12 februari 2020

Door Carla van Vliet

 

Roelf Roelfs, dirigent van het Apeldoornse gospelkoor Goodnews, heeft geregeld dat het Noorse gospelkoor Reflex naar Apeldoorn komt. Op vrijdag 28 februari treedt het koor op in Menorah aan de Paslaan. Ook dirigent Martin Alfsen komt uiteraard mee. Roelf vertelt hoe dit precies zo is gekomen…

Hoe bijzonder is dit eigenlijk?

,,Heel bijzonder! Martin Alfsen is een grote bekendheid in de gospelwereld. Hij heeft heel veel gospelmuziek zelf gemaakt met een zekere herkenbaarheid in arrangement en een eigen karakteristieke kleur. Hij zorgt altijd voor een prachtige harmonie tussen tekst en muziek. Over de hele wereld zijn er koren die zijn muziek in hun repertoire hebben. En zijn gospelkoor Reflex is één van de Noorse topkoren waarmee hij nu op Europese tour is. Om aan te geven over welke orde van grootte we het hebben: Andraé Crouth, Richard Smallwood, Bebe & Cece Winans zijn zomaar wat grote namen die met hen opgetreden hebben. Best bijzonder, toch?!”

Het klinkt alsof jij Martin Alfsen persoonlijk kent?

,,Dat klopt ook wel. In februari 2008 bezochten we een concert van Reflex in Witten tijdens een tour van hen door Duitsland. In de pauze tijdens het koffiedrinken kwam Martin toevallig bij ons aan tafel staan. We spraken uiteraard over gospel en ik vertelde hem dat ik ook een gospelkoor had. Hij zei toen al dat hij een keer naar Nederland zou willen komen. Dat heb ik onthouden. Ook vroeg ik hem over zijn zelfgeschreven stuk ‘7  Døgn i Jerusalem’, of dat in het Engels verkrijgbaar was. Hij adviseerde het vooral in eigen taal te zingen.

Zodoende heb ik het in 2009/2010 vertaald in het Nederlands. Daarna heb ik dit ingestudeerd met een projectkoor en we zouden het uitvoeren in april 2012. Door ernstige ziekte van mij vond de uitvoering pas plaats in 2015. Maar tijdens dit vertaaltraject heb ik vaak contact gehad met Martin over de uitvoering en de muziek. Ook kwam ter sprake dat hij wel eens een workshop zou kunnen geven.”

Wat voor workshop moet ik me daar bij voorstellen?

,,In 2016 bestond Goodnews 10 jaar en dit hebben we groots gevierd met een muzikaal weekend met daarin een workshop van Martin en een jubileumconcert. De liederen die hij mij vooraf stuurde heb ik basic aan het koor aangeleerd en toen hij vrijdag arriveerde heeft hij diezelfde liederen op zijn eigen voortreffelijke wijze ingestudeerd en afgemaakt. Dit ging zaterdag zo door en ’s avonds dirigeerde hij het grootste deel van ons jubileumconcert. Iedereen was zeer positief over dat weekend en we kijken er met plezier op terug.”

Het gaat om gospelmuziek, wat is dat precies? Kan dit heden ten dage nog wel en wat heb jij ermee?

,,Gospelmuziek is een genre binnen de christelijke muziek en is tijdloos. Meer dan dertig jaar geleden is er een groot aantal gospelkoren opgericht, zoals ook destijds gebeurde in Duitsland en Nederland. De bekende Noorse groepen hebben vaak een voorbeeldrol vervuld dankzij hun ervaring en kwaliteit. Zoals Reflex dus.

Persoonlijk heb ik veel met gospelmuziek. Weet je dat het woord ‘gospel’ uit het oud-engelse woord ‘goö’ (goed) ‘spell’ (nieuws) komt en dus ‘goed nieuws’ of ‘blijde boodschap’ betekent? En juist die Boodschap in deze muzikale, veelal meerstemmige, vorm maakt me blij. Ik haal er troost uit en met mij vele anderen. Mijn eigen koor heet niet voor niets Goodnews en wij zingen ook zeer regelmatig liederen van Martin Alfsen.”

Hoe kan het dat Martin Alfsen naar Apeldoorn komt?

,,Martin Alfsen doet met zijn gospelkoor Reflex een tour door Duitsland, genaamd de ‘Gospel Celebration Tour’. Dit is eigenlijk ontstaan toen Martin Alfsen 60 jaar werd en dat vierde met een groot gospelconcert. Toen hij mailde deze tour door Duitsland te gaan doen kwam voorzichtig de suggestie om ook een concert in Apeldoorn te geven. Gezien de mooie herinneringen aan het fantastische gospelworkshop weekend was iedereen direct heel enthousiast. Met een aantal anderen hebben we een podium, onderdak en kaartverkoop geregeld. Nu kunnen veel meer mensen kennismaken met zijn muziek en hem persoonlijk in actie zien. Er zijn al kaarten verkocht aan mensen ver buiten Apeldoorn. Het is echt een uniek evenement.”

Wanneer en waar gaat dit plaats vinden en hoe kom ik aan kaarten?

,,Dit eenmalige concert vindt plaats op vrijdag 28 februari, in Menorah, Paslaan 11 in Apeldoorn en kaarten kunnen besteld worden via www.goodnewschoir.nl/reflex. Je mag dit eigenlijk niet missen!”

 

 

Smaakgevoelig

Hmmmm, bijna weekend! Hoogste tijd om mezelf te verwennen. Met een taartje uiteraard. Een traktaartje… De Apeldoornse bakker Maarssen staat bekend om het heerlijkste hazelnootslagroomschuimgebakje van Nederland. En dat klopt hoor. Deze heeft mijn voorkeur omdat alles wat ik superlekker vind in 1 gebakje zit. En omdat het zo’n heerlijke lange naam heeft.

Toen ik er net een paar wilde bestellen (ja, een paar, want stel dat er visite komt…bloos…), vroeg ik me toch wel het een en ander af. Kan dit nou wel zomaar? Er is gebruik gemaakt van de lekkerste Italiaanse hazelnoten, maar is het niet beter ‘eigen noten eerst!’? Slagroom is tegenwoordig helemaal niet meer geslagen room, dat geweld is allang verleden tijd. Men klopt of mixt de room, dus zou kloproom of mixroom niet veel beter klinken? En dan dat schuim, dat associeert toch veel te snel met gajes en geteisem! Als we het ‘met gas gevulde bubbeltjes’ noemen klinkt dat toch veel positiever en kwetsen we niemand. Dus vroeg ik om een paar Hollandsehazelnotenmixroommetgasgevuldebubbeltjesgebakjes, alstublieft.                        Maar die verkochten ze niet…

   

Dan terug maar even langs de HEMA. Als er niets meer is, is er altijd nog de tompouce van de HEMA. Je weet wel,dat meest onhandige gebakje met die schandalig lekkere maar plakkerige bovenkant. Even vroeg ik me af waarom dit gebakje een mannennaam heeft en de kleur voornamelijk knalroze is. Je ziet namelijk geen annapouce met bijvoorbeeld een groene bovenkant. Misschien een idee om dit gebak genderneutraal te maken en ze menspouce te noemen, met een gele bovenkant? Wist je trouwens dat Maarten Toonder bij een bakkerij op de naam van Tom Poes kwam. Ik ben heus niet de enige die gedachten krijgt bij de gebakafdeling…

Smaken verschillen…of alleen de namen?

Fijn weekend met een overheerlijk taartje en noem het zoals je wilt.

Gluren in Buren

Soms verfoei je de wetten in Nederland. Je mag niet buiten plassen en niet binnen roken. Je mag met je auto geen 60 rijden binnen de bebouwde kom maar ook niet op de snelweg. Je mag niet overal parkeren en waar het wel mag moet je betalen. Je mag overal de bloemetjes buiten zetten behalve als je anderen ermee lastigvalt. Mogen en moeten, bepaalt door wet of moraal, iemand moet erop toezien dat dit mogen en moeten naar behoren uitgevoerd wordt. Daar hebben we in Nederland verschillende instanties voor van opgeleide, getrainde en bewapende marechaussee tot de alerte buurtwacht met als enige wapens mensenkennis en contactuele vaardigheden. Omdat eerstgenoemde in de familie voorkwam, een bezoekje gepland naar Buren.

 

Het Marechaussee-museum, gehuisvest in een voormalig weeshuis, is zowel van buiten als van binnen adembenemend mooi! Naast heel veel uniformen, van Bromsnor tot onze jongens in Afghanistan, veel onderscheidingen en zelfs een replica van een ‘slikkertoilet’ zoals op Schiphol (hier worden de bolletjes van de bolletjesslikkers opgevangen…), stond er af en toe een paard in de gang.

Ook buiten het museum is Buren prima om aan te gluren. Veel oude pandjes, veel ongelijke stoepjes, veel monumentale huizen, veel spulletjes buiten, veel buren die op elkaars spulletjes letten. En natuurlijk Burense thee om gezellig met je Burense buren te drinken, in Buren.

       

 

Ook wel vreemde dingen gezien… Een slager die Knobbout heet? Die verkoopt bouten van het knobbelzwijn of de knobbelzwaan? Heerlijke knobbelbouten om aan te knabbelen? En waarom is hij niet open? Last van zijn eeltknobbel? En wat een bijzonder smeedijzeren hekwerkje om de regenpijp! Ik vind het prachtig maar zie het nut niet. Worden hier pijpen gestolen? En zijn daarom de pijpen gekooid? Ik zou eerder de pijpekooi stelen…

   

Deze laatste foto doet een burenruzie in Buren vermoeden. Zo van ‘Lekker puh, mijn voordeur is veel breder dan de jouwe!’ Maar niets is minder waar. In Buren komt burenruzie niet voor. Handhaving niet nodig. Het zijn namelijk twee deuren van een voormalig gasthuis. Door de rechter, brede deur werd je binnengebracht op een brancard en door de linker, smalle deur kwam je lopend weer naar buiten. Of in een kist.

Leerzaam dagje in Buren;-)

 

Taalgebruik

Als ik hier mensen echt oud-Apeldoorns hoor praten maak ik daar niet veel van, maar dat hoeft ook niet want de meesten kunnen gelukkig ook ABN. Ik betwijfel namelijk of de nonnen in Vught Apeldoorns in het pakket hebben. Toch hoor ik een ander taalgebruik dan in het westen.

  • Het viel mij op dat het woord ‘maand’ geen meervoud heeft. ‘Dat duurt nog drie maand’ ‘Nee joh, dat is al vier maand geleden’ ‘Zij is zeven maand zwanger.’ Ik weet niet waar dat vandaan komt maar was best wennen.
  • Ook gebruikt men hier eerder het woordje ‘de’ dan een bezittelijk voornaamwoord. ‘Ik heb de jas al aan.’ ‘Heb jij de koffie al op?’ ‘Hij heeft geen haar op de kop.’
  • En wat te denken van bepaalde uitdrukkingen. Ik had nog nooit gehoord van ‘Ik heb de benen er niet meer onder’ of ‘Heb jij ook de pijp leeg?’, maar dat kan ook aan mij liggen natuurlijk.
  • Wat ik ook regelmatig hoor ‘Ut wordt noit nie wat’. Niet dat het een depressief volkje is maar hier geldt wel ‘eerst zien dan geloven’. Trouwens, taalkundig is dit een heel raar zinnetje. ‘Nooit niet’ is een dubbele ontkenning en wordt dan automatisch een bevestiging. Denk maar aan de zin ‘Ik zal nooit niet aan je denken’ betekent ‘Ik zal altijd aan je denken.’

Gister in de stad liep ik een groepje jonge mensen tegemoet, die hun laatste zakgeld bij de Mac besteed hadden. Naar mijn idee waren het brugpiepers want in geen enkele jaargang zijn de verschillen zo groot. Ze zijn groot of nog klein, ze zijn slungelig of hebben al controle, ze zijn bangig of zelfverzekerd. Wat overeenkomt is hun kleding. Ze zullen diep verontwaardigd schooluniformen afwijzen maar dragen wel identieke broeken met identieke gaten, identieke sneakers en identieke jassen. Ze praten identiek: te hard en te druk en met halve zinnen zoals ‘Bij wijze van’, ‘Meen je’ en ‘Zweer je’ Opeens vielen ze allemaal stil want om de hoek verscheen een gehaaste Marokkaanse man die heel boos was. Hij schreeuwde in zijn telefoon en legde vooral nadruk op de ‘z’. ‘Nee ik zzweer je, jij zzit mijn moeder te beledigen, (toen wat boze Arabische woorden), ik zzweer je, ik zzie jou vanavond om zzeven, (gevolgd door een reeks Arabische scheldwoorden!)’ Met grote handgebaren en luidruchtig stemgebruik nam hij angstaanjagend veel ruimte in. Iedereen die hem ‘in de weg’ liep keek hij woedend aan. De brugpiepers staakten rap hun getetter en lieten hem dwars door hun groepje gaan. Zodra hij op veilige afstand was riep de kleinste jongen met overslaande stem ‘Wie was die boy?’

Toen ik deze laatste soorten van taalgebruik hoorde merkte ik niet veel verschil meer…

 

Op straat (11)

(Deze categorie zet ik nog even voort in het nieuwe jaar, want er ligt nog genoeg… ;-))

Dit vond ik…

…en dit ging er aan vooraf.

Het is altijd al een eigenwijs kind geweest. Of beter gezegd: eigengereid. Altijd zo zelfstandig haar eigen mening verkondigen en standvastig haar eigen weg gaan.

Toen ze geboren werd was dat precies op de uitgerekende dag, niet eerder of later maar precies volgens afspraak. Toen ze een broertje kreeg deed ze precies wat er van haar verlangd werd. Gaf flesjes en luiers aan en nam genoegen met de tweede plaats. Het leek of het erger werd toen ze naar school ging. Al snel werd haar wereld wijder en wijder door de boeken die ze verslond. Alsof ze daarin een moeilijk te stillen invulling vond. Ze zeurde nooit om aandacht, snoep of cadeautjes. Ze ging naar de bibliotheek en haalde boek na boek. Voor haar verjaardag kon je haar geen groter plezier doen dan een paar schriften en pennen. Hiermee legde ze haar zelf verzonnen verhalen vast. Wel gaf ze van te voren precies aan welke schriften ze wilde en precies welke pennen. Kreeg ze toch iets anders dan ging ze het zelf ruilen in de winkel. Ze wist wat ze wilde. Toen haar ouders gingen scheiden keek ze er niet van op. Ze had er al over gelezen en wist dat dit kon gebeuren. Haar vader kocht een ander huis en ze mocht haar nieuwe kamer zelf inrichten. Ze wist precies wat ze wilde ook al was hij het niet helemaal eens met de kleuren.

En nu is ze bijna jarig. De gewilde schriften en pennen heeft ze doorgegeven aan haar ouders en ook een zevendelige boekenserie. In de bibliotheek ontbrak er steeds een deel en ze wil ze zo graag alle zeven achter elkaar lezen. Het enige probleem dit jaar wordt het feestje… Meestal geeft ze precies aan wat ze wil gaan doen en met wie en geven haar ouders haar zonder pardon haar zin. Maar dit jaar gaat het anders. Het is de eerste keer dat ze bij Papa jarig is. Hij heeft al suggesties genoeg gedaan: hamburgers bakken bij een fastfoodrestaurant, een voorstelling in een theater bezoeken, een cupcake workshop, een pyjamaparty met make-updingen, maar bij elk voorstel schudt ze haar hoofd. Haar vader zucht: ‘Wat wil je dan?’ ‘Weet je echt niet wat ik het allerliefste wil? Dan regel ik het zelf wel!’ zegt ze. Hij haalt zijn schouders op. ’s Avonds belt hij voor de zekerheid zijn ex-vrouw, maar van haar wordt hij ook niet veel wijzer.

Als alle vriendinnen er zijn, de cadeautjes uitgepakt zijn en de roze taart verslonden is, gaat ze op een stoel staan. ‘Ik heb een leuke verrassing: we gaan een speurtocht doen!’ Haar vader krabbelt zich eens achter de oren en denkt: ‘O ja, DAT zei ze vorig jaar ….’

Luisteren

Ik weet het, het ligt gewoon aan mij. Vaak, bijna altijd dus, probeer ik de schuld ergens anders neer te leggen maar kom toch steeds weer bij mezelf uit. Hoewel ik het wel altijd goed uitleg hoor! Maar ja, als je niet goed naar me luistert… Vandaag ook weer. De kapper.

Ik probeer weer eens een nieuwe. Heel specifiek leg ik uit wat ik wel en vooral wat ik niet wil. Aan deze kant kort maar niet te kort. Aan de andere kant lang maar niet te lang. En die twee kanten moeten naadloos in elkaar overlopen. Oren gedekt en toch ook vrij… Mijn nieuwe Turkse vriend knikt en knikt, hij begrijpt het helemaal. Of ik een kleurtje wil. Heeft hij iets dat grijs in één keer dekt maar niet te donker is? Hij kijkt wat hulpeloos. Laat dat verven maar zitten dan. Hij zwiert een kapmantel om mij heen en begeleidt mij naar de wasbak. Op dit punt word ik altijd slaperig, warm water, hoofdmassage, lekker muziekje, geen geklets. Ik zweef een beetje en ruik opeens caramelfudge. Watertandend doe ik één oog open. Hij ziet het en stelt me gerust: ‘Jij droog, jij masker.’ Direct realiseer ik me dat hij bijna geen Nederlands praat, heeft hij me wel verstaan dan???!!!

Het volgende uur kom ik er achter dat hij na 18 jaar in Nederland best wel gebroken Nederlands kan praten. Hele verhalen over de zondagse tochtjes die hij met zijn vrouw maakt om zijn nieuwe thuisland te leren kennen. Dat ze gek zijn op ‘Vollendam’ maar het boottochtje naar Marken met vijf kinderen voor bijna €90 in de ‘papieretjes’  gaat lopen. Dat hij de auto stilzette midden op de Afsluitdijk, om te genieten van het moment ‘midden op het water!’. Dat zijn ‘klaine zoonetje van 15 jaar’ niet altijd meer mee wil. Tussendoor knipt hij wat aan mijn haar om vervolgens weer met grootse gebaren de omvang van de zee aan te geven. Het is een vermakelijke voorstelling maar ik ben benieuwd naar de slotact.

Het eerste wat ik normaal gesproken doe als ik thuis kom van een kapper, welke dan ook, is mijn hoofd onder de kraan stoppen om dat deftig gekapte zo snel mogelijk te laten verdwijnen. Daarom zeg ik hem dat hij niet hoeft te föhnen. ‘Maar ik jou mooi maak’, probeert hij nog. Ik vind het mooi genoeg en verlaat na betaling het pand. Eenmaal thuis bekijk ik het resultaat met drie spiegels en wat denk je? Kort maar niet te, lang maar niet te, en perfect in elkaar overlopend! Hoera, ik heb een kapper die vreselijk veel kletst maar ook luistert! Zou het dan toch niet aan mij liggen…?

Wensen

We zitten midden in een tijd van wensen. We wensen elkaar een vrolijke kerst toe en een gelukkig nieuwjaar. We zeggen het achteloos. Maar hoe bedoelen we dat wensen eigenlijk? In de zin van verlangen, begeren, snakken? Dat is best sterk! Of iets milder in de zin van willen, van plan zijn, verwachten? Of is het slechts een vorm van hopen. In hoeverre wensen we iets voor een ander of juist voor onszelf? Hoe kom ik hier achter?

Midden in de Oranjerie in Apeldoorn staat een prachte kerstboom, die voor de gelegenheid omgedoopt is tot wensboom. Iedereen mag er een kaartje met een wens inhangen. Die ben ik eens van dichtbij gaan bekijken. Naast veel kaartjes met voorspelbare algemene teksten over over vrede en geluk vond ik nog een paar bijzondere. En … zoveel type wensen zoveel type mensen…

 

   

Inhalige types. De eerste begint nog met ‘ik wens…’, de laatste vindt het slechts een kwestie van ‘niet kletsen maar storten!’

Egocentrisch type. Of je haar maar even wilt ‘voegen’ of ‘volgen’, want de wereld draait om Isabelle?

   

Via-via-types. Mensen die aan hun geluk denken te komen via anderen. Als ‘me zus’ nou veel wint krijg ik vast ook een deel? Als ‘mij dochter’ een ‘trauwfeest’ geeft heb ik er ‘deze jaar’ zelf ook wat aan?

   

Bescheidener types. Wel lief eigenlijk. Oké alleen een snoepje wensen is ook wel wat karig daarom liever een ‘super grote!’ Tja, over die ‘verkiring met een Emma’ moet ik diep nadenken. Ziet er wel schattig uit maar ik denk dat Emma er nog niet aan toe is 😉 (in elk geval haar Oma niet)

   

Recht-door-zee types. Bij de eerste is het niet helemaal duidelijk of de XXjes voor of van Henk zijn maar dat weet hij waarschijnlijk zelf wel. ‘Oneindige blijdschap’ vind ik zo’n mooie lieve wens, met wat voor ij/ei je het ook schrijft!

Hartelijk type! In deze kan ik me het beste vinden. Want of je nou veel geld, veel volgers,  een trauwfeestje, snoep, verkiring, een x van Henk of oneindige blijdschap hebt…er is niets aan zonder liefde. Mijn wens voor jullie (oké, ook voor mezelf) voor 2020  is:

Does wat vaker lief en overkom es wat vaker liefs 🙂