Talentvol Apeldoorn

Nu ik zo’n twee-en-een-half jaar in Apeldoorn woon kan ik voorzichtig conclusies gaan trekken. Er zijn aardig wat verschillen tussen Zoetermeer en Apeldoorn (omgeving en taalgebruik, om er maar eens twee te noemen) maar zeer zeker ook overeenkomsten. Het voert te ver hier alles te beschrijven maar waar mijn persoonlijke voorkeur naar uit gaat is dat hier ook behoorlijk wat creatief talent rondloopt. Mensen die gewoon een baan hebben en daarnaast een hobby tot passie verheffen en dat uitdragen. Ik houd daarvan! En wil er graag een drietal benoemen.

Fotograaf: Roelof Rump

Allereerst Bako Sorany, de regisseur van Theater zonder Grens. Met een groep acteurs en actrices weet hij jaarlijks een productie neer te zetten die het publiek zowel verrast als boeit. De stukken worden veelal zelf geschreven of een bestaand stuk krijgt een ‘Bako-bewerking’. Met schijnbaar simpele middelen wordt het publiek vaak op een luchtige manier met de neus op de serieuze feiten gedrukt. Als je een voorstelling verlaat heb je iets om over na te denken. Bako en zijn groep zijn ook vaak van de partij bij culturele evenementen. Daarbij is Bako ook nog eens een charismatische figuur die met zijn manier van mensen aanspreken ontzettend veel voor elkaar krijgt. Ik vind dat knap!

Fotograaf: onbekend

Ten tweede noem ik graag Martijn Koelemeijer. Toen ik afgelopen maart voor een radio-interview bij Cultuurbrunch in Artcafé SamSam zat,verzorgde hij daar de muziek. Ik was direct fan. De vrolijke reggaemuziek liet me swingen op mijn barkruk. Thuis verdiepte ik me wat meer in hem en ontdekte dat hij de leadzanger van de band MONO is. Martijn heeft met verschillende bezettingen gespeeld maar heeft nu een vaste bezetting: Martijn Onder Nieuwe Omstandigheden (MONO). Het klinkt als een mix tussen reggae en een vleugje pop (denk aan Bob Marley en Doe Maar). Lekker dus. De teksten zijn Nederlandstalig, voor 95% geschreven of bedacht door Martijn zelf, makkelijk mee te zingen en vaak uit het leven gegrepen. Het lied ‘Schuilen’ is trouwens geschreven door Judith Veldhuizen, een bekende collegablogster in Apeldoorn; prachtig als talenten ook nog eens samenkomen! De agenda van 2018 staat barstensvol optredens en dit maakt de band duidelijk klaar voor landelijke podia. Op 18 augustus kun je deze sfeervolle band beleven bij SamSam, op 19 augustus in de muziektent in het Oranjepark en op 29 september in Cafeetje van Marja. Aanrader hoor.

Fotograaf: Catharina Hofland

Ten slotte wil ik Lucas Vastenhout noemen, een heuse schrijver die al drie boeken op zijn naam heeft staan. In zijn laatste boek ‘Zonnebloem’ staat een verzameling van 27 korte verhalen en het mooie is: ze hebben allemaal een link met Apeldoorn. Lucas heeft namelijk diverse schrijfwedstrijden winnend afgesloten. Zoals de ´Verhalenwedstrijd CODA & dagblad de Stentor´, de aanmoedigingsprijs ‘Proza gemeente Apeldoorn’ en tot twee maal toe een verhaal bij ‘Markant’. Alle verhalen gaan over personages  in een spannende dan wel ontroerende fase van hun leven; de lezer wordt op aangename wijze deelgenoot. De schrijfstijl is levendig, gedetailleerd, informatief en met af en toe verrassende wendingen. Je wordt meegezogen in de woede en het verdriet bij het overlijden van zijn tien maanden oude kleinzoon en je kunt onbezorgd lachen om de angstige momenten in de achtbaan. Als je een aantal winnende verhalen schrijft, zou het jammer zijn om er niet meer mensen deelgenoot van te maken; een bundel is dan een logische stap. Vandaar.

Uiteraard heb ik veel meer talentvolle mensen gespot in Apeldoorn (Lionel Kistemaker: een jonge fantastische drummer, Anneke Eggermont: een artistieke schilderes, Joop de Braak: de creatieve likeurmaker van Bottles and Barrels, enz., enz.) maar dan wordt het zo’n langdradig verhaal… Misschien later nog eens een vervolg 😉 Voorlopig is Apeldoorn positief door de keuring!

 

 

 

Advertenties

Winnend verhaal Jessica

(Dit verhaal heb ik ingestuurd voor de schrijfwedstrijd van Schrijverspunt. Het thema was ‘De zwarte agenda’, het maakte niet uit wat je deed met die agenda, als die er maar in het verhaal te vinden was. Het geheel mocht maximaal 1250 woorden lang zijn en voor de rest was alles vrij. Vandaag gehoord dat de jury/redactie het goed genoeg vond om in een bundel te plaatsen! Hoezee! )

Jessica

Ze wilde het helemaal niet doen maar opeens ligt de zwarte agenda in haar handen. Op dat moment heeft ze nog de keuze het boekje terug te stoppen waar ze het vandaan heeft. De laptoptas met zijn initialen gedrukt op de voorkant, een cadeau van haar voor zijn vijftigste verjaardag, staat nog open. Hoewel meneer alles zo graag digitaal wilde doen, hij blijft vasthouden aan een papieren agenda, die hij consequent in zijn laptoptas bewaart. Nog nooit heeft ze zich om dat ding bekommerd, waarom zou ze. Haar nieuwsgierigheid wint het deze keer. Haastig bladert ze naar 15 juli. Leeg. Niets.

Een raar gevoel van spijt overvalt haar. Nu weet ze het zeker. Hij zal niets bijzonders gaan doen op 15 juli, de dag dat ze vijfentwintig jaar getrouwd zijn. Tot vijf minuten geleden had ze nog hoop dat hij zou toegeven aan haar vurigste wens, een reisje naar Argentinië. Er staat zelfs geen kruisje of iets ter herinnering aan deze speciale dag. Lusteloos bladert ze nog wat in het boekje. Tandarts, Ma jarig, huisje Scheveningen, voetbal Martijn, overwerken, het staat er allemaal in. Garage, ouderavond Roos, open dag tennis, Jessica. Jessica? Wie is Jessica? En waarom staat zij in de agenda van haar man?

Als ze de naam Jessica verschillende keren tegenkomt gaat ze rechtop zitten. Wat is hier aan de hand? En waarom staat er AT achter haar naam? De ontmoetingen met deze onbekende vinden om de twee weken plaats. En elke keer op een donderdag, behalve op 24 april. De verjaardag van Martijn. Wacht eens, hij zou toch een cursus timemanagement gaan volgen op donderdag? Een cursus van drie maanden, om de week. Dat was het natuurlijk. Hij heeft alleen nooit verteld dat het door een Jessica gegeven werd. Maar AT dan? Ze haalt haar schouders op. Het zal wel. Het doet er ook niet toe. De aanwijzingen die ze zocht heeft ze in ieder geval niet gevonden. De agenda verdwijnt weer in de tas.

‘Hoe gaat het eigenlijk met je cursus timemanagement?’ Kijkt hij nou geschrokken? Hij hoest eens en slaat een bladzijde van de krant om alvorens haar aan te kijken. ‘Tja, wat zal ik ervan zeggen, wel interessant.’ ‘Doet die Jessica het een beetje leuk?’ Nog eens hoesten, dan wordt de krant omslachtig opgevouwen en hij mompelt: ‘Ja, wel aardig hoor. Zal ik wat inschenken?’ ‘Wat doe je nou raar. Ik vraag toch gewoon belangstellend naar je werk? Geef maar een wit wijntje, want we moeten het eens ergens over hebben.’ ‘Jeetje, maak er geen drama van hè!’ ‘Waarvan? Van onze trouwdag? Op 15 juli vijfentwintig jaar geleden. Toen deed je heel anders tegen me. Gaan we nog iets doen die dag?’ ‘O bedoel je dat. Iets doen? Nou, ik denk dat ik jou eens lekker mee uit eten neem naar…’ ‘…de Witte Haan zeker. Maar schat, dat doen we ieder jaar. Dit is een kroonjaar hè, onze zilveren bruiloft!’ Hij zucht hoorbaar: ‘Oké, ik bedenk wel iets.’

Op 15 juli is ze al vroeg wakker. Ze heeft een onbestemd gevoel. Ze wil helemaal niet jaloers zijn, maar toch. Sinds ze de naam Jessica gevonden heeft, houdt ze hem op die bewuste donderdagen nauwlettend in de gaten. Steeds wanneer hij thuis kwam zag ze iets aan hem, zonder te kunnen zeggen wat dat iets inhield. Het leek ook wel of hij de laatste tijd wat afgevallen was, hetgeen hem overigens niet misstond. Een keer kwam hij licht hinkend thuis en bij navraag gaf hij niet meer dan een vaag ‘verstapt’ als reden. Over de bruiloft heeft hij met geen woord meer gerept. Dan zwaait de deur open en komt hij de slaapkamer binnen met een dienblad vol lekkere ontbijthapjes. Ze moet lachen als ze de roos tussen zijn tanden ziet. Met een zwierige zwaai zet hij het blad op het bed, de roos in een vaasje en kust hij haar. ‘Goedemorgen mijn allerliefste en allermooiste. Mag ik je uitnodigen voor een nieuwe mooiste dag van je leven? Eet, drink, doe je rode lange jurk aan en houd je haar los. Ik kom je over een uur halen.’ En weg is hij.

Het kost haar moeite Jessica uit haar hoofd te zetten terwijl ze zich aankleed. Ze wil zo graag van deze dag genieten. Een uur later verrast hij haar door te verschijnen met een oude schoolbus inclusief chauffeur. Hij heeft een nieuw pak aan. Nadat hij haar ervan verzekerd heeft dat ze het mooiste wezen op aarde is, helpt hij haar galant bij het instappen. ‘Is dit niet een beetje te ruim voor ons tweetjes?’ vraagt ze nog. Maar aan het einde van de dag is de hele bus gevuld met gasten die ze onderweg opgehaald hebben. Martijn en Roos als eersten, toen haar ouders, haar broer met vrouw en kinderen, haar zus met haar vriend, favoriete tantes, vriendinnen van nu en van vroeger, alle mensen die haar dierbaar zijn. Ze straalt! ‘Nog één adres,’ roept hij. Drie straten verder stopt hij bij een klein huis waar een prachtige dame uitkomt. Hij leidt haar de bus en stelt haar voor: ‘Dit is nou Jessica! Van de cursus, weet je wel?’ Zijn knipoog doet de aanwezigen zachtjes grinniken.

Jessica, die ze zo krampachtig probeer te vergeten, zit hier nu in haar feestbus? Zit hier ook nog eens vreselijk mooi te wezen. Sinds wanneer is het mode dat je een cursusleidster op je bruiloftsfeest uitnodigt? Alle mensen in de bus liggen haar zo nauw aan het hart, maar dat serpent?! Wordt zij hier publiekelijk voor gek gezet? Ruilt hij haar straks in? Waarom reageert niemand verbaasd? Stomme Jessica van de AT. Ze heeft het benauwd. Zo benauwd.

De bus stopt bij een chique restaurant en iedereen wordt bij binnenkomst een glas champagne in de hand gedrukt. ‘Gezellig!’denkt ze sarcastisch. Als hij een microfoon pakt wordt het automatisch stil in de zaal. ‘Lieverd, ik ben niet zo’n spreker daarom wil ik je laten zien hoeveel ik van houd. Met dank overigens aan Jessica, mijn partner in crime.’ Hij komt op haar af met uitgestrekte hand. Aarzelend neemt ze hem aan. Opeens klinkt er muziek. Haar favoriete muziek. Ze kijk hem verwonderd aan. Wat gaat hij doen? Dan trekt hij haar tegen zich aan, fluistert: ‘Als voorbereiding op onze reis…’ en begint met haar te dansen. Hij die nooit wil dansen danst nu met haar een Argentijnse tango. Zo passievol dat ze niet goed weet wat haar overkomt. Hij leidt haar de zaal rond en ze volgt, ze vliegt, ze zweeft, ze voelt, ze buigt, ze draait, ze leeft.

 

Loense Moandag

Ik vertel je niets nieuws als ik zeg dat ik van markten houd. Niet omdat ik koopziek ben maar omdat ik me kan verwonderen over de mensen die er rondlopen en de spullen die er te verkrijgen zijn. Vandaag is het volgens de recreatiekrant Loense Moandag, een ponymarkt, een jaarmarkt en een kofferbakverkoop ineen, in het pittoreske Loenen. De levendige handel in pony´s, inclusief handjeklap, begint al om zes uur ´s morgens. De rest van de dag kun je een ritje maken op de rug van een pony. Er staat een aantal stands die alles wat te maken heeft met toerisme in en rond Loenen aan de toerist willen brengen. Er zal een smid aanwezig zijn om het oude ambacht nieuw leven in te blazen. En diverse stands met eten en drinken.

Ik ga op tijd, voor de ergste hitte uit. Maar met mij nog vele, heel vele anderen… De ponymarkt heb ik gemist, te vroeg. Nu blijkt dat ik een ritje ook misloop: in verband met de warmte zijn alle pony’s lekker naar huis. Evenals de smid. Ook te warm.

De rest was er gelukkig wel, de broden, de worsten, het kleurrijke speelgoed, de zonnejurkjes, de voetbal-outfitjes, de klompen, de supersonische snoeischaar, het wereldberoemde brillendoekje, de enige echte anti-aanbak-pan, de ontzagwekkende hoeveelheid die uit een kofferbak lijkt te komen (uitgestald op het dekzeil van de aanhanger…), de zelfgebreide poppenkleertjes, de I LOVE VELUWE tas…

       

Zo ook de palingroker die lekker op zijn koelbox paling zat te rijgen, terwijl hij onder de rook van zijn eigen rokerij zat en de toeschouwers hem al hoestend bewonderden.

Om de bezoeker extra te prikkelen werd er soms een stunt uitgehaald: een wool stunt warmers stuntprijs!!! 

De aanbieding dat het tweede artikel goedkoper is, zou hier ook moeten gelden: Ik kost €45,= per stuk en heb ook nog een zwart-bont zusje!!! 

De marktbezoekers vermaken zich, geven geld uit, vooral aan eten en drinken en soms: “Ja maar mam, soms heb ik zo’n behoefte om iets kinderachtigs te kopen!” Ik bots constant tegen een rijstballon op, ieder kind schijnt er opeens eentje te hebben, of tegen een bierblik die elke man opeens wil drinken om 11 uur ’s morgens, of tegen een te stevige dame die wanhopig aan haar strapless-shirtje sjort, of tegen een paniekerige oma die haar kleinkind sommeert naast haar te blijven lopen.  Ik word ook regelmatig gezellig toegesproken door een marktmeester: ‘Goedemorg’n daames en her’n, ik zie datter weer nieuwe gast’n op onze markt zijn aangekom’n en ik wil een ieder hart’lijk welkom het’n op onze Loense Moandag! Nog een vriend’lijk verzoek, wilt u alleen rok’n op de terras’n in verband met de droogte, dus niet tuss’n de kram’n. Dank u,’ 

Ja, in Loenen weten ze er iets van te maken hoor!

Literair

(Dit verhaal heb ik ingestuurd voor de schrijfwedstrijd van de Baarnse Literatuurprijs. Je kunt je natuurlijk afvragen wat precies ‘literatuur’ is. Is het ‘kunst’? Zijn het ‘teksten die meer waarde hebben dan  gewone teksten´? Wie bepaalt die waarde dan en wat is eigenlijk gewoon? Waarom is werk van Harry Mulisch het wel en de Donald Duck niet…? Ik laat het in het midden. Niet dat ik pretendeer literatuur te schrijven, juist verre van dat,  maar vond het thema ‘Metamorfose’ uitdagend genoeg om er een sprookje/verhaaltje van te maken. Dat de jury het met mee eens was kreeg ik vandaag te lezen: ik behoor niet tot de twaalf genomineerden… Daarom het verhaaltje gewoon hier te lezen ;-))

Metamorfose

Er was eens een lege bladzijde. Omdat er helemaal niets op stond en omdat hij volkomen wit was noemde men hem Tabula Rasa, Tabbie voor vrienden. Hij was al een behoorlijke tijd leeg en vond dit een behoorlijke tijd prima. Totdat er een gevoel aan hem knaagde. Na hevig nadenken constateerde hij dat het een gevoel van ontevredenheid was. Hij voelde zich kleurloos en nutteloos. Wrevelig vroeg hij zich af op welke wijze hij zijn leven zin en inhoud kon geven. Hoe kon hij van zich laten horen? Hij hoefde niet vooraan of bovenop, hij was geen schreeuwer, maar een klein beetje aandacht heeft nog niemand kwaad gedaan. Maar wie gaf er nu aandacht aan een leeg vel papier? Hij kreeg genoeg van de betekenisloosheid van zijn bestaan en nam een drastisch besluit: hij wilde veranderen.

Daarom ging hij op pad. Hij kwam terecht bij een, van horen zeggen, beroemde schrijver. Die kon vast wel iets met hem beginnen. De schrijver keek verbaasd naar Tabbie, dit zag hij niet vaak. Zijn bladzijdes waren altijd gevuld, bomvol met letters, punten en komma’s, hoofdstukken en inhoudsopgaven. Boeken vol had hij in zijn kast staan en ook in stapels op de grond. Hij was een bedrijvige schrijver en had geen tijd voor leeghoofderij. Toen Tabbie smeekte: ‘Alstublieft, een kleinigheidje maar…’ rommelde de schrijver ten slotte wat in de onderste la van zijn bureau en schonk hem een handvol oude woorden. En zette hem resoluut het huis uit.

Eenmaal buiten zuchtte Tabbie opgelucht, het begin was er. Hij was niet meer leeg. Toch zag hij er nog niet aantrekkelijk uit. Hier en daar slingerde een woord over hem heen. Ze misten duidelijk structuur en samenhang. Daarom toog Tabbie naar een, van horen zeggen, beroemde dichteres. Zij heette hem hartelijk welkom. Ze zat tussen twee gedichten in en om de tijd te doden greep ze naar de fles. Zo duurde het even voordat hij uitgelegd had wat precies of ongeveer de bedoeling was. Ze hikte van de lach en klapte in haar handen van opwinding en ze besloot die arme Tabbie te helpen. Even later stonden de woorden keurig gerangschikt en op rijm in het midden van Tabbie. Daardoor kreeg ze zelf een prachtig idee voor een nieuw gedicht. En zette hem resoluut het huis uit.

Tabbie liep zo trots als een pauw rond en liet iedereen die wilde het gedicht lezen. Maar de lezers vonden het gedichtje zo klein dat ze snel klaar waren met hem. Sommigen konden het zonder leesbril niet eens lezen. Sommigen beweerden hun leesbril kwijt te zijn en dat ze liever plaatjes keken. Daar veerde Tabbie van op. Plaatjes! Dat hij daar zelf niet aan gedacht had. Hij ging naar een, van horen zeggen, beroemde schilder. Hij vroeg de schilder om hulp, wellicht in ruil voor het uitspoelen van de kwasten. De schilder mopperde nog wat over inspiratie, stijl en perspectief, maar maakte uiteindelijk een rand van afbeeldingen om het gedicht heen. Wel uitsluitend in groen want de andere kleuren waren op. Maar Tabbie vond het prachtig. Nu zou iedereen graag naar hem kijken, hem aanspreken, hem waarderen. Mensen zouden van hem genieten, blij worden. Hij zou eindelijk zinvol zijn. Hij stapte resoluut naar buiten.

Tabbie liet zich voldaan aan zijn Chinese buurman, genaamd Gami Ori, zien. Eerst schrok Gami: ‘Wat ben jij veranderd! Wat is er gebeurd?’ Tabbie vertelde van de leegheid die nu overgegaan was in volheid en dat zijn leven daardoor weer zinvol was. Gami liep drie maal om hem heen en bekeek hem van alle kanten. Hij plukte wat aan zijn dunne snorretje en keek Tabbie met één oog aan. Tabbie werd er een beetje nerveus van. ‘Iets niet goed?’ vroeg hij. ‘Hm,’ antwoordde de Chinees ernstig, ’Je bent niet heel veel veranderd hoor, je bent nog steeds plat!’ Tabbie schrok zich een ezelsoor, hij wilde juist wel heel erg veranderen! Hij vroeg zijn buurman om hulp. ‘Dit kan pijn gaan doen!’ waarschuwde Gami nog. En voor Tabbie er erg in had veranderde hij in een prachtige kraanvogel. En toen kreeg hij eindelijk de aandacht die hij zo graag wilde. Doordat hij zo veranderd was. Tabbie leefde niet zo heel lang maar wel gelukkig.

 

Vakantie – Afgelopen

Mijn vakantie was na twee weken afgelopen en dan begint het grote terugblikken. En dat gebeurt bijna altijd relativerend. Een mens slaat nu eenmaal snel aan het vergelijken. En zo vormen we een mening.

  • De Fransen zijn luidruchtig. Ze ratelen zo hard en rap tegen elkaar dat ik me zonder moeite een voorstelling van de Bestorming van de Bastille kan maken.
  • Fransen hebben veel ruimte nodig, praten met hun hele lichaam. Ze maken vooral wegwerpgebaren en halen geïrriteerd hun schouders op.
  • Fransen zijn ongeduldig. Ze verstaan mijn Engels niet maar mijn Frans ook niet.
  • Hoe hard je ook rijdt, een Fransoos haalt je altijd in.
  • Nergens lopen zoveel leidingen boven de grond.

   

Maar hé, nergens is het stokbrood lekkerder dan daar. En de kaas. En de wijn. Niemand leeft Bourgondischer dan een fransman. Nergens wordt het joi-de-vivre beter geleefd dan daar. Nergens zijn fijnere bric-a-bracwinkeltjes. Nergens bevinden zich mooiere luiken en hekwerken.

   

Natuurlijk zijn er ook overeenkomsten. Wat dacht je van een strandbezoek?

  • Je handdoek uitkloppen en je buren opschepen met een lading zand.
  • Je badlaken opvouwen tegen de wind in.
  • Wit komen en knalroze weggaan.
  • Pop-up shelters, die je zo makkelijk neer zet, maar met geen mogelijkheid weer fatsoenlijk in elkaar kunt krijgen.
  • Heb je net je kind lekker afgedroogd zodat het de kleertjes weer aan kan, besluit de dreumes nog één koprol in het zand te maken.
  • Teveel tassen/stoelen/parasols/voetballen/schepjes/emmertjes/zeefjes/opblaasflamingo’s meenemen.
  • Na een bepaalde leeftijd niet meer soepel overeind kunnen komen.
  • Na een bepaald aantal kilo’s toch eens een nieuw badpak moeten kopen.
  • Moeders die tevergeefs de tassen graag zandvrij willen houden.
  • Vaders die zich weer kind voelen en zich zo gedragen.
  • Ik ga naar het strand en doe zo min mogelijk kleding aan.
  • Ik ga naar zee en kleed me goed aan tegen de wellicht frisse zeewind.
  • Jankende kinderen.
  • Druipende ijsjes.
  • Bloggers op bankjes 😉

Hier dus geen verschil met Nederland. Hoewel de stranden er daar wel veel schoner uitzagen. En daar waar het een kiezelstand betrof kon men een klein strandhuisje huren. De omgeving is natuurlijk anders maar het menselijk gedrag…. Je kunt overal voor paal liggen…

Een prachtvoorbeeld van een andere overeenkomst vond ik in een dorpje. Alsof ik Jan Terlouw hoorde…

En dan ben je gewoon weer thuis, waar je de minibieb weer kunt lezen en waar de plaatsnamen weer vertrouwd klinken.

     

 

Verhuizen!

Het is zover! Ik dacht er al langer over, het blijft tenslotte een hele stap. Maar ik ga het doen: verhuizen! Yeah!

Naar een prachtig en compact huisje. Vier muren, een dak en een vloer, wat wil ik nog meer? Niets toch zeker. Er zitten jammer genoeg geen ramen in maar er is wel constant verlichting. Dat denk ik tenminste. Er zit een zee van ruimte in en daarom zo geschikt voor mij. Ik bedoel er zijn nog kleinere huisjes maar ik moet me wel kunnen bewegen natuurlijk. Hier kan ik heerlijk bijkomen en ontspannen. Drinken en eten is rondom aanwezig. Ik eet niet buiten de deur maar uit de deur. Ik houd het hoofd koel maar zeer zeker ook de voeten.

Er zijn diverse soorten en merken maar deze komt rechtstreeks uit Amerika. Ik wilde het ‘Huisje weltevree’ noemen maar er stond al een naam op de rode buitenkant: SMEG. Dit is het enige bericht over mijn verhuizing en natuurlijk ben je van harte welkom mijn stulpje eens te komen bewonderen. Dan ga ik er wel even uit. Heel even. Op googlemaps is het moeilijk te vinden maar mijn nieuwe paleisje bevindt zich ongeveer tegenover  het fornuis.

Vakantie – kinderles

In de vakantie hoeven kinderen lekker niets te leren. Zou je zeggen. Volwassenen ook niet. Zou je zeggen. Wat ik vanaf mijn Franse balkon zag…

Op een bosachtig stukje grond, met drie reuze dennenbomen, komen de vakantiekinderen aan het eind van de dag samen. Toevallig allemaal Franse kinderen, dus geen taalbarrière. Behalve voor mij: ik versta er niets van. En toch begrijp ik veel. Er is een jongetje van ongeveer 9 jaar en een meisje van ongeveer 10 jaar, duidelijk broer en zus. Er is nog een jongetje, van ik schat 8 jaar en een kleine dreumes van 2 jaar, luisterend naar de naam Elodie.

Net als in de grote-mensen-maatschappij werpt/dringt één persoon zich vrijwillig/nadrukkelijk op als aanvoerder. Het jongetje van 8 schreeuwt het hardst dus is hij de leider. Als broer en zus iets voorstellen om te gaan spelen houdt hij één hand afwerend op en met zijn andere een stuk hout tegen zijn oor. Ik versta iets van ‘telephoné’. Hij trekt een ernstig snuit en roept te pas en te onpas ‘oui’ en ‘bien sur’ alsof hij aandachtig aan het luisteren is. Dan zegt hij resoluut: ‘Mais non!!!’ en volgt er een Franstalige waterval die duidelijk intimiderend bedoeld is.  Met een ferme ‘Bonjour!’ drukt hij zijn gesprekspartner weg. Broer en zus lijken onder de indruk van zoveel overwicht. Maar als ik ze stiekem naar elkaar zie lachen merk ik dat zij de act ook nogal overtrokken vinden. Le Patron heeft intussen een plan bedacht: ze gaan een pad aanleggen. Een pad van zand, bedekt met dennennaalden en de kanten worden afgezet met een sierlijke rij dennenappels. Broer en zus zijn blij eindelijk iets om handen te hebben en verzamelen naarstig de benodigde materialen. Ze werken langs de door de baas uitgezette lijnen. Het wordt wel wat!

Maar dan komt Elodie in beeld. Het is een schatje met prachtige blonde krullen, haar kromme beentjes in een parmantige legging gestoken en een shirt dat vast bij een andere combi hoort, maar in de vakantie letten zelfs de Fransen niet op stijl. Ze heeft altijd een  lach op haar gezicht, die alle omstanders ook doet lachen. Maar niet monsieur le Patron! La petite Princesse vindt de dennenappels zo aantrekkelijk dat ze er af en toe eentje uit de keurige rij vist. De baas gebruikt al zijn tact en neemt haar lief bij het plakkerige handje en leidt haar zeven meter verderop. Hij biedt haar ook nog een mooie stok aan ter compensatie. Ze neemt het dankbaar aan en schenkt hem haar liefste lach. Tevreden draait hij zich om en stuurt zijn personeel verder aan. Wat hij even niet ziet is dat de kleine dame zich ook omdraait en achter hem aan drentelt. Zodra hij het wel in de gaten heeft brengt hij haar gedecideerd terug.

Tot vijf x toe herhaalt Elodie deze actie en de manager wordt steeds ongeduldiger. Hij voelt zijn gezag ondermijnd worden. Uiteindelijk smijt hij haar zijn ‘telefoon’ toe en verdwijnt mokkend naar huis. Broer en zus halen de kleine dreumes erbij en gedrieën spelen ze nog uren lief met elkaar.

Welk een levensles zie ik hier onder mijn ogen uitgespeeld worden: de grootste schreeuwlelijk wordt de baas maar dat wil niet zeggen dat de kleinste partij geen stem heeft…

Waar lijkt dit toch op?

Vakantie – Hitteplan

Ja, ja, nu weten we wel dat het warm is. Heet zelfs. Je kunt er twee dingen mee doen: of je blijft er over zeuren of je bedenkt een hitteplan. Ik kies voor het laatste. Ik heb namelijk het beste hitteplan dat je maar bedenken kunt.

Gedurende mijn vakantie in Frankrijk was de buitentemperatuur ook maar niet onder de 35 graden te krijgen. Het rennen van schaduwplek naar schaduwplek werd me teveel , ik kon geen terras meer zien, en het zwembad was ik meer dan beu, dus ging ik lekker winkelen! Ik had een frisse winkel gevonden door de duidelijk goeie airco. De heren winkelbedienden liepen keurig in zwarte broek, wit overhemd met lange mouwen, een gedessineerd gilet en een stropdas en de winkeljuffers in een beeldig jurkje. Allen zonder een spoortje glim of zweet. Omdat ik niet van plan was een Rolex te kopen of een ander sieraad van die prijsklasse moest ik het heerlijk koele pand toch weer snel verlaten. Oeps…

Gelukkig  waren er meer van dit soort koude winkels en ik vond er eentje die zelfs een extra koeling bij de paskamers had! Of dit nu tegen de geurende passers was of om de passers wat tegemoet te komen kreeg ik niet helder, maar lekker was het wel. Je waaide bijna uit je hempie en de longontsteking lag achter het gordijntje op de loer maar hé, niet zeuren. Her en der stonden wat krukjes voor de wachters. Ik had er maar eentje nodig en liet me er gewillig op zakken.

Wat een uitzicht had ik opeens! Het krukje was lager dan ik dacht en de gordijntjes hoger. Ik werd nergens door afgeleid of beïnvloed, ik zag alleen maar benen. Het kon makkelijk doorgaan voor een zoveeltste variant van the Voice, maar dan: the Legs. Zo werd ik spontaan een benenlezer…

  • Kantoorbenen: eng wit en dun.
  • Bouwvakkerbenen: gebruind en stevig.
  • Fietsbenen: gespierd en mager
  • Verraste benen: knalroze tot waar de sok begint.
  • Zonnebankbenen: egaal oranjebruin van kleur.
  • Chocoladebenen : rond en … o, verhip, het zijn de mijne in de spiegel van het lege hokje.
  • Harige benen: gij luiaard.
  • Perfecte benen: soms zie je ze.

Ook aan de voeten is van alles af te lezen. Ik begreep opeens heel goed dat er voetmodellen bestaan! Vooral de grote teen is bij velen zo lelijk, of scheef, of de nagellak is er voor de helft af, of naar binnen of naar buiten gedraaid, te dik in verhouding tot de andere vier. Een keurig aflopend rijtje zie je zelden, vaker is het een zootje ongeregeld. En oké, ze bevinden zich het dichtst bij de straat, maar om ze nou zo vies te laten worden. Gruwel! De voet op zich, als geheel lijkt me een walhalla voor podologen en pedicures. Wat een bonkig, bultig en knobbelig ding is dat toch! Opeens was ik extra blij met die extra airco.

Laten we eerlijk zijn, vaak vormen we ons een mening over de ander op grond van het totaal plaatje. Soms letten mensen als eerste op andermans handen, of op tanden, of haren, of op kleding. Voor mij maakt een hoofd de eerste indruk. Als het vriendelijk overkomt kijk ik niet naar de rest en zeker niet naar zijn/haar benen. Toch wat kortzichtig. Nu weet ik: als het hoofd chagrijnig is en ik daar niet veel mee te maken wil hebben, loop ik wellicht de kans mis een stel prachtige onderdanen te spotten.

Het is een hitteplan, doe er mee wat je wilt. Intussen had ik het zo koud dat ik snakte naar de onfrisse buitenlucht…

Vind je het niks dan is er altijd nog de optie: houd het hoofd koel en de voeten warm ook!

Vakantie – Kerkenwerk

Ik hoef je vast niet te vertellen dat er in Frankrijk een aantal zeer mooie kerken zijn te vinden. Dit zijn er een paar die ik gezien heb. Achtereenvolgens: de Collegiale kerk Sint Vulfran in Abbeville, de Eglise Sint Martin in Saint Vallery sûr Mer en de indrukwekkende Nôtre Dame van Boulogne sûr Mer.

         

Van buiten zijn ze al heel bijzonder, van binnen is de ene nog prachtiger dan de andere! Je kunt je er vast wel iets bij voorstellen; veel houten banken en stoelen, veel altaren en kaarsen, veel beelden en schilderijen, veel glas-in-lood en pilaren. Die ga je zelf maar een keer bekijken, maar wat mij opviel…..

Een prachtige beeltenis van moeder Maria met kind, samen in een boot. Wat wil je met al die kustplaatsen. Gezien de wieltjes onder deze boot zal hij ook wel eens meegaan in een processie. Wat mij opvalt, toen ik aan de achterkant keek, is dat hoewel Maria en het kind vaak voor bescherming en redding staan, er toch een reddingsboei achterop ligt. Voor de zekerheid? Voor als zij uit het gammele bootje kukelen. Beetje ongeloofwaardig. Of geloof onwaardig…

Wat gebeurt hier?Toen ik deze foto naar het thuisfront stuurde werd ik direct gesommeerd deze disco te verlaten. Maar zo’n mooi effect geeft de zon nou eenmaal als die door een  glas-in-loodraam schijnt! Ik heb er wel even stilletjes ‘Nightfever’ op gedanst. Nee, hier zijn geen beelden van.

Waarom hangen deze niet in de klokkentoren? Waarom mogen ze niet meer meedoen? Zijn ze vals? Zijn ze eigenwijs? Slaan ze voor hun beurt? Maken ze ruzie met de anderen? Willen ze eerste viool spelen? Om nou voor straf in een donker en koud hoekje van de kerk te eindigen is wel sneu hoor. Wat me opviel was dat ze aan een soort ketting lagen, alsof iemand die zware dingen mee zou (willen)nemen…

Handig, zo’n bordje! In vier talen nog wel. Drie maal raden wie het toch voor elkaar krijgt over dat opstapje te struikelen… Ik kan het uitleggen. Op beide kanten van het bordje staat namelijk dezelfde tekst. Ik stond al op het opstapje maar ik ging er af. Er stond geen bordje met ‘Kijk uit voor het AFstapje’! Er is namelijk een wezenlijk verschil tussen op en af. Ik kan het weten. Stomme blauwe knieën. Stom bordje.

Buiten de kerken wordt de boel ook vaak opgeleukt met wat gezellige beelden. Niet dat die beelden er altijd zin in hebben… Hen wordt immers niets gevraagd. Je zult daar maar moeten blijven staan. In weer en wind. In je lendendoekje. Heb ik het nog niet eens over incontinente vogels. Ik zou er ook chagrijnig van worden…

Wie zegt dat kerken overal hetzelfde en saai zijn…?

Vakantie – Onderweg

Je wilt graag met vakantie en dat betekent vaak verder dan de hoek van de straat. Anders kun je net zo goed thuisblijven. Je bent echter niet de enige. Er zijn meer vakantiegangers. Heel veel meer zelfs! Is dit nou heel veel meer vervelend of juist niet? Tijdens ons autoritje naar Noord-Frankrijk heb ik het een en ander voor je uitgezocht.

Natuurlijk ga ik bij een file ook eerst de opstandige fase in: zuchten en blazen en geïrriteerd op mijn horloge kijken en denken: ‘Als die voorste nou eens gewoon doorrijdt hebben we er allemaal wat aan…!’ Dan komt de berustende fase: tja, er valt niets aan te doen en dan komen we maar wat later aan. En ten slotte de creatieve fase: wat zal ik eens gaan doen?

Naar buiten kijken is een makkelijke optie en als je even oplet zie je hoe een file verbroedert. Je rijdt namelijk steeds met dezelfde mensen mee op.

Links naast ons rijdt een man alleen, met een fiets achterop en een schoon overhemd aan een haakje. Een kantoormeneer die de laatste kilometer op de fiets gaat? Maar waarom is zijn overhemd een houthakkershemd? Leidt hij een dubbelleven? Achter deze man rijdt een jong meisje dat zich uitsluitend bemoeit met haar telefoon. Wat is er zo belangrijk? Of appt ze haar vriendje dat ze in de ###file staat en daardoor wat later komt? Zal ik eens heel hard ‘Boe!!!’ roepen? Toch maar niet straks botst ze van schrik tegen ons aan… Achter haar een hooggeblondeerde dame met heel veel rinkelende gouden armbanden. Heeft ze veel viermomenten meegemaakt of heeft ze die zelf gecreëerd? Of heeft ze vrouwelijke eksterhormonen?

Rechts van ons rijdt een man in een rode auto met uitsluitend witte knuffels, op het dashboard, op de hoedenplank en aan de achteruitkijkspiegel. Moet die man eens met iemand gaan praten of is het de auto van zijn dochter? Heeft die dochter smetvrees of houdt ze gewoon van poetsen? Daarachter rijdt een vrachtwagen.De chauffeur heeft zijn raampje open en er bungelt een arm met sigaret uit. Met zijn andere hand trommelt hij het ritme mee van een of ander levenslied. Weinig vlam in de pijp deze keer. Het valt me trouwens op dat de meeste vrachtwagens uit CZ, LIT, BG, EST, E, LV of PL komen. Wat hebben ze daar toch wat wij niet hebben? Daar achter rijdt een echtpaar met een caravan. Hun eigen kleine huisje van geluk op wielen. Zij voert hem stukjes appel. Hij checkt de spiegels, ten overvloede. Daarachter een oudere dame met wel hele korte armen. Ze zit bijna met haar neus op de claxon. Heeft misschien ook voordelen?

Wij passeren elkaar gedurende uren, links en rechts, inhalen en ingehaald worden, alles met een slakkengangetje. Hé, er komt een nieuw iemand tussen. Even kijken. Voor het achterraampje verschijnt een rond chinees jongensgezichtje. Hij kijkt naar me. Hij kijkt nog eens goed. Hij wijst naar me en schiet dan in de lach. Hij draait zich om naar andere inzittenden en roept iets, ondertussen steevast naar mij wijzend. Wij kunnen doorrijden en verliezen hen uit het oog. Maar niet voor lang. Intussen zijn er twee kindergezichtjes en één moedergezicht voor het raampje verschenen en zodra ze mij zien krijgen beginnen ze keihard te lachen. Het gaat over in de slappe lach, hikkend vallen ze tegen elkaar. Ik vraag mijn chauffeur of er iets op mijn neus zit. “Je klep”, is het enige antwoord.

Ik laat mijn klep een paar keer heen en weer bewegen en oogst applaus! Aha!

Het leed dat file heet, gelukkig valt er nog genoeg te lachen, als je maar kijkt!