Slingers (7)

Als kind dacht ik dat een bejaardenhuis het toppunt van gezelligheid was. Altijd wel iemand om mee te kletsen en of gezellige dingen mee te doen. Lekker naar de bingo, je eten wordt gebracht en je was wordt gedaan. Je bent nooit alleen, maar altijd wel samen met iemand. Nu weet ik beter, dat ‘samen’ is niet altijd vanzelfsprekend.

‘Samen’ betekent volgens van Dale ‘bij of met elkaar’. Het gaat er niet om bij of met wie je dan bent als je maar bij of met iemand bent?

Ik zit in het Grand Café te knutselen en hoor twee dames met elkaar praten.

Mevrouw A – Ga jij nog naar die lezing?

Mevrouw B – Wat? Ik ben mijn gehoorapparaatje vergeten.

Vanaf hier praat mevrouw A. flink wat harder zodat iedereen kan meegenieten.

  • Of je nog naar die lezing gaat!
  • Van wie?
  • Van meneer X, over Israël!
  • Wat is Israël?
  • Een land uit de Bijbel en waar het steeds oorlog is!
  • Ik wil geen oorlog!
  • Maar ga je mee?
  • Waarheen?
  • Naar die lezing.
  • O ja, wanneer is dat?
  • Op 2 mei!
  • Ik schrijf het in mijn agenda hoor anders vergeet ik het.
  • Goed van je, 2 mei dus!
  • Wat is er op 2 mei?

Op dit punt kan ik mevrouw A wel knuffelen om haar eindeloos geduld. Na een poosje staat mevrouw B op met de mededeling:

  • Ik ga eerst mijn gehoorapparaatje eens zoeken.
  • Is goed! Fijn dat wij zo goed samen kunnen praten hè?

Aandoenlijk toch. Die kunnen het goed vinden samen. Toch ben je geneigd bij ‘samen’ te denken aan een echtpaar. Hoe vaak hoor je niet ‘gelukkig hebben we elkaar nog’. Of dit altijd beter is…? Mevrouw C loopt langs mijn tafel, knikt me vriendelijk gedag en begint tegen me te praten.

  • Hoe vind je mijn rollator?
  • Prachtig!
  • Grappig hè met die gekleurde bolletjes eraan. Ik weet alleen niet precies hoe die eraan gekomen zijn.
  • Staat gezellig hoor.
  • Heeft u mijn man gezien?
  • Volgens mij zit hij daar.
  • Waar?
  • Daar bij de ronde tafel in het midden.
  • O ja, ik zie het. Wat doet hij daar?
  • Het is etenstijd dus ik denk dat u samen gaat eten.
  • Werkelijk?
  • Ja, ik weet het zeker.
  • Zal ik dan maar bij hem gaan zitten? Of is dat raar?
  • Nee, dat is niet raar. Leuk juist. En eet smakelijk.

Ze rolt naar hem toe en schuift bij hem aan tafel. Hij kijkt haar met lege ogen aan en knikt haar dan vriendelijk gedag. Ze reikt hem de boter, hij haar de kaas. Ze eten samen. Woordeloos. Maar wel samen.

 

 

 

Advertenties

Duwers, pitjes en smijters

Gewoontedieren zijn we met z’n allen. Elke vrijdagmorgen boodschappen doen. En dan mopperen dat het zo druk is. Toch ga ik ook op vrijdagmorgen een weekendvoorraadje halen. Lijstje staat al op de tas.

Nu wil ik niet zeggen dat ik smetvrees heb maar die wagentjes hè…  Ik stop het muntje erin en voel de handwarme duwstang. Wiens warmte is dit en wat heeft hij of zij het laatst aangeraakt? Zijn ze naar de winkel gesneld omdat de zakdoekjes op waren, of de handzeep? Bij de broodafdeling mag ik zelf broodjes scheppen met een enorme tang. Dit alles vanuit hygiënisch oogpunt. Ik doe mijn best de tang als het verlengde van mijn arm te gebruiken, met daarbij het gevoel dat ik op de kermis sta en probeer een pluchen beer te vangen. Het lukt! Dan staat er een mevrouw naast me die gewoon haar handen door de broodjes heen woelt en er drie in een zakje propt.

Omdat zaterdagavond lang zal duren mag er iets mee voor bij de borrel. Even zoeken.

Gevonden! Heerlijke nootjes van de firma Pittjes. Hoe bedenken ze het! Als je de firma belt wordt je direct doorverbonden met hun voicemail: ‘Goedendag, dit is de firma Pittjes.  Dat wil zeggen ik ben Piet Pittjes maar ik ben momenteel aan het pinda’s pellen en mijn vrouw Petronella Pittjes is even aan het pitten dus we kunnen niet aan de telefoon komen. Laat uw nummer maar niet achter hoor! De firma Pittjes wenst u een puike dag!’

Uiteindelijk heb ik alles en begeef me naar de kassa. Ik kan direct beginnen met uitladen. Een vrolijke kennis zwaait gezellig naar me en staat zo goed als achter me. Maar dat gaat zo maar niet! Er kwam een duwer van links! Een ferme duwer ook nog. De kennis moest kiezen tussen opzij springen of een heftige aanrijding. Ze koos scharreleieren voor haar geld en sprong. Ternauwernood ontsnapt. De duwer leunde eerst nadrukkelijk hijgend aan mijn kar. Hygiëne waar ben je? Dan wordt er een lading sucadelappen op de band gemikt. Achter mijn Pittjes. En dan is de band vol want mijn voorganger staat af te rekenen, contant, met veel kleingeld, heel veel kleingeld. Intussen ben ik ook duwer want mijn achterliggers dringen zich op. Ik houd ze op afstand door tegenduwer te worden. Grrr. Dan zie ik tot mijn ontzetting dat ik in de verkeerde rij sta qua caissière, het is een smijter. De anderhalve literflessen pletten genadeloos de brosse koekjes. De Pittjes zitten gelukkig in blik, maar passen net niet in mijn tas. Ze niest ook nog eens flink voordat ze mijn schone voordeelkaart aanpakt. Ik ga naar huis. En snel ook. Want volgens mij komt er een bui?

Tot volgende week vrijdag maar weer…

Even dan

Snel een nieuw blogje, heb er nog even tijd voor. Raar woord dat even . Het betekent hier een kort momentje.  Maar het kan ook gebruikt worden als moeiteloos, zoals in ‘dat doe ik wel even’. Maar is ook het tegenovergestelde van oneven. Interessant vind ik dat, als je één woord hebt dat zoveel kan betekenen. Wat me nog meer  intrigeert is dat er soms wel een begrip of ding is maar dat daar niet eens een woord voor bestaat! Een vrouw die haar man verliest noemen we weduwe maar als diezelfde vrouw een kind verliest is er opeens geen woord beschikbaar. Geen woorden voor is dan opeens letterlijk.

Is het je wel eens opgevallen dat mensen op tv zeggen: ‘Ik ben er stil van’ sowieso nog steevast een kwartier lang blijven kakelen. Of : ‘Ik weet niet wat ik moet zeggen.’, gevolgd door een uiteenzetting van minstens vijfendertig minuten. Dan blijken er toch ruim voldoende woorden binnen mondbereik te zijn. Of ze allemaal op de juiste wijze gebruikt worden is een geheel ander verhaal.

Hoe heet bijvoorbeeld dit?

Ja, die rechtse weet ik wel, dat is een sluitclip om je boterhamzakje mee te dichten. Maar de linker? Geen idee. Ik noem het van ellende maar een lummeltje… maar dat kan dan ook weer een kleine domme irritante man zijn. En geloof me, daarmee is het slecht zakkendichten. Hoe het wel heet? Vertel het me alsjeblieft!

Wat ik me nooit afvroeg is hoe je een blad papier noemt, meestal geplastificeerd door een overijverige vrijwilliger, dat je kunt pakken in een zaal van een museum. Daar staat dan genummerd en wel, de juiste volgorde van kijken op en wat achtergrondinformatie. Ben je uiteindelijk helemaal rond geweest dan zet je dat papier weer in de daarvoor bestemde bak. Zetten ja en niet leggen want het is zo hard door dat geplastificeer, dat het rechtop in kan staan. Nu kreeg ik zomaar een antwoord op een vraag die ik niet eens stelde.

Want dit, lieve lezers, noem je nou een zaalpapier…hoe simpel kan het leven zijn. Je moet er alleen maar even opkomen.

Een volgende keer wil ik het graag eens over deze levensvraag hebben: waarom bestaat er wel een enkelsok en geen kniesok of andersom wel een kniekous maar geen enkelkous.

Fijn weekend…

 

 

Slingers (6)

Als je omroep MAX moet geloven is het Koningshuis echt iets voor oudere mensen. Kijkerspubliek van het  programma Blauw Bloed heeft een gemiddelde leeftijd van 73,4. Dus leek Koningsdag mij een makkelijk en dankbaar thema in het woon-zorgcentrum. Vooral veel rood, wit, blauw en oranje. Ik maakte een tafelstuk dat aan twee zijden te bekijken was. Aan de ene kant een deftig staatsieportret van onze Koning, en een oranje kroon aan de andere kant. Lekker neutraal dacht ik. Mis! De reacties waren behoorlijk uiteenlopend en niet allemaal even koningsgezind.

‘Zet ‘m maar achterstevoren hoor, ik hoef dat hoofd niet te zien!’

‘Wat doet-ie het goed hè.’

‘Liever een foto van de Koningin.’

‘Heeft-ie die medailles allemaal zelf gehaald? Ik geloof er niets van.’

‘Ach, wat een lieve foto.’

‘Weet je wat dat kost dat Koningshuis!’

‘Zijn er al tompoucen?’

‘Nou ja, Rutte is ook niks…’

‘Is het nou alweer Koninginnedag?’, ‘Koningsdag!’, ‘Wat?!’, ‘Het heet Koningsdag.’, ‘Maar we hebben toch ook een Koningin?’. ‘…!?’

Welke kant heeft jouw voorkeur?

 

Gezichtsbedrog

Als je me een beetje kent weet je dat ik er niets aan kan doen. Echt niet. Dat ik er vaak last van heb. Vaker dan me lief is zelfs. Dat mijn omgeving er wel eens suf van wordt. En lichtelijk geïrriteerd. Dat ik het ook wel eens anders zou willen. Alhoewel… 😉

Het lijkt een beetje op ‘ik zie, ik zie, wat jij niet ziet!’ Misschien heb jij het ook wel eens, dat je ergens langsloopt, iets ziet, doorloopt en drie meter later afvraagt:  ‘Wàt zag ik daar nou??!!!’  Vier voorbeeldjes die ik tegenkwam…

Wat een grappig…eh…ding! Mooi van hout ook. Lijkt wel een stoel. Gaaf! Maar…eh… ‘graag met 2 Handen’??? Wat moet ik doen met 2 Handen? Zitten? Handjeklap? Ik stond zo verbaasd te kijken dat de verkoper mij graag verloste van mijn vraagstuk. Hij demonstreerde hoe je met 2 Handen de stoel kon omflippen tot een tafeltje. Dus het wordt zitten met je glas in je hand of staan met je koffie op tafel. En waarom precies met 2 Handen? Anders valt het uit elkaar? Goed systeem…denk ik.

Steeds als ik hier langsfietste dacht ik dat er ‘Boxart’ stond en dacht dat is leuk: een uitvaartonderneming die kisten tot kunst verheft? Gaat het dan om het kisten of de kisten? Of mag je die kisten dan zelf beschilderen? Of iets anders kunstzinnigs mee doen? Toen ik eindelijk eens zo slim was een fototoestel mee te nemen  zag ik dat er nog een t tussen box en art stond en het gewoon een bedrijfsnaam was…

Natuurlijk heb ik thuis ook een aparte papierafvalstapel (mooi woord!). En omdat ik het er vaak zelf neerleg weet ik heus wel wat ik weggooi als de stapel naar de container verhuist. Totdat ik dit piepklein kaartje tegenkwam. Het mat 2 bij 2 cm. Er stonden serieus 20 verschillende talen op. Twintig!!! Op de ene kant staan woorden van ‘Croquisdukke’, tot ‘Mannequim de madeira’, tot ‘Drevená figurina’. Alleen om aan te duiden dat het om een houten tekenpop gaat. Alsof je dat niet kunt zien als je zo’n ding koopt. Op de andere kant kun je van ‘Detta ar inte en leksak’, tot ‘Neskirts zaisti’ tot ‘This is not a toy’ lezen… Wel goed voor je talen! 🙂

Ten slotte deze. Wat denken Marcel en zijn zoon nou echt? Dat er iemand zo gek is om een vrachtwagen voor een taxi aan te zien? En heeft Marcel geen vrouw of schoondochter die zegt: ‘Kap es met die rare ideeën!’ Dan zeggen ze wel eens dat IK rare ideeën heb…

 

 

Op straat (6)

Dit vond ik…

En dit ging er aan vooraf…

‘Ik wil scheiden’, sprak ze op een avond. Ik zat voetbal te kijken, luisterde liever naar de presentator. ‘We scheiden toch al voldoende schat!’, gokte ik. Want ik ben wel degene die met al die losse troep naar de verschillende bakken loop elke week. ‘Dit bedoel ik dus’, zuchtte ze. Ik zag een gevaarlijk één-tweetje aankomen, hield de adem in, mis! Poeh, gelukkig, daar kwamen ze goed mee weg. Ik keek opzij en vroeg: ‘Wat zei je?’ ‘Ik wil scheiden, van jou!’ Ze zei het zo rustig alsof ze meedeelde dat ze alvast naar boven ging. Hetgeen me reuze goed zou uitkomen want dat geklets tijdens een wedstrijd is meer dan hinderlijk. Automatisch antwoordde ik : ‘Is goed schat’. Toen stond ze op en vroeg: ’Luister je eigenlijk wel? Ik wil van je scheiden. Ik wil dat jij weggaat. Ik kan er niet meer tegen. Ik blijf hier met de kinderen. Hoor je me?’ Ik hoorde haar wel maar kon het niet geloven. Naarstig bedacht ik wat er gebeurd kon zijn vandaag dat deze reactie uitgelokt had. Is ze moe, was er iets op haar werk, gaven de jongens problemen, was ze ziek? Uit alle macht probeerde ik me te herinneren wat ze tijdens het eten allemaal verteld had. Ik wist eigenlijk niets meer. Niet dat ik dat ging toegeven natuurlijk. De blik in haar ogen was wel bloedserieus. Wel verdraaide lastig nu net met deze wedstrijd. Ik stond ook op en sloeg mijn armen om haar heen. Tenminste…dat probeerde ik. Ze weerde me af en deed een stap naar achter.’Het is te laat Arthur, veel te laat. Ik heb alles al geregeld met een advocaat, volgende week ben jij hier weg. O ja, en vannacht slaap je op de logeerkamer.’

Overdonderd was ik. En eigenlijk nog steeds. Ik heb een kleine etage gevonden in een buurt waar ik helemaal niet wil wonen maar het kan niet anders. Ik betaal braaf alimentatie en heb een uitgebreid abonnement genomen op een sportkanaal. Natuurlijk mis ik de kinderen alhoewel ik het idee heb dat het andersom een stuk minder is. Laatst vroeg ik de oudste wat hij nou van de hele situatie vond en of zijn moeder het een beetje redden kon. Hij antwoordde doodleuk: ‘Mama is geweldig! En wat bedoel je precies met redden? Ze deed toch altijd al alles?’ Ik wilde mijn wekelijkse gang naar de afvalcontainers ter sprake brengen maar hield toch maar wijselijk mijn mond. Ja, nu ik er eens goed over nadenk deed ze inderdaad altijd alles. Het huishouden, haar baan, de jongens, de financiën, de sociale contacten, de zorg voor wederzijdse ouders. En dan overvalt me opeens een gevoel van schaamte. Maar ook van gemis. Verdorie, ik mis haar! Als ik haar terug wil zal ik het anders moeten aanpakken. Weet je wat? Ik ga mijn leven beteren en meer aandacht geven aan haar en de jongens. Dat ga ik doen! Mijn telefoon gaat: ‘Bedankt hoor, dat je de verjaardag van je eigen zoon gemist hebt! We zijn de boel al aan het opruimen dus je hoeft niet meer te komen.’

 

Bewust Berlijn

Het schijnt dat niemand had verwacht dat Berlijn zou uitgroeien tot een modestad. Maar als je er een poosje rondloopt kun je dit niet negeren. Ik zag een meisje in een geruit broekpak, waarvan de broek net over de knie kwam en de kniekousen kleurden prachtig bij heur haar: beide knalgeel. Ik zag een jongeman  die moeite had de keuze te maken tussen broek en jurk: het werd een broekachtig iets met zwierige lappen aan de zijkanten. Een brurk denk ik? Ik zag een mevrouw helemaal in het zwart gekleed maar heur haar was aan de linkerkant geel en aan de rechterkant rood, met een keurige scheiding in het midden. In elk geval mensen die een modestatement willen maken. De winkels haken daar lekker op in natuurlijk.

Natuurlijk wil je met Pasen zulke sokken dragen. Origineel van Christian Berg! Voor €19,95 ben je zowel Eerste als Tweede Paasdag het heertje, of het haasje…

Je hebt etalages die maar 1 item tonen. Een zonnebril. Zonder prijskaartje. Lekker veel keus. Toch durf ik daar niet naar binnen. Stel dat ik hem moet passen van zo’n paspopfiguur van een verkoopster en dat ik hem heel goed vind staan maar dat ik niet over zoiets banaals als geld durf te beginnen en dat ik hem uiteindelijk  niet kan betalen en dat ik dan het ding wil terugleggen en per ongeluk één pootje een heel klein beetje verbuig.

En je hebt etalages die iets teveel tonen. Dat je niet meer weet waar je kijken moet. Dat je niet eens naar binnen durft maar om een heel andere reden: wedden dat ik hier struikel en dat dan als dominostenen alles over elkaar heen klettert en dat ik dan voor tien glascontainers moet betalen om alles op te ruimen.

Natuurlijk is niet iedereen even modebewust in Berlijn… Toen ik deze meneer zag vroeg ik me serieus af wat hij dacht toen hij dit shirt kocht. Had hij zijn kin in zijn hand, draaide hij drie maal om zijn as en zei: ‘Ja, dit is het, zoiets zoek ik, het staat me geweldig, ik kan het hebben!’ en verliet hij het pand in zijn nopjes. Of heeft hij het zelf gemaakt, dat kan ook nog. Misschien wel tijdens een leuk vrijgezellenfeest gehad, of tijdens een workshop met de zaak, of was het een praktische oefening van zijn therapeut, of heeft hij het gekregen van een creatieve schoonmoeder. Wie zal het zeggen. Het is soms, vaak, ook wel een kwestie van dragen. Weten hoe ermee om te gaan. Wat ik in elk geval geleerd heb is dit: de beste, nieuwste, meest comfortabele manier om een tas te dragen!

Nog even bewust oefenen…

 

 

Beeldig Berlijn

Net terug van een paar dagen op bezoek in Berlijn. Het was er koud, nat en druk maar ook  indrukwekkend mooi, hyper modern en tegelijk vol historie. Een of andere audiotour vertelt dat Berlijn een stad is met een doorsnede van 17 kilometer. Een stad waar 3,4 miljoen mensen wonen op een oppervlakte van bijna 900 vierkante kilometer. Af te toe niet te bevatten. Natuurlijk kan ik je nu trakteren op foto’s van de Brandenburger Tor, de Reichstag en alle andere bezienswaardigheden maar die ken je vast wel, daarom onthaal ik je graag op een paar beelden die je misschien niet zag.

Allereerst kwam ik deze Goldjunge tegen. Hij was helemaal van goud. Bijna helemaal dan… Waarom nou net daar niet ontging me even. Dat kapsel vind ik ook niet om over naar huis te schrijven maar is wel weer van goud, een soort goudlokje dus. Je ziet direct dat het een pocherig type is. Al dat schreeuwerige goud en kijk eens naar zijn handen. Hij geeft daarmee de maat aan: “Ja serieus mensen, het was zoóóó groot!”. Zijn eigen mond valt er van open. Waar denk jij dat het over gaat?

Het groepje dames, dat letterlijk aan de overkant van de straat staat, dacht er het hare van. Je ziet ze geringschattend kijken en de lichaamstaal geeft overduidelijk aan: “Ja ja…geloof je het zelf?!”

Een paar straten verder hangt een elegante man aan de gevel. Hij is net naar de sportschool geweest en naar de barbier. Zijn vrouw valt hem de hele tijd lastig met: “Wat zullen we eten vanavond?”, “Laat jij de hond nou es uit!”, “Bel je moeder ff terug!” Daarom kruipt hij met een plaidje en een boek naar buiten en gaat heel comfortabel vrijwillig op een stenen randje zitten lezen. Lekker verdrinken in een andere werkelijkheid.

Ook weer letterlijk aan de overkant zit een stelletje helemaal niet vrijwillig buiten op een stenen pilaartje. Maar ja, dat is dan ook hun eigen schuld. Hannelore (rechts), dochter des huizes, was al een tijdje verliefd op Dieter, de tuinman. Ze bespeelde hem dagelijks met haar charmes en hij deed zijn uiterste best haar zo lang mogelijk te negeren zonder onbeleefd te zijn. Op een dag bezweek hij en liet zich meesleuren in de muziekkamer. Hannelore overtuigde hem ervan dat ze echt helemaal alleen thuis waren. Totdat! Op de gang hoorden ze de eerste huishoudster de dienstmeid opdragen de muziekkamer eens goed te ragebollen nu er toch niemand thuis was. Zo vlug ze konden sprongen Hannelore en Dieter op van de canapé, gristen hun kleding bij elkaar en verlieten de kamer door de openslaande ramen aan de straatkant. Volgens overlevering is niet bekend hoelang ze daar gezeten hebben. Het lijkt er op dat  Hannelore de grootste verwijten richting Dieter smeet terwijl hij naarstig naar een oplossing zocht in het ‘Handboek van tuinmannen’ dat hij altijd bij zich droeg.  Tevergeefs. Ik denk dat ze ter plekke versteend zijn van spijt. Echter allebei om heel andere redenen…

Heerlijk Berlijn! 😉

Slingers (5)

Ik zit aan een tafel bij het raam. Omdat ik vaker hier zit is het intussen ‘mijn’ tafel geworden. Van hieruit heb ik goed overzicht. Op de bar, op de mensen die aan tafeltjes zitten en zeker ook op de ingang. Ik zie bewoners rollend of schuifelend voorbij komen. Steevast elke keer houdt er een dame in een scootmobiel, en dan bedoel ik een echte dame met keurig gekapt haar en mooie kleding, halt ter hoogte van mijn tafel om me vertellen dat ze wel 40 jaar handwerkjuf is geweest, daarvoor een echte akte heeft gehaald en dat ik haar niets hoef te vertellen. Ik had niet eens te intentie haar iets te vertellen… 🙂

Vandaag komt er een klein vrouwtje bij mij zitten nadat ze daar eerst vriendelijk en ietwat onzeker toestemming voor vroeg. Ze legt haar foeilelijke keycord met daaraan de huissleutel en haar postvaksleutel voor zich op tafel. Er ontstaat een ogenschijnlijk genoeglijke conversatie.

Mevrouw: (verontschuldigend)De pedicure komt zo en als ik hier bij het raam ga zitten kan ik zien wanneer ze komt.

Ik: Goed idee. (ik kijk op mijn horloge en zie dat het 10 voor 11 is…) Hoe laat heeft u afgesproken?

Mevrouw: Ze zou om 11 uur komen. Ik hoop niet dat ze het vergeet. Nou vergeet ik het eens een keertje niet, hahaha!

Ik: Dan bent u ruim op tijd hoor.

Mevrouw: (monter) Ach ja, ik wacht wel, heb toch niets beters te doen.

Ik: Woont u hier al lang?

Mevrouw: Nee, pas een jaar woon ik hier.

Ik: (hopend op een positief antwoord) En naar tevredenheid neem ik aan?

Mevrouw: (schuchter met een vergoelijkend glimlachje) Nou, dat valt niet mee hoor. Ik heb wel last van lastige acceptatie hier. Ze kennen mekaar allemaal. Ik blijf maar een nieuwe, begrijpt u? Terwijl ik al 92 ben.

Ik: Tja, dat lijkt me lastig. (ik slik iets weg.) Maar bent u wel tevreden over de zorg? (krampachtig iets positiefs willen horen)

Mevrouw: (fier!)Die heb ik niet nodig, ik ben hartstikke zelfstandig.

Ik: (opgelucht maar met lichte twijfel) Dat is fijn!

Mevrouw: (verheugd) Ah, daar komt ze! Nou mevrouw, dank u wel hoor, ik ga maar snel.

Ik wens haar nog een fijne dag en kijk haar na. Het ‘snel’ is relatief natuurlijk. Het ‘hartstikke zelfstandig’ ook. Haar vest kleurt net niet bij haar rok en haar pruik staat een tikkeltje scheef. Maar ze doet zo haar best en dat is te prijzen.

 

Meedenkers

Nu ik dit blog al een aantal jaren met plezier vol schrijf zie ik af en toe zeer verheugd progressie bij mijn volgers. Met mijn bijdragen wil ik lezers graag wijzen het ongewone van het gewone. Dingen die alledaags lijken maar bij nadere inspectie toch net even anders zijn dan je dacht. Het is een manier van kijken, denken, en omzetten in woorden. En ik merk dat het te leren is! Twee trouwe volgers stuurden mij, onafhankelijk van elkaar, allebei twee foto’s. Foto’s waarvan je denkt…huh?

Deze, van Aad Baak, laat een overvolle etalage zien met in het midden een bordje met het woordje ‘Nieuw!’ Wat er nu precies nieuw is…is niet duidelijk. Die kam misschien? Of dat luchtje dat al minstens 50 jaar geleden uit de handel is genomen. De geopende oogschaduwdoosjes, met een joekel van een poederkwast ernaast, beslist niet en de halfvolle nivea-deo ook niet…  Nieuw! Betekent het dan dat alle andere producten best wel oud zijn? Wat is oud? Een stuk zeep dat over de datum is? Was er een kleinkind op bezoek of misschien een snuffelstagière  die voorstelde eens iets nieuws in de etalage te zetten? Leuke winkel! Deze kreeg ik ook van Aad doorgestuurd:

Als je het snel uitspreekt hoor je het niet eens…de schreeuw om ijs. Een nieuwe manier van bestellen wellicht?

Annie de Wijs moest aan mij denken toen ze dit bord zag. ‘Drooggeslachte kipfilet’. Een kipfilet dat geslacht is? Moet je deze kip nemen als je droge kip wilt?

De laatste is wel de beste hoor Annie!

Hmmm, een heerlijke kroket gevuld met ouderwetsch draadjesvleesch! Dat is nog eens een vegetarische hap van de maand…!? Het blijkt een grapje van Cora van Mora 😉 Eronder een ouderwetsch lekkere milkshake of een milkshake met een ouderwetsch lekkere smaak. Nu werd de milkshake pas rond 1900 geïntroduceerd dus heeft nog helemaal geen  ouderwetsche smaak. Of bedoelen ze de smaak van ouderwetsche appeltaart? Dat klopt beter, want wist je dat het oudste Nederlandse recept voor appeltaart uit 1514 stamt?! Ten tijde van de VOC groeide de opkomst van de kruiden- en specerijenhandel werd het de gewoonte om ook maar verschillende kruiden en specerijen toe te voegen aan appeltaart. Dit is een recept uit het midden van de 17de eeuw:

Om een appeltaerte te maecken

Maeckt u Deech, capt u Appelen cleijne, doetse in een schotel, strooijter wel Suijcker, Caneel, ende Ghijnebeer op, met wat Rooswaters, mengelet wel tsamen onder de Appelen, legtg dese spijse in u Deech, steeckt hier ende daer, tusschen u spijse een stucxken versche Boters, leght het scheel daer op, ende backet in de panne als een Spenage-taerte, als sij nu ghenoech ghebacken is, soo stroijter Suijcker, ende Caneel op. Ghij meucht oock Venckelzaet, ende Corinten in des Taerte doen.

Het lijkt mij een pittig taartje! De zin ‘als sij nu ghenoegh ghebacken is’ vind ik veel leuker klinken dan het omslachtige gedoe van de juiste temperatuur, de juiste tijd en het ter controle prikken met een satéstokje. Zo’n taart is gewoon klaar als het genoeg gebakken is.

Heerlijk als een simpele foto weer tot een heel verhaal leidt! Bedankt Annie en Aad! 🙂